Ekster richt ravage aan op vensterbank

Soms is mijn leven net een film. De deur naar de achtertuin staat open, wanneer ik naar boven loop en even later terugkom in de huiskamer. Ik hoor getrippel op de vloer en plots fladdert er een ekster op! Prompt vliegt hij naar het raam en stoot zijn kop. Verdwaasd fladderend belandt hij op de vensterbank, waar een plant en allemaal breekbare siervoorwerpen staan. Waaronder een porseleinen lepeltje en schotel uit de Franz dragonfly en butterfly collecties. ‘Oh nee’, kreun ik. Want elk voorwerp is mij dierbaar, overal kleven herinneringen aan.

Zodra ik naar het raam toe loop, vliegt de ekster naar de overzijde van de woonkamer. Boink, in volle vaart tegen het andere raam. Ook daar stort hij verdwaasd neer, bovenop een andere plant. En ook die wordt geflankeerd door fragiele souvenirs. Een tak breekt af. Terwijl het beest vertwijfeld zoekt naar houvast, gooit hij een volle gieter om. Vlak naast apparatuur en een stekkerdoos waar stroom op staat. Vervolgens klettert een emaillen schaaltje op de grond. Waarna ook nog een aardewerk beeldje naar beneden stort.

Ik sta er niet bij stil; dat beest moet eerst het huis uit. Als hij de andere kant op vliegt, weet ik wat me te doen staat. Er vloog al eens eerder een vogel naar binnen, vroeger in mijn appartement. Daar heb ik toen alle gordijnen dichtgetrokken, behalve voor een open raam. Meteen vloog het diertje recht naar buiten. Dus trek ik de gordijnen dicht voor het raam waar de ekster al een ravage heeft aangericht.

Ik ren naar het andere raam waar hij weer vervaarlijk dicht bij mijn kunstwerkjes vliegt. En nu krijg ik hem te pakken. Voorzichtig en wat onhandig hou ik hem vast. Hij klemt meteen zijn klauwtjes om mijn vinger. Even vrees ik dat hij met zijn grote snavel zal pikken. Van heel dichtbij zie ik zijn metallic blauwgroene verenpracht. Zijn veren voelen koel en glad aan. Maar al snel wurmt hij zich los en slaat zijn vleugels uit.

Even later trippelt hij parmantig over de keukenvloer. Heel zelfverzekerd, zoals eksters dat doen. Hij is niet bang. Welnee, hij verkent gewoon de boel. Dan verdwijnt hij door een andere openstaande deur naar de wc. Maar die ruimte biedt geen uitgang en voor de open buitendeur in de keuken hangt een gaasgordijn. Ik hou dat zo ver mogelijk opzij zodat hij moeilijk naar de huiskamer terug kan, en roep hem dan: ‘Kom dan, ekster, kom dan.’ Hij luistert nog ook en komt uit de toiletruimte tevoorschijn. Rakelings vliegt hij langs mij heen, toch weer de woonkamer in. Wat een toestand.

Ik heb nog geen tijd gehad om het gordijn te sluiten bij het andere raam. Na een rondje door de kamer knalt hij opnieuw met zijn kop daartegenaan. Weer stort de ekster neer op de vensterbank. Waardoor het porseleinen Franz lepeltje op de vloer klettert en breekt. Nee! Zijn vleugelslag doet de plant tollen en zijn pootjes trappelen vervaarlijk boven het Franz schoteltje. ‘Neeeee! Niet dat schoteltje!’, roep ik in stilte. Jawel hoor, daar gaat het al.

In kinderfilms zie je vaak mensen struikelen terwijl ze krampachtig in slow-motion met delicate spullen balanceren. Of er vliegen taarten door de lucht die vol in het gezicht van boze schoolmeesters belanden. Verzinsels van Hollywood, denk je dan. Maar nu beleef ik zelf zo’n moment.

Onderhand ben ik beduusder dan de ekster. Zelf vliegt hij kalm naar buiten langs het wapperende gaas voor het deurgat. Aan mij de taak om de plas water en alle brokstukken op te vegen die hij achterlaat.

Verzamelde brokstukken.

De eksters slopen mijn boom

Al weken vliegen twee eksters af en aan. Een nieuw paartje dat hier voor het eerst een nest bouwt. Mijn boom is hofleverancier van hun nestmateriaal. Zo’n nest bouw je niet zomaar. Nee, er zijn wel honderden takjes nodig. En zal je zien: heb je net de basis opgezet, gaat het hard waaien. Eén windvlaag en het halve nest is naar de haaien. Da’s een test, je moet degelijk bouwen. Dus takjes oprapen en verder gaan.

Fladder, fladder naar die boom aan de overkant. Tak met je snavel vastgrijpen; dan flink rukken en draaien. (Ondertussen wel zelf overeind blijven.) Zo, die is los. Goed vastklemmen nu. Daar gaan we met het gevaarte. Fladder, fladder naar je eigen boom. Even uitpuffen. Dan naar het nest hoppen en de tak tussen de rest proppen. Of aan je partner geven, die ook vol toewijding bezig is. Wat een teambuilding.

En wat een geluk dat ze voor die andere boom hebben gekozen. Want mijn boom wordt binnenkort gekapt. Met een nest erin had dat niet gemogen.

Weelderige stilte en weldadige rust

Sinds vorige week staat het huis van mijn buren te koop. De buurman kondigde het al een poosje geleden aan. Dat was schrikken. Toen ik hier kwam wonen, kon ik namelijk slechts hopen dat het stiller zou zijn dan waar ik vandaan kwam. En met deze buren trof ik het.

Ik besef maar al te goed wat een luxe stilte in ons land is. Al tijdens de eerste nacht, na alle hectiek van de verhuizing, overviel mij de weldadige rust. Ook overdag is het hier onvoorstelbaar stil. Als ik geen muziek op zet, hoor ik binnen vrijwel niets. Nu ja, de merel die buiten fluit. Dat is het dan. En eens in het kwartier passeert er een auto.

In de tuin hoor ik wat meer geluiden. Een hond, die af en toe aanslaat. Een hongerig pasgeboren meisje, drie huizen verderop. En op vrijdagmiddag een paar keuvelende mensen in hun achtertuin, onderbroken door een lachsalvo. In het weekend hoor je wat meer rumoer, als veel mensen thuis zijn. Maar dit alles is niets vergeleken bij de onrust op mijn vorige adres.

Zo’n stilte als hier ’s nachts normaal is, kende ik vrijwel niet in Nederland. De vier plaatsen waar dit zeldzame fenomeen mij eerder opviel, som ik zo op. De krater van de Pico del Teide op Tenerife, de Sonorawoestijn in Arizona en de Outback in Australië. Je moet wel heel ver uit de buurt van mensen gaan, wil je zo’n intense stilte ervaren. Want stuk voor stuk zijn dit desolate oorden.

Inmiddels besef ik zo goed hoe bijzonder de stilte hier is, dat ik muziek soms bewust weg laat. Om van de stilte te genieten. Stilte is waardevol en daarom weerloos. Bijna niemand realiseert zich nog hoe aangenaam volledige stilte kan zijn. En wat een weelde stilte is. Wie weet hoeveel we hier in het westen al hebben verloren. In traditionele Iraanse muziek bijvoorbeeld, mag je de stilte gewoon horen.

Leven in een klein wereldje

Je hoort weleens dat het leefwereldje van mensen zonder werk erg klein wordt. Inderdaad kan ik de hele wereld buiten houden en slechts een fluitende merel in de tuin aanhoren. Toch blijft de wereld in mijn hoofd ruimer dan de afmetingen van mijn lapje grond. De wereld is zo groot of zo klein als je hem zelf maakt. Al sta ik nu wel langer stil bij vraagstukken van postzegelformaat. Zoals de volgende situatie.

In de grond van mijn tuin leven lange wurmen. Vermoedelijk trekken zij blaadjes en zaadjes in de uitmondingen van hun ondergrondse gangenstelsel. Als afsluiting of als een deur, zeg maar. Regelmatig tref ik zo’n propje aan tussen kiezels en stenen. Volgens mij is er een druk bezig geweest. Zie de onderstaande foto’s met verdorde bladen van uitgebloeide narcissen. Ik heb namelijk geen andere verklaring voor dit tafereel:

Raadsel in de tuin2
Van bovenaf gezien
raadsel in de tuin
Heeft een wurm deze blaadjes door het gaatje getrokken van de stenen wand?

 

Het belmeisje en de kat

Wanneer ik via de voordeur naar buiten ga, struikel ik bijna over de kat. We kennen elkaar; hij is van hiernaast. Sinds ik eens bij afwezigheid van de buren een paar dagen voor zijn eten zorgde, vindt hij mij lief. En ik hem.

Eigenlijk vond ik hem al lief nog voordat ik hem kende. Toen hij als jonkie bij de buren kwam, kon ik hem nog niet zien, maar al wel horen. Miauw, miauw, miaaaeeuw. De buren lieten hem nooit buiten en binnen liep hij aan een touwtje. Ik vond dat helemaal niks. Maar ik kon moeilijk ingrijpen. Strikt genomen was het geen dierenmishandeling.

De buren zorgen in feite heel goed voor hem. En ze hebben hem keurig opgevoed. Hij gaat altijd en uitsluitend op de bak die bij hun binnen staat. Op een dag spreek ik de buurvrouw en zij zegt dat hun kat het liefste naar buiten wil. Dat is mijn kans, dus beaam ik meteen dat dit inderdaad het beste is. Sindsdien duikt hij overal op. De kat. Op de tussenmuur, op onze schutting, op mijn schuurdak, in mijn tuin, in mijn keuken, in mijn woonkamer. Hij vindt het hier leuk.

Ik denk dat hij veel liever bij mij is dan bij hen. Als hij aan de overkant van de straat struint en ik de voordeur opendoe, dan rent hij direct naar me toe. En als hij mij in de keuken hoort, klimt hij gelijk op de tussenmuur. Maar ik wil de buren niet jaloers maken. Dus zet ik hem steeds streng buiten de keuken/tuin/deur. Alleen trekt hij zich daar niets van aan. Geheel zoals het een echte kat betaamt.

Wanneer ik een uur later bij mijn voordeur terugkom, staat hij wel heel aandoenlijk en zeer indringend te miauwen voor de buurdeur. Ach gossie, hoge nood. Dus bel ik maar even aan. Hij kan dat toch moeilijk zelf doen. Opgelucht stormt hij naar binnen zodra de voordeur opengaat. En ik groet de buurman.

Prepensioen dankzij koopwoning

Nederlanders zijn als eekhoorntjes die net zo lang hun nootjes bewaren tot ze geen tanden meer hebben om ze op te knabbelen. (Belgisch grapje.)

Mijn vader mocht stoppen toen hij 54 jaar was en daar nam ik lange tijd een voorbeeld aan. Ik trof al vroeg maatregelen. Maar het mooie financiële product bleek een woekerpolis en er zitten gaten in mijn pensioen. Gelukkig heb ik tegelijk een alternatief pad bewandeld, want risico’s moet je spreiden. En waarom wachten met dingen die je altijd al hebt willen doen? Een klant van mijn eerste werkgever ging met pensioen en was drie maanden later dood. Dit zette mijn toekomstbeeld voorgoed op scherp. Je kan je dromen beter niet uitstellen.

Een voorschot in pensioentijd nemen
Vanaf het moment dat die klant overleed, zocht ik naar manieren om eerder verlof te krijgen. Bij hoogconjunctuur kneep ik er enkele malen tussenuit en ging reizen. Zelfs nadat ik een appartement had gekocht. Er was tenslotte werk genoeg. Die periodes leverden samen een voorschot aan pensioentijd op van 29 maanden. Je hoeft trouwens niet steeds een baan op te geven, want ik mocht ook een sabbatical nemen. Zo is een voorschot op je pensioen eveneens haalbaar.

Deeltijd prepensioen dankzij woning
Het moet gezegd: dat appartement kocht ik op het allerbeste moment in de afgelopen 400 jaar. Daarbij boden mijn ouders een steuntje in de rug. Vervolgens steeg de waarde 338% in twintig jaar. Dit, terwijl de hypotheeksom gelijk bleef. Na enkele salarisverhogingen kon ik eenvoudig rondkomen van een driedaagse werkweek. En na een salarisdaling van 40% lukt dat nog steeds. Welbeschouwd ben ik al sinds mijn dertigste met deeltijd prepensioen.

Dromen naar voren halen
Een bejaarde vriendin moest vanwege echtscheiding en verplichtingen steeds al haar reiswensen uitstellen. Nu zij met pensioen is, heeft ze lichamelijke ongemakken. Onlangs bezocht zij Japan en hield dat slechts met pijnstillers vol. Ik heb het precies andersom kunnen doen. Al voor mijn vijftigste werkte ik een complete verlanglijst met bestemmingen af. Met de huidige vooruitzichten is dat maar goed ook. Alles wat nu nog volgt, is extra. Bijvoorbeeld een maandenlange rondreis door de Verenigde Staten. Die hou ik graag tegoed, zodat er nog iets te wensen overblijft. Kortom, je kan je dromen ook alvast in stukjes en beetjes uitvoeren.

Zekerheid in bange dagen
Nu de arbeidsmarkt weinig houvast biedt en pensioenen onder druk staan, beschouw ik onroerend goed als laatste zekerheid. Een onderkomen heb je sowieso nodig en de bevolking zal voorlopig toenemen. In regio’s met werk blijft de vraag groot en daarmee de waarde hoog. Tijdens die sabbatical verhuurde ik mijn appartement. Dat bracht alvast wat op. In noodgevallen kan je je huis verkopen en in een caravan gaan wonen. Ik heb dit voor de verhuizing zeer serieus overwogen. Maar een hypotheekvrije en goed onderhouden woning is voordeliger qua maandlasten. Ja, zelfs goedkoper dan een middenklasse stacaravan op een Nederlands recreatiepark.

Lage vaste lasten door verstandig investeren
De situatie op de arbeidsmarkt mag voor vijftigers zorgelijk zijn, lage vaste lasten geven wel gemoedsrust. Die kan je op allerlei manieren in bedwang houden. Denk aan tussentijds aflossen, je huis op tijd een lik verf geven, isolatiemateriaal aanbrengen, je gezondheid op peil houden, een deelauto gebruiken en spullen van goede kwaliteit kopen. Via duurzaam investeren bespaar je geld of verdien je het zelfs terug. Bovendien levert spaarrente voorlopig bedroevend weinig op. En wat heb je nu echt nodig om aangenaam te leven?