Van oorzaak en gevolg naar reactie

‘Je laat hem over je heen lopen’, zegt de buurvrouw. Ze doelt op de buurman wanneer we bijpraten over de stand van de rioolzaken. Oppervlakkig gezien heeft ze gelijk. Ik heb te lang geduld opgebracht. Toen we in november crisisberaad hielden terwijl de mannen van de rioolservice bezig waren, zei ze dat ook al. En ze demonstreerde hoe het anders moest, volgens haar. Ze keek mij strak aan en kwam dreigend steeds dichter bij mij staan. Tot haar gezicht het mijne bijna raakte. Inwendig kon ik er wel om lachen, want zo’n oefening heb ik al eens in een assertiviteitstraining gedaan.

En ik laat mensen niet over mij heen lopen. Dat bleek al op mijn veertiende. Toen kwamen per toeval mijn enorme vastberadenheid en doorzettings-vermogen tevoorschijn. Het enige waar ik soms nog moeite mee heb, is het moment kiezen waarop ik deze kenmerken vol of juist gedoseerd inzet. Kijk naar gezonde jonge mannen. Zij moeten hun fysieke kracht leren beheersen. Op vergelijkbare wijze moet ik met de macht achter mijn wilskracht omgaan.

Maar mijn buurvrouw dan, waar komt die herhaalde opmerking vandaan? Wat zegt het over háár, dat zij zo’n uitspraak doet? Ze is beslist aardig en een paar jaar jonger dan ik. Wel is ze ook moeder van drie jongvolwassen kinderen. Is die opmerking daarom onwillekeurig bedoeld als stukje opvoeding? Of praat ze vanuit haar rol op het werk? Ze is namelijk zelfstandige in het onderwijs. Ik heb al heel wat mensen uit die sector ontmoet die het beter weten dan de rest. Ook al is het goedbedoeld.

Of gaat dit dieper en zit het sowieso in haar karakter? Dan draait dit misschien om onze onderlinge positie. Wil zij de leider zijn of een autoriteit, en zitten we dan in een top-down situatie? Dan zie ik een redelijk logische link met haar beroepskeuze. Of sta ik hier gewoon buiten en speelt de scheiding van haar man een rol? Die is nog redelijk vers. En ook die gebeurtenis kan verband houden met haar karakter. Of, het is een long shot, breekt onzekerheid haar op?

Want ik ben het meest autonoom van ons tweeën. Ook bij de rioolperikelen heb ik mijn daadkracht en probleemoplossende vermogen al bewezen. Morgen stuur ik het hele dossier volgens afspraak naar mijn inmiddels vaste contactpersoon bij Bouwzaken. Buurman kan zijn borst natmaken, want dan gaat Handhaving ermee aan de slag.

Iedereen wil serieus worden genomen, ook de buurman. Zijn grootste probleem is niet financieel van aard. Zijn probleem is dat hij maling heeft aan iedereen, dus ook aan mij. Maar juist bij onrecht komt al mijn vastberadenheid en doorzettingsvermogen naar boven. Dat kan ik linea recta terugleiden naar een groep voorouders. Zij gingen vanwege onrecht ook voor de dood of de gladiolen.

Soms laat ik mensen in hun waan. Misschien voelt buurvrouw dat toch goed aan.

Bloginspiratie opdoen via de krant

Toen Raam Open anderhalve maand bestond, postte ik het logje Eenzijdige inspiratie uit de krant. Het begon zo: ‘Bij thuiskomst na vakantie lijkt het vaak alsof er niets is veranderd. Ja, de plantjes in de tuin zijn wat groter, maar het nieuws is bijna hetzelfde als toen je vertrok. Dat gevoel wil ik voorkomen bij lezers van mijn blog. Alleen is originaliteit best een opgave, merk ik nu.

Want de Volkskrant is één van mijn inspiratiebronnen. Maar burgers, bedrijven en politici halen steeds dezelfde capriolen uit. Dus is het voor journalisten lastig om echt iets nieuws te brengen. Wel verdenk ik de redactie van tunnelvisie. Let er maar eens op. Over sommige landen of onderwerpen lees je nooit. Zo heb ik veel belangstelling voor Afrika, het Midden-Oosten en de Stille Zuidzee. Nieuws uit de Stille Zuidzee echter, kan je op de vingers van één hand tellen. En dan hou je nog vijf vingers over.’

Hierna gaf ik voorbeelden over politiek, economie, maatschappij, etc. die vijf jaar geleden actueel waren, maar nu niemand meer boeien. Dat log heb ik dan ook geschrapt. Nu heb ik eens geturfd hoeveel pagina’s nieuws bevatten en hoeveel er vol andere info staan. Ook turfde ik over welke regio’s in de wereld de berichtgeving gaat.

Dit is van vrijdag 11 januari 2019 het resultaat. De krant telt 56 pagina’s. Waarvan:

  • nieuws: 15
  • cultuur, muziek, fotografie en literatuur: 15
  • food & lifestyle: 5
  • puzzel, weerbericht en vaste columns: 5
  • opinie & debat (reacties van lezers): 4
  • economie: 3
  • sport: 3
  • advertenties: 6

Twintig pagina’s cultuur, food en lifestyle! Tsjonge. Het nieuws komt er met vijftien best bekaaid af.

Dan de landenscore. Hier ben ik uitgegaan van het land waarover het hoofdonderwerp gaat. In een paar gevallen heb ik twee landen geteld, zoals bij de Nederlandse commentaren op de Nashville-verklaring. Dit leidt ongeveer tot de volgende telling.

  • Nederland: 60
  • VS (hoofdzakelijk Nashville en Trump): 12
  • EU-landen: 16
  • Afrika (uitsluitend over de verkiezingen in Congo, maar dat is ook wel een erg groot land): 4
  • Midden-Oosten: 2
  • Azië & Turkije: 6
  • Latijns Amerika: 4
  • Rusland (foto van Pussy Riot): 1

En dan komt het: de hele Pacific (Melanesië, Micronesië, Polynesië, Australië en Nieuw-Zeeland): 1. Een! Die ene is niet de minste, hoor. Dat is een regel in een artikel over echtscheidingen van allerlei beroemdheden. Maar dat zinnetje gaat wel heel specifiek over de $ (USD, AUD?) 425 miljoen die de Amerikaans-Australische Mel Gibson in 2006 bij zijn scheiding aan zijn vrouw Robyn moest betalen.

Nou, zo haal ik toch mooi dankzij het belangrijkste bericht over het wereldnieuws inspiratie uit de krant.  😉

Een alternatieve kijk op homoseksualiteit

Nashville, here we come, voor de brandstapel of voor de rozen.

‘Biologen weten al decennia dat zaadcellen geen actieve, heldhaftige zwemkampioenen zijn, maar eerder halfsneue spartelaars met in hun midden wat mazzelaars. En de eicel ligt niet passief te wachten; ze lokt en leidt de zaadjes met chemische signalen en vloeistofstromen. Er zijn zelfs aanwijzingen dat ze kiest welk zaadje haar mag bevruchten. Een eitje is geen trofee voor de stoerste zaadcel; ze is een zakenpartner, en misschien zelfs wel de baas.’

Deze woorden, vooral die over de baas na de komma, zijn van Asha ten Broeke, wetenschapsjournalist voor de Volkskrant in haar column van 11 januari 2019. Laten we het nu eens hebben over die Nashville-verklaring.

Bij twijfel baseer ik mijn visie graag op de wetenschap. Weg met alle onzin; op zoek naar de kern. De ‘waarheid’ zo je wil. Wel vooropgesteld: ik was ff bezig met andere zaken en had geen tijd om die verklaring te lezen. Maar dat maakt niets uit, toch? Homoseksualiteit is een vrouwelijk woord met als betekenis: ‘seksuele gerichtheid op personen van hetzelfde geslacht’ (dus toch mannen en vrouwen, maar dan per soort).

Mijn stelling is als volgt: we weten nog niet goed waar homoseksualiteit vandaan komt.

Dit kan ik onderbouwen. Als bronnen gebruik ik mijn eigen referentiekader, zoals daar zijn: ouders en andere familieleden, vrienden, buren en collega’s. Verder heb ik weleens wat gelezen en toevallig ook nog iets met gender-studies gedaan. Dat laatste in het kader van man/vrouw-verhoudingen in de Arabische wereld en Afrika. Gewoon wat literatuur door gevlooid en ‘in het veld’ mijn ogen en oren open gehouden. Meer was het eigenlijk niet. O wacht, toch wel. Ik vergeet een onderzoekje naar vormen van polygamie wereldwijd. Interessant onderwerp, trouwens.

Een van mijn vroegere collega’s is een lesbische vrouw. Dat vernam ik pas vijftien jaar na vertrek bij onze werkgever, hoewel we steeds contact hadden gehouden. Ook zijzelf had het pas net ontdekt. Op het moment dat zij het vertelde, vielen ineens alle puzzelstukjes samen.

Want deze vrouw was voor mij een raadsel. Of liever, ik begreep maar niet waarom zij geen vriend had. Ze is sportief, zeer sympathiek, intelligent, leuk om te zien en bovendien heeft ze humor. Daar moeten mannen toch als vliegen op afkomen?

Ze is ook gevoelig en heeft mededogen. Zij ziet mensen voor wie ze zijn, beter dan menigeen. We leerden elkaar kennen toen we allebei in onze reisfase zaten. Met vrienden had ze in een oud barrel maandenlang door de VS gereisd. En voor haar afstudeerscriptie deed ze daar onderzoek naar een bekende regisseur. Op kantoor werkten wij intensief samen en dat ging prima.

Toch er was ook een intens duistere kant aan haar. Iets waar ze zelden, en dan nog slechts vaag, iets over liet doorschemeren. Pas veel later kwam het ogenschijnlijk en passant ter sprake. Zo van ‘Oh dat wist je toch wel, dat ene, met die buurman.’ Dat ene was jarenlang kindermisbruik in haar jeugd, door de buurman.

Ik kan mij voorstellen dat je het dan voorlopig even hebt gehad met mannen. En ja, seks met mannen werd een probleem voor haar, later, toen ze er wel de leeftijd voor had. Op een gegeven moment kreeg zij een vriend die veel van haar hield, en zij ook van hem. Maar meer dan platonisch werd het niet. Het ging gewoon niet, ze schoot finaal in een kramp. Een intieme relatie opbouwen met een man was onmogelijk geworden voor haar. Na een poos samenwonen gingen ze weer uit elkaar.

Nog weer later vertelde ze dus dat ze lesbisch was en een vriendin had. En ik dacht: ‘Daar geloof ik niets van.’ En nog steeds heb ik hevige twijfels bij haar. Dat ze ook op vrouwen kan vallen: ja. Alleen dat ze uitsluitend lesbisch is, kan ik zeer moeilijk aannemen. Het is een verschrikkelijk cliché idee, maar ik geloof oprecht dat dit anders was gelopen als ze in haar jeugd niet zo erg de verkeerde was tegengekomen.

Ik geloof niet dat zij lesbisch is geboren, maar dat zij lesbisch is geworden. Namelijk door een traumatische ervaring waar ze nooit meer overheen is gekomen. En dan toch, neem nu die wetenschap van dat eitje en die zaadcellen. Wat weten we inmiddels werkelijk over de chemische processen van aantrekkingskracht tussen mannen en vrouwen? Of tussen mannen en mannen? Of tussen vrouwen en vrouwen?

Uit het gekrakeel over die Nashville-verklaring maak ik op dat het een nogal conservatief Hill Billy-gedoe is. Heisa van een roedel achtergebleven white angry men and women. De laatste stuiptrekkingen, misschien, gevoed door angst voor de toekomst. Zogenaamd Christelijk tegenwicht voor de oprukkende Islam, wellicht. Of voor het gevaar uit China, want daar zijn ze ook bang voor. Wat mij betreft kunnen ze zich beter richten op hun eigen zonden, want er ligt vast nog wel wat onder het vloerkleed verborgen.

Jammer dat ze daar in country-minnend Nashville zo zelden luisteren naar Radiohead: I Might be Wrong.

Modern + man + vrouw = androgeen

Mijn vader had grote handen en voeten. Voor zijn schoenen moest hij in speciaalzaken zijn. Dus toen ik als pubermeisje een groeispurtje kreeg, vreesde ik dat mijn handen en voeten als die van hem zouden worden. In die levensfase wil je vooral normaal blijven en niet van de vrouwelijke norm afwijken. Wat die norm op enig moment ook moge zijn. Uiteindelijk viel het mee. Ik ben zeer tevreden met mijn schoenmaat 37, al heb ik wel iets grotere handen dan veel gendergenoten.

Want dat doen we natuurlijk: vergelijken. En niet alleen wanneer we pubers zijn. Gisteren schreef ik over hoe mannen denken. Dat logje staat bol van de clichés, inclusief opmerkingen over seks. Ingrid reageerde direct met: ‘Ik herken mezelf wel in zo’n opmerking (maar ik heb ook nogal wat mannelijke trekjes). Hoe meer ad-rem, hoe meer je erbij hoort tegenwoordig.’

Dat brengt mij bij Mack. Niet dat dat hij zo androgeen is, vermoedelijk. Maar hij schreef eerder dat hij moeite heeft om bloggers te volgen die hij niet persoonlijk kent. Dat maakt zeker verschil. Want Ingrid en ik kennen elkaar al jaren via een werkgever. Dus heb ik voorkennis bij haar zin over die opmerking. En ondanks mijn zandlopermodel en haar bescheidenheid hebben wij allebei licht androgene trekjes in uiterlijk en karakter.

Inderdaad hoor ik Ingrid meteen zo’n opmerking droppen. Waarna anderen even denken van: ‘Huh? Komt dat uit de mond van een vrouw?’ Als je daarna vraagt wat zij bedoelt, volgt er steevast een nuchtere afweging. Die zomaar kan indruisen tegen wat je verwacht van een tenger iemand als zij. Van een moeder, van een vrouw met haar achtergrond en baan. Achter haar ad-rem gedrag gaat een weldoordachte levensvisie schuil. Daarbij doorbreekt zij onder andere rolmodellen voor mannen en vrouwen. Ook haar man is anders dan de meeste mannen die ik ken uit zijn land. Geen macho. Maar is hij daarom minder mannelijk? En is zij dan minder vrouwelijk?

Het feminisme kan ik af en toe wel schieten. Want mannen en vrouwen zijn soms echt in verwarring over hoe ze met het andere geslacht ‘moeten’ omgaan. Zelf ben ik nog opgevoed met het idee dat de man de kostwinnaar wordt. Nu zorg ik voor mezelf en twijfel ik eveneens welke houding ik tegenover mannen moet aannemen. Want wat zijn ze: conservatief, modern, of een mix daarvan? Vooral zo’n gemixte man geeft signalen af die alle kanten op gaan. Ik wring mij dan in bochten om goed contact te maken en aansluiting te vinden.

We worden steeds meer androgeen in uiterlijk en gedrag. Die verandering zie je het best bij opeenvolgende generaties. Vaders die openlijker hun zachtere kanten tonen in de opvoeding van hun kinderen. Moeders die stoere dingen doen. Ouders die hun kroost veel vrijer laten in hun beroepskeuze, ongeacht of dat metier ‘hoort’ bij een man of een vrouw.

Veranderende genderrollen dragen bij aan de algehele verwarring in deze toch al woelige tijd. Maar er zullen altijd behoudende en vrijdenkende mensen blijven. Qua man-vrouwverhoudingen zijn deze groepen in Nederland wat dichter naar elkaar toe gegroeid. Van mij mogen er uiterlijk duidelijke verschillen blijven; en clichés eveneens. Maar meer begrip voor, en inzicht in het andere geslacht, juich ik toe. Of deze ontwikkeling doorzet, zal blijken. We zijn er wel zelf bij.

PS: Van alle bloggers die ik volg, is Bentenge voor mij de meest raadselachtige man. Vooral vanwege die foto dan. 😉

Mag die foto hier blijven?

Over hoe mannen denken

Op een zondagmiddag geven mijn buren verderop een borrel. Wij, hun buren en aanverwanten uit twee huizenblokken, zitten bij elkaar. Sommigen van ons wonen hier pas kort en ontmoeten anderen voor het eerst. Er klinkt gezellig geroezemoes in de woonkamer. Terwijl diverse gesprekken gaande zijn, begint een oudere vader over de zorg voor kinderen. ‘Nou’, concludeert hij, ‘een kwartiertje plezier en dan zit je er de rest van je leven aan vast.’ ‘Wat?’ antwoordt een jongere vader meteen, ‘Vijf minuten, meer is het niet.’ Een paar seconden lang valt iedereen stil; daarna begint het geroezemoes weer.

Kijk, zoiets fascineert mij. Want dit is een gemêleerd gezelschap. Jong en oud, hoog- en laagopgeleid, ieder uit een ander deel van het land. En die twee kennen elkaar niet. Dan is het afwachten hoe zulke opmerkingen vallen. Als ze bij het voetbalveld hadden gestaan, was het vast anders gegaan. Maar hier zitten (voor zover ik weet) keurig nette vrouwen bij. Of in elk geval mensen die voorlopig de schijn ophouden.

Ik probeer mij voor te stellen hoe deze mannen denken. Die ene van dat kwartiertje plezier is een levensgenieter. Hem zie ik wel met een biertje in de hand sappige café-verhalen vertellen. Die ander is een pas gescheiden man met een nieuwe vriendin. Hij lijkt mij meer van de wijnproeverijen op een bescheiden chateau in Frankrijk. Zonder twijfel is hij hoger opgeleid. Toch trapt hij er vol in.

Oh, ik begrijp wel hoe zoiets gaat. Die café-ganger is woont hier al jaren, terwijl die chateau-man als passant toevallig in de buurt is. Dus die met het biertje van het kwartiertje staat op vertrouwde grond. Hij kent iedereen en alle buren kennen hem. Hij is gewoon zichzelf en zegt wat hij zeggen wil. Hij is het mannetje hier. (Een sympathieke vent, trouwens, ik mag hem wel.) En die wijnman mag dan nieuw zijn, hij gaat echt niet voor hem onder doen. Dus die gaat eroverheen. Hij is nóg sneller.

Nou, gefeliciteerd ermee. Zou hij het zich gerealiseerd hebben, in die seconden durende stilte? Dat less niet more is, in dit geval. Of zou hij alleen maar gedacht hebben: ‘Parbleu, dit soort praatjes hoort niet bij wat men van mij verwacht hier.’ Of zou hij gedacht hebben: ‘Hoe moet H. dit nu vinden? Die hier net is komen wonen en waarvan iedereen dit nu over haar seksleven weet.’ Of zag hij zich ineens met zichzelf geconfronteerd? Dat hij ondanks zijn amoureuze escapades helemaal niet zo’n Latin Lover is. Omdat het maar vijf minuten duurde per keer. Shit.

Eerlijk gezegd volg ik nog steeds amper hoe mannen denken. Ik snap wel dat ze stoer willen zijn en graag over techniek praten. Over telelenzen en computers, en over de levels die ze met games gehaald hebben. Ook weet ik dat de breedste en luidruchtigste gasten meestal de kleinste hartjes hebben. Maar verder begrijp ik er nog altijd weinig van. Daarom lees ik graag blogs van mannen. Misschien dat ik er nog wat van kan leren.

PS1: Voor de heren is er op dezelfde site ook een rubriek over hoe vrouwen denken.

PS2: Kijk, dìt vond ik een leuke man (toen-ie jong was en zijn vrouw nog niet verlaten had.)

Foto: screen shot uit Mad Max II, The Road Warrior, 1981.

Brokstukken van een burn-out (3)

Oké, blijkbaar heb je dus een burn-out gehad en ben je weg bij de organisatie waar je vastgelopen bent. En dan zit je zonder werk thuis. En dan? Wat zijn de gevolgen? Hoe ga je verder? Pak je na verloop van tijd je oude beroep weer op of moet je carrière op de schop? Kan en ga je door alsof er niets is gebeurd?

Sinds mijn vertrek in 2009 heb ik tientallen mensen ontmoet die in vergelijkbare situaties zaten. Voor ieder van hen was ontslag en/of een burn-out een serieuze wake-up call. Zeker als ze ergens lang hadden gewerkt. De meesten doorlopen daarna een heel rouwproces vol confrontaties voordat ze zichzelf weer hervinden. Wie ben ik? Wat kan ik? Wat wil ik? Sommigen hebben echt geen idee meer. Na coaching en een persoonlijke zoektocht slaat bijna iedereen een nieuwe richting in. De een gaat dit beter af dan de ander.

Voor mij had en heeft die burn-out zowel positieve als negatieve gevolgen. Hoe het in sommige van onderstaande opzichten afloopt, is nog onbekend. Beschouw het als een avontuur, een zoektocht naar een ‘eigenlijke bestemming’. Wederom een zoektocht, want hetzelfde heb ik al eerder gedaan tijdens een reisperiode.

Loopbaan
Qua werk is mijn vooruitzicht nog uiterst onzeker. Leeftijd (55 jaar), automatisering, outsourcing, verouderende diploma’s en werkervaring hinderen het vinden van een baan. Toen ik weer tijdelijke functies kreeg, liep ik in stresssituaties tegen mijn nieuwe grenzen aan. Of het nu de leeftijd is of het gevolg van een burn-out, er is een stukje elasticiteit verdwenen. (Zie het voorgaande logje Brokstukken van een burn-out (2) voor mentale gevolgen.) Daarom wil ik definitief breken met mijn vorige beroepen en broed ik nu op een alternatief.

Hulp vragen
Had ik mij tien jaar geleden toch ziek moeten melden? Was ik dan beter af geweest? Misschien zag ik onterecht te veel beren op de weg van een begeleid hersteltraject. En in retroperspectief is het bizar dat ik nooit bij een arts ben geweest. Wellicht had het weinig uitgemaakt, maar de les is helder. Ik had hulp moeten vragen. Nu signaleer ik zoiets veel sneller. Hulp vragen gaat mij inmiddels beter af. Zelfs als het om geld gaat.

Financieel
Want ja, financieel gezien zijn de gevolgen echt zeer groot. Mijn inkomsten schommelden flink de afgelopen tien jaar. Door een samenloop van omstandigheden en als voormalige zzp’er heb ik nu geen recht op een uitkering. Vandaar dat mijn inkomen tot het absolute nulpunt is gedaald. Hier moet ik nog iets mee.

Relaties
De gevolgen op het gebied van relaties zijn zowel positief als negatief. Ik mis collega’s met wie ik bij de koffieautomaat kan praten. Wel ontmoet ik via workshops en bijeenkomsten voor werkzoekenden veel aardige mensen, zoals hartelijke lotgenoten die welgemeende steun en inzichten bieden. Bovendien is de afgelopen jaren duidelijk geworden wie mijn echte vriendinnen zijn. 2019 ga ik gebruiken voor ontmoetingen met mensen buiten mijn vertrouwde kring.

Persoonlijke en professionele ontwikkeling
Grote voordelen zie ik op het vlak van persoonlijke en professionele ontwikkeling. Allereerst heb ik nu genoeg tijd voor verdieping. Ik stort me met liefde op uiteenlopende onderwerpen en verwerk mijn analyses onder andere in logjes. Zo hou ik de geest scherp en mijn schrijfvaardigheid op peil.
In verband met de rioolperikelen heb ik me vastgebeten in alles wat daar bouwtechnisch en juridisch mee te maken heeft. Desnoods pleit ik zelf voor onze zaak ten overstaan van een rechter.
Bovendien weet ik nu goed wie ik ben en wat ik kan, mede dankzij workshops en een persoonlijk balanstraject. Dit geeft rust en duidelijkheid. En ik weet op welke vlakken ik mij nog verder kan ontwikkelen. Daar is voldoende tijd voor.

Vrije tijd. Yes!
De tijd hebben is een mega gezonde en ontspannende factor! Ik leef low-budget. Met openbaar vervoer ben je langer onderweg dan met een auto, maar dat maakt voor mij weinig uit. Zelf een knoop aan een jas zetten, doe ik gelijk. Zo’n klusje zou voorheen blijven liggen tot het weekend. De kast staat altijd vol eten, want ik wandel elke dag op mijn gemak naar de supermarkt. Spontaan bij iemand langsgaan of bezoek ontvangen kan gewoon. Verder kan ik uitslapen en bij rotweer de hele dag op de bank hangen. Oh, en dan de wandelingen die ik maak … Voor werkende buren neem ik trouwens pakketjes aan. Zij zijn ook blij met mijn vrije tijd.

Conclusie en toekomst
Ondanks het gebrek aan inkomen voel ik mij vaak een spekkoper. Ik ben verhuisd naar een mooi dorp met lommerrijke omgeving waar ik volledig tot rust kan komen. Deze stap dank ik aan de nasleep van die burn-out. Het is zonder meer een van mijn betere keuzes geweest.

Na de burn-out heb ik geprobeerd mezelf weer in het harnas van de arbeidsmarkt te proppen. Maar in sommige functies lukt dat gewoon niet meer. Word ik in een toch al hectische situatie onverwachts voor het blok gezet, dan bestaat de kans dat ik heftig negatief zal reageren. Ik had juist geleerd hier mentaal en verbaal soepel mee te dealen. Assertiviteit, het op een goede manier naar anderen toe voor jezelf opkomen, is een levenslang traject. Dat blijkt weer. Een burn-out overkomt je namelijk met reden.

Dit erkennen en hiernaar handelen ervaar ik als een soort coming-out. Want wil je aan alle absurde verwachtingen van ons economische systeem voldoen, dan moet je soms wel de schijn ophouden.

Mijn grote-reizenfase (1986 – 2001) was een onconventionele vorm van assertiviteit. In die periode maakte ik al keuzes die van de stroom afweken. En dat zijn de beste keuzes in mijn leven geweest. Ook qua werk voel ik dat de oplossing in het onconventionele zit. In het alternatieve alternatief. In die stacaravan waar ik van droom. Spreekwoordelijk dan. Daarom eindigt dit verhaal met een fragment uit een gedicht dat ik koester sinds 1995 (het jaar van de Stille-Zuidzee-reis):

Two roads diversed in a wood, …

Brokstukken van een burn-out (2)

‘En toen, maakte je keuzes (of werden ze gemaakt) waardoor het beter werd voor jou? Wat was daarin het belangrijkste, ander werk, andere omgeving?’, vraagt Petronella onder het voorgaande logje over de brokstukken van een burn-out. (Bedankt hiervoor.) Jouw reactie komt binnen wanneer ik besef dat het laatste woord nog niet is gezegd. Want er zijn positieve en negatieve gevolgen: financieel en mentaal, voor mijn relaties, carrière en persoonlijke perspectieven. Al moet ik zelfs nu, tien jaar later, nog afwachten waar de nasleep van die burn-out uiteindelijk toe zal leiden.

Dat het inderdaad een burn-out was, is nu wel aannemelijk. In mijn geval waren de klachten direct gerelateerd aan een werksituatie vol stressfactoren. Dan lijkt de oplossing eenvoudig. Een andere functie binnen de organisatie of baan daarbuiten zoeken en weer fris verder. Want aan die stressfactoren zelf viel weinig te doen. Maar een alternatieve interne functie was niet aan de orde. En vooraf was duidelijk dat elders een baan vinden, ook heel lastig zou worden.

Mijn leeftijd en ongebruikelijke loopbaan, de crisis en de weinige vacatures binnen de sector speelden rond 2009 elk een rol. Daardoor kwam ik voor het blok te staan. Want ziek melden was geen optie. Dan had ik een zwaar frustrerend traject in gemoeten, waaraan de gedachte alleen al mij alle energie ontnam. Over de vervolgstappen heb ik zwijgplicht.

Een eigen bedrijf, waarmee ik naast mijn baan al was gestart, is niet goed van de grond gekomen. Later, toen ik na diverse tijdelijke contracten tussen alle regels in viel en geen enkel inkomen meer had, kwam de twijfel. Had ik mij toch gewoon ziek moeten melden? Dat doet tenslotte iedereen. Was ik dan beter af geweest? Op de praktische consequenties schrijf ik een beschouwing in een volgend log.

Persoonlijk vind ik de vraag of je blijvende klachten aan een burn-out overhoudt belangrijk. Wat doet het mentaal met je? En met je lichaam: hoeveel langdurige spanning door negatieve stress kan dat aan?

Volgens arbeids- en organisatiepsycholoog Wilmar Schaufeli zijn werk gerelateerde stressklachten ‘een van de belangrijkste redenen waarom mensen door het UWV worden afgekeurd.’* Hieruit blijkt al dat je jarenlang uitgerangeerd kan blijven. Periodiek krijgen uitkeringsgerechtigden een herkeuring. Dan kan een verzekeringsarts een eerdere afkeuring herzien of verlengen. Na een burn-out kan je ook gedeeltelijk arbeidsongeschikt worden verklaard. Daarna verricht je met een gedeeltelijke uitkering aangepast werk of maak je minder uren. Toch zijn er evengoed mensen die er weer helemaal bovenop komen.

Wat ik bij mezelf leek te bespeuren, was dat ik achteraf mentaal minder aan kon, in allerlei opzichten. Eenmaal weg bij die organisatie zocht ik naar ander werk. Thuis ebden de spanning en de stress grotendeels weg. En daarmee verdwenen de fysieke klachten ook al snel. Maar er hoefde maar dít te gebeuren of de spanning kwam in volle omvang terug. Het minste bracht mij al uit balans en zorgde voor stress.

Terwijl ik vroeger redelijk nonchalant telefonisch naar een vacature kon informeren [gewoon even inbeelden dat je het kan], schoot ik nu bij voorbaat al compleet in een kramp. Het idee dat er weer iets van mij werd verwacht. Dat ik moest presteren. Dat mijn stem helder moest klinken. Dat ik geen enkele fout mocht maken. Dat ik moest voldoen aan het beeld dat men had van een ideale kandidaat. Whatever dat beeld ook was. Ik ging er zowat van hyperventileren. Of eigenlijk deed ik dat al.

Faalangst, echt verlammende faalangst. Terwijl ik dacht dat ik daar toch aardig overheen was. Maar er zat inmiddels een nieuwe generatie aan de andere kant van de lijn. Ineens waren de taal en voorwaarden op de arbeidsmarkt gewijzigd. Zomaar, terwijl ik even met wat andere zaken bezig was geweest. Alsof heel mijn CV plotseling waardeloos was.

Het leek ook wel alsof de prikkels van buitenaf heftiger binnenkwamen. En het leven in een studentenstad midden in de Randstad is woelig. Ik had behoefte aan echte stilte, en die was nergens meer te vinden. Zodra ik buiten kwam, ontstond er een sluimerend gevoel van onrust. Alsof je permanent alert moet zijn. Het vermoeide mij steeds meer. Daarom ben ik later verhuisd naar een dorp in een andere provincie.

Toen ik weer tijdelijk werk kreeg, bespeurde ik een ander opvallend verschil met voorheen. Want waar ik gaandeweg had geleerd om soepel met ad-hoc situaties om te gaan, leken mijn improvisatievermogen en flexibiliteit ineens deels verdwenen. Was er tijdens die burn-out iets beschadigd geraakt? Was mentaal de rek eruit? Kon ik niet langer snel genoeg denken? Waar waren mijn mentale elasticiteit en wendbaarheid gebleven?

Nu heb ik onder normale omstandigheden nergens last van. Zet mij in een hoekje, laat mij zelfstandig onderzoek doen, websites bijhouden, gegevens ordenen of teksten schrijven en alles loopt op rolletjes. Om informatie te vergaren bel ik zonder schroom met Jan en alleman. Maar zodra ik te veel druk ervaar of met complexe vragen worstel, duiken de symptomen weer op. Hoofdpijn, moeilijk in slaap komen. Tot op zekere hoogte leer je met mentale druk omgaan. Bijvoorbeeld door tijd te winnen om na te denken.

Toch heb ik uiteindelijk iets van mijn veerkracht verloren. Er valt nog wel wat aan te doen via bewuste keuzes, ontspanning en mindfulness. Maar heb je eenmaal een burn-out gehad, dan ben je vatbaarder voor een volgende. Dat is een gegeven. Daarom valt voor mij nu een aantal hectische functies af die ik eerder wel aan kon. Wordt er met reden ‘stressbestendig’ of ‘tien ballen tegelijk in de lucht houden’ vermeld in een vacature, dan pas ik. Want das war einmal. En ik moet er niet meer aan denken ook.

Voor * zie Ianthe Sahadat en Margreet Vermeulen, beschouwing Opgebrand, de Volkskrant, Sir Edmund, 5 januari 2019.