Taalkunde in Gelderland

De caissière achter de pas geopende kassa ziet dat het poortje de doorgang nog verspert. Verschrikt zegt ze dat ze vergeten is het te ontgrendelen. Ze drukt op een knopje en vraagt of ik het poortje wil ‘opbeuren’. Opbeuren? Dat woord ken ik alleen in de betekenis van ‘opvrolijken’ of ‘troosten’. Bijvoorbeeld wanneer iemand verdrietig is of pech heeft gehad. Ze maakt er een gebaar bij, zodat ik haar begrijp. Daarom til ik het poortje een stukje op, waarna het open gaat.

Vier jaar na de verhuizing van Zuid-Holland naar Gelderland hoor ik nog regelmatig nieuwe uitdrukkingen. Nieuw althans voor mij. Het inburgeren gaat overigens voorspoedig. Onlangs betrapte ik mezelf op de gedachte dat ik de voordeur moest ‘losmaken’. Alsof hij klemde of vast zat. Dit zou ik in Leiden nooit zo hebben gedacht. De deur zat namelijk gewoon op slot en moest ‘van het slot af worden gehaald’.

Het zal nog wel een paar jaar duren, maar dan weet ik op Gelders taalgebied echt alles van de hoed en de rand.

de rand van de geschubde parasolzwam

Welke typisch Gelderse uitdrukkingen (als ik het zo mag noemen) ken jij?

De details in huis maken het verschil

zwarte tegelbies maakt het af

Hier zit een intens tevreden meisje, want de klusser heeft weer enkele taken afgerond. Waaronder: een zwart biesje toevoegen in de toiletruimte boven de tegelwand. Dat maakt de muur letterlijk ‘af’. En: in de keuken een zwarte afzuigkap bevestigen, inclusief luchtkanaal. Nu is de keuken compleet. Ook zo handig: er zit een lampje in de kap. Goede verlichting ontbrak namelijk nog boven het aanrechtblad. Vier jaar na de verhuizing kunnen deze klussen eindelijk van mijn lijst af.

Details maken verschil. Een moeilijk sluitend raam gaat vroeg of laat irriteren en een scheef gezaagde plank staat amateuristisch. Verder doet een onafgewerkte tegelrand afbreuk aan een ruimte, hoe mooi de rest ook is. Ik zie dat soort dingen. Met een centimeter hoog biesje creëer je al een andere sfeer. Het biesje in mijn toilet kostte slechts € 22 aan materiaal, maar geeft de ruimte direct een duurdere uitstraling. Daarom beschouw ik dergelijke verbeteringen als een waardevolle investering.

De klusser en ik gaan een team vormen. Ik loop namelijk al jaren rond met een plan. Het enige wat ontbrak, was een professionele partner. We hebben het deze week besproken. Samen slaan we twee vliegen in een klap. Want ik zoek naar inkomsten en hij ziet kluswerk als bezigheidstherapie. Eerst moet ik nog even een prijs winnen in de Staatsloterij. Dan hebben we een kapitaal om mee te beginnen.

Met dat geld koop ik een verwaarloosd pand. Vervolgens ga ik nadenken over de indeling, de inrichting en het gewenste materiaal. Tot in detail. Zodra ik alles heb uitgedokterd, gaat hij aan de slag. Want ik ben van de planning en hij is van de uitvoering. Alleen verven doet hij liever niet, maar dat kan ik wel. Zodra het huis af is, doe ik het met winst van de hand en dan koop ik het volgende pand.

Strak plan, nietwaar? Durfinvesteerders zijn welkom.

Over een overlijdensbericht

Terwijl ik een logje schrijf, verschijnt er een overlijdensbericht. Het komt van de organisatie waarmee ik vaak op pad ga. Een van de vrijwillige organisatoren van wandeltochten is overleden. Zijn naam klinkt mij bekend, al was de laatste van drie wandelingen met hem vier jaar geleden. Ik had toen geen idee wat er speelde.

Had ik echt geen idee? Was er niets over bekend? Of heb ik signalen en opmerkingen gemist, die een hint hadden kunnen geven?

Hoe goed ken je iemand waarmee je toevallig een dagje samen oploopt? Vaak praat je onderweg wat langer met een of twee mensen in de groep. Soms gaan die gesprekken regelrecht de diepte in, omdat je belangrijke raakvlakken deelt. Met deze man heb ik geen persoonlijke gesprekken gevoerd, denk ik. Maar helemaal zeker weet ik dat niet meer.

We hebben wel over zijn hondje gesproken. Of liever: het hondje van een oude dame dat hij die dag uit wandelen meenam. Vrijwillig, omdat zij er vanwege haar gezondheid niet meer toe kwam. Voor dat hondje was het een groot feest. Ik schreef zelfs een logje over dat beestje, waar de nu overleden man ook terloops in voor kwam. Vorig jaar heb ik dat van Raam Open gehaald. Nu is het net alsof het nooit heeft bestaan.

Bij een andere groepswandeling kwamen we hem in een heideveld tegen. Meerdere mensen uit onze groep kenden hem. We zeiden gedag tegen hem, en achteraf tegen elkaar: ‘Dat is E. Da’s een sympathieke man. En heb je S. weleens gezien? Het hondje dat hij steeds meebrengt.’ Ja, S. kenden we ook allemaal.

Hij was vier jaar ouder dan ik en geboren in Perth, Australië. Ik herinner mij niet dat die stad ter sprake kwam op onze wandelingen. Terwijl Perth wat mij betreft wel een raakvlak was. Misschien was ik tijdens de derde wandeling met mijn gedachten te veel bij mijn nieuwe woonplaats to be. Want hier, op nog geen 500 meter van mijn huidige woning, begon onze laatste gezamenlijke wandeltocht. Het was twee maanden voor de verhuizing. Wist ik veel wat er toen al bij hem speelde.

Kon ik het weten? Viel er niets aan de blik in zijn ogen af te lezen?

Waarheid in zorgvuldigheid

Hoe zorgvuldig communiceer je? We geven allemaal weleens een draai aan de waarheid, uit overtuiging of eigenbelang. Hoe je de werkelijkheid ziet, is individueel. Soms staan al je zintuigen op scherp en registreer je van een voorval elk detail. Vaker beïnvloeden emoties en opvattingen datgene wat je je later herinnert. Of wil herinneren.

In bepaalde situaties kunnen we teruggrijpen op foto’s en zeggen: ‘Kijk, zo was het.’ Toch is ook dat de vraag. Zelfs onbewerkte foto’s kunnen onbetrouwbaar zijn als bewijsmateriaal. Want het maakt uit wat je binnen een frame selecteert en vanuit welke hoek je fotografeert.

De waarheid achterhalen vind ik belangrijk. Maar als waarheidszoeker sta ik voor uitdagingen. Neem nu mijn buurvrouw. Ze is heel hartelijk en ze geniet ervan om smeuïge verhalen te vertellen. Wel is zij graag zelf aan het woord. Ik vraag haar om contact op te nemen met de vorige eigenaren van haar pand. Dit om iets belangrijks te verifiëren. Deze informatie moet mogelijk dienen als bewijs in een rechtszaak.

Hierbij loop ik direct tegen hindernissen aan. Want ze heeft zoveel haast met het woord overnemen, dat zij amper luistert naar wat ik vraag. Dus herhaal ik mijn verzoek en druk haar op het hart om dóór te vragen. Later belt zij met de vorige buurman. Als ik daarna informeer wat hij heeft verteld, dwaalt zij opnieuw af. Dus moet ik weer aandringen. Het resultaat is alsnog een vaag antwoord, want ze heeft niet doorgevraagd.

Wanneer ik aangeef dat onduidelijkheid in dit geval problematisch is, geeft ze gewoon haar eigen interpretatie van een situatie waarin zij zelf geen partij was. Ondanks alle vaagheden doet ze dat met grote stelligheid.

Dat de buurvrouw haar eigen draai geeft aan een verhaal, is tot daar aan toe. Mensen op wie je beroepshalve moet kunnen vertrouwen, doen dat echter ook. Dat kan voortkomen uit onwetendheid, dus zonder dat ze het zelf beseffen. Maar soms is hun behoefte om een ander te adviseren zo groot, dat ze een antwoord verzinnen. Als je zelf kennis van zaken mist, baseer je daarop je visie. Wat blijft er dan over van de waarheid?

Bizar genoeg heb ik ontdekt dat ik een artikel uit het Burgerlijk Wetboek over grondbezit beter ken dan een vrijwillig werkende juriste en een medewerker van het kadaster.

Het jongste lid van de sportclub

Wanneer ik de hoek omsla en een beschut plekje nader, staan er al twee mannen uit de wind en in de zon van de warmte te genieten. De jongste knoopt een praatje met mij aan. Het is een knappe, vriendelijke man. De oudere kijkt mij onderwijl zwijgend en vorsend aan. Ik voel zijn blik extra priemen wanneer de jongste zegt dat de oudste zijn partner is.

Die had ik al half zien aankomen. Nonchalant betrek ik de oudere man bij ons gesprek terwijl de radartjes in mijn hoofd draaien. Want waardoor voelt de jongere man zich aangetrokken tot deze oudere man? Het leeftijdsverschil is zo’n twintig jaar. Geld is in dit oord een voor de hand liggende factor. Maar alle denkbare antwoorden zijn mogelijk.

Later doe ik als proef een uurtje mee met de sportclub voor 50-plussers. Ik wil eerst kijken of het bevalt. Wat voor mensen komen hier en zijn de oefeningen te doen? Al snel blijkt dat ik de jongste ben. En in eerste instantie verschijnen er alleen mannen. Ze zijn heel aardig hoor. Maar toch. Dit is zo’n gelegenheid waarbij mijn afgeslankte lichaam ineens prominent aanwezig is. Ik weet de blikken, hoe verhuld ook, op mij gericht. Uiteindelijk komt er nog een andere vrouw.

Misschien heeft geld er weinig mee te maken, bij die jongere en die oudere man. Want voor een 56-jarige voelt het toch heerlijk om degene met het strakste lijf te zijn.

De pijn van het niet worden gezien

Op een zonovergoten zaterdag wandel ik met een vriendin op de Veluwe. We kennen elkaar goed, maar minder lang dan de vriendin die ze onlangs aan een ziekte verloor. Het verdriet van de laatste maand, het afscheid en de emoties hebben er ingehakt. Ook hebben gesprekken met de naaste familie en vrienden het nodige losgemaakt. Tijdens een uitvaart staan we vaak stil bij wat er vroeger is gezegd of voorgevallen.

Opeens, onderweg langs een bosrand, komt het er uit. De ontboezeming die alles verklaart. Alles waar ik al jaren vragen over heb. Situaties uit verhalen en opmerkingen waarvan ik denk: ‘Waarom reageer je zo? Waar komt dit vandaan? Er moet iets zijn gebeurd. Lang geleden of in kleine voorvallen tijdens de loop van je leven.’

Verbaasd dat de herinnering nu zo plotseling opdoemt, overdenkt ze haar houding naar haar jongere zusje toe, vroeger, en wat daarachter schuilging. Ik wacht af of het kwartje valt, want dit is nogal een kwestie. In zo’n situatie komt het volledige besef pas als je kan bedenken welke impact je eigen gedrag op de ander heeft gehad. En als je daarna onder ogen komt wat daarvan de gevolgen zijn voor beide partijen.

We blijken iets te delen. We kennen allebei de pijn van het niet worden gezien. Bij haar begon dat met haar zusje, dat een niet verlegen lachebekje was. Bij mij begon het op een onbekend moment. Maar ik weet hoe het voelt als er steeds iemand anders geliefder is dan jij. (Ongeacht of dit werkelijk zo is of niet.) Denk aan het mooiste meisje van de klas. Zo iemand die als een magneet alle aandacht naar zich toetrekt en de beste kansen krijgt.

Er is ook een verschil. Ik ben vast weleens jaloers geweest, maar ik herinner mij vooral gelatenheid en pijn. En ik herinner mij nog iets. Namelijk dat het leven van het mooiste meisje van de klas evengoed strontvervelend kan zijn.

Mijn schoolvriendinnetje op de kleuterschool had blonde krullen en guitige kuiltjes in haar wangen. Zij kwam uit een groot gezin met veel broers die haar op handen droegen. Op de lagere school blonk datzelfde vriendinnetje uit in sport. Ik kon haar onmogelijk bijbenen. Bij andere schoolvriendinnen waren de verschillen kleiner.

Toen de pubertijd begon, veranderde alles. Te beginnen met een grote school waar ik mij verloren voelde tussen de veel gehaaidere stadskinderen. En ineens werden jongens belangrijk, dus ook mijn uiterlijk. Het is niet zo dat ik onopgemerkt bleef. Andere meisjes waren wel extraverter of sociaal vaardiger. En een aantal van hen zag er al vroeg vrouwelijker uit. Daarnaast kregen zij meer nieuwe kleding en accessoires van hun ouders dan ik. Maar bovenal wist ik mezelf geen houding te geven en leefde ik in een fantasiewereld.

Nog altijd kan ik die periode moeilijk doorgronden. Maar toen is het fundament gelegd voor een overtuiging waar ik lang in heb geloofd. Namelijk dat het niet uitmaakte wat ik deed, omdat er toch altijd iemand anders leuker, intelligenter of aantrekkelijker was dan ik. En het is in werkelijkheid vaak genoeg gebeurd. Dat ik net in gesprek was met een leuke man en dat er dan weer zo’n vrouw tussenbeide kwam. Bepaalde vrouwen gaan over lijken om hun zin te krijgen. En sommige mannen zijn zo godsgruwelijk simpel als ze worden geconfronteerd met vrouwelijke schoon.

Dat werd mij pas goed duidelijk toen ik zelf de school- en uitgaansvriendin werd van het mooiste meisje van de klas. Misschien ben ik daar de ideale persoon voor. Want zo’n meisje heeft weinig echte vriendinnen. Veel jongens zijn verliefd op haar. Maar hoe leuk zijn die jongens als je ze beter leert kennen? En wie kijkt voorbij haar uiterlijk en ziet haar als persoon?

In die periode was ik herhaaldelijk blij dat ik minder aantrekkingskracht had dan zij. Mannen kunnen irritant opdringerig worden en zich bij afwijzing obsessief gedragen. (Feitje: mannen die op vrouwen met grote borsten vallen, zijn relatief vaker seksistisch en agressief naar vrouwen toe.) Daarnaast hoef ik niet in het middelpunt van alle belangstelling te staan. Later was het in het buitenland soms een groot voordeel dat ik minder snel opval. Mijn donkere haar en gewonere uiterlijk hebben diverse onveilige situaties voorkomen.

Toch wil iedereen graag worden gezien en gehoord. ‘Kreeg ik maar eens de kans om uitgebreid met een man kennis te maken zonder dat er andere vrouwen bij zijn’, dacht ik op een gegeven moment. Toen die kans zich eindelijk voordeed, was het gelijk raak ook. We zaten urenlang vastgegespt naast elkaar in het vliegtuig van Athene naar Singapore en konden geen kant uit. 😉

Evengoed krijg ik soms een hele dwarse oprisping. Met name bij succesvolle mannen. Van die goed verzorgde types die al vroeg een imponerende functie krijgen, en dus geld, en het vanzelfsprekend vinden dat hen een mooie vrouw toekomt. Ik was niet in beeld toen ik jonger was. Inmiddels zijn zowel de kinderen als vrouw nummer één de deur uit. Vrouw nummer twee ook.

Nu ben ik degene die nog steeds haar meisjesachtige zandloperfiguur heeft en haar natuurlijke haarkleur. Dus denken ze weleens …

(Het reactieveld is bij dit bericht uitgeschakeld.)

Waarom het boeken lezen erbij inschiet

Petronella schrijft in haar reactie op een vorig log dat zij als werkende vrouw geen tijd en doorzettingsvermogen meer kan opbrengen voor de wat moeilijkere literatuur. Als student lukte haar dat wel. Zij vindt dat spijtig. Haar constatering past bij deze tijd, zo lijkt het. Jarenlang steeg het aantal verkochte boeken per jaar. Tot 2008, het begin van de crisis, toen ging de boekverkoop hard onderuit. Sinds 2015 kopen we weer meer, maar toch nog beduidend minder dan in 2008. Waardoor komt dat?

Jachtig bestaan
Een voor de hand liggende reden is ons jachtige bestaan. We doen steeds meer in een gelijkblijvende hoeveelheid tijd. Wereldwijd lopen voetgangers in steden nu sneller dan tien jaar geleden. Sociale media eisen onze aandacht op, naast werk, gezin en overige bezigheden. En we delen ons leven anders in. Mijn moeder wachtte na schooltijd haar kinderen op met een potje thee. Zij had alle tijd om een boek of de Libelle te lezen. Nu werken veel ouders buitenshuis en is het inkomen van beide partners nodig.

Rust zoeken
Toch willen veel mensen meer rust in hun leven. Ze zoeken naar een betere balans tussen verplichtingen en ontspanning, of naar ruimte voor bezinning. Zonder voldoende tijd en rust is het lastig om je te concentreren op de wat moeilijkere literatuur. En bij te veel of te lange onderbrekingen raak je de draad van een verhaal kwijt. Maar je krijgt juist inspiratie en je ontspant helemaal wanneer je kan wegdromen met een goed boek.

Mij lukt het ook bijna niet meer. Ik lees nog zelden een boek en dan vaak niet eens helemaal. Dat is opmerkelijk. Want ik heb de tijd en van oudsher ben ik een boekenveelvraat.

Efficiëntie en snelheid
Misschien heeft het met efficiëntie te maken. Willen we nu sneller tot de kern komen en liever een samenvatting lezen? Is dat een gevolg van het algemeen jachtiger wordende leven? Ook bij jongeren zie je iets dergelijks. Zij lezen minder, maar kijken vaker naar films en series. Daarin wordt een verhaal in geconcentreerde vorm en fraai visueel gepresenteerd. Een andere parallel met onze huidige leefstijl zie je in films. Let maar op de snelle afwisseling van scènes en de dynamiek in de beelden. Vergelijk dat eens met een film van vijftig jaar geleden. Zo’n film straalt een kalmte en traagheid uit, die jongeren nauwelijks nog kennen.

Verwend door overvloed
Zijn we te verwend geraakt? We worden via allerlei kanalen gebombardeerd met verhalen en informatie. Toen ik 33 jaar geleden mijn eerste reis naar Australië plande, waren er amper reisgidsen te vinden. De Leidse openbare bibliotheek had er niet één. Daarom benaderde ik het Australische verkeersbureau voor informatie. Ik ging op reis met slechts een paar losse plattegronden en bijeen gesprokkelde hotelnamen. Moet je nu eens kijken op internetfora en in de reisboekhandel. Alles is er in overvloed. Maar na drie fotoboeken, waarvan de een nog mooier is dan de ander, heb ik wel genoeg gezien. En al die reisblogs vormen een eindeloze herhaling van mijn vroegere ervaringen.

Verzadiging
Dus bespeur ik bij mezelf een soort verzadiging. Over interessante landen en onderwerpen heb ik ‘alles’ al gelezen. En verschijnt er iets nieuws, dan staat het wel samengevat op internet. Dit zal een leeftijdskwestie zijn. Aan de Leidse geschiedenis, Australië en de ontwikkelingssector heb ik elk zo’n tien jaar besteed. Maar een begin twintiger kan daar via (vak)literatuur nog veel over leren.

Geboeid worden
Zijn we minder snel geboeid? In die vraag zit voor mij de clou. Misschien is dit eveneens een leeftijdskwestie. Nog maar weinig boeken kunnen mij echt ‘pakken’. Als tiener kon ik de Bouquet reeks verslinden. Later volgden de betere romans en daarna kwam de wetenschappelijke literatuur. Door levenservaring ben ik nu te realistisch voor de Bouquet reeks. En een roman moet behoorlijk goed in elkaar steken. Anders ga ik mij storen aan de langdradige verhaallijn of de zinsopbouw. Bovendien moet een boek ergens over gáán.

Beschikbare tijd
Evengoed blijft het een kwestie van beschikbare tijd. Stel: je strandt in een stoffig woestijndorp en je moet twee dagen wachten tot de bus komt. Dan lees je uit verveling alles wat los en vast zit. Je begint zelfs tegen heug en meug aan een beduimeld achtergelaten boek. En omdat er toch niets valt te beleven, lees je door. Dan kan een aanvankelijk saai boek uiteindelijk heel boeiend blijken te zijn. Zoiets is mij herhaaldelijk overkomen. Bij de verplichte literatuurlijst op school werkt het net zo.

De belangrijkste reden waarom ik nauwelijks aan boeken lezen toekom, is omdat er al zo veel in de krant staat. En schrijven voor Raam Open slokt tijd op. 😉 Voor de logjes benut ik overigens wel mijn boekenkennis. Vaak is die kennis geïnternaliseerd en verstrengeld geraakt met persoonlijke ervaringen. Soms weet ik daarom niet meer wat de oorspronkelijke bron is. Maar het zegt wel wat over de invloed van een goed boek.