De wereld in kleur tot 1918 – Half houten huizen

Geïnspireerd door de fototentoonstelling De wereld in kleur tot 1918 dook ik in mijn reisfotoalbums. Want bouwwerken zoals op de oude foto hieronder, ken ik van vakanties in Zuid-Europa. Daarom vandaag een laatste drieluik. Deze keer met half houten huizen: oorspronkelijk – vervallen – vernieuwd.

Deze foto in het museum werd in 1913 genomen. Het is een straattafereel in Ohrid, Macedonië. De bovenverdieping van de huizen is gemaakt van donkerbruin hout, terwijl de begane grond met witgepleisterde stenen is gebouwd. Een vergelijkbare bouwstijl zag je vroeger van Spanje en de Balkan tot in Turkije. Daarvoor gebruikte men de materialen die lokaal voorhanden waren. Zoals ruwe brokken uitgehouwen steen.

In 1987 nam ik deze foto van soortgelijke huizen in Ohrid. Op de achtergrond staat een donker houten pand. Het steile paadje ernaartoe is geplaveid met dezelfde soort natuursteen als waarmee muren werden gebouwd. In het pand links zitten flinke kieren, maar het is in gebruik. Was overgrootvader de eerste eigenaar? Dan is het vast nog in handen van dezelfde familie. Vermoedelijk woont men boven en is er beneden een stal of werkplaats.

Dergelijke rustieke huizen vind ik mooi. Ze laten wat aan de fantasie over. Als zo’n pand nog niet is gesloopt, wordt het nu tot boetiekhotel omgetoverd. Meestal met een smaakvol en comfortabel resultaat.

Wel is er verschil tussen een minutieus uitgevoerde restauratie of een renovatie. Een renovatie pakt soms te weldoordacht en gladgestreken uit. Ook in Ohrid gaat de ontwikkeling door. Toeristen bezoeken er nu de zorgvuldig opgepoetste versie van het oude stadshart. Alsof dat een model is geworden van zichzelf.

Klik desgewenst op een foto voor een vergroting.

(Bovenste foto uit Collection Archives de la Planète – Musée Albert-Kahn/Département des Hauts-de-Seine.)

De wereld in kleur tot 1918 – Macedonië

Op de fototentoonstelling De wereld in kleur tot 1918 hangt dit tafereel met twee zittende vrouwen op een boerenerf. Deze foto is rond 1910 in Macedonië genomen, als ik het goed heb onthouden. De dames moesten onbeweeglijk poseren. Zo kon de fotograaf meerdere identieke foto’s nemen en er daarna een vierkleurenafdruk van maken.

In hun tijd woonden veel meer mensen op het platteland dan in steden. Ze leefden traditioneel en het werk gebeurde voornamelijk met de hand. Overal zag je kleinschalige boeren met wat vee, een akker en een moestuin. Ze waren zelfvoorzienend en bewerkten de oogst op het erf. Zo te zien zijn deze vrouwen bezig met het schoonmaken of sorteren van uien.

Bijna tachtig jaar later bezocht ik Macedonië (toen onderdeel van Joegoslavië). Op de markt in Ohrid liepen mannen met een Turkse fez. En de mevrouw hiernaast trof ik aan op een binnenplaats. Ze brouwt een overheerlijke saus van pepers, ui en tomaten. Vast volgens oma’s recept. Al kon ik dat niet vragen, want we spraken elkaars taal niet. Daarom behielpen we ons met glimlachjes en gebaren.

Ohrid is sinds mijn bezoek in 1987 flink gemoderniseerd. Maar in Macedonië is het verleden nooit ver weg. De foto op de tentoonstelling deed mij aan deze mevrouw terugdenken. De traditionele klederdracht is verdwenen. Wel bleven het eten en de zithouding hetzelfde.

Hooiberg in Macedonië 2013

Trouwens, op het platteland bereiden ze nog graag de saus op een houtvuur in de buitenlucht. Nieuwbouw staat er naast oude stallen en hooibergen, zoals die op de foto uit 1910. En bij oudere dorpelingen groeit het eten nog altijd in de tuin. Je blijft er schakelen tussen jaartallen. Dat maakt Macedonië zo interessant.

De wereld in kleur tot 1918 – Amsterdam

Een fototentoonstelling in het Allard Pierson Museum over mensen en plaatsen in de wereld van voor 1918. Dat moest ik zien. Want er is een grote reis die ik in de verleden tijd had willen maken. Namelijk over land de Zijderoute volgend van Venetië naar China. Maar ik ben te laat geboren voor wat ik onderweg had willen zien. En toch. De kleurenfoto’s roepen wel degelijk herinneringen op aan sporen die er in 1987 nog waren. Toen ik voor het eerst stukjes van de verschillende Zijderoutes passeerde.

Onze wereld is veranderlijk. De foto’s stammen uit een periode waarin een enkeling zich reizen kon veroorloven. De meeste mensen zagen zelden volkeren in andere werelddelen. Daarom werden nog in 1897 ‘negers’ getoond in hun nagebouwde dorp op de wereldtentoonstelling in het Belgische Tervuren. Ga vandaag eens naar het centrum van Amsterdam. Nu lopen er representanten rond van vrijwel elk volk op aarde. Alleen niet in hun originele klederdracht. En hun oorspronkelijke woonomgeving krijg je daar evenmin te zien.

Natuurlijk, die oude foto’s zijn ook een momentopname. Je hoeft maar te denken aan hoe Amsterdam zelf in vijf decennia is veranderd. In de jaren zeventig waren er hippies en Hare Krishna-volgelingen met trommels en oranje gewaden. Studenten bevolkten panden in steegjes die achter de brede grachten verkrotten. Daarna werd Amsterdam de stad van de krakersrellen met punkers in zwarte leren jasjes. Sindsdien is de bevolkingssamenstelling drastisch gewijzigd. En de gebouwen? De meesten herken je pas wanneer je vanaf de eerste verdieping omhoog kijkt.

Terug naar bovenstaande foto uit 1915. Toen ging een Roma- of Sinti-vrouw in Utrecht zo gekleed. Het is onduidelijk wie meer bekijks trok: zij of de fotograaf. Is er wel zo veel veranderd?

Lezen is goed voor je hersenen

Leer je evenveel van reizen als je zelf het avontuur beleeft of als je over de reiservaringen van anderen leest? Reizen heb ik altijd beschouwd als persoonlijke ontwikkeling in sneltreinvaart. Vooral als je alleen reist, alles zelf regelt en continu van plaats naar plaats trekt. Je komt om de haverklap in een nieuwe omgeving aan. Je ontmoet voortdurend vreemden. Je moet met onverwachte situaties omgaan en je aan lokale omstandigheden aanpassen. Daarom komen nogal wat mensen zichzelf tegen op reis.

Niettemin kan een couch potato ver komen door goede reisverhalen te lezen. Want, stelt neuropsycholoog Jelle Jolles van de Vrije Universiteit in het artikel ‘Hongerige hersenen’ (Sir Edmund, 7 juli 2018): ‘Door kennis van vroeger te gebruiken voor situaties van nu kan een persoon zich aanpassen aan nieuwe situaties, en in dat proces is lezen van groot belang. Omdat het een effectieve methode is om ervaringen en kennis van anderen te kunnen gebruiken; van vroeger maar ook uit andere werelden, of van mensen met andere normen en waarden. Door lezen leer je denken.’

In dat artikel legt hij ook uit hoe hersenstructuren door een soort snelwegen, landweggetjes en paden met elkaar in verbinding staan. Dankzij die netwerken wordt informatie uitgewisseld. ‘Bij iemand die veel leest, zijn de netwerken verder ontwikkeld. Daardoor worden er gemakkelijker associaties gevormd en verbanden gelegd tussen zaken die niet per se bij elkaar horen.’ Je ziet de ragfijne draadjes groeien en hun uitlopers elkaar aanraken. Volgens mij gebeurt precies dat wanneer je op reis van alles meemaakt en ervaart.

Het stemt mij gelukkig. Want stel je voor dat je de boel niet onderhoudt. Dan kunnen de uiteinden verdorren, zich terugtrekken en afsterven. Zoals bij planten tijdens deze droogte ook gebeurt. Althans, dat vermoed ik. Nu ik weinig reis, heb ik weer behoefte aan reisverhalen. Verhalen die wezenlijk ergens over gaan. Zoals Zuiderkruis van Pauline Slot, dat zich afspeelt in landen waar ik ben geweest. Landen als decor. Landen in de hoofdrol. Een half woord is genoeg om herinneringen terug te halen.

Momenteel is er op Raam Open iets heel bijzonders gaande. Een onbekende leest sinds donderdag bijna alles. Het gebeurt rustig en kennelijk aandachtig. Van het heden terug naar het verleden heeft deze persoon al circa 550 berichten gelezen. Ik hoop dat hij of zij vandaag verder gaat. Er zijn van 13 februari 2014 tot 4 november 2013 nog 94 berichten te gaan. Juist daar staat genoeg stof tot nadenken bij. Zou er een nieuwe verbinding ontstaan?

Vakantie in eigen land (met tropentips)

Voor vakanties kan je naar verre oorden reizen, maar zoek het dit jaar eens dichter bij huis. Oké, het is een beetje druk in dit land. Toch zijn er genoeg rustige plekjes te vinden. Bovendien waan je je nu zelfs zonder fantasie in de tropen. Elke dag straalt de zon, dus loop gerust rond in een korte broek of zomerjurk. Bovendien liggen de fotogenieke landschappen om de hoek. Vraag maar eens aan toeristen wat ze hier mooi vinden. Soms zien we de schoonheid ervan pas als een ander ons erop wijst.

Verlang je naar een authentieke vakantiesfeer? Ga dan eten in een goed restaurant met buitenlandse keuken. Kies Afghaans, Eritrees, Keniaans of Perzisch als je het avontuurlijk wenst. Met bijpassende live muziek waan je je vanzelf over de grens. Trouwens, je verwacht de Romeinse brug en Engelse cottages op de foto’s vast niet in Nederland. Toch heb ik ze in hartje Gelderland genomen. En dit alles zonder fileleed of incheckbalies. Ik bedoel maar.

Tot besluit wat tips uit mijn tropentijd, aangezien het vandaag 36 graden wordt.

Tropentips:

  • Zet om 06.00 uur al je ramen open en sluit ze weer voor 09.00 uur. Zorg dat er daarna geen zonnestraaltje meer binnen kan komen.
  • Doe voor 9.00 uur alles wat inspanning vergt en echt moet. Zoals salades, ijsjes en veel leesvoer in huis halen.
  • Doe na 9.00 uur bij voorkeur helemaal niets meer, of doe het lekker rustig aan.
  • Blijf tot 20.00 uur uit de zon!
  • Profiteer van elk beetje schaduw. Al is het maar een streep van tien centimeter breed naast een lantaarnpaal.
  • Hou een zeer lange middagpauze, het liefst met dutje toe.
  • Raak je in een stad toch oververhit, zoek dat de koelste plekken op.
    De vleesafdeling van de supermarkt is ideaal.
  • Sproei de tuin pas zodra alle planten weer in de schaduw staan.

 

Radicaal breken met je moderne leefstijl

Een van mijn favoriete tv-programma’s is Where the Wild Men Are with Ben Fogle. In deze serie bezoekt Ben westerlingen in de verste uithoeken van de wereld. Allemaal hebben zij ooit voor de keuze gestaan: ga ik zo door met mijn leven of gooi ik het roer radicaal om. In tegenstelling tot 99,99% van de mensheid doorbraken zij echt de banden van hun leefstijl. Sommigen gaan daarin tot het uiterste en worden ook zelfvoorzienend. Anderen behouden nog een dun lijntje naar hun oude wereld. Bijvoorbeeld via internet. Want helemaal zonder geld of contact met familie kan bijna niemand.

In een vroegere levensfase, die van de Grote Reizen, heb ik zo’n dramatische stap serieus overwogen. Met name in Australië, Nieuw-Zeeland en Polynesië was de verleiding zeer groot. Daar zijn overal locaties waar je een teruggetrokken en zelfvoorzienend leven kan leiden. Zoals in Queensland, waar ik een aantal dagen verbleef bij mensen met een basaal kampeerterrein in het regenwoud.

Ze verhuurden boomhutten waarvan de bovenste helft van de zijwanden open was. Bouwmateriaal vind je overal in het bos. Verwarming is vanwege het klimaat niet nodig. Het schone drinkwater schep je zo uit de rivier. Voor sanitair was er een septic tank, al ken ik nu betere oplossingen. Ik heb daar geleerd om kampvuurtjes te maken om op te koken. Maar een deel van het eten kwam wel uit de supermarkt.

Even verderop stond een lap bosgrond te koop met een verlaten bouwwerk uit de hippietijd er op. Het kostte destijds AUD 20.000. Een prikkie voor wie prijzen in Nederland gewend was. Je mocht er permanent wonen. De belofte daarvan heeft jarenlang door mijn hoofd gespookt. Dat het mogelijk was om het kantoorleven achter me te laten. Weg van de consumptie-maatschappij en weg van het politieke gedoe op het oude continent. En dan daar in dat paradijselijke oord gaan wonen.

Toch was er altijd een ‘maar’. De camping werd gerund door een vlot stel Australische vijftigers dat ogenschijnlijk vrij in het leven stond. Het was leuk en boeiend om een aantal dagen in hun nabijheid te zijn. Maar hij keek naar elke andere vrouw die in de buurt kwam en zij had wallen onder haar ogen. Ze maakte zich zorgen over van alles, waaronder haar eigen gezondheid en die van haar vader. Met hun krappe budget kon ze haar familie slechts af en toe bezoeken.

Als ik toen, op mijn 25ste, een praktisch ingestelde man had ontmoet die mijn visie en zo’n semi-zelfvoorzienende leefstijl had willen delen, was ik zeker vertrokken. Want al kan ik veel als vrouw alleen, hiervoor moet je volgens mij wel met zijn tweeën zijn. Dan was mijn leven zeker anders verlopen en had ik geen dag meer in een kantoor doorgebracht. Hoe comfortabel en inspirerend dat laatste ook kan zijn.

Geen geld voor vakantie, of geen zin

Volgens onderzoek van het Nibud gaat een kwart van de Nederlanders tussen 18 – 65 jaar niet op vakantie. De reden: vakantie is te duur en het vakantiegeld is nodig voor grote aankopen of voor aflossing van schulden. Vooral mensen met wisselende inkomsten blijven vaker thuis. Als persoon zonder inkomen bewaar ik spaargeld ook liever voor noodzakelijke uitgaven. En met een keuze voor thuisblijven valt goed te leven.

Decennialang vierde ik royaal vakantie. Drie of vier vakanties per jaar waren normaal. Wellicht willen ‘echte reizigers’ eindeloos op ontdekking blijven gaan. Maar voor mij kwam het keerpunt in 2010. Ik was al mijn hele leven vrijwel elk jaar weggeweest. Soms maandenlang. Inmiddels had ik op alle continenten een verlanglijst met bestemmingen afgewerkt.

In 2010 was ik voor de tweede keer in Indonesië en bespeurde ik verzadiging. Verveling zelfs. Onmiskenbaar. Weer Azië, weer dezelfde tropische vegetatie, weer die hitte en weer die lange vluchten. En dan dat hectische gekrioel op Schiphol. Die luchthaven, daar had ik helemaal genoeg van. De glans was er af. Ik was klaar met die verre reizen. Eigenlijk bleef ik veel liever in Europa en wilde ik gewoon wandelen. Meer niet.

Toen ik in 1992 mijn vorige woning kocht, heb ik uitgerekend hoeveel geld ik op dat moment had kunnen inleggen als ik het niet in de voorgaande 12 jaar aan reizen had besteed. Om precies te zijn: de helft van het aankoopbedrag. Toch, op een enkele mislukte vakantie na, zou ik het zo weer hebben gedaan.

Nu woon ik in een ideaal wandelgebied en hoef ik niet ver te gaan. Hierdoor bespaar ik jaarlijks duizenden euro’s door wekelijks een dagje op wandelvakantie te gaan. Daarnaast kijk ik met tevredenheid terug op wat ik al heb gezien en beleefd. Hopelijk wordt het internationale treinverkeer binnen Europa snel verbeterd. Dit als goed en comfortabel alternatief voor vliegverkeer. Dan wandel ik ook graag weer over de grens.