Oh yes! Een foodhall aan de Rijnkade in Arnhem

Naar bepaalde zaken in het buitenland kan ik gruwelijk heimwee krijgen. Voorzieningen die je daar wel hebt, maar hier niet. Gratis schone toiletten bijvoorbeeld, zoals je in Australië overal aantreft. En overdekte food courts met keukens uit alle windstreken. Da’s ook zoiets. Maar nu heb ik er vlakbij één ontdekt. Sinds maart dit jaar heeft Arnhem een heuse foodhall. Niet zo’n slap aftreksel met filialen van Burger King en Multivlaai. Nee, een echte.

Het is de ondernemers gelukt: deze hal roept onmiddellijk reisherinne-ringen bij mij op. Arabisch, Chinees, Vietnamees, roti, grill of vegan, Thais, Mexicaans, Italiaans. Ze zitten met een bar en een bakker onder één dak bij elkaar. De hal is zo ingericht dat je je soms waant op een exotische avondmarkt. Verder zijn er sfeervolle loungehoekjes met zicht op het terras aan de boulevard. Althans, zo noem ik dit deel van de Rijnkade. Het is een van mijn favoriete plekjes. Met een paar stappen wandel je hier naar Rose’s Beach: het stadsstrand beneden bij het water.

Het gebied rondom de foodhall is volop in ontwikkeling. Een deel is al opgeknapt, maar veel panden staan momenteel leeg. Die worden van binnenuit gerenoveerd en opnieuw ingedeeld. Daardoor heeft dit stadsdeel rauwe randjes. Naar mijn idee past dat helemaal, want in Azië, Afrika en het Midden-Oosten zie je vaak hetzelfde. Op het oog is daar een snelle modernisering gaande, compleet met de komst van hippe restaurants. Maar als je beter kijkt, ontdek je overal losse kabels en ruwe betonplaten, die nog moeten worden weggewerkt. Voor de authentieke beleving vind ik het best als deze hal nog even work in progress blijft.

Een persoonlijke muziekcatalogus

De afgelopen veertig jaar veranderde er veel voor wie thuis naar favoriete muziek luistert. Na de platenspeler verschenen bandrecorders, cassettebandjes, cd’s, mp3-spelers, iPods en muziek streaming services. Een deel daarvan sloeg ik zelf over. Voorlopig ben ik geëindigd bij cd’s en YouTube. Met elke verandering rijst echter de vraag wat je aan moet met al die muziek op verouderde geluidsdragers.

Mijn platencollectie en bandrecorder gingen al eerder de deur uit. Steeds zette ik de beste nummers over op bandjes via het krakkemikkige microfoontje van mijn cassetterecorder. Maar elke volgende recorder en walkman had een iets andere snelheid. Vandaar dat het beluisteren van die bandjes een tenenkrommende ervaring wordt. Na schifting bewaar ik nog ruim 100 cassettebandjes met 90 minuten elk. Ik heb ze al jaren niet meer aangeraakt, terwijl er toch geweldige muziek op staat. Dus moet ik weer een keuze maken.

Het merendeel van de muziek bestaat uit radio-opnamen. Vaak zijn de artiesten en titels wel bekend. Maar er staan ook nummers tussen waarvan ik geen flauw idee heb van wie ze zijn. Dan schreef ik een zinnetje op waarvan ik dacht dat dat de titel was. Vooral wanneer dat telkens terugkwam in het refrein. En als ik de taal niet beheerste, maakte ik fonetische aantekeningen. Daarom vormen de Arabische en Afrikaanse liedjes een probleem.

Natuurlijk is er Shazam. Maar ik kom de gekste dingen tegen. Sowieso dj’s die overal doorheen ratelen. (Wat vindt die beroepsgroep zichzelf toch interessant.) Maar ook stukjes Franse les. Het bijzonderst is de oproep tot het gebed van de muezzin van de Kaäba in Mekka. Dat vond ik namelijk mooi klinken. Vermoedelijk is het een opname van voor 9/11. Je kan je toch nauwelijks voorstellen dat zoiets nu nog op een Nederlandse radiozender te horen is.

Inmiddels weten we allemaal hoe vergankelijk geluidsdragers zijn. Daarom grijp ik terug naar een beproefd ouderwets middel. In een ordinair Word-document verzamel ik chronologisch de namen van alle artiesten en bands die ik goed vind. Daarbij noteer ik de titels van hun beste nummers en plak ik de betreffende link naar YouTube. Van dat document maak ik periodiek een back-up.

Maar ja, nu nog die 100 cassettebandjes doorploegen. Je moet toch wat om de pareltjes er tussenuit te vissen.

Mijn grote liefdes

In de film Bridges of Madison County zegt de man van het liefdeskoppel tegen de vrouw zoiets als: ‘Our dreams never came true. But it was good that we had them.’ Gisteren had ik een ontmoeting met vriendin E. in Utrecht. Wij kennen elkaar al 18 jaar en delen een grote liefde. Na zoveel jaar is wel duidelijk dat het geen bevlieging is. In alle turbulentie en maatschappelijke veranderingen blijft deze bestendig. Dan is het echt.

Meestal begint zij erover met een terloopse opmerking. ‘Ik ben zo aan Dubai toe.’ Of: ‘Wanneer gaan we weer naar Istanbul?’ En anders vraagt ze wel naar mijn reisplannen. Nu ik al jaren af en aan zonder werk zit, weet ze dat ik voorlopig geen vakantie in het buitenland vier. Daarom vroeg ze gisteren of ik nog wel naar het Midden-Oosten terug wil.

Er zijn weinig zekerheden in het leven. Maar mijn gevoelens voor bepaalde gebieden zijn zeer stabiel: Polynesië, Australië, het Midden-Oosten en een vleug Afrika. Die blijven, wat er ook gebeurt.

Onlangs liep ik op een druilerige ochtend door een achterafstraatje van de Arnhemse binnenstad. Een Syriër had er een eetgelegenheid en door de deuropening klonk warme, gepassioneerde Oosterse muziek.

Naar Nederland heb ik nooit heimwee. Wel mis ik tijdens een lang verblijf elders vrienden en familie. En natuurlijk kan ik in een Afrikaanse chaos verlangen naar de ordelijkheid van ons landje. Heimwee, echt hartverscheurende heimwee, krijg ik pas wanneer ik een Arabische variant van een smartlap hoor. Bijvoorbeeld in een achterafstraatje in het centrum van Arnhem.

Voortschrijdend inzicht

In de wetenschap is het normaal om verder te gaan waar voorgaand onderzoek ophoudt. De westerse wereld heeft in de afgelopen eeuwen enorm veel vooruitgang geboekt. Kijk maar naar mensenrechten, de positie van vrouwen (ja, echt), veiligheid, gezondheid en welvaart. Wat mij verwondert, is hoe beperkt we op kennis uit vroegere beschavingen voortbouwen. Neem nu de Chinese dynastieën, neem Perzië, 2.500 jaar geleden. Of neem de Azteken, de pré-islamitische Arabische wereld, de natuurkennis van indianen, Timboektoe, etc.

Binnen de internationale ontwikkelingssector is het gewoon dat geleerde lessen worden genoteerd en in een volgende fase worden meegenomen. Mijn vroegere werkgever zou geen strijdgroep ‘aan de goede kant’ in Syrië hebben gefinancierd. Alleen al, omdat iedereen weet dat je op afstand in een oorlogssituatie onvoldoende zicht hebt op wat daar werkelijk gebeurt. Maar anno 2018 stuurt onze overheid er doodleuk geld naartoe.

In de Volkskrant van 13 september 2018 staat een artikel over de moeizame implementatie van het klimaatakkoord. (Het ‘meestribbelende’ bedrijfsleven zit aan tafel en traineert c.q. frustreert de zaak.) Klaas van Egmond, oud-kroonlid SER, zegt terecht: ‘Je laat de kalkoen toch ook niet meebeslissen over het kerstdiner?’ Hij verwijst naar een historische les in het boek Ondergang van wetenschapper Jared Diamond:

‘Beschavingen gaan niet ten onder omdat ze het probleem niet zien aankomen, maar doordat de oudere, belanghebbende generatie de jongere ervan weerhoudt zich tijdig aan te passen.’

Daar kunnen we het mee doen. Misschien toch maar op de barricaden gaan? Al is het maar voor uitstel van de ondergang. En garde! You gotta fight for your right to party!

Zo, het is weer weekend.

Alibaba en de Chinezen

Het moet in 2003 zijn geweest, op dienstreis in Oeganda, nu vijftien jaar geleden. Toen ik voor het eerst hoorde over investeringen door China in Afrikaanse landen. Mooie snelwegen werden aangelegd en havens uitgegraven. Die wegen waren een hele verbetering voor de plaatselijke bevolking. (Althans, de wegen die het Afrikaanse vrachtverkeer langdurig konden dragen.) En handig om alle denkbare grondstoffen vlot naar Chinese fabrieken af te voeren.

In die tijd las ik ook over Oost-Afrikaanse marktkoopvrouwen. Big mama’s die hun mannetje staan. Ze importeren zelf rechtstreeks hun koopwaar, zonder tussenhandelaar in Afrika. Ieder kwartaal vliegen ze naar Dubai of Shanghai om flink in te slaan. Zou je niet verwachten, van zo’n op het oog eenvoudige marktkoopvrouw.

In 2006, dichter bij huis in Europa, was ik op vakantie op Kreta. We kwamen door een prachtige, weidse vallei aan de rand van de zee. Een onderontwikkeld landschap en daarom extra mooi en pittoresk. ‘Als de plannen doorgaan, zal dit allemaal verdwijnen.’, vertelde de gids. ‘Want China ziet in deze locatie een ideale plek voor een haven als tussenstation. Voor distributie naar de rest van Europa en Noord-Afrika.’ Inmiddels is Piraeus, die andere, veel oudere Atheense haven, in handen van de Chinezen. Wel zo makkelijk, hoeven ze op Kreta niets meer te bouwen. Piraeus wordt hun grootste containerhaven in de Middellandse Zee.

Nog een jaar later, op een mega-grote handelsbeurs in Frankfurt, stond een stand van het Chinese Alibaba. Ik heb er nog pennen van liggen. Want Alibaba was gul met uitdelen en nieuwe zakenvrienden maken. Alibaba is de digitale schakel die de tussenhandel in de hele wereld kan wegvagen. Toen kon ik er weinig mee. Het productaanbod van de Chinese producenten was op hun interne markt afgestemd. Ik zag te zoete kleurtjes, afwijkende maten en niet het gewenste materiaal. En er zat geen enkele producent tussen die zelfs maar in de buurt van fairtrade kwam.

Maar Alibaba heeft niet stilgestaan. Deze week zocht ik op internet naar plantenrekken, tuinstoelen en gegalvaniseerde vuilnisbakken. Het is overal Alibaba wat de klok slaat. Er staan zeker aantrekkelijke artikelen tussen. Weet alleen wel dat je bij een bestelling voorgoed je privacy kwijt bent.

In Weert staan zestig winkels leeg. Maar deze gemeente huisvest eveneens gigantische distributiecentra. Goederen komen van de Rotterdamse containerhaven naar het Limburgse Weert, die uiteindelijk als pakketjes bij huishoudens in Europa worden uitgeserveerd. Het is hier net Kreta.

Programmamaker Ronald Duong in de VPRO Gids: ‘In 2015 deelde Ma [de oprichter en eigenaar van Alibaba], alweer in Davos, [op een bijeenkomst met regeringsleiders] zijn jongste inzicht. Wat hij eerst in China deed  wil hij nu mondiaal gaan doen: kleine ondernemingen wereldwijd in contact brengen met klanten wereldwijd.’ Dit levert mooie kansen op, maar ook risico’s. Ondernemer Marc van der Chijs: ‘Buiten China is men toch redelijk naïef, vind ik nu. De ambities zijn bij Chinezen veel groter dan elders. (…) Er zullen twee grote spelers overblijven, Amazon en Alibaba.’ 

Dat wil ik best aannemen. In elk land waar ik ze heb gezien, zijn Chinezen zakelijk vrijwel altijd succesvol. En je kan van de Chinese overheid veel zeggen, maar er zijn zaken die ik beslist waardeer. Ze heeft een lange-termijnvisie, ze ziet het grotere verband en ze denkt voorbij de eigen grens. Dat mag Europa van mij ook wat explicieter doen, zolang ze de win-winprincipes van people, planet, profit daarin meeneemt.

Vanavond komt vanaf 21.05 uur VPRO Tegenlicht: Shoppen volgens China op NPO2.

Ervaringen met taxi’s en hun chauffeurs – deel 3

Als autoloze persoon heb ik aardig wat ervaring met taxi’s. Soms waag je daarin je leven. Vaker krijg je te horen wat er zoal speelt in de maatschappij. Steevast leidt zo’n taxirit tot een ontmoeting, die best aangenaam kan zijn. In dit laatste deel van het drieluik vertel ik over comfort en pleziertochtjes.

Handig hoor, zo’n taxi

Tot op de dag van vandaag bestaan er winkels zonder bezorgdienst. Dan kan je familie of vrienden vragen voor vervoer van zware artikelen. Maar soms is dat niet handig. In mijn rijke jaren heb ik daarom weleens gewinkeld met de taxi. Dan liet ik mij thuis ophalen en voor de deur van de zaak afleveren. Terwijl de taxi wachtte, kocht ik het gewenste artikel, dat men vervolgens naar de taxi droeg. Daarna liet ik me met artikel en al thuisbrengen. Het is een rol die mij zeer wel past. Jammer dat ik dit niet elke week kan doen. In Nederland althans.

In Kenia moest dat wel. Daar was ik voor bijna alles aangewezen op taxi’s. Zoals bezoek aan afgelegen shopping malls, zakelijke afspraken, of een weekendje buiten de stad. Bij chauffeurs waren die weekenduitstapjes favoriet. Bijvoorbeeld een rit van de hoofdstad Nairobi naar Lake Naivasha met overnachting. Dat is een afstand van circa negentig kilometer. Ik sprak dan de heen- en terugreis af met de taxicentrale.

Chauffeurs beschouwden dit als een welkom uitje. Even weg van alle beslommeringen en de hectische stad. Kenianen komen bovendien zelden buiten hun eigen regio. Meestal bleef de chauffeur dan in de buurt rondhangen en dook hij voor de terugrit weer op. Kennelijk verdiende hij met een ritje heen en weer genoeg voor het hele weekend.

Dat is in Nederland omgekeerd vergelijkbaar. Begin dit jaar maakte ik een nachtelijk ritje van Arnhem naar Utrecht. De enkele reis kostte evenveel als een heel weekend weg.

Op vakantie met de taxi

Een stap verder is het inhuren van een taxi voor een complete vakantie. Dat is een prima optie als je met vrienden reist en kosten deelt. Bijvoorbeeld in de Verenigde Arabische Emiraten of Oman. Daar hebben ze comfortabele auto’s en zijn ze dol op onderhandelen. Maak er een spel van en je krijgt allemaal een betaalbare vakantie. Want de chauffeur geniet mee.

Die vindt het vaak leuk om je bij bezienswaardigheden rond te leiden. Of om zelf eens de toerist uit te hangen op onbekend terrein. Bijkomend voordeel: je hebt er gelijk een gids of vertaler bij. Gegarandeerd weet hij traditionele restaurants te vinden. Zoals een restaurant met algemeen deel voor de mannen, plus een rij afgeschermde, knus ingerichte familiekamertjes. Of een uber kitsch gelegenheid voor huwelijksfeesten en grote familiediners. Authentieker krijg je ze daar niet.

Op vakantie naar Somaliland

Somaliland in de Hoorn van Afrika is een probleemgeval. Kijk naar de buren: Somalië, Eritrea, Djibouti, Ethiopië; plus Saoedi-Arabië en Jemen aan de overkant. Geen mens peinst erover om daar vakantie te vieren. Maar Somaliland heeft voor fijnproevers wel wat te bieden. ‘Het historische centrum van Berbera [aan de Golf van Aden] is een toonbeeld van de rijke, pre-twintigste eeuwse Ottomaanse architectuur met wijken waar ooit een bloeiend verkeer bestond tussen Arabische, Indiase en Joodse handelsgemeenschappen.’

Deze zin alleen al geeft het land een magische aantrekkingskracht. Helemaal voor liefhebbers van het historische Midden-Oosten. En ik ben zo iemand. In de wijde omtrek van de Arabische wereld tref je op eeuwenoude handelsroutes dergelijke culturele kruispunten aan. Tot ver in donker Afrika en in China. Deze plaatsen fascineren mij mateloos.

De tastbare sporen liggen er voor het oprapen. Overblijfselen van culturen en samenlevingsvormen waarvan wij in het Westen nog altijd nauwelijks sjoege hebben. Ondanks alle kennis en het internet van de 21ste eeuw. Vergane glorie uit lang vervlogen tijden. Stammend uit de hoogtijperiode van onder meer Arabische geleerden. In eeuwen opgebouwd. Lang voordat islamitische en libertarische fundamentalisten alle wetenschap van de aardbol probeerden te vagen.

Lees het artikel Somaliland zoekt toeristen op Afrika Nieuws, uw alternatieve en wel betrouwbare informatiebron.