Witte asperges met salade snel klaar

Het is weer aspergetijd, dus lonken de asperges al bij de ingang van de supermarkt. Ik neem een bundel mee. Nu hou ik erg van lekker eten, vooral als het kant en klaar wordt geserveerd. Maar volgens internet is witte asperges koken best ingewikkeld. En het is vast heiligschennis om ‘het witte goud’ in de magnetron te stoppen. Daarom probeer ik te voldoen aan zo’n recept.

Tjonge jonge, wat een heisa geven die asperges. Je moet minstens de halve supermarkt en keukenzaak leeg kopen, wil je aan alle eisen voldoen. Een aspergepan, een vergiet, een touw, een keukenrol, een schuimspaan, een kooktoestel. Oh, dit laatste heb ik wel, maar mag het inductie zijn?

En dan alles waar je op moet letten. Staat het label ‘Klasse 1 AAA’ wel op de verpakking? Daar komen ze nu mee, als ik al thuis ben. Je moet met je nagel het vochtgehalte controleren. Pardon? Het plastic is dicht geseald, hoor. Nuttiger is dat je asperges twintig minuten moet koken. Maar hoe zit het dan met inductie? Verder heb ik geen Hollandaise saus in huis en evenmin de voorgeschreven roomboter. Afijn, koop ik eens asperges, wordt het natuurlijk weer een zooitje.

Toch, ben jij zo’n druk bezet medemens en heb je helemaal geen tijd voor dat gepruts in de keuken? Lees dan vooral even door. Dan geef ik je het eenvoudigste recept voor asperges met een heerlijke salade.

Witte asperges met salade en verse aardappeltjes à la Karine

  • 500 gram witte asperges. (Niet te dun, dan blijf je schillen en niet te dik, die zijn te stug. Neem maar asperges zo dik als je pink.)
  • Een gewone kookpan voor inductie. (Scheelt tien minuten koken.)
  • Zo’n dunschiller als je voor de aardappels gebruikt.
  • 150 gram AH witlofham. (Zo heet dat).
  • 100 gram AH basic scharrelei salade. (Dan hoef je geen ei te koken en daar is de mayo al bij inbegrepen.)
  • Zoveel verse aardappeltjes als je maar wenst.

Asperges koken

  • Kook water in de pan. (In een waterkoker gaat nog sneller.)
  • Schil de asperges, laat de kop erop zitten, snij het kontje eraf en stop ze in de pan. Zorg dat ze onder water liggen.
  • Tien minuten koken.
  • Daarna laten uitlekken.

Salade maken

  • Doe de boter of margarine in een schaal.
  • Snij de ham in hapklare blokjes of strookjes en doe die erbij.
  • Voeg de scharrelei salade toe.
  • Hussel alles door elkaar.

Met zo veel kant en klare ingrediënten heb je gelijk geen zout meer nodig.

Oh ja, wat je met de aardappels doet, verzin je zelf maar.

Eet smakelijk.

Naar Wageningen op stakingsdag

In onze regio staken de chauffeurs van het openbaar vervoer. Maar op een aantal lijnen rijden ze toch. Zoals busdienst 352 naar Wageningen, waar ik vandaag heen wil. Alleen zullen er minder bussen zijn. ‘We zien wel, denk ik, en wandel naar de halte. Het is een risico.

De bus is ruim op tijd en grotendeels leeg. De heenrit gaat voorspoedig. Na een wandeling met bekenden ben ik weer bij een halte aan de rand van Wageningen. Nu wordt het afwachten. Komt de bus naar Arnhem: ja of nee. Ik zou niet graag het hele eind naar huis willen lopen.

De halte staat naast een drukke weg en er wacht al een jonge metalhead. Onderuitgezakt luistert hij naar muziek op zijn telefoon. Na verloop van tijd wordt hij onrustig; hij moet op tijd in Arnhem zijn. Ook bezorgt deze locatie ons een dubbel gevoel. Want het verkeer raast continu langs ons heen, terwijl wij niet verder komen.

Geen bus te zien op de weg. Op het elektronische informatiebord passeert trouwens wel de ene na de andere bus. ‘Nog 8 minuten’, ‘nog 6 minuten’, ‘nog 3 minuten’, nog 2, ‘bus vertrekt’, weer: ‘nog 2 minuten’, ‘nog 1 minuut’. Vervolgens verschijnt – – en schuift de bus daaronder naar boven. ‘Nog 12 minuten’, enzovoort. Daar zitten we dan.

Ik wil niet als verstekeling in Wageningen achterblijven. Dus wat is wijsheid? Hier wachten of naar het busstation lopen? Daar vertrekt lijn 88 van een andere maatschappij naar het treinstation. Als die bus rijdt, tenminste. Maar o wee als ik naar het busstation wandel en bus 352 mij passeert. En stel dat de volgende pas over drie uur gaat? Hm.

Na een half uur vraag ik aan de metalhead hoe lang hij al wacht. Tien minuten langer. Opnieuw verspringt de aangekondigde tijd van – – naar ‘Nog 12 minuten’ . Het is genoeg geweest. Hij geeft het op en haalt zijn fiets van het slot. Terwijl ik het erop waag en naar het busstation loop. Hopend dat de bus niet uitgerekend nu langs zal komen.

Het wordt een soort honkbalspel. Verderop is namelijk nog een bushalte. Even overweeg ik om er te blijven, maar ik loop toch door. Het is een gok. Daarom hou ik mijn ogen gefixeerd op het tegemoetkomende verkeer. Want als daar iets rozigs bovenuit steekt, moet ik razendsnel terug naar dit honk.

Juist wanneer ik een druk kruispunt heb gepasseerd, doemt alsnog het langverwachte roze op. Nu ben ik al een eindje voorbij de halte. Ik sprint terug, ren links en rechts kijkend door rood, dwars over een grasperk heen, al omziend naar de bus en wapperend met mijn pas, zodat de chauffeur mij niet passeert, voordat ik die laatste halte weer bereik.

Meer sport dan stress; niet slecht op een stakingsdag van het openbaar vervoer.

Zij en ik solidair tegen de buxusmot

Tuinieren is prima, maar het moet wel aangenaam blijven. Anders wordt het werk. Dus wanneer ik weer rupsen van de buxusmot in mijn heggetjes aantref, vind ik dat minder leuk. Want daar ben je niet zomaar van af. En er staan veel buxusstruikjes in mijn tuin. De berichten over de plaag van de buxusmot klinken omineus. Hun rupsen vreten in het hele land heggen kaal.

Ik kan de struikjes van onder tot boven nakijken en honderden rupsen verwijderen. Dan sta ik uren voorovergebogen minutieus te pulken tot kniehoogte. Dit moet regelmatig worden herhaald. Het is een vieze klus om rupsen tussen blaadjes weg te plukken. Ik moet ze nog doodmaken ook. Eigenlijk is er geen redden meer aan. De mot heeft overal in de omgeving haagjes aangetast. Daarom overweeg ik de boel te vervangen door een tuinhek. Maar ik ben nog in dubio.

Mijn overbuurvrouw heeft nog veel meer buxusstruiken. Haar voortuin ziet er prachtig uit dankzij haar jarenlange liefdewerk. Wanneer ik naar huis loop, komt ze me tegemoet. Of ik ook buxusmot heb, vraagt zij bezorgd. Helaas, ja. Ik vertel wat ik heb geprobeerd en zeg dat ik weinig hoop heb. Maar zij wil niet van opgeven weten. Dan zou al haar werk voor niets zijn. En als ik mijn heggetjes rupsvrij hou, krijgen haar struiken ook een kans.

Ze kijkt mij hoopvol aan. Ze zoekt een medestander om er samen de moed in te houden. Ik kan al bijna niet meer zeggen dat ik overweeg om alle struikjes te rooien. Het is alsof ik haar dan in de steek laat.

Nu strijden we dus als de laatste twee der Mohikanen. Al gaan in de wijde omtrek alle heggetjes eraan, wij blijven stug rupsen weghalen. Vandaag ben ik opnieuw uren zoet geweest. Een voordeel: zo leer je je buurtbewoners kennen. Want elke passant wil weten wat ik doe en spreekt me aan.

PS: Tamme eenden schijnen de rupsenplaag te kunnen bestrijden.

Paarse grondlaag Utrechtse Heuvelrug

Zaterdag 5 mei 2018. Met vrienden van de Kreta-groep wandelen we op de Utrechtse Heuvelrug. De route gaat van De Generaal in Baarn langs paleis Soestdijk en Lage Vuursche naar Hollandsche Rading. Mooi bosrijk gebied en de zon schijnt, maar wat een drukte. Half Nederland loopt hier te recreëren.

We komen langs Charolais koeien die met hun hoeven in verkoelende plassen staan. Alsof ze voor een schilderij poseren.

Verder passeren we een afgekalfde zandlaag. Er zit ijzer in de grond, vertelt iemand. Dat geloof ik niet, want ijzerhoudende grond kleurt oranje. Heb jij weleens een paarse ijzerlaag gezien? Ik niet hoor. En zo ziet het er toch echt uit op de foto.

Ekster richt ravage aan op vensterbank

Soms is mijn leven net een film. De deur naar de achtertuin staat open, wanneer ik naar boven loop en even later terugkom in de huiskamer. Ik hoor getrippel op de vloer en plots fladdert er een ekster op! Prompt vliegt hij naar het raam en stoot zijn kop. Verdwaasd fladderend belandt hij op de vensterbank, waar een plant en allemaal breekbare siervoorwerpen staan. Waaronder een porseleinen lepeltje en schotel uit de Franz dragonfly en butterfly collecties. ‘Oh nee’, kreun ik. Want elk voorwerp is mij dierbaar, overal kleven herinneringen aan.

Zodra ik naar het raam toe loop, vliegt de ekster naar de overzijde van de woonkamer. Boink, in volle vaart tegen het andere raam. Ook daar stort hij verdwaasd neer, bovenop een andere plant. En ook die wordt geflankeerd door fragiele souvenirs. Een tak breekt af. Terwijl het beest vertwijfeld zoekt naar houvast, gooit hij een volle gieter om. Vlak naast apparatuur en een stekkerdoos waar stroom op staat. Vervolgens klettert een emaillen schaaltje op de grond. Waarna ook nog een aardewerk beeldje naar beneden stort.

Ik sta er niet bij stil; dat beest moet eerst het huis uit. Als hij de andere kant op vliegt, weet ik wat me te doen staat. Er vloog al eens eerder een vogel naar binnen, vroeger in mijn appartement. Daar heb ik toen alle gordijnen dichtgetrokken, behalve voor een open raam. Meteen vloog het diertje recht naar buiten. Dus trek ik de gordijnen dicht voor het raam waar de ekster al een ravage heeft aangericht.

Ik ren naar het andere raam waar hij weer vervaarlijk dicht bij mijn kunstwerkjes vliegt. En nu krijg ik hem te pakken. Voorzichtig en wat onhandig hou ik hem vast. Hij klemt meteen zijn klauwtjes om mijn vinger. Even vrees ik dat hij met zijn grote snavel zal pikken. Van heel dichtbij zie ik zijn metallic blauwgroene verenpracht. Zijn veren voelen koel en glad aan. Maar al snel wurmt hij zich los en slaat zijn vleugels uit.

Even later trippelt hij parmantig over de keukenvloer. Heel zelfverzekerd, zoals eksters dat doen. Hij is niet bang. Welnee, hij verkent gewoon de boel. Dan verdwijnt hij door een andere openstaande deur naar de wc. Maar die ruimte biedt geen uitgang en voor de open buitendeur in de keuken hangt een gaasgordijn. Ik hou dat zo ver mogelijk opzij zodat hij moeilijk naar de huiskamer terug kan, en roep hem dan: ‘Kom dan, ekster, kom dan.’ Hij luistert nog ook en komt uit de toiletruimte tevoorschijn. Rakelings vliegt hij langs mij heen, toch weer de woonkamer in. Wat een toestand.

Ik heb nog geen tijd gehad om het gordijn te sluiten bij het andere raam. Na een rondje door de kamer knalt hij opnieuw met zijn kop daartegenaan. Weer stort de ekster neer op de vensterbank. Waardoor het porseleinen Franz lepeltje op de vloer klettert en breekt. Nee! Zijn vleugelslag doet de plant tollen en zijn pootjes trappelen vervaarlijk boven het Franz schoteltje. ‘Neeeee! Niet dat schoteltje!’, roep ik in stilte. Jawel hoor, daar gaat het al.

In kinderfilms zie je vaak mensen struikelen terwijl ze krampachtig in slow-motion met delicate spullen balanceren. Of er vliegen taarten door de lucht die vol in het gezicht van boze schoolmeesters belanden. Verzinsels van Hollywood, denk je dan. Maar nu beleef ik zelf zo’n moment.

Onderhand ben ik beduusder dan de ekster. Zelf vliegt hij kalm naar buiten langs het wapperende gaas voor het deurgat. Aan mij de taak om de plas water en alle brokstukken op te vegen die hij achterlaat.

Verzamelde brokstukken.

Leef gezond en eet beter dankzij warme lunch

Over eten is een hoop onzin geschreven. Maar er schuilt wijsheid in een oud spreekwoord. ‘Eet ’s morgens als een keizer, ’s middags als een koning en ’s avonds als een bedelaar.’ Meestal doen we dat niet. In de ochtend hebben we haast en onze lunch werken we snel naar binnen. Een pauze van een half uur is gangbaar. En terwijl we eten, zijn we bezig met andere dingen. Praten, tv kijken, berichtjes checken, enzovoort. We registreren ons eten niet mentaal. Geen wonder dat we steeds dikker worden.

Zelfs als we rusten, heeft ons lichaam energie nodig. Sla je het ontbijt over en eet je later gauw een paar boterhammen, dan krijg je onherroepelijk honger. Dus ga je tussendoor snaaien, en meestal is dat ongezond. Een hele industrie draait op lekkere trek. Overal is fastfood. Op straat, in de supermarkt, op het station. Zelfs het tuincentrum pikt een graantje mee met een inpandig café. Scholen en sportverenigingen kunnen al niet meer zonder de opbrengst van frisdrank en glacékoek.

Met een stevig ontbijt of een warme lunchmaaltijd verklein ik de kans op sterke schommelingen in mijn bloedsuikerspiegel. Daarom zweer ik bij een uitgebreide warme lunchmaaltijd. Dat ben ik van huis uit gewend. Altijd als mijn vader vrij was, aten we tussen de middag warm en gezond. Op vakantie doen hotels mij trouwens een enorm plezier met een full English breakfast of een rijsttafel. Want sightseeing is zwaar.

Onze voorouders wisten sowieso wel beter. Als het even kon, aten ze vroeg op de dag een stevige maaltijd. In de negentiende eeuw lunchten Leidse fabrieksarbeiders thuis warm. Dan konden ze er weer uren tegen.

Ik pleit voor gezonde warme schoolmaaltijden en langere lunchpauzes. Doe dan gelijk gek en gooi je hele eetpatroon om. Eet zelf ook warm op het werk. Dit moet toch een gat in de markt zijn voor goede traiteurs en toeleveranciers. Dan heb je ’s avonds weer tijd voor elkaar en het eten bij een (brood)maaltijd met het hele gezin.

Efficiëntie verscherpt driedeling in Nederland

Een bekende van mij gaat over zes weken met pensioen. Ze kan wat eerder stoppen en kijkt daar al jaren naar uit. Op haar werk in de reclassering zit het halve team thuis met een burn-out. Daarom hebben de overgebleven collega’s dossiers overgenomen. Ze worstelt met het extra werk en de komende overdracht. ‘Maar’, relativeert ze, ‘dan heb je moeite gedaan om je in zo’n dossier te verdiepen en dan komt de cliënt niet voor zijn afspraak opdagen.’

Alles seinen staan op groen voor het bedrijfsleven. Ondanks bureaucratie werken we efficiënt. Wereldwijd gezien, leveren we per gewerkt uur op zes landen na de hoogste bijdrage aan het bruto nationaal product. (Bron: CBS) Milieu- en belastingregels zijn ten faveure van ondernemingen. En tegelijk zijn subsidies geschrapt. Er moesten keuzes worden gemaakt. Sociale werkplaatsen verdwijnen, verzorgingshuizen worden omgebouwd. Iedereen moet zelf meekomen.

Onze land beleeft gouden tijden, maar ik zie een steeds scherpere driedeling. Aan top staan degenen met een redelijk tot goed inkomen en gunstige regelingen. Vaak zijn zij hoogopgeleid en ondernemend. De middengroep heeft amper zekerheden. Bijna twee miljoen mensen werkt inmiddels op een tijdelijk contract. Anderen hebben nog wel een vast dienstverband. Maar dat zegt weinig tegenwoordig. Hoe meer je een maatschappij zakelijk en efficiënt inricht, hoe meer mensen tot de leftovers zullen behoren. Dat is de derde groep.

De werkloosheid is in Nederland nu zo laag, dat alleen nog de ‘probleem-gevallen’ thuis zitten. Mensen waar wat aan mankeert: leeftijd, afkomst, mentaliteit, een handicapje. Die willen de werkgevers niet hebben. Want in een efficiënte samenleving is geen ruimte voor afwijkingen. Er werken circa 865.000 arbeidsmigranten in Nederland. Die passen goed in het plaatje. Daartegenover staat nog altijd ruim een miljoen mensen (met of zonder uitkering) aan de kant. Het is maar net wat je onder efficiëntie verstaat in een land.