Het leven is geen rozentuin

’s Avonds ligt er bij thuiskomst een verkeerd bezorgde envelop tussen de post. Het huisnummer klopt, maar het adres is twee straten verderop. Morgen breng ik dit wel even naar het juiste adres, denk ik en leg het poststuk weg.

Zondagmiddag. Het is rustig buiten. Ik wandel door de straat met vrijstaande huizen en groene tuinen. Plots klinkt uit één van die huizen driftig gekrijs. Het blijft even stil terwijl ik het pand nader. Alle ramen zijn dicht. ‘You are always leaving me!’, roept een vrouw nu met schrille stem, hevig teleurgesteld en geagiteerd. Een andere persoon hoor ik niet.

Mijn ontspannen zondagmiddagstemming slaat in één klap om. Ik voel me bijna onpasselijk. Er doemen herinneringen op aan een andere huiselijke strijd, waarvan ik de geluiden jaren geleden in Kenia overhoorde, vanuit een flat driehoog in ons appartementencomplex. Dat ging om een gewelddadig conflict tussen een man en een vrouw. In werkelijkheid klinkt fysiek geweld veel naarder dan in een film. Misselijkmakend zelfs. Echt sickening.

Nog twee huisnummers; dan bereik ik het adres.

Op de stoep zit een weldoorvoede kater bij het tuinhek, die klagelijk begint te miauwen zodra ik nader. Ben je buitengesloten, soms? Ik open het hek en loop naar de deur. Hoopvol wandelt het dier naast mij mee, kennelijk verwachtend dat de voordeur open zal gaan. Maar ik duw de envelop in de brievenbus en keer om.

Een onzichtbare vrouw, een onzichtbare ander en een kater. Alle drie ongelukkig. Ook ik voel me nu bezwaard. Het duurt wel een paar honderd meter vooraleer ik een afschuddende beweging maak, diep adem haal en de omgeving weer in mij opneem. Daarna gaat het weer, een beetje.

Weten wanneer je teveel bent

dicht bij elkaar

Getweeën wandelen we in de staart van de groep. Kort daarvoor hebben we ontdekt dat we een passie delen voor schilderkunst en fotografie. We vertellen elkaar hoe we tewerk gaan, als vakzusters, zeg maar. Het is echt een onderonsje. Zo’n gesprek waar je even geen anderen bij wil hebben. Gewoon, omdat je weet dat zij het onderwerp in een afwijkende richting zullen trekken. Zodra dat gebeurt, is de ‘betovering’ voorbij.

Mensen die een inbreuk maken; dat maak je vaker mee tijdens groepswandelingen. Het kan heel subtiel gebeuren, een beetje gewiekst, of onbeholpen. Soms is gedrag beslist ergerlijk. Dan wringt iemand zich er met alle geweld tussen. Andere keren heeft het iets aandoenlijks. Dan kan iemand slechts zijn nieuwsgierigheid niet bedwingen. Er zijn ook mensen die charmant een oprecht belangstellende vraag stellen. Dat werkt effectiever.

Deze keer gaat het zo. We wandelen naast elkaar op een breed zandpad. Links en rechts is nog ruimte. Een andere vrouw komt vlak voor mij lopen en luistert duidelijk mee. Soms zegt ze iets tegen mijn gesprekspartner. Ik moet mijn pas nu een beetje inhouden, anders raak ik haar hielen. Zo weinig ruimte laat ze mij.

Dit noem ik de passief-agressieve manier van inbreuk maken. Want als ik er niets van zeg (met een geintje of waarschuwing), vergroot ik automatisch de afstand tussen haar en mij. Dan ga ik iets meer naar achteren lopen. Dat is precies haar bedoeling. Want zíj wil op mijn plek wandelen en met mijn gesprekspartner praten. Helaas voor die vrouw houdt mijn gesprekspartner bij vertraging gelijke tred met mij.

Ik weet het. Het is te kinderachtig voor woorden, maar dit is hoe volwassenen met elkaar omgaan.

De onbeholpen manier is een stuk onschuldiger. Deze keer is er achter ons nóg een vrouw stilletjes bij gekomen. Het is een wat verlegen type en zij loopt zwijgend mee. Vermoedelijk wil ze slechts meeluisteren. Mij stoort ze daar niet mee.

Mijn gesprekspartner en ik hebben allebei een zachte stem. Dus moet die vierde vrouw wel heel dichtbij komen om ons gesprek te volgen. Het gevolg is dat ze per ongeluk op mijn hiel trapt en ik in een schrikbeweging een grotere stap maar voren maak. Hard tegen het been aan van de vrouw vlak voor mij.

Schuld versus schaamte in de NL rechtszaal

Schaam je!

2Doc: Het fatale scooterongeluk gaat over Mohamed el G. (19) en Mohamed A. (18) die in 2010 Mario van de Geijn in Nijmegen hebben doodgereden. Ik kies deze woorden bewust. Ik houd hen beiden persoonlijk aansprakelijk voor wat ze hebben gedaan. En meer dan dat.

Wat deze documentaire toont, is hoe zeer de betrokkenen uit twee totaal verschillende culturen langs elkaar heen leven. De rechters, de nabestaanden van het slachtoffer en de documentairemakers zijn allemaal Nederlands. Ofwel, afkomstig uit een schuldcultuur. Maar deze twee jongens komen uit een schaamtecultuur. (Ze worden in de documentaire ‘mannen’ genoemd, maar omdat zij nooit volwassen zullen worden, verdienen ze die titel niet.)

Volgens opvattingen binnen hun eigen cultuur mogen al hun voorouders en aanverwante familieleden zich doodschamen. In het Nederlandse rechtsstelsel kan je met leugens en huftergedrag je straf ontlopen. Maar van deze schande komen zij en hun familie nooit meer af. Eib! Aib! Of hoe je het ook schrijft.

Al vijftig jaar zijn er grote groepen immigranten uit schaamteculturen in Nederland. Daarom verbaast het mij dat we weinig tot niets daarvan terugzien in de rechtszaal. Onze rechtsspraak is keurig, redelijk en voor dit soort hufters veel te braaf. Deze jongens hebben er compleet maling aan. Het enige wat dan kan werken, is ze aanpakken volgens de normen uit hun eigen cultuur. Ofwel, er moet een vertaalslag komen. Een tolk, die elk woord over schuld en verantwoordelijkheid omzet in schande. Zodat ze eindelijk verstaan waar rechtsspraak in Nederland over gaat.

(Het reactieveld is bij dit bericht uitgeschakeld.)

‘Ik heb het niet gedaan’

Vergeet detective series, vergeet crime investigation scenes. Er is een andere cliffhanger die je echt moet zien. Zelden ben ik zo onder de indruk geweest van een reconstructie. Tijdens het filmen stond er voor alle betrokkenen veel op het spel. Dit gaat over Romano van der Dussen in Elena Lindemans’ documentaire Ik heb het niet gedaan. Romano zat 13 jaar onterecht vast in een Spaanse cel.

‘De onthutsende documentaire laat niet alleen zien hoe Romano – die slechts voor een deel is vrijgesproken – nog altijd vecht om zijn onschuld te bewijzen. De film toont ook aan hoe dun de lijn is tussen goed en kwaad, tussen recht en onrecht. Want ís Romano wel zo onschuldig als hij zegt te zijn?’ (BNNVARA.)

Je zal voortdurend heen en weer worden geslingerd, tussen wat gelogen is, en wat het ware verhaal. Je zal worden geconfronteerd met je eigen gedachten. Schat je alles wel goed in of niet? Kijk je naar een slachtoffer of naar een dader? Is er een verschil?

Al het vertrouwde jargon komt voorbij: ‘nu zouden ze het ADHD noemen’, ‘een moeilijke jeugd’. Shots van een ontmoeting met een makker uit het verleden. Het ruige leven staat op diens gelaat getekend. Ze hebben ‘een beetje kattenkwaad’ uitgehaald. Vergelijk dit met het eufemisme van de elite: ‘een dwaling’, over een rechterlijke uitspraak. En je zal je wederom afvragen af of er wel een verschil is.

Ik neem mijn pet af en maak een diepe buiging. Zelden heb ik zo’n aangrijpende documentaire gezien.

I know the truth and I know what you’re thinking. Stone Roses – Fools Gold.

Vandalisme in zo’n keurig dorp

 

“J’aimerais te voir à Oosterbeek”, schreef hij [Jan Kneppelhout] in 1834 aan een vriend, “une personne que j’aime foulerait une terre que j’aime, une terre où ont germé mes plus douces, mes plus chères pensées, où j’ai vécu si heureux, où j’ai été bon si souvent …”

Op een heerlijke zonnige zondag wandel ik in de koele schaduw van de bomen op de Hemelse berg. Het oude landgoed van Kneppelhout. Zijn naam is mij vertrouwd. Hij vormt een van de verbindingen tussen mijn nieuwe thuisgebied en Leiden, mijn oude woonplaats. Zoals hij naar de omgeving keek, zo kijk ik nu instemmend met hem mee.

Om mij heen een heuvelachtig bos met doorkijkjes naar de lager gelegen rivier. Er stroomt een kabbelende beek door, met vijvers, bruggetjes en kleine watervallen. De naastgelegen Lage Oorsprong heeft onder meer een openluchttheater. Daar genieten toehoorders op het gras van een concert. En op een glooiende weide verderop liggen dromerige koeien lekker lui te soezen naast een boom.

Kneppelhout was een humoristische schrijver uit de negentiende eeuw. Hij heeft veel voor het dorp en de inwoners betekend. Daarom zie je nog overal gedenktekens. En nu is er een kapot.

Het is een vierkant kunstwerk van glas. Heel dik glas. Ik ontdekte het tijdens een wandeling zo’n vijf jaar geleden, toen ik nog in het Westen woonde. Het was leuk om de naam van een bekende Leidenaar in Gelderland tegen te komen. En nu is zijn monumentje dus stuk. Op een hoek is een grote scherf uit het glas gebroken. Mensen hebben al troep in de doorzichtige kubus gegooid. Er ligt een verfrommeld sigarettenpakje in, en een gedeukt pak sinaasappelsap. Kunst gereduceerd tot afvalbak.

Toen ik het glaswerk voor het eerst zag, dacht ik al. ‘Als dat maar goed gaat.’ Want het staat op een verlaten plaats. Op zondagen loopt er wel genoeg volk rond. Mensen met kleine kinderen en baasjes met hun hond. Maar wat komt er langs op andere dagen, of ’s avonds? Want het is bij uitstek een plek voor verveelde hangjongeren. Die moeten hun energie kwijt, stoer doen of hun agressie botvieren. Die willen kijken hoe ver ze kunnen gaan en hun maten tonen hoe sterk ze zijn.

De ruiten van het eenzame bushokje tussen het dorp en de stad zijn al gesloopt. Die worden na de zoveelste geweldsuitbarsting niet meer vervangen. Als hangjongere moet je dan wel op zoek naar wat anders. Geen mooiere uitdaging dan zo’n glazen ding. En dit glas was minimaal twee keer zo dik als die ramen. Kicken.

Hoe zouden ze het hebben aangepakt, als het inderdaad hangjongeren waren? Je loopt het bos toch niet in met een voorhamer?

Bron citaat: Biografischwoordenboekgelderland.nl.

Soms wat bot en grof

Soms vraag ik mij af wat mensen bezielt. Een blogster schrijft op haar profielpagina wat ze privé en zakelijk doet (met bedrijfsnaam). Er staat ook een enkel zinnetje bij over haar vier belangrijkste karaktertrekken. Althans, kennelijk beschouwt zij ze zelf zo. Namelijk: direct, eerlijk, bot en grof. Ik had al zo’n vermoeden. Dit was namelijk te merken aan haar reacties op mijn blog.

Was.

Want ik kan ook direct zijn, maar pak het liever wat geraffineerder aan.
‘Mijd luidruchtige en agressieve mensen, zij zijn een kwelling voor de geest.’

Desiderata, Max Ehrmann, 1927.

Meisjes moeten aardig zijn

Tot in de jaren zestig werden meisjes opgevoed met het idee dat ze aardig moeten zijn. Ook ik kreeg die boodschap in mijn jeugd mee. Mijn moeder was van een generatie vrouwen die standaard trouwden en kinderen kregen. Dan moest je wel eerst een man zover krijgen. Dus was het niet handig als je steeds bits van je afbeet. Mijn ouders hebben echt hun best gedaan. Maar volgens mij was dat idee over aardig zijn een kardinale misser. Ik heb er nu soms nog last van. (Grapje.)

Een leeftijdgenoot en voormalige collega die managementassistente was, zat er helemaal niet mee. We werkten bij een organisatie voor minderbedeelden in de samenleving. Iemand vroeg haar eens wat voor hem te halen, terwijl hij dat ook zelf kon doen. ‘Heb je polio of zo!?’, was haar reactie. Nee, dat was niet fraai. Maar je liet het wel uit je hoofd om haar te storen voor iets wat je zelf kon uitvoeren. Gisteren dacht ik met weemoed aan haar terug, na het lezen van een reactie op ‘Google vertaling op je blog’.

Onlangs zag ik een artikel over de verschillende rollen bij pestgedrag. Je hebt de pester, de assistent, de meeloper, de buitenstaander, de verdediger, en het slachtoffer. In de bloggers community is sprake van groepsvorming. Daarbij speelt ook wie populair is en wie niet. Sommigen beginnen heel schuchter. Maar worden zij populairder, dan permitteren ze zich steeds meer tegenover anderen. Ik zie het allemaal voorbijkomen. En denk er het mijne van.

Je zou verwachten dat mensen die aardig gevonden willen worden voor pesters een makkelijk doelwit zijn. Dat ligt eraan. Op de middelbare school ging ik onder andere om met een klasgenootje dat tamelijk populair was. Mijn beste vriendin zat ook op die school, maar in een hogere klas. We kwamen elkaar zelden tegen, want onze roosters weken af. Totdat ze werden aangepast en we gelijktijdig pauze kregen. Het populaire meisje kon niet hebben dat wij elkaar ineens vaker zagen.

Dus begon het getreiter. Ik probeerde het te negeren. Ik liet geen emoties zien en zei niets. In feite wist ik er geen raad mee. Tot ik eens flink van me afbeet met een opmerking over haar vader. Een succesvolle zakenman met wie zij steeds dweepte en van wie ze alles kreeg. Onvermoed had ik een pijnlijke tekortkoming doorzien en benoemd. Daarna was het pesten meteen voorgoed over.

Nog altijd prefereer ik vriendelijkheid en subtiliteit boven botheid. Toch, assertief zeggen wat je denkt kan heel heilzaam zijn.