Een les van een vorig kinderpardon

Over het kinderpardon is het meeste al gezegd. Toch? Nou, ik zou de mensen van de IND weleens willen spreken. Want enerzijds heb ik begrip voor de illegale ouders (dit draait niet om de kinderen) die werkelijk alles aangrijpen om in Nederland te blijven. Anderzijds heb ik onbegrip voor de slappe knieën van de politiek. Want dit is het zoveelste pardon dat ik meemaak en we zouden het toch anders gaan doen?

Een waarschuwing vooraf. Dit is een waargebeurd relaas. Lees je liever eenzijdige berichtgeving over arme kindertjes, sla dit logje dan over.

Heb ik al eens verteld over dat ene rapport? Dat rapport dat ik letterlijk op de bodem van de onderste lade in het ladenblok van mijn bureau aantrof? Dat bureau vormde samen met een computer, telefoon en bureaustoel mijn nieuwe werkplek na de herverdeling van de banen bij mijn toenmalige werkgever. Die baan kreeg ik tijdelijk na de reorganisatie, omdat er eigenlijk geen plek meer voor mij was.

De symboliek droop er van af. Want die plek bevond zich in een gehuurd kantoortje in een achterafstraatje buiten ons hoofdgebouw. Er huisde een aparte stichting in van onze organisatie, gericht op hulpverlening aan terugkerende afgewezen asielzoekers in hun land van herkomst. De voorwaarde was dat zij vrijwillig terugkeerden. Zij en ik ervoeren dit echter niet zo als vrijwillig. Zij waren met valse informatie naar Nederland gekomen en mij was die baan door de strot geduwd. Dat was de situatie.

Dat rapport betrof Angola. In dat West-Afrikaanse land ging twintig jaar geleden de mare rond dat je je minderjarige kind maar naar Nederland hoefde te sturen en dan kreeg het daar een gratis opleiding. Zie ook dit artikel uit het AD. Mensen met wat geld regelden iets met een sjacheraar en die zorgde dan dat zo’n kind met een goed verhaal aankwam. Je zou denken dat het zich bij een opleidingsinstituut zou aanmelden. Dat was echter niet de bedoeling. Het einddoel was een asielzoekerscentrum. Zolang het kind zich maar aan dat verhaal vasthield zou Nederland er verder wel voor zorgen. En dat is waar.

Alleen liep het voor een aantal van die kinderen anders. Angola was geen fris land met enorme corruptie en een burgeroorlog. Maar dit waren echt economische vluchtelingen, nota bene uit de Angolese middenklasse. Je mag je rustig afvragen hoe hun thuisblijvende ouders dan aan het geld voor die oversteek waren gekomen. Die kinderen waren tieners en mochten niet in Nederland blijven. Maar ze werden intussen wel omringd door een legertje hulpverleners met ieder zo zijn eigen beweegredenen.

Ik mocht geen rechtstreeks contact onderhouden met die jongeren; alle communicatie moest beslist via de hulpverleners gaan. Dat was jammer. Want via mijn eerdere werk bij die werkgever had ik de nodige Afrika-ervaring opgedaan. Dit in tegenstelling tot diverse Nederlandse vrijwilligers/hulpverleners die ik persoonlijk ken. Mogelijk had ik bepaalde details uit de verhalen beter kunnen plaatsen dan zij. En als je het echte verhaal van die kinderen kent, kun je ze ook beter helpen. Maar dat verhaal mocht duidelijk niet worden verteld.

Er werd steeds gezegd dat die kinderen niet terug konden gaan. Er zou geen familielid meer in Angola te vinden zijn. Ze zouden nergens worden opgevangen en berooid op straat eindigen. Kortom: één groot drama. Nu zijn Afrikaanse families meestal nogal groot. Maar goed. Voor dat opvangprobleem viel wat te bedenken.

Nederland is zelfs zo ver gegaan dat het in de hoofdstad van Angola een splinternieuw opvangcentrum liet bouwen. Daar konden terugkerende jongeren de eerste maanden terecht als ze werkelijk geen familie of vrienden meer hadden. Voor vertrek werd er van alles gedaan om hun terugkeer zo kansrijk mogelijk te laten verlopen. Als ik het mij goed herinner, kregen de jongeren korte beroepstrainingen aangeboden en een bedragje voor een vlot begin.

Dat rapport ging specifiek over dat Nederlandse opvangcentrum in Angola. Het was rond 2004 gebouwd en dit betrof een tussentijdse evaluatie. Er was gekeken naar het functioneren van het gebouw en de begeleiding, én naar gebruik ervan door terugkerende jongeren. Voorzag het goed in hun behoeften? Er was vooraf samengewerkt met de ambassade en met betrouwbare connecties ter plaatse. En voor deze evaluatie was een consultant ingehuurd. Alles bij elkaar had dat opvangcentrum al een vermogen gekost.

Nu mogen jullie mij vertellen hoeveel van al die terugkerende kinderen zonder familie er daadwerkelijk naar dat opvangcentrum zijn gegaan.

Ja, deze kinderen waren slachtoffers. Van hun eigen ouders om precies te zijn.

(Voor wie meer wil lezen over de oorzaken van vluchtelingenstromen en suggesties voor oplossingen, staan hier alle eerdere logjes bijeen.

Zomerse herfst

Op de grens van eikenbos, zandpad, bijenrand en akkerland.

Zonovergoten veldbloem op de foto,
terwijl een vlinder op mijn smartphone landt.
(Sommige beelden bewaar je alleen in je herinnering.)

Het regent eikels op de grond. Een cascade.
Alsof een boom grote druppels van zich afschudt.
Ritselend gebladerte. Een specht klopt zacht.

Verderop, verscholen in het bos.
Een geschubde paddenstoel, gespot door de zon.
Charles Aznavour op de achtergrond.

Lichtenbeek-Boschveld, all in one, 05-10-2018.

De Armeense genocide

Een paar jaar geleden moest ik een debattraining regelen op een Haagse school. Gezien de samenstelling van de klas, vroeg de docent of de trainer ‘gevoelige’ onderwerpen kon mijden. (Lees: niets over homo’s, Turken, Marokkanen en zo.) Hij verwachtte dat er anders veel gedoe zou ontstaan. Dat zou de klas maar van de eigenlijke doelstelling afleiden. De half Indonesische trainer peinsde er niet over. Hem kennende, waren bevooroordeelde raddraaiers sowieso kansloos. Hij ging de uitdaging fluitend aan.

Ik weet niet of leerlingen na afloop bepaalde verankerde ideeën hebben veranderd. Maar als ze door de training beseffen dat ze zelf objectief kunnen en mogen nadenken over lastige onderwerpen, is er een wereld gewonnen. Zeker bij leerlingen die dat thuis minder gewend zijn. Zoals veel Turkse jongeren onder hen.

Als het om vooroordelen gaat, ben ik zelf ook net een mens. Tijdens mijn zoektocht naar een prettige woonplaats overwoog ik onder meer Deventer. Mooie oude stad aan de IJssel. Fijne wandelgebieden in de omgeving. Bereikbaar met de trein én ruim voorzien van knusse, vooroorlogse arbeidershuisjes. Dat moest ik gaan zien. Wist ik veel. Ik was in die stad nog nooit buiten het historische centrum geweest.

Met een Funda-lijstje en Google Maps ging ik op pad. Het was een warme, zonnige zaterdag. Daar liep ik door de straatjes. Leuke huisjes genoeg. Maar al snel begon het mij op te vallen. Hoeveel Turken daar wonen. Bejaarde, dikke, Turkse moekes, compleet met hoofddoek, gebreid hesje en traditionele bloemetjes pofbroek zaten buiten te genieten van de zon. Ik zag overal de bekende rood-witte vlaggen. Soms reden er jongens in opgepimpte auto’s langs. Je kon hun tweede nationaliteit al van grote afstand raden, dankzij de luide muziek die uit hun boxen schalde.

Hm, ik wist het niet. Leuke huisjes, daar niet van. En de sfeer was relaxed en gemoedelijk. Ook daar lag het niet aan. Maar ik zal niet licht vergeten hoe ik jaren eerder in mijn bloedeigen voorouderlijke Leidse binnenstadstraat werd bekeken, door twee volledig ingepakte Turkse vrouwen, die op een zomerdag langs mijn woning liepen, terwijl ik in kort broekje en shirtje voor de deur van de zon zat te genieten. Precies zoals zijzelf ook doen, maar dan net even anders.

Evenmin vergeet ik hoe Turkse mannen in hun land (hún land, niet het mijne) doorgaans over alleenstaande vrouwen denken. Vooral omdat ik daar zelf herhaaldelijk alleen heb gereisd. Zou ik dan in mijn land daartussen willen wonen? Zou ik me nog wel vrij voelen om in bikini in mijn eigen achtertuintje te gaan zitten? En wat als ik moeite zou hebben met het gangbare volume van hun muziek?

Want bovenal: zouden ze ook hier niet raar over mij denken, omdat ik een ongetrouwde vrouw ben, kinderloos bovendien? Dus een beetje …. ja, minderwaardig naar hun maatstaven? (Al kan dit in werkelijkheid evengoed  meevallen.) Toch, die laatste gedachte deed Deventer definitief de das om. De aankoop van een huis is nu eenmaal te groot om een gok mee te wagen.

Onlangs sprak een Kamermeerderheid officieel uit dat de Armeense genocide in 1915 als ‘genocide’ moet worden bestempeld. Sindsdien beschouwt Ankara onze Kamerleden met een Turkse achtergrond als verraders van het moederland. Dit besluit leidt nu kennelijk tot gedoe in Deventer. Ik betwijfel of veel Turken er daar een ‘Nederlandse’ kijk op hebben. Gewoon, door wat hen al hun leven lang wordt voorgehouden door de regering in Turkije. Je kan het ze bijna niet kwalijk nemen.

Ondertussen ben ik best trots op mijn land en, vooruit, in dezen ook op mijn regering. Ik zou alleen wensen dan er nu een normale dialoog over die ‘kwestie’ op gang kon komen. Als dat ooit mogelijk wordt, zou ik zelfs in zo’n arbeidershuisje in Deventer willen wonen.

Koningsdag in Turkije/Nederland

We komen zo bij Koningsdag, maar eerst even dit:

Citaat 1. ‘Elke dictatuur heeft een maffiastructuur. Regel één: loyaliteit is de enige benodigde kwaliteit voor promotie. Regel twee: de leider van de clan kan in zijn domein doen wat hij wil, en daarom is er een neiging het eigen domein uit te breiden.’ Gari Kasparov in een artikel van Michael Persson, de Volkskrant, 9 april 2016.

Citaat 2. ‘In 2014 verlieten 8.000 joden Frankrijk, uit angst voor terroristische aanslagen en groeiend antisemitisme.’ Never Again: Fear and Faith in Paris, BBC, 26 april 2016.

Citaat 3. ‘Zijn er in 1915 een miljoen Armeniërs afgeslacht door de Turken, of is dat pure propaganda? Wie die vraag in Turkije aan de orde stelt, riskeert tot nu toe de cel. Andere Tijden doet een poging de historische werkelijkheid te doorgronden via ooggetuigen van toen.’ Zie de herhaling op de VPRO-website.

Zomaar drie citaten. Het eerste van Gari Kasparov is een levensles om niet meer te vergeten. Het tweede is een veeg teken voor wie de geschiedenis van Europa, Turkije en Rusland kent. Het derde geeft aan hoe gegrond citaat één en twee zijn.

Geef het gepeupel brood en spelen en je hebt er geen last meer van. Dat wisten de oude Romeinen al. En dat weet Erdogan. In ‘Maar goed ook dat ze is opgepakt’ laat Charlotte Huisman in de Volkskrant van 26 april 2016 enkele Turkse winkeliers van de Utrechtse Kanaalstraat aan het woord. Osman (23): ‘Het Turkse volk staat achter Erdogan, wij hebben ons land lief. Volgens mij hebben Turken dat gevoel van vaderlandsliefde veel sterker dan Nederlanders. Als jij op Erdogan scheldt, beledig je het hele volk.’ Zijn broer Omer (26): Erdogan heeft het land economisch omhoog gestuwd. Voor ons is het onbegrijpelijk dat mensen met modder naar hem gooien.’

Zou de in Nederland geboren Osman begrijpen dat hij zich van ons Nederlanders vervreemdt, wanneer hij over Turkije praat als ons land? Kennelijk is Erdogan er al voldoende in geslaagd om zijn domein buiten de landsgrenzen uit te breiden. Osman ziet waarschijnlijk niets dan goeds in zijn vaderlandsliefde. Ik ben diverse keren in Turkije geweest en weet hoe de bevolking die liefde met de paplepel krijgt binnen gegoten. Aan het aantal vlaggen te zien, zou je denken dat het daar elke dag Koningsdag is. Wat kinderen in zijn land op school echter niet wordt bijgebracht, is waar die vaderlandsliefde toe kan leiden. Zie citaat 2.

Daarom heb ik oprecht diep respect voor de Turks-Nederlandse journalist Sinan Can en de Armeens-Nederlandse musicalacteur Ara Halici. Voor hun documentaire Bloedbroeders zochten zij vorig jaar in Turkije naar de waarheid over de gebeurtenissen van een eeuw geleden. Elke aflevering is een uiterst behoedzame poging om helderheid te krijgen. Subtiel ook, om mensen niet te kwetsen, om ze in hun waarde te laten. En om niemand in gevaar te brengen, door slechts vragen te stellen.

Vluchten naar Turkije

Tienduizenden Syrische Koerden zien door fanatici de dood in de ogen en kloppen radeloos bij Turkije aan. Op tv zie ik iets in kleur verschijnen wat ik tot dan toe alleen in zwart/wit had gezien. Die andere vluchtelingenstroom in omgekeerde richting. Toen in 1915. Armeniërs.

Turkije. Je zal het er maar van moeten hebben, als lid van een minderheid zijnde. Dat land zou nu eindelijk iets goed kunnen maken. Noem het boetedoening, noem het schuld inlossen, noem het wat je wil volgens de Islam. Maar wat doen de heldhaftige Turkse mannen? Zij smijten de deur dicht in het gezicht van hulpeloze vluchtelingen en zetten waterkanonnen in.

Ach Turkije, met je fraaie opgepoetste straten in contemporain Istanbul.
De emancipatie van jouw volk staat al een eeuw stil.

Nou ja, op die ene vooruitstrevende burgemeester na dan. Een vrouw. Uiteraard. Zij helpt gevluchte Iraakse Jezidi’s huisvesten in spookdorpen op Turks grondgebied. Precies de dorpen die hun voorouders 55 jaar geleden moesten ontvluchten. Dat is al de derde verdreven minderheid in dit verhaal. En dan zwijg ik nog over de verjaagde Grieken.

Way to go, Turkey. Wees een vent en kom toch eens tot inkeer.

Waarheidsvinding, de EU en de Turken

Waarheidsvinding is een schone zaak bij journalistieke aspiraties. Alleen kan je er flink hoofdpijn van krijgen. Ik wil iets zinnigs schrijven over de EU, de illegalen, de visumdeal en Turkije. De eerste drie gaan nog wel. Maar wat begin ik met een land dat wentelt in complottheorieën?

Ik las dat de EU jaarlijks circa 40.000 illegalen via Turkije wil tegenhouden, door 76 miljoen Turken vrije toegang tot de EU te verlenen. Nu heb ik enige moeite met hoofdrekenen. Maar volgens mij klopt hier iets niet. Vervolgens lees ik dat er al een akkoord bestaat. Dat verplicht Turkije om illegalen terug te nemen. ‘Maar daar komt in de praktijk weinig van terecht.’ Aha, nu begint het te dagen. Aanhangers van nationalisme zuiveren graag hun landje van ongewenste elementen.

Nationalisten gaan ook graag prat op hun heroïsche geschiedenis. Alleen, hoe zat dat ook al weer precies? In Macedonië vieren ze nog elk jaar hun bevrijding van het Ottomaanse rijk. In Turkije zag ik spookachtige verlaten Griekse dorpen. En begin daar nóóit over 24 april 1915. Waarom eigenlijk niet? Het gaat vast en zeker om zo’n complot.

Nog even en ik zie zelf overal complotten in. Want de Turkse minister van Buitenlandse Zaken zegt dat hij in de visumdeal ‘een bewijs ziet dat Turkije deel is van Europa’. Maar ik weet wel beter, hoor. Mij maak je niets wijs. Turken willen dat Europa bij Turkije gaat horen, en niet andersom.

Dat komt er nou van, stelletje onnozele bollenboeren. Als je aan de haal gaat met hun tulpen. Ze willen ze terug.