Het gaat van generatie op generatie

Leiden huis Hooglandsekerkgracht

We zitten in de wachtkamer van het ziekenhuis en de rollen zijn voorgoed omgedraaid. Vroeger ging mijn moeder met mij naar het ziekenhuis. Nu doe ik dat met haar. Haar linkeroog is afgeplakt. We zijn hier voor een controle. Af en toe praten we wat.

Opeens hebben we het over aangebrande aardappels. Geen idee hoe we erop komen. Ze vertelt dat oma, haar moeder, heel secuur was. En dat oma zo kon mopperen, als de dingen niet gingen zoals zij wilde. Overgrootvader deed dat ook, de vader van oma. Er was een lange gang tussen zijn winkel en zijn meubelwerkplaats in. Als hij de winkelbel hoorde rinkelen, terwijl hij achter aan het werk was, liep hij het hele eind mopperend door de gang. Tot hij de winkel betrad. Dan zette hij een vriendelijk gezicht op naar de klant.

Leuk om te vernemen. Dat heb ik dan niet van een vreemde.

Genealogen brengen hun stamboom in kaart omdat ze nieuwsgierig zijn naar hun familieverleden. Maar meer nog zijn ze op zoek naar de oorsprong van hun eigen eigenaardigheden.

Een album vol ansichtkaarten van rond 1910

Oude ansichtkaarten rond 1910 album

Op verzamelbeurzen en in kringloopwinkels zie je ze weleens liggen: ansichtkaarten uit vervlogen tijden. Soms staan er bakken vol en zijn ze ingedeeld per plaats of thema. Of er ligt een verkleurd album, waarvan niemand meer weet wie de kaarten verzameld heeft. De namen van de geadresseerden zeggen ons niets en de afzenders kennen we evenmin. Een verweesd album. Ik wordt daar altijd een beetje melancholiek van. Zulke albums waren nooit bedoeld als handelswaar. Die kaarten waren ooit belangrijk.

Misschien wachtte een vrouw met smart op een bericht van haar man, ver weg in een militair kamp. Mogelijk vroeg een verloofde zich vertwijfeld af of zijn geliefde nog wel aan hem dacht. Jonge vrouwen schreven kaartjes aan de familie. Vermoeid, op zaterdagavond, als hun dienstje bij een deftige Mevrouw in Den Haag erop zat. Zusjes stuurden kaartjes naar elkaar, terwijl ze uit logeren waren. En de well to do deden berichtjes op de post vanuit New York.

Misschien was zo’n album van een jongedame en kreeg ze het cadeau voor haar verjaardag. Had ze verkering met een jongeman? Wie weet wat zijn ansichtkaartjes dan teweegbrachten. Wat haar emoties waren. Hoe vaak zullen haar ogen langs zijn woorden zijn gegaan? Zoekend naar betekenis. Nam ze de tekst voor wat die was, of deelden ze een geheimtaal? De kaartjes arriveerden zonder envelop. Zo konden ze elkaar hun gevoelens toevertrouwen zonder dat nieuwsgierige ogen meelazen.

Wij hebben zo’n album vol ansichtkaarten in de familie. Mijn oudtante kreeg het als jonge vrouw in 1908 voor haar achttiende verjaardag. Rond die tijd kreeg ze ook verkering. Wanneer je er in bladert, dwaal je zo af naar een andere wereld.

TV5 wordt node gemist, KPN

Terwijl half Nederland vorig jaar zomer in Frankrijk zat, heeft KPN slinks TV5 geschrapt. Het is barbaars. TV5 Monde is een Franstalige zender met Nederlandse ondertiteling. Zo’n zender uit een ander taalgebied zorgt voor een verfrissende variatie in het aanbod. Want de bijbehorende cultuur krijg je er vanzelf bij. Van mij mag de EU uitwisseling van dergelijke zenders stimuleren, want meer inzicht in elkaars cultuur kan volken verbroederen.

TV5 is een kwaliteitszender waaraan ik al sinds 2002 verknocht ben. Dat jaar bracht ik een winter door in Montpellier en keek ik dagelijks naar TV5 op tv. Het was een goede aanvulling op de Franse taalles die ik daar volgde. Wat was ik blij toen deze zender ook thuis eindelijk in het tv-pakket verscheen.

TV5 biedt onder andere nieuws, films en documentaires. Die komen uit het hele Franse-taalgebied. En dat is groot. Op vrijwel elk continent zijn er Franstalige landen. Deze zender zorgt voor diversiteit qua programmering en tempert de Angelsaksische overmacht op de Nederlandse tv. Bovendien roept TV5 vaak zoete vakantieherinneringen op die aan de jaren zeventig doen terugdenken.

Voor mij voelt het alsof ze een navelstreng hebben doorgeknipt, daar bij KPN. Via TV5 liepen er lijntjes naar mijn geboortegronden, soortement van. Naar Noord-Franse voorouders en naar de Belgische Walen in mijn stamboom.

Vooral het filmaanbod kon ik waarderen. Neem nu de film van deze avond: Mobile Home van François Pirot, over twee Belgisch Waalse twintigers die de wijde wereld intrekken. Althans, dat is de bedoeling. Het wordt een reis die maar geen reis wil worden. Een droef-amusante vertelling over geklungel in het leven, gebaseerd op echte gebeurtenissen. Dat geklungel is toch herkenbaar.

Mijn moeder is helderziend

Op oudejaarsavond bel ik mijn moeder. We hebben elkaar onlangs nog op eerste kerstdag gezien. In de tussenliggende dagen hadden we geen contact. Na de begroeting neemt mijn moeder direct de regie over. ‘Ben je nog met E. gaan wandelen?’, vraagt ze. Ik had haar tijdens kerst verteld over mijn afspraak op 27 december met vriendin E. Mijn moeder en E. weten van elkaars bestaan, maar hebben elkaar nooit ontmoet. ‘Nee’, antwoord ik, ‘dat is niet doorgegaan.’ ‘Oh ja’, zegt mijn moeder, ‘ze was weer erg verkouden.’

‘Hè?!’, roep ik uit, ‘hoe kan jíj dit nu weten?’ ‘Nou’, zegt mijn moeder, ‘dat heb je mij toch zelf verteld.’ Nou echt niet! Dat weet ik zeker.

Terwijl ik koortsachtig nadenk over wie van de familie ik tussen 25 en 31 december nog meer heb gesproken (niemand), babbelt mijn moeder alweer verder over ditjes en datjes. Ik heb ook nergens in correspondentie over die geannuleerde afspraak gerept.

‘Ho, wacht even’ interrumpeer ik haar, ‘wat is dit nu raar. Jij kán helemaal niet weten dat E. verkouden was. ‘Jawel hoor, je hebt dat zelf gezegd.’, beweert zij nogmaals. Maar we hebben elkaar tussendoor helemaal niet gesproken.

Na ons gesprek haal ik de sms-berichtjes op mijn smartphone tevoorschijn. De datum van E’s bericht is toch echt 26 december. Werkelijk waar. Soms krijg ik toch zo de kriebels van mijn familie.

Familiebijeenkomst

Sommige ontmoetingen ijlen dagenlang na, zoals die tijdens een familie-reünie. Ik hoor vertellingen uit de eerste hand over vroeger: flinters uit het leven van opa en oma. En er zijn oude, nooit eerder getoonde foto’s.

Wat nog meer? Een kennismaking met onbekende neven, na 55 jaar. En het weerzien met oude bekenden, nu volwassen persoonlijkheden. De ontdekking van gedeelde interesses. Unieke banden te midden van zeven miljard anderen.

We zijn allemaal gevormd door de tijd waarin we leven en door wat aan ons is doorgegeven.

Naderhand. Twee paar ingezoomde ogen van jaren her kijken me met een klein glimlachje doordringend aan. Ze lijken te beamen dat dit goed was. (Maar dat zal ik me wel weer verbeelden.)

Toen opa en oma vijftig waren

Er is een foto van mijn grootouders waarop zij met een dochter en hun jongste zoontje poseren. Dat kleintje is mijn vader, dan een jaar of vier oud. Ze staan achter hun huis op het platje en kijken geamuseerd naar de fotograaf. Een volwassen buurjongen heeft het prentje genomen. Het is eind jaren dertig. Ze staan erbij alsof ze even snel naar buiten zijn gekomen. Opa heeft zijn stoffen werkjas aan. Hun kleren zijn netjes, maar sober. Alleen de trui van mijn tante heeft een speels kabelpatroon.

Toch is er iets bevreemdends. Het lijkt alsof opa en oma de zeventig al zijn gepasseerd, terwijl mijn vader nog een kleuter is. Hij kan hun kleinkind wel zijn. Logisch, want het is al geen jong paar meer. Op die foto zijn opa en oma bijna vijftig jaar oud. En dan daalt het in: dat is vijf jaar jonger dan ik nu ben. Wat een verschil, vooral qua uiterlijk. Want ik zie er zeker 25 jaar jonger uit dan zij toen.

Mijn grootouders en ik schelen 75 jaar en die tussenliggende periode maakt een wereld van verschil. Oma was vier jaar toen zij haar moeder verloor en opa kwam uit een gezin dat door ziekten was verarmd. Ze moesten allebei kort na hun twaalfde verjaardag fulltime aan de slag. En fulltime betekende zes dagen per week en zeker tien uur per dag. Sociale zekerheid ontbrak.

De Eerste Wereldoorlog kwam tussendoor. Nederland bleef neutraal, maar dit moet hun leven hebben beïnvloed. Tien jaar later begonnen de crisisjaren. Opa deed alles wat zijn handen konden: smeden, fietsen repareren, timmeren, en een stoomwals bedienen. Intussen kreeg oma het ene na het ander kind, tien maar liefst. Bovendien verhuisden ze jarenlang om de zoveel maanden, omdat ze opa’s werk in de wegenbouw achterna gingen. In die periode was een woonwagen hun huis.

Later gingen ze in het huis wonen waar de foto is genomen. Daar bleven ze het langst. Oma moest wel het hele huishouden met de hand doen, tot de was aan toe. En met zo veel kinderen ging het werk natuurlijk altijd door. Wanneer ik denk aan al hun verantwoordelijkheden, is het geen wonder dat mijn grootouders er al vroeg oud uitzagen.

Bereken of je heel oud gaat worden

Als je moeder extreem lang leeft, heb je zelf ook kans dat je een hoge leeftijd bereikt. Maar dit is geen garantie. Werden de broers en zussen van je moeder ook ouder dan 90? Dan stijgen je kansen wel. Of je oud wordt, is voor 25% erfelijk bepaald, en voor 75% afhankelijk van leefstijl en omgeving. Dit concludeert een groep wetenschappers van het LUMC, onder wie hoogleraar moleculaire epidemiologie Eline Slagboom. Alle beetjes helpen. Voor een kansberekening kijk ik gelijk naar mijn voormoeders.

Over leefstijl is al veel bekend: niet roken, weinig alcohol, veel bewegen en gezond eten, vooral groente en fruit. Het verschil tussen een gezonde dan wel ongezonde leefstijl loopt op tot 14 jaar in levensverwachting. Verder begint ‘de omgeving’ al in de baarmoeder. Daar kan je als kind weinig aan veranderen. Maar met een goede leefstijl kan je wel op elke leeftijd starten. En een hoge bloeddruk voorkomen is extra gunstig.

Dan die voormoeders van mij. Zij geven nogal een wisselvallig beeld. Vanaf mijn moeder (nu 85 jaar oud en kerngezond) kan ik in vrouwelijke lijn negen generaties terugkijken. Dan kom ik op de volgende behaalde jaren: 85 (nu), 97, 85, 49, 72, 81, 67, 50, minimaal 60. Van de laatste voormoeder weet ik namelijk niet wanneer ze is overleden. Wel kan ik haar traceren tot vlak na haar zestigste verjaardag. Conclusie: 4 x 80+, 4 x 80- en 1 kanshebster op 80+ (of toch 80-?) Hm.

Gelukkig kan ik ook nagaan hoe lang hun broers en zussen hebben geleefd. Maar kan ik de behaalde jaren in de achttiende en negentiende eeuw op dezelfde wijze interpreteren als leeftijden in de twintigste eeuw? Of was zeventig toen het huidige negentig? En wat doe ik met cholera-epidemieën, oorlogen en de hogere kindersterfte? Hoe moet ik deze factoren meewegen? Want stel dat een jong gestorven broertje onder hygiënischer omstandigheden was geboren. Dan had ook hij negentig kunnen worden.

Het verbaast me sowieso dat de Leidse onderzoekers niet voorbij de generatie van de moeder kijken. Ik hoop dat mevrouw Slagboom dit logje leest en bovenstaande dilemma’s meeneemt.

Trouwens, volgens de voorspelling is mijn levensverwachting 84 jaar. Dat is toch ook ruim voldoende.