Vliegveld Lelystad: zat Gelderland te slapen?

Toen ik gisteren de kaart met de nieuwste vliegroutes vanaf Lelystad zag, schrok ik me wezenloos. Maar liefst zes routes gaan over de provincie Gelderland. Waarvan drie op vijf tot tien kilometer van mijn woning. Ook krijgt de provincie er een nieuwe wachtlus bij. Blijkbaar vooral door toedoen van het assertieve Overijssel. Dat komt nu met slechts drie armzalige vliegroutes weg. Fijne buren, zeg.

Hebben ze soms zitten slapen in ons provinciehuis? Hadden ze werkelijk het idee dat hun beschaafde brieven serieus zouden worden genomen, daar in Den Haag? In de zienswijze van Gelderland worden slechts zorgen geuit. Plus de hoopvolle verwachting dat de regering vanwege de Veluwe geen afbreuk zal doen aan paragraaf 3.5 Leefomgeving in het regeerakkoord. Onze provincie had met de vuisten op tafel mogen slaan en met voorstellen mogen komen, als je het mij vraagt.

Gelderse provinciebestuurders zijn véél te lief (of naïef). Twee routes gaan toch wel dwars over ons nationale park heen. Precies zoals de regering over de provincie en de hele Nederlandse bevolking heen walst. Met name zodra men de hijgende adem in de nek voelt van het grootkapitaal op Schiphol. Dat is nooit anders geweest. Met 22 jaar bewonerservaring onder de rook van de Kaagbaan weet ik wat beloftes waard zijn.

Ondertussen denk iederein an zèn ège, in goed Haags. De Flevopolder is boos over het uitstel. Terwijl wethouder Leon Meijer van de gemeente Ede de victorie kraait. Want twee routes zijn nu oostwaarts verlegd en gaan niet langer over zijn gemeente heen. Gefeliciteerd ermee. Wedden dat de rust in Ede van korte duur zal zijn?

Dankzij meneer Meijer mogen Wageningen, Bennekom en de gemeente Renkum straks creperen. Want die krijgen dan het tweerichtingsverkeer dat eerder boven Ede was gepland. Toevallig was ik net in 2015 naar die omgeving verhuisd. Onder meer om van Schiphol af te komen.

Volgens minister Van Nieuwenhuizen is er zoveel mogelijk geluisterd naar de wensen van de omwonenden. Dat zal best. Maar ons land is gewoon te klein voor de grootheidswaan van het bedrijfsleven. Dat is de kern van het probleem en juist daar doet niemand wat aan.

Bron: de Volkskrant/maps4news – tb/wm Bron: rijksoverheid.nl.

Nog even over dat seksfeest

Als voormalig medewerkster van een internationale ontwikkelings-organisatie ben ik nauwelijks verbaasd over de seksfeesten op Haïti in 2011. Niet omdat hulpverleners continu prostituees zouden inhuren. Maar gewoon, omdat er mannen en vrouwen op dat eiland rondlopen. Voeg een ernstige noodsituatie toe, waarbij de een afhankelijk is van de ander. Dan is de kans levensgroot dat je in een schemergebied belandt, qua normen en waarden. Is dat altijd erg?

Om te beginnen geldt wat Farah Karimi, directeur van Oxfam Novib, zegt: ‘We doen er alles aan om machtsmisbruik uit te bannen. Dat je als hulpverlener een land binnenkomt dat net is getroffen door een van de grootste aardbevingen ter wereld en dan je machtspositie misbruikt, is niet te rechtvaardigen. Het enige wat vrouwen in die situatie kunnen bieden, is hun lichaam. Dan moet je dus een nog hogere morele standaard en een nog sterker integriteitsbesef hebben om te weten dat je zoiets niet doet.’ (Volkskrant, 14-02-2018.)

Helaas voor Oxfam en zusterorganisaties komt vertrouwen te voet en gaat het te paard. Ik twijfel niet aan de intenties van grote Nederlandse hulporganisaties. De kans op herhaling wordt inmiddels zo klein mogelijk gemaakt. Maar je zal altijd rotte appels houden.

Bovendien vermoed ik dat noodhulp, meer dan regulier ontwikkelingswerk, avonturiers en cowboys trekt. Want noodhulp bieden na een grote ramp is als je een weg banen in outlawgebied. Vergelijkbaar met het Wilde Westen. Het is chaos en alles moet worden opgebouwd. Je kan er de held uithangen. Je kan er echt verschil maken. Je kan het gevoel krijgen dat je voluit leeft. Zoals oorlogsfotografen vaak ervaren. En je kan er ook tijdelijk ongehinderd je gang gaan. De bestaande structuren zijn verwoest. Wie is er om in zo’n situatie de wet te handhaven?

Toen ik in Kenia werkte, kwam er een nieuwe Nederlandse medewerker langs. Hij was ingehuurd als kwartiermaker en ging het nieuwe kantoor in Zuid-Soedan opzetten. Een nogal onrustig land. Daarvoor moest hij wat zaken regelen in Nairobi. In het weekend maakten we samen een paar uitstapjes.

Er was iets met die man. Ik vond hem een opportunistische rouwdouwer en vrijbuiter met aso-trekjes. Feitelijk iemand die het niet in een normale baan kan uithouden. Hij was anders dan de Keniaanse en expat-medewerkers op ons kantoor. Ook zag ik de twijfel in de ogen van mijn enige andere Nederlandse collega daar.

Maar het is evenmin eenvoudig om goed expat-personeel te vinden voor een Godvergeten oord in Zuid-Soedan. Je gaat daar niet even leuk een jaartje buitenlandervaring opdoen met je gezinnetje. Hoe hou je als manager vanuit Nederland in de gaten wat je enige Nederlandse medewerker daar doet? Tegen de tijd dat je geluiden via de grapevine hoort, is het al te laat.

En dan dat werkbezoek in Bulgarije, een wat groezelig land aan de rafelrand van Europa. Roma worden er als minderheid zwaar gediscrimineerd. Ik zat er in een geparkeerde oude ambulance nabij de afslag van een snelweg. De weg was omzoomd door bos. Het was de oppik- en afwerkplaats voor prostituees. Veelal jonge vrouwen uit de Roma-gemeenschap. Het voertuig was knus en huiselijk ingericht, compleet met ruchesgordijn. Ze konden er even bijkomen en een praatje maken met een verpleegster. Ook kregen ze koffie, condooms en desgewenst een bloedtest op HIV.

Een mannelijke medewerker van een lokale organisatie had me gebracht en bleef er bij. Regelmatig stapte er een vrouw binnen. Mooi opgemaakt en ordinair gekleed, maar allemaal even vriendelijk. Het werd best gezellig, ze voelden zich veilig in die ambulance. Al zat daar normaal gesproken nooit een man bij. Er zaten zeer aantrekkelijke vrouwen tussen. Die plaatselijke medewerker zag een daarvan best zitten, eigenlijk. Leek mij.

Toch is dit niet het hele verhaal. Vaak genoeg beschouwen vrouwen in armere landen westerse mannen als aantrekkelijke partij. Ook als er geen noodsituatie is. Of expliciter, juist omdat de rechtspositie van lokale vrouwen meestal zo precair is. Wat wij zien als scheve verhouding binnen een relatie met buitenlanders, kan vanuit hun perspectief een verbetering inhouden. Vergeleken met de positie die ze krijgen in een huwelijk met een man uit hun eigen traditionele gemeenschap. Ik schreef het al eens eerder. Zelfs met een huwelijk volgens de sharia zijn Afrikaanse vrouwen soms beter af.

Over de positie van de vrouwen bij dat seksfeest op Haïti heb ik weinig illusies. Zij komen niet aan het woord. Jammer, want ik had als vrouw wel meer over hun motivatie en kijk op deze zaak willen horen. Hun achtergrondverhaal geeft waarschijnlijk precies aan waarom het werk van goede ontwikkelingsorganisaties daar zo belangrijk is.

Over achtergrondverhalen gesproken: Tina Turner met Private Dancer.

Van wie is ons luchtruim?

Als er iemand moet zwijgen over de toename van het vliegverkeer, dan ben ik dat. Vliegen is (of was) mijn grote milieuzonde. Het enige wat ik daar tegenover kan stellen, is dat ik geen kinderen met westerse leefstijl op de aardbol heb gezet. Dat is de milieuvriendelijkste daad die ik kon verrichten. Al was het ongepland. Nu we dit hebben gehad, wil ik het over ons wereldwijde luchtruim hebben.

Een paar citaten uit de Volkskrant van 28 september 2017. ‘11.000 woningen ondervinden zeer veel geluidsoverlast van Schiphol, blijkt uit onderzoek in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Milieu. Omdat dit beneden de toegestane norm van 13.600 is, ziet Schiphol in de nieuwe cijfers reden om verder uit te breiden.’ Bert Wagendorp fulmineert hiertegen in zijn column: ‘Volgens de luchthaven maakt de milieueffectrapportage ‘verdere ontwikkeling van Schiphol mogelijk op een duurzame en veilige manier’. Het zijn daar hondsbrutale leugenaars en ze hebben schijt aan alles en iedereen.’ Dat kan ik beamen.

Vaste volgers weten dat ik een geluidsoverlastvluchteling ben. Ruim twee jaar geleden verkaste ik van Leiden naar het oosten van het land. Ik dacht even dat ik eindelijk van Schiphol met zijn Kaagbaan was verlost. Echter.

Schiphol moet en zal een belangrijke ‘hub’ in de wereldwijde luchtvaart blijven. De luchthaven zit helaas al bijna aan zijn taks. Daarom moeten vakantievluchten naar Lelystad gaan uitwijken. De kaartjes van de zwaar ter discussie staande routes tonen net niet mijn woonplaats. Maar één vliegroute komt angstvallig dichtbij.

Een Volkskrantlezer bagatelliseert alle ontstane commotie in Gelderland en Overijssel. Als je de aantallen omrekent naar vliegbewegingen per dag, zo beweert hij, dan worden het er slechts een tiental per dag. Of zo. Ik weet niet onder welke steen de beste man heeft geleefd. Alsof het bij zulke lage aantallen gaat blijven. En alsof niet elke denkbare norm gaat worden overschreden. Gewoon legaal, daar hebben ze hun contacten en maniertjes wel voor.

Want Schiphol maakt deel uit van de Heilige Graal. De ‘economische groei’. De ‘werkgelegenheid’. De ’kennisindustrie’. De ‘het-is-onontkoombare-vooruitgang’-theorie.

Boven alles is Schiphol een perfect vehikel voor ‘winstmaximalisatie’. Ofwel de door ons land graag gefaciliteerde belastingontwijking voor de allerrijksten. Luchthavens en vliegmaatschappijen hoeven nauwelijks belasting te betalen. Op kerosine bijvoorbeeld. Oh, hoezo de vervuiler betaalt? Alleen domme burgertjes doen dat en die moeten niet zeuren. Ze willen toch zelf vliegen.

Dat laatste is waar. Alleen hoeven ze niet half Amerika en elke vlucht van de KLM uit Afrika langs Schiphol om te leiden. Er zit weinig logica in veel overstapschema’s. Daarnaast hoef ik geen prijsvechters. Door hun komst is het vliegverkeer al flink toegenomen. Een groeiende groep mensen vindt het inmiddels normaal om meerdere malen per week te vliegen. Zodat ze ’s woensdags op tijd thuis zijn voor de eetclub of de voetbaltraining. Weg is de stimulans die leidt tot bezinning. Ons woongenot en onze zuurstof gaan eraan.

Ik vraag me af hoe ver we dit met zijn allen laten gaan. De echte strijd laat ik over aan de jeugd. Die zal straks het langst naar lucht happen als we niet ingrijpen.

Vijf atleten uit Zuid-Soedan

Aan de Spelen in Rio de Janeiro doet voor het eerst een Olympisch Vluchtelingen Team mee. Van de tien internationale leden komen er vijf uit Zuid-Soedan. Zeg je Soedan, dan zeg ik 2005. Buitenlandse Zaken, handen schudden met vicepresident John Garang. En: Nairobi, een uitzinnige, hoopvolle avond tijdens de eerste Miss Malaika South Sudan.

Een niet doorgegane dienstreis naar Zuid-Soedan markeerde via een bizarre samenloop van omstandigheden voor mijn carrière het begin van de ondergang. Ik heb er inmiddels vrede mee. En die wending was absoluut niets vergeleken bij het lot van de inheemse bevolking. Daaraan loopt nog steeds vrijwel iedereen voorbij.

Ondertussen speelt Coldplay Amsterdam. Want Coldplay was erbij, in Nairobi, 2005. Ik kocht hun CD A rush of blood to the head later, met deze tekst op de flap: For countries to develop or even survive they need to be able to trade fairly. At the moment poorer countries are strangled by ridiculous international trade laws and ruthless western businesses, … Vul die businesses voor Zuid-Soedan gerust aan met Arabic and Asian.

Hebzucht is slechts één van de vele oorzaken voor de rampzalige situatie in dat jonge land. Even ontluisterend zijn de bedoelingen van degenen die zeggen: we come as friends (zie tekst onder trailer).

Ik hoop dat ze winnen, die vijf atleten uit Zuid-Soedan. Hun namen zijn:

  • Paulo Amotun Lokoro, voormalig veehoeder.
  • Yiech Pur Biel, ‘Door onderwijs kun je de wereld veranderen.’
  • Rose Nathike Lokonyen, trainde aanvankelijk zonder loopschoenen, woont nabij Nairobi.
  • Anjelina Nadai Lohalith, raakte als zesjarige gescheiden van haar ouders, die ze niet meer heeft teruggezien.
  • James Nyang Chiengjiek, vluchtte uit Zuid-Soedan uit angst als kindsoldaat te moeten vechten.

Ze zullen het bovenal zelf moeten doen.

Bron atleten: VPRO Gids # 32, 2016. In navolging van Coldplay: http://www.maketradefair.com.

Na Nice het kaf van het koren scheiden

‘Dit is een aanslag op het zoete leven’, is de kop boven een uitstekend artikel van Pieter Giesen in de Volkskrant. Het is de dag na het drama met de vrachtwagen in Nice. Hij laat antiekhandelaar Alain Boutahra (42) aan het woord. Alain’s vader was een tolerante Algerijn die met een katholieke Franse vrouw trouwde. ‘Maar sinds enkele decennia komen er steeds meer immigranten die zich niet willen aanpassen, zeg hij.’

Diezelfde avond kijk ik naar het NOS journaal. Van 20.00 uur tot 20.20 uur gaat het over de verijdelde militaire staatsgreep in Turkije. Terwijl er tanks dreigend op straat rijden, roept de president zijn volk op om naar buiten te gaan. Vreemd. Turkse Nederlanders betuigen hem op de Erasmusbrug steun met veel vlagvertoon. Nog vreemder. Want ik betwijfel of Erdogan anno 2016 de publicatie van De lof der zotheid in zijn land zou tolereren.

Wat te doen, na Nice en al die vlaggen? Uitbreiding van inlichtingendiensten, wegversperringen bij evenementen, Israëlische veiligheidsadviseurs inhuren en militaire elitetroepen inzetten? Dat wordt misschien de Franse aanpak; die houden wel van ‘ferme’ daden en machtsvertoon. Maar hoe harder je je opstelt, hoe groter de kans dat nog meer gefrustreerde lieden radicaliseren.

Van mij mag Nederland/Europa wel nadrukkelijker solidariteit en onderschrijving van fundamentele westerse waarden verlangen. Want waarom zouden we individuen van elders accepteren die in beginsel al spugen op christelijke en humanistische grondslagen? Een eenvoudige solidariteitstest kan veel verhelderen. Denk maar aan de volgende vragen:

  1. Is het normaal om joden te verachten?
  2. Zijn zwarten minderwaardig?
  3. Moeten homo’s en lesbo’s van hun ‘ziekte’ worden afgeholpen?
  4. Is belasting betalen slechts bedoeld voor blanke losers?
  5. Mag een staatshoofd van buiten de EU over Europese grenzen heen regeren?

Tenslotte zijn er van ons eigen volk al genoeg lieden asociaal en onverdraagzaam.

Jaloezie onder genealogen

Genealogen zijn bijna allemaal man, grijs en met pensioen. In dat wereldje was ik nogal een uitzondering toen ik op mijn 32ste aan de zoektocht naar mijn voorouders begon. Ruim twintig jaar geleden. Ik wilde alles per sé grondig en vooral helemaal zelf doen. Mijn verslagen zouden minstens aan de regels voor een scriptie voldoen. Want ik had net een fusie meegemaakt en een droombaan als redacteur moeten opgeven. Ik wilde iets uitvoeren waardoor ik mijn ei kwijt kon en waarmee ik mij kon onderscheiden.

Los daarvan was die zoektocht naar mijn verleden gewoon ontzettend leuk. Ik stortte mij vol overgave op het schatgraven. In bepaalde periodes besteedde ik er twintig tot zestig uur per week aan. Het is bijzonder om perkament en papier vast te houden dat driehonderd jaar oud is. Zoals een document waarop je voorvader in 1702 met bibberige hand zijn krabbel heeft gezet. Papier dat hij dus heeft aangeraakt. Dichterbij kan je niet komen.

Het was het pre-internet tijdperk en onderzoek was noeste arbeid. Eindeloos oude archieven doorspitten, teksten ontcijferen en overschrijven. Dankzij inlevingsvermogen ontdekte ik echt bijzondere feiten waar niemand anders ze ooit zocht. Als je, zoals ik, ontelbare ambtelijke en juridische teksten in muffe, stoffige archieven doorspit, daar slechts rioolachtige automatenkoffie drinkt, stad en half Europa afreist, ruim tweeduizend pagina’s van A4-formaat vol typt … Dan wil je eer hebben van je werk. En eer krijg je door te publiceren. Daarbij is het hoogst haalbare in genealogenland: een recensie van jouw boekwerk in Genealogie, het CBG*-blad. Zes recensies van zes publicaties werden mij toebedeeld.

Er zijn vermoedelijk weinig hobby’s waar bij de beoefenaars onderling zoveel jaloezie is als bij genealogen. Maar ik doe niet mee aan caviashows, dus wellicht kan het nog erger. Die eerdergenoemde mannen kon ik na verloop van tijd in twee groepen indelen.

Namelijk:
1. Zij die altijd alles beter menen te weten en dat maar al te graag etaleren. En
2. Zij die kijken wat er bij zo’n jong ding aan gegevens valt te halen.

Ik dacht nog: dit onderzoeksresultaat ligt officieel in die recensies vast. Mijn werk is veiliggesteld. Maar ergens tussen die publicaties en nu verscheen internet. En dat veranderde alles. Sindsdien ben ik pas echt serieus met streken van oude heren geconfronteerd. Want ze willen hoe dan ook de grootste stamboom hebben.

Dus gaan ze aan de haal met mijn gegevens en onderzoeksresultaten. Keilen ze mijn naam en die van mijn ouders ongevraagd en zonder toestemming op internet. Pleuren ze de volledige tekst van mijn boekwerken op hun site. Nadat ze de kaften en mijn naam van alle pagina’s hebben verwijderd. Alsof het hun werk is. En dan sturen ze doodleuk nog een link naar bepaalde familieleden toe ook.

Ik heb het over iemand die ik dertig jaar niet had gezien en die plots met zijn broer voor de deur stond. En iemand in een verre zijtak, waarmee ik zo’n gezellige reünie had. Die bij de eerste ontmoeting gelijk vroeg: ‘Ik mag je wel mijn nichtje noemen, zeker?’ Voor hem en een ander ver familielid had ik zelfs een stadswandeling door Leiden bedacht.

De sukkels.

* Centraal Bureau voor Genealogie in Den Haag, ofwel Centrum voor familiegeschiedenis.

Vluchten naar Turkije

Tienduizenden Syrische Koerden zien door fanatici de dood in de ogen en kloppen radeloos bij Turkije aan. Op tv zie ik iets in kleur verschijnen wat ik tot dan toe alleen in zwart/wit had gezien. Die andere vluchtelingenstroom in omgekeerde richting. Toen in 1915. Armeniërs.

Turkije. Je zal het er maar van moeten hebben, als lid van een minderheid zijnde. Dat land zou nu eindelijk iets goed kunnen maken. Noem het boetedoening, noem het schuld inlossen, noem het wat je wil volgens de Islam. Maar wat doen de heldhaftige Turkse mannen? Zij smijten de deur dicht in het gezicht van hulpeloze vluchtelingen en zetten waterkanonnen in.

Ach Turkije, met je fraaie opgepoetste straten in contemporain Istanbul.
De emancipatie van jouw volk staat al een eeuw stil.

Nou ja, op die ene vooruitstrevende burgemeester na dan. Een vrouw. Uiteraard. Zij helpt gevluchte Iraakse Jezidi’s huisvesten in spookdorpen op Turks grondgebied. Precies de dorpen die hun voorouders 55 jaar geleden moesten ontvluchten. Dat is al de derde verdreven minderheid in dit verhaal. En dan zwijg ik nog over de verjaagde Grieken.

Way to go, Turkey. Wees een vent en kom toch eens tot inkeer.