Over man/vrouw-prestaties gesproken

Geef drie voorbeelden van iets wat niet is gelukt in je leven. Dat vroeg Elizabeth Day aan succesvolle mensen. Zij is auteur van het boek Durf te falen. Volgens haar kijken mannen wezenlijk anders naar het concept ‘falen’ dan vrouwen.

Vrijwel alle vrouwen ‘zeiden ze dat ze zo veel mislukkingen hadden gekend dat ze geen idee hadden hoe ze die tot de vereiste drie moesten terugbrengen.’ De meeste (maar zeker niet alle) mannen daarentegen ‘antwoordden dat ze zich afvroegen of ze wel echt ergens in mislukt waren en dat ze wellicht niet helemaal de juiste gast voor haar podcast waren.’ (Artikel Succes met falen, VPRO-gids # 4.)

Vrouwen wijten mislukkingen vaak aan zichzelf, terwijl mannen sneller wijzen naar anderen of omstandigheden. Ook kunnen vrouwen falen doordat zij zich onvoldoende profileren. Vroeger was bescheidenheid een vrouwelijke deugd; nu is dat een probleem. Je moet zichtbaar maken wat je presteert, anders worden je daden over het hoofd gezien.

Sommige mannen gaan nog een stap verder. Die beweren al dat ze wat presteren voordat ze ook maar iets hebben gedaan.

Prietpraat in de trein

treinen bij station Arnhem Centraal

De leraren staken, dus zitten er opa’s en oma’s met kinderen in de trein. Ze gaan naar Leiden toe. Corpus, Naturalis, Volkenkunde of het Museum van Oudheden misschien. Een van de kleintjes benoemt wat hij ziet.

‘Politietrein.’ We passeren een trein met gele en blauwe lijnen.

‘Racetrein.’ Een intercitytrein rijdt met hoge snelheid voorbij.

‘Ik kan niet goed hard lopen, want als ik hard loop, word ik moe.’

Omdenken: creatieve oplossingen bij tegenslag

Hoewel sommigen over hun nek gaan bij de term ‘omdenken’, vind ik het wel wat hebben. Omdenken is nu populair in de wereld van coaching. Je beziet hierbij een probleem als een feit en kijkt vervolgens naar nieuwe mogelijkheden. De klusser die mij overwegend goed heeft geholpen, geeft weinig blijk van creatief denken. Als het niet gaat, dan gaat het niet. Punt. Misschien heeft dit te maken met zijn depressiviteit, of omgekeerd. Vergeleken bij hem ben ik wel een kei in omdenken. Het vorige logje bevat hiervan een voorbeeld. (Foto is mislukt, maak daar een aardig verhaaltje van.)

Maar het allermooiste voorbeeld van omdenken ever gaf punker Vyvyan al begin jaren tachtig, namelijk in de legendarische serie The Young Ones. Als ik mij het fragment goed herinner, gaat het als volgt.

Vyvyan wil tv kijken, maar het stopcontact zit te ver weg. Hij probeert uit alle macht de stekker in het stopcontact te krijgen. Tevergeefs. Dus wat doet Vyvyan? Stampend en tierend dendert hij op zijn soldatenkisten de voordeur uit. Om even later terug te keren met een bulldozer, waarmee hij de voortuin platwalst en de hele buitenmuur met stopcontact en al een meter dichter naar de tv toe rijdt.

Briljant.

Foto’s nemen tijdens een groepswandeling

paarden in de Ooipolder bij Nijmegen

Goede foto’s nemen tijdens een groepswandeling is best moeilijk. Ik ken mensen die onderweg snel-snel hun fototoestel tevoorschijn halen en zo uit de losse pols perfecte plaatjes maken. Dat lukt mij nou nooit en daar zijn meerdere redenen voor. Ik zal ze eens opsommen.

  1. Eerst moet ik halt houden en de ideale positie innemen ten opzichte van het te fotograferen object. Dit terwijl ik alvast mijn mobiele telefoon uit mijn rugtas graaf, dan wel opdiep uit mijn jaszak. (Met een beetje geluk heb ik niet juist op dat moment een boterham in mijn hand, want waar laat je dan zo’n boterham?) Daarna moet ik een veegbeweging maken, een viercijferige pincode invoeren en op ‘OK’ drukken. Vervolgens raak ik het knopje ‘camera’ aan. Tegen die tijd is de groep al vijftig meter doorgelopen.
  2. Als volgende uitdaging moet ik mijn ademhaling onder controle krijgen, want als ik te hard adem haal, klopt mijn hart sneller en dan trillen mijn handen nog meer dan anders. Intussen is de afstand tot de groep al gevorderd tot honderd meter.
  3. Dan kan ik foto’s nemen. Met een beetje geluk wil de lens van de camera een beetje vlot scherp stellen. Zo niet, dan moet ik bij een macrofoto eerst wat meer afstand tot het object houden en langzaam met mijn camera dichterbij komen. Je snapt dat de afstand tot mijn wandelgenoten almaar toeneemt.
  4. Zodra ik foto’s heb genomen (altijd een paar extra voor de zekerheid), moet ik op een holletje achter de groep aan rennen. Waardoor mijn hart weer harder gaat kloppen en bijgevolg mijn handen heviger gaan trillen. Dus dan hoop ik maar dat er onderweg voorlopig even weinig interessants is te zien.

Soms doet zich een alternatieve situatie voor. Dan loop ik vooraan en bereik ik als eerste de beste foto-neem-positie. In een groep ben je echter nooit lang alleen. Daarom probeer ik in een razend tempo stap 1 tot en met 4 te doorlopen. Want voordat je het weet, gebeurt er datgene wat je ziet op bovenstaande foto. Néé!

Een grote zwarte posterlijst van IKEA

Het is bepaald geen kleintje, mijn Once were warriors filmposter. Hij meet 70 x 100 centimeter en er moet een lijst omheen. Zwart en qua uitvoering eenvoudig zal het zijn. Verder heb ik geen wensen. Om mezelf moeizaam gesleep met een onhandelbaar gevaarte te besparen, zoek ik op internet naar een passende lijst. En jawel, IKEA heeft er een naar mijn smaak.

Misschien weet jij beter, maar ik vergeet altijd dat IKEA van de pruts-het-zelf-in-elkaar-pakketten is. Dat komt omdat ik daar slechts eens in de zoveel jaar wat koop. Voor mijn geheugen is de interval dan te groot.

Afijn, zaterdag verheugde ik mij op de komst van een enorm pakket. Daarom keek ik toch wel wat beteuterd toen de bezorgster mij een smal en langwerpig ding bracht. Was dat alles?

En was dit wel voor mij bestemd? Stond mijn naam wel op het etiket? Eer ik op de gedachte kwam om dat te checken, reed mevrouw al weg. Maar ja: dit was mijn pakket. Meteen schoot mij te binnen dat de website nogal nadrukkelijk had verwezen naar een bijpassend product. Een fotodoek van canvas. Ik dacht nog tijdens het bestelproces: ‘Het is niet en en. Je kan ze dus los van elkaar kopen.’ 

Ik had vast een frame gekocht met verder niets erbij. Zo zijn ze bij IKEA.  Super zuinig en super uitgekiend. Je moet daar zelf aan alles denken. ‘Of zou de achterwand er heel strak omheen gevouwen zitten?’, dacht ik nog hoopvol. Want waar moest ik de poster aan vastmaken, als er geen hardboard achterwand bij zat? Helaas, dat zwarte frame was alles.

Nou ja, plus de zestien schroefjes zonder kop, de vier hoekjes waar de zestien schroefjes in moeten, twee ringetjes, twee hangertjes, zestien stripjes waarmee je het canvas vastklemt, een winkelhaakvormig gereedschap, én een plastic dingetje. De schroeven voor in de muur zaten er niet bij. Dit staat expliciet vermeld in het boekje.

Afgelopen weekend heb ik mijn hersens gepijnigd over een oplossing. Ik kan er een eigen doek in doen, maar welk? Zwart past het best en ik heb een mooie fluwelen lap. Die is echter te dik. Verder heb ik nog een zwarte doek met een klein printje erop. Past niet bij de poster en is te slap. Mijn crèmekleurige marktkleed dan? Of zal ik een stuk afknippen van een overcompleet beige gordijn?

Het alternatief is in de stad een grote hardboard achterwand kopen (dat wordt dan alsnog een gezeul); die exact op maat zagen en vervolgens de plaat in een heel smal geultje van het frame proppen. Zucht, ik zie het al voor me.

Naschrift 24 oktober 2019: de lijst is prima voor een stevige doek waarop je een poster kan spelden.

Wie wat bewaart … slibt dicht

selectie van gemaakte fotos paddenstoelen

Wat bezielt een mens toch om van alles te bewaren? Als het om tastbare zaken gaat, kan ik rücksichtslos opruimen. Dat ligt anders met digitale bestanden. Die nemen weinig fysieke ruimte in. Om te zien hoe veel ik bewaar, moet ik eerst een heleboel mappen stuk voor stuk openen. Daarin zitten mijn documenten, foto’s en enkele filmpjes. Ik heb alles behoorlijk geordend. Hierdoor lijkt het alsof ik weinig bewaar. Tot het tijd wordt voor een back-up. Dan is mijn computer genadeloos: 5.933 foto’s! Belachelijk.

De afgelopen dagen heb ik mijn uiterste best gedaan om die fotobestanden op te schonen. Matige foto’s van bepaalde paddenstoelen heb ik vervangen door mooiere. Soms helpt het om een jaartje te wachten. Als je handiger wordt in fotograferen, kijk je automatisch kritischer naar oude bestanden. En één geslaagde foto per soort is wel voldoende. Althans, dat probeer ik mezelf wijs te maken. Maar ja, op bovenstaande foto staat de vangst van vandaag. Of datgene wat overbleef na een (echt waar) zeer strenge selectie.

Een hobby-fotograaf is in feite een jager-verzamelaar. Een jager is voortdurend op zoek naar bruikbare dieren en planten. En vergelijkbaar met wat een vogelaar doet, wil ik van elke soort paddenstoel er minimaal één verzamelen. De vraag is waarom een hedendaagse jager-verzamelaar zo veel moeite doet. Een fotoboek uit de winkel biedt fraaiere foto’s plus een completer overzicht.

Zaterdag wandelde ik in een groep. Onderweg zagen we allemaal dezelfde paddenstoel. Ik had op dat moment mijn handen vol en kon even geen foto maken. Als iemand mij dan achteraf een foto stuurt, telt dat niet. Ik moet de foto zelf hebben gemaakt. Zodra ik een foto van eenzelfde soort paddenstoel kan nemen, gaat de gekregen foto weg. Tenzij die echt heel bijzonder is. Maar dan blijf ik proberen om een foto te maken die nog bijzonderder is.

Om schijfruimte te besparen en het aantal foto’s in te perken, overweeg ik nu om mijn vakantiefoto’s te dumpen. Die zijn met mijn twee-na-laatste toestel genomen. Dus van belabberde kwaliteit, volgens huidige normen. Ik kan beter een koffietafelboek van Tasschen met Balinese tempels kopen. Bovendien kan ik mij diverse mensen op die vakantiefoto’s amper herinneren. Al behoorden ze tot het reisgezelschap.