De Onfatsoenlijken

Er is nu een serie op Canvas die iedereen zou moeten zien. Hierin komen mensen aan het woord die zelden worden gehoord. Het zijn de boze burgers, ofwel ‘De Onfatsoenlijken’. Degenen ‘die vinden dat zijzelf en anderen in de steek gelaten worden door het establishment.’ Ze worden weggezet als het Europese equivalent van Trump-stemmers, omdat ze anders denken en communiceren dan hoogopgeleide mensen.

Feitelijk tonen boze burgers ons de keerzijde van beleid, of het ontbreken daarvan. Ze onthullen de vraagstukken waar politici geen adequaat antwoord op hebben en liever van wegkijken. Ze laten zien hoe politici andermans belangen voor laten gaan en daarom dingen verzwijgen.

Je hoeft het niet met deze boze burgers eens te zijn, maar probeer ze te begrijpen. Ik herken veel in hen.

Maatschappijles over een spotprent

Alles van waarde is weerloos, schreef Lucebert in zijn gedicht. Daarom benadruk ik nog eens hoe belangrijk onze vrijheid van meningsuiting is. Vrijheid van meningsuiting is één van de allergrootste verworvenheden die we in de westerse wereld hebben bereikt. Bereikt, want in de afgelopen eeuwen heeft menigeen zijn leven hiervoor gegeven. De vrijheid om te zeggen wat je denkt, is nooit een vanzelfsprekendheid geweest.

Ons laagje beschaving is kwetsbaar en flinterdun. Beschaving betekent in mijn optiek: respectvol omgaan met al wat er leeft. Do no harm. Dat idee. We berokkenen sneller schade dan we zelf denken, want onze visie is beperkt. Om te beseffen wat we doen, moeten we ons in de ander inleven en nagaan welke gevolgen onze handeling heeft. Dat is moeilijker dan gewoon maar wat naar eigen goeddunken doen.

Niet nadenken is een vorm van zelfbevestiging en verdoving. Veilig in je eigen kringetje blijven is dat eveneens.

Het woordje ‘we’ hierboven omvat de hele wereldbevolking. Niemand is daarvan uitgezonderd, wat mij betreft. Alleen word ik nu wel even geconfronteerd met mijn eigen westerse manier van denken, zodra ik Charlie Hebdo, alsnog uit 2015 herlees.

Begin 2015 was ik planner bij een bureau dat debattrainingen op middelbare scholen gaf. Een maatschappijleraar vroeg mij toen om aan de trainer door te geven dat hij beter geen ‘gevoelige’ onderwerpen kon behandelen in zijn klas. Ik beschreef dit voorval in de Armeense genocide, ook al zo’n onderwerp waarover je in bepaalde kringen niet spreken mag.

Is er dan niets veranderd? Is de radicalisering inderdaad toegenomen en is de verharding in de wereld een feit? In Frankrijk lijkt de benadering van hogerhand nog even autoritair en ongenaakbaar als altijd. Dat is precies wat mensen onderaan de maatschappelijke ladder tot wanhoop drijft. Frankrijk meent strategisch slim te zijn, maar is geen beste gezien de handels-belangen van de eigen wapenindustrie. En Frankrijk trekt zich weinig aan van haar onderdanen, dat is al tientallen jaren zo.

Wat kan een maatschappijleraar veranderen aan frustraties over een spotprent? Weinig, als de focus op een religie blijft liggen. Onze vrijheid van meningsuiting wordt veel meer in gevaar gebracht door leiders die zich voor het karretje van de zakenwereld laten spannen. Want zo blijven gewone mensen een speelbal van andermans belangen. En mind you, ook religieuze leiders hebben hun zakelijke belangen. Zolang dit doorgaat, zullen boze burgers hun idealen en overtuigingen gefnuikt zien worden.

Dus als ik maatschappijleraren een gouden tip mag geven: always follow the money. Dat zal studenten leren om zelf na te denken.

Geborgenheid in een ongewisse tijd

Volgens Maslov is een goed dak boven je hoofd een eerste levensbehoefte. Daarom genieten we ook zo van een goed onderhouden huis dat comfort biedt. Sinds de coronacrisis loopt het storm bij de bouwmarkt en knapt menigeen zijn woning op. Dat komt omdat veel mensen nu tijd hebben en vaker thuis zijn. Maar ik zie vooral een sterk verlangen naar geborgenheid in een periode vol onzekerheid.

In Krabbé zoekt Chagall citeert Jeroen de Russisch-joodse schilder. Marc Chagall doorstaat de roerige jaren van Eerste Wereldoorlog en de Russisch Revolutie. Hij krijgt te maken met restricties en discriminatie. En zakelijk wordt hij diverse malen belazerd. Mede hierdoor balanceert hij steeds op de rand van de financiële afgrond. Wanneer hij in 1923 naar Parijs trekt, keren zijn kansen. Samen met vrouw en dochter kan hij eindelijk leven in relatieve weelde. En dat doen ze. Maar gevraagd of hij zich nu veilig voelt, antwoordt hij: ‘Dat nooit’.

Gevoelsmatig vinden we zekerheid in een goed onderhouden woning. Binnen kunnen we de boze wereld buiten houden. Dat proberen Trump en al die andere bange graaiers en machtswellustelingen ook. Daarom besef ik: geniet van het moment. Geniet van wat je nog hebt in dit land, want deze veiligheid is een illusie.

Toch is veiligheid tot op zekere hoogte wel maakbaar. Het vergt alleen een ommezwaai in onze prioriteiten. Een economie moet ten dienste staan aan een samenleving, en niet andersom. Dit zou altijd de leidraad moeten zijn voor regeringsleiders en nu voor het EU-steunfondsenbeleid. Daarom herhaal ik een stukje uit mijn log van 13 december 2013, toen ik schreef over Maslow voor EU-leiders:

‘Weerstaan Merkel en Dijsselbloem de machtige lobby van het mondiale bedrijfsleven? Nu al hebben veel mensen in Duitsland twee baantjes om rond te komen. Mede daarom is het tijd voor een overkoepelende EU-visie. Hier volgt mijn tip van de dag. Toets of plannen aan twee basisvoorwaarden voldoen, voordat ze nader worden besproken:

  1. Het plan dient de drie belangrijkste levensbehoeften van onze bevolking.
  2. Het plan schaadt geen belangrijke levensbehoeften van anderen.

De levensbehoeften volgens Maslow zijn (van zeer belangrijk tot minder belangrijk):

  1. Lichamelijke behoeften: schone lucht, veilig voedsel, schoon water, seks, warmte.
  2. Behoefte aan veiligheid en zekerheid: rust, orde, geen gevaar, onderdak, inkomen.
  3. Behoefte aan saamhorigheid: vriendschap, er bij horen, liefde.
  4. Behoefte aan waardering: erkenning en zelfrespect, status in sociaal verband.
  5. Behoefte aan zelfontplooiing: volledige ontwikkeling van eigen kwaliteiten.

Als een wet of plan deze basistoets niet doorstaat, mag de indiener terug naar de tekentafel. Volg bij subsidies gewoon de heldere regels van de ASN-bank voor beleggingen.’

Wij zijn allemaal medeverantwoordelijk voor de keuzes die regeringsleiders maken. Dus ook voor onze veiligheid. We creëren zelf de grootste graaiers en de wereldwijde ontwrichtingen. In Trouw (23 april 2020) verwoordt Naema Tahir dit mooi:

‘Ik heb jaren geleden al de keuze gemaakt om minder uit te geven, om minder slaaf te zijn van de productie-consumptiecyclus. Wie veel wil consumeren, moet ook veel verdienen. En hoe meer je wilt verdienen, hoe meer je moet werken. Hoe meer je moet werken, hoe minder tijd je hebt voor de wezenlijke dingen, die doorgaans niet voor geld te koop zijn.
Ik weet het: als iedereen zo zou denken, zou het bruto nationaal product een stuk lager zijn. Maar zijn we dan ook slechter af? Geluk is niet of nauwelijks te koop.’

Geluk niet nee. Maar relatieve veiligheid in de geborgenheid van een socialere samenleving wel.

Ongeschikt voor de politiek

Gisteren heb ik twee fouten gemaakt bij het schrijven van Gemeenten gooien alles overboord. Namelijk: 1. Ik heb een belangrijk percentage uit een artikel verkeerd geciteerd. 2. Ik heb mijn eigen interne alarmbel genegeerd. Die alarmbel geeft aan dat ik alles moet verifiëren wat ik als feit presenteer. Altijd, zonder uitzondering. Want mijn geheugen is een ramp. Maar ik had het betreffende krantenartikel niet meer en ik heb mijn betoog toch gepubliceerd.

Als je in een debat ergens voor pleit, moet je je feiten op orde hebben. Anders kan een tegenstander je zo onderuit halen. En dan weet een toehoorder niet meer of hij je nog kan geloven. Even aangenomen dat de feiten voor de toehoorder nieuw zijn. Als de tegenstander vervolgens met een goed geformuleerd argument komt, maak je met de rest van je feiten geen kans meer bij de toehoorder. En die toehoorder is bij een debat het belangrijkst.

Wat veel mensen zich niet realiseren, is dat het in een (politiek) debat minder om de feiten gaat, dan om de retorica. Dus om wie het best en mooist zijn standpunten verwoordt. In een debat gaat het dus niet om wie er gelijk heeft. Het gaat evenmin per sé om het beste voor het algemeen belang. Een politiek debat draait vooral om wie de meeste toehoorders weet te overtuigen. Dat zijn mede-politici of dat ben jij als kiezer. Voor mij zijn de feiten en de ‘beste’ oplossing echter het belangrijkst.

Mensen vragen mij weleens of ik in de politiek wil, want ik denk graag na over maatschappelijke onderwerpen. Dat doe ik uit betrokkenheid en daar praat ik dan over. Meestal ben ik goed geïnformeerd voordat ik een genuanceerde mening vorm. Zo kan ik vaak ook wel uitleggen hoe het zit. Mensen houden daarvan: helderheid en een menselijke kijk. Want ‘die lui daar in Den Haag’ vinden ze maar niks.

Ik begrijp wel waarom ze teleurgesteld raken in de politiek. Want de debatten op tv laten ons zien hoe politici elkaar met argumenten onderuit proberen te halen. Er wachten zoveel urgente onderwerpen op concreet beleid en zij staan daar maar te praten. Allemaal zitten ze vast in hun eigen gelijk.

Wat de tv minder vaak toont, is dat de grootste tegenstanders soms best goed met elkaar overweg kunnen. Gisteren nog had Wilders zo te zien een gemoedelijk onderonsje met Jesse Klaver. (NOS Journaal.) Dat verwacht je toch niet. Maar dit is politiek. Want achter de schermen en binnenskamers worden er ook deals gesloten. Doe jij dit voor ons, dan doen wij dat voor jullie. Partijpolitiek. Voordat je het weet als kiezer, zijn ze ineens van standpunt veranderd. Want de feiten zijn in de politiek niet altijd het belangrijkst. Dus voelen we ons genaaid.

Intussen blijven de grote onderwerpen maar etteren. Hoe lang trekken docenten, zorgmedewerkers, natuurorganisaties, boeren, burgers en buitenlui al aan de bel? Eerst binnen de eigen organisatie of bij de betreffende instantie. Daarna regionaal of landelijk, bij belangenorganisaties en politici. We zien dagelijks waar het knelt en we voelen ons al jaren niet gehoord. Zelfs al luisteren politici naar ons, dan zijn ze in gedachten toch vaak bezig met het belang van hun eigen partij. Of met de haalbaarheid van een idee.

Mijn persoonlijke ervaringen met politici zijn beperkt. Ik ga weleens naar informatiebijeenkomsten; ik spreek weleens iemand. Je denkt misschien dat ik tegen politici opgewassen ben. Tenslotte weet ik meestal goed waarover ik praat en ik kan mijn mening verwoorden. Dat vinden politici wel prettig, want zo kunnen ze hun eigen standpunt toetsen en aanscherpen. In bepaalde situaties hebben anderen mijn kennelijk originele gedachten zelfs overgenomen.

Maar politici moeten zich richten op uiteenlopende belangen, terwijl ik vooral focus op logische oplossingen. En politici zijn gewend aan debatteren; ik niet. Daarom voel ik mij steevast door politici verbaal overweldigd. Het gevolg is dat ik mij niet werkelijk gehoord voel. Erger nog: ik voel mij soms gebruikt en weggezet.

In de politiek gaat het niet om mijn zorgen en om wat ik denk. Het gaat evenmin om mijn feitenkennis of om mijn argumenten. Politiek bedrijven is niet hetzelfde als aan een vergadertafel zitten, iedere deskundige en beleidsmaker inspraak geven en samen werken aan de beste optie in het algemeen belang op de lange termijn.

Zo’n constructieve samenwerkingsvorm is mogelijk. Ik heb dit meegemaakt bij een bedrijf en een ontwikkelingsorganisatie. Het was ideaal. In ons land echter, wordt politiek voor het oog van de bevolking vooral bedreven via strijd, en via handjeklap in plaats van samenwerking.

Was er maar een Raad van Wijzen, die onafhankelijk en objectief het hoofdpad uitstippelt en het laatste woord heeft. Dan zou ik graag op de achtergrond een inhoudelijke bijdrage leveren. Maar zo’n raad is er niet, dus is de politiek niets voor mij.

Ieder in zijn eigen bubbel

Wanneer we Klein Boeschoten bereiken, diep verscholen op de Veluwe, is Baudet al gepasseerd. We kunnen redelijk veilig praten over politiek. Toch heeft onze jarenlange vriendschap een paar kritieke momenten doorstaan. En immigratie was daarbij de splijtzwam. Want zij is uitgesproken links, terwijl ik iets meer naar het midden neig en zowel links als rechts ben. Dat verschilt per onderwerp.

Ik ben voor vrijheid en gelijkwaardigheid. Daarom zie ik geen verschil tussen een politieke hardliner (links of rechts) en een immigrant uit een conservatieve cultuur. Geen van beiden staan ze open voor de standpunten van de ander. En beiden wanen zich op basis van religie of ideologie superieur.

VVD-populist vliegt de bocht uit

Binnenkort is de gemeenteraadsverkiezing en als nieuwe inwoner wil ik weten wat hier speelt. Dus op naar het lijsttrekkersdebat. Onze gemeente omvat meerdere dorpen. Maar ‘mijn’ dorp telt wel de meeste villa’s en huisvest het gemeentehuis. Ik verwacht dan ook dat de VVD prominent aanwezig zal zijn.

En inderdaad. Bij aankomst kan niemand om een enorme VVD-vlag heen. Die hangt als enige pontificaal over de balustrade van het bordes. Precies op de plek waar je het gemeentewapen verwacht. Als om te zeggen: ‘Hier heerst de VVD!’ Terwijl ze toch maar een paar zetels hebben. Dat begint goed, want ik moet direct denken aan de muntjes van Minerva. Tja. Score: min 1 voor de VVD.

Tijdens het debat reageren de zeven lijsttrekkers per twee op een prikkelende stelling. De tekst staat ook op een groot scherm. Kennelijk vindt de VVD-lijsttrekker het podium toch een beetje kaal. Hij loopt weg terwijl een ander aan het woord is, haalt een enorme VVD-beachflag tevoorschijn, en zet die tussen de debater en het scherm. Score: veel gelach in de zaal: plus 1; maar storend: min 1, dus 0. (Het ding wordt later wel opzij geschoven, maar blijft de rest van de avond op het podium staan.)

Overigens gaat het er gemoedelijk aan toe. De debatleider moet de lijsttrekkers zelfs opporren om strijd te leveren. Dat laat de VVD-meneer zich geen twee keer zeggen. Hij heeft namelijk in de pauze een foutje ontdekt in het programma van de PvdA. En steeds als hij daarna een microfoon in handen krijgt, zal hij dat herhalen. Toch sneu dat hij het van zo’n trucje moet hebben. Score: min 1.

Gaat dit nog ergens over? Nou, het is hard zoeken naar problemen in onze gemeente. Maar twee onderwerpen vind ik echt belangrijk. Het bouwbeleid en de vliegroutes van Lelystad. ‘Ja’, zegt de VVD-lijsttrekker ,‘ik word vaak aangesproken over die geplande vliegroutes hier. Daar zijn wij als VVD fel tegen. We doen er alles aan om die af te wenden. Besef dat wij als gemeentepartij niet op één lijn zitten met de landelijke VVD.’ Mag ik een teiltje? Score: min 2!

Aan het eind vraagt de quizmaster, pardon debatleider aan de zaal wie al een keuze heeft gemaakt. Van de 150 mensen steken er welgeteld 8 hun hand op, waaronder ik. Ik dacht ook al: ‘Het is hier veel te gezellig. Ze komen vast allemaal voor het vermaak.’

Complimenten voor Natalie Righton

Als vaste abonnee wil ik Natalie Righton, journaliste voor de Volkskrant complimenteren. Natalie is de vrouw die Halbe Zijlstra ten val heeft gebracht. De beste man, die zichzelf geschikt vond als minister van buitenlandse zaken, gedroeg zich als was in haar handen. Dacht hij nou werkelijk dat hij op kon tegen het intellect en raffinement van een vrouw die buitenlandcorrespondent is geweest in Afghanistan?

Er zijn maar weinig mensen voor wie ik zoveel respect heb als vrouwen die zich weten te handhaven in een dergelijke oorlogssituatie. Het is een slangenkuil waar belangen en posities continu veranderen. Waar je doorlopend op scherp moet staan. Omdat je nooit weet waar het gevaar vandaan komt en wie je echt kan vertrouwen. En Natalie heeft dat gedaan.

Mijn reizen en verblijfsperioden in het buitenland waren meestal in veilige, hoewel soms erg ongemakkelijke landen. Ik durf te stellen dat ik de mores in het buitenland beter ken dan Halbe Zijlstra. Lees je het beruchte interview met hem in de Volkskrant, dan besef je direct dat hij een speeltje voor de haaien zou worden. Alsof buitenlandse politiek kinderspel is. Meneer werd verblind door zijn overschot aan zelfvertrouwen. Hij ook al.

De Volkskrant biedt overigens evengoed een podium aan mensen met een tegengeluid. Zoals gisteren, toen het debat over Zijlstra nog moest beginnen. Gevraagd of Zijlstra kan aanblijven, zegt Mark Rutte: ‘Ik vind hem geloofwaardig, omdat de inhoud van het verhaal niet ter discussie staat.’ Jaap de Hoop Scheffer sluit zich bij de premier aan. Frits Bolkestein meent dat dit ‘geen politieke consequenties hoeft te hebben’. Hij is een buitengewoon bekwaam minister, alleen past dit helaas niet in dat beeld.’ En Wouter de Winther van De Telegraaf ten slotte: ‘De grootste leugenfabriek staat nog altijd in Rusland.’ Wouter kan dat weten. Je haalt de rotte appels er zo uit.

En nu wordt Sigrid Kaag dan eindelijk naar voren geschoven. Het werd eens een keer tijd, zeg. Want als er nog iemand is voor wie ik heilig ontzag heb, dan is zij dat wel. Ze heeft jarenlang vanuit Beiroet in het Midden Oosten gewerkt. En Libanon is een bolwerk van intriges. Een video over haar diplomatieke benadering staat nog ergens op internet.

Goh, al dit goede nieuws op een voor mij zo legendarische dag. 13 februari 1988. Toen ik rond 02.00 uur ’s nachts aankwam op het vliegveld van Perth, Australië, en daar iemand uit een christelijke wijk van datzelfde Beiroet weerzag.