Wandeling in de mist

Na het zoveelste wandelrondje in de buurt ben ik toe aan iets nieuws. Maar buiten is het koud, nat en mistig, dus blijf ik liever thuis. Jammer, want deze elementen bieden juist een ongebruikelijk perspectief. Vandaag moest ik op pad en hierdoor besefte ik gelijk hoe aangenaam mist ook kan zijn. Mist verkleint ons blikveld, vervaagt felle kleuren en dempt ieder geluid. Dat is soms prima, want daardoor verdwijnt ook alle ruis. Deze foto’s geven een impressie van de wandeling terug naar huis.

Zwanenbrug over de St Jansbeek in park Sonsbeek, Arnhem.

Fietspad tussen de beuken op Mariëndaal.

Doorkijkje spoortunnel landgoed Mariëndaal.

Een terugblik op Zwarte Piet

Vaak lijkt het alsof er nooit iets verandert in deze wereld. Machtsspelletjes zijn van alle tijden en achterstelling zal ook nog wel even blijven. Maar in mijn eigen denken ben ik toch gestuit op een ware paradigma-verschuiving. En wel in mijn visie op Zwarte Piet. Van Zwarte Piet moesten ‘ze’ afblijven, vond ik. Hij was mij dierbaar en hij hoorde er van oudsher bij. Bovendien zag ik hem als een volwaardige werknemer. Lees daar bleekmiddel voor de donkere huid maar eens op na:

‘Ik heb Zwarte Piet nooit als slaaf gezien. Sterker, ik ben zelf Zwarte Piet geweest. Daarom weet ik dat hij gewoon een medewerker is van Sinterklaas. Die twee hebben al lang een normale werkgever-werknemer relatie.’

Dit schreef ik ruim zes jaar geleden. In de tussenliggende tijd heb ik eens ergens gelezen dat Zwarte Piet een verzinsel was uit een recenter verleden. Maar dat ging er bij mij niet in. Zwarte Piet en Sinterklaas vormen een vaste combinatie en die bestaat al eeuwen.

Aan het bestaan van Sinterklaas heb ik trouwens nooit getwijfeld. Natuurlijk, dat hij met de boot uit Spanje komt, is baarlijke onzin. Sint Nicolaas kwam uit Myra in het huidige Turkije. Dat weet iedereen van boven de zeven.

Alleen las ik onlangs in Trouw iets over een zekere Jan Schenkman. Deze onderwijzer leefde in de negentiende eeuw. Het artikel ging over zijn antisemitische spotprentjes, die nu niet meer door de beugel kunnen. En terloops kwam Zwarte Piet in het artikel voor. Wat blijkt? Die Schenkman heeft onze Zwarte Piet in 1850 gewoon uit zijn duim gezogen!

Nou ja. Nu heb ik er eindelijk vrede mee, dat Sinterklaas dus wel bestaat, maar Zwarte Piet niet.

Zwemherten lappen regels aan hun laars

Soms staan er nieuwsberichten in de krant die ondenkbaar zouden zijn in menig ander land. Dat komt omdat wij Nederlanders ons postzegeltje grond moeten delen met miljarden andere wezens. Vanzelfsprekend geeft dat weleens problemen. Daarom hebben wij een sterke behoefte aan regels. Vooral nu er weer van die eigenwijze zwemherten zijn in Flevoland.

‘Ze maakten gebruik van een nieuw ecoduct, trokken zich niks aan van de afspraak dat dit maar aan een paar herten was toegestaan en zwommen door het Veluwemeer naar de overkant.’, schrijft Onno Havermans in Trouw, 4 augustus 2020.

Die herten moeten echt eens leren lezen. Want, en ik citeer: ‘Onze insteek is de nulstand.’, volgens Arnold Michielsen, voorzitter van LTO Noord in Flevoland. Hij stuurde namens LTO Noord een brief naar de provincie.

De Vereniging Het Edelhert (VHE) denkt hier toch wat genuanceerder over: ‘Op termijn moet dus rekening worden gehouden dat er soms een edelhert het randmeer oversteekt. Dit vraagt om afstemming met de provincie.’ Zo valt te lezen in het jaarverslag 2019-2020.

Laten we overschakelen naar de provincie. ‘We hebben wel beleid, maar dat geldt voor de edelherten in de Oostvaardersplassen.’, erkent Yang Yang Chiu, woordvoerder van gedeputeerde Harold Hofstra.

Maar ja, die recalcitrante zwemherten raadplegen nooit een plattegrond en ze lezen geen enkel beleidsdocument.

Jan Griekspoor, faunacoördinator Gelderland en Flevoland bij Staatsbosbeheer, weet hoe dit komt. ‘Je houdt ze niet tegen, afschot maakt niet uit. Jonge dieren gaan op pad, dat is de kracht van de natuur.’

Volgens mij verdient het artikel ‘Flevoland verdeeld over zwemherten’ van Onno Havermans de hoofdprijs 2020 voor het prachtigste proza in komkommertijd.

Ben ff poepen

Ja, sorry hoor, het moet een keer. Vandaag ga ik schrijven over een heikele kwestie. Mijn lichaam leidt namelijk een geheel eigen leven. Daarbij is het nogal gesteld op vaste gewoontes. Zo wil het met regelmaat worden voorzien van een natje en een droogje. Ook verlangt het dagelijks voldoende beweging. En, na een inwendig verwerkingsproces, wil het graag af van een overtollige semi-vaste substantie.

Voor dat lozingsproces houdt mijn lichaam globaal een standaard tijdstip aan. Zelf vind ik dat best prettig, want daarna kan ik met mijn eigen leven verder gaan.

Maar soms komt er een kink in de kabel. Dan passeert dat globale vaste tijdstip, zonder aandrang. En uitgerekend dan zal je natuurlijk zien dat ik visite verwacht. Naarmate het bezoektijdstip nadert, groeit de kans dat mijn darmstelsel ontwaakt. Zo van ‘Hé, zijn we niet wat vergeten vandaag? Oh ja. Nou laten we daar dan maar snel wat aan gaan doen.’

Op zulke momenten gedraagt mijn lichaam zich echt strontvervelend. Excusez le mot. Zit ik op het toilet, hopend dat er snel wat komt (nee, niet bij de voordeur; daarvoor is het nu juist het meest ongelegen moment), en exact, maar dan ook werkelijk exact op het moment suprême … gaat de voordeurbel. Néé hè! Jawel. Vandaag was het voor de derde keer raak. Eerlijk waar.

Zal ik voortaan een briefje aan de voordeurknop hangen met de boodschap: ‘Ben ff poepen’? Dit is toch heel menselijk, nietwaar?

Hemelse kroonluchters in Eusebius

Januari 2020. Aan het eind van een dagje Arnhem wil vriendin J nog even snel de Eusebiuskerk bezichtigen. We staan al bij de ingang aan de balie. Voor de eerst zie ik de kerkzaal van binnen, waarin grote gouden lampen hangen … En weiger.

Dit is geen gebouw om af te raffelen. Die lampen alleen al verdienen de volle aandacht.

Gisteren ben ik er voor een uitgebreide fotoshoot terug geweest. Nu heb ik ontdekt hoe de kroonluchters heten: Macchina della Luce. Ze zijn Italiaans. Uiteraard. Ik had het kunnen weten.

Omdenken: creatieve oplossingen bij tegenslag

Hoewel sommigen over hun nek gaan bij de term ‘omdenken’, vind ik het wel wat hebben. Omdenken is nu populair in de wereld van coaching. Je beziet hierbij een probleem als een feit en kijkt vervolgens naar nieuwe mogelijkheden. De klusser die mij overwegend goed heeft geholpen, geeft weinig blijk van creatief denken. Als het niet gaat, dan gaat het niet. Punt. Misschien heeft dit te maken met zijn depressiviteit, of omgekeerd. Vergeleken bij hem ben ik wel een kei in omdenken. Het vorige logje bevat hiervan een voorbeeld. (Foto is mislukt, maak daar een aardig verhaaltje van.)

Maar het allermooiste voorbeeld van omdenken ever gaf punker Vyvyan al begin jaren tachtig, namelijk in de legendarische serie The Young Ones. Als ik mij het fragment goed herinner, gaat het als volgt.

Vyvyan wil tv kijken, maar het stopcontact zit te ver weg. Hij probeert uit alle macht de stekker in het stopcontact te krijgen. Tevergeefs. Dus wat doet Vyvyan? Stampend en tierend dendert hij op zijn soldatenkisten de voordeur uit. Om even later terug te keren met een bulldozer, waarmee hij de voortuin platwalst en de hele buitenmuur met stopcontact en al een meter dichter naar de tv toe rijdt.

Briljant.