1584 – 1918 – 1945: als … dan …

Als Nederlandse ouderen over ‘de oorlog’ praten, dan bedoelen ze die van 1940 – 1945. De oorlog van 1914 – 1918 komt amper ter sprake, terwijl daarin de kiem voor de ‘tweede’ school. Als het over die ‘eerste’ oorlog gaat, dan is Ieper nooit ver weg. Maar herinneringen vervliegen snel.

Wie denkt nog aan Ieper als figurant in de Tachtigjarige Oorlog? Een deel van mijn Vlaamse voorouders komt er vandaan. Noodgedwongen verlieten ze rond 1584 huis en haard en kwamen in Leiden aan. Daar wonen hun nakomelingen nog steeds, dertien generaties later.

Als … dan. Welbeschouwd dank ik mijn leven aan die oorlog van lang geleden.

Oorzaak en gevolg. Het steentje in de rivier.

We beseffen zelden hoe ver de reikwijdte en invloed van onze geschiedenis gaat.

Stranden in Gelderland

De een houdt van zee, de ander houdt van bergen. Overal kunnen we ontspannen en nieuwe energie opdoen, zolang de omgeving maar bij ons past. Aan de kust kan je na een drukke periode lekker uitwaaien en je hoofd leegmaken. Zoek je juist een fysieke en mentale uitdaging, dan haal je je hart op bungelend boven een afgrond. Wat bij jou past, ontstaat misschien wel door het landschap waarin je opgroeit.

In mijn jeugd was de kust als vanzelfsprekend nabij. Je fietste er zo naartoe. Toch wees daar niets op in ons dorp. De omgeving bestond uit uitgestrekte groene weiden van melkveehouderijen. Maar de wind was er altijd. Als aanwijzing voor de nabijheid van een heel andere entiteit. Het weidse land en de open zee creëerden een behoefte aan vrij zicht. Ontstaat zo ook een behoefte aan transparantie en duidelijkheid?

Kustlijnen zijn als grenslijnen. Ze begrenzen niet altijd. Stranden vormen juist een overgangsgebied van vast naar vloeibaar, en andersom. Dat vloeibare heeft iets magisch. Je kan denken: ‘Hier in Nederland/België ben ik via de aardkorst verbonden met iemand in Griekenland.’ Maar er zit amper beweging in gesteente en het geleidt beroerd. Water, daarentegen, beweegt. Steek een teen in zee en je bent in direct contact met de kustlijnen van Zuid-Afrika, Vietnam, Canada, Oman, Australië en alle Polynesische eilanden.

Hier in Gelderland stellen de stranden op het eerste gezicht weinig voor. Je hebt van die plasjes op de Veluwe. Als er dan wat zand bij ligt, noemen ze dat meteen een strand. Maar door deze provincie heen lopen wel grote rivieren. De Maas en de Waal, de (Neder)Rijn en de IJssel. Daar liggen heel veel strandjes langs, kilometers achter elkaar. Vanaf het zand kan je zelfs je tenen in het water steken en het waait er nog ook. Sterker, in Gelderland ligt tussen rivierkribben iets, wat je nergens aan de Hollandse kust vindt. Namelijk vrij toegankelijke privé-stranden.

Ach wat. Laat de mensen in de Randstad maar denken dat ik diep in het bos ben gestrand. 😉

Plog – 3 oktober 2018 optocht Leidens Ontzet

Natúúrlijk was ik vandaag in Leiden. Op deze dag zou ik nergens anders willen zijn. De viering van 3 oktober hangt van tradities aan elkaar en een daarvan is naar de optocht gaan. Dat klinkt passief, maar niets is minder waar. Want het publiek doet vanachter de dranghekken volop mee. Dat hoort er bij. Hier wat foto’s als sfeerimpressie.De Geuzen.

Zuster Klivia.

Reïncarnatie van Rubberen Robbie?

Spuitgasten uit 1929 bij de stadhuisbrand.

Bijdrage van het Rijksmuseum van Oudheden. Ja sorry hoor, ik ben geen actiefotograaf.

Lekker midden op de weg rennen, nu het eindelijk kan.

Hoogwaardigheidsbekleder 3 October Vereeniging achter de draak aan,
voorzien van enig commentaar.

Plog – Arnhem enerzijds anderzijds

‘Arnhem mijn stad’ staat er op een sticker bij de bushalte. De halte van bus 1 net buiten het station. Een trolleybus, zoals je alleen in Arnhem ziet en mijn favoriete lijn. Soms rij ik helemaal mee van het begin tot het eind.

Arnhem is mijn stad niet. Ik ben te Leids en spreek geen Ernems. Kan je überhaupt volledig integreren na een zekere leeftijd? Of sleep je al te veel bagage mee, hoe veel je ook wegdoet? Zie hoe de oude stadspoort hier mee worstelt, zo ingeklemd tussen het nieuwe beton.

Overal zijn aardige en minder aardige mensen, dat is bekend. En de rivier trekt toch wel. Enerzijds / anderzijds. Noord en Zuid op de foto, vanaf hetzelfde punt. Wat je er van vindt, maakt de stad weinig uit.

Plog – Saluut van een vliegtuig

Na een zomer vol bijen, hommels en vlinders, volgen steevast in september de vliegtuigen. Geen gewone van de burgerluchtvaart, maar zeldzame uit de Tweede Wereldoorlog. Elk jaar komen zwaar ronkende Dakotas en Hercules toestellen over. Rond Arnhem en Wageningen zijn deze trekvogels bekende verschijningen. Ze zijn hier de airborne herdenkingen en brengen een saluut aan hun gesneuvelde makkers.

(Klik desgewenst op een foto voor een vergroting.)

Wil jij weten wat er boven jouw hoofd vliegt? Je vindt actuele informatie over elk toestel op de Global Radar View van ADS-B Exchange.

Even terug op Leidse geboortegrond

Ondanks alle wetenschappelijke kennis blijven sommige zaken onverklaarbaar. Eind jaren tachtig kreeg ik een huurwoning op de Leidse Uiterstegracht. Het was bij de Groenesteeg in het hart van de wijk Pancras Oost. Deze middeleeuwse wijk uit 1346-1355 ligt tussen de Oude en de Nieuwe Rijn, de Hooigracht en de Herengracht. Hier werd eeuwenlang het befaamde Leidse laken gemaakt. Eenmaal daar, bekroop mij het vreemde gevoel dat ik al een veel oudere band had met die wijk. Alsof mijn voorouders er hadden rondgelopen.

Het is zo’n buurt waar vroeger wevers thuis werkten op een groot getouw in de krappe voorkamer van hun ‘wevershuis’. In de negentiende eeuw verschenen de machines en fabrieken. Veel verkrotte pandjes maakten in die tijd plaats voor de vooruitgang. Na nog een periode van verval werden de resterende oude huisjes en gebouwen opgelapt. Inmiddels zijn ze zeer geliefd en worden ze gekoesterd als erfgoed.

Een paar jaar na mijn komst verhuisde ik weer en eind 1995 dook ik in mijn geschiedenis. Sindsdien begrijp ik iets beter waar dat gevoel vandaan kwam. Want inderdaad: de afgelopen eeuwen hebben nergens anders zoveel voorouders van mij op een kluitje gewerkt, geleefd en rondgelopen.

De bevolkingssamenstelling van deze buurt is intussen flink veranderd. Dat proces gaat continu door. Waarschijnlijk is ruim de helft sinds mijn vertrek nieuwkomer. Op mijn geboortegrond – een straat verder – wonen nu studenten en immigranten. Elk jaar arriveren en vertrekken mensen. Een deel blijft hangen en sommigen keren na jaren terug. Het is nooit anders geweest daar.