Van Persepolis naar Elvis, of andersom

Soms besef je pas na een half leven dat je altijd nieuwsgierig bent geweest naar het verhaal achter een muziekstuk dat je associeert met Elvis Presley. Het is volledig instrumentaal en het klinkt alsof het is gecomponeerd voor een film. Ik bedoel dat wereldberoemde intro met paukenslagen en trompetgeschal.

Het begint heel zachtjes, waarna het geluid aanzwelt. Dan ebt het weer weg, maar komt het nog krachtiger terug. Je voelt meteen hoe de spanning wordt opgebouwd. Je wéét gewoon dat er iets groots te gebeuren staat. Iets méga groots. Het ontstaan van een nieuw universum, bijvoorbeeld. Of dat de lang verwachte eindelijk verschijnen zal. Ik krijg er nog steeds kippenvel van.

En nu heb ik ontdekt waar het vandaan komt. Uit Iran. Want in dat land ligt de oorspronkelijke inspiratiebron. Ik heb het over Also sprach Zarathustra, Op. 30, van Richard Strauss dus. (Tekst gaat hieronder verder.)

Wel apart om zoiets te ontdekken door Joanna Lumley’s bezoek aan Persepolis in haar Silk Road aflevering over Iran. Een land waarover ik geen mededelingen doe, maar dat ik als een absolute must see aanraden kan.

And now the one and only Elvis – Also sprach Zarathustra/See See Rider Special Edition.

Ontdekken is als een goudader

Wanneer je zonder plan aan een vers jaar begint, dan ligt de wereld voor je open. ‘Ontdekken’ lees ik als voornemen of nieuwjaarswens voor 2019. Dat is een perfect motto, want ontdekken prikkelt de nieuwsgierigheid. En ontdekkingen willen doen, is de beste remedie tegen vastgeroest raken. Zowel qua ideeën als daden. Je buiten de gebaande paden wagen is leuk en ontspannend bovendien.

Op een vaste wandelroute sla ik bij uitzondering een kronkelige zijstraat in. Al gauw beland ik op volslagen onbekend terrein. Een moment lang weet ik zelfs niet welke kant ik op moet om thuis te komen. Overal staan statige panden, gebouwd rond 1900, royaal omzoomd door groen. Ben ik in een kuuroord uit vervlogen tijden terecht gekomen? Ik ervaar een sensatie die ik vooral van vakanties ken. Dat gevoel wanneer je zojuist bent aangekomen en voor het eerst een nieuwe plaats van bestemming verkent.

Op zo’n moment staan al je zintuigen op scherp. Wat er dan binnenkomt, maakt vaak blijvend indruk. Nog zonder voorkennis of oordeel zie je alles puur voor wat het is. Je registreert met een onbevangenheid die later slijt. Want het pure van zo’n eerste moment raakt door volgende ervaringen bedekt.

Zo werkt het ook in relaties. Als er iets mis gaat, moet je daarom soms helemaal terug naar die eerste indruk, en bekijken wat er vervolgens is gebeurd. Ont-dekken dus.

Op nieuwjaarsdag sla ik alweer een onbekende weg in. Een bospad dit keer. Er staan heel wat boomstronken langs en er liggen afgebroken takken. Prompt bespeur ik daarop twee nieuwe soorten zwammen. Althans, ‘nieuw’ voor mij. Dat zijn dan nummer 61 en 62. Die kunnen mooi bij de verzameling.

Doe dit jaar ook eens aan ontdekken. Misschien stuit je zomaar op een goudader.

Kinderen en stilzitten

Op Radio Gelderland vertelt de nieuwslezer over een jeugdzorginstelling. Daar moesten kinderen voor straf lang stilzitten en hun mond houden. Na klachten van ouders wordt deze straf niet meer toegepast. Het is kennelijk niet goed voor kinderen om lang stil te zitten. Dan is het in mijn jeugd wel heel ernstig misgegaan.

Mijn zus en ik moesten als kind aan volwassenen gehoorzamen. Wanneer we naar een familieverjaardag gingen, zaten we in de auto redelijk stil. Na aankomst gingen we weer in een kring op stoelen zitten. De kinderen werden af en toe bij het gesprek betrokken, al spraken de volwassenen meestal. Waarschijnlijk speelden we soms buiten met neefjes en nichtjes. Maar bij mijn weten zaten we vooral langdurig stil.

Verder kan ik mij bezoeken aan de kerk herinneren. Daar moest je héél stil zitten en héél stil zijn. Gelukkig gingen we af en toe staan tijdens het zingen. En ook moesten we knielen (op keiharde planken met van die vilten matjes). Als toppunt van beweging haalden we ergens tussen de preek en het zingen in een hostie. Dan sloot je achter in de rij aan en schuifelde je naar het altaar. Met de hostie op je tong liep je daarna zelfbewust terug naar je plaats. Die hostie kwam wel pas na de Heilige Communie. Toen was ik al een jaar of acht. Stilzitten in de kerk duurde erg lang.

Op school moesten we alweer stilzitten. Per les zeker vijftig minuten lang. Op de kleuterschool mocht je nog spelen in de zandbak. Maar op de lagere school werd het serieus. Dat stilzitten was soms best een uitdaging. Mijn eerste spijbelmoment gaat dan ook terug tot de eerste klas. En toen moesten de pubertijd en middelbare school nog beginnen. Ik heb tussen mijn zesde en zestiende levensjaar bijzonder vaak stilgezeten. Tot vervelens toe.

Bovendien was mijn vader al vroeg de trotse eigenaar van een automobiel. Daarom ben ik een kind van de achterbank. De ritjes naar de stad of familie vielen mee qua afstand. Maar wij gingen ook op vakantie naar het buitenland. Dat begon zo ongeveer toen ik drie was en dat herhaalde zich elk jaar weer. Uren heb ik op de achterbank doorgebracht, van benzinestation naar tolweg, et cetera.

Het komt allemaal terug en weet je wat nu zo sterk is? Dat ik ze ineens weer zo ontzettend mis. Die poortjes en de zware dieselwalmen bij de Franse péages uit mijn jeugd. Want er is weinig waar ik meer van geniet dan van passerend landschap. Gezien vanaf de passagiersstoel of de achterbank.

Mijn grote liefdes

In de film Bridges of Madison County zegt de man van het liefdeskoppel tegen de vrouw zoiets als: ‘Our dreams never came true. But it was good that we had them.’ Gisteren had ik een ontmoeting met vriendin E. in Utrecht. Wij kennen elkaar al 18 jaar en delen een grote liefde. Na zoveel jaar is wel duidelijk dat het geen bevlieging is. In alle turbulentie en maatschappelijke veranderingen blijft deze bestendig. Dan is het echt.

Meestal begint zij erover met een terloopse opmerking. ‘Ik ben zo aan Dubai toe.’ Of: ‘Wanneer gaan we weer naar Istanbul?’ En anders vraagt ze wel naar mijn reisplannen. Nu ik al jaren af en aan zonder werk zit, weet ze dat ik voorlopig geen vakantie in het buitenland vier. Daarom vroeg ze gisteren of ik nog wel naar het Midden-Oosten terug wil.

Er zijn weinig zekerheden in het leven. Maar mijn gevoelens voor bepaalde gebieden zijn zeer stabiel: Polynesië, Australië, het Midden-Oosten en een vleug Afrika. Die blijven, wat er ook gebeurt.

Onlangs liep ik op een druilerige ochtend door een achterafstraatje van de Arnhemse binnenstad. Een Syriër had er een eetgelegenheid en door de deuropening klonk warme, gepassioneerde Oosterse muziek.

Naar Nederland heb ik nooit heimwee. Wel mis ik tijdens een lang verblijf elders vrienden en familie. En natuurlijk kan ik in een Afrikaanse chaos verlangen naar de ordelijkheid van ons landje. Heimwee, echt hartverscheurende heimwee, krijg ik pas wanneer ik een Arabische variant van een smartlap hoor. Bijvoorbeeld in een achterafstraatje in het centrum van Arnhem.

De wereld in kleur tot 1918 – Half houten huizen

Geïnspireerd door de fototentoonstelling De wereld in kleur tot 1918 dook ik in mijn reisfotoalbums. Want bouwwerken zoals op de oude foto hieronder, ken ik van vakanties in Zuid-Europa. Daarom vandaag een laatste drieluik. Deze keer met half houten huizen: oorspronkelijk – vervallen – vernieuwd.

Deze foto in het museum werd in 1913 genomen. Het is een straattafereel in Ohrid, Macedonië. De bovenverdieping van de huizen is gemaakt van donkerbruin hout, terwijl de begane grond met witgepleisterde stenen is gebouwd. Een vergelijkbare bouwstijl zag je vroeger van Spanje en de Balkan tot in Turkije. Daarvoor gebruikte men de materialen die lokaal voorhanden waren. Zoals ruwe brokken uitgehouwen steen.

In 1987 nam ik deze foto van soortgelijke huizen in Ohrid. Op de achtergrond staat een donker houten pand. Het steile paadje ernaartoe is geplaveid met dezelfde soort natuursteen als waarmee muren werden gebouwd. In het pand links zitten flinke kieren, maar het is in gebruik. Was overgrootvader de eerste eigenaar? Dan is het vast nog in handen van dezelfde familie. Vermoedelijk woont men boven en is er beneden een stal of werkplaats.

Dergelijke rustieke huizen vind ik mooi. Ze laten wat aan de fantasie over. Als zo’n pand nog niet is gesloopt, wordt het nu tot boetiekhotel omgetoverd. Meestal met een smaakvol en comfortabel resultaat.

Wel is er verschil tussen een minutieus uitgevoerde restauratie of een renovatie. Een renovatie pakt soms te weldoordacht en gladgestreken uit. Ook in Ohrid gaat de ontwikkeling door. Toeristen bezoeken er nu de zorgvuldig opgepoetste versie van het oude stadshart. Alsof dat een model is geworden van zichzelf.

Klik desgewenst op een foto voor een vergroting.

(Bovenste foto uit Collection Archives de la Planète – Musée Albert-Kahn/Département des Hauts-de-Seine.)

De wereld in kleur tot 1918 – Macedonië

Op de fototentoonstelling De wereld in kleur tot 1918 hangt dit tafereel met twee zittende vrouwen op een boerenerf. Deze foto is rond 1910 in Macedonië genomen, als ik het goed heb onthouden. De dames moesten onbeweeglijk poseren. Zo kon de fotograaf meerdere identieke foto’s nemen en er daarna een vierkleurenafdruk van maken.

In hun tijd woonden veel meer mensen op het platteland dan in steden. Ze leefden traditioneel en het werk gebeurde voornamelijk met de hand. Overal zag je kleinschalige boeren met wat vee, een akker en een moestuin. Ze waren zelfvoorzienend en bewerkten de oogst op het erf. Zo te zien zijn deze vrouwen bezig met het schoonmaken of sorteren van uien.

Bijna tachtig jaar later bezocht ik Macedonië (toen onderdeel van Joegoslavië). Op de markt in Ohrid liepen mannen met een Turkse fez. En de mevrouw hiernaast trof ik aan op een binnenplaats. Ze brouwt een overheerlijke saus van pepers, ui en tomaten. Vast volgens oma’s recept. Al kon ik dat niet vragen, want we spraken elkaars taal niet. Daarom behielpen we ons met glimlachjes en gebaren.

Ohrid is sinds mijn bezoek in 1987 flink gemoderniseerd. Maar in Macedonië is het verleden nooit ver weg. De foto op de tentoonstelling deed mij aan deze mevrouw terugdenken. De traditionele klederdracht is verdwenen. Wel bleven het eten en de zithouding hetzelfde.

Hooiberg in Macedonië 2013

Trouwens, op het platteland bereiden ze nog graag de saus op een houtvuur in de buitenlucht. Nieuwbouw staat er naast oude stallen en hooibergen, zoals die op de foto uit 1910. En bij oudere dorpelingen groeit het eten nog altijd in de tuin. Je blijft er schakelen tussen jaartallen. Dat maakt Macedonië zo interessant.

De wereld in kleur tot 1918 – Amsterdam

Een fototentoonstelling in het Allard Pierson Museum over mensen en plaatsen in de wereld van voor 1918. Dat moest ik zien. Want er is een grote reis die ik in de verleden tijd had willen maken. Namelijk over land de Zijderoute volgend van Venetië naar China. Maar ik ben te laat geboren voor wat ik onderweg had willen zien. En toch. De kleurenfoto’s roepen wel degelijk herinneringen op aan sporen die er in 1987 nog waren. Toen ik voor het eerst stukjes van de verschillende Zijderoutes passeerde.

Onze wereld is veranderlijk. De foto’s stammen uit een periode waarin een enkeling zich reizen kon veroorloven. De meeste mensen zagen zelden volkeren in andere werelddelen. Daarom werden nog in 1897 ‘negers’ getoond in hun nagebouwde dorp op de wereldtentoonstelling in het Belgische Tervuren. Ga vandaag eens naar het centrum van Amsterdam. Nu lopen er representanten rond van vrijwel elk volk op aarde. Alleen niet in hun originele klederdracht. En hun oorspronkelijke woonomgeving krijg je daar evenmin te zien.

Natuurlijk, die oude foto’s zijn ook een momentopname. Je hoeft maar te denken aan hoe Amsterdam zelf in vijf decennia is veranderd. In de jaren zeventig waren er hippies en Hare Krishna-volgelingen met trommels en oranje gewaden. Studenten bevolkten panden in steegjes die achter de brede grachten verkrotten. Daarna werd Amsterdam de stad van de krakersrellen met punkers in zwarte leren jasjes. Sindsdien is de bevolkingssamenstelling drastisch gewijzigd. En de gebouwen? De meesten herken je pas wanneer je vanaf de eerste verdieping omhoog kijkt.

Terug naar bovenstaande foto uit 1915. Toen ging een Roma- of Sinti-vrouw in Utrecht zo gekleed. Het is onduidelijk wie meer bekijks trok: zij of de fotograaf. Is er wel zo veel veranderd?