Nieuwsbespreking op de hei

We zitten op een bankje bij de hei en bespreken de stand van Nederland. Dat is ons toevertrouwd; we hebben een beroepsmatige kijk op zaken. Het hele spectrum aan hete hangijzers komt voorbij. De zorg, het onderwijs, de banken, de arbeidsmarkt, die blunder in Syrië, de EU en wat we nu toch aan moeten met dat kinderpardon. En dan zijn er nog die één miljoen huizen, die ze hier voor 2030 willen bouwen. We zuchten en krijgen het er benauwd van.

Ik vertel over mijn uitstapje onlangs naar Schaijk en over wat ik daar aantrof. Bijvoorbeeld een groot staalbedrijf, wat je niet verwacht bij een klein dorp. Het ligt aan een landweg met vooral bungalowparken, akkers en stallen. Er zijn ook opvallend veel hekken en bewakingscamera’s. Recht tegenover het bedrijf staat het huis van de staalmagnaat op een mega-terrein. Hij heeft zijn eigen helikopter haven. Aangrenzend bevindt zich het optrekje van een familielid met riante manege. ‘Nou’, gis ik, ‘die magnaat heeft de gemeenteraad vast in zijn broekzak.’ Weet ik veel.

’s Avonds lees ik de Volkskrant. Daarin staat een artikel over natuurgebied Kampina in Brabant. Een investeerder wil daar pal naast kwetsbare natuur een mega-varkensstal bouwen. Iedereen is mordicus tegen, want de stikstofuitstoot zal het hele gebied verzieken. De vergunning is echter al jaren geleden afgegeven. Kwestie van belangenverstrengeling bij de gemeente in het verleden.

We zijn hier nauwelijks verheven boven een bananenrepubliek. Maar de clan van de staalmagnaat en die varkensboer zijn klein bier. Nederland telt weer zoveel duizend miljonairs meer. De grootste stijging zit bij de beroepen agrariër, advocaat en medisch specialist.

Over de medische wereld gesproken. Vanaf volgend jaar betalen we € 30 per persoon per jaar meer aan ziektekostenverzekering. Dit onder andere vanwege de allerduurste medicijnen. De extra kosten komen bovenop de twee miljard euro die we in 2017 al afdroegen voor enkele duizenden patiënten. Want elk Europees land moet afzonderlijk onderhandelen met de farmaceutische industrie. Deze bedrijven dwingen geheimhouding af, zodat landen niet kunnen samenspannen. Durft een land of ziekenhuis af te wijken, dan krijgt het meteen een advocaat op zijn dak.

De farmaceutische industrie beroept zich op torenhoge ontwikkelings-kosten. Intussen leunt ze wel op wetenschappelijk onderzoek dat is betaald door de samenleving. De medisch specialist wil helpen en als professional scoren. (Wellicht ook financieel?) De patiënt wil een dragelijk leven en vraagt er dus om. De politicus zit in de tang, want die durft de zieke kiezer geen nee te verkopen. De lobbyist spint er op alle fronten garen bij. En de farmaceutische industrie kan haar aandeelhouders weer pleasen. Waartoe overigens ook Nederlandse pensioenfondsen behoren. Hoe is het mogelijk dat EU-landen zich zo laten uitspelen en ringeloren? Dit is gewoon een ordinair gevalletje consumptiemaatschappij.

We zijn het met elkaar eens. Gezeten op het bankje kijken we weer om ons heen. De paarse heide combineert mooi met het bruine gras en de groene dennen ertussen. Ja, ja.

De kolonisatie van Nederland

Valt wat er nu in Nederland gebeurt onder kolonisatie? Dat vraag ik mij steeds vaker af. In de Oudhollandse vorm vestig je dan je eigen bestuurders en soldaten in een ander land. Je brengt de lokale bevolking in het nauw. Je lokt er ondernemers en durfinvesteerders naartoe. En je laat anderen het werk doen plus alle lasten dragen. Met grond en arbeid tegen minimale kosten stroomt het geld dan vanzelf binnen.

Het mooie van een land als Nederland is dat de infrastructuur er al is. Dat scheelt kostbare voorbereiding, zoals de aanleg van havens en wegen. Bovendien kan je dit werk gewoon delegeren naar de lokale regering. Die regelt tevens de belastinginning bij de lokale bevolking voor investeringen. Ze betalen het zelf. Je hebt er als kolonisator geen omkijken naar.

En zoals zij vroeger zelf de local chiefs met spiegeltjes en kralen paaiden, zo hoef je nu maar ‘werkgelegenheid’ te roepen. Dan doen ze meteen alles voor je. Wetjes erdoor drukken, normen oprekken of omgevingsplannen veranderen. Geen probleem. Gewoon even die lieden van de VVD en consorten ter rechterzijde erbij betrekken. Dat onze werkgelegenheid vooral uit gerobotiseerde krachten bestaat, merken ze later wel.

Waar waren we gebleven? Oh ja, investeringen. Productie- en overslag hallen bouwen. Er is nog grond genoeg en Wageningen werkt aan voedselproductie in flats. Dus plemp alles maar vol loodsen, zo groot als honderden voetbalvelden. Dat gaat best. Die loodsen zijn namelijk handig voor distributie door heel Europa, ons wingebied.

Dan hebben we onderwijs en huisvesting. De universiteiten doceren er in het Engels en ze mogen buitenlandse studenten niet weigeren. Daarom kunnen we onze kids alvast vooruit sturen. Hoeven we ook geen huizen voor te bouwen. Dat regelen VNO-NCW en Bouwend Nederland wel. Ook voor onze managers en expat kenniswerkers. Die kunnen dan gelijk de lokale onroerendgoedmarkt verkennen en overal de beste pandjes opkopen. Da’s leuk spul om on the side te exploiteren.

Wat nog meer? Oh ja, energievoorziening. Grappig joh, ze doen aan energiebesparing. En ze hebben daar zo’n clown rondlopen, Weebus of zo. Iets met Groningen doet ‘ie. Anyway, onze computers en energieslurpers zullen voldoende stroom krijgen; dat garanderen ze. En anders regelen onze vrienden van de law firm de schadeclaim wel.

Zo, even kijken, verder nog wat nodig? Tax rulings misschien? Ach ja, belastingen weten ze daar toch uitstekend te regelen. Per saldo hoeven we niet te betalen. Ha ha ha.

Vandalisme in zo’n keurig dorp

 

“J’aimerais te voir à Oosterbeek”, schreef hij [Jan Kneppelhout] in 1834 aan een vriend, “une personne que j’aime foulerait une terre que j’aime, une terre où ont germé mes plus douces, mes plus chères pensées, où j’ai vécu si heureux, où j’ai été bon si souvent …”

Op een heerlijke zonnige zondag wandel ik in de koele schaduw van de bomen op de Hemelse berg. Het oude landgoed van Kneppelhout. Zijn naam is mij vertrouwd. Hij vormt een van de verbindingen tussen mijn nieuwe thuisgebied en Leiden, mijn oude woonplaats. Zoals hij naar de omgeving keek, zo kijk ik nu instemmend met hem mee.

Om mij heen een heuvelachtig bos met doorkijkjes naar de lager gelegen rivier. Er stroomt een kabbelende beek door, met vijvers, bruggetjes en kleine watervallen. De naastgelegen Lage Oorsprong heeft onder meer een openluchttheater. Daar genieten toehoorders op het gras van een concert. En op een glooiende weide verderop liggen dromerige koeien lekker lui te soezen naast een boom.

Kneppelhout was een humoristische schrijver uit de negentiende eeuw. Hij heeft veel voor het dorp en de inwoners betekend. Daarom zie je nog overal gedenktekens. En nu is er een kapot.

Het is een vierkant kunstwerk van glas. Heel dik glas. Ik ontdekte het tijdens een wandeling zo’n vijf jaar geleden, toen ik nog in het Westen woonde. Het was leuk om de naam van een bekende Leidenaar in Gelderland tegen te komen. En nu is zijn monumentje dus stuk. Op een hoek is een grote scherf uit het glas gebroken. Mensen hebben al troep in de doorzichtige kubus gegooid. Er ligt een verfrommeld sigarettenpakje in, en een gedeukt pak sinaasappelsap. Kunst gereduceerd tot afvalbak.

Toen ik het glaswerk voor het eerst zag, dacht ik al. ‘Als dat maar goed gaat.’ Want het staat op een verlaten plaats. Op zondagen loopt er wel genoeg volk rond. Mensen met kleine kinderen en baasjes met hun hond. Maar wat komt er langs op andere dagen, of ’s avonds? Want het is bij uitstek een plek voor verveelde hangjongeren. Die moeten hun energie kwijt, stoer doen of hun agressie botvieren. Die willen kijken hoe ver ze kunnen gaan en hun maten tonen hoe sterk ze zijn.

De ruiten van het eenzame bushokje tussen het dorp en de stad zijn al gesloopt. Die worden na de zoveelste geweldsuitbarsting niet meer vervangen. Als hangjongere moet je dan wel op zoek naar wat anders. Geen mooiere uitdaging dan zo’n glazen ding. En dit glas was minimaal twee keer zo dik als die ramen. Kicken.

Hoe zouden ze het hebben aangepakt, als het inderdaad hangjongeren waren? Je loopt het bos toch niet in met een voorhamer?

Bron citaat: Biografischwoordenboekgelderland.nl.

Vliegveld Lelystad: zat Gelderland te slapen?

Toen ik gisteren de kaart met de nieuwste vliegroutes vanaf Lelystad zag, schrok ik me wezenloos. Maar liefst zes routes gaan over de provincie Gelderland. Waarvan drie op vijf tot tien kilometer van mijn woning. Ook krijgt de provincie er een nieuwe wachtlus bij. Blijkbaar vooral door toedoen van het assertieve Overijssel. Dat komt nu met slechts drie armzalige vliegroutes weg. Fijne buren, zeg.

Hebben ze soms zitten slapen in ons provinciehuis? Hadden ze werkelijk het idee dat hun beschaafde brieven serieus zouden worden genomen, daar in Den Haag? In de zienswijze van Gelderland worden slechts zorgen geuit. Plus de hoopvolle verwachting dat de regering vanwege de Veluwe geen afbreuk zal doen aan paragraaf 3.5 Leefomgeving in het regeerakkoord. Onze provincie had met de vuisten op tafel mogen slaan en met voorstellen mogen komen, als je het mij vraagt.

Gelderse provinciebestuurders zijn véél te lief (of naïef). Twee routes gaan toch wel dwars over ons nationale park heen. Precies zoals de regering over de provincie en de hele Nederlandse bevolking heen walst. Met name zodra men de hijgende adem in de nek voelt van het grootkapitaal op Schiphol. Dat is nooit anders geweest. Met 22 jaar bewonerservaring onder de rook van de Kaagbaan weet ik wat beloftes waard zijn.

Ondertussen denk iederein an zèn ège, in goed Haags. De Flevopolder is boos over het uitstel. Terwijl wethouder Leon Meijer van de gemeente Ede de victorie kraait. Want twee routes zijn nu oostwaarts verlegd en gaan niet langer over zijn gemeente heen. Gefeliciteerd ermee. Wedden dat de rust in Ede van korte duur zal zijn?

Dankzij meneer Meijer mogen Wageningen, Bennekom en de gemeente Renkum straks creperen. Want die krijgen dan het tweerichtingsverkeer dat eerder boven Ede was gepland. Toevallig was ik net in 2015 naar die omgeving verhuisd. Onder meer om van Schiphol af te komen.

Volgens minister Van Nieuwenhuizen is er zoveel mogelijk geluisterd naar de wensen van de omwonenden. Dat zal best. Maar ons land is gewoon te klein voor de grootheidswaan van het bedrijfsleven. Dat is de kern van het probleem en juist daar doet niemand wat aan.

Bron afbeelding: de Volkskrant/maps4news – tb/wm Bron: rijksoverheid.nl.

Nog even over dat seksfeest

Als voormalig medewerkster van een internationale ontwikkelings-organisatie ben ik nauwelijks verbaasd over de seksfeesten op Haïti in 2011. Niet omdat hulpverleners continu prostituees zouden inhuren. Maar gewoon, omdat er mannen en vrouwen op dat eiland rondlopen. Voeg een ernstige noodsituatie toe, waarbij de een afhankelijk is van de ander. Dan is de kans levensgroot dat je in een schemergebied belandt, qua normen en waarden. Is dat altijd erg?

Om te beginnen geldt wat Farah Karimi, directeur van Oxfam Novib, zegt: ‘We doen er alles aan om machtsmisbruik uit te bannen. Dat je als hulpverlener een land binnenkomt dat net is getroffen door een van de grootste aardbevingen ter wereld en dan je machtspositie misbruikt, is niet te rechtvaardigen. Het enige wat vrouwen in die situatie kunnen bieden, is hun lichaam. Dan moet je dus een nog hogere morele standaard en een nog sterker integriteitsbesef hebben om te weten dat je zoiets niet doet.’ (Volkskrant, 14-02-2018.)

Helaas voor Oxfam en zusterorganisaties komt vertrouwen te voet en gaat het te paard. Ik twijfel niet aan de intenties van grote Nederlandse hulporganisaties. De kans op herhaling wordt inmiddels zo klein mogelijk gemaakt. Maar je zal altijd rotte appels houden.

Bovendien vermoed ik dat noodhulp, meer dan regulier ontwikkelingswerk, avonturiers en cowboys trekt. Want noodhulp bieden na een grote ramp is als je een weg banen in outlawgebied. Vergelijkbaar met het Wilde Westen. Het is chaos en alles moet worden opgebouwd. Je kan er de held uithangen. Je kan er echt verschil maken. Je kan het gevoel krijgen dat je voluit leeft. Zoals oorlogsfotografen vaak ervaren. En je kan er ook tijdelijk ongehinderd je gang gaan. De bestaande structuren zijn verwoest. Wie is er om in zo’n situatie de wet te handhaven?

Toen ik in Kenia werkte, kwam er een nieuwe Nederlandse medewerker langs. Hij was ingehuurd als kwartiermaker en ging het nieuwe kantoor in Zuid-Soedan opzetten. Een nogal onrustig land. Daarvoor moest hij wat zaken regelen in Nairobi. In het weekend maakten we samen een paar uitstapjes.

Er was iets met die man. Ik vond hem een opportunistische rouwdouwer en vrijbuiter met aso-trekjes. Feitelijk iemand die het niet in een normale baan kan uithouden. Hij was anders dan de Keniaanse en expat-medewerkers op ons kantoor. Ook zag ik de twijfel in de ogen van mijn enige andere Nederlandse collega daar.

Maar het is evenmin eenvoudig om goed expat-personeel te vinden voor een Godvergeten oord in Zuid-Soedan. Je gaat daar niet even leuk een jaartje buitenlandervaring opdoen met je gezinnetje. Hoe hou je als manager vanuit Nederland in de gaten wat je enige Nederlandse medewerker daar doet? Tegen de tijd dat je geluiden via de grapevine hoort, is het al te laat.

En dan dat werkbezoek in Bulgarije, een wat groezelig land aan de rafelrand van Europa. Roma worden er als minderheid zwaar gediscrimineerd. Ik zat er in een geparkeerde oude ambulance nabij de afslag van een snelweg. De weg was omzoomd door bos. Het was de oppik- en afwerkplaats voor prostituees. Veelal jonge vrouwen uit de Roma-gemeenschap. Het voertuig was knus en huiselijk ingericht, compleet met ruchesgordijn. Ze konden er even bijkomen en een praatje maken met een verpleegster. Ook kregen ze koffie, condooms en desgewenst een bloedtest op HIV.

Een mannelijke medewerker van een lokale organisatie had me gebracht en bleef er bij. Regelmatig stapte er een vrouw binnen. Mooi opgemaakt en ordinair gekleed, maar allemaal even vriendelijk. Het werd best gezellig, ze voelden zich veilig in die ambulance. Al zat daar normaal gesproken nooit een man bij. Er zaten zeer aantrekkelijke vrouwen tussen. Die plaatselijke medewerker zag een daarvan best zitten, eigenlijk. Leek mij.

Toch is dit niet het hele verhaal. Vaak genoeg beschouwen vrouwen in armere landen westerse mannen als aantrekkelijke partij. Ook als er geen noodsituatie is. Of expliciter, juist omdat de rechtspositie van lokale vrouwen meestal zo precair is. Wat wij zien als scheve verhouding binnen een relatie met buitenlanders, kan vanuit hun perspectief een verbetering inhouden. Vergeleken met de positie die ze krijgen in een huwelijk met een man uit hun eigen traditionele gemeenschap. Ik schreef het al eens eerder. Zelfs met een huwelijk volgens de sharia zijn Afrikaanse vrouwen soms beter af.

Over de positie van de vrouwen bij dat seksfeest op Haïti heb ik weinig illusies. Zij komen niet aan het woord. Jammer, want ik had als vrouw wel meer over hun motivatie en kijk op deze zaak willen horen. Hun achtergrondverhaal geeft waarschijnlijk precies aan waarom het werk van goede ontwikkelingsorganisaties daar zo belangrijk is.

Over achtergrondverhalen gesproken: Tina Turner met Private Dancer.

Foute mening over ras en IQ

Baudet heeft iets geroepen over de relatie tussen ras en IQ. Dat zwarte mensen dom zijn, of zo. En nu heeft iedereen het erover. Maar je ziet toch dat hij uitsluitend bezig is met zijn opgeblazen ego? Het manneke heeft geen tijd voor wetenschappelijke onderzoeksrapporten. Over de relatie tussen hongersnood en de schade die dat in de hersenen van ongeboren kinderen aanricht, bijvoorbeeld. Hongersnood maakt geen onderscheid tussen ras of nationaliteit. Het effect is op alle mensen gelijk. Waar ook ter wereld.

Als we dan toch bezig zijn over het IQ, wil ik best even mijn mening ventileren. Weet je wie er volgens mij superslim zijn? Dat zijn joden. Eeuwenlang overal vervolgd en in het nauw gedreven, hebben zij de ergste noden en agressie doorstaan. Alleen de sterkste, slimste en meest geluk hebbende mensen overleefden. Precies zoals het in de natuur werkt volgens de evolutieleer. Maar dat zal wel weer een foute opvatting zijn. Voor alle duidelijkheid: ik heb geen druppel joods bloed. Jammer wel, eigenlijk.

Baudet zou wat aan ontwikkelingssamenwerking kunnen doen. Met Afrikanen. Kan-ie nog veel van leren. Of, zoals de joodse Arnon Grunberg schrijft: ‘James Rondeau van het Art Institute of Chicago vraagt zich af welke beslissingen moeten worden genomen om ‘aan de juiste kant van de geschiedenis’ te staan.’

Wijze woorden. Intussen kan Baudet slechts dromen van een heldhaftige afkomst van Hugenoten. Of van joden, nu we het er toch over hebben.

Van wie is onze lucht?

Als er iemand moet zwijgen over de toename van het vliegverkeer, dan ben ik dat. Vliegen is (of was) mijn grote milieuzonde. Het enige wat ik daar tegenover kan stellen, is dat ik geen kinderen met westerse leefstijl op de aardbol heb gezet. Dat is de milieuvriendelijkste daad die ik kon verrichten. Al was het ongepland. Nu we dit hebben gehad, wil ik het over ons wereldwijde luchtruim hebben.

Een paar citaten uit de Volkskrant van 28 september 2017. ‘11.000 woningen ondervinden zeer veel geluidsoverlast van Schiphol, blijkt uit onderzoek in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Milieu. Omdat dit beneden de toegestane norm van 13.600 is, ziet Schiphol in de nieuwe cijfers reden om verder uit te breiden.’ Bert Wagendorp fulmineert hiertegen in zijn column: ‘Volgens de luchthaven maakt de milieueffectrapportage ‘verdere ontwikkeling van Schiphol mogelijk op een duurzame en veilige manier’. Het zijn daar hondsbrutale leugenaars en ze hebben schijt aan alles en iedereen.’ Dat kan ik beamen.

Vaste volgers weten dat ik een geluidsoverlastvluchteling ben. Ruim twee jaar geleden verkaste ik van Leiden naar het oosten van het land. Ik dacht even dat ik eindelijk van Schiphol met zijn Kaagbaan was verlost. Echter.

Schiphol moet en zal een belangrijke ‘hub’ in de wereldwijde luchtvaart blijven. De luchthaven zit helaas al bijna aan zijn taks. Daarom moeten vakantievluchten naar Lelystad gaan uitwijken. De kaartjes van de zwaar ter discussie staande routes tonen net niet mijn woonplaats. Maar één vliegroute komt angstvallig dichtbij.

Een Volkskrantlezer bagatelliseert alle ontstane commotie in Gelderland en Overijssel. Als je de aantallen omrekent naar vliegbewegingen per dag, zo beweert hij, dan worden het er slechts een tiental per dag. Of zo. Ik weet niet onder welke steen de beste man heeft geleefd. Alsof het bij zulke lage aantallen gaat blijven. En alsof niet elke denkbare norm gaat worden overschreden. Gewoon legaal, daar hebben ze hun contacten en maniertjes wel voor.

Want Schiphol maakt deel uit van de Heilige Graal. De ‘economische groei’. De ‘werkgelegenheid’. De ’kennisindustrie’. De ‘het-is-onontkoombare-vooruitgang’-theorie.

Boven alles is Schiphol een perfect vehikel voor ‘winstmaximalisatie’. Ofwel de door ons land graag gefaciliteerde belastingontwijking voor de allerrijksten. Luchthavens en vliegmaatschappijen hoeven nauwelijks belasting te betalen. Op kerosine bijvoorbeeld. Oh, hoezo de vervuiler betaalt? Alleen domme burgertjes doen dat en die moeten niet zeuren. Ze willen toch zelf vliegen.

Dat laatste is waar. Alleen hoeven ze niet half Amerika en elke vlucht van de KLM uit Afrika langs Schiphol om te leiden. Er zit weinig logica in veel overstapschema’s. Daarnaast hoef ik geen prijsvechters. Door hun komst is het vliegverkeer al flink toegenomen. Een groeiende groep mensen vindt het inmiddels normaal om meerdere malen per week te vliegen. Zodat ze ’s woensdags op tijd thuis zijn voor de eetclub of de voetbaltraining. Weg is de stimulans die leidt tot bezinning. Ons woongenot en onze zuurstof gaan eraan.

Ik vraag me af hoe ver we dit met zijn allen laten gaan. De echte strijd laat ik over aan de jeugd. Die zal straks het langst naar lucht happen als we niet ingrijpen.