Foto: bewerken en in scène zetten

Als je fotoblogs volgt, zie je regelmatig de prachtigste foto’s. Close-ups van bessen, of mistflarden over een weiland. Of haarscherpe afbeeldingen van vogels en vlinders in volle vlucht. Ik doe net alsof ik erbij hoor met mijn SM-J510FN. Dat is de camera van mijn Samsung telefoon. In feite begint alles met kunnen kijken, maar ook met goede apparatuur. Mij valt het soms niet mee, want deze camera mist knopjes voor instellingen.

Neem nu een slak op een tuinpad. Zo’n slijmerig dier dat héél traag van A naar B glibbert. Daar kan weinig mee misgaan, zou je denken. Het pad is gemaakt van oude bakstenen die qua vorm en kleurschakering verschillen. De donkere slak met zijn bruine huisje past mooi tussen de gele, rode en bruine stenen. Bovendien schrijdt hij voort over een diepgroen tapijt van mos. Kortom: deze slak is op die plek een fotogeniek object.

Nu heb ik zeker twintig foto’s moeten nemen voordat hij er een beetje fatsoenlijk op stond. En nog is een deel onscherp. Van armoede heb ik zelfs gesjoemeld, want hij was al voorbij de mooiste stenen gegleden. Dus heb ik hem opgepakt en teruggezet. Dat is wel een voordeel als je een slak fotografeert. Probeer zoiets maar eens met een vlinder, bijvoorbeeld.

Nu zit ik met een vraag. Zetten al die mensen met perfecte foto’s hun tafereeltjes soms ook in scène? Hebben zij hun foto’s wel bewerkt?

PS: Voor de creatievelingen onder ons. De slak passeert op het fotomoment net de streep op de gele steen. Welk verhaal zou jij bij deze foto hebben geschreven?

Plog – Elfenbankjes langs de afgrond

De natuur is sterk, maar oh zo kwetsbaar. Dat besefte ik tijdens een boswandeling langs nog meer paddenstoelen en zwammen. Want de exemplaren met de felste kleuren trekken alle aandacht. Dus nader je geboeid om ze te fotograferen, terwijl je onbewust een halve heksenkring vertrapt. Oeps, sorry, even niet gezien. Veel soorten zijn namelijk bruinig. Ze vallen nauwelijks op tussen het gevallen blad. En sta je niet bovenop een paddenstoel, dan vertrap je wel een mestkever. Die was nu juist zo druk bezig om de boel op te ruimen.

Afijn, hopelijk heb ik niet al te veel dood en verderf gezaaid toen ik deze foto’s nam. ‘Gewone elfenbankjes’ noemen ze deze zwammen. Volgens mij is hier weinig gewoons aan. Ik vind ze betoverend mooi. Op microniveau hangen ze in een diepe kloof van een fantasy landschap.

(Klink desgewenst op een foto voor een vergroting.)

Plog – Een reus, een biefstuk en een porseleinzwam

Soms vraag je je af hoe bepaalde organismen aan hun namen komen. Neem nu de volgende drie zwammen. Ik zag ze tijdens de vorige boswandeling.

Deze schoonheid wordt een reuzenzwam genoemd. Nu vraag ik je: daar rechts, dat is toch precies een elfje? Een engel kan ook. Nee? Oké. Laten we er dan een landschap van maken. Dat donkere op de achtergrond is een begroeide bergwand. En dat vreemde bouwwerk vooraan is een futuristische ruimtevaartstad.

Dit vlezige exemplaar noemen ze een biefstukzwam. Goed, dat begint er meer op te lijken. Of zie jij hier iets anders in?

Tot besluit de zogenoemde porseleinzwam. Inderdaad glanzen deze witte bolletjes en ze zijn enigszins transparant. Zo te zien zijn ze echter ook slijmerig. Reken maar dat kinderen hier een andere naam voor zouden verzinnen.

(Klink desgewenst op een foto voor een vergroting.)

Braai

Het begint nog wel zo knus en aandoenlijk. Op een zonnige zaterdag staan er twee markten op het programma. Met de bus kom ik in een dorp aan bij de eerste. Dit is een liefdadigheids-gebeuren, compleet met thuis gebakken cake en loterij. Na een half uur zit ik weer bij de bushalte. Er rijdt een auto langs met een sticker van de Zuid-Afrikaanse vlag. Ik raak mild geïnteresseerd. Heeft de bestuurder daar vakantie gevierd? Of komt hij er zelf vandaan?

De auto wordt vlakbij geparkeerd en ik volg wie er uitstapt. De bestuurder is een blanke man. Hij draagt een overhemd met kaki jachtvest en een broek in dito stijl. Hm, warm. Aan de passagierskant verschijnt een blanke vrouw met zwart haar. Zij heeft een keurig rood jasje aan. Kan, kan. Engelse voorouders of Hugenoten misschien. Ze komen vast voor de rommelmarkt. Maar voordat zij op pad gaan, komt mijn bus er aan.

De tweede markt is verderop in een stad en eveneens ideëel van opzet. Er staan mensen met zelfgemaakte producten en ecologische waren. Ook is er is een zithoek van strobalen en schapenvachten rond een kampvuur. Boven de vlammen hangt een grote ketel aan een driepoot. Een paar zestigers kookt op hun gemak soep. Leuk. Nieuwsgierig spreek ik hen aan. Het blijkt om een groep natuurliefhebbers te gaan.

Prompt duikt die ene man in kaki outfit ook op bij het houtvuur! Hij past perfect in het geheel. Braai, dat is mijn eerste associatie. Hij komt vast zelf uit Zuid-Afrika. ‘Was u toevallig net op die andere markt?, vraag ik. En ik vermeld dat zijn autosticker mij opviel. Gelijk roept hij zijn vrouw.

Twee blanken uit Zuid-Afrika, in gesprek met een voormalige expat in Kenia. Heus, het begint aangenaam. Maar elk onderwerp buigen ze direct om naar wanbeleid en geweld, inclusief gruwelijke details. Er is geen ontkomen aan. ‘Jullie weten hier niet wat daar gebeurt’, zegt de man.

En ik denk: ‘Ja.’ Want ons halve journaal gaat over twee Armeense kinderen. Oké, in augustus kwam de NOS met een bericht uit Zuid-Afrika over 47 plaasmoorden. Wat op 19.000 moorden per jaar ‘slechts’ 0.3% is van het totaal, in een land met 56 miljoen inwoners. Dat was zo’n beetje al het nieuws over Afrika, een heel continent.

‘En ja’, denk ik vanwege een niet doorgegane dienstreis naar Zuid-Afrika tien jaar geleden. Wat weet je nu echt als je er nooit bent geweest? Oh, ik ken hun angsten. Ze hebben de tralies thuis gelaten, maar ze zitten met hun gedachten overal gevangen. Iemand zei over hun land: ‘It’s a human hell in a natural paradise.’

Bij ons afscheid geven we elkaar een hand. De zon schijnt. Op de markt eten kinderen ijsjes. Trots verkoopt een nieuwe statushouder zijn zelfgemaakte lekkernijen. Hij is weer iemand. Het is een heerlijke nazomerdag.

Uren later ruikt mijn haar nog steeds naar de rook van het vuur.

Plog – Krullen en rondingen in het bos

Ah, de herfst is weer in aantocht, daar wijst alles op. Het wordt koeler en vroeger donker; zeker in het bos. Bomen strooien hun zaden rond en kronkelende schepsels omringen hun stronken. Paddenstoelen en zwammen bezorgen ons een wandeling vol wendingen.

Wat vorige week roze kleurde, is nu rood. En wat kort geleden nog onzichtbaar was, is nu groot. Deze wonderlijke verschijningen passen in sprookjesvertellingen bij de open haard. Het seizoen begint vroeg dit jaar en er is genoeg voor een vervolgverhaal. Genieten maar!

(Klink desgewenst op een foto voor een vergroting.)

Plog – Denk aan omdenken

Denk aan omdenken, denk ik wanneer ik verstar voor de drempel. Wederom. Denk aan wat je wél kan. Daar gaat het om. Omdenken is denken in termen van mogelijkheden in plaats van problemen. De vijftien strategieën zijn absoluut zinvol. Ik kan ze iedereen aanbevelen. De hele rataplan.

Alleen blijf ik zelf eindeloos rondtollen door deze twee:

  • Strategie nummer 5. Doorzetten: door te volharden, creëer je nieuwe mogelijkheden.
  • Strategie nummer 8. Elimineren: stop met wat niet (meer) werkt.

Tja.

LinkedIn account gesloten

Het is weer zover. Een ex-collega vraagt via LinkedIn of ik haar tot mijn netwerk wil toelaten. Ik heb haar in geen negen jaar gezien. We werkten vijf jaar lang op dezelfde afdeling, maar elk in een ander team. Het is zo’n standaardberichtje. Er staat geen enkel persoonlijk woordje bij of een reden voor haar verzoek. Laat staan een teken van oprechte belangstelling. Ik accepteer het geroutineerd. Alsof het normaal is geworden dat we zo met elkaar omgaan. Maar ik vind dit niet normaal.

Het oorspronkelijke idee van LinkedIn was goed. En in het begin gingen we er serieus mee om. Je liet bijvoorbeeld alleen de mensen toe die je echt kende. Inmiddels staan er ook volslagen vreemden in mijn netwerk. Zo ver is het dus gekomen.

Oh, ik heb al herhaaldelijk de bezem door dat netwerk gehaald op LinkedIn. Sommige mensen wilde ik niet voor het hoofd stoten door hun verzoek te weigeren. Dat komt zo bot over. Je kon ze achteraf nog stil verwijderen.

Lang beschouwde ik LinkedIn als een netwerk dat kon helpen bij het vinden van werk. Steeds kwamen er hoopgevende berichtjes binnen, waarin stond dat mensen naar mijn profiel keken. Maar dat heeft nergens toe geleid.

Intussen komt er een constante stroom positieve updates voorbij. Van professionele mensen die het ene na het andere succesverhaal vertellen. Vreemd. Want af en toe heb ik ook goed nieuws, maar zó veel en zó vaak?

Als ik in een schijnwereld wil leven, dan creëer ik hem zelf wel. En in het echte leven kan je gewoon persoonlijk contact opnemen.

(Een LinkedIn account sluiten doe je zo.)