Impressies van het defilé Wageningen 2019

Defile bevrijdingsdag 2019 Wageningen 04Op Bevrijdingsdag bezocht ik Wageningen voor het defilé van de veteranen. De stemming zat er goed in, zowel bij hen als bij het publiek.

Vermoedelijk komen er veel mensen op af die iets met defensie hebben. Of hadden. Naast mij stond een paar dat uit Den Helder afkomstig was.

 

Er reden tanks en oude legervoertuigen voorbij. Het paste allemaal maar net in het smalle straatje. Dit defilé is best aandoenlijk, vergeleken bij grootschalig Russisch machtsvertoon. De mevrouw naast mij beaamde dat: ‘Daar doen ze het vanuit plicht, hier vanuit gevoel.’ Het leek mij een rake observatie.

Defile bevrijdingsdag 2019 Wageningen 11

Ik zag diverse bekenden. Mathilde, van het blog Sprokkelen, stond aan de overkant. En er passeerde een museaal voertuig met het vertrouwde wapen van Leiden, mijn oude stad.Defile bevrijdingsdag 2019 Wageningen Leiden

En jawel hoor, daar kwam de Band Of Liberation al aan. 3 Oktober, 3 oktober! Oh nee.Band of Liberation in Wageningen

Ga eens op Bevrijdingsdag naar het defilé in Wageningen. Na afloop kan je bij bands op podia in de stad nog uitgebreid feestvieren.

Woeste landjes

In Nederland hebben woeste landjes aantrekkingskracht. Woeste landjes zijn stukken grond waar niemand naar omkijkt. Verlaten en overwoekerde bedrijfsterreinen, bijvoorbeeld. Met een bordje ‘Verboden toegang’. Geen bewakingscamera die erop let. Half ingestorte panden, wachtend op toekomstplannen. De ruiten zijn ingegooid en het onkruid tiert welig door. Terreinen vol stilstand. Ontwikkelaars en gemeenteraden praten jarenlang.
Nu wordt alles anders. Jammer.

Verderop een weitje voor een dromedaris. Uit het circus ontsnapt? Een klein woonwagenkamp, een soort van autohandel en een sloperij. Niemands landjes. Iemand heeft zijn paarden in de uiterwaard gestald. Je vindt het allemaal langs de Nederrijn bij Arnhem. Ik hou er wel van.

paarden in uiterwaard Nederrijn

De stadsmuur van ’s-Hertogenbosch

Muur Binnendieze Den Bosch

Bestaat er een centimeter muur bij de Bosche Binnendieze die nog niet is gefotografeerd? Gisteren maakten vriendin M. en ik een boottochtje in en rond ’s-Hertogenbosch. Dan vaar je tussen middeleeuwse muren van de ene overwelving naar de andere toe. Vanaf het water zie je overal prachtige doorkijkjes en pittoreske plaatjes. Internet staat er vol mee.

Maar dan de oude stadsmuur. Stadsmuur Den Bosch 2

Daar is kennelijk minder interesse voor. Stadsmuur Den Bosch 3

Een gemiste kans, volgens mij.Stadsmuur Den Bosch 4

.Stadsmuur Den Bosch 5

De zee! De zee!

De allereerste aanblik? Dat was vrijwel zeker na een autorit of fietstocht met mijn ouders en zus over het hoge duin bij de Wassenaarse Slag. Voordat je de zee eindelijk zag, rook je al het zilte nat. Later volgden er zeeën en oceanen over de hele wereld. Maar die eerste aanblik na een lange periode van afwezigheid blijft bijzonder.

De kust bij mijn oude woonplaats is allang niet meer wat die was. Te druk en te zeer aangetast naar mijn idee. Om te zien hoe het er vroeger was – veertig, vijftig jaar geleden – moet je op een maandagmiddag vroeg in april ver weg gaan van de Randstad. Naar Schoorl bijvoorbeeld, of Hargen aan Zee.

Leeg!!!

Rietlandschap in de Achterhoek, of de Liemers

Dit jaar staat de Achterhoek op mijn wandelprogramma. De Achterhoek is ruwweg het gebied ten oosten van Zutphen en Arnhem tot de Duitse grens. Ik beschouw het als één van de laatste mooie regio’s van Nederland waar nog veel te ontdekken valt. Je moet er alleen wel snel bij zijn.

Deze week ging de rondwandeling van Zevenaar langs Oude Rijnstrangen naar het Pannerdensch kanaal. In deze streek (feitelijk: de Liemers) liggen uitgestrekte rietvelden en graslanden waar duizenden ganzen en zeldzame vogels broeden.

Op een moeraslandje hoorde iemand een plons en zag ik een beverspoor. Te herkennen aan een modderig pad dat tussen het riet naar het water leidt. ’s Avonds meldde een nieuwsbericht dat de bever zijn territorium uitbreidt in Gelderland.

Ik ken dergelijk rietland uit Zuid-Holland en had dit niet in het oosten verwacht. Het oogt vertrouwd en tegelijk anders. Bijvoorbeeld door de kleur van de aarde en de vorm van de naburige stallen. Zelfs de kracht van de wind bovenop een dijk voelt zachter en warmer. Alles lijkt milder, terwijl het hier harder vriest. En de vliegtuigen ontbreken. Soms hoor je enkel het kalme getuf van een onzichtbaar vrachtschip verderop, dat zich een weg baant door een kromming van het land. Alleen de geur van gierwagens is overal hetzelfde. De boeren hadden het er druk mee.

Juist zij bezorgen mij een gevoel van urgentie. Want daar gaan ze weer, met hun te zware machines over de kwetsbare bodem. Het grasland naast de Oude Rijnstrangen is nu al te droog en de grondwaterstand te laag. Bovendien wordt de A15 verlengd. Die snelweg komt straks precies in dit gebied over het Pannerdensch kanaal heen. Need I say more? Ga dat zien, voordat de rust voorgoed verdwenen is.

Onder is boven langs dit spoor bij Arnhem

Al decennialang vind ik de regio rond Arnhem bijzonder. Vanuit Leiden kwam ik er weleens met de trein. Onderweg verandert het uitzicht geleidelijk van weilanden-met-slootjes in velden-met-bosgrond. Na Ede-Wageningen begint het glooiende terrein. Hier verschijnen grote aaneengesloten bospercelen. Helemaal buitenlands wordt het voordat je in Arnhem aankomt. Want daar moet de trein eigenlijk een stuwwal op. Hij verdwijnt echter in een diepe aardenwallen sleuf, min of meer ondergronds. Die sleuf is zo diep, dat je als passagier geen buitenlucht meer ziet. Vervolgens komt de trein vlak voor het station weer boven.

Tegenwoordig wandel ik af en toe om die aardenwallen sleuf heen. Twee spoorbruggen verbinden de wallen, zodat je een rondje kan maken van brug naar brug. Je passeert er een woonwijk, een speelweide, een laan met vrijstaande huizen en de Airborne begraafplaats. Maar het mooiste vind ik de rand van landgoed Boschveld met akkers en bospaden. Op het hoogste punt ligt het spoor hier circa vijftien meter diep. Daarvoor is in de negentiende eeuw met schep en kruiwagen een enorme berg grond uitgegraven.

Op deze foto’s is de ondergrond boven en het spoor beneden. Een rondje van spoorbrug naar spoorbrug in Oosterbeek. Nu de bomen kaal zijn, kan je zelfs de overzijde zien.

Eens katholiek, altijd katholiek

De kerken lopen leeg en menigeen is katholiek-af. Alleen betwijfel ik of dat wel kan: niet langer katholiek zijn. Het is alsof je tegen je familie zegt dat er geen bloedverwantschap meer is. Ik ben opgegroeid in de jaren zestig toen de kerk nog stevig in het zadel zat. Bij ons in het dorp zeker, al was er concurrentie van de protestanten. Maar dat waren ‘de anderen’. Daar ging je als kind weinig mee om. Ik wist exact welke buren katholiek waren en welke protestant.

Als je katholiek bent, dan ben je daar mede door gevormd. Dit begint al jong. Eerst de doop en de Heilige Communie, naast reguliere bezoeken aan de kerk. De kerkdienst bestaat uit een vaste verzameling rituelen vol symboliek. Het theater is er niets bij. Dit maakt indruk en door de herhaling beklijft alles goed. Denk aan het brood en het Lichaam van Christus, denk aan de beker met wijn als bloed. Eén snufje wierook en je bent weer terug in je jeugd. Wie ooit na afloop van de laatste avondkerstmis aan de maaltijd heeft gezeten, verlangt daar de rest van zijn leven naar terug.

Ik ging naar een katholieke lagere school en daar kregen we godsdienstles. Rond mijn tiende werd ik lid van een club in het parochiegebouw. Daar speelden we spelletjes en deden we knutselwerkjes. Ik vond het er leuk. ‘s Zomers gingen we op kamp bij boerderijen in hartje katholiek Brabant. Van het Vormsel is het niet meer gekomen, maar waarschijnlijk ben ik nog altijd lid van de katholieke kerk.

Voor tieners waren er discoavonden van de KPJ: Katholieke Plattelands Jongeren. Toen ik begon uit te gaan, was ik echter al volledig op ‘de stad’ gericht, want in naburig Leiden gebeurde het. Wel was mijn middelbare school katholiek. Die werd zelfs door nonnen gerund, dus de vorming kwam toch wel.

Die vorming zorgt ervoor dat ik katholieke symboliek direct herken. De rijke versieringen, de bijbehorende cultuur, een processie, een geur. Het geeft mij waar ook ter wereld onmiddellijk het gevoel dat ik er bij hoor. Zelfs wanneer ik geen woord versta, weet ik wat er tijdens een dienst van mij verwacht wordt. Alsof ik lid ben van de plaatselijke familie.

Tot op heden worden er in het dorp missieveilingen georganiseerd waarbij waanzinnige bedragen worden geboden. € 1.000 bijvoorbeeld, voor een ‘Boerenkaas en tosti apparaat’. Dat wil je natuurlijk dolgraag winnen.

Vandaag was ik voor het eerst in 35 jaar terug op het oude honk: de kerk waarin ik ben gedoopt en Eerste Communie heb gedaan. Hij zat stampensvol voor een herdenkingsdienst en daarna een begrafenis op het kerkhof achter het gebouw. Overal zaten familieleden, aangetrouwden en dorpsgenoten, maar ook mensen die mij volslagen onbekend waren. De begrafenisondernemer was wel mijn klasgenoot van de lagere school.

Als je daar de namen op de grafstenen leest, weet je: zelfs de onbekenden zijn allemaal verwant aan elkaar. Dus niet-katholiek worden is zoiets als breken met je familie. Dat is simpelweg onmogelijk, zelfs al zou je het willen.