Cao’s en al die andere rotzooi

Vlakbij het bos komt ze mij wandelend tegemoet. Een vrouw met een grote, bazige middelbruine hond. Zelf draagt ze kniehoge leren laarzen over haar pantalon. Ze matchen qua kleur; de hond en de laarzen. De vrouw spreekt geaffecteerd. Type golfclub, Rotary misschien. Haar stem heeft het volume van een misthoorn. Ze praat in haar eentje. Oh nee, ze heeft een smartphone.

Het woord ‘uitzendbureaus’ valt en ik spits mijn oren. Ze lijkt mij niet het type dat werk zoekt via een uitzendbureau. En inderdaad. ‘Het is zo een gedoe’, gaat ze verder, ‘met cao’s en al die andere rotzooi. ‘Ik wil ervan af’, heb ik tegen Ronald gezegd.’

Ronald zal het wel weer moeten opknappen, vermoed ik. Deze mevrouw houdt zich niet bezig met wetjes en personeel. Zij geeft enkel orders.

Ik vergeet het soms, wanneer ik genietend van mijn lommerrijke omgeving rondwandel. Dat er in die mooie kapitale villa’s hier zeer onaangename mensen kunnen wonen. Het geld moet tenslotte ergens vandaan komen.

Afrekening in de horeca

Je hoort mensen wel klagen over de hoge prijzen in de horeca. Vergeleken met Duitsland betaal je hier inderdaad flink voor een cappuccino. Al sinds mijn eerste baan bij een accountantskantoor weet ik dat cafés een zeer royale winstmarge hanteren op koffie en thee. Tenminste, als je puur naar de ingrediënten kijkt en een paar centen rekent voor energie. Waar je de klagers echter nooit over hoort, zijn de wanbetalers. Degenen die per ongeluk de rekening vergeten en weglopen omdat ze de bus moeten halen. Of zo.

Ik maak het regelmatig mee tijdens wandelingen in groepsverband. Zo’n groep is een allegaartje dat op een georganiseerde tocht intekent. Vaak verzamelen we bij een café of restaurant. Onderweg en na afloop volgt er doorgaans nog meer horeca. Jarenlang was het gangbaar om de bon te vragen en het geld op tafel bijeen te leggen. Soms ontbrak er dan een bedrag. Wat sowieso raar was, want diverse mensen hadden er ook al fooi bij gedaan. Maar dan legden we allemaal, of een persoon afzonderlijk, geld bij en dan was dat ook weer klaar.

Trouwens, ooit zal ik hier misschien nog in alle geuren en kleuren een tafereel beschrijven van een drie kwartier durende uiterst gênante heisa over welgeteld ƒ 0,25 in een restaurant op Malta in september 1993, in Valletta om precies te zijn, met bij hoge uitzondering de persoonsnaam er bij van die ene troela uit Utrecht, die ons zelfs de volgende ochtend in de hotellobby met haar berekeningen opwachtte, waar ze kennelijk de hele nacht mee bezig was geweest, en er toen alwéér over begon, maar nu even niet.

Oké, waar waren we gebleven?

De laatste jaren is het gangbaar geworden om allemaal apart af te rekenen. Zelfs als we met zijn vijftienen zijn. Nu hebben wij Nederlanders (vooral de Hollanders onder ons) een vrij slechte reputatie als je kijkt naar uitdrukkingen in de Engelse taal met ‘Dutch’ erin. Dat komt natuurlijk omdat wij eeuwenlang de grootste rivalen waren van de Britten op het koloniale wereldtoneel. Maar toch, dat apart afrekenen in restaurants is echt wel een dingetje. Ik ben er geen fan van.

Als je maar vaak genoeg meemaakt dat er een tekort is, of dat de serveerster naar de tafel komt om te zeggen dat er nog een cappuccino en appeltaart met slagroom ‘open staan’, dan leer je vanzelf om wie het gaat. In Zundert gebeurde het, en in Hoevelaken. En daar op die kersenboerderij aan het water bij Utrecht. En later opnieuw, in een bezoekerscentrum bij Veenendaal. Dat is H. dus, uit Amsterdam. Ja jongen, we weten het wel. Maar ik doe net alsof ik niets in de gaten heb en roep in de groep, terwijl hij zijn jas al aantrekt, ‘Hebben we allemaal afgerekend?’ ‘O ja,’ zegt hij dan, ‘bijna vergeten.’, en dan gaat hij toch maar betalen.

Geld aannemen of niet?

Na een wandeling rolt er een knoop van mijn oude winterjas af. Ik naai hem weer vast. Die jas kocht ik in 2009, zes maanden na het einde van mijn laatste vaste baan. Het was toen een welbewuste aanschaf. Want ik voorvoelde dat ik mogelijk geen vast werk meer zou vinden. Laat staan werk dat inhoudelijk evenveel voldoening gaf.

Uit voorzorg verving ik overtollige spullen door goederen die jarenlang hun waarde behouden. Zoals degelijke huishoudelijke apparaten. Een paar stevige laarzen. Die warme winterjas waarmee ik overal goed voor de dag kom. Klassieke kledingstukken van kwaliteitsmateriaal. En later, op mijn nieuwe adres, liet ik gelijk al het onderhoud plegen dat nodig was. Zodat ik nog jaren vooruit kon.

Met vriendin F wandel ik van Amersfoort naar Hoevelaken. Ook zij is na een reorganisatie weg gegaan. Het verschil is dat zij als hooggeplaatste provincieambtenaar een riante regeling kreeg. Financieel gezien gaat het haar uitstekend. Feitelijk weet ze niet wat ze met al haar geld aan moet.

Meer vrienden en vriendinnen staan er zo voor. We hebben allemaal een huis in eigendom. Of twee. Of zelfs drie. Dat krijg je met vijftigers en zestigers die het tij jarenlang mee hebben gehad. Een aantal van hen kon tijdig de dans ontspringen op de arbeidsmarkt.

Buiten de stadsmuren van Amersfoort vertelt vriendin F over actuele tentoonstellingen. Ze noemt die over Nubië en vraagt of ik er naartoe ga. Maar Nubië ligt in het huidige Soedan. En Soedan raakt nog altijd een enigszins gevoelige snaar. Want Soedan staat gelijk aan een niet doorgegane dienstreis die het begin van het einde van mijn carrière heeft ingeluid.

Pas jaren later heb ik beseft dat het een hoe dan ook aflopende zaak was. Alleen ben ik degene bij wie alles anders is gegaan.

Vriendin F kan hard zijn. ‘Het was je eigen keus’, zegt zij weleens. Daarmee bedoelt ze dat ik mij uiteindelijk bij een noodgedwongen vertrek heb neergelegd. Dat is waar, maar hier kleeft wel een geschiedenis aan. En mijn gezondheid ging eraan. Dat is een nuancering waar niemand omheen kan.

Vriendin F weet hoe ver ik mijn uitgavenpatroon heb teruggeschroefd. Ze werd er vanzelf mee geconfronteerd, omdat ik niet langer dezelfde leefstijl aanhield. Enkele anderen kregen daar moeite mee en hebben me mijn ‘keuze’ verweten. Hen hoef ik niet meer te zien. Vriendin F doet stevige uitspraken, maar zij is wel voor rede vatbaar en gaat beter met de situatie om.

Vlakbij Hoevelaken biedt ze het voor de tweede keer aan. Als ik dat wil, kan ik zo geld van haar krijgen. Maar ik wil dat niet. Ik heb nog genoeg en mede daardoor kan ik zonder afgunst naar de welvaart van anderen kijken.

Of naar het geluk dat ze toevallig hebben. Want neem nu de kinderen van mijn buurvrouw. Zij krijgen als startkapitaal alles mee aan intellect, contacten, mensenkennis en opleiding. Het is meer dan zo veel anderen ontvangen op de drempel naar volwassenheid.

Ik zou pas geld willen aannemen als het echt niet anders kon. En dan nog op uitdrukkelijke voorwaarde dat er geen enkele voorwaarde aan wordt verbonden.

Hoe denk jij over geld aannemen van vrienden?

Je spullen beïnvloeden je humeur

Waarvan wordt je blijer: spullen kopen of spullen wegdoen? Onlangs haalde iemand tien loodzware grindtegels bij mij op. Daarna voelde ik me letterlijk lichter. Een kledingkast opruimen werkt net zo. In de afgelopen winter kon mijn garderobe er nog mee door. Maar nu moet het oude spul weg en wil ik wat nieuws. Bezittingen waarop je bent uitgekeken, zullen gaan irriteren. En een huis vol overtollige huisraad werkt deprimerend.

Het is frappant hoe meubels en frutsels plotseling uit de gratie kunnen raken. Jarenlang zijn ze onderdeel van het interieur en ben je er tevreden mee. Totdat je ze eens goed bekijkt. Bijvoorbeeld als je bezoek krijgt. Dan pas valt op hoezeer de bekleding van je zithoek is verkleurd. En de vaas die eerst zo leuk was, vind je nu ineens oubollig.

De staat van alles om je heen werkt psychisch op je door. Een wijk vol steen en zonder groen geeft je een armoedig en minder veilig gevoel. Puilt je kast uit met aftandse troep, dan heb je wellicht ook zelf betere tijden gekend. En in een lubberende trui voel je je al gauw slonzig. Ik tenminste wel. Vooral wanneer iemand onverwacht aanbelt.

Doe lelijke of kapotte bezittingen weg. (Of gun ze een tweede leven met een lik verf.) Je zal zien dat de overblijvende spullen daarna beter tot hun recht komen. En extra ruimte is altijd handig. Tenzij lege plekken storend worden, natuurlijk. Die kan je dan weer mooi opvullen.

Slim bezig

Rondom de koffietafel zit Hollands welvaren. De meeste tafelgenoten hebben hard gewerkt en hun schaapjes op het droge. Hun kinderen kregen een goede opleiding en bezitten eveneens een koopwoning. Daar zit nog wel een hypotheek op. Het gaat allemaal prima. Al dringt het wereldwijde spel van vraag en aanbod sluipenderwijs hun leven binnen. Want als je slim bent, koop je je spullen op Alibaba voor een tiende van de normale prijs.

Gisteren kwam VPRO Tegenlicht met de klik- en kluseconomie op tv. Daarin laat Roland Duong zien hoe een online platform werkt. Stel, je bent tekstschrijver of websiteprogrammeur en Engels is jouw werktaal. Dan concurreer je met de hele wereld op zo’n platform. Ik heb dat ook even overwogen. Maar hoe wil je rondkomen van het bedrag waarvoor een Indiër zo’n klus uitvoert?

Ik hou mijn mond over de gevolgen van bestellen bij Alibaba. Over dergelijke onderwerpen hebben we het al vaker gehad. Veel mensen voelen zich bekocht als ze een ‘eerlijke’ prijs betalen. En de buurman doet het toch ook? Zelf sta ik bij een aankoop evengoed weleens in dubio.

Ik betwijfel daarom of de huidige vorm van democratie nog het antwoord biedt op vraagstukken over een gezamenlijke toekomst. Misschien hebben we een Commissie van Wijzen nodig en een mengvorm met een Sterke Man. Maar dan wel een m/v die zich wereldwijd inzet voor het algemeen belang.

Vluchtelingenbeleid: input voor de EU-migratietop

Terug van nooit weggeweest is het EU-vluchtelingenbeleid een hot issue. In de afgelopen 4,5 jaar heb ik over een scala aan problemen in landen van herkomst geschreven. Ook heb ik suggesties gedaan voor een benadering van het vluchtelingenvraagstuk. Links en rechts verschansen zich nu in de loopgraven  Het lijkt alsof niemand nog bereid is om voorbij het eigen gelijk te kijken.

Toch ontruk ik een aantal logjes aan de vergetelheid. Ze gaan over oorzaken en gevolgen van vluchtelingenstromen en ze bevatten suggesties voor oplossingen. Dit alles is gebaseerd op wat ik uit eigen ervaring heb geleerd. Ondanks het tumult zal ik het Raam Open houden. Al heb ik evenmin overal een antwoord op en bespeur ook ik enige metaalmoeheid.

Als je slechts één logje leest, lees dan dit: https://raamopen.blog/2014/06/04/geboortebeperking-als-redding/ Over de naar mijn idee belangrijkste oorzaak van armoede en migratie: gebrek aan zeggenschap bij vrouwen.

Hieronder volgt de rest in chronologische volgorde.

Wie het zieligst is

Hoor je 80-plussers met elkaar praten, dan komen geheid alle denkbare ziektes en kwalen voorbij. Hoe erger hoe beter. Daar maak je in hun kringen indruk mee. Zo werkt het ook met voorzieningen voor ouderen. Hoe meer voorzieningen je nodig hebt en krijgt, hoe beter. Helaas gelden er wel drempels.

Onlangs hoorde ik een 85-plusser verzuchten dat ze geen huursubsidie krijgt. Ze leeft ‘alleen van haar AOW’, terwijl ze in een sociale huurwoning verblijft. Ze heeft geen recht op subsidie, omdat ze te veel spaargeld heeft. De grens ligt bij € 30.000. Ze is te rijk en dat is erg, vindt zij. Regeltjes kunnen wrang uitpakken, daar weet ik alles van. Ik neem elke maand meer spaargeld op dan zij en kan voorlopig slechts dromen van de AOW.

Maar toch. In dit land ben je zelfs als hoogbejaarde miljonair zonder ziekte of subsidie nog meelijwekkend.