Een kleine beschouwing op de verhuizing

‘Het leven is risico’, zegt ze. ‘De mate waarin je leeft, is afhankelijk van de mate waarin je riskeert.’ (Liftende moeder van Pippa Bacca, Volkskrant magazine 30 mei 2020.)

Waar begin je aan, wanneer je als 52-jarige verhuist naar een plaats 100 kilometer verderop? Vandaag precies vijf jaar geleden verhuisde ik vanuit het centrum van Leiden naar de rand van een dorp bij Arnhem. Talloze malen is mij gevraagd naar de reden. Kende ik daar al mensen, was het voor de liefde, had ik hier al werk?

Zelf had ik vooraf een aantal vage verwachtingen en slechts één concrete. Ik ging hier rust en ruimte vinden in de natuurlijke omgeving. Dat was wat ik in de Randstad steeds meer miste. En zo is het ook gegaan. Ik heb slechts vage verwachtingen van wat de toekomst brengen zal. Leven is namelijk risico nemen, dat weet iedere reiziger.

(Op de foto Ierland, waar ik in 2014 het besluit nam voor deze verhuizing.)

Ruim zicht boven op de stuwwal

Overzicht. Daar hou ik van. En van ruim zicht. Uitzicht. Inzicht.

Duidelijkheid en helderheid. Weten waar ik aan toe ben.

Vergezicht.

De zaak in de hand hebben. Er boven staan. Het voor zijn.

Niet te verwarren met verlangen naar controle. Dat is wat anders.

Luciditeit. Dat specifieke moment waarop het Raam Open gaat.

Laat mij maar lekker boven op de stuwwal staan.

Een goede reden voor chagrijn

Soms moet je echt zoeken naar een legitieme reden om chagrijnig te mogen zijn. Bijvoorbeeld:

  • Omdat je door het vele thuiszitten weer wat dikker wordt. (Maar miljoenen dagloners hebben door de lockdown helemaal geen eten. Dus waar heb je het over?)
  • Omdat de dakdekker vergeten is om iets uit te voeren. (Maar inmiddels heb je een nieuwe afspraak geregeld.)
  • Of omdat je onder de rode kriebel bulten zit, zoals ik momenteel. (Maar sinds kort weet ik dat de klimop hiervan de oorzaak moet zijn. Dus kan ik een allergische reactie in de toekomst vermijden.)

Zo zijn er genoeg zaken waar ik best moe van word. Alleen is er ook steeds een verzachtende omstandigheid waardoor er toch mee valt te leven. Misschien is de belangrijkste reden voor mijn chagrijn, dat ik geen goede reden heb om chagrijnig te zijn.

(De vermoedelijk schuldige klimop; veroorzaker van fytofotodermatitis.)

Gered door de scanner

Vandaag ben ik de hele dag zoet geweest met het digitaliseren van foto’s. Zes foto’s, welgeteld. In de feestcommissie heb ik namelijk geroepen dat ik heel goed ben in het fotograferen van oude foto’s. Eigenlijk wil ik die klus gewoon aan niemand anders toevertrouwen. Tenslotte ben ik de contactpersoon voor de expositieruimte. Dan wil je natuurlijk wel dat je straat er een beetje knap op staat.

De eerste bijdrage bestaat uit zes foto’s van begin jaren negentig. In die tijd werden hele rijen huizen gerenoveerd en dat is een belangrijke gebeurtenis in onze straatgeschiedenis. Daarom is het mooi dat er scherpe foto’s van zijn. Maar wanneer ik er zelf mee aan de slag ga, valt het scherpstellen nogal tegen. Na honderd pogingen, met twee verschillende toestellen, ben ik nog steeds ontevreden.

Kan ik nou werkelijk geen fatsoenlijke, scherpe foto’s meer maken? Moet ik dan echt met hangende pootjes naar de feestcommissie gaan, en vertellen dat het mij niet lukt? Juist dan komt er een verlossend e-mailtje binnen. ‘Je scant ze, neem ik aan?’, schrijft iemand van de commissie.

Oh ja … scannen … da’s waar ook … Er staat al vijf jaar een printer met scan-functie in mijn werkkamer. Nooit gebruikt, die scan-functie, want ik weet niet waar het juiste knopje zit. Er is wel een handleiding van 261 pagina’s, alleen staat die ergens op internet. Dat wordt mij dus te ingewikkeld. Geen zin in. Ik wil per sé een handleiding op papier.

Gelukkig komt er hulp uit onverwachte hoek. Want ik sluit toch maar het kabeltje aan, waarna de printer tegen mijn computer zegt dat die de printer moet toelaten. Dus ga ik naar Windows-instellingen, dan naar apparaten, dan naar printers en scanners, waar staat dat mijn printer offline is, wat niet waar is, maar ergens zie ik ook een knopje ‘Scan maken’. En dat is precies wat ik zoek.

Zelfredzaamheid versus hulp accepteren

Door die bloedneus denk ik ineens terug aan de laatste dagen van mijn vader. Toen hij al in het ziekenhuis lag en heel zwak was, maar nog geen delier had. In zo’n situatie wordt je leven zo ongeveer door anderen overgenomen. Oh, iedereen praat nog wel met je. En ze vragen je wat je wilt. Alleen ben je te slap, te moe, te duf, of te veel van slag om alert te reageren. Toch moet dat wel, want de wereld blijft in het gangbare hectische tempo doordraaien. Ook in een ziekenhuis. Ook al zeggen ze dat je de tijd mag nemen. Alles moet doorgaan. Eigenlijk wil je alleen maar zo snel mogelijk naar huis terugkeren.

Na die bloedneus. In de behandelkamer van de huisartsenpost duurt het even voordat de duizeligheid over gaat. Ik wil wel opstaan, maar kan beter wat langer blijven zitten. Na een paar pogingen informeert de assistente of er iemand is die mij zou kunnen komen ophalen. Zoals ik daar zit, wil ze mij niet laten gaan. (Staat vast in het protocol: patiënt niet laten gaan indien: optie 1, 2, of 3.) Nu voel ik mij wel verplicht om iemand te noemen. Dus zeg ik: ‘De buurvrouw.’ Terwijl ik dat eigenlijk niet van plan ben.

Op de heenweg ben ik lopend en alleen naar de huisartsenpost gekomen. Dan kan ik ook wel weer zelf naar huis teruggaan. Gewoon stapje voor stapje, kalm aan. In vergelijkbare situaties heb ik dit al vaker gedaan. Soms is er namelijk geen andere mogelijkheid. Bijvoorbeeld wanneer je door voedselvergiftiging geveld bent en toch het vliegtuig in moet. Bovendien ben ik graag zelfredzaam. Als het even kan, vraag ik niet om hulp.

Zelfredzaamheid hangt nauw samen met onafhankelijkheid. En onafhankelijkheid vind ik uitermate belangrijk. Maar om hulp kunnen vragen is evengoed een vorm van zelfredzaamheid. Ergens ligt het omslagpunt tussen zelfredzaam zijn en eigenwijsheid.

Alles heeft echter zijn prijs. Altruïsme of behulpzaamheid is vaak een vorm van eigenbelang. Bewust of onbewust zoeken we daarbij steeds naar een balans. Dit in de trant van: ‘Doe ik wat voor jou, dan doe jij een volgende keer wat voor mij.’ En mijn buurvrouw? Haar maak ik maar wat blij met een hulpvraag van mij.

Fysiek onderuit door een bloedneus

Rond 4:30 uur word ik wakker van vocht dat mijn keel in loopt. Dit voelt bekend aan. Snel sta ik op en loop naar de badkamer. Het is weer zover: bloedneus. Een flinke bloeding deze keer. Vorig jaar had ik daar in de winter geregeld last van. Zelfs onder de douche. Toen speelde de linkerkant op. Nu zit het rechts, voor de tweede maal binnen een week.

De klodderige details zal ik jullie besparen. Een enkel bloedbad op Raam Open is wel genoeg. Maar het bloeden valt ook nu moeilijk te stelpen. Daar sta je dan voor de spiegel in de badkamer, terwijl bijna heel Nederland nog lekker op één oor ligt. Steeds harder bibberend in je pyjamaatje. Zodra de druk op mijn neusvleugel vermindert, begint meteen het bloeden weer.

Probeer maar eens zonder bloedspatten wat warmers aan te trekken, terwijl je met een wattenschijf voortdurend tegen je neus aan moet drukken. Een dikke trui of een bh met haakjessluiting, bijvoorbeeld. Met één hand een strakke spijkerbroek dichtknopen lukt evenmin. (Hé, dat roept herinneringen op.) Er moeten nog ergens tampons rondslingeren, waarmee ik het bloeden kort zou kunnen stelpen. Maar wáár?  Nogmaals, ik zal jullie de details besparen. De badkamer is inmiddels weer helemaal schoon.

Wat ik wil zeggen, is dit. Wat kan je lichamelijk toch uit je doen raken door een simpele bloedneus. Vooral als je tot 08:00 uur wacht met de huisarts bellen, omdat de praktijk dan open gaat. En de assistente aan de telefoon zegt dat je gewoon je neusgat moet dichtduwen. Hoewel je uitsluitend wil horen dat je DIRECT mag komen. Dat mocht, na mijn reactie. Gelukkig woon ik op zeven minuten lopen afstand.

Ik heb er een uur in een behandelkamer gezeten. Oh, het bloeden hield daar natuurlijk binnen vijf minuten op. Zal je altijd zien. Maar tegen die tijd zat ik nogal te hyperventileren. Door de inspanning van de wandeling. Doordat ik voor mezelf op moest komen. En doordat ik al uren niet geweldig adem kon halen. Daarom zag ik sterretjes en werd ik er duizelig van. Trouwens, bloed in je maag heeft ook geen beste uitwerking.

Kortom: ik voelde mij zo slap als een vaatdoek. Dat schijnt normaal te zijn. Alleen komt de acceptatie van zo’n feit wat trager bij mij. Want ik had voor vandaag een wandelafspraak. En ik hield die behandelkamer in beslag, vond ik. En dat allemaal voor een bloedneus. Belachelijk. Ik wilde wel opstaan, maar ja. Je wordt vanzelf teruggefloten door je lichaam. Vandaar dat ik de rest van de dag kalm aan heb gedaan.

De naderende jaarwending

Jaarwisselingen beschouw ik als scharniermomenten in het leven. Het is dan extra belangrijk om dingen goed af te ronden, voordat het nieuwe begint. Maar steeds is er iets anders wat toch nog moet. Twee stappen vooruit; totaal onverwachts een stap terug. En sommige zaken komen gewoon niet goed. Daar zou ik misschien wel mee kunnen leven, als ik niet zo gevoelig voor jaarwendingen was. Bijgelovig zijn is soms best lastig.