Een dadenwijzer voor de kiezer

In maart 2018 zijn er weer gemeenteraadsverkiezingen. Het beeld dat mensen van landelijke politici hebben, is daarop van invloed. Van mij mogen politici komen met een dadenwijzer op beide niveaus. Dit naast de stemwijzer en de stemmentracker van ProDemos. Want als kiezer stem ik liever op realistisch haalbare plannen dan op luchtfietserij.

In 1982 mocht ik voor het eerst naar de stembus. De werkloosheid onder jongeren was toen torenhoog. Joop den Uyl zou voor banen zorgen. Zo kwam zijn verkiezingsbelofte althans op mij over. Dus kreeg hij mijn stem. Een jaar later schoot het werkloosheidscijfer door het plafond: 639.000 op 14,4 miljoen inwoners. Het was duidelijk: die Den Uyl en zijn partij waren niet te vertrouwen. Ik heb in geen 35 jaar meer gestemd op de PvdA. Wellicht had een dadenwijzer mij op andere gedachten kunnen brengen.

Plannen zijn mooi en toekomstvisie is cruciaal. Maar je wil als kiezer vooral weten wat een politicus bereikt. Als ik op een baan solliciteer, vraagt een werkgever toch ook wat ik tot dusver heb gedaan. In een CV wil hij lezen over behaalde resultaten en de impact daarvan. Dit soort informatie moeten we evengoed van politici kunnen krijgen.

In een dadenwijzer geeft een partij aan wat ze in de afgelopen vier jaar heeft bereikt. Kortom: wat was het plan, wie deed wat, wat is nu de uitkomst. En indien mogelijk: wat is daarvan het lange-termijneffect. Gewoon SMART. Met ruimte voor een korte toelichting over omstandigheden of verklaring voor afwijkingen. Kamerdebatten worden opgenomen, dus is er bewijsmateriaal voorhanden. Ik zie graag een overzicht met daden van alle partijen, gerelateerd aan de dertig belangrijkste onderwerpen uit de regeerperiode.

Dan kunnen kiezers voortaan de dadenwijzer naast de stemwijzer leggen en een beter geïnformeerde keuze maken. Voor politieke partijen geeft het een direct input voor het ander. En we zien direct scherper wie werkelijk wat bereikt: de rechtse populist, de liberaal, de sociaaldemocraat, of een linkse partij. Maak maar inzichtelijk aan wie de eer (of de hoon) toekomt.

Van wie is ons luchtruim?

Als er iemand moet zwijgen over de toename van het vliegverkeer, dan ben ik dat. Vliegen is (of was) mijn grote milieuzonde. Het enige wat ik daar tegenover kan stellen, is dat ik geen kinderen met westerse leefstijl op de aardbol heb gezet. Dat is de milieuvriendelijkste daad die ik kon verrichten. Al was het ongepland. Nu we dit hebben gehad, wil ik het over ons wereldwijde luchtruim hebben.

Een paar citaten uit de Volkskrant van 28 september 2017. ‘11.000 woningen ondervinden zeer veel geluidsoverlast van Schiphol, blijkt uit onderzoek in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Milieu. Omdat dit beneden de toegestane norm van 13.600 is, ziet Schiphol in de nieuwe cijfers reden om verder uit te breiden.’ Bert Wagendorp fulmineert hiertegen in zijn column: ‘Volgens de luchthaven maakt de milieueffectrapportage ‘verdere ontwikkeling van Schiphol mogelijk op een duurzame en veilige manier’. Het zijn daar hondsbrutale leugenaars en ze hebben schijt aan alles en iedereen.’ Dat kan ik beamen.

Vaste volgers weten dat ik een geluidsoverlastvluchteling ben. Ruim twee jaar geleden verkaste ik van Leiden naar het oosten van het land. Ik dacht even dat ik eindelijk van Schiphol met zijn Kaagbaan was verlost. Echter.

Schiphol moet en zal een belangrijke ‘hub’ in de wereldwijde luchtvaart blijven. De luchthaven zit helaas al bijna aan zijn taks. Daarom moeten vakantievluchten naar Lelystad gaan uitwijken. De kaartjes van de zwaar ter discussie staande routes tonen net niet mijn woonplaats. Maar één vliegroute komt angstvallig dichtbij.

Een Volkskrantlezer bagatelliseert alle ontstane commotie in Gelderland en Overijssel. Als je de aantallen omrekent naar vliegbewegingen per dag, zo beweert hij, dan worden het er slechts een tiental per dag. Of zo. Ik weet niet onder welke steen de beste man heeft geleefd. Alsof het bij zulke lage aantallen gaat blijven. En alsof niet elke denkbare norm gaat worden overschreden. Gewoon legaal, daar hebben ze hun contacten en maniertjes wel voor.

Want Schiphol maakt deel uit van de Heilige Graal. De ‘economische groei’. De ‘werkgelegenheid’. De ’kennisindustrie’. De ‘het-is-onontkoombare-vooruitgang’-theorie.

Boven alles is Schiphol een perfect vehikel voor ‘winstmaximalisatie’. Ofwel de door ons land graag gefaciliteerde belastingontwijking voor de allerrijksten. Luchthavens en vliegmaatschappijen hoeven nauwelijks belasting te betalen. Op kerosine bijvoorbeeld. Oh, hoezo de vervuiler betaalt? Alleen domme burgertjes doen dat en die moeten niet zeuren. Ze willen toch zelf vliegen.

Dat laatste is waar. Alleen hoeven ze niet half Amerika en elke vlucht van de KLM uit Afrika langs Schiphol om te leiden. Er zit weinig logica in veel overstapschema’s. Daarnaast hoef ik geen prijsvechters. Door hun komst is het vliegverkeer al flink toegenomen. Een groeiende groep mensen vindt het inmiddels normaal om meerdere malen per week te vliegen. Zodat ze ’s woensdags op tijd thuis zijn voor de eetclub of de voetbaltraining. Weg is de stimulans die leidt tot bezinning. Ons woongenot en onze zuurstof gaan eraan.

Ik vraag me af hoe ver we dit met zijn allen laten gaan. De echte strijd laat ik over aan de jeugd. Die zal straks het langst naar lucht happen als we niet ingrijpen.

Paradigma verschuiving / Als de bom valt

Als 50-plusser denk je zo ongeveer te weten hoe de wereld in elkaar steekt. Toch werd ik gisteren nog verrast door Bombing War: From Guernica to Hiroshima op Canvas. Vanzelfsprekend waren de geallieerden in ‘40-‘45 de good guys en de Duitsers de bad guys. Maar geallieerde piloten dropten wel de meeste dodelijke bommen op ons land. Waarom vertelt niemand dat?

Sterker: Engeland en Amerika maakten met hun bombardementen doelbewust zo veel mogelijk burgerslachtoffers in vijandige landen. Er was alleen geen dictator die zich daar wat van aantrok. Weliswaar groeide in Engeland en Amerika de twijfel over het effect van die bombardementen. Maar in Amerika was de druk vanuit de wapenindustrie groot genoeg om door te gaan.

Begin jaren tachtig maakten we ons zorgen over zure regen en de dreiging vanuit de Sovjet Unie. Met Als de bom valt schetste Doe Maar het tijdbeeld, en ik zong mee. Ronald Reagan zat in de Verenigde Staten met zijn vingers aan de knop. Wij in Europa vonden hem incapabel en onberekenbaar. En toen viel de muur. Het grote gevaar week en de zure regen verdween. Die ervaring biedt mij sindsdien houvast. Met name wanneer de wereldvrede in het geding is.

Ik vraag mij intussen wel af waar de zure regen is gebleven. Zouden ze daar nu in China last van hebben? Ze vertellen ons ook nooit het hele verhaal. Of ze doen dat pas na zeventig jaar.

The Donald en de wapenindustrie

President Trump kwam Europa een lesje leren, direct na zijn prachtdeal met Saoedi-Arabië. We moeten meer bommen en granaten kopen, zei hij. ‘De Amerikanen blijven jullie niet uit de nesten halen.’ Het is een zeldzaam moment waarop ik de beste man gelijk geef. Met mooie woorden over verdraagzaamheid alleen redden we het niet. We moeten zelf sterk zijn. In een wereld zonder egotrippende kleuters zou de wapenindustrie overigens wel instorten. Zeker die van Donalds maatjes in Amerika. Ook dat is een feit.

‘De vijf grootste exporteurs in de jaren 2012-2016 waren de Verenigde Staten, Rusland, China, Frankrijk en Duitsland. Gezamenlijk namen zij 74 procent van de verkopen voor hun rekening. De VS alleen was goed voor een derde van de totale export en leverde wapens aan zeker honderd landen.’ Dit valt te lezen op Nu.nl. We hoeven niet met het vingertje te wijzen, want ons land draagt ook een steentje bij.

Ik ben niet tegen wapens, want zonder geweldsmiddelen kan er geen orde zijn. Het pijnpunt zit vooral in het waarom, door wie en hoe ze worden gebruikt. Wapens zijn het nuttigst als ermee dreigen voldoende is. Dieren doen dat ook om zonder verwonding ruimte te creëren.

Katten maken zich met hun hoge rug en vacht groter dan ze zijn. Ze sissen en grauwen en janken wat af. Daarbij tonen ze hun vlijmscherpe tanden en kijken hun opponent goed vuil aan. Steeds blijven ze stokstijf staan, slechts zwiepend met het puntje van hun staart. Aldoor nemen ze elkaar de maat. Jankend draaien ze langzaam en uiterst behoedzaam om elkaar heen. En in slow-motion keren ze de ander de rug toe. Voor alle zekerheid kijken ze nog eens om (je weet het nooit met zo’n vals kreng), en blazen dan de aftocht. Vrijwel altijd ongeschonden.

Je zou denken dat wij mensen het basale territoriumgedrag nu wel zijn ontstegen. Dat we voorbij het recht van de sterkste zijn. Dat we in vrede met elkaar kunnen samenleven. Maar er is in millennia van evolutie weinig veranderd. Onze instincten zijn nog altijd even primitief. Wapens zijn vaak ingenieus en soms erotiserend. Ze zijn slechts gevaarlijk in de handen van hebzuchtige mannen met geldingsdrang.

Wederzijds begrip in de politiek

Gisteren had ik met Mathilde van Sprokkelen contact over redenen waarom zo weinig vrouwen de politiek in gaan. Het is toch een zwaar bevochten recht. Houden vrouwen niet van debatteren? Al langer zou ik willen dat politieke partijen, en landen binnen de EU, boven zichzelf uitstijgen. Daarbij beschouw ik het debat niet als een constructieve vorm voor het vinden van oplossingen. Vorm liever werkgroepen met leden uit alle politieke richtingen die samen toewerken naar een gemeenschappelijk doel. In ieders belang.

Deze week stond er juist een interessant artikel in de Volkskrant over hoe verbinding ontstaat tussen bewoners van diverse achtergronden. Het plompverloren mengen van arme en rijkere bewoners werkt niet, zo blijkt. Ze leven dan gewoon langs elkaar heen. Er ontstaat pas echt contact en wederzijds begrip wanneer mensen uit meerdere groepen samenwerken aan een gedeeld doel. Ik verwees naar dit voorbeeld in mijn reactie aan Mathilde. Pas later las ik dat VVD, CDA, D66 en GroenLinks in Rheden bij Arnhem dat al jaren doen. En met succes.

Zo’n bevestiging van een inzicht geeft mij een goed gevoel. Al leun ik zwaar op ervaringen binnen de internationale ontwikkelingssamenwerking. Vergelijk het met de wetenschap. Daar is het ook gangbaar dat men verder gaat waar het vorige onderzoek is geëindigd. Met kennis, inzicht en begrip als hoogste doel. Hierdoor ontstaat tastbare en duurzame vooruitgang.

In de politiek staat het eigen partijbelang voorop, desnoods als uitruilmiddel. De media tonen regelmatig het haantjesgedrag en een beperkt blikveld. Geen wonder dat conservatieve krachten hun pijlen vaak richten op de wetenschap en de journalistiek. Je moet onvermoeibaar zijn om in de politiek idealen te verwezenlijken. Ik draag graag ideeën aan, maar zal het gevecht in de arena overslaan.

Een glorende omwenteling

Alle rampspoed en dreiging in het nieuws doen je bijna vergeten dat er nog positieve ontwikkelingen zijn. Het programma VPRO Tegenlicht toonde dat gisteren met vertical farming weer eens aan. Dit gaat over tuinbouwflats in steden; een revolutie op landbouwgebied. Verticale tuinbouw kan veel efficiënter en milieuvriendelijker worden dan ons huidige systeem.

Telkens blijkt dat genoeg mensen doeltreffende oplossingen bedenken voor grootschalige problemen. Geld is er in overvloed. Via internet kunnen we ideeën snel over de hele wereld verspreiden. Slechts een handvol mastodonten staat een toekomstbestendige omwenteling in de weg. Is dat niet bizar?

Onder druk wordt alles vloeibaar. De geschiedenis wijst uit dat revoluties geen echte verandering qua leiderschap brengen. Beslissende veldslagen in oorlogen wel. Misschien moet het eerst erger worden, voordat het beter wordt. Aan ons de keus: kop in het zand of kop eraf.

Hongersnood als politiek breekijzer

Alphonse Muambi, een Congolese publicist, stelt dat Giro 555 weinig zin heeft als je corruptie en oorlogen in Afrika niet stopt. ‘Hoeveel storten Afrikaanse leiders zelf op Giro 555?’, vraagt hij zich af. De Congolese president Joseph Kabila heeft een privévermogen van 15 miljard dollar. Zijn collega in Angola is goed voor een kleine 20 miljard. Weinig mensen hier beseffen dat corrupte regimes hongersnood behendig inzetten als breekijzer.

‘Na elke verkiezingsfraude was in Congo het motto: ‘De mensen hebben honger. Ze zullen maximaal twee weken protesteren maar niet langer, want dan moeten zij weer op de markt gaan staan om aan eten te komen’’ Dit schrijft Alphonse op 29 maart 2017 in de Volkskrant. In 2008 zag ik in Kenia een andere variant: geef het volk brood en spelen, dan eten mensen uit je hand. Met hongersnood als middel zijn de mogelijkheden eindeloos.

Klimaatverandering is niet de hoofdoorzaak van de huidige grootschalige droogte in Afrika. Het is slechts de druppel die de emmer doet overlopen. Alles hangt met elkaar samen: wanbeleid en de verdeel-en-heerspolitiek van overheden, corruptie, geweld en rechteloosheid, armoede, onkunde, mismanagement van land en middelen, overbevolking (wel gezondheidszorg opzetten, maar geen anticonceptie bieden), en de enorme ongelijkheid tussen mannen en vrouwen.

Dit klinkt dramatisch, maar voor veel problemen bestaan al lang oplossingen. Oplossingen die bovendien steeds beter worden afgestemd op de Afrikaanse situatie. Want er zijn steeds meer Afrikanen zelf bij betrokken. Zij combineren westerse kennis met gerecyclede traditionele benaderingen in nieuwe, lokaal toepasbare mogelijkheden.

Alleen moeten alle andere partijen dan wel een beetje meewerken. De overheden, maar ook de niet-Afrikaanse mogendheden met hun contraproductieve belangen. Want Afrika is nog altijd een wingebied, zoals in dit artikel van OneWorld valt te lezen.

De verdeel-en-heerspolitiek van koloniale machthebbers heeft funest uitgepakt, en is nooit uit Afrika verdwenen. Op dit moment overweegt Europa zelfs om een tandje bij te zetten. Want om de vluchtelingenstroom af te wenden wil Europa met specifieke machthebbers samenwerken. Die zullen daardoor slechts hun eigen positie versterken, ten koste van de rest.

Alphonse Muambi pleit er voor dat ook Afrikaanse landen zelf meedoen aan acties voor bestrijding van de hongersnood. Tijdens een vorige droogte in 2005, toen de Masai met hun kuddes Nairobi in trokken, gebeurde dat al in Kenia. Er werd voedsel ingezameld door supermarkten en het publiek droeg bij. Maar de grootste bijdrage moet van de grootste stoorzenders komen: de overheden binnen en buiten Afrika, de multinationals, de potentaten en de investeerders die het continent tot op de dag van vandaag leegroven.