Voor en achter de dijk bij Westervoort

Op een zonnige dag maak ik een rondje langs de IJssel bij Westervoort. Van het station leidt de route naar de IJsseldijk toe. Daar wordt het een kwestie van overeind blijven, standhouden, sjaal strak omdoen en met de kop in de wind doorduwen. Ik wandel via de Veerweg en het oorlogsmonument voor de Canadezen langs de Kleine Pley naar de IJsselkop toe. Dit is waar de Rijn en de IJsselstroom elk huns weegs gaan. De zuidwester trekt tranen in mijn ogen en blaast ze alle kanten op. Als ware het een zeestorm. Even verder draai ik een kwartslag om.

Van geweld naar luwte: de overgang is enorm. Na de dijk volgt een laaggelegen polder. Hier koestert het kalme land zich in de milde warmte van de zon.

Onzichtbare waarnemingen

Er is een bospad op een landgoed dat ik ‘het sprookjespad’ noem. In deze tijd van het jaar is de kans groot dat je er fantasietaferelen ziet. Op dat pad ben ik altijd extra alert. Ik vertraag er mijn pas en speur de bosbermen af. Verdiept in mijn spel en gebogen over de berm, merk ik deze keer niets van de naderende man. Eenmaal vlakbij, vraagt hij waar ik naar op zoek ben. ‘Mooie plaatjes.’, vertel ik hem, zwaaiend met mijn mobiele telefoon. Mooie plaatjes van waarnemingen die onzichtbaar zijn, verzwijg ik er bij.

De vervorming in het blikveld van mijn linkeroog toont hoe onbetrouwbaar onze waarneming van de wereld kan zijn. Want hoe weet je, dat wat je ziet, de werkelijkheid is? Dankzij de nieuwe lens kan ik een vergelijking maken met het zicht van mijn rechteroog. Nu blijkt dat de aangeboren en verouderde lens het beeld verkleurt. Als dat oog evenmin beelden uit de werkelijkheid doorgeeft; wat is dan echt?

Het is aannemelijk dat iedereen uit eigen waarneming een vertekend beeld heeft …

Veel planten worden mooier bij verkleuring en sommige surreële beelden zijn best prettig om te zien. Ik denk dat we allemaal behoefte hebben aan een fantasiewereld, omdat we in ons dagelijkse leven continu met nieuws en feiten bezig moeten zijn.

Op het sprookjespad is al het denkbare mogelijk. Ik zie er de dingen die er niet zijn. En de dingen die er wel zijn, laten zich niet zomaar vangen.

Het langzame schrijfproces

Je zou verwachten dat een blogger beschikt over een vlotte pen. Een blogger schrijft tenslotte regelmatig en oefening baart kunst. Het schrijven zou mij dus makkelijk moeten afgaan. Toch vordert het verhaal over het onderzoek maar langzaam. Een enkele keer betrap ik mezelf op de gedachte dat ik ‘weer aan de slag moet’ en dan onderdruk ik ternauwernood een zucht.

Een concept uitdenken, onderzoek verrichten en zo geleidelijk aan alle kanten van een verhaal ontdekken. Daar passend beeldmateriaal bij vinden en daarna over het geheel de eindredactie voeren. Dat vind ik leuk om te doen. Het schrijfproces verbindt alles met elkaar.

Ik focus op grote lijnen en op kleine details. Vooral die details kosten zeeën van tijd. Maar details worden onderschat. Het spoor van een raadselachtig detail volgen, is het equivalent van een avontuurlijke reis maken. Mensen van de grote lijnen beseffen dat niet. Menig onooglijk detail heeft mij al naar een belangrijke geschiedenis toegeleid.

Stel dat er voor dit monnikenwerk een softwareprogramma bestond. Een programma dat je met je gedachten kan aansturen, zodat het alle losse stukjes informatie tot een prettig leesbare tekst omvormt. Zou dat voldoening geven? Ik betwijfel of het resultaat beter zou zijn, want dankzij het schrijfproces komen nu ook de lacunes in mijn kennis tevoorschijn.

Soms kan ik niet wachten tot het moment daar is om het eindresultaat te tonen. Op andere momenten lijkt het mij spijtig als het eenmaal zo ver is. Want dan is het klaar.

Misschien zegt mijn ongeduld iets over de huidige tijd, waarin we zo gewend zijn geraakt aan snel resultaat. Het ging toch juist om ‘de weg ernaartoe’, en minder om het bereiken van een doel?

De kunst van het formulieren invullen

Hoe je formulieren moet invullen, is een van de nuttigste vaardigheden die ik bij mijn eerste werkgever heb opgedaan. Wordt hier tegenwoordig op school aandacht aan besteed? In mijn jeugd heb ik het helaas niet meegekregen, terwijl het toch zeer belangrijk is voor zelfredzaamheid in deze maatschappij.

Begrijp je eenmaal hoe ingevulde gegevens op een formulier worden verwerkt, dan blijft dat een voordeel gedurende de rest van je leven. Zelf heb ik deze cruciale kennis vooral opgedaan met het summum der bureaucratie: onze belastingdienst. Als je daar eenmaal goed mee om weet te gaan, kan je alles aan.

Aangiften inkomstenbelasting, vermogensbelasting, omzetbelasting en loonbelasting: honderden heb ik er op het accountantskantoor ingevuld. De aangiften vennootschapsbelasting waren voor de gevorderden onder mijn collega’s, maar die mocht ik na een paar jaar ook ‘doen’.

In het dagelijkse leven vullen we allemaal regelmatig formulieren in. Wanneer we een bankrekening openen, bijvoorbeeld, maar ook gewoon bij een online bestelling. Of denk aan het regelen van een lidmaatschap en het afsluiten van een verzekering. Dat kan je maar beter goed en volledig doen, anders loop je het risico dat je voor fraudeur wordt aangezien. De ouders van de toeslagenaffaire weten daar alles van.

Gisteren herbeleefde ik oude tijden bij het papierwerk voor de afkoop van een lijfrenteverzekering. Het werd een klassieke sessie met alles er op en er aan. Gegevens verzamelen, met pen formulier invullen (zie ook ommezijde!), papieren kopieën van bewijzen toevoegen, op alle documenten polis-nummer en relatienummer vermelden, datum invullen en handtekening plaatsen, alles nog eens goed controleren (niets vergeten, kloppen de cijfers en staat het BSN-nummer er wel bij?), de hele bundel in de envelop met antwoordnummer stoppen en tot slot deze voor de zekerheid met twee extra plakbandjes stevig dichtplakken. Heerlijk!

Ik kreeg er terstond heimwee van. Want ik hou van post en papier en de smaak van ouderwetse plakstroken op de klep van enveloppen. Van de meeste plakstroken althans; sommigen smaken ronduit goor. Bij mijn eerste werkgever hadden we daar in de typekamer kussentjes met natte sponsjes voor. Anders kon je wel blijven likken, zoveel post als er daar de deur uit ging.

Ik was dan ook zeer bedreven in het vouwen van vellen postzegels en het afscheuren in stroken, zodat de zegels zich handzaam en snel één voor één op enveloppen lieten plakken. Echt, er is met de komst van het internet heel wat verloren gegaan.

Binnenoogpretjes met gasbelletjes

Vandaag moest ik naar het ziekenhuis voor een injectie met gas in mijn oog. Als dat het maculagat niet verhelpt, moet mijn oog alsnog worden geopereerd. Vooraf vond ik het nogal eng, maar eenmaal in het ziekenhuis waren ze binnen tien minuten met mij klaar. Nu drijven er acht zwarte bolletjes in mijn vizier.

Die gasbelletjes zijn best grappig om te zien. Ze zijn zwart gerand en grijs in het midden. Ik kan er vaag doorheen kijken. Beweeg ik mijn ogen, dan bewegen de bolletjes op geheel eigen wijze mee. Voor hen geldt een andere natuurkundige wetmatigheid.

In het midden drijft een grote bol met zeven kleinere bolletjes er half onder en omheen. Zodra ik mijn hoofd buig, zweeft de hele cluster omhoog naar het midden van mijn blikveld toe. Dat is vergelijkbaar met wat luchtbelletjes in een waterfles doen. De kleinere bolletjes hergroeperen zich dan aan de onderkant van die grote bol. Kijk ik omhoog, dan drijven ze zijwaarts van hun grote broer. De grote bol werkt als een magneet voor de hele groep.

Ik kan er al spelletjes mee doen. Kijk ik naar links, dan drijft het meest rechter bolletje omhoog, maar het verlaat de grote bol nooit. Verder kan ik kleine bolletjes tegen elkaar laten tikken of draaien zoals tandwielen doen. Na wat oefening lukt het zelfs om drie kleine bolletjes bovenlangs over te rollen naar de andere kant van de grote bol.

Jammer dat niemand anders dit kan zien, want ik ben er best behendig in. De foto met tekening benadert ongeveer mijn huidige zicht met bolletjes. Alleen is mijn zicht vooralsnog veel waziger dan hier.