Toerist in Giethoorn

Huizen en boerderijen in Giethoorn 03

Het gebeurt zelden dat ik mij een toerist waan in eigen land, maar gisteren was het goed raak. In Giethoorn of all places. Het deed mij terugdenken aan een bezoekje aan Volendam lang geleden. Die plaats beschouw ik nu niet bepaald als schoolvoorbeeld van wat ons land te bieden heeft. Afijn, we gingen wandelen in Giethoorn en een boottochtje was inbegrepen. Het was nog leuk ook.

Toch snap ik iets niet. Want wat is er zo bijzonder aan Giethoorn? Bevangen door de toeristenkoorts ging ik heel veel foto’s nemen. Na thuiskomst heb ik ze eens goed bekeken. En hoe meer ik er zag, hoe vaker ik dacht: ‘Verrek, dit lijkt wel het Groene Hart.’

Oké, in Giethoorn hebben de boerderijen een andere stijl. ‘Camel style’ zei Captain Jack van onze rondvaartboot. ‘You can leave your tip in the wooden clog.’, by the way. Het lag er allemaal nogal dik op, vond ik. Net als in Volendam, overigens.

Maar goed, die boerderijen op een eilandje aan het water hebben we ook bij Leiden. In Zoeterwoude, Koudekerk, Hoogmade en vooral aan de Kaag. Dus wat zat ik daar te doen op die boot, tussen de Chinezen, de Arabieren, de Duitsers, en Captain Jack?

En er was iets bevreemdends. Want heel vaag meen ik mij te herinneren dat ik als klein kleutertje eerder in Giethoorn ben geweest. En wat ik zeker weet, is dat het er toen niet krioelde van de hortensia’s. Die uitsloverige dingen groeien daar echt overal. Zijn ze from the English cottage gardens komen overwaaien, soms? Of is dit de invloed van de Amsterdamse kliek? Vroeger hadden ze toch gewoon geraniums in Giethoorn?

Ik miste ze, die bescheiden bloeiers. Geraniums zijn authentiek.

Afrekening in de horeca

Je hoort mensen wel klagen over de hoge prijzen in de horeca. Vergeleken met Duitsland betaal je hier inderdaad flink voor een cappuccino. Al sinds mijn eerste baan bij een accountantskantoor weet ik dat cafés een zeer royale winstmarge hanteren op koffie en thee. Tenminste, als je puur naar de ingrediënten kijkt en een paar centen rekent voor energie. Waar je de klagers echter nooit over hoort, zijn de wanbetalers. Degenen die per ongeluk de rekening vergeten en weglopen omdat ze de bus moeten halen. Of zo.

Ik maak het regelmatig mee tijdens wandelingen in groepsverband. Zo’n groep is een allegaartje dat op een georganiseerde tocht intekent. Vaak verzamelen we bij een café of restaurant. Onderweg en na afloop volgt er doorgaans nog meer horeca. Jarenlang was het gangbaar om de bon te vragen en het geld op tafel bijeen te leggen. Soms ontbrak er dan een bedrag. Wat sowieso raar was, want diverse mensen hadden er ook al fooi bij gedaan. Maar dan legden we allemaal, of een persoon afzonderlijk, geld bij en dan was dat ook weer klaar.

Trouwens, ooit zal ik hier misschien nog in alle geuren en kleuren een tafereel beschrijven van een drie kwartier durende uiterst gênante heisa over welgeteld ƒ 0,25 in een restaurant op Malta in september 1993, in Valletta om precies te zijn, met bij hoge uitzondering de persoonsnaam er bij van die ene troela uit Utrecht, die ons zelfs de volgende ochtend in de hotellobby met haar berekeningen opwachtte, waar ze kennelijk de hele nacht mee bezig was geweest, en er toen alwéér over begon, maar nu even niet.

Oké, waar waren we gebleven?

De laatste jaren is het gangbaar geworden om allemaal apart af te rekenen. Zelfs als we met zijn vijftienen zijn. Nu hebben wij Nederlanders (vooral de Hollanders onder ons) een vrij slechte reputatie als je kijkt naar uitdrukkingen in de Engelse taal met ‘Dutch’ erin. Dat komt natuurlijk omdat wij eeuwenlang de grootste rivalen waren van de Britten op het koloniale wereldtoneel. Maar toch, dat apart afrekenen in restaurants is echt wel een dingetje. Ik ben er geen fan van.

Als je maar vaak genoeg meemaakt dat er een tekort is, of dat de serveerster naar de tafel komt om te zeggen dat er nog een cappuccino en appeltaart met slagroom ‘open staan’, dan leer je vanzelf om wie het gaat. In Zundert gebeurde het, en in Hoevelaken. En daar op die kersenboerderij aan het water bij Utrecht. En later opnieuw, in een bezoekerscentrum bij Veenendaal. Dat is H. dus, uit Amsterdam. Ja jongen, we weten het wel. Maar ik doe net alsof ik niets in de gaten heb en roep in de groep, terwijl hij zijn jas al aantrekt, ‘Hebben we allemaal afgerekend?’ ‘O ja,’ zegt hij dan, ‘bijna vergeten.’, en dan gaat hij toch maar betalen.

De wereld in kleur tot 1918 – Amsterdam

Een fototentoonstelling in het Allard Pierson Museum over mensen en plaatsen in de wereld van voor 1918. Dat moest ik zien. Want er is een grote reis die ik in de verleden tijd had willen maken. Namelijk over land de Zijderoute volgend van Venetië naar China. Maar ik ben te laat geboren voor wat ik onderweg had willen zien. En toch. De kleurenfoto’s roepen wel degelijk herinneringen op aan sporen die er in 1987 nog waren. Toen ik voor het eerst stukjes van de verschillende Zijderoutes passeerde.

Onze wereld is veranderlijk. De foto’s stammen uit een periode waarin een enkeling zich reizen kon veroorloven. De meeste mensen zagen zelden volkeren in andere werelddelen. Daarom werden nog in 1897 ‘negers’ getoond in hun nagebouwde dorp op de wereldtentoonstelling in het Belgische Tervuren. Ga vandaag eens naar het centrum van Amsterdam. Nu lopen er representanten rond van vrijwel elk volk op aarde. Alleen niet in hun originele klederdracht. En hun oorspronkelijke woonomgeving krijg je daar evenmin te zien.

Natuurlijk, die oude foto’s zijn ook een momentopname. Je hoeft maar te denken aan hoe Amsterdam zelf in vijf decennia is veranderd. In de jaren zeventig waren er hippies en Hare Krishna-volgelingen met trommels en oranje gewaden. Studenten bevolkten panden in steegjes die achter de brede grachten verkrotten. Daarna werd Amsterdam de stad van de krakersrellen met punkers in zwarte leren jasjes. Sindsdien is de bevolkingssamenstelling drastisch gewijzigd. En de gebouwen? De meesten herken je pas wanneer je vanaf de eerste verdieping omhoog kijkt.

Terug naar bovenstaande foto uit 1915. Toen ging een Roma- of Sinti-vrouw in Utrecht zo gekleed. Het is onduidelijk wie meer bekijks trok: zij of de fotograaf. Is er wel zo veel veranderd?

Toch een Amsterdamse bloedmaan

Het komt natuurlijk door alle recente berichten over die bloedmaan. De meesten van ons hebben hem amper gezien. Maar vandaag was ik in Amsterdam voor een bijzondere tentoonstelling. (Waarover meer in een volgend bericht.) Al dolend door een statig gebouw betrad ik een herenkamer en keek daar toevallig omhoog. Tja, toen kwam de associatie direct. Toch nog een bloedmaan, boven hartje Amsterdam. Ik ben benieuwd of iemand weet waar precies.

De aantrekkingskracht van helverlicht gif

Eind november. Een natte, late maandagmiddag. Via omleidingen passeer ik de Zuidas, badend in het felle licht van de vroeg gevallen duisternis. Ongenaakbare torens naast de voortjakkerende avondspits. Zwarte geometrische geraamten vol zilveren vitrines. Krioelend van de zwarte pionnetjes in alle vormen en gedaanten. Radertjes. Staand, lopend, zittend aan een bureau. Alleen, of samenscholend in een vergadering.

Bewegende beelden als in een zwart-witte jaren vijftig tekenfilm. Ik zie de Zuidas voor het eerst rond dit tijdstip en vind de uitstraling betoverend mooi. Zo imponerend was de allereerste aanblik van New York, ooit. Het Italiaanse kindvrouwtje tegenover me is ook onder de indruk. Ze kirt bewonderend tegen haar man ‘bello’.

Gezocht heb ik naar Google-afbeeldingen van de Zuidas in hetzelfde vroege avondlicht. Maar geen foto geeft die eerste aanblik zo goed weer als mijn herinnering. Om het oorspronkelijke beeld te vangen, moet ik toch eens terug naar dat oord van hel en verdommenis.

Als de trein stopt op Amsterdam Zuid, stapt het Italiaanse paar uit.

Tegenover mij verschijnen twee jonge carrièrevrouwen. Goed gekleed, verzorgde make-up, dure tassen en jassen. Toch blijft de klasse van de charmante Italiaanse voor hen onbereikbaar. Ze beginnen meteen over euro’s, promoties, grote uitgaven en een dure zitbank. Plus de take-away hapjes en drankjes, waar ongemerkt veel geld naartoe gaat. Per werkdag wel € 20. ‘Maar je moet toch eten.’ Allebei nemen ze nog een hap. De een van haar AH-salade, de ander van haar sushi.

Even later vergelijken ze hun hypotheken. Hierbij halen ze hun mobieltjes tevoorschijn en slaan driftig aan het rekenen. Als een stel pokeraars houden ze de schermpjes dicht bij hun lichaam. De een is slechts 25% van het gezamenlijke inkomen kwijt aan de hypotheek. De ander gaat daar direct overheen: maar 17%. Het landelijke gemiddelde is 33%. Ik ondertussen, kan me ternauwernood beheersen. Zo verleidelijk is het om ze te overtroeven. Juist daar aan de Zuidas. Ach, ooit stond ik zelf zo in het leven en maakte ik vergelijkbare berekeningen.

 

Toerist in Amsterdam

Op het dakterras van de bibliotheek in Amsterdam vraagt een vrouw mij in het Engels of ik toerist ben. Even twijfel ik wat ik zal zeggen. Ik ben een Nederlandse die in de stad is voor een vergadering. Alleen neem ik nu even foto’s van het panorama-uitzicht. ‘No’, antwoord ik. Dan vraag ze in gebroken Engels of ik weet waar de Dam Tour is. Pardon? De DAM tower. Goh, ik heb werkelijk géén idee. Ben ik toch een toerist dus.

Panorama Amsterdam
Panorama Amsterdam met plafond
Amsterdam gracht in de lente
Amsterdamse gracht in lentelicht

Haat/liefde-gevoel voor Amsterdam

Het nieuwe jaar is in zicht en ik wil schoon schip maken. Dus pak ik nu mijn hevige aversie tegen Amsterdam aan. Als ik nadenk, wordt vanzelf duidelijk waar die vandaan komt.

Nostalgie
Heel lang vond ik het heerlijk om Amsterdam te bezoeken. Als dertienjarige had ik een hele zomer vakantiewerk gedaan. Met mijn oudere zus, neef, nicht en vriendinnen gingen we de bloemetjes buiten zetten in Amsterdam. Ik was er nog nooit geweest en keek mijn ogen uit. Die dag ging mijn hele salaris er doorheen, de stemming was opperbest.

Toen kwam de tijd waarin ik zelf ging ontdekken en reizen. Vanaf het centraal station werd de vertrouwde halve cirkel steeds breder, boeiender en verrassender. Ik bezocht kantoren van luchtvaartmaatschappijen, touroperator Greyhound en het Amerikaanse consulaat. Daarna volgden musea, 48 onvergetelijke kruisraketten, concerten, en een informatiedag over de zijderoute.

Keerpunt
De kentering kwam toen ik overal in ons land op kunstmarkten ging staan. Misschien lag het aan de locatie. Maar in Amsterdam zag ik vooral verwende mensen. Het type dat bakken met geld verdient, zelden tevreden is, zich stierlijk vervelende kinderen meesleept, en alles al heeft.

De organisatoren spelen het hard. Zij kunnen een voorbeeld nemen aan dorpjes in mijn provincie. Daar krijg je als standhouder op de koude kerstmarkt ’s ochtends gratis koffie en ’s middags warme glühwein. Nee, in Amsterdam moet je als standhouder dokken voor de wc. Ze laten buitenmarkten zelfs doorgaan als het KNMI waarschuwt niet de weg op te gaan. Anders zijn ze namelijk verplicht om het staangeld terug te betalen.

Mentaliteit
Amsterdam is zo trots op zijn allereerste aandelenbeurs. Maar feitelijk is dat de bakermat van de graaicultuur. Achter de pracht en praal van grachtenpanden gaat een rotte mentaliteit schuil. Die gebouwen zijn vaak bekostigd met geld van uitbuiting, afpersing, bedrog, geweld en slavenhandel. Fraai hoor. Ik weet dat dit te zwart/wit is gesteld. Ik ken ook super hartelijke ras-Amsterdammers uit de Jordaan. En één van mijn beste vriendinnen komt er vandaan. Toch vraag ik mij af wat Amsterdam zou zijn, zonder de toestroom van getalenteerde provincialen.
En als je ziet hoe ze daar tewerkgestelde bijstandsgerechtigden behandelen, vraag je je af of ze al beseffen dat we geen plantages in de tropen meer hebben. Deze mensen moeten verplicht aan tafel blijven zitten in hun pauze.