Het jongste lid van de sportclub

Wanneer ik de hoek omsla en een beschut plekje nader, staan er al twee mannen uit de wind en in de zon van de warmte te genieten. De jongste knoopt een praatje met mij aan. Het is een knappe, vriendelijke man. De oudere kijkt mij onderwijl zwijgend en vorsend aan. Ik voel zijn blik extra priemen wanneer de jongste zegt dat de oudste zijn partner is.

Die had ik al half zien aankomen. Nonchalant betrek ik de oudere man bij ons gesprek terwijl de radartjes in mijn hoofd draaien. Want waardoor voelt de jongere man zich aangetrokken tot deze oudere man? Het leeftijdsverschil is zo’n twintig jaar. Geld is in dit oord een voor de hand liggende factor. Maar alle denkbare antwoorden zijn mogelijk.

Later doe ik als proef een uurtje mee met de sportclub voor 50-plussers. Ik wil eerst kijken of het bevalt. Wat voor mensen komen hier en zijn de oefeningen te doen? Al snel blijkt dat ik de jongste ben. En in eerste instantie verschijnen er alleen mannen. Ze zijn heel aardig hoor. Maar toch. Dit is zo’n gelegenheid waarbij mijn afgeslankte lichaam ineens prominent aanwezig is. Ik weet de blikken, hoe verhuld ook, op mij gericht. Uiteindelijk komt er nog een andere vrouw.

Misschien heeft geld er weinig mee te maken, bij die jongere en die oudere man. Want voor een 56-jarige voelt het toch heerlijk om degene met het strakste lijf te zijn.

De pijn van het niet worden gezien

Op een zonovergoten zaterdag wandel ik met een vriendin op de Veluwe. We kennen elkaar goed, maar minder lang dan de vriendin die ze onlangs aan een ziekte verloor. Het verdriet van de laatste maand, het afscheid en de emoties hebben er ingehakt. Ook hebben gesprekken met de naaste familie en vrienden het nodige losgemaakt. Tijdens een uitvaart staan we vaak stil bij wat er vroeger is gezegd of voorgevallen.

Opeens, onderweg langs een bosrand, komt het er uit. De ontboezeming die alles verklaart. Alles waar ik al jaren vragen over heb. Situaties uit verhalen en opmerkingen waarvan ik denk: ‘Waarom reageer je zo? Waar komt dit vandaan? Er moet iets zijn gebeurd. Lang geleden of in kleine voorvallen tijdens de loop van je leven.’

Verbaasd dat de herinnering nu zo plotseling opdoemt, overdenkt ze haar houding naar haar jongere zusje toe, vroeger, en wat daarachter schuilging. Ik wacht af of het kwartje valt, want dit is nogal een kwestie. In zo’n situatie komt het volledige besef pas als je kan bedenken welke impact je eigen gedrag op de ander heeft gehad. En als je daarna onder ogen komt wat daarvan de gevolgen zijn voor beide partijen.

We blijken iets te delen. We kennen allebei de pijn van het niet worden gezien. Bij haar begon dat met haar zusje, dat een niet verlegen lachebekje was. Bij mij begon het op een onbekend moment. Maar ik weet hoe het voelt als er steeds iemand anders geliefder is dan jij. (Ongeacht of dit werkelijk zo is of niet.) Denk aan het mooiste meisje van de klas. Zo iemand die als een magneet alle aandacht naar zich toetrekt en de beste kansen krijgt.

Er is ook een verschil. Ik ben vast weleens jaloers geweest, maar ik herinner mij vooral gelatenheid en pijn. En ik herinner mij nog iets. Namelijk dat het leven van het mooiste meisje van de klas evengoed strontvervelend kan zijn.

Mijn schoolvriendinnetje op de kleuterschool had blonde krullen en guitige kuiltjes in haar wangen. Zij kwam uit een groot gezin met veel broers die haar op handen droegen. Op de lagere school blonk datzelfde vriendinnetje uit in sport. Ik kon haar onmogelijk bijbenen. Bij andere schoolvriendinnen waren de verschillen kleiner.

Toen de pubertijd begon, veranderde alles. Te beginnen met een grote school waar ik mij verloren voelde tussen de veel gehaaidere stadskinderen. En ineens werden jongens belangrijk, dus ook mijn uiterlijk. Het is niet zo dat ik onopgemerkt bleef. Andere meisjes waren wel extraverter of sociaal vaardiger. En een aantal van hen zag er al vroeg vrouwelijker uit. Daarnaast kregen zij meer nieuwe kleding en accessoires van hun ouders dan ik. Maar bovenal wist ik mezelf geen houding te geven en leefde ik in een fantasiewereld.

Nog altijd kan ik die periode moeilijk doorgronden. Maar toen is het fundament gelegd voor een overtuiging waar ik lang in heb geloofd. Namelijk dat het niet uitmaakte wat ik deed, omdat er toch altijd iemand anders leuker, intelligenter of aantrekkelijker was dan ik. En het is in werkelijkheid vaak genoeg gebeurd. Dat ik net in gesprek was met een leuke man en dat er dan weer zo’n vrouw tussenbeide kwam. Bepaalde vrouwen gaan over lijken om hun zin te krijgen. En sommige mannen zijn zo godsgruwelijk simpel als ze worden geconfronteerd met vrouwelijke schoon.

Dat werd mij pas goed duidelijk toen ik zelf de school- en uitgaansvriendin werd van het mooiste meisje van de klas. Misschien ben ik daar de ideale persoon voor. Want zo’n meisje heeft weinig echte vriendinnen. Veel jongens zijn verliefd op haar. Maar hoe leuk zijn die jongens als je ze beter leert kennen? En wie kijkt voorbij haar uiterlijk en ziet haar als persoon?

In die periode was ik herhaaldelijk blij dat ik minder aantrekkingskracht had dan zij. Mannen kunnen irritant opdringerig worden en zich bij afwijzing obsessief gedragen. (Feitje: mannen die op vrouwen met grote borsten vallen, zijn relatief vaker seksistisch en agressief naar vrouwen toe.) Daarnaast hoef ik niet in het middelpunt van alle belangstelling te staan. Later was het in het buitenland soms een groot voordeel dat ik minder snel opval. Mijn donkere haar en gewonere uiterlijk hebben diverse onveilige situaties voorkomen.

Toch wil iedereen graag worden gezien en gehoord. ‘Kreeg ik maar eens de kans om uitgebreid met een man kennis te maken zonder dat er andere vrouwen bij zijn’, dacht ik op een gegeven moment. Toen die kans zich eindelijk voordeed, was het gelijk raak ook. We zaten urenlang vastgegespt naast elkaar in het vliegtuig van Athene naar Singapore en konden geen kant uit. 😉

Evengoed krijg ik soms een hele dwarse oprisping. Met name bij succesvolle mannen. Van die goed verzorgde types die al vroeg een imponerende functie krijgen, en dus geld, en het vanzelfsprekend vinden dat hen een mooie vrouw toekomt. Ik was niet in beeld toen ik jonger was. Inmiddels zijn zowel de kinderen als vrouw nummer één de deur uit. Vrouw nummer twee ook.

Nu ben ik degene die nog steeds haar meisjesachtige zandloperfiguur heeft en haar natuurlijke haarkleur. Dus denken ze weleens …

(Het reactieveld is bij dit bericht uitgeschakeld.)

Waarom het boeken lezen erbij inschiet

Petronella schrijft in haar reactie op een vorig log dat zij als werkende vrouw geen tijd en doorzettingsvermogen meer kan opbrengen voor de wat moeilijkere literatuur. Als student lukte haar dat wel. Zij vindt dat spijtig. Haar constatering past bij deze tijd, zo lijkt het. Jarenlang steeg het aantal verkochte boeken per jaar. Tot 2008, het begin van de crisis, toen ging de boekverkoop hard onderuit. Sinds 2015 kopen we weer meer, maar toch nog beduidend minder dan in 2008. Waardoor komt dat?

Jachtig bestaan
Een voor de hand liggende reden is ons jachtige bestaan. We doen steeds meer in een gelijkblijvende hoeveelheid tijd. Wereldwijd lopen voetgangers in steden nu sneller dan tien jaar geleden. Sociale media eisen onze aandacht op, naast werk, gezin en overige bezigheden. En we delen ons leven anders in. Mijn moeder wachtte na schooltijd haar kinderen op met een potje thee. Zij had alle tijd om een boek of de Libelle te lezen. Nu werken veel ouders buitenshuis en is het inkomen van beide partners nodig.

Rust zoeken
Toch willen veel mensen meer rust in hun leven. Ze zoeken naar een betere balans tussen verplichtingen en ontspanning, of naar ruimte voor bezinning. Zonder voldoende tijd en rust is het lastig om je te concentreren op de wat moeilijkere literatuur. En bij te veel of te lange onderbrekingen raak je de draad van een verhaal kwijt. Maar je krijgt juist inspiratie en je ontspant helemaal wanneer je kan wegdromen met een goed boek.

Mij lukt het ook bijna niet meer. Ik lees nog zelden een boek en dan vaak niet eens helemaal. Dat is opmerkelijk. Want ik heb de tijd en van oudsher ben ik een boekenveelvraat.

Efficiëntie en snelheid
Misschien heeft het met efficiëntie te maken. Willen we nu sneller tot de kern komen en liever een samenvatting lezen? Is dat een gevolg van het algemeen jachtiger wordende leven? Ook bij jongeren zie je iets dergelijks. Zij lezen minder, maar kijken vaker naar films en series. Daarin wordt een verhaal in geconcentreerde vorm en fraai visueel gepresenteerd. Een andere parallel met onze huidige leefstijl zie je in films. Let maar op de snelle afwisseling van scènes en de dynamiek in de beelden. Vergelijk dat eens met een film van vijftig jaar geleden. Zo’n film straalt een kalmte en traagheid uit, die jongeren nauwelijks nog kennen.

Verwend door overvloed
Zijn we te verwend geraakt? We worden via allerlei kanalen gebombardeerd met verhalen en informatie. Toen ik 33 jaar geleden mijn eerste reis naar Australië plande, waren er amper reisgidsen te vinden. De Leidse openbare bibliotheek had er niet één. Daarom benaderde ik het Australische verkeersbureau voor informatie. Ik ging op reis met slechts een paar losse plattegronden en bijeen gesprokkelde hotelnamen. Moet je nu eens kijken op internetfora en in de reisboekhandel. Alles is er in overvloed. Maar na drie fotoboeken, waarvan de een nog mooier is dan de ander, heb ik wel genoeg gezien. En al die reisblogs vormen een eindeloze herhaling van mijn vroegere ervaringen.

Verzadiging
Dus bespeur ik bij mezelf een soort verzadiging. Over interessante landen en onderwerpen heb ik ‘alles’ al gelezen. En verschijnt er iets nieuws, dan staat het wel samengevat op internet. Dit zal een leeftijdskwestie zijn. Aan de Leidse geschiedenis, Australië en de ontwikkelingssector heb ik elk zo’n tien jaar besteed. Maar een begin twintiger kan daar via (vak)literatuur nog veel over leren.

Geboeid worden
Zijn we minder snel geboeid? In die vraag zit voor mij de clou. Misschien is dit eveneens een leeftijdskwestie. Nog maar weinig boeken kunnen mij echt ‘pakken’. Als tiener kon ik de Bouquet reeks verslinden. Later volgden de betere romans en daarna kwam de wetenschappelijke literatuur. Door levenservaring ben ik nu te realistisch voor de Bouquet reeks. En een roman moet behoorlijk goed in elkaar steken. Anders ga ik mij storen aan de langdradige verhaallijn of de zinsopbouw. Bovendien moet een boek ergens over gáán.

Beschikbare tijd
Evengoed blijft het een kwestie van beschikbare tijd. Stel: je strandt in een stoffig woestijndorp en je moet twee dagen wachten tot de bus komt. Dan lees je uit verveling alles wat los en vast zit. Je begint zelfs tegen heug en meug aan een beduimeld achtergelaten boek. En omdat er toch niets valt te beleven, lees je door. Dan kan een aanvankelijk saai boek uiteindelijk heel boeiend blijken te zijn. Zoiets is mij herhaaldelijk overkomen. Bij de verplichte literatuurlijst op school werkt het net zo.

De belangrijkste reden waarom ik nauwelijks aan boeken lezen toekom, is omdat er al zo veel in de krant staat. En schrijven voor Raam Open slokt tijd op. 😉 Voor de logjes benut ik overigens wel mijn boekenkennis. Vaak is die kennis geïnternaliseerd en verstrengeld geraakt met persoonlijke ervaringen. Soms weet ik daarom niet meer wat de oorspronkelijke bron is. Maar het zegt wel wat over de invloed van een goed boek.

Introverte mensen geven energie

Introverte mensen geven hun energie in contacten met anderen, terwijl extraverte mensen juist energie krijgen van contact met anderen.
Echte aandacht is een bron van energie. Aandacht is een schaars goed en goud waard. Van aandacht schenken zou ik mijn betaalde werk moeten maken. Maar aan wie en in welke vorm? Als gezelschapsdame voor conversaties of zo? Dan denk ik toch aan een doelgroep met bijzondere kennis of inspirerende gedachten, waar nog wat van te leren valt. Een dienst die mij energie kost, mag wel boeiend zijn ook.

Anderzijds is meedoen een ideaal van extraverte mensen. Ze passen groepsdruk toe. Dat staat eveneens in het artikel. Extraverte mensen vinden soms van introverte mensen dat zij zich onaangepast gedragen. Precies dit is mij eens voor de voeten geworpen door een psychologe. Het gebeurde in 2006 tijdens een groepsvakantie in Vietnam. Op een steile helling liep ik iets vlotter dan de rest naar beneden, want afdalen kan je het beste in je eigen tempo doen. Om de zoveel meter wachtte ik op de anderen. De afstand tussen ons was steeds hooguit tien meter. Plotseling haalde mevrouw mij in. Ze siste mij toe dat ik me op deze manier sociaal onaangepast gedroeg.

Oh, ik begreep haar eigen gedrag maar al te goed. Dit ging niet om mijn wandeltempo. Het ging erom dat ik haar energie had kunnen geven, door haar mijn onverdeelde aandacht te schenken. Alleen had ik daar geen zin in. Ik vond haar namelijk nogal een bazig type. En ik stond haar in de weg. Want mijn aandacht ging uit naar een andere reisgenoot in het gezelschap. Sindsdien is die derde persoon een van mijn beste vriendinnen. Als mevrouw de psychologe zich wat normaler had gedragen, had dat ook haar vriendin kunnen zijn.

(De vrij weergegeven cursieve teksten komen uit een artikel over introversie in Libelle nr 45, 2017, geschreven door Liesbeth Smit, auteur van het boek Ik moet nog even kijken of ik kan.)

Over hoe mannen denken

Op een zondagmiddag geven mijn buren verderop een borrel. Wij, hun buren en aanverwanten uit twee huizenblokken, zitten bij elkaar. Sommigen van ons wonen hier pas kort en ontmoeten anderen voor het eerst. Er klinkt gezellig geroezemoes in de woonkamer. Terwijl diverse gesprekken gaande zijn, begint een oudere vader over de zorg voor kinderen. ‘Nou’, concludeert hij, ‘een kwartiertje plezier en dan zit je er de rest van je leven aan vast.’ ‘Wat?’ antwoordt een jongere vader meteen, ‘Vijf minuten, meer is het niet.’ Een paar seconden lang valt iedereen stil; daarna begint het geroezemoes weer.

Kijk, zoiets fascineert mij. Want dit is een gemêleerd gezelschap. Jong en oud, hoog- en laagopgeleid, ieder uit een ander deel van het land. En die twee kennen elkaar niet. Dan is het afwachten hoe zulke opmerkingen vallen. Als ze bij het voetbalveld hadden gestaan, was het vast anders gegaan. Maar hier zitten (voor zover ik weet) keurig nette vrouwen bij. Of in elk geval mensen die voorlopig de schijn ophouden.

Ik probeer mij voor te stellen hoe deze mannen denken. Die ene van dat kwartiertje plezier is een levensgenieter. Hem zie ik wel met een biertje in de hand sappige café-verhalen vertellen. Die ander is een pas gescheiden man met een nieuwe vriendin. Hij lijkt mij meer van de wijnproeverijen op een bescheiden chateau in Frankrijk. Zonder twijfel is hij hoger opgeleid. Toch trapt hij er vol in.

Oh, ik begrijp wel hoe zoiets gaat. Die café-ganger is woont hier al jaren, terwijl die chateau-man als passant toevallig in de buurt is. Dus die met het biertje van het kwartiertje staat op vertrouwde grond. Hij kent iedereen en alle buren kennen hem. Hij is gewoon zichzelf en zegt wat hij zeggen wil. Hij is het mannetje hier. (Een sympathieke vent, trouwens, ik mag hem wel.) En die wijnman mag dan nieuw zijn, hij gaat echt niet voor hem onder doen. Dus die gaat eroverheen. Hij is nóg sneller.

Nou, gefeliciteerd ermee. Zou hij het zich gerealiseerd hebben, in die seconden durende stilte? Dat less niet more is, in dit geval. Of zou hij alleen maar gedacht hebben: ‘Parbleu, dit soort praatjes hoort niet bij wat men van mij verwacht hier.’ Of zou hij gedacht hebben: ‘Hoe moet H. dit nu vinden? Die hier net is komen wonen en waarvan iedereen dit nu over haar seksleven weet.’ Of zag hij zich ineens met zichzelf geconfronteerd? Dat hij ondanks zijn amoureuze escapades helemaal niet zo’n Latin Lover is. Omdat het maar vijf minuten duurde per keer. Shit.

Eerlijk gezegd volg ik nog steeds amper hoe mannen denken. Ik snap wel dat ze stoer willen zijn en graag over techniek praten. Over telelenzen en computers, en over de levels die ze met games gehaald hebben. Ook weet ik dat de breedste en luidruchtigste gasten meestal de kleinste hartjes hebben. Maar verder begrijp ik er nog altijd weinig van. Daarom lees ik graag blogs van mannen. Misschien dat ik er nog wat van kan leren.

PS1: Voor de heren is er op dezelfde site ook een rubriek over hoe vrouwen denken.

PS2: Kijk, dìt vond ik een leuke man (toen-ie jong was en zijn vrouw nog niet verlaten had.)

Foto: screen shot uit Mad Max II, The Road Warrior, 1981.

Natuurfoto’s maken, samen of alleen?

Wanneer ik met anderen in natuurgebieden wandel, kijken we zelden goed om ons heen. Althans, we kijken wel, maar we zien niet veel. Dat komt omdat we geanimeerde gesprekken voeren en met onze gedachten elders zijn. Hooguit letten we op het te volgen pad. En foto’s nemen schiet er sowieso bij in.

Ik heb het wel geprobeerd, hoor. Om in gezelschap meer van het landschap te genieten. Maar als ik vriendin F op iets moois attendeer, is zij hooguit een seconde stil. Met vriendin E gaat het al net zo. In wandelgroepen is het helemaal onbegonnen werk. Die stampen gewoon door. En vergeet foto’s nemen maar, want daarvoor moet je langer dan een seconde stilstaan.

Uiteraard zou ik me bij een fotoclub kunnen aansluiten. Dat zou vast heel leerzaam zijn. Maar gesprekken over sluitertijden, diafragma’s en macro’s lijken mij mateloos vervelend. En dan sta ik daar met mijn smartphone. Bovendien gaan zulke mensen altijd precies op ‘mijn’ beoogde plekje staan voor elk object. Als zij dan ook nog vergelijkbare foto’s nemen, is mijn werk (ahum) niet meer origineel.

Natuurfoto’s neem ik het liefst alleen. Dan kan ik eindeloos rondjes draaien om een twee centimeter hoge koraalzwam. Zo wordt het een spel met licht en diverse achtergronden, afhankelijk van de hoek waaruit ik foto’s neem. Het geeft dan niet dat ik mijn handen moeilijk stil kan houden. Niemand die zucht als ik dertig foto’s van hetzelfde maak. En niemand die voortdurend mijn onverdeelde aandacht wil. Want dat is vaak het probleem.

Toch is mij dit jaar iets bijzonders opgevallen. Ik ben met drie vrouwen apart van elkaar op stap geweest en kon uitgebreid foto’s nemen in hun bijzijn. Ze gingen niet nadrukkelijk staan zuchten. Ze bleven op de achtergrond en keken zelf rustig om zich heen. Ze zeiden: ‘Neem je tijd, ik wacht wel.’ Toevallig hebben ze een ding gemeen. Alle drie hebben ze kinderen opgevoed. Zouden ze daarom zo geduldig zijn? Of zou het aan hun echtgenoten liggen?

Wandelen in een groep

Al vijftien jaar wandel ik met groepen mee. Eerst tijdens vakanties, nu vaak op dagtochten in Nederland. Is het een uitstapje met vrienden, dan weet ik globaal hoe zo’n dag zal verlopen. Maar in een groep met een onbekende gids sta ik nog weleens voor verrassingen. Verschillende factoren kunnen een wandeling veraangenamen of vermoeiend maken. Dat bleek gisteren weer.

Bereikbaarheid, tempo en wandelafstand zijn belangrijk. Ik wandel veel in Gelderland, Utrecht en Overijssel en kies routes van twaalf tot achttien kilometer. Langer kan, als ik mijn eigen tempo mag aanhouden en genoeg pauzes krijg. Dat luistert nauw. Het weer en het gezelschap zijn uiteraard ook van invloed. Net als de route zelf. En ik stop graag bij goede horeca.

In een groep moet je rekening houden met elkaar. Daarom hoop ik altijd maar dat de anderen vergelijkbare wensen hebben. Soms is dat niet het geval. Dan willen ze bijvoorbeeld sneller wandelen, of langzamer, of om de haverklap stilstaan, of continu doorlopen, of al vertrekken wanneer ik mijn koffie nog niet op heb. Je kan ook gidsen treffen die geen smaak hebben. Die blijven te lang bij een snelweg lopen of lunchen in een armoedig café.

Gisteren maakte ik iets nieuws mee. De gids had een mooie route uitgestippeld door een gebied waarin hij was opgegroeid. Het ligt er vol lusthoven en warandes. Dat klonk best goed. Maar al kort na de start hield meneer halt zodat hij zijn verhaal kon doen. Daarna vertrokken we weer en even later stonden we wéér stil. Dat gebeurde een keer of tien achter elkaar. Ik werd hondsmoe en was na twee kilometer al heel erg aan koffie toe.

Het scheelt in zo’n situatie als de gids iets bijzonders te melden heeft. Maar deze man deed niks anders dan over zichzelf vertellen. Dáár, in dat huis had zijn tante gewoond. En daar had hij met een vriendje gespeeld. Oh, en hier had hij, toen hij nog op de lagere school zat (belangrijk detail), gezwommen. Et cetera. De anderen bleven keurig naar hem luisteren. Zij vonden zijn verhaal kennelijk interessant. Ik dacht nog: ‘Is die man beroemd of zo?’ Want ik ben wel vaker slecht op de hoogte van zulke feiten.

Het zal aan mij liggen, maar eigenlijk kon de omgeving mij meer bekoren.
En volgens Google is hij geen beroemdheid.