Mijn lens in vier delen

Gisteren is mijn ooglens vervangen door een intra-oculair exemplaar. Kortom, ik ben geopereerd aan staar. Nu draag ik voor de rest van mijn leven een lichaamsvreemd stukje plastic mee. Er hoort zelfs een paspoortje bij: een ‘Patient Lens Implant Identification Card’. Dus als ze weer vragen of ik een prothese heb, dan zeg ik voortaan ‘ja’. Zouden kronen op kiezen ook tot de gebitsprotheses worden gerekend?

De lijst met dingen die ik moet noemen wordt langer met het jaar. Heeft u allergieën? Jazeker. Voor een bepaald soort penicilline, maar welke weet ik niet. Het werd veertig jaar geleden toegediend en nu valt niet meer te achterhalen om welk middel het ging. Daarom is het telkens spannend of een antibioticum bijwerkingen geeft. Vreemd eigenlijk. Bij elke behandeling worden allerlei gegevens genoteerd, behalve feedback over welke antibiotica iemand verdraagt of niet. Dat zou ik wel in een paspoortje willen zien.

Bij een operatie zonder narcose kan je precies volgen wat er gebeurt en de oogarts vertelde steeds met welke handeling hij bezig was. Mijn lens is voor verwijdering in vier delen geknipt en daarna werd de nieuwe lens ingebracht. Ik vind het wonderbaarlijk wat er mogelijk is op medisch gebied. Een staaroperatie is overigens wel minder spectaculair dan een operatie van een makulagat. Dat vond ik pas echt razend interessant.

Waarschijnlijk kom ik nooit meer helemaal van een lichte vervorming in mijn blikveld af. Maar de nieuwe lens heeft mijn bijziendheid verminderd, dus dat is een voordeel. Nu nog drie weken oogdruppels toedienen en dan moet het goed zijn. Hoop ik. Want in de lijst met bijwerkingen staat onder meer dit: ‘kans op verkalking van het hoornvlies’, ‘risico op toegenomen oogdruk’, ‘verhoogd risico op opportunistische ooginfecties’, ‘kans op ontwikkeling van cataract’.

Cataract? Da’s toch een ander woord voor ‘staar’?

Een uitvaart via livestream

Scene 1. De ceremonie moet nog beginnen. De camera draait al, maar er is nog geen geluid. Het beeld wordt gevuld door een sobere ruimte met pastelkleurige stoelen op een stenen vloer. De hele achterwand is voorzien van glas. Voor de open tuindeuren ligt de overledene in het midden op een baar. Bloemen omringen haar. Buiten zie ik de zonovergoten akker van een natuurbegraafplaats. Af en toe passeren er wandelaars.

Geen van de aanwezigen beseft dat hun bewegingen worden gadegeslagen door ogen die zij zelf niet zien. Wat er in de volgende scenes gebeurt, is tegelijk gewoon en uiterst intiem.

De ruimte met de overledene, alleen.
De ruimte met de overledene en de uitvaartleidster wachtend in een hoek. Jasje over stoel.
De ruimte met de overledene en een dochter die slenterend met iemand belt.
De ruimte met de overledene en dezelfde dochter, die nu een familielid omhelst.
De ruimte met de overledene, alleen.

De ruimte met de overledene en een man die door de tuindeuren naar binnen stapt.
De ruimte met de overledene, verder niemand in beeld.
De ruimte met de overledene, haar kleinkinderen ravotten op de achtergrond.
De ruimte met de overledene, de andere dochter en de uitvaartleidster, ieder apart.
De ruimte met de overledene, weer even alleen.

De ruimte met de overledene. Een man loopt naar binnen, zakt op zijn knieën en voeten bij haar hoofd neer en blijft in stilte verzonken zitten. Een tweede man verschijnt ten tonele. Hij loopt naar haar andere zijde en blijft ook in gedachten staan bij de overledene.

Dan is het moment voorbij. Meer mensen druppelen binnen. De uitvaartceremonie zal zo zoetjesaan wel beginnen.

Een tube crème aangesmeerd

Je verwacht dat iemand met levenservaring wel weet hoe zich te gedragen, maar er blijven van die twijfelmomenten bestaan. Neem nu de volgende situatie.

Enkele jaren geleden deelde mijn kapster tubetjes crème uit aan vaste klanten. Deze handcrème beviel mij bijzonder goed. Daarom wilde ik bij het volgende bezoek een tube kopen. Helaas, de tube kwam uit een eenmalige partij en nabestellen ging niet. Toch zou de kapster mijn wens onthouden. Bij een volgend bezoek had ze een andere crème in de aanbieding. Die zou mij vast bevallen. Ze smeerde er wat van op mijn hand, maar deze crème kon mij minder bekoren.

Enkele jaren passeerden, tot de kapster afgelopen november weer een tube tevoorschijn haalde. Ze had toch nog één tube uit die eerste partij gevonden! Ik blij. Ze draaide al gelijk de dop van de tube af en wilde de crème op mijn hand smeren. Vanwege de hygiëne in coronatijd zei ik gauw: ‘Het is wel goed zo, ik neem hem.’, waarna zij er vijf euro voor rekende.

Eenmaal thuis dacht ik dat deze tube er anders uitzag: zwart met een soort accolade als versiering. De tube uit die eerste partij had toch een kleurtje? Hoe dan ook; er stond nog een open pot crème en de tube ging voorlopig de kast in.

Een lockdown volgde en het werd februari. De pot raakte leeg en ik haalde de tube tevoorschijn. Ik schroefde de dop er af en deed wat crème op mijn hand. De substantie voelde veel gladder aan dan ik mij kon herinneren. Vervolgens rook ik er eens aan. Prompt drong er een loodzware muskusgeur in mijn neusgaten. Gètver! Wat bleek? Die accolade was een snor! Ik had mij een mannencrème laten aansmeren door de kapster.

Nu kan je denken: ‘Ach, wat maakt het uit. Dan geef je die tube toch gewoon aan een man.’ Maar de mannen in mijn wereld zijn geen types voor crèmes. Die willen zo’n tube hooguit hebben als je er een machine mee kan invetten. Ook kan je denken: ‘Wat is vijf euro nou helemaal?’ Niet veel, inderdaad. Maar vanwege een langdurig gebrek aan inkomen, vind ik het toch weggegooid geld.

Vandaag had ik weer een afspraak bij de kapster en ik wilde die tube terugbrengen. Nu moet je weten dat deze kapster zich bij confrontaties doorgaans als eerste reactie ergens onderuit probeert te praten. Bovendien kon ik vooraf wel raden wat er zou gebeuren, want kappers hebben het financieel zwaar gehad en dat zou zij mij zeker gaan vertellen. En ja, als andere klanten om die reden extra fooitjes uitdelen, ontstaat er toch een ongemakkelijke situatie.

De laatste winterfoto

Het startscherm van mijn laptop laat steeds weer deze foto zien. Alsof het fotoprogramma zelfstandig denkt en hem bewust onder mijn aandacht brengt. Zo van: ‘Deze is ook mooi; doe er nou wat mee. Straks is de winter voorbij.’ Ik vind dit beeld wel aardig, hoor, maar wat er nu zo bijzonder aan is …

Nou ja, vooruit, ik plaats hem maar. Raam Open is toch een soort eregalerij.

Een kunstenaars-mindset

‘Wees nieuwsgierig, ga op onderzoek uit, vertraag, durf je ergens mee te verbinden en bepaal wat je speelveld is. Zo’n blik is hard nodig, bij grote én kleine problemen.’ Merlijn Twaalfhoven in Tijdgeest/Trouw, 24 oktober 2020. Dit is zijn omschrijving van een kunstenaars-mindset.

Het zijn wijze woorden. Ze vormen de basis van Raam Open. En toch kan ik mezelf er niet vaak genoeg aan herinneren. In plaats van dat ik mij ergens mee verbind, maak ik eerder een terugtrekkende beweging. Weg van de arbeidsmarkt, waarop ik zo ontgoocheld ben geraakt. Weg van de politiek, waardoor ik mij al jaren niet vertegenwoordigd voel.

Mijn speelveld bestaat nu heel concreet uit de landgoederen om mijn woonplaats heen. Als paddenstoelenfotografie een uiting is van een kunstenaars-mindset, dan is dit mijn bijdrage ter verzachting van de wereldproblematiek.

Er schuilt schoonheid in vergankelijkheid en alles gaat voorbij.

De drie vliegende karpers

Veel mensen hebben moeite met de inperking van hun bewegingsvrijheid door de nieuwe lockdown. Maar wij mogen als omnivoren ook wel even stilstaan bij wat wij dieren aandoen.

Wist je dat veel vissen hun leven lang in overvolle kweekvijvers moeten rondzwemmen? En dat zij dat ook weleens zat zijn? Soms hebben ze echt enorm behoefte aan een verzetje. Dus als ze de kans krijgen, dan gaan ze vliegen. Kijk maar eens goed. Hier zie je er drie.

Laptop aan vervanging toe

‘Ondersteuning voor Office 2010 eindigt 13 oktober.’, staat er boven het Word-document waarin ik de conceptversie van dit logje typ. ‘Houd ondersteuning door over te stappen naar een huidige versie van Office.’ Bij weigering, zo klinkt het dreigend, kan ik worden blootgesteld aan beveiligingsrisico’s. Nou, da’s weer lekker dan. Want mijn laptop is acht jaar oud. Dus is de volgende vraag of ik ook maar gelijk aan een nieuwe laptop moet. De huidige bevalt nog goed.

Er is veel veranderd op de elektronica-markt. De prettige winkelketen waar ik mijn trouwe Asus kocht, is kapot geconcurreerd en bestaat niet meer. Daarom moet ik nu naar een voormalige vijand toe. Bol.com? Geen denken aan. Maar welke winkel dan?

Ik wil geen nieuwe laptop. Daarom heb ik deze stap ook zo lang uitgesteld. Als ik naar het actuele Asus-aanbod kijk, kom ik toch weer bij een vrijwel identieke laptop uit. Eentje met 17,3 inch scherm, anti-glare display, werkgeheugen 8 GB, en opslag 512 GB. Plus apart cijferblok rechts op het toetsenbord inclusief de + en de – erbij. Dat ben ik zo gewend van toen ik dagelijks met een rekenmachine werkte. ‘Intel Core i5-10210U’ zegt mij dan weer weinig. Verder moeten er goede speakers in zitten. Dat is belangrijk, omdat ik vaak naar muziekvideoclips luister tijdens het typen.

Nog zoiets. Het contactpunt voor de internetkabel zit aan de verkeerde kant bij de beoogde nieuwe laptop. ‘Hoe kan dat nu een probleem zijn?’, zou je denken. Nou, toevallig heb ik de internetkabel na de verhuizing via gootjes langs de plinten en onder de drempel bij de kamerdeur door naar de eettafel getrokken waar ‘ie weer boven komt en precies lang genoeg is om in een rechte lijn bij mijn vaste werkplek uit te komen. En als de aansluiting straks aan de verkeerde kant zit, is het snoertje precies 40 centimeter te kort. Dus moet ik dan de hele boel weer los trekken en het opgerolde deel van het snoer 40 centimeter uitrollen en dan weer alles 40 centimeter opschuiven en terug in de gootjes duwen en onder de drempel door halen en dan weer bij de eettafel naar boven halen, zodat het snoer precies recht ligt.

Ik heb helemaal geen zin in een nieuwe laptop. Waarom verandert alles toch steeds?