Wespennest / Het gesprek aangaan

Vandaag heb ik het weer gedaan. Na weken van getreuzel en gedraal heb ik mezelf de deur uit geschopt en bij de buurman aangeklopt. Daarna hebben we tegen heug en meug lastige onderwerpen besproken. Dat tegen heug en meug is wederzijds. We beseffen het allebei. Deze gesprekken zijn een periodiek terugkerend fenomeen. Want hij sluit het liefst zijn ogen voor zaken als een wespennest en noodzakelijk onderhoud.

Het is geen echt kwaaie man. Hij wil na herhaalde verzoeken best wat aan dat wespennest doen. Maar alleen zolang zijn voorraad gif strekt. Op = op. Als er daarna of volgend jaar nog wespen zijn, jammer dan. Dat is niet zijn probleem.

Hij kijkt niet verder dan de erfgrens en daarbuiten zoekt iedereen het zelf maar uit. Letterlijk. Als ik hem een spiegel voorhoud, lijkt het even alsof hij nadenkt.

Die erfgrens is trouwens een dingetje. Want meneer houdt vast aan zijn verhaal. En ik houd vast aan mijn van het Kadaster gekregen tekening.

Hij heeft geleerd zijn mannetje te staan. Hij doet precies wat moet. Hij weet waarover hij praat. Hij komt vermoedelijk uit een arm milieu en heeft geknokt voor iedere cent die hij heeft. Daar wordt je hard van.

En toch. Toch kan ik nog met hem door één deur. Het vergt alle diplomatie die ik in me heb. Plus al mijn tact en inlevingsvermogen. Ik ben de enige van vier opeenvolgende huiseigenaren naast hem die met hem kan praten. En een van de zeldzame buren die een redelijk normaal contact met hem onderhouden. Omdat ik dat belangrijk vind. En hij kennelijk ook wel.

We delen een muur met elkaar. En veel is niet wat het in eerste instantie lijkt. Maar makkelijk is anders.

Plog – 19 Paalkoppen en een boomstronk

Toen die boom van mij werd omgezaagd, heb ik een stukje van de stam bewaard. Dat staat nu achter in de tuin op het grind, waar ’s middags de zon schijnt. Een paar maanden later schreef Henk van Lottum een logje op Luuk1945 over paalkoppen. Hij heeft in Zeeland de kopse kant van 19 strandpalen gefotografeerd en er inmiddels al 16 nageschilderd. Ik vind dat mijn stronk daar mooi bij combineert.

Tuinieren is ook een vak

Een mooie tuin creëren gaat met vallen en opstaan. Dat blijkt wel nu ik hier voor de vierde zomer woon. Elk jaar verloopt anders. Wat de ene zomer lustig staat te bloeien, verpietert het volgende jaar. Soms heb ik wat gezaaid en komt er niets op. Zet ik daar een andere plant neer, dan gaat het zaaigoed alsnog groeien. En nu weer deze droogte. Mijn tuin bestaat uit zanderige bosgrond met daarop een dun laagje aarde. Dat betekent veel sproeien. Laten we het onder ogen komen. We moeten overstappen op gewassen die in een mediterraan klimaat groeien.

Een tuin kan verrassend uitpakken. Het duurt even voordat je ontdekt waar een plant het beste groeit. Of je koopt een struik waarvan het label vermeldt dat hij maximaal een meter hoog wordt. Mooi dat ‘ie bij jou de halve tuin in beslag neemt. En denk je dat je een bloeiende klimmer hebt, valt er na drie jaar nog geen bloem te bekennen. Zo heb ik onlangs een plant weggeknipt. Alleen de wortels met de onderste houtachtige delen moeten er nog uit. Blijkt dat het een clematis is. En die bloeit pas nadat ‘ie wordt gesnoeid. Oeps.

Het is aangenaam om je te omringen met planten die aan vakantieoorden doen herinneren. Zodra het gaat regenen, wil ik een aantal droogte gevoelige planten vervangen. Op internet staan genoeg alternatieven uit het Middellandse Zeegebied. De planten daar kunnen namelijk wel wat hebben. Zelfs een beetje vorst, want ook in het Midden-Oosten vriest het soms. Desnoods kan je in de winter de wortels met stro afdekken.

Hier volgt een lijstje met aanbevolen planten, struiken en bomen voor wie hetzelfde wenst: albizia julibrissin/slaapboom, bougainvillea, lantana, lavendel, oleander, rozemarijn, campsis tagliabuana radicus/trompetbloem, callistemon/lampenpoetser, olijf, mimosa, vijg, cypres, parasolden, Franse roos, passiebloem, druif, koriander, tijm. Overigens doen een kogeldistel, clematis, hibiscus en akebia quinata/chocoladeplant het ook prima.

Op de website van Tuinadvies (geen sponsor) staan foto’s van soorten en heldere beschrijvingen.

Op vakantie terwijl de ramen open staan

Je weet nooit wie dit leest, dus heb ik gewacht met dit log. Want vorig jaar stonden er waarschuwingsborden in ons dorp. Er werd regelmatig ingebroken. We moesten opletten en de boel afsluiten als we van huis gingen. Maar de mensen zijn hier goed van vertrouwen. Mijn buurvrouw laat het raam van haar geparkeerde auto rustig urenlang open staan. Dat doen er meer.

Anderhalve week geleden. Een dag voordat ze op vakantie gaat, vraagt buurvrouw of ik haar voortuin wil sproeien. Prima. Ik krijg een sleutel van de voordeur en wens haar een fijne tijd toe. De auto wordt volgestouwd en de volgende ochtend rijdt ze weg. Wat later zit ik in mijn achtertuin. Dan valt mijn oog op haar dakramen. Ze staan alle drie open, en die niet alleen. De ramen van haar keuken, badkamer en schuur zijn evenmin gesloten. Ook de schuurdeur staat op een kier. Vergeten zeker … of was dit de bedoeling?

Ze rijdt vast al ergens in de bergen, maar ik heb haar 06-nummer. In een nonchalant sms’je informeer ik of ze alles bewust heeft opengelaten. Dat blijkt inderdaad het geval. Want, zo redeneert ze: ‘het wordt erg warm, het gaat volgens de weersvoorspelling de komende tijd niet regenen, met de ramen dicht wordt het anders zo benauwd voor de kat (die is nog thuis en daar zorgt iemand anders voor), en er valt weinig van waarde te halen. Bovendien zit de poortdeur op slot.’

‘Dan is het goed.’, sms ik terug, en wens haar nogmaals een prettige vakantie. Het lijkt me heerlijk om zo zorgeloos van huis te gaan. En wie ben ik om me met haar keuzes te bemoeien.

Later vandaag komt ze terug en tot zover gaat alles goed. Ik hoop alleen dat het straks, voordat de onweersbui losbarst, niet te hard gaat waaien. Want in haar achtertuin zwiept de grote parasol vervaarlijk rond. Hij hangt aan een voorovergebogen mast boven een tafel vol kamerplanten. Op de grond ligt al een plant met stukgevallen pot. En ik heb geen sleutel van haar poort.

Een overhangende slappe plant

Niemand wil op het verkeerde moment op de verkeerde plaats zijn. Maar we kunnen allemaal in een situatie belanden waarin we een keuze moeten maken. Een keuze waarvan we niet kunnen overzien of die goed is. En soms doen we iets onbeduidends, waarvan de gevolgen verstrekkend zijn. Daarvan ben ik me bewust wanneer ik een overhangende slappe plant naar de tuin van mijn buurman duw. Want daar staat die plant met zijn wortels in.

Mijn bejaarde buurman laat zijn tuin opknappen. Dat is echt nodig, want hij verwaarloost de boel. Al jaren bladdert de verf van zijn kozijnen en de mooie tuin wordt overwoekerd. Vorig jaar heb ik geholpen met wieden, maar er is geen beginnen aan. Twee mannen doen het zware werk. Dode boom omzagen, onkruid met wortel en al uitrukken, struiken snoeien. In zijn voortuin resteren nu een paar struiken en die slungelige plant. Waarom ze die hebben laten staan, is mij een raadsel. Het is doorgeschoten onkruid dat scheef zakt.

Eerst stond die plant rechtop. Daarna boog hij richting de voorkant van de tuin van mijn buurman. Maar kennelijk is er iets gebeurd en is ‘ie gedraaid. Zo kwam die plant over mijn lage heggetje te hangen, tot zeker een halve meter mijn tuin in. En hoewel het in mijn achtertuin een ongedwongen bedoening is, ziet mijn voortuin er relatief netjes uit. Daarin is geen plaats voor onkruid.

Dus toen die plant van de buurman mijn kant op kwam, en als een slappe dronkenlap over mijn heggetje ging hangen, duwde ik hem terug. Toen viel hij languit op de grond, in de tuin van de buurman. Ik probeerde hem overeind te zetten, maar hij bleef niet staan. Uiteindelijk heb ik hem parallel aan onze tuingrens gelegd, aan zijn kant. Want daar komt ‘ie tenslotte vandaan.

Toch denk ik nu steeds aan die ene film: De aanslag. Daarin wordt een landverrader tijdens de Tweede Wereldoorlog op straat doodgeschoten. Een zoon van de buren hoort die schoten en ziet daarna het lijk voor het huis van de buren liggen. Dan komen zijn buren naar buiten en zij leggen het lijk neer voor zijn huis.

Taferelen met buren in hun achtertuinen

Het is een uitzonderlijk broeierig warme zondag laat in mei. In de tuinen links en rechts van mij doen de buren het kalm aan. Zoals het jonge stel aan het begin van ons rijtje. Zij met opgestoken haar op de steigerhouten bank. Hij met blote bast op een stoel er schuin naast. Ook zijn motor staat erbij, tegenover zijn vriendin aan de andere kant van hun zithoek. Dat voorrecht hebben hun auto’s niet. Die moeten op de oprit blijven.

De buurman van twee deuren verder draagt een baseballpet en doet iets met de BBQ. Zijn T-shirt heeft hij nog aan vandaag.

Ander tafereel. De buurvrouwen tussen hen in hebben twee kinderen. Een meisje van vier en een kleintje van nog geen jaar. De oudste hoor ik de hele dag door vragen stellen. Mama? Mama? Mama? Ik weet nog steeds niet welke mama ze precies bedoelt, maar in de tuin vermaakt zij zich prima.

Een donkere wolk drijft naderbij. Loom vallen nu de eerste druppels. Wanneer ik naar boven ga om een raam te sluiten, zie ik een van de moeders bij hun schuur. Ze zit op een stoel en heeft het kleintje op schoot. Samen schuilen ze voor de regen onder een paraplu. Aan haar voeten speelt de oudste gezellig keuvelend door. Ook zij houdt nu een grote-mensen paraplu omhoog, terwijl ze in hun zwembadje genoeglijk verder baddert.

Zij en ik solidair tegen de buxusmot

Tuinieren is prima, maar het moet wel aangenaam blijven. Anders wordt het werk. Dus wanneer ik weer rupsen van de buxusmot in mijn heggetjes aantref, vind ik dat minder leuk. Want daar ben je niet zomaar van af. En er staan veel buxusstruikjes in mijn tuin. De berichten over de plaag van de buxusmot klinken omineus. Hun rupsen vreten in het hele land heggen kaal.

Ik kan de struikjes van onder tot boven nakijken en honderden rupsen verwijderen. Dan sta ik uren voorovergebogen minutieus te pulken tot kniehoogte. Dit moet regelmatig worden herhaald. Het is een vieze klus om rupsen tussen blaadjes weg te plukken. Ik moet ze nog doodmaken ook. Eigenlijk is er geen redden meer aan. De mot heeft overal in de omgeving haagjes aangetast. Daarom overweeg ik de boel te vervangen door een tuinhek. Maar ik ben nog in dubio.

Mijn overbuurvrouw heeft nog veel meer buxusstruiken. Haar voortuin ziet er prachtig uit dankzij haar jarenlange liefdewerk. Wanneer ik naar huis loop, komt ze me tegemoet. Of ik ook buxusmot heb, vraagt zij bezorgd. Helaas, ja. Ik vertel wat ik heb geprobeerd en zeg dat ik weinig hoop heb. Maar zij wil niet van opgeven weten. Dan zou al haar werk voor niets zijn. En als ik mijn heggetjes rupsvrij hou, krijgen haar struiken ook een kans.

Ze kijkt mij hoopvol aan. Ze zoekt een medestander om er samen de moed in te houden. Ik kan al bijna niet meer zeggen dat ik overweeg om alle struikjes te rooien. Het is alsof ik haar dan in de steek laat.

Nu strijden we dus als de laatste twee der Mohikanen. Al gaan in de wijde omtrek alle heggetjes eraan, wij blijven stug rupsen weghalen. Vandaag ben ik opnieuw uren zoet geweest. Een voordeel: zo leer je je buurtbewoners kennen. Want elke passant wil weten wat ik doe en spreekt me aan.

PS: Tamme eenden schijnen de rupsenplaag te kunnen bestrijden.