Overerfelijk verlangen naar Gelders Arcadië

Ansichtkaart ca 1910 bedriegertjes kasteel Rosendael

Mijn moeder begint steeds over kasteel Rosendael, sinds ik vanuit Leiden ben verhuisd naar een dorp bij Arnhem. Ze praat dan vol verlangen. Waarom, was mij lange tijd een raadsel. Met een damesclubje bezoekt ze al regelmatig kastelen en musea. En volgens mij is kasteel Rosendael niet specialer dan die andere buitenplaatsen. Maar nu snap ik het, vermoedelijk, dankzij het ansichtkaartenboek van mijn oudtante.

Dat ansichtkaartenboek is van rond 1910. Het bevat tientallen afbeeldingen van bevallige dames, schattige kindertjes en gedistingeerde heren die hun geliefde romantisch een bloemetje aanbieden. Verder zijn er kaartjes van kustdorpen, plattelandstafereeltjes, steden en voorname buitenplaatsen.

Ik weet niet of mijn oudtante ooit in de buurt van Arnhem is geweest. Haar zus stuurde wel een ansichtkaart van een villapark in Berg en Dal. En er zijn ansichtkaarten van buitens in Oosterbeek, Heelsum, Wageningen, Beekhuizen, Velp en … Rozendaal.

Mijn moeder heeft als kind deze contreien bezocht; een andere oudtante woonde in Arnhem. Daar is ze in de oorlog naartoe geweest. Soms vertelt ze er nog over, want dat bezoek heeft grote indruk gemaakt. Het was in 1944 en er kwam een berg eten op tafel. Maar of mijn moeder toen ook het nabij gelegen Rozendaal heeft bezocht? Dat moet ik eens navragen.

Waarschijnlijk ontstond mijn moeders verlangen naar kasteel Rosendael toen zij voor het eerst dat ansichtkaartenboek zag. Ze zal met haar ouders op visite zijn geweest bij oom en tante in Wassenaar. Die woonden ook al op zo’n idyllische locatie in het groen. Als klein meisje moest mijn moeder zoet zijn en braaf opzitten. Misschien mocht ze voorzichtig door het album bladeren en vertelde tante er verhaaltjes bij. Dit plaatjesboek heeft vast het magische effect gehad als van een toverlantaarn.

Blijkbaar heeft ze het toen opgewekte verlangen op mij overgedragen. Want na een eerste wandeling hier wilde ik eveneens steeds terugkomen. Vanwege het landschap, de ruimte en de bossen. Maar ook vanwege de prachtige fin de siècle huizen. Gelders Arcadië telt wel 103 buitenplaatsen. Per seizoen bezoek ik er een paar. Kortom, er valt voorlopig nog genoeg te ontdekken.

Impressies van het defilé Wageningen 2019

Defile bevrijdingsdag 2019 Wageningen 04Op Bevrijdingsdag bezocht ik Wageningen voor het defilé van de veteranen. De stemming zat er goed in, zowel bij hen als bij het publiek.

Vermoedelijk komen er veel mensen op af die iets met defensie hebben. Of hadden. Naast mij stond een paar dat uit Den Helder afkomstig was.

 

Er reden tanks en oude legervoertuigen voorbij. Het paste allemaal maar net in het smalle straatje. Dit defilé is best aandoenlijk, vergeleken bij grootschalig Russisch machtsvertoon. De mevrouw naast mij beaamde dat: ‘Daar doen ze het vanuit plicht, hier vanuit gevoel.’ Het leek mij een rake observatie.

Defile bevrijdingsdag 2019 Wageningen 11

Ik zag diverse bekenden. Mathilde, van het blog Sprokkelen, stond aan de overkant. En er passeerde een museaal voertuig met het vertrouwde wapen van Leiden, mijn oude stad.Defile bevrijdingsdag 2019 Wageningen Leiden

En jawel hoor, daar kwam de Band Of Liberation al aan. 3 Oktober, 3 oktober! Oh nee.Band of Liberation in Wageningen

Ga eens op Bevrijdingsdag naar het defilé in Wageningen. Na afloop kan je bij bands op podia in de stad nog uitgebreid feestvieren.

Woeste landjes

In Nederland hebben woeste landjes aantrekkingskracht. Woeste landjes zijn stukken grond waar niemand naar omkijkt. Verlaten en overwoekerde bedrijfsterreinen, bijvoorbeeld. Met een bordje ‘Verboden toegang’. Geen bewakingscamera die erop let. Half ingestorte panden, wachtend op toekomstplannen. De ruiten zijn ingegooid en het onkruid tiert welig door. Terreinen vol stilstand. Ontwikkelaars en gemeenteraden praten jarenlang.
Nu wordt alles anders. Jammer.

Verderop een weitje voor een dromedaris. Uit het circus ontsnapt? Een klein woonwagenkamp, een soort van autohandel en een sloperij. Niemands landjes. Iemand heeft zijn paarden in de uiterwaard gestald. Je vindt het allemaal langs de Nederrijn bij Arnhem. Ik hou er wel van.

paarden in uiterwaard Nederrijn

De stadsmuur van ’s-Hertogenbosch

Muur Binnendieze Den Bosch

Bestaat er een centimeter muur bij de Bosche Binnendieze die nog niet is gefotografeerd? Gisteren maakten vriendin M. en ik een boottochtje in en rond ’s-Hertogenbosch. Dan vaar je tussen middeleeuwse muren van de ene overwelving naar de andere toe. Vanaf het water zie je overal prachtige doorkijkjes en pittoreske plaatjes. Internet staat er vol mee.

Maar dan de oude stadsmuur. Stadsmuur Den Bosch 2

Daar is kennelijk minder interesse voor. Stadsmuur Den Bosch 3

Een gemiste kans, volgens mij.Stadsmuur Den Bosch 4

.Stadsmuur Den Bosch 5

De zee! De zee!

De allereerste aanblik? Dat was vrijwel zeker na een autorit of fietstocht met mijn ouders en zus over het hoge duin bij de Wassenaarse Slag. Voordat je de zee eindelijk zag, rook je al het zilte nat. Later volgden er zeeën en oceanen over de hele wereld. Maar die eerste aanblik na een lange periode van afwezigheid blijft bijzonder.

De kust bij mijn oude woonplaats is allang niet meer wat die was. Te druk en te zeer aangetast naar mijn idee. Om te zien hoe het er vroeger was – veertig, vijftig jaar geleden – moet je op een maandagmiddag vroeg in april ver weg gaan van de Randstad. Naar Schoorl bijvoorbeeld, of Hargen aan Zee.

Leeg!!!

Rietlandschap in de Achterhoek, of de Liemers

Dit jaar staat de Achterhoek op mijn wandelprogramma. De Achterhoek is ruwweg het gebied ten oosten van Zutphen en Arnhem tot de Duitse grens. Ik beschouw het als één van de laatste mooie regio’s van Nederland waar nog veel te ontdekken valt. Je moet er alleen wel snel bij zijn.

Deze week ging de rondwandeling van Zevenaar langs Oude Rijnstrangen naar het Pannerdensch kanaal. In deze streek (feitelijk: de Liemers) liggen uitgestrekte rietvelden en graslanden waar duizenden ganzen en zeldzame vogels broeden.

Op een moeraslandje hoorde iemand een plons en zag ik een beverspoor. Te herkennen aan een modderig pad dat tussen het riet naar het water leidt. ’s Avonds meldde een nieuwsbericht dat de bever zijn territorium uitbreidt in Gelderland.

Ik ken dergelijk rietland uit Zuid-Holland en had dit niet in het oosten verwacht. Het oogt vertrouwd en tegelijk anders. Bijvoorbeeld door de kleur van de aarde en de vorm van de naburige stallen. Zelfs de kracht van de wind bovenop een dijk voelt zachter en warmer. Alles lijkt milder, terwijl het hier harder vriest. En de vliegtuigen ontbreken. Soms hoor je enkel het kalme getuf van een onzichtbaar vrachtschip verderop, dat zich een weg baant door een kromming van het land. Alleen de geur van gierwagens is overal hetzelfde. De boeren hadden het er druk mee.

Juist zij bezorgen mij een gevoel van urgentie. Want daar gaan ze weer, met hun te zware machines over de kwetsbare bodem. Het grasland naast de Oude Rijnstrangen is nu al te droog en de grondwaterstand te laag. Bovendien wordt de A15 verlengd. Die snelweg komt straks precies in dit gebied over het Pannerdensch kanaal heen. Need I say more? Ga dat zien, voordat de rust voorgoed verdwenen is.

Onder is boven langs dit spoor bij Arnhem

Al decennialang vind ik de regio rond Arnhem bijzonder. Vanuit Leiden kwam ik er weleens met de trein. Onderweg verandert het uitzicht geleidelijk van weilanden-met-slootjes in velden-met-bosgrond. Na Ede-Wageningen begint het glooiende terrein. Hier verschijnen grote aaneengesloten bospercelen. Helemaal buitenlands wordt het voordat je in Arnhem aankomt. Want daar moet de trein eigenlijk een stuwwal op. Hij verdwijnt echter in een diepe aardenwallen sleuf, min of meer ondergronds. Die sleuf is zo diep, dat je als passagier geen buitenlucht meer ziet. Vervolgens komt de trein vlak voor het station weer boven.

Tegenwoordig wandel ik af en toe om die aardenwallen sleuf heen. Twee spoorbruggen verbinden de wallen, zodat je een rondje kan maken van brug naar brug. Je passeert er een woonwijk, een speelweide, een laan met vrijstaande huizen en de Airborne begraafplaats. Maar het mooiste vind ik de rand van landgoed Boschveld met akkers en bospaden. Op het hoogste punt ligt het spoor hier circa vijftien meter diep. Daarvoor is in de negentiende eeuw met schep en kruiwagen een enorme berg grond uitgegraven.

Op deze foto’s is de ondergrond boven en het spoor beneden. Een rondje van spoorbrug naar spoorbrug in Oosterbeek. Nu de bomen kaal zijn, kan je zelfs de overzijde zien.