Een blik op Latijns-Amerika

Zondagavond. Latijns-Amerikacorrespondent Nina Jurna toont als Zomergast een recent en ontluisterend fragment. Te zien is een groepje Braziliaanse indianen met hoofdtooien, blote basten en traditionele tatoeages op hun gezichten en lichamen. Ze komen uit dorpen ver weg en diep in de Amazone, het oerwoud. Vermoedelijk hebben ze een lange en uitputtende rit over modderwegen achter de rug. Nu demonstreren ze in de hoofdstad tegen een wetswijziging die hun leefgebied zal verwoesten.

Het zijn representanten van de oorspronkelijke bevolking. Of beter, de representanten van het restant. Zij die hebben weten te overleven na 1492. De wet zal het ontoegankelijke oerwoud ontsluiten. Er zullen wegen worden aangelegd, en dan komen al snel de goudzoekers. Goud- en andere gelukszoekers vormen steevast de voorhoede.

Met de goudzoekers komen ook de chemicaliën, de wapens, de hoeren, de gewelddaden, de ontbossing, de belangen van de echte grote spelers en daarbij de regels die de oorspronkelijke bevolking zeker niet zullen bevoordelen. Zo gaat het namelijk altijd, waar ook ter wereld, wanneer er voornamelijk macho’s rondlopen.

In het fragment zie je een ontmoeting tussen de oorspronkelijke bevolking en de moderne, ‘ontwikkelde’ mens. Het is niet de allereerste ontmoeting, in 1492. Het is als die latere ontmoeting, een paar jaar daarna. Wanneer de moderne mens al een tijdje vaste voet aan de grond heeft gehad in hun leefgebied.

Het is de confrontatie die er overal ter wereld is geweest. Tussen ons en de indianen, de Zoeloes, de Maori, de Australische Aboriginals. Niet te verwarren met de ‘aborigines’ in Papoea-Nieuw-Guinea. Het verschil? Deze keer filmt een camera het tafereel. Het is een flash back uit de geschiedenis van eeuwen geleden, maar dan anno nu, live op tv. Zo ging het er toen dus aan toe.

Er is nog zo’n recent en onthutsend fragment. Venezuela, het parlement. Schreeuwende mannen. Een vrouwelijke politicus die even rauw en hard brult als een vent. Dat moet daar zo, kennelijk. Niemand luistert. Sommige politici spelen verveeld onderuitgezakt met hun smartphone. Ze zijn het tumult gewend.

Hoog op de publieke tribune roept een bevlogen, jonge arts in een witte doktersjas om medemenselijkheid. Er is geen geld voor medicijnen in zijn ziekenhuis. Mensen sterven, omdat hij de middelen ontbeert om ze te helpen. Doe er wat aan, smeekt hij. Een doodzieke en lijkbleke vrouwelijke kankerpatiënt ziet de debatterende politici beneden aan. Het geschreeuw gaat nergens over. Zij staat te wankelen, ze moet gaan zitten. De politici gaan door.

Als het in Europa ook misgaat, dan is dit ons voorland.

Ik heb vrijwel niets met Latijns-Amerika. Dat is vreemd, want er is daar toch genoeg mooie natuur. Misschien ben ik te veel beïnvloed door beelden op ons acht uur journaal. Beelden van guerrillastrijders, dictators, gevaarlijke beesten en drugsbendes in favela’s. Je kent het wel. Terwijl, zoals Nina Jurna zegt: gewone mensen leiden hun leven in die favela’s.  En dat wéét ik toch? Want ik bén in Keniaanse sloppenwijken geweest. Ook daar is het leven van mensen best wel alledaags.

Zuid-Amerika is een door mij zwaar miskent continent. Ik herinner mij nog de bijeenkomsten met vertegenwoordigers van organisaties uit die regio bij mijn vroegere werkgever. Die mensen bleken zeer creatieve ideeën te hebben. Sterker: hun maatschappelijke organisaties waren vaak al verder dan vergelijkbare organisaties op andere continenten. Van hen kon je echt nog wat leren. Ze kwamen onder meer voor kennisuitwisseling.

Ik heb vrijwel niets met Latijns-Amerika. Waarschijnlijk omdat ik het continent van oudsher associeer met de La Bamba. Dit lied heb ik lang gehaat. Als er wat meer Santana was geweest, was het tussen mij en Latijns-Amerika vast beter gelopen. Ik kan zelfs geen gerecht uit die regio bedenken dat ik lekker vind.

Maar in Nina, met haar deels Latijnse passie en liefde voor een continent, haar betrokkenheid, haar zoektocht naar haar afkomst en haar eigen strijd tegen onrecht, herken ik alles.

Mijn wereldbeeld is ontstaan in Europa en gevoed met films uit Noord-Amerika. Reis-technisch ben ik volwassen geworden in de Britse Commonwealth. Engels is mijn linqua franca. Dat heeft veel van mijn visie en keuzes bepaald. En niet alleen die van mij. Venezuela is ons buurland, maar hoeveel Nederlanders zien dat?

You Tube, voor onderzoek en relaties

You Tube is als social medium een goudmijn voor onderzoek. Marketeers gebruiken het en trendwatchers ontwaren er nieuwe trends op. Dat ligt voor de hand. De mensen achter You Tube spitten zelf ook gegevens door. Zij weten als eerste wat ons, de wereldwijd ruim een miljard gebruikers, bezig houdt. Maar er is meer. Volgens mij werkt You Tube daarnaast uitstekend als kennismakingsplaats.

Wetenschappers en journalisten baseren hun bevindingen op data van You Tube. De mogelijkheden zijn bijna onbegrensd. Stel dat je wil kijken hoe straattaal tussen 2009-2018 binnen een bepaalde subcultuur is veranderd. Dan hoef je alleen te weten welke muziek bij die groep hoort. Je zoekt de populaire bands op, kijkt naar hun video’s en checkt de onderstaande reacties. Klik je op de profielfoto’s, dan ontdek je persoonlijke details. Bijvoorbeeld in foto’s. Ze onthullen het geslacht, de leeftijdscategorie, de taal en dergelijke van zo iemand. Op deze manier vind je antwoorden op You Tube.

Zelf verdwaal ik regelmatig hopeloos op You Tube. Dan beland ik zomaar in een leefwereld die ver van de mijne af ligt. De algoritmes van dit kanaal brengen mij bij mensen waar ik normaal nooit mee in contact kom. Neem nu Wayne V. Ik belandde bij Wayne thuis via The Raconteurs. Of eigenlijk via Jack White, want ik zocht naar Steady as she goes. (Een heerlijk nummer trouwens; ik draai het helemaal grijs.)

Afijn, toen de video was afgelopen, schoof You Tube Ball and biscuit van The White Stripes naar voren. Want ook in die band speelde Jack White. Het is van die luie, rauwe, Amerikaanse rockmuziek met zo’n vette, strakke gitaar erin. Je moet er voor in de stemming zijn. Of anders beschouwd: het kan een bepaalde stemming oproepen. Zo’n van: Sod off, ik doe mijn eigen ding.

Aangezien ik toch niks beters had te doen, scrolde ik door de reacties onder die video. En toen stuitte ik dus op Wayne. Vijf jaar geleden schreef hij dit: ‘This song makes you wanna strip down Naked, Oil up walk into work slap your Boss and kiss his Secretary and tell her you had better,.. steal a pen and walk out ..’

Kijk, zo’n reactie, in een bepaalde stemming, bij deze muziek … daar hou ik wel van. Dus dan word ik nieuwsgierig. Helemaal omdat er op zijn profielfoto zo’n soort auto staat als waar ik het eerder over had.

Ik heb op het icoontje van Wayne V geklikt. En nu weet ik bijna alles over hem. Wat zijn hobby’s zijn, van welke films en auto’s hij houdt, naar welke muziek hij luistert, wat ongeveer zijn leeftijd is, en of hij een romanticus is. Nou ja, ik heb absoluut niks aan die informatie, want hij is mijn type niet. Maar dat maakt weinig uit. Ik heb me weer een half uurtje vermaakt.

Rambo is toch een rolmodel voor mij

Zondagavond, The Expendables deel 2 is op tv. Er staan nog andere films op het programma en een documentaire van Sinan Can op NPO2. Sinan kan bij mij flink wat potjes breken sinds hij met een Armeniër naar zijn Turkse roots is teruggekeerd. En op zich is het een onbelangrijk detail, maar Sinan is best breed uitgevallen. (Hou dat postuur van hem even vast in gedachten.) Want ik wil het hebben over Sylvester Stallone en zijn maatjes, in The Expendables.

Nu zou je kunnen denken: ‘Waarom kijk jíj in hemelsnaam naar dat soort bagger? Zo’n film vol knokpartijen, snelle auto’s, schietpartijen, gangsters, tussendoor een leuk meisje dat dringend hulp nodig heeft, of dat juist als one of the guys meedoet, en al dat rondspattende bloed? Er is toch wel wat beters op tv, zoals VPRO-documentaires en de Japanse film Spirited Away? Tja, da’s waar.

Toch, Sly is mij zo vertrouwd en ik ben met deze bagger opgegroeid. Nou ja, niet thuis hoor. Mijn ouders keken naar actualiteitenprogramma’s, aangevuld met voetbal voor pa (gáááááp) plus kunst- en natuurseries voor ma. Zelf keek ik in het pre-MTV-tijdperk reikhalzend uit naar Toppop (daar zat je dan de hele week op de wachten, en dan viel het weer tegen).

En toen kwam Veronica. Helaas keken mijn ouders daar niet naar. Om die reden heb ik alle bagger tot mij heb genomen bij mijn beste vriendin. Want zij was enig kind en had meer zeggenschap thuis dan ik. Bij haar kwamen ook altijd vrienden langs. Dus viel de keuze meestal op Amerikaanse actiefilms.

Je zou zeggen: ‘Daar groei je toch op een gegeven moment overheen? Je hebt je in sociale en maatschappelijke onderwerpen verdiept, zelfs op wetenschappelijk niveau in wereldproblematiek, en je denkt na over klimaatverandering. Dan doorzie je toch wat voor bagger die films zijn! En al dat geweld; je weet hoe erg dat in het echt is.’

Jawel. Maar ik heb soms helemaal geen zin in die weldoordachte, ingewikkelde verhaallijnen van arthouse films. Je kan tenslotte ook genieten van haute cuisine en tegelijk smullen van een Raspatatje speciaal met uitjes en extra pittige curry. Ik tenminste wel, hoor. En ik verloochen mijn afkomst niet. Of nou ja, die van mijn beste vriendin.

Dan kan je nog tegenwerpen: ‘Maar als je dan zo nodig naar Amerikaanse actiefilms moet kijken, dan kan je toch zeker wel een intelligentere film uitzoeken? Zoals die ene met Brad Pitt erin: Burn After Reading van de broertjes Coen. Of die andere met Brad en die twee vrouwen, Thelma and Louise. Ja, ja, zulke films zijn ook een waar genoegen om te zien.

Maar toch hè, en nu komt het, Sylvester Stallone heeft blijvende invloed gehad op mijn beeld van ideale mannen. Oké, die enorme spierballen en die gladgeschoren torso’s hoeven eigenlijk niet. Maar gewoon, een beetje breed en donker haar, daar kijk ik graag naar. En met de jaren wordt hij leuker. Want hij beseft zelf ook wel wat voor wandelend cliché hij is. Daar zit The Expendables 2 helemaal vol mee. Echt, voor een avondje ontspanning kijk ik graag naar kamerbrede mannen, pardon: actiefilms.

De aanstaande invasie en grappige katten

Ik weet niet hoe jullie erover denken. Maar als je het dagelijkse bombardement aan omineuze berichten mag geloven, staat ons een heuse invasie te wachten. Van Amerikanen die Donald Trump & Co. ontvluchten. Omdat ze nu voor hem zijn en straks zwaar teleurgesteld worden. Of omdat ze niet onder zijn presidentschap verder willen leven. De eerste bedrijven schijnen al onze kant op te komen. Kijk, dat is dan toch goed nieuws voor de arbeidsmarkt.

funny-cats-compilationOm de dreigende rampspoed te ontvluchten, heb ik zelf naar filmpjes van funny cats gekeken. Altijd goed. Ik heb er in mijn eentje dubbel om gelegen. (Als je lacht terwijl er niemand bij je is, is het zeer oprecht. Zo heb ik ergens gelezen.) Vanaf 2 minuten en 40 seconden begint het allerleukste stukje met het mormel hiernaast. Maar de openingsscène mag er ook wezen. Nou, ik kan er weer helemaal tegen.

O ja, zullen we wedden? Ik durf te stellen dat Trump dol is op katten. Kijk maar naar zijn vrouw. (Haar uiterlijk, bedoel ik.)

(Oeps, dat had ik nu weer niet mogen schrijven. Sorry.)

Amerikaans arbeidsethos

Iedereen valt over Hillary Clinton heen nu blijkt dat zij een longontsteking heeft verzwegen. Dat had ze eerder moeten laten weten. Opmerkelijk. Kennelijk is er iets veranderd in Amerika. Ik herinner mij nog precies hoe het was om in 1996 bij een Amerikaans bedrijf te werken.

Er was hier in die jaren een tekort aan financieel geschoolde mensen. Ik werkte er tijdelijk met mijn praktische boekhouddiplomaatje in een MBA-waardige functie. Je mocht er absoluut geen fouten maken. Ongeveer 60% van mijn tijd ging op aan het controleren van mijn eerder verrichte werk. Dat werd mij bij aanvang expliciet opgedragen.

Iedereen werkte daar meer dan veertig uur per week. (Behalve ik, zei de gek.) Mijn cheffin kwam elke ochtend voor de file uit Waalwijk naar Leiden. Ze vertrok pas nadat de ergste avondfiles waren verdwenen. Regelmatig keerde ze op zaterdag nog even terug naar kantoor. Waaruit haar leven bestond, behalve het huis delen met haar bejaarde moeder? Ik zou het werkelijk niet weten.

Bikkelen was daar gewoon de norm. Mijn voorganger had kort voor mijn komst iets over de gang van zaken opgemerkt, zo werd mij besmuikt verteld. Dat paste niet in het Amerikaanse beeld van een toegewijde werknemer. Op zekere dag kreeg hij na de lunch te horen dat hij binnen een uur kon vertrekken. De bewakingsdienst kwam hem keurig ophalen en naar de buitendeur begeleiden.

Waarschijnlijk waren ze er zelf ook een beetje beduusd van geweest. Dat ik om 17.00 uur naar huis ging, werd goedmoedig getolereerd. Zolang ik mijn werk maar af had. Ook   mocht ik als vrouw broeken dragen, in plaats van rokken. Ik kreeg geen plek in een raamloze achterkamer. Wel een riant bureau in een ruimte met panoramazicht, wat tot de nodige afgunst leidde. Want zo wordt volgens de Amerikaanse pikorde een manager gehuisvest.

Ik heb er twee ‘situations’ meegemaakt.

Het eerste was voorafgaand aan de komst van een delegatie ‘suits’. Die kwam van het hoofdkantoor in Chicago naar Nederland. Ineens gedroeg iedereen zich anders. Bij uitzondering keek mijn cheffin mijn concept-werk na voor de maandafsluiting. Er zat één klein foutje in. Dat was nog makkelijk te herstellen voor de eindversie. Maar zij, die tot dan toe alle verschijnselen van zware overspannenheid kunstig had weten te verbergen, ging fináál door het lint.

Ik wist werkelijk niet wat mij overkwam. Ze torende boven mij uit en stond te razen en te tieren. Zo hard en snerpend, dat ze het helemaal tot aan het eind van de gang konden horen. What a nightmare. Ik schaamde mij dood en kon wel door de grond zakken. Maar ik dacht ook: dit is buiten alle proporties. Later heeft zij haar excuses aangeboden.

Het tweede betrof de manager boven haar. Een dertiger, die zo mogelijk nog langere dagen maakte. Was net vader geworden, ik begreep er niets van. En toen moest hij plotseling met grote spoed in het ziekenhuis worden opgenomen. Longontsteking. Daar was hij veel te lang mee doorgelopen. Het had zijn dood wel kunnen worden.

Ach, wat erg toch voor hem en zijn jonge gezin, vond iedereen. Maar tegelijkertijd kon ik het aan alles merken. Dat de Amerikanen zijn doorzettingsvermogen en arbeidsethos beslist waardeerden.

Zonder zaklamp app

De Tegenlicht-aflevering ‘Offline als luxe’ maakt duidelijk dat er geen ontkomen aan is. We raken geheel verstrikt in de tentakels van de heersers van het wereldwijde web. Maar waarom laten we ons leven bepalen door een mobiele telefoon en internet? Misschien missen we met een goede bereikbaarheid wel meer dan zonder. Het echte leven, bijvoorbeeld. Ik moet terugdenken aan een duistere avond bij de Grand Canyon.

IMG_3833

Verenigde Staten, 1984, een tour in een internationaal gezelschap. De gids van onze busreis waarschuwt al bij aankomst, aan het eind van de middag. Het wordt hier zeer donker. Er zal weinig verlichting zijn in het kamp. We kunnen maar beter een zaklamp kopen voor het stukje tussen ons onderkomen en het restaurant.

Ach, die Amerikanen overdrijven altijd. Mijn reisgenote en ik halen onze schouders op. Want zo ver ligt onze bungalow toch niet van het restaurant? Er loopt een weg langs en anders geven de sterren wel licht. Wij stedelingen (zij uit helverlicht Hong Kong en ik uit de Randstad) zijn jong en overmoedig. We kunnen ons geen voorstelling maken van wat ons te wachten staat.

Want het wordt donker en het gaat onweren, terwijl wij in het restaurant zitten. Als we vertrekken, ontdekken we wat onze gids bedoelde met a pitch dark night. Eerst nog in het zwakke schijnsel van het restaurant gaan we op pad. Daar links ergens moet die weg liggen en ernaast is het wandelpad.

Maar iets verderop is de ruimte waardoor we worden omringd werkelijk gitzwart. We staan stil in het luchtledige. Al wat er is, is onzichtbaar zwart. Links en rechts en voor en achter ons. Ik hou mijn hand voor mijn ogen en zie absoluut níets! Behalve dat onpeilbare zwart. Ondertussen rommelt en dondert het onheilspellend.

Zij weet zich geen raad. Gelukkig heb ik als kind op zomerkamp nachtelijke droppings meegemaakt. Daarom vraag ik haar mijn hand vast te houden. Onze handen vinden elkaar zoekend. Contact. Ik praat voortdurend kalmerend. Want zolang ik rustig praat, heb ik controle. Zelfs al denk ik dat maar.

Plots zien we een schokkend helle flits. Magistraal grillig elektrisch licht. Een zilveren, spierwitte, spookachtige schicht. Ik voel het gebeuren: mijn armharen gaan rechtovereind.

Dáár is de weg. Hand in hand gaat het snel voorwaarts. We bereiken het asfalt van het voetpad deels op de tast. Want alweer is alles gitzwart. Stapje voor stapje volgen we het vlakke asfalt. Wanneer de ondergrond ongelijk aanvoelt, dwalen we kennelijk af. Dus gaat het voetje voor voetje terug naar het pad.

Tot het felle schijnsel van koplampen over de weg glijdt. Een auto verschijnt. We zien weer welke kant het pad op gaat en lopen snel door, hand in hand. Twee verdwaasde konijnen met wijd opengesperde ogen. Waar al gauw geen enkel licht meer in valt.

Alles weer onvoorstelbaar zwart in dit enorm overweldigende land. Bij elke  bliksemschicht komen we tientallen meters verder. Tot we de 150 meter naar onze bungalow hebben afgelegd.

We hebben elkaar sinds die reis nooit meer ontmoet; we waren slechts een gelegenheidsduo. Maar ook zij zal zich dit nog herinneren. Deze intens spannende tocht zouden we nooit hebben beleefd met een mobiele telefoon en zaklamp als app.