Het begint nog wel zo klein

Met verbeteringen in huis moet je oppassen. Ik tenminste wel. Want het kan gebeuren dat je iets ziet waarvan je denkt: ‘Mwah, dat heeft zijn beste tijd gehad.’ En dat je het dan gaat vervangen. Maar als je het ene vervangt, dan zou het mooi zijn als je ook dat andere meteen opknapt. En als je dát gaat opknappen, nou, dan kan je net zo goed gelijk de hele kamer aanpakken. (Valt nog mee, als het beperkt blijft tot slechts één kamer.)

Deze week begon het met mijn doucheputje. Dat doucheputje is een onding. Zo’n soort Italiaans designerding dat er elegant uitziet, maar waar wel alle troep doorheen schiet. Het ontbeert namelijk een deugdelijk roostertje. Sterker, er past geen enkel rooster op. Daarom moet ik om de haverklap alle gore troep er uit vissen, met de hand. (Bah.) In mijn vorige huis hoefde dat hooguit eens in de vijftien jaar; hier elke anderhalve maand.

Je kan jaren voortmodderen, maar vroeg of laat komt dan er een kritiek moment. Dat begint met een ontbrekend roostertje voor een doucheputje. Daarna bekijk je de hele douchecabine. ‘Die kitranden en dat voegwerk hebben hun beste tijd gehad.’, denk je. Je zou ook andere glasdeuren willen hebben. ‘Trouwens, de doucheruimte is eigenlijk een beetje krap.’, vervolg je. Maar ja, het ernaast staande bad neemt al veel ruimte in beslag. Dat gebruik je zelden. ‘Dus als je nu eens dat bad eruit zou halen.  En misschien ook maar gelijk het toilet zou vervangen, dan …’

Onverwachte kosten woning is maatschappelijk probleem

Woningeigenaren merken nu dat hun bezit een last kan worden. Zij staan voor onverwacht hoge kosten of zijn slecht op de toekomst voorbereid. Alle daken moeten eind 2024 asbestvrij zijn. Daarnaast moeten we van het gas af. Een asbestdak vervangen kan zomaar € 25.000 kosten. En een oud huis voor een alternatieve warmtebron aanpassen, vergt circa € 30.000. Bovendien wonen ouderen langer thuis. Hebben zij aan een potje voor het onderhoud gedacht?

‘De Vereniging Eigen Huis is kritisch over het asbestverbod. ‘Dit is een voorbeeld van ondoordacht beleid. Er is geen rekening gehouden met de gevolgen.’’ Zo oordeelt woordvoerder Hans André de la Porte in een Volkskrant-artikel op 26 maart 2019. Ook naar mijn idee schuift de overheid de verantwoordelijkheid voor oplossingen te makkelijk door naar individuele huiseigenaren.

Woningeigenaren kunnen zich groeperen en de vervanging van asbest-daken gezamenlijk aanpakken. Bijvoorbeeld in samenwerking met een woningbouwvereniging. Dat scheelt geld en individueel regelwerk. Een andere in het artikel genoemde optie is een overheidsfonds voor zachte leningen ten behoeve van woningeigenaren.

Dit geldt eveneens voor alternatieve warmtebronnen. Zet bijvoorbeeld één grote warmtepomp op een industrieterrein neer, die warmte levert aan diverse wijken. Dat lijkt mij beter dan veel kleine lawaaiige pompen op afzonderlijke woningen. En is verwarming met waterstof al voldoende onderzocht? Er zijn vast meer alternatieven. Dit raakt bijna alle woningbezitters. Daarom mogen we toch wel een nationaal plan verwachten? Denk aan verschillende opties en financieringsmogelijkheden.

Dan de geldzorgen bij oudere huiseigenaren. Dit is een groeiende groep en mijn buurman is een passend voorbeeld. Oude weduwnaar, ziek en slecht ter been, krijgt thuishulp en heeft geen spaargeld. In huis is alles verouderd en het onderhoud aan zijn woning is zwaar verwaarloosd. Zijn acute probleem is dat hij vroeger welbewust bouwvoorschriften heeft genegeerd, waardoor de riolering kapot is gegaan. Dit riool deelt hij met twee buren. Nu is hij volledig aansprakelijk voor alle kosten. Hij wil een lening proberen te krijgen, maar de vraag is of dit lukt.

Zo niet, moet hij dan de consequenties dragen en zijn huis verkopen? Moeten zijn buren het maar uitzoeken en de kosten zelf betalen? Of moet de gemeenschap hiervoor opdraaien?

Kies je angst of vertrouwen?

Als het om belangrijke zaken gaat, ben je dan angstig of heb je vertrouwen? Stel dat je een offerte tekent van een aannemer. Je hoopt dan dat hij afspraken nakomt en het werk naar behoren uitvoert. Maar wie zich het programma Ook dat nog! herinnert, weet hoe erg het soms misgaat. Te late oplevering, meerwerk, slecht werk, niet krijgen wat je besteld hebt, hoog oplopende kosten en eindeloos gehakketak. Sowieso nemen bouwvakkers je hele huis over zodra zij aan de slag gaan.

Bij mij is de dakbedekking van de dakkapel aan de beurt. Vooraf heb ik offertes gevraagd. Dan komt de dakdekker eerst langs om het werk in te schatten. Waarschijnlijk schat hij gelijk ook de klant in, want hij wil evengoed weten met wie hij zaken doet. Een van de dakdekkers is mij via de buurtapp aanbevolen door een onbekende. Door zo’n aanbeveling heeft iemand psychologisch gezien een streepje voor. Maar waarop is die voorkeur gebaseerd? Uit onderzoek blijkt dat we behoorlijk irrationeel zijn in onze keuzes.

Hij komt professioneel over, deze dakdekker. Het is geen praatjesmaker en hij zegt alleen toe wat hij kan nakomen. Maar zijn zakelijke stijl laat evenmin ruimte voor luchtigheid, waardoor alles zeer serieus wordt. En bij de offerte stuurt hij wel erg veel kleine lettertjes mee. Ik lees de Algemene Voorwaarden globaal voordat ik teken en de offerte op de post doe. (Er zit zelfs een voorgeadresseerde en gefrankeerde envelop bij.)

Een detail zit mij echter dwars. Dakdekkers zijn weersafhankelijk. Dus als het langdurig regent, schuift hun planning op. Daarom noemt hij bewust geen datum van uitvoering. Dan denk ik: ‘Je weet voor hoeveel weken je opdrachten hebt, en je weet hoe vaak het gemiddeld in deze tijd van het jaar regent. Dus kan je toch ongeveer aangeven wanneer de klus wordt uitgevoerd? Globaal, met een slag om de arm erbij vermeld.’

Bij het tekenen dacht ik ‘Ach, heb een beetje vertrouwen, hij komt serieus en professioneel over.’ Maar zo’n detail blijft door mijn hoofd spoken. Met als gevolg dat ik een week later alsnog om 04:00 uur ’s nachts de hele Algemene Voorwaarden lees. En dan krijg ik pas echt de kriebels. Want het document staat vol regels waarin hij alle risico’s en verplichtingen bij de klant legt. Het is alsof hij mij nu in een wurggreep heeft. Ook dat nog!

Je kan dan ongerust en wantrouwend worden. Wat als dit en wat als dat? Maar de man is zelf bang. Waarom anders stelt iemand zulke voorwaarden op? Hij is bang om gedoe te krijgen. Bang dat klanten hem een loer willen draaien. Bang dat zij iets claimen wat hij niet kan waarmaken. Wie weet hoe vaak hij al door onredelijke mensen is aangesproken. Een hele groep juristen leeft van andermans angst en gebrek aan vertrouwen.

Vandaag heb ik hem gebeld, om meer duidelijkheid te krijgen over de planning. Daarbij heb ik mijn meest geruststellende stem opgezet. Die van toen ik zelf nog planner was en dagelijks afspraken maakte met klanten. Aan het eind klonk hij ontspannen. En ik weet nu globaal wanneer hij voor de dakkapel langskomt.

Rijtjeshuizen verschillen in WOZ-waarde

Met de WOZ-waarde van mijn huis heb ik een wat schizofrene relatie. Aan de ene kant wil ik dat de waarde hoog wordt ingeschat. Dat geeft een rijk gevoel en het is gunstig bij een toekomstige verkoop. Aan de andere kant wil ik een passend bedrag aan belasting betalen, gebaseerd op een reële waarde. Maar hoe wordt die waarde bepaald? Dat maakt de overheid redelijk inzichtelijk. Voor mij heeft die transparantie een extra voordeel.

Neem nu de website WOZ Waardeloket. Daar kan je je adres intypen (of dat van je buren, als je nieuwsgierig bent). Vervolgens zie je de WOZ-waarde. Weet wel waar je aan begint. Soms zijn de bedragen jaloersmakend. En je verwacht dat huizen van dezelfde soort en afmetingen ongeveer evenveel waard zijn. Toch zie je aanzienlijke verschillen.

De gemeente kijkt voor de waardebepaling naar verkoopprijzen in het Kadaster en verzamelt vraagprijzen van woningen die te koop staan. Veel informatie komt van internet. Daarnaast kan de gemeente zelf taxaties uitvoeren en informatie opvragen over de omstandigheden rond de verkoop. Verliep die bijvoorbeeld onderhands of openbaar? De gemeente checkt of de nieuwe eigenaar de woning verbouwt of opknapt. (Al vraag ik mij wel af hoe, als dat voornamelijk binnenshuis gebeurt.)

Verder kijkt de gemeente naar specifieke kenmerken. Zoals: het woningtype, de grootte van de woning, de grondoppervlakte, het bouwjaar en de ligging. In de huidige woningmarkt wegen kwaliteit en de onderhoudstoestand zwaar. Nieuwe eigenaren willen er zo in kunnen. Ze lenen voor de koopsom al maximaal.

Kenmerken als goede isolatie, energiezuinige verwarming en een nieuwe badkamer beïnvloeden de verkoopbaarheid. En daarmee de markt- en WOZ-waarde. Aan woningverbetering kleeft dus een wrang aspect. Maak je iets moois van een ‘opknappand’, dan betaal je gelijk meer belasting.

Bij ons rijtje huizen zie je grote verschillen. Voor een deel is dit verklaarbaar. Een aantal panden is in de loop der tijd flink vergroot en opgeknapt. In enkele gevallen werd de WOZ-waarde door goede verkoopprijzen opgekrikt. Een pand was kennelijk te hoog ingeschat en werd € 35.000 minder waard. Daar zijn de nieuwe eigenaren al maanden bezig om de boel leefbaar te maken.

De grootste verrassing zit echter in de absurd lage WOZ-waarde van mijn buurmans’ pand. Die ene van de rioolperikelen. Had de gemeente daar eerder naar gekeken, dan was meteen duidelijk geworden wat er bij hem speelt. De omgevingsdienst heeft nu stappen gezet, maar er wacht nog een dossier. In verband daarmee werkt die WOZ-waarde mooi in mijn voordeel.

Mijn huis is een ‘hij’

Er bestaat een woord voor wat ik soms doe: antropomorfisme. Ofwel menselijke eigenschappen toekennen aan niet-menselijke wezens en dingen. Dit doe ik alleen bij voorwerpen die zeer belangrijk voor mij zijn. Zoals vroeger mijn motor in Australië, en nu mijn woning. Allebei hadden ze al heel wat meegemaakt toen ik hen leerde kennen. Dat zie je terug in hun gedrag. Mijn huis vertoont namelijk menselijke trekjes.

Veel mensen vinden het normaal dat je tegen een auto praat. Het is een maatje waarmee je overal naartoe gaat. Zo iemand ook waarvan je hoopt dat hij je nooit in de steek laat. Samen maak je bijzondere dingen mee of ontloop je ternauwernood een confrontatie. Daaraan bewaar je dan mooie gedeelde herinneringen. Ik moest hem in Sydney achterlaten, mijn motor. Maar hij staat al dertig jaar op een foto in mijn woonkamer. Die motor was een ‘hij’, want hij bleef onder elke omstandigheid stoer en onverstoorbaar.

Mijn huis zou een ‘zij’ kunnen zijn, maar waarschijnlijker is het een ‘hij’. Hij is ooit een keer bedrogen en herhaaldelijk verlaten. Dat merk ik aan alles. Hij blijft mij maar uittesten. Hij wil absoluut zeker weten dat ik om hem geef. Dat deden de vorige eigenaren lang niet allemaal. Of misschien ook wel; in het begin toch.

Dit huis kan nukkig doen. Dan geeft hij je het gevoel dat hij je gewoon niet wil. Maar dat kan ik evengoed, dus we zijn behoorlijk aan elkaar gewaagd. Natuurlijk vraag ik mij weleens af waarom ik bij hem blijf. Soms kijk ik zelfs weer even rond op Funda. Dit voelt dan al bijna alsof ik vreemd ga.

Het is geen kwaaie. Hij is juist slim en haalt nu ruimschoots de schade in. Logisch toch, na al die jaren van verwaarlozing en gebrekkig onderhoud? Daarom heeft hij ook zo’n behoefte aan bevestiging. In feite is hij het type ruwe bolster, blanke pit. Oh, en hij weet heel goed hoe hij mijn aandacht kan krijgen. Maar bij hem voel ik mij thuis en hij beschermt mij indien nodig. Bovendien maakt hij al zijn beloftes waar. Daarom vind ik hem nog steeds de moeite waard.

Bouwvakkers inhuren is als Russische roulette

Vrijdagavond 23:00 uur. Net wanneer ik naar bed ga, klinkt er een vreemd geluid in de slaapkamer. Of eigenlijk klinkt het erg bekend: drup, drup, drup. De dakkapel deze keer. Bij de bouwkundige keuring bleek al dat de bedekking daarvan binnen enkele jaren aan vervanging toe zou zijn. Nu moet ik naar een goede dakdekker op zoek. Nou, brace yourself and let the game begin. Want dit wordt weer zo’n spelletje Russische roulette.

Wie kiest er een dakdekkersbedrijf op basis van rationele argumenten? Ik niet. De welgeteld 39 (!) bouwvakkers die hier al over de vloer kwamen (en ik vergeet er vast nog een paar), koos ik per toeval. Of op basis van een soort onderbuikgevoel. Kort na de verhuizing naar Gelderland kende ik hier geen vakmensen. Daarom vroeg ik bij buren naar hun ervaringen. Maar verstaan zij wel hetzelfde als ik onder ‘goed en betrouwbaar’? We hanteren uiteenlopende maatstaven en deze termen zijn multi-interpretabel.

Gisteren vroeg ik om tips via de buurt-app. Er kwamen diverse reacties binnen. Allemaal verschillend. Iemand schreef dat ik vooral niet met bedrijf X in zee moet gaan. Dat bedrijf levert wel goed werk, maar afspraken maken en communiceren verloopt nogal moeizaam. ‘Welkom in de wondere wereld van huizenbezitters’, dacht ik. Want dit is tamelijk gangbaar.

Als informatie inwinnen meer twijfels oplevert, kan je verder rondkijken op internet. Daar staan websites van zzp’ers en bouwbedrijven inclusief referenties en beschrijvingen van geleverd werk. Sommige vaklieden hebben een hoge rating, anderen nul sterren. Wat zegt dit? Weinig. Referenties kunnen door vrienden zijn ingevuld. En een gelikte website kan het werk zijn van een veertienjarig achternichtje, dat toevallig Multimedia & Communicatie op school heeft gedaan.

Die opmerking over dat foute bedrijf maakte mij trouwens wel nieuwsgierig. Het betreft een samenwerkingsverband van twee families. Waarschijnlijk vormt één daarvan een heuse dynastie. Die familie draagt namelijk dezelfde achternaam als de rioolservicemeneer. En hij is zeker lid van een plaatselijke clan. Of gang, dat weet ik niet precies. Maar hem vind ik tenminste sympathiek.

Alleen, wat zegt dit over de andere leden van zijn familie? Die van de dakdekkerstak, bedoel ik. Volgens hun referenties lopen de meningen flink uiteen. Dus wat nu?

Zal ik een dakdekker bellen die ooit foldertjes in de buurt achterliet? Of zal ik twee dakdekkers bellen over wie buurtgenoten positief zijn? (Die buurtgenoten ken ik evenmin.) Ook kan ik de man van de rioolservice vragen of hij de mensen van het dakdekkersbedrijf aanraadt.

Er is een alternatief. Namelijk Googelen op ‘dakdekkers’ en dan met gesloten ogen een willekeurig bedrijf aanwijzen op het beeldscherm. Dat deed ik eerder voor de complete keukenverbouwing. Toen kon ik ook al zo moeilijk een weloverwogen keuze maken.

Sowieso is het idee dat we kiezen op basis van ratio een illusie. Dat geldt zowel voor mij als voor bouwvakkers zelf. Misschien plaats ik de klus wel gewoon op Werkspot. Dan vraag ik om een dakdekker die houdt van Russische roulette.

Ochtendritueel zonder water

De wekker rinkelt vroeg, want ik moet op tijd naar een bijeenkomst. Ik ga naar het toilet en daarna klinkt er een vreemd gorgelend geluid. Even later komen er slechts enkele druppels uit de kraan. Hm, geen water. Ik wil me toch wel graag wassen. Niet dat ik zo vies ben, maar ik voel me evenmin helemaal fris. In het toiletkastje ligt gelukkig nog een aangebroken pakje vochtige doekjes. Althans, een jaar geleden waren ze vochtig. Nu zijn ze opgedroogd. Verder staat er weinig meer dan een bijna leeg flesje ontsmettingsgel. Dat stamt uit 2005. Zou het nog werken?

Zonder stromend kraanwater ziet het leven er plotseling heel anders uit. We zijn zo gewend geraakt aan de beschikbaarheid daarvan en ik ben duidelijk onvoorbereid. Vroeger bewaarde ik twee flessen water in de keuken, voor het geval dat. Alleen nu niet. En schone kleren op een ongewassen lichaam voelen toch wat ongemakkelijk. Een boterhammetje smeren gaat wel. Maar deze keer mag ik beslist geen kip-satésalade aan mijn handen krijgen, want dan worden ze plakkerig. Trouwens, koffie zetten zonder water is een hele uitdaging. Al kom je ver met Nescafé en gekookte melk.

So far, so good. Maar dan. Er zal voor vertrek een grote boodschap uit moeten en verder wil ik mijn contactlenzen in doen. Deze handelingen gaan bijzonder slecht samen zonder schoon water. Toevallig heb ik wel twee toiletten, waarvan één met een nog gevuld reservoir. (Helaas ingebouwd, ik kan er dus geen druppel uit scheppen.) Met de boodschap gaat het in ieder geval goed komen. Alleen zijn voor die lenzen brandschone handen nodig. En lenzen indoen met ontsmettingsgel aan je vingers is een waagstuk. Wie weet bijt dat spul.

Zucht. Wat een dilemma’s op de vroege ochtend. En dan te bedenken dat ik ooit zes dagen zonder douche in een woestijn heb doorgebracht. Intussen moet ik trouwens wel heel erg dringend naar het toilet. Maar wanneer de nood het hoogst is, is de redding nabij. Echt waar. Want net als ik overweeg om het ijs in de tuingieter te smelten, begint de kraan te lopen. Vijf minuten later ben ik het ongemak alweer vergeten. Alsof stromend water zo vanzelfsprekend is.