Foute mening over ras en IQ

Baudet heeft iets geroepen over de relatie tussen ras en IQ. Dat zwarte mensen dom zijn, of zo. En nu heeft iedereen het erover. Maar je ziet toch dat hij uitsluitend bezig is met zijn opgeblazen ego? Het manneke heeft geen tijd voor wetenschappelijke onderzoeksrapporten. Over de relatie tussen hongersnood en de schade die dat in de hersenen van ongeboren kinderen aanricht, bijvoorbeeld. Hongersnood maakt geen onderscheid tussen ras of nationaliteit. Het effect is op alle mensen gelijk. Waar ook ter wereld.

Als we dan toch bezig zijn over het IQ, wil ik best even mijn mening ventileren. Weet je wie er volgens mij superslim zijn? Dat zijn joden. Eeuwenlang overal vervolgd en in het nauw gedreven, hebben zij de ergste noden en agressie doorstaan. Alleen de sterkste, slimste en meest geluk hebbende mensen overleefden. Precies zoals het in de natuur werkt volgens de evolutieleer. Maar dat zal wel weer een foute opvatting zijn. Voor alle duidelijkheid: ik heb geen druppel joods bloed. Jammer wel, eigenlijk.

Baudet zou wat aan ontwikkelingssamenwerking kunnen doen. Met Afrikanen. Kan-ie nog veel van leren. Of, zoals de joodse Arnon Grunberg schrijft: ‘James Rondeau van het Art Institute of Chicago vraagt zich af welke beslissingen moeten worden genomen om ‘aan de juiste kant van de geschiedenis’ te staan.’

Wijze woorden. Intussen kan Baudet slechts dromen van een heldhaftige afkomst van Hugenoten. Of van joden, nu we het er toch over hebben.

Maandag in Nairobi, 5 december 2005

Uitzicht kantoor NairobiIn de middag zit ik rond 15.45 uur aan mijn bureau op de vijfde verdieping te werken, wanneer ik een lichte schudding voel. Tot twee keer toe. Diverse collega’s hebben het ook gemerkt. Voor de zekerheid lopen we snel naar beneden. We wachten buiten aan de overkant van de straat op wat er komen gaat. De computers staan nog aan. Niemand weet precies wat er is gebeurd. Via telefoongesprekken horen we dat anderen de aardbeving ook in het stadscentrum hebben gevoeld. Het is al nieuws op CNN.

Na wat wikken en wegen stuurt A ons naar huis. Met collega’s vertrekken we richting onze compound. De Ethiopiërs W en Y en ik wonen daar in afzonderlijke appartementen. Onze Keniaanse collega’s T en E komen mee om wat te drinken in de gedeelde tuin. Natuurlijk is er gelijk een hoop gepoch tussen de Ethiopiërs en de Kenianen. Nadat de Kenianen vertrekken, wordt het helemaal gezellig. Want M, een gerespecteerde Ethiopische vriend van Y, komt erbij. Dan volgt een boeiend gesprek over Afrika en globalisering.

M is vader van drie dochters. Hij vertelt hoe moeilijk het is om ze zo op te voeden dat ze zelf nadenken. Want het schoolsysteem is gericht op stampwerk en kinderen moeten braaf de meester nazeggen. Zo’n leerkracht voelt zich bedreigt als een leerling vragen durft te stellen.

de Volkskrant, Kees BroereAlle drie de heren zorgen financieel voor familie thuis. Niet alleen onderhouden ze hun eigen vrouw en kinderen. Ze zorgen ook voor hun ouders, enkele ooms en tantes, een nichtje en een neef. Y onderhoudt van zijn salaris vijftien verwanten. Het geld is bestemd voor echte benodigdheden, zoals schoolgeld, levensonderhoud en medische kosten. En hij komt nog wel uit een tamelijk ontwikkeld gezin. Vakanties vieren ze nooit aan zee of in een ander land. Wanneer ze vrij zijn, gaan ze naar familie. Bij Kenianen gaat dat precies zo.

Dan stappen we over op Aziaten. Volgens M ligt de oorzaak voor het gedragsverschil tussen Chinezen en Afrikanen in het klimaat. Veel mensen zijn van oudsher al ‘tevreden’ zodra ze voldoende eten voor een dagelijkse maaltijd van hun lapje grond kunnen halen. Wat bij een weelderige vegetatie door het gunstige klimaat vaak lukt. Zo werkt het ook bij diploma’s. Als iemand met minimale inspanning een examen kan halen, zal hij geen extra moeite doen. De hoofdzaak is om een papiertje te krijgen, niet om veel kennis te vergaren.

Die houding heb ik inderdaad bij volwassen collega’s gezien.  Maar een van hen komt op zaterdag speciaal naar kantoor om daar ongestoord te leren. Ze heeft namelijk twee kleine kinderen. Toch is haar situatie dubbel. Want haar vijftienjarige nichtje is van het platteland naar de hoofdstad gehaald om 24/7 als kindermeisje te fungeren.

Vervolgens komt het gesprek op mogelijkheden. M vertelt dat mensen door hun omgeving worden ontmoedigd. Ze durven geen risico’s te nemen of iets innovatiefs te proberen. Mede omdat familieleden zo afhankelijk zijn van hun verdiensten. Zo kunnen armere mensen moeilijk een startkapitaal bij elkaar sprokkelen.

Volgens M is dat een reden waarom je hier weinig industrie ziet. (Eerder sprak ik een Indiër met een heel andere visie.) Ik wijs hem op de enorme potentie van Afrika. Er woont een jonge bevolking en het is rijk aan grondstoffen, zoet water en vruchtbaar land. Als het eens beter bestuurd zou worden en als ze de bevolkingsaanwas eens zouden beperken. Met dat laatste is hij het opvallend eens. Het aantal geboorten per vrouw daalt intussen wel.

Daarna nodigde Y mij uit om mee te eten. Hij eet elke dag samen met W. Zijn appartement heeft dezelfde meubels en indeling als het mijne. Afgezien van een vloerkleed bij de kast, is het echter een kale bedoening. Zelfs lampenkappen voor de peertjes ontbreken. Dat is bij Kenianen met een vergelijkbaar inkomen wel anders. Die stouwen hun huis vol met pompeuze meubels, kleedjes en tierelantijntjes. En daar neemt de tv een ‘sfeer verhogende’ positie in.

Ik verkeer ondertussen wel in goed gezelschap en er staat mooie muziek op. Pus: het is heerlijk om door drie intelligente Afrikanen verwend te worden met traditionele gerechten. Dat eten had W’s vrouw trouwens klaargemaakt. Hij bracht het gisteren mee uit Ethiopië. Eigenlijk is het een diner vol heimwee. Want het valt hem zwaar om steeds maandenlang van zijn gezin weg te zijn. En hier in Nairobi is discriminatie voor Ethiopiërs een realiteit. Daarom willen ze alle drie uiteindelijk terugkeren naar hun land.

Al met al werd het een bijzondere dag met een zeer geslaagde avond.

De vrouw, de immigrant en het patriarchaat

Gisteren zag ik twee prima documentaires van de VPRO. Eerst verscheen De trek van Bram Vermeulen over de huidige migratiestroom uit Afrika. Daarna volgde Tegenlicht met Erdogan’s aanhang in Nederland. Deze programma’s tonen iets van het menselijke verhaal achter actuele maatschappelijke dilemma’s. En ze werpen een licht op de oorsprong daarvan: het patriarchaat.

Veel immigranten en hun nakomelingen voelen zich onbegrepen en aangevallen. Zoals een Turkse ondernemer in Wateringen. Hij verlangt terug naar de Haagse Schilderswijk waar hij is opgegroeid en zijn moeder nog woont. Zij vindt het jammer dat er nu maar weinig Nederlanders in haar wijk wonen. Vroeger waren de Nederlanders aardiger tegen haar, zegt ze. Ze spreekt Turks tegen de documentairemaker en weigert op het Nederlands over te gaan.

Andere Turken zeggen steeds vaker het gevoel te hebben dat zij er niet echt bij horen. Zelfs al kennen ze Nederlanders al jaren; ze voelen toch dat ze op afstand worden gehouden. Eigenlijk worden ze niet als Nederlander beschouwd. Ik denk dat hier een kern van waarheid in schuilt. In elk geval bij een deel van de bevolking.

Dan is mijn vraag wel: hoe komt dat? In die Tegenlicht-aflevering zegt een Turkse man over de recente uitspraak van Rutte in Zomergasten iets als: ‘Hij wil dat we allemaal oppleuren.’ Ik betwijfel of die man zelf de drie uur durende uitzending heeft gezien. Laat staan dat hij een helder beeld heeft van de context waarin die uitspraak werd gedaan. Want de meeste Nederlandse Turken kijken naar tv-zenders uit Turkije. Dat komt door het gebrek aan voor Turken aantrekkelijke programma’s op NPO1, 2 en 3, zo stelt er een.

Een dergelijke gevolgtrekking van Rutte’s uitspraak is overduidelijk ongenuanceerd. Dan moet ik veel moeite doen om de spreker nog langer serieus te nemen. Zelf kan ik een afkeer van iemand krijgen door zijn opvattingen of gedrag. Echter nooit puur vanwege zijn afkomst. Want elk volk telt mensen die ongenuanceerd reageren en zelf nauwelijks nadenken. Helaas. Maar waar komt het beeld vandaan dat alle Turken zouden moeten oppleuren? Waarheidsvinding en objectieve oordeelsvorming zijn extra lastig voor leden van een patriarchale samenleving. Daarbinnen moet vaak ook iets worden verzwegen.

De recente couppoging in Turkije komt eveneens aan bod. Turken zijn gekwetst door het gebrek aan begrip vanuit de Nederlandse samenleving voor Erdogan. Het steekt dat politici lauw op de vermeende betrokkenheid van de Gülen-beweging reageren. (Mijn woordkeuze van de term ‘vermeende’ ligt ook gevoelig.) Maar we leven hier in een samenleving waarin we hebben besloten dat er eerst betrouwbare bewijslast moet komen, voordat een organisatie of persoon wordt veroordeeld.

Daarmee is niet gezegd dat ik de Turkse overheid op dit punt niet geloof. Belangrijk is wel dat ik vanuit mijn positie er geen zinnig woord over kan zeggen. Dan wacht ik liever met het trekken van conclusies. Deze behoedzame benadering, die in onze wetgeving is verankerd, is gebaseerd op talrijke lessen uit het verleden. Ofwel, op wijsheid en voortschrijdend inzicht. Dus waarom vindt een Turk het vreemd dat politici in dit land voorzichtig reageren? Hij wil toch ook niet dat zijn eigen hoofd bij het minste gerucht direct op het hakblok ligt?

Diverse Turken geven in het programma aan dat ze Mark Rutte maar niets vinden. Ze willen een sterke leider, zoals Erdogan. En ze gaan stemmen op DENK. In mijn ogen is dit kenmerkend voor het conservatieve, patriarchale systeem waaruit zij voortkomen. Een systeem dat nogal botst met moderne, westerse waarden. De bron van talloze Afrikaanse problemen ligt in precies datzelfde systeem.

Want het patriarchaat vereist dat je een mannelijke leider blind en kritiekloos volgt. Het werkt bepaald niet bevorderlijk voor zelfreflectie, vrije meningsvorming en persoonlijke ontplooiing. Kwalijker nog: een patriarchaal systeem is ronduit vrouwonvriendelijk. Ongeacht op welk continent je het aantreft: vrouwen worden consequent op schadelijke wijze achtergesteld. Dat heeft zonder enige twijfel ook economische repercussies. Maak je de halve bevolking monddood en vleugellam, dan blijft een land arm. Je ziet deze wetmatigheid overal ter wereld terug. Tot in de meest conservatieve landen van Europa.

Binnen de islam zijn sommige vrouwenrechten trouwens beter gewaarborgd dan in rechtsvormen van bepaalde niet-islamitische culturen. Maar religie staat feitelijk buiten dit verhaal. Het gaat om hoe mannen het leven van vrouwen menen vorm te kunnen geven. Terwijl ik als vrouw vind dat zij daarover niets hebben te vertellen.

Voorlopig ben ik opgelucht dat bonskanselier Angela Merkel zich weer verkiesbaar heeft gesteld. Zij is evenwichtig en hecht aan verbinding. In menig Europees land kraakt het democratische systeem. Er komen radicale partijen bij en die ondermijnen precies die democratie. Want ze zinnen op autocratisch leiderschap, zo gangbaar in een patriarchaat. Volgens mij wordt het juist de hoogste tijd voor een matriarchaat.

Op straat slapen

Ik heb drie nachten in mijn leven noodgedwongen op straat doorgebracht. Twee keer na afloop van het Rock Torhout festival in België. Daar miste ik de laatste trein. En een keer op het station van Lille in Frankrijk. Toen miste ik ’s avonds door vertraging in België mijn aansluiting naar Sedan.

In de laatste aflevering van het EO-programma Arm in Nederland? Eigen schuld! brengen twee vrouwelijke deelnemers ook een nacht op straat door. Ze hebben dan al veel mee- gemaakt: steeds minder te besteden, huis leeggehaald door de deurwaarder, huis kwijt en illegaal in een caravan slapen. Elke dag spreken ze mensen die in een vergelijkbare situatie zitten. Zo ervaren ze hoe het is, wanneer je volledig berooid bent nadat alles in het leven misgaat.

1985_torhoutDe eerste keer in Torhout was mijn eigen fout. Het festival ging door tot middernacht. Ik besefte niet dat de laatste trein naar Brugge, waar mijn hotel was, al om 21.30 uur vertrok. (Wie verzint zoiets nou bij een popfestival waar tienduizenden mensen op af komen?)

De tweede keer was ik dus gewaarschuwd en verliet ik tijdig het terrein. Althans dat was ik van plan. De bewaking hield mij echter tegen. Er liep al zo’n massa via die route naar het station, dat de rest een omweg moest volgen. Dat koste geen half uur, maar vijf kwartier. En dus miste ik wederom de trein.

Beide nachten in Torhout heb ik in en voor het station doorgebracht. Zo lang mogelijk binnen, totdat de boel werd ontruimd en de deuren dicht gingen. De eerst keer waren er ook andere festivalgangers gestrand. Het werd toen een gezellige, studentikoze nacht. Er was een Amerikaanse vrouw waar ik urenlang mee heb gepraat.

Maar de tweede keer zat ik alleen voor de deur. Er kwamen regelmatig dronken mensen langs. Met het verstrijken van de tijd werd het steeds kouder, onaangenamer en onveiliger. Ik probeerde de gure wind met een plastic tas voor mijn jas tegen te houden en moest hoognodig naar de wc. Uiteindelijk ben ik opgekruld bij de deur ingedommeld. Tot ik ruw opzij werd geschoven door de portier. Die duwde met de punt van de deur tegen mij aan, alsof ik een hoopje afval was. Als je op straat slaapt, ben je niets.

Mijn nacht in Lille (notabene een voorouderlijke stad) was weinig beter. Per toeval strandde ik er tijdens de Grande Braderie. Die braderie is zo ongeveer het equivalent van koningsdag in Amsterdam. Teruggaan naar huis was te ver, als ik nog naar Sedan wilde doorreizen. En in relatief nabij gelegen steden wist ik niet de weg. Het was het pre-internet tijdperk en ik had geen mobieltje. Bovendien sprak ik toen nauwelijks Frans en kon ik moeilijk informatie krijgen. Ik heb overal geprobeerd een hotelkamer te vinden, tevergeefs.

Na een lange omzwerving met mijn koffertje door de feestende massa, keerde ik uiteindelijk terug naar het station. Ook hier gingen de deuren dicht en werden de taferelen rondom het gebouw tamelijk chaotisch. Eerst waren er nog de vertrekkende feestgangers. Daarna kreeg een schimmiger en luidruchtiger publiek de overhand. Inclusief zwervende probleemgevallen, zoals je in elke grote stad bij stations ziet.

Ik heb urenlang in een bushokje gezeten terwijl politieauto’s regelmatig passeerden.
Rond 02.00 uur kreeg ik gelukkig gezelschap van een hele grote dikke zwarte vrouw. Zij plantte haar African Samsonites pontificaal voor ons beider voeten neer. Of ik mee wilde helpen opletten. Ook zij was gestrand en moest naar Parijs. Ze zat knus en stevig tegen mij aan op het kleine bankje. Ik blij, want met haar erbij voelde ik mij helemaal veilig.

De deelnemers aan het programma over armoede hebben uitgesproken en tegengestelde opvattingen. Ze zijn en blijven overtuigd van hun eigen gelijk. Daar verandert meedoen aan het programma niets aan. Volgens twee jonge mannen is het een kwestie van eigen schuld. ‘Had hij maar geen foute beslissingen moeten nemen.’ ‘Had ze maar alles aan moeten pakken’. Volgens een andere deelneemster kan het door omstandigheden misgaan. Zoals door ziekte of pech. Toch plaatst ook zij soms vragen bij de keuzes die armen maken.

Uitgerekend de drie mannen weigeren de dramatische eindfase: op straat slapen. De één zou zich nog liever van kant maken, als zijn leven zo uitzichtloos zou worden. De twee anderen, van de school ‘eigen schuld, dikke bult’, zijn ervan overtuigd dat het bij hen nooit zo ver zal komen. Zij zullen er alles aan doen om niet zo diep te zinken. Jammer.

Ruim achttien jaar sinds die nacht in Lille kijk ik terug op mijn nachtelijke avonturen. Zeker, nu zou ik andere keuzes maken. Maar ik ben dan ook pas laat assertief geworden. Buitenstaanders kunnen makkelijk oordelen. Ik ben door die paar nachten op straat vooral rijker geworden.

(Bron foto: http://www.oosterlincknet.be/concerts/1985_torhout.jpg)

Een eigen identiteit

Deze week schreef een Afrikaanse nieuwe Nederlander dit in de Volkskrant: ‘Wij dreven slavenhandel, emigreerden met miljoenen naar de nieuwe wereld en koloniseerden andere landen. Maar nu? Nu verbieden wij ontdekkingsreizigers die vanuit Afrika Europa willen betreden om zich vrij te bewegen. We zien ze als ongewenst.’ Bevreemdend, dat ‘we’.

Geschiedenis als identiteit
De laatste tijd geven nieuwe Nederlanders vaker hun mening in termen van ‘we’. Ik begrijp dat mensen uit andere culturen in de wij-vorm denken. Hun identiteit hangt samen met de groep waartoe zij zich rekenen. Hier is echter iets anders aan de hand. De schrijver presenteert zich als Europeaan en Nederlander. Zo eigent hij zich een geschiedenis toe die de zijne niet is. Alsof je andermans geschiedenis als identiteit kan aannemen.

Volksverhuizers
Weten wie je bent en waar je vandaan komt, is een groot goed. Ik ben een nakomeling van groepen immigranten uit Frankrijk, Wallonië, Belgisch Vlaanderen, Duitsland, Vlamingen in Engeland en een verdwaalde Pool. Zij kwamen allemaal naar Zuid-Holland. Anderen kwamen vanuit Overijssel en Limburg naar het westen. Vaak trouwden zij pas generaties later met ‘oorspronkelijke’ inwoners van Zuid-Holland. Mijn identiteit is onlosmakelijk verbonden met het leefgebied van die voorouders en met wie zij waren. Hun cultuur, hun ervaringen, ja zelfs hun tongval draag ik in mijn genen mee. Maar je ziet het pas goed als je weet wat hen heeft gevormd.

Identiteitsverwarring
Wat is dan identiteit? Volgens de oude Dikke Van Dale is identiteit: eenheid van wezen, volkomen overeenstemming, persoonsgelijkheid. Een identiteitsbewijs is: persoonsbewijs, gelegaliseerde kaart waaruit iemands identiteit blijkt, legitimatiebewijs. En identiteits- crisis is: toestand van fundamentele onzekerheid over eigen plaats en rol in de omliggende wereld.

Verschillende identiteiten
We hebben allemaal meerdere identiteiten, zoals persoonlijke, genetische, sociale en culturele. Per land en volk verschilt de waardering daarvoor. Het ene volk hecht meer waarde aan culturele of nationale identiteit dan het andere. In westerse landen is persoonlijke identiteit van belang. Dit maakt het voor recente immigranten wellicht moeilijker om hun eigen identiteit hier te bepalen.

Plaats en rol in de samenleving
Als vertrouwde structuren wegvallen, kan een identiteitsbewijs bij onzekerheid houvast geven. Maar dat papiertje bewijst slechts een juridische plaats in de (inter-)nationale samenleving. Die staat los van de werkelijke rol en plaats die iemand daarbinnen heeft. Bijna niemand wordt zomaar in een samenleving opgenomen. Die plaats verwerf je via je rol; dankzij wie je bent en wat je doet binnen de groep. Het zijn de anderen die deze rol moeten erkennen. Dat geldt voor de Afrikaanse briefschrijver, dat gold voor mijn voorouders en dat geldt straks voor mij.

Lokale cultuur
Ik kan zeggen dat er ooit twee voorouders in Arnhem woonden. Maar dat feit alleen maakt van mij nog geen Gelderlander. Zodra ik mijn mond opendoe, hoor je direct dat ik daar niet vandaan kom. Hier speelt cultuur ineens een hoofdrol. Zo klein als ons land is, zo gevarieerd zijn de lokale gewoonten. Zouden immigranten beseffen hoe zeer twee aaneen grenzende dorpen van elkaar kunnen verschillen? De laatste dertig jaar is er veel veranderd, maar in de genen van lokale families zit nog die oude identiteit.

Nieuwe Gelderlander
Na de verhuizing hoop ik dat plaatselijke inwoners mij vooral zien als persoon, en niet als import. Als ik ze vooral vertel wat er mis is aan ‘ons Gelderland’, worden zij dat snel zat. Niet alleen vanwege het commentaar. Het is ook gekunsteld wanneer ik gelijk doe alsof ik er één van hen ben. Pas na verloop van tijd zal daar een stukje persoonlijke geschiedenis ontstaan. Zoals een nieuwe uitloper van een geënte plant, bovenop mijn huidige identiteit.

Bleekmiddel voor de donkere huid

Een gave donkere huid is even mooi als een gave blanke huid, vind ik. We koppelen echter bewust of onbewust een waardeoordeel aan elk uiterlijk kenmerk. Afrikaanse, Arabische, en Aziatische vrouwen zien een blanke huid als statussymbool. Bij ons was een lichte huidskleur vroeger ook een teken van rijkdom. Want als je niet buiten hoefde te werken, bleef je roomblank. Daarom is bij niet-westerse vrouwen het gebruik van huidbleekmiddelen populair.

Je kan in veel landen producten kopen om de huid te bleken. Verschillende crèmes en sprays beloven een lichtere tint, al vormen chemische stoffen een risico. Het vlekkerige effect daarvan zag ik op het voorhoofd van een Congolese collega. Zij kon haar eigen natuurlijke, donkerbruine huidskleur kennelijk niet accepteren. Vrouwen die huidbleekmiddelen gebruiken geven een signaal af dat ze donkere mensen als zijzelf minderwaardig vinden. Tegelijkertijd worden albino’s in Afrika ernstig gestigmatiseerd.

Het kan positiever. Jaren geleden bezocht ik een ziekenhuis waar veel mensen uit omliggende dorpen kwamen. Die dorpen waren nog overwegend blank. Er liep een moeder met een peutertje voor mij uit. Een donkere vrouw kwam ons tegemoet. ‘Mama, kijk!’ riep het kindje al wijzend in de gang, ‘Die mevrouw is zwart!’ Zo iemand had het peutertje nog nooit gezien. De moeder reageerde een beetje beschaamd, maar de donkere vrouw zag er de humor wel van in. Daarom konden we er allemaal hartelijk om lachen.

Dan de blanke huid. In Nairobi beklaagde mijn collega zich eens aan de telefoon over iemand anders. ‘That stupid mzungu!’ riep ze uit, vergetend dat ik als mzungu (blanke) in de kamer zat. Toch, tijdens mijn verblijf in Kenia gebeurde er iets wonderbaarlijks. Na een aantal maanden begon ik mijn eigen huid wat vreemd te vinden. Dat komt er blijkbaar van als je in een groep afwijkt.

Nu is er opnieuw ophef over Zwarte Piet. In mijn vroege herinnering was hij het Moorse hulpje van Sinterklaas. Ik dacht dat de Moren uit Spanje kwamen. Moriaantje zag zo zwart als roet, omdat hij steeds door de schoorsteen kroop. Pas later besefte ik dat het om een Afrikaan moest gaan. Maar Zwarte Piet oogde heel anders dan de Afrikanen die ik op straat zag. Dat was voor mij als kind erg raadselachtig.

Ik heb Zwarte Piet nooit als slaaf gezien. Sterker, ik ben zelf Zwarte Piet geweest. Daarom weet ik dat hij gewoon een medewerker is van Sinterklaas. Die twee hebben al lang een normale werkgever-werknemer relatie. Die relatie is de afgelopen decennia steeds met de tijdgeest mee veranderd. Net zoals de Nederlandse samenleving zich continu aan nieuwe ontwikkelingen aanpast. Wat jammer voor sommige buitenstaanders dat zij zo in het verleden blijven hangen. En de balk in het eigen oog niet zien.

Want eerder schreef ik al dat vrijwel elk volk op aarde vooroordelen heeft over ‘vreemden’. Soms hoef je niet verder te kijken dan het volgende dorp. ‘Zoek de verschillen’ komt voort uit ons overlevingsinstinct. Want alles wat vroeger afweek van het vertrouwde en het ‘normale’ kon gevaarlijk zijn. Het zou handig zijn als we dit wereldwijd eerst eens met zijn allen erkennen. Pas daarna kan je een uitwas als racisme tegengaan. Er spelen wel belangrijkere kwesties dan Zwarte Piet. Wat te denken van hedendaagse slavernij? Maar ook daar heb ik het op dit blog al over gehad. Zucht.

Toekomst voor jonge Afrikanen

Ben je benieuwd hoe jonge Afrikanen naar hun toekomst kijken? In tien landen hebben jongeren van 15 tot 35 jaar deze vraag beantwoord: ‘What is your hope or dream of a better future for you and Africa?’

De meesten snakken naar goed bestuur (democratie, transparantie, geen corruptie). Ze popelen om geld te verdienen. Dus willen ze meer werkgelegenheid en kansen voor jonge ondernemers. Ook zij willen trots kunnen zijn op hun land en continent. Daarom dromen ze van economische vooruitgang via moderne technologie en infrastructuur. En ze verlangen naar kwalitatief goed onderwijs en vakopleidingen voor iedereen. Terecht. Want in Afrika is 60% van de bevolking jonger dan 35 jaar. Het continent staat nu voor de eenmalige kans om hier economisch voordeel mee te doen. Zoals ook Europa met een jonge bevolking de welvaart opbouwde tussen 1950 en 2000. Dat lukt alleen met de juiste investeringen, beleid en goed bestuur.