Bleekmiddel voor de donkere huid

Een gave donkere huid is even mooi als een gave blanke huid, vind ik. We koppelen echter bewust of onbewust een waardeoordeel aan elk uiterlijk kenmerk. Afrikaanse, Arabische, en Aziatische vrouwen zien een blanke huid als statussymbool. Bij ons was een lichte huidskleur vroeger ook een teken van rijkdom. Want als je niet buiten hoefde te werken, bleef je roomblank. Daarom is bij niet-westerse vrouwen het gebruik van huidbleekmiddelen populair.

Je kan in veel landen producten kopen om de huid te bleken. Verschillende crèmes en sprays beloven een lichtere tint, al vormen chemische stoffen een risico. Het vlekkerige effect daarvan zag ik op het voorhoofd van een Congolese collega. Zij kon haar eigen natuurlijke, donkerbruine huidskleur kennelijk niet accepteren. Vrouwen die huidbleekmiddelen gebruiken geven een signaal af dat ze donkere mensen als zijzelf minderwaardig vinden. Tegelijkertijd worden albino’s in Afrika ernstig gestigmatiseerd.

Het kan positiever. Jaren geleden bezocht ik een ziekenhuis waar veel mensen uit omliggende dorpen kwamen. Die dorpen waren nog overwegend blank. Er liep een moeder met een peutertje voor mij uit. Een donkere vrouw kwam ons tegemoet. ‘Mama, kijk!’ riep het kindje al wijzend in de gang, ‘Die mevrouw is zwart!’ Zo iemand had het peutertje nog nooit gezien. De moeder reageerde een beetje beschaamd, maar de donkere vrouw zag er de humor wel van in. Daarom konden we er allemaal hartelijk om lachen.

Dan de blanke huid. In Nairobi beklaagde mijn collega zich eens aan de telefoon over iemand anders. ‘That stupid mzungu!’ riep ze uit, vergetend dat ik als mzungu (blanke) in de kamer zat. Toch, tijdens mijn verblijf in Kenia gebeurde er iets wonderbaarlijks. Na een aantal maanden begon ik mijn eigen huid wat vreemd te vinden. Dat komt er blijkbaar van als je in een groep afwijkt.

Nu is er opnieuw ophef over Zwarte Piet. In mijn vroege herinnering was hij het Moorse hulpje van Sinterklaas. Ik dacht dat de Moren uit Spanje kwamen. Moriaantje zag zo zwart als roet, omdat hij steeds door de schoorsteen kroop. Pas later besefte ik dat het om een Afrikaan moest gaan. Maar Zwarte Piet oogde heel anders dan de Afrikanen die ik op straat zag. Dat was voor mij als kind erg raadselachtig.

Ik heb Zwarte Piet nooit als slaaf gezien. Sterker, ik ben zelf Zwarte Piet geweest. Daarom weet ik dat hij gewoon een medewerker is van Sinterklaas. Die twee hebben al lang een normale werkgever-werknemer relatie. Die relatie is de afgelopen decennia steeds met de tijdgeest mee veranderd. Net zoals de Nederlandse samenleving zich continu aan nieuwe ontwikkelingen aanpast. Wat jammer voor sommige buitenstaanders dat zij zo in het verleden blijven hangen. En de balk in het eigen oog niet zien.

Want eerder schreef ik al dat vrijwel elk volk op aarde vooroordelen heeft over ‘vreemden’. Soms hoef je niet verder te kijken dan het volgende dorp. ‘Zoek de verschillen’ komt voort uit ons overlevingsinstinct. Want alles wat vroeger afweek van het vertrouwde en het ‘normale’ kon gevaarlijk zijn. Het zou handig zijn als we dit wereldwijd eerst eens met zijn allen erkennen. Pas daarna kan je een uitwas als racisme tegengaan. Er spelen wel belangrijkere kwesties dan Zwarte Piet. Wat te denken van hedendaagse slavernij? Maar ook daar heb ik het op dit blog al over gehad. Zucht.

Lijstje van bezochte concerten

Net voordat Pinkpop losbarst, zie ik een lijstje van bezochte concerten op een blog. Lijstjes. Die maak ik doorlopend. Boodschappenlijstje, lijstje van dingen die ik nog moet doen, lijstje van verstuurde sollicitaties, dat soort werk. Het leukst is het lijstje van bezochte landen met beknopte opsomming van plaatsnamen. Wil ik nu ook nog een lijstje van bezochte concerten hebben? Ach, vooruit dan maar.

Ik ben er de hele dag zoet mee. Wat ik allemaal wel niet heb doorgespit. Een plakboek met concertkaartjes en recensies uit de jaren tachtig, stapels agenda’s, een blikje met losse tickets en zelfs een stukje administratie. En passant kwam meer dan de helft van mijn leven voorbij. En steeds doemde die vraag op: wat wil je er eigenlijk mee?

Ach, het is totaal niet belangrijk, zo’n lijstje. In grote lijnen weet ik toch wel waar ik ben geweest. In de eerste jaren waren het een paar matige discobandjes. Met als exotisch uitstapje een groep uit Senegal tijdens het carnaval op Tenerife. Vanaf 1985 begon het echte werk. In dat jaar zag ik Live Aid op tv en ik moest en zou naar U2. Dat lukte op het eerste grote festival dat ik bezocht, in Torhout, België. Daarna volgt een indruk-wekkende opsomming van zo’n beetje alle groten der aarde in die jaren. En iets afwijkends: musical Cats in 1987.

Tijdens het Bicentennial year ben ik in Australië. Daar vindt het summum van exotische optredens plaats tijdens het vijfde Festival of Pacific Arts. Hier komen inheemse volken uit Azië, Melanesië, Micronesië en Polynesië bijeen. Er treden dagenlang artiesten op uit maar liefst 24 landen. Bijna twintig jaar later volgt er nog zo’n spektakel, middenin de Sahara tijdens het jaarlijkse Touareg festival in Ghat. Ook hier komen mensen uit alle omringende landen op af. Niet per vliegtuig, maar per kameel. De optredens en ontmoetingen gaan dag en nacht door.

De lijst met concerten gaat verder met westerse pop/rock bands, maar gaandeweg sluipt er meer wereldmuziek in. Een opvallend optreden is van een Japanse slagwerkgroep. Ik ben hun naam vergeten, maar ze maken een werkelijk oorverdovend kabaal. Het kan mijn zwager niet boeien, die valt gewoon in slaap.

In 2000 komt er een keerpunt. Voor het eerst verschijnt Gregoriaans gezang op de lijst, en de hoeveelheid wereldmuziek neemt razendsnel toe. Dunya, de Ha-Shi-Ba en tal van Arabische, Afrikaanse en Klein-Aziatische groepen prijken erop. In recente jaren experimenteer ik vaker met klassieke muziek en middeleeuwse zang. Als je naar de afgelopen vijf jaar kijkt, zie je een bont allegaartje, tot fushion toe.

Tot besluit een lijstje van de vijf vaakst bezochte bands.

  • U2 1985 (België), 1987, 1989, 1993, 1997, 2001, 2005, 2009, plus ‘bedevaart’ naar Ierland in 1985.
  • INXS 1986 (4x, o.a. in Australië), 1991, 2007.
  • Simple Minds 1985, 1986, 1989, 2008.
  • Marillion 1989, 1990.
  • Rolling Stones 1990, 1998.

Geloof het of niet, de Stones was ik totáál vergeten. Pas toen ik het plaatje van de hellehonden zag, herinnerde ik mij dat concert uit 1990 weer.

De volledige lijst beslaat drie A4-pagina’s met voornamelijk rockmuziek.  Toch was het allermooiste concert van een andere orde. Dat gaf het Anouar Brahem Trio in 2005 in het KIT Tropentheater. Luister maar eens naar Le pas du chat noir.

Geboortebeperking als redding

Kenia, ongeveer negen jaar geleden. Ik zit in ons kantoor in Nairobi en Esther, mijn hoogopgeleide Keniaanse collega is aan het woord. Ze wil er niet meer. Ze heeft er nu wel genoeg. Drie kinderen heeft zij gebaard. De inwonende hulp zorgt voor de kleintjes terwijl zij en haar man werken. Met hun gezamenlijke inkomen kan het stel de kinderen een mooie toekomst bieden. Maar haar familie loopt haar continu te pushen om er meer te krijgen. Esther peinst er niet over. Genoeg is genoeg. En haar man vind het zo ook wel best.

Diverse vrouwelijke Keniaanse collega’s knikken en hummen instemmend. En lachen met veelbetekenende blikken. Zij weten waar Esther het over heeft. Ook zij hebben keihard gewerkt om de positie te bereiken die zij nu hebben. Toch, zie je maar eens te onttrekken aan de dwang van tradities van familie die is achtergebleven op het platteland.

Geboortebeperking, of beter gezegd familieplanning, is vaak een ondergeschoven kindje in landen waar men met armoede kampt. Dit speelt in delen van Afrika, het Midden-Oosten en Azië. Het vergt een grote omschakeling in denken, vooral op het platteland. Eeuwenlang werd een grote kinderschare als weelde gezien. In traditionele gemeenschappen is dat nog steeds zo, terwijl de wereld eromheen niet stilstaat. Maar een grote kinderschare leidt tegenwoordig vaker tot armoede en conflicten.

In alle werelddelen heb je vooruitstrevende mensen en groepen die minder snel vooruit komen. Om welke reden dan ook. Overal leven mensen die iets van het huwelijk willen maken en om hun kinderen geven. Zolang alles goed gaat, is er misschien weinig aan de hand. Maar bij problemen zijn vrouwen gewoonlijk slechter af dan mannen.

De gebruiken verschillen per stam, maar hier volgt een concrete situatie uit ruraal Oost-Afrika. Wanneer je vader bent van een paar kinderen, heb je goedkope werklieden voor op het veld, herders om je kudde te weiden, hulpjes om de oogst te verwerken en vertrouwelingen die voor je zorgen op je oude dag. Ben je vader van veel kinderen, dan is je status bij je maten gegarandeerd. Heb je als vrouw veel kinderen, dan geven zij ook jou status, maar draag je eveneens een flinke last. Want in veel plattelands- gemeenschappen ben jij degene die ze moet voeden, kleden en hun schoolgeld betaalt. Dat zijn niet de taken van pa.

De vader brengt bij zijn huwelijk een stukje land in dat jij als vrouw de rest van je huwelijk mag bewerken. Dat huwelijk geeft jou toegang tot land en een middel van bestaan. Zorg jij voor een goede oogst, dan kan je daar mooi de schooluniformen van betalen. Maar heb je toevallig de verkeerde echtgenoot getroffen? Dan heeft je man het volste recht om met de oogst naar de markt te gaan en al het geld voor zichzelf te houden.

Het wijkt nauwelijks af van Europa honderd jaar geleden. Toen moesten arme vrouwen van fabrieksarbeiders op betaaldag hun man onderscheppen voordat hij het café indook en al het geld opzoop. Excusez le mot. Het stemrecht voor vrouwen kwam bij ons pas in 1917.

Terug naar Afrika. Word jij in een patriarchale samenleving weduwe, dan ontstaat er een lastige situatie. Je mag hopen dat je een zoon hebt die de grond van zijn vader erft. Zo niet, dan gaat het eigendom waarschijnlijk naar de broer van je overleden man. Dit kan nogal vervelend uitpakken. Want als de zoon of de broer die grond volledig voor zijn eigen gezin opeist, zal jij als berooide weduwe moeten opkrassen. Ik verzin dit niet. Het is de realiteit anno 2014 op het platteland in Kenia.

Wat ik maar wil zeggen: een grote kinderschare is van oudsher in het voordeel van vaders in patriarchale samenlevingen. De moeders zijn afhankelijk van de welwillendheid van hun zonen. Mede daarom voeden Marokkaanse moeders hun zonen tot prinsjes op. Deze uitspraak komt van Ayaan Hirsi Ali. Zij komt zelf uit een traditionele samenleving. Ook het volgende zal ik niet licht vergeten. Een vrouw uit het Midden-Oosten vertelt trots hoeveel kinderen zij heeft. Wel zes. (Zonen. Plus vier dochters, maar die zijn het vermelden niet waard.)

Kinderen en vrouwen zijn een soort productiemiddelen in rurale patriarchale samenlevingen. Vraag je wat vrouwen zelf willen, dan ontstaat er een ander beeld. Ja, ook zij zijn trots om moeder te worden en zij houden van hun kinderen. Maar als ze de keuze hebben, vinden ze vier of vijf kinderen meestal wel genoeg. Slechts een enkeling kiest bewust voor een kinderschare van tien of twaalf. Dat is in hedendaags Barneveld net zo.

Hoge kindersterfte en verzekering van de eigen oude dag spelen een rol bij de wens om voldoende kinderen te krijgen. Economische ontwikkeling, scholing, hygiëne, voorlichting, beschikbare gezondheidszorg, overheidsbeleid en wetgeving zijn hierop van invloed. Inmiddels loopt de kindersterfte wereldwijd terug. Al gaat dat in sub-Sahara Afrika aanzienlijk langzamer dan in andere regio’s. Toch zijn er meerdere uitzonderingen. Zoals Saoedi-Arabië, waar ondanks welvaart en medische zorg het geboortecijfer zeer hoog blijft. Niet geheel toevallig is de positie van vrouwen daar bijzonder zwak. Even schrijnend is de situatie in Pakistan en Afghanistan, waar mannen niet altijd bereid zijn om geld aan zorg of scholing voor vrouwen te besteden.

Vrouwen uit de laagste klassen weten welke last er op hun schouders drukt. Ze moeten die kinderen zelf ter wereld brengen. Door huwelijken op zeer jonge leeftijd en door zwaar werk ontstaan complicaties bij zwanger- schappen en bevallingen. In Holland trouwden arme vrouwen eeuwenlang wel boven hun twintigste. Vergeleken met Afrikaanse en Arabische kindbruidjes scheelde dat al gauw vier zwanger- schappen. Zonder medische voorzieningen lopen meisjes en vrouwen een reëel risico bij elke bevalling. Met fistels en incontinentie, handicaps of sterfte tot gevolg. Of mogelijk verstoting door hun man. De mannen van kindbruidjes zijn gewoonlijk veel ouder, en vaak is zij zijn tweede of derde vrouw.

Hebben ze in ontwikkelingslanden dan geen liefdevolle relaties? Natuurlijk zijn die er genoeg. Maar het punt is dat vrouwen in veel patriarchale samenlevingen zijn overgeleverd aan de willekeur van mannen. Wetgeving is er zelden in het voordeel van vrouwen. Het maakt weinig uit of wetten zijn gebaseerd op stamrecht, religie of nationale jurisprudentie. De meest dramatische toestanden ontstaan bij scheidingen (vrouwen verliezen bijvoorbeeld zeggenschap over hun kinderen), verdeling van bezit en erfrecht (verlies van inkomen en bestaanszekerheid).

Het is trouwens een dooddoener om te stellen dat de Islam voor over- bevolking zorgt. Kijk naar het grootste Islamitische land ter wereld. In Indonesië promoot de overheid wel degelijk familieplanning. Op billboards langs de weg staat overal het ideaal: papa, mama en een paar kinderen. Het is maar net welke leider er aan de macht is. Anderzijds kan gezinsuitbreiding inzet van politieke machthebbers zijn om tegenwicht te bieden aan groeiende minderheden. En dan was er recentelijk nog een paus die het gebruik van condooms verbood. Lekker handig nu half zuidelijk Afrika HIV-geïnfecteerd is.

Dit alles heeft weinig te maken met specifieke wensen van vrouwen. Politieke machthebbers, rechters, stamoudsten, geestelijke leiders en legeraanvoerders zijn overwegend mannen. Zij maken de dienst uit en hebben meestal een belang bij behoud van de status quo.

Wereldwijd wil vermoedelijk wel degelijk een groeiende groep mannen minder kinderen. Dat blijkt al uit landen waar het geboortecijfer is gedaald. Evenals in Europa zijn hoogopgeleide paren voorlopers op dat gebied. De middenklasse ziet dat ze een betere toekomst aan kroost kan bieden, wanneer ze het aantal kinderen beperkt. Wat armere mannen vaak in de weg staat, valt te lezen op ipsnouvelles.be. Ik plaats hier ingekorte alinea’s, omdat het artikel aansluit op de complexiteit van mijn verhaal van gisteren.

The Security Demographic: Population and Civil Conflict After the Cold War (2003)

De Amerikaanse organisatie Population Action International verrichtte in 180 landen academisch onderzoek en publiceerde in 2003 het rapport ‘The Security Demographic: Population and Civil Conflict After the Cold War’. De resultaten draaien vooral rond de zogenaamde ‘demografische revolutie’. Dat is het proces waarbij gezinnen steeds kleiner worden en mensen gemiddeld steeds langer gaan leven.

Gedeeltelijk hebben ontwikkelingslanden waar de demografische transitie blijft steken, dat aan zichzelf te wijten. Meestal heeft de bevolking er onvoldoende toegang tot voorbehoedsmiddelen, informatie over gezinsplanning en tot gezondheidszorg. Vrouwen worden er vaak gediscrimineerd of kunnen nauwelijks naar school gaan. De vruchtbare landbouwgrond is slecht verdeeld of het ontbreekt kleine boeren aan middelen en kennis om goede oogsten binnen te halen. En/of er heerst schaarste aan water.

Landen met hoge geboortecijfers hebben acht keer vaker te maken met ernstige sociale onlusten dan landen waar gezinnen kleiner zijn. Landen waar de bevolkingsgroei in de steden meer dan vier procent bedraagt, glijden dubbel zo vaak af in burgeroorlogen dan landen waar de verstedelijking minder snel gaat. De meeste landen met een hoog conflictrisico liggen in West- en Oost-Afrika, het Midden-Oosten en Zuid-Azië.

De industrielanden besteden aandacht aan de regio’s, maar dan vooral in het kader van de oorlog tegen het terrorisme en om de aanvoer van olie en aardgas te verzekeren. Veel rijke landen geven ontwikkelingsgeld uit aan gezinsplanning en initiatieven om meisjes en vrouwen een betere toegang tot onderwijs te bieden. Maar onder druk van de anti-abortusbeweging heeft de Amerikaanse regering de kraan dichtgedraaid voor hulporganisaties en gezondheidsinstellingen die zich onvoldoende distantiëren van vruchtafdrijving. Daardoor zijn programma’s voor gezinsplanning in veel Afrikaanse en Aziatische landen in de problemen gekomen.

En dan de landbouwsubsidies. Japan, de EU en de VS pompen massa’s geld in hun landbouwsector. Wat de wereldmarktprijzen doet dalen en miljoenen kleine boeren in de ontwikkelingslanden dwingt hun akkers te verlaten en naar de steden te trekken. [Waar al een groot, gefrustreerd leger aan jongvolwassenen met onvoldoende werk rondhangt.]

Slavernij anno 2014

Het is een mooie lentedag en de trein zit vol. Naast mij praten vier jonge vrouwen in rap tempo. Zij komen uit een voormalige kolonie, misschien de Antillen. Het meeste versta ik niet, afgezien van wat Spaans en het woord slavernij. Ik veronderstel dat ze onze gezamenlijke geschiedenis bedoelen. Alleen schuurt dat ‘onze’ bij mij.

Ik ben geen fan van slavernij als economisch systeem. Het is evenmin een sympathieke strategie voor herverdeling van de populatie c.q. manier om je vijanden te decimeren. Verder is het geen leuke vorm van oorlogsvoering of machtsvertoon.

Maar dat ‘onze’ is dus niet van mij. Ik heb een gigantische hoeveelheid informatie over al mijn voorouders verzameld. Daar zit niet één slavenhandelaar of plantagehouder bij. Zelfs geen schipper, administrateur, keurmeester of wie er met slavernij te maken had. Dus voel ik mij niet aangesproken. Hoe rot die geschiedenis ook is en hoe goed ik mij de gevoelens van nakomelingen ook kan voorstellen.

Mij vallen altijd details op waarover wordt gezwegen. De slavernij is 150 jaar geleden door Nederland afgeschaft. Ik mis een plaatsing van slavernij in de toenmalige context. Want de Nederlandse slavenhandel had nooit zo succesvol kunnen zijn, als er geen constante aanlevering van verse slaven uit het binnenland van West-Afrika was geweest. Worden de Afrikaanse nakomelingen van slavenleveranciers ooit aangesproken op wat hun voorouders hebben gedaan?

Helaas heb ik in het buitenland gezien hoe mensen als slaven werden behandeld. Ik bedoel uitgerekend Afrikaanse landen, en hierbij waren uitsluitend Afrikanen betrokken. In één geval is het de vraag of de betrokkene het als zodanig herkende. Wellicht zag zij het als een extreem eerbetoon aan een hoger geplaatste persoon. Slavernij bestond al in Afrika voordat de blanken en Arabieren er kwamen. Helaas, het bestaat daar nu nog steeds. Je hoeft ook bitter weinig moeite te doen om hele nare machtsverhoudingen te zien in Azië en het Midden-Oosten.

Mijn indruk is dat mensen uit voormalige koloniën intussen iets belangrijks vergeten. Denk maar aan Nigeriaanse vrouwen die anno 2014 gedwongen in de seksindustrie werken. Of aan de arme Bengalese bouwvakkers in Dubai, de Indonesische kindermeisjes in Saoedi-Arabië. Helpen ze de positie te verbeteren van Zuid-Soedanese inwoners en van vrouwen in Oeganda?

Ik ken iemand uit Suriname van Afro/Indonesische afkomst. Ze luistert graag naar de vrijheidsteksten van Bob Marley. ‘They don’t care about us’ van Michael Jackson vindt zij prachtig. Ze steunt een onduidelijk project voor kinderen in haar land van herkomst. En dit weekend gaat zij met haar dochter shoppen in de Primark.

Ik voorspel het je. Over 150 jaar klagen Bengalen, Indiërs, Chinezen, Vietnamezen en Cambodjanen uit de ateliers en fabrieken alle huidige klanten van Primark aan. Vanwege iets wat nauwelijks onderdoet voor slavernij. Ik koop daar niet, dus kijk niet naar mij.

Dus hoe zit het nu? Zijn die Aziatische werklieden soms niet de ‘brothers and sisters’ van nakomelingen van slaven? Hopelijk vergis ik mij. Want de Afrikaanse geschiedenis bewijst waar clan-denken toe kan leiden. Dat geldt voor ons allemaal.

Vrouw in het Midden-Oosten

Vrouwelijkheid gaat in Nederland vaak een beetje schuil. We dragen graag prettig zittende kleding. Misschien komt het door onze praktische aard, die samenhangt met het klimaat. Bovendien is ons volksmotto ‘doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg’. Dan is vrouwelijk gedrag al gauw ‘aanstellerij’. Sommige meiden doen stoer met jongens mee. In Arabische landen benadrukken ze juist het verschil.

Arabische landen
Vraag je mij waarom ik zo graag in Arabische landen kom, dan buitelen de redenen over elkaar heen. Eén daarvan komt altijd een beetje in het gedrang. Namelijk: er is geen gebied ter wereld waar je je zo vrouwelijk kan voelen. Vrouwen lijken daar hun vrouwelijkheid te vieren. Tuurlijk, er zijn massa’s misstanden en hun positie is niet te benijden. Dat is overal in alle landen zo waar mannen de dienst uitmaken. Toch heb ik ook een andere kant gezien. Namelijk hoffelijk gedrag en zorgzaamheid.

Aanpassing als toerist
Uitstraling is bijna overal belangrijk. Noord-Europeanen horen bij een zeldzame groep die zich een nonchalante kledingstijl kan permitteren. Mannen en vrouwen in Arabische landen besteden zorg aan hun uiterlijk. Als ik meedoe, dan waardeert men dat. Sterker, het is mijn beschermlaag tegen ongewenst gedrag. Foto’s van kinderen en een trouwring helpen ook.

Ik vind het prachtig als lokale inwoners even denken dat ik één van hen ben. Een burka hoeft echt niet, al heb ik zo’n onding uit nieuwsgierigheid eens gepast. Wel laat ik mijn praktische rugtasje thuis, want dat draagt geen vrouw daar.

Vrouwenpraat
In Arabische landen heb ik als bezoekster vooral met mannen te maken. Gelukkig sprak ik ook vrouwen, onder meer over uiterlijkheden. Want serieuze onderwerpen liggen nu eenmaal gevoelig en je wil toch ergens over praten. Zo nodigde een echtpaar mij en drie reisgenoten eens thuis uit. Na de mierzoete thee en hapjes volgde een verkleedpartij. Terwijl de mannen in de ontvangstruimte bleven, doken wij vrouwen elders in een garderobekast. Alle dames gingen op de foto in schitterende feestjurk met glittertjes. Over een T-shirt heen, dat wel.

Terug in Nederland
Tijdens vakanties heb ik diverse Arabische kledingstukken gekocht, waaronder zo’n feestjurk. Jammer dat die bij geen enkele gelegenheid hier past. Alleen hoofddoeken kan ik gebruiken, als sjaal en woningdecoratie. Met mijn zwarte abaya loop ik evenmin op straat. Het lijkt vormeloos, maar vergis je niet. Er zijn zeer elegante modellen met Swarovski kristal. Vaak verbergen ze een trendy outfit of sierlijke party dress. En ze verhullen vetrolletjes heel geraffineerd. Zelfs de gezichtsmaskers uit Oman zijn op maat gemaakt, zodat een vrouw er haar mooiste gelaatstrekken mee benadrukt.

Schoonheid en/of flink zijn
Bij mijn derde poging om minimaal tien woorden Arabisch te onthouden, kreeg ik een Jemenitische leraar. Hij kent de expatwereld van Den Haag en bewondert Hollandse vrouwen. Want hij vindt het enorm stoer dat Nederlandse moeders door baggerweer fietsen met een kind voor- en achterop. Vrouwen in zijn land zouden dat nóóit doen, volgens hem. Hij begrijpt waarom wij niet continu tutten met make-up en nagellak. De plamuurlaag die Arabische vrouwen graag opbrengen, vindt hij vies. Ik zeg niets, hoor.

Blanke kameleon met hoofddoek

Het is makkelijk praten over racisme als je er zelf geen last van hebt. Als westerse blanke krijg je wereldwijd het voordeel van de twijfel. Met een kleurtje op je huid, ziet de wereld er anders uit. Onwetendheid, gebrekkige communicatie en angst leiden snel tot onbegrip. En onbekend maakt onbemind. Denk en handel je op basis van vooroordelen, dan is de kans op discriminatie groot.

Kameleon
Persoonlijk heb ik hoegenaamd geen ervaring met racisme. In het buitenland word ik zelden voor Nederlandse aangezien. Soms ben ik daar best blij om. Bijvoorbeeld tijdens een bezoek aan een museum over de onafhankelijkheid in Indonesië. Mensen uit het Midden-Oosten hebben vaak moeite om mijn herkomst in te schatten. Joden zien mij als iemand van hun eigen volk. Vrijdag vroeg een Turkse vrouw in Den Haag of ik wel Nederlands ben. Wellicht komt dit door mijn smaak, die een beetje Italiaans-Arabisch is. Op plaatsen waar ik een hoofddoek moet dragen, is de verwarring helemaal compleet.

Onafhankelijkheidsdag
Slechts één keer heb ik mij zeer ongemakkelijk gevoeld met mijn blanke huid. In Afrika is die niet te verbergen. Zelfs niet onder een dikke laag Zwarte Pieten smeer. Ik was in de hoofdstad van Kenia tijdens Onafhankelijkheidsdag. Mensen zien op straat niet dat ik geen Engelse ben. En dus geen relatie met de voormalige koloniale overheerser heb. Helaas weten politici uitstekend hoe je vijandbeelden kunt creëren. Voor zover ze het zelf niet bedachten, hebben ze dat wel geleerd van de koloniale machten. Je kunt er zo fijn de aandacht voor je eigen wanbeleid mee verschuiven naar die andere bevolkingsgroep.

Vraagje
In Afrika en Azië werden veel landen tussen 1945 – 1965 onafhankelijk. Dat roept bij mij toch een vraag op. Want waarom word ik in sommige landen aangekeken op wandaden waar ik vanwege mijn leeftijd onmogelijk mee te maken kon hebben?

Gelukzoekers in een meritocratie

Deze week kwam het begrip ‘meritocratie’ driemaal voorbij. Ik was bezig met een tekst over asielzoekers en werkgelegenheid in onze maatschappij. Daarbij stuitte ik op de vraag of ongeluk en armoede verwijtbaar zijn. Je hebt je leven toch zelf in de hand? Een eerder geplaatst, maar onduidelijk bericht hierover heb ik verwijderd. Er zijn al genoeg misverstanden over ‘gelukzoekers’ uit Afrika, Azië en het Midden-Oosten. Nu doe ik  een nieuwe poging.

Asielzoekers worden nogal eens verwisseld met gelukzoekers. Gelukzoekers zijn mensen die slechts een beter leven wensen. (Doen we dat niet allemaal?) Veel mensen, die in gammele bootjes de Middellandse Zee oversteken, worden gelokt door rooskleurige verhalen. Verhalen die gaan over sociale, educatieve en medische voorzieningen in Europa. Wat geld hebben ‘gelukzoekers’ wel, want de tocht naar Europa is tamelijk duur. Vaak is hun keuze voor Europa gebaseerd op onvolledige informatie. Omdat geen van hun voorgangers het thuisfront wil vertellen dat hij of zij hier eigenlijk niet slaagt. Een aantal ‘arme’ immigranten is trouwens wel succesvol. Maar daar horen wij in Europa nou juist weer zo weinig over.

Mensen met een gewilde opleiding of ervaring kunnen via bedrijven al relatief eenvoudig Europa binnenkomen. En een groeiend aantal ‘gelukzoekers’ verdient geld in opkomende economieën. Denk aan Nigerianen in China, Congolese vrouwelijke handelaren in Dubai, en de nieuwe lichting Indiërs in Kenia.

In onze economie en samenleving spelen afkomst, aanleg, gezondheid en intelligentie een rol. Veel Nederlanders hebben moeite om mee te komen. In Afrika, Azië en het Midden-Oosten vind je gewoonlijk werk via familienetwerken. Desnoods ‘koop’ je een diploma. Daar zijn kennis en capaciteiten minder van belang om een baan te krijgen. Toch wonen er uiteraard ook genoeg ondernemende, intelligente en inventieve mensen. Zij zijn degenen die juist in eigen land alle steun voor verdere ontplooiing kunnen gebruiken. Steun door aanbod van modern onderwijs en een gunstig ondernemersklimaat voor iedereen. Zodat zij hun land zelf kunnen opbouwen. En de bevolking daar een betere toekomst krijgt. Dat geeft meer voldoening dan lusteloos rondhangen in een asiel­zoekers­centrum en de procedure eindeloos oprekken. Lijkt mij.

Maar wat begin je in een land waar wordt gevochten om grondstoffen en bronnen of gewoon om de macht? Zoals in Syrië, waar nu relatief veel asielzoekers vandaan komen. Ik heb er geen pasklaar antwoord op. Nu vangen relatief arme landen in de regio ruim twee miljoen vluchtelingen op. Zo gaat het meestal bij conflicten. Libanon bezwijkt er bijna onder. Bij mijn weten heeft Europa niet gereageerd op een beleidsvoorstel van de UNHCR voor opvang. Zowel rijke Arabische als westerse landen sturen geld. Maar geen van beide partijen neemt veel Syrische vluchtelingen op. Het zou logisch zijn als de 25 rijkste landen ter wereld hiervoor worden benaderd. Dan nemen we ook landen buiten Europa serieus en kunnen zij laten zien wat zij nu waard zijn.

Stel dat 25 rijke landen, en wellicht ook anderen in de wereld, Syrische vluchtelingen willen opnemen. Wat kunnen wij deze mensen dan bieden? Eerst een plek om zich weer een beetje veilig en thuis te voelen. En dan iets om te doen. Elk land stelt een verlanglijst op van professionals en vaklieden waar een tekort aan is. Het mogen ook ondernemers met een zeker kapitaal zijn. Australië werkt al jaren met dergelijke lijsten voor reguliere immigratie. Elk land geeft aan hoeveel vluchtelingen het wil opnemen. Daarna gaan de uitnodigingen voor sollicitanten via de UNHCR naar vluchtelingenkampen. Van elke 100 genodigden, bestaat 85% uit mensen met gewenst beroep of kansrijk ondernemingsplan. Zij mogen hun eigen gezin meebrengen. De overige 15% bestaat uit kwetsbare personen met begeleiders voor wie elders geen goede opvang is. Henk en Ingrid zijn vast tegen. Tenzij hier mensen bij zitten die de economie weer op gang kunnen krijgen.