Onverklaarbare intuïtie

Ogenschijnlijk was er geen verband. Op een dag zag ik een emmer staan naast de panelen op het platte dak. Er was dus iemand geweest, hiernaast. Kennelijk waren de panelen gewassen en ontdaan van Saharazand. Bruin zand.

Het was ochtend, een paar weken later. Ik lag in bed en was net wakker. Ik moet naar de schoorsteen kijken, dacht ik. Out of the blue. Het was een volkomen geïsoleerde gedachte. Er was geen enkel verband met wat ik even daarvoor had gedacht of met wat ik die dag nog ging doen. Toch moet mijn onderbewustzijn een link hebben gelegd met een andere waarneming, die al bijna in vergetelheid was geraakt.

Ik moet op zolder gaan kijken naar de schoorsteen en naar de woning-scheidende wand. Binnen, onder het dak. Waar dat grenst aan het dak van de buurman. Die slang.

Soms werkt intuïtie als een waarschuwingssignaal vanuit je onderbewustzijn. Dan besef je pas achteraf hoe je op een bepaalde gedachtegang kwam. Soms blijft intuïtie onverklaarbaar. Maar ook bij de uiterst zeldzame, volkomen onverklaarbare voorvallen heeft intuïtie mij altijd beschermd.

De cadeautjes van het voorgaande jaar

Gevoelig als ik ben voor jaarwisselingen en voor goede afrondingen, wil ik elk nieuw jaar beginnen met een schone lei. Dat is onbegonnen werk. Toch blijf ik het proberen, want ik geloof oprecht dat dit belangrijk is. Onopgeloste problemen zijn cadeautjes voor het nieuwe jaar, meent een andere blogster. Zij is nogal van de mindfulness.

Op weg naar 2021 kon ik bitter weinig waardering opbrengen voor haar ‘wijsheid’. Naast het gedoe van enkele al langer lopende kwesties, was in december ook een serieus oogprobleem begonnen. Op de eerste gewone werkdag in januari moest ik meteen naar de oogarts toe. Zelden ben ik zo beroerd en ongerust een nieuw jaar ingegaan als 2021. 2021, dat zou wat gaan worden. En jawel: op mijn intuïtie kan ik blindvaren.

Dus ben ik afgelopen december weer keihard bezig geweest met opruimen. Met afhandelen. Met in gang zetten. Met keuzes maken, onverbiddelijk als het moest. Met afronden, en deze keer goed. Zonder enige scrupules en rücksichtslos, als de situatie daarom vroeg. Alles, maar dan ook alles om geen herhaling van 2021 te krijgen. En dat is gelukt. Ik kan het nu al voelen. Never underestimate datgene wat je gevoel zegt dat je doen moet.

Na de recente opschoonacties keer ik terug naar de basis. Voor 2022 wens ik de hele wereld de wijsheid toe van Max Ehrmann. (Klik desgewenst op de foto voor een vergroting.)

Stukken uit het verleden van mijn identiteit

Ze gaan door mijn handen of passeren op het scherm als digitale bestanden van weleer.

  1. Toolkit Sustainable Tourism. Staat ook op internet, dus kan weg.
  2. Ondernemingsplan [bedrijfsnaam] definitief.
  3. Studiemateriaal cursus Praktische Journalistiek.
  4. Reisverslag Cambodia en Vietnam. Dit was geen vakantie, maar ter voorbereiding van een bedrijfsplan.
  5. Gezinskaarten van alle geslachten, nu overgeheveld naar de map BBB Oud.
  6. E-mails van ex-collega’s over mijn nieuwe plan. Ander plan.
  7. LOI-cursus Engels, aanvankelijk snel mee gestopt. Na Australië weer uit de kast gehaald en in aanloop naar de CPE-cursus alsnog al het huiswerk gemaakt.
  8. Trainingsmateriaal van het Centre for Safety and Development. Een van de trainers was ex-marinier en boomlang. Dat is mijn blijvende herinnering daaraan.
  9. Marketingplan, inclusief lijst met uitgevoerde activiteiten. Ongelofelijk, wat een moeite ik toen nog heb gedaan.
  10. Correspondentie 2013. Einde verhaal.
  11. Diverse hand-outs Interculturele Communicatie, Ondersteuning regio Afrika.
  12. Digitale map CV’s en resumés. Het is dat ik denk: ‘Je weet maar nooit,’ anders had ik al geklikt op ‘Delete’.
  13. Practical guide for entrepreneurs in sustainable tourism. Eigen tekst, eind april 2009 geschreven tot pagina 45. Toen wist ik dat dit het niet ging worden. Ik lees de tekst met een mengeling van ontzetting en verwondering. …
  14. Foto uit 2012, Kerstmarkt in Warmond. Ik stond daar.
  15. Voorbeeld van een kostenberekening voor boeken bij een uitgeverij. Plus meer in de map met lesmateriaal van de Vakopleiding Boekenbranche.
  16. Verslag van een functioneringsgesprek uit 1994 met Gabriella P. ‘Zeer betrouwbare, hardwerkende, sympathieke medewerkster.’, concludeerde zij. Dat schrijft tegenwoordig niemand meer over mij.
  17. Bedrijfsfolder uit 1990 met een foto van het voltallige personeel. Gaat nooit weg.
  18. NCOI-map met als inhoud een training Persoonlijke Effectiviteit. (Uit mijn PAP [Persoonlijk Aktie Plan] ‘Je eigen beste vriendje zijn.’ ‘Stem oefenen, lagere toon.’ Enzovoort.) Gedaan in Rotterdam. Heeft bar weinig effect gesorteerd, dus deze map leg ik nog even apart.
  19. Details.
  20. De vele, vele details.

Op de achtergrond passeren oude, vertrouwde bekenden in de Top 2000. Muziekstukken en namen uit een gedeeld verleden. Aanwezigen bij een andere en vroegere manier van leven. Sommigen heb ik al te lang gemist, dat besef ik nu, want zonder ben ik incompleet. Samen vormen ze de stukken waaruit mijn identiteit is opgebouwd.

Update van een luie blogster

Het heeft wel wat, hoor, zo’n blogopruiming. Je komt nog eens wat tegen waarvan je denkt: Goh, dat is handig. Die tekst kan ik mooi aanvullen en dan op mijn andere website plaatsen. En wanneer je voor een nieuw logje een passende foto zoekt, duik je gewoon in het archief met gewiste foto’s. (Deze tip is minder raadzaam voor wie veel langdurige volgers heeft.) Maar bovenal geldt: less is more! Vooral wat kwaliteit betreft, want alleen de betere logjes en foto’s blijven. Dat maakt ze gelijk sneller vindbaar.

Nu de halve inhoud van Raam Open is verdwenen, heb ik de Pronkkamer opnieuw ingericht. Wellicht wil je daar eens een kijkje nemen?

Verder heb ik Over mij een update gegeven, al is de aanvulling bescheiden.

Tot besluit nog dit. Een tijd lang heeft een vroegere volgster overvloedig op vrijwel ieder bericht gereageerd. Zo vaak, dat het leek alsof mijn blog compleet werd overgenomen. Afgaande op haar blog, heeft zij inmiddels meer innerlijke rust gevonden. Ik heb haar schrijfsels gewist, want Raam Open is mijn speeltuin. De Reactieregels zijn onveranderd en zullen in de komende jaren ook zo blijven. 😉

De connectie met Leiden blijft

Als soortement immigrant in Gelderland heb ik nog altijd een stevige band met Leiden, mijn geboortestad. Waren emigranten in vroeger tijden aangewezen op de trage en soms onbetrouwbare postbezorging per postkoets, trekschuit of oceaanstomer; anno 2021 hebben expats het een stuk makkelijker. Met Zoom, Facebook of Instagram kunnen ze rechtstreeks contact houden met de achterblijvers. Zelf blijf ik onder meer op de hoogte via nieuwsbrieven van Leidse organisaties.

Het Leidse geluid
Als ik even dat zangerige onvervalste rasechte Leidse taaltje wil horen, hoef ik maar te luisteren naar de vertellingen door oudere Leidenaren in de verhalencollectie van Erfgoed Leiden. Ach, ach, wat klinkt dat toch vertrouwd. Er staan maar liefst 120 interviews van Leidenaren op deze prachtige website. Voor eenieder die zijn hart wil ophalen met uit het leven gegrepen verhalen uit de vorige eeuw is deze goudmijn een ware aanrader.

Kennis en wetenschap
Verder ontvang ik verschillende nieuwsbrieven van Universiteit Leiden, waaronder van de Leidse Hortus en de Digital Collections in de universiteitsbibliotheek. De bieb beheert onder meer een rijke verzameling middeleeuwse manuscripten die je pagina voor pagina op internet kan doorbladeren. In de algemene nieuwsbrief van de universiteit lees je al over onderzoeksresultaten van de studierichtingen voordat ze in het NOS-journaal komen.

Wat mij bijvoorbeeld interesseert, is het bericht Geschiedenis van Afrika dekoloniseren was moeizaam proces. Hier in het Westen dacht men dat Afrika voor de koloniale tijd nauwelijks geschiedenis had. Alsof er geen eeuwenoude bibliotheken waren in Timboektoe en alsof er geen oral history bestond. Promovenda Larissa Schulte Nordholt constateert: ‘Mensen krijgen constant de beschuldiging dat ze politiek bedrijven omdat ze als waarheid ervaren kennis uitdagen.’ Klinkt bekend, toch?

Kunst en geschiedenis
Op dit moment is er een bijzondere tentoonstelling in de Oude Sterrewacht met kunstwerken van Aboriginal Australische en Zuid-Afrikaanse artiesten. Met hun kunst gaven zij vanuit hun culturen betekenis aan de verschijning en positie van sterren en planeten. Als je de millennia oude stippelpatronen van Australische Aboriginals ziet, kan je je afvragen of Vincent van Gogh toevallig door hun werk werd geïnspireerd. …
Overigens hou ik ook een lijntje met Galerie het Oude Raadhuis in Warmond en (uiteraard) met Museum Het Leids Wevershuis. Want waar museum De Lakenhal een deel van mijn familiegeschiedenis verbeeldt, beschouw ik het knusse wevershuisje in mijn oude buurt zo ongeveer als mijn thuis.

Onderstaande foto komt uit het onlangs verwijderde logje Leidse Breestraat in kerstsfeer.

Niet meer naar de kapper

Het vorige bezoek aan de kapster is drie maanden geleden en het wordt hoog tijd dat ik weer ga. Je zou zeggen: ‘Dan maak je toch gewoon een afspraak?’ Dat kan inderdaad, ja, ondanks corona. Mondkapje op en knippen maar. Maar ik ga met hoe langer hoe minder zin naar haar toe. Welbeschouwd is die tegenzin er al zes jaar. Want voor de verhuizing had ik een zeer vakkundige kapster. Iemand met wie ik bovendien gesprekken kon voeren die werkelijk ergens over gingen. Dat is een waardevolle combinatie: vakwerk met inhoud. Zeker als het om een kapper gaat.

Mijn haar is overigens reuze makkelijk te knippen. En zit het model er eenmaal goed in, dan heb ik er geen omkijken meer naar. Even wassen en kammen en dan ben ik klaar. Veel mannen ’s staan morgens langer voor de spiegel aan hun haar te frunniken dan ik als vrouw.

Een goede kapper is goud waard. Ik spreek uit ervaring, met schaamte, schade en schande opgedaan. Eerder somde ik hier al eens op wat er allemaal mis kan gaan: 1. Scheef geknipt haar. (De lange kant heb ik later zelf bijgeknipt.) 2 Mislukte highlights. 3. Driemaal de mislukte highlights overdoen met peroxide en daarna in zee gaan zwemmen. (Oeps.) 4. Brandwonden op mijn hoofdhuid krijgen van de permanentvloeistof. (‘Oh sorry, tijd vergeten., riep de kapper uit. Is het al zó laat?’) 5. Een heel ander model krijgen dan ik had gevraagd. (In dit geval liet ik vooraf een foto zien van hoe mijn haar eerder was geknipt. Zo wilde ik het weer hebben. Maar de kapster vond blijkbaar dat het deze keer anders moest.) Het is een groot geluk dat mijn haar steeds weer aangroeit.

Voorbeeld nummer 5 komt uit de praktijk van mijn huidige kapster. Dit geeft een goede indruk van hoe zij met klanten omgaat. Toen ik de foto liet zien, zei ze dat het ‘prachtig’ zat. (Ze had het nota bene zelf geknipt, zou ze dat niet door hebben gehad?) Vervolgens gaf ik met duim en wijsvinger aan hoeveel centimeter korter de bedoeling was. ‘Vier centimeter’, zei ik er ten overvloede bij. Ik bedoel, hoeveel duidelijker kan het nog? Vier centimeter is toch gewoon vier centimeter, of niet soms?

Wanneer ze begint, moet ik met mijn hoofd vooroverbuigen, zodat ze eerst (bij wijze van maatvoering) mijn nekharen kan knippen. Tegen de tijd dat ik dan weer rechtop mag zitten, is zij al halverwege. Tussendoor houdt ze altijd een hele redevoering (eenrichtingsverkeer). Of ze stelt mij een vraag, terwijl ik daar met dichtgeknepen keel zit, want voorovergebogen hoofd, in een benarde positie. Tussendoor moet ik ook nog hete cappuccino naar binnen gieten. Anders wordt het koud, of drijven er haren in. Ze werkt namelijk slordig. Ik heb veel meer oog voor detail dan zij, dat blijkt wel. Ik zou die losse haren namelijk meteen zien. Zij niet. Ze laat ook altijd van die kriebelige afgeknipte plukjes haren steken in mijn nek, precies op de rand van de cape.

Die cape is zwart. Dat is een probleem, want haar kapperstenue is eveneens zwart. Tegen een dergelijke donkere achtergrond kan zij nooit goed zien of mijn donkerbruine haar aan de linkerkant even lang is als aan de rechterkant. Maar zelf bedenkt zij dat niet. Daardoor zit het regelmatig scheef. Dat zie ik doorgaans pas thuis, omdat zij na het knippen steevast mijn haar een beetje ‘los en speels’ föhnt. Dat vindt zij kennelijk leuk. Dus dan moet ik thuis alsnog met een keukenschaar aan de slag.

Ik ga hooguit een keer per twee maanden naar de kapper, want ik vind het minder leuk. Tussendoor knip ik zelf mijn pony, zodat het er weer een maand mee door kan.

Dus dacht ik afgelopen zondag: ‘Weet je wat? Als ik mijn pony met een botte keukenschaar bij kan knippen, dan lukt de rest vast ook wel.’

Ontspannen de operatiekamer in

Bij die binnenoogpretjes van vorige week heb ik jullie op het verkeerde been gezet. Een heerlijk droog stukje over een medische ingreep; zo werd het getypeerd. Wat ik er niet bij heb verteld, is dat ik ternauwernood een aanval van hyperventilatie heb onderdrukt. Beter gezegd: zelfs dat is niet gelukt. De hele behandeling duurde hooguit een minuut en ik heb de injectie met het gas in mijn oog niet eens gezien of gevoeld. Maar het idée, terwijl je volledig aan anderen mensen overgeleverd bent.

Dus toen ik gisteren weer voor controle in het ziekenhuis was, en bleek dat mijn oog toch moest worden geopereerd, en de oogarts meteen een opdracht tot reserveren gaf, en ik bij de balie te horen kreeg: ‘Er is misschien vanmiddag een plekje vrij, maar met zekerheid kunt u morgen om 8.30 uur worden geopereerd.’, toen voelde ik direct weer een paniekvlaag door mijn lichaam gaan. Zo een die acuut misselijk maakt. [Rustig blijven ademhalen nu. Kalm nou.] Ik zei: ‘Doe die van morgen maar.’

Ik ken mezelf, want ik heb al eerder een paar bijna-paniekaanvallen gehad. Een keer in Sevilla, toen ik dacht dat er een inbreker op het balkon van mijn hotelkamer stond. En een keer toen het water van de badkamer recht door het plafond van mijn woonkamer naar beneden kwam. De resterende voorvallen heb ik verdrongen, want in geen van die situaties reageerde ik adequaat. Dus God mocht weten wat ik zou doen als ik in de operatiekamer door een paniekaanval zou worden overmand.

Trouwens, zo’n oogarts wil liever ook geen gedoe. Die staat daar met zijn operatieteam klaar en dan doet een patiënt ineens raar. Maar om een narcose vraag je in tijden van corona ook niet zomaar. Daar zijn wachtlijsten voor. En ‘iedereen’ ondergaat zo’n operatie gewoon bij volle bewustzijn. Bovendien is het lopendebandwerk, dus waar maak je nou zo’n heisa van. Dat hield ik mezelf voor.

Van ellende heb ik een hele avond lang aan alle ontspanningsoefeningen gedacht, die ik ooit heb geleerd. Ogen sluiten, naar je ademhaling luisteren, je van je hele lichaam gewaar worden en alles goed vinden. Dus geen oordelen vellen. Maar op de operatietafel moet je je ogen juist open houden en als ik aan andere dingen denk, hou ik ze niet stil.

Daarna heb ik aan de meest ontspannen momenten in mijn leven gedacht. Op het strand van een tropisch eiland mijn haren wassen in een enorme regenbui. Op een warme rots liggen in een Australische rivier terwijl het lauwwarme water langs mijn lichaam stroomde. De ultieme stilte in de krater van de Pico del Teide, toen ik nog geen tinnitus had. Op een bankje genieten van de eerste warme voorjaarszon. De rustgevende muziekjes die je in elk zweverig toeristenwinkeltje op Bali hoort. Enzovoort. Maar daaraan denken in een operatiekamer hou ik nog geen drie seconden vol.

Daarna kwam er een andere gedachte in mij op. Want waarom zou je zo’n ingreep met hartkloppingen en gierende zenuwen moeten doorstaan? Daar bestaan toch kalmerende middelen voor. Half Nederland is aan de pijnstillers, kalmerende middelen, drugs en alcohol. Dan mag je bij uitzondering toch ook wel eens een pilletje slikken. Zo gezegd, zo gedaan. Ik heb oxazepam gekregen en daarna werd ik al gauw kalm.

Echt, dat calvinistische gedoe is nergens goed voor. Bij de eerstvolgende oogoperatie vraag ik er weer om.