Nat of droog – Het lijkt hier wel Australië

Nu het al maanden nauwelijks heeft geregend, krijg ik steeds vaker déjà vu momenten. Die kurkdroge bermen, dat opstuivende stof, die barsten in de grond, en in een bijna droge bedding dat laatste beetje vocht. Ik heb dit eerder gezien. Maar vooral het bruine, verdorde gras doet het hem: Australië.

Het zal toch hopelijk wel weer een keer gaan regenen? Vragen jullie je dit ook af?

Terwijl de situatie een half jaar geleden precies omgekeerd was. Toen daalde de extreem hoge waterstand net weer een beetje. De Waalkade bij Nijmegen zag er op 13 januari 2018 zo uit:

Grenzen in de Wageningse uiterwaard

We zitten op het gras van het Belmonte Arboretum in Wageningen. In haar vorige baan had ze contact met asielzoekers. Hun verhalen hebben haar blikveld verruimd. En dankzij haar Zweeds-Nederlandse afkomst is ze al gewend om breder te kijken dan mensen uit een monocultuur. Herkenbaar. Ik ben gefascineerd door grenzen, snijpunten en tegenstellingen. Alsof het ene nodig is om het andere te definiëren. Wat later maak ik een wandeling over het dijkje langs de uiterwaard.

Nederland zit vol grenzen, gevormd door denkbeelden, lijnen en dijken. Ook hier in dit natuur-gebied pal naast de stad. Er staan hekken (met overstapjes). Er is schrikdraad (‘Pas op! Schrikdraad.’) Er ligt een strook asfalt (voor de fietsers) en er zijn paadjes (voor de wandelaars). Mocht je twijfelen; geen nood. Voor alle duidelijkheid staan overal bordjes bij, met verboden of aanwijzingen.

Ons land is eeuwenlang door mensenhanden geboetseerd, gekneed en in een mal gegoten. Op de speciaal daartoe aangewezen plaatsen mag het nu verruigen. Maar vaker moet het strak in het gareel blijven. Ik ben opgegroeid in een gebied waar elke vierkante centimeter een economisch doel heeft. Daarom hou ik van het ruige gebied in deze uiterwaard. Tegenstelling dus. Bovendien zit het hier vol grenzen en snijpunten.

Creëer je door de lens van je camera een tunnelvisie, dan waan je je in een wildernis. Alsof er geen stad achter je ligt. En alsof er geen oude steenfabriek is, of moderne industrie. Verpruts je daarbij je scherpe foto’s door ze op te slaan in een te lage resolutie, dan zie je ook geen hoogspanningsmasten meer. Da’s toch weer handig.

(Klik desgewenst op een foto voor een vergroting. Oeps, aanwijzing.)

Plog – De Groene Bedstee

Bij warm weer wandel ik het liefst op schaduwrijke terreinen van landgoederen. Daar horen monumentale bomen bij. Eeuwenoude beuken staan symbool voor oud geld. Ze zorgen voor meer allure dan een oprijlaan. Het summum zijn de dubbele beukenlanen en de zeldzame berceaus.

De Groene Bedstee op landgoed Mariëndaal bij Arnhem is zo’n berceau. Hier konden aristocratische dames genoeglijk onder een beukenhaag wandelen, zonder dat hun roomblanke huid een tintje kreeg.

Ik ben er aan het experimenteren geweest. Foto’s van binnen en van buiten, naar boven en opzij.
Die met blaadjes en takken lijkt wel een abstract schilderij.

(Klik desgewenst op de foto voor een vergroting en betere weergave.)

 

Op de grens van hoog en laag

Nederland zal alles doen om droge voeten te houden, verwacht ik. Alleen al vanwege de enorme belangen verhoogt men de dijken voortdurend. Want de zeewaterspiegel stijgt en door meer hoosbuien elders stroomt het rivierwater sneller ons land binnen. Ook hier zal het steeds harder plenzen, zo wordt voorspeld. Op de hoogtekaart van Nederland kan je exact zien op welk niveau je woont. Dankzij een verhuizing ben ik van 0.50 meter tot liefst 58 meter boven zeeniveau opgeklommen.

Heerlijk hoor, zo kun je jezelf genoeglijk in slaap sussen. Maar mijn familie woont op -2 meter in de badkuip, evenals veel medelanders. Sowieso woont een flink deel van de wereldbevolking in laaggelegen kuststeden, ook dankzij het koloniale verleden.

Hieraan denk ik tijdens een zondagmiddag wandelingetje langs de Nederrijn. Het stuk tussen de sluizen en de aanlegsteiger voor het pontje naar Driel. Dat heb ik tot dusver alleen van bovenaf op de stuwwal gezien. Nu wil ik het van onderaf bekijken. Bij de aanlegsteiger staat de koffie klaar. Overal zijn dagjesmensen: fietsers, wandelaars, vissers en iemand met een hondje. Geen drukte, de sfeer is ontspannen. Mogelijk in het moment van de stilte voor de storm. Halverwege ligt Heveadorp. Zo’n onverwacht pittoresk pareltje, waar huizen in Engelse cottagestijl staan, compleet met rieten daken.

De foto’s tonen precies wat beeldselectie bij het nieuws doet. Kijk je in de richting van de aanlegsteiger, dan zie je een Hollands laagland tafereel. Niets doet vermoeden dat direct achter mij een massieve stuwwal 52 meter omhoog torent. En zonder detailfoto mis je het minuscule leven in een ven nabij de Nederrijn. Deze zijtak van de rivier vloeit door een momenteel te droog landschap. Keurig tussen de lijntjes, waar in januari nog alle omliggende grond werd overspoeld.

(Klik desgewenst op een foto voor een vergroting.)

 

Plog – Doesburg Hanzedag 2018

Doesburg is één van de mooiste stadjes hier in de omgeving en gisteren was het Hanzedag. Dus op naar Doesburg. Zo’n historische dag is een uitgelezen moment voor iedereen die van re-enactment houdt, of gewoon van een verkleedpartij. Dit jaar was het thema gruwelijke middeleeuwen. Het blijft fascineren: de etterende wonden en de ziekten, de wrede lijfstraffen, de smerigheid, de rechteloosheid en alle andere plagen van die tijd.

Doesburgs’ monumentale binnenstad is een perfect decor voor lieden van diverse pluimage. Zoals marskramers, kruidenvrouwtjes, ganzenhoeders en minstrelen, een vuurvreter en een processie zingende nonnen. De een meer historisch verantwoord gekleed dan de ander. Vooral schoenen zijn daarbij een goede test. En het scheelt of textiel uit een Chinese fabriek komt, of handgeweven en vervilt is. Als Leidse herken ik echte lakense stof direct. Daarom gaat de hoofdprijs naar de muzikanten en de vuurvreter. Maar met haar algehele presentatie ontstijgt de heks de rest. (Klik desgewenst op een foto voor een vergroting.)

Leeuwarden – It wurd moaier as it is

Gisteren bezocht ik voor de tweede keer in mijn leven Leeuwarden. Van de eerste keer herinner ik me slechts flarden. Dat doet iets met hoe je naar zo’n stad kijkt. Daardoor bezie je een plaats met een frisse blik.

Vroeger zag je vooral blonde mensen in de treinen ten noorden van Zwolle. Dan voelde ik me bijna een buitenlandse. Die tijd is voorbij. Tot Steenwijk zit de trein vol overzeese toeristen die naar Giethoorn gaan. Daarna zitten er vier druk pratende Eritrese of Somalische mannen vlakbij. Dat belemmert me wel om in Friese sferen te geraken. Maar langs de oneindige, lege weides (waar zijn de koeien en paarden van weleer gebleven?) liggen nog brede vaarten. Dat klopt tenminste met mijn herinnering.

Leeuwarden is zo’n stad waarvan ik achteraf blijf denken: ‘Maar wat vónd je er nou van?’ Ik weet het niet. Het lijkt me dat deze stad slachtoffer is geworden van overijverige mensen met te veel budget voor de verkeerde dingen. Wethouders, beleidsmakers, kunstenaars en projectontwikkelaars. Lieden die méér willen dan wat het eigenlijk is. Of ooit is geweest. Of ooit zou kunnen zijn, maar nu nog even niet. Zoals het ook met Leiden grandioos mis had kunnen gaan. Ware het niet dat daar het geld op was in de jaren zeventig. Godzijdank.

Ontegenzeggelijk heeft Leeuwarden zijn mooie plekjes. Het park langs de singels, bijvoorbeeld. De historische straatjes en pandjes in de binnenstad. Wat zeg ik? Ze hebben er knoeperds van monumentale bouwwerken en fraaie tierelantijnen. Het stadsbeeld is compleet met museale schepen langs de kades. Precies zoals het hoort volgens mijn ideaalplaatje. Want o wee als je dit soort zaken met Kunst en nieuwbouw gaat verfraaien.

Leeuwarden heeft nogal wat kunst in de openbare ruimte, in alle stijlen en maten. Daar zitten heel leuke dingen bij, geen twijfel aan. Zoals de beelden die nu op het plein voor het station staan. Die vind ik echt mooi. Ze horen bij het project van de elf fonteinen in elf Friese steden. Gisteren waren die toevallig op tv: 20.15 uur 11 Friese fonteinen, van de NTR op NPO2. Je kan het nog terugkijken. Dan zie je wat een strijd eraan vooraf is gegaan. Tussen omwonenden, plannenmakers en, tegen wil en dank: de kunstenaars.

Als het om kunst en nieuwbouw gaat, weet je dat het tongen los zal maken. Ik vond het pijnlijk om te zien, dat programma. Het wekte de indruk dat die fonteinen voor het gevoel van de omwonenden erdoor werden gedrukt. De veelal buitenlandse kunstenaars moeten de weerstand hebben geproefd. Maar de plannenmakers hielden hun gezichten strak in de plooi. Project geslaagd. Dat hoort zo als je in hun schoenen staat.

Het luistert nauw. Ik ken weinig voorbeelden van historische steden waar moderne kunst goed mee samengaat. Montpellier. Dan hebben we het wel over Frankrijk. In Leeuwarden, intussen, doen ze het beter met woorden dan met beelden. Uitgezonderd die twee bij het station. Die doen er juist het zwijgen toe, maar mogen er zijn.

Plog – Varen op het Leidse water

Zodra de zon schijnt, komen ze allemaal tegelijk in beweging. De bootjes in Leiden. Sommigen varen de stad uit naar de Kaag of de Braassemermeer. Anderen maken uitstapjes over de Vliet of de Oude Rijn.

Vermoedelijk varen de meesten gewoon rondjes over en binnen de singels. Want het is zien en gezien worden hier. En je kan makkelijk aanleggen bij menig café. Terrasboten genoeg, overigens. Ook zonder eigen boot is het goed toeven op de Leidse grachten. Dan ontloop je gelijk de nautische files. Die zijn op zondagen een waar fenomeen.

Zouden er nog echte peurders zijn?