Bespaar geld met vetverbranding

Ons lichaamsvet is een reservefonds, al staan we daar zelden bij stil. Dus wil je geld besparen, verbrandt dan eens wat overtollig vet. (Als je dat hebt). Nu ik veel chips en zoetigheden laat staan, hou ik verrassend genoeg geld over. Dat is winst dankzij een aangepast en gezond dieet.

Kijk maar hoeveel een persoon maandelijks kan besparen. Als voorbeeld neem ik de levensmiddelen die ik nu niet of minder eet en drink.

  • Vier pakken koek € 6.
  • Vijftien zakken chips en ander zoutjes € 15.
  • Muffins, telkens wanneer er ‘iets te vieren valt’ € 8.
  • Anderhalve fles port voor in het weekend € 10.
  • Gebakjes tijdens wandelingen met een groep € 7,50.
  • Wijntjes en dergelijke na afloop in restaurants € 10.
  • Zaans volkoren, van 6 naar 4 sneetjes per dag € 3,50.
  • Snelle hap onderweg, zoals patat of een nasischijf € 10.
  • Oliebollen (het seizoen begint voor mij op 3 oktober), omgerekend € 3.

Totaal levert dit per maand een brute besparing op van € 73. Hier gaan nog wel vier pakjes chips vervangende crackers van af (€ 8). De netto besparing bedraagt dan € 65. Zo bespaar je op jaarbasis € 780 aan eten, zonder dat je wat tekort komt. En als je frisdrank vervangt door zoet kraanwater, gaat het helemaal hard. Dat scheelt ook een hoop gesjouw.

Overigens mag je jezelf best verwennen wanneer je op dieet bent. Koop daarom gezond eten van extra goede kwaliteit. Dus vers en biologisch. Met bovenstaande besparing kan dat makkelijk uit.

Dit volwaardige dieet helpt mij om af te vallen.

Meer energie dankzij vetverbranding

Wanneer je energieniveau hapert, beperkt dat je mogelijkheden. Sinds ik een aangepast dieet volg, val ik echter van de ene verbazing in de andere. Niet alleen zijn de aanvallen van hypoglykemie bijna verdwenen (na veertig jaar!) Nu mijn lichaam vet verbrandt, komt ook mijn normale energieniveau terug. En daarmee mijn bewegingsvrijheid.

In 2003 deed ik nog mee aan de Heuvelland vierdaagse. Dat betekent vier dagen achtereen 28 kilometer wandelen door het glooiende Limburg. Maar mijn stofwisseling werd de afgelopen jaren steeds minder efficiënt. Ik moest alsmaar meer eten om genoeg energie te krijgen. In 2016 werd een tocht van 21 kilometer mijn Waterloo. Het gebeurde in de Achterhoek; de grens was bereikt. Vanaf toen werd 18 kilometer mijn maximum.

Je gaat dan van alles verzinnen. Het zal de leeftijd zijn, of de overgang. Of je beweegt te weinig. Iemand zei dat ik wat aan mijn conditie moest doen. Dat ik al jaren voornamelijk op suikerverbranding leefde in plaats van op vetverbranding, had ik nooit kunnen bedenken. Nou ja, er kwamen wel wat kilootjes bij. Dat werd trouwens ook meteen een reden waarom ik niet meer zulke lange wandeltochten kon maken. Want die extra kilo’s sleep je mee.

Gelukkig is er nu een keerpunt bereikt. Dat was al te merken bij twee wandelingen vorige week. Eindelijk voel ik me weer energieker, en dat urenlang. Zoiets geeft zelfvertrouwen. Ja, dit biedt zelfs perspectief voor de toekomst. Als deze ontwikkeling doorzet, kan ik namelijk werk aannemen dat veel beweging vereist. Want ook dat behoorde al heel lang niet meer tot de mogelijkheden.

Daarom is het voor mij onbegrijpelijk dat drie huisartsen jarenlang van mijn stofwisselings- en energieproblemen hebben afgeweten, maar nooit adequaat hebben ingegrepen.

Oh ja, er is inmiddels vier kilo af. Wel is het morgen 3 oktober, dus dan komt er tijdelijk weer een pondje bij.

Het ‘misschien is het wel wat waard’- syndroom

Ineens zie ik overal gedateerde frutsels om mij heen. Na de verhuizing kregen ze een plekje en nu staan ze maar te staan. Een plantenpot met een barst. Een melkkannetje uit de jaren negentig, gekocht met Douwe Egberts punten. Souvenirs van ruim dertig jaar geleden. Overal kleven verhalen aan, maar de gevoelsmatige band is verdwenen. Daardoor zie ik alles voor wat het werkelijk is: ballast. Dus weg ermee. Hoewel dat makkelijker is gezegd dan gedaan. Want ik ben erfelijk belast met het ‘misschien is het wel wat waard’- syndroom.

Mijn moeder ziet overal waarde in, zelfs wanneer anderen dat niet zien. Maar wil je iets verzilveren, dan moet je eerst de spreekwoordelijke gek vinden die er geld voor over heeft. Zo bewaar ik al sinds mijn kindertijd piepkleine flesjes, stenen beeldjes en houtsnijwerkjes. Ze passen in een letterbak en waren vroeger razend populair. Er zit een parfumflesje bij uit de jaren veertig of vijftig. Het dopje ontbreekt. Toch is dat glazen flesje vintage. Zal ik ermee op Marktplaats gaan leuren of niet?

Verder weet je nooit of iets nog van pas kan komen. En weg is weg. Ik kan veel spullen tamelijk rückzichtslos weggooien. Maar er zijn altijd uitzonderingen. Zo bewaar ik een set ‘Officially used playing cards from hotel Sahara, Las Vegas’ van een vakantie uit 1984. Ook heb ik een kaartspel van Hooghoudt Kalmoes Beerenburger. (Denk nu niet meteen dat ik een drankverslaafde gokker ben.) Stel dat de stroom uitvalt en de batterij van mijn laptop leeg raakt en dat ik van verveling niet meer weet wat ik moet doen. Dan komen die setjes best van pas.

Bij boeken is er weinig twijfel over de waarde. Je ziet op internet de actuele vraagprijs staan. Boeken zijn makkelijk te verhandelen. WYSIWYG, dus is er geen gedoe over maten, zoals bij kleding. En in een luchtkussenenvelop kan je een boek eenvoudig verzenden. Boeken van geringe waarde doe ik naar de kringloop of bij het oud papier.

Die boeken brengen mij toch op een belangrijk punt, want papier is als brandstof van waarde. Een flinke stapel is zeer nuttig tijdens een noodtoestand. (En God weet wat Trump en Poetin nog verzinnen.) Ik herinner me een nieuwsbericht uit de jaren negentig. Dat ging over inwoners of Georgië of Armenië tijdens een energieschaarste. Zij stopten de verzamelde werken van beroemde Russische schrijvers in de open haard en bleven daar lekker warm bij. Hele encyclopedieën gingen er in. Zal ik de afgedankte boeken dan toch maar in de kelder opstapelen, samen met het oud papier?

Misschien komt mijn onrust door alle berichten over de groeiende kans op een volgende recessie. Banken handelen als vanouds onverantwoord. Draghi heeft enorme bedragen in de EU gepompt en de huizenmarkt is een luchtballon. Straks knalt de boel weer. En dan? Wat als de waarde van de euro daalt? Wat blijft er dan over van mijn spaargeld? Kijk naar wat er in Latijns Amerika gebeurt. Daar komt de BTW-verhoging nog eens bij. Volgend jaar wordt alles weer duurder.

Een van mijn ‘assets’ is dus wel die kelder. Zal ik hem ook alvast volstouwen met toiletartikelen en lang houdbaar voedsel? Zelfs wanneer al die goederen niet nodig zijn, kan ik nog een ruilhandeltje beginnen.

Kijk, dit komt er nou van als ze steeds maar met die vliegtuigen uit WO II boven mijn hoofd blijven vliegen.

Heb jij veel oude ballast in huis?

Brokstukken van een tijdperk

Toen die ekster mijn mooie Franz porseleinen lepeltje in tweeën brak, kon ik de brokstukjes niet weggooien. Misschien waren ze nog te lijmen. Zo lagen ze een paar maanden los te wachten op de vensterbank. Na het stoffen legde ik ze telkens weer tegen elkaar. Maar de breuk zit precies op het smalste deel. Zelfs met secondelijm zal alles bij het eerste stootje weer uit elkaar vallen. Bovendien wil ik mij niet omringen met spullen die kapot zijn. Want bij ons brengen scherven geluk, maar in andere culturen trekken kapotte spullen juist ongeluk aan.

Het lepeltje hoort bij een tijdperk. Uit elk tijdperk bewaar ik tastbare herinneringen. Dierbare bezittingen die elke opruimsessie hebben doorstaan. Daarom alleen al zijn ze bijzonder, want ik geloof sterk in traveling light. Ook in het alledaagse bestaan.

Na woelige perioden verkeer ik al een tijdje in kalmer vaarwater. Het is zo’n periode waarin je een tussenbalans opmaakt. Er komt nu weinig nieuws bij, tastbaar en mentaal. Onderwijl tikt de tijd verder, continu. Die aandenkens worden even snel als ik ouder. We verkeren in een statische toestand. Dit is zo’n moment waarop je om je heen kijkt en denkt: ‘ga ik hiermee oud worden, of gaat er nog een keer de bezem door?’

De helft van het lepeltje heeft in de tuin een tweede leven gekregen. Dat is het risico als je verkast naar een groter perceel. Dan heb je nog meer ruimte om de brokstukken te bewaren. Voor de zekerheid doe ik dat buiten. Stel dat ze worden overwoekerd en vergeten. Laat een volgende bewoner dan maar raden wat die scherven daar doen.

Afvallen: van suiker- naar vetverbranding

Als je wil afvallen, moet je lichaamsvet verbranden. Maar hoe doe je dat zonder last te krijgen van honger en trillende handjes? Eet minder koolhydraten en suikers, en meer gezonde vezels en vetten. Zo luidt het devies. Dan schakelt je lichaam over van suiker- naar vetverbranding. In praktijk is dit lastig, want suiker zit in bijna alles. En op je werk kan je braaf op noten knabbelen, maar dan zit dat spul gelijk overal tussen je tanden. Hongerklop verstoorde steevast mijn plannen. Toch is de knop nu om. Als bonus val ik vooral ’s nachts af.

In de eerste afvalweek was het een kwestie van drastisch gewoontes doorbreken. Die week ging ik herhaaldelijk met honger naar bed. Ik voelde me slap en sliep minder goed. In de tweede week begon het te wennen. Nu, in de derde week, is mijn lichaam door de moeilijke fase heen.

Sindsdien blijf ik me verbazen. Want waar blíjft dat hongergevoel? Waarom word ik niet duizelig? Nou, gewoon, omdat de boel in balans is en mijn lichaam vet verbrandt. Dit, terwijl ik nog steeds koolhydraten en wat suiker naar binnen werk. Alleen zo min mogelijk ‘s avonds.

Op een normale dag (ruim een uur wandelen, geen zware inspanning) neem ik nu dit:

  • 4 Volkoren boterhammen met margarine en hartig beleg (kaas, eiersalade, kalkoenfilet, etc.)
  • 6 Koppen koffie of thee met koffiepoedermelk en 1 zoetje per kop.
  • 1 Vol bord met circa 1/3 aardappelen/pasta/linzen, 1/3 groente, 1/3 vlees met jus/vis in saus/gevuld omelet. Dit eet ik als lunch, zodat mijn lichaam overdag al de energie benut.
  • 1 Toetje, bijvoorbeeld volle yoghurt met een eetlepel jam, totaal circa 150 gram.
  • 1 Appel en/of een paar dadels.
  • 2 Bekers halfvolle melk.
  • 1 Graancracker met kaas ’s avonds (ter vervanging van de dagelijkse bak chips).
  • Water.

Als zoethoudertje optioneel:  1 koekje óf 1 Raffaello (wafeltje, amandel met kokos) óf 1 à 2 mueslikoeken. Gebak eten mag, maar dat compenseer ik met beweging.

Geschrapt: iedere avond een volle bak chips of andere zoutjes, per week 4 glazen port of meer alcoholische drank, zeer regelmatig chocolade muffins en grote koeken, af en toe patat speciaal. (Et cetera.)

Het wonderlijke is dat ik nu vier uur lang zonder eten kan. Dat komt door de omschakeling van suiker- naar vetverbranding. Die favoriete spijkerbroek heb ik al even aangehad. Staand, want ermee zitten gaat nog niet.

De eerste kilo is er af!

De eerste kilo is er af sinds ik probeer om een beetje af te vallen. Een kilo in ruim een week tijd is een gezond resultaat. Sneller moet je het niet willen. Tot nu toe gaat het me nog redelijk makkelijk af. Bij diëten kan je het beste heel goed naar je lichaam luisteren. Daarbij heb ik mijn aanpak afgestemd op mijn dagelijkse bezigheden.

Ik hou slechts drie basisregels aan:

  1. Gezond en naar behoefte voldoende eten. Dus niet meer dan dat, maar ook nauwelijks minder.
  2. Suiker sterk beperken vanwege hypoglykemie (schommeling van bloedsuikerspiegel).
  3. Af en toe iets ‘ongezonds’ eten mag. Probeer dat te compenseren met beweging.

Gezond eten spreekt voor zich: gevarieerd en met alle benodigde voedingsstoffen om goed te kunnen functioneren.

Naar behoefte betekent dat ik eten afstem op bezigheden. Ga ik wandelen, dan eet ik vooraf extra vet (saucijzenbroodje, stukjes rookworst) en/of eiwitten (ontbijt met spekjes en omelet op volkorenbrood), want die brandstof heb ik nodig. Naast de dagelijkse vier belegde boterhammen, maak ik er dan twee extra klaar. Voor de zekerheid.

’s Avonds eet ik geen bak chips meer (en al helemaal geen refill), maar slechts een grote kaascracker. ‘Een. Ja: één. Dus geen twee. Een!’ Tenzij ik voel dat ik duizelig ga worden (zie hypoglykemie). Dan mag er een halfje bij. Of een hele als dat nodig is. Luisteren naar je lichaam houdt vooral in dat je eetmomenten afstemt op de momenten waarop je energie nodig hebt.

Hypoglykemie is voor mij het echte monster. Met een hongergevoel valt tijdelijk wel te leven, maar een flinke dip in je bloedsuikerspiegel valt niet te negeren. Daarom mijd ik suiker. Wel neem ik zoetjes in de koffie en thee (zes per dag). Als ik honger krijg en het nog te vroeg is voor een maaltijd, eet ik een appel of twee dadels. Doorlopend voorkom ik de kans op schommelingen.

Dit hou ik alleen vol als ik af en toe ook iets lekkers/ongezonds mag. Dus heb ik deze week een groot stuk appelgebak met slagroom gegeten. Maar koek en port negeer ik nu bijna instinctief, omdat mijn bloedsuikerspiegel daarvan gaat jojoën. Een enkel koekje kan wel, alleen geen grote stroopwafel of gevulde koek. Dat stuk appeltaart volgde op een wandeling van ruim twee uur. Daarna moest ik nog een uur reizen, dus was die energie nodig. 😉

Belangrijk is om ingesleten eetpatronen te doorbreken. In mijn geval was dat ’s avonds veel te veel chips eten. En voorlopig schrap ik de meeste ‘ach, dat kan toch wel’-extraatjes. (‘Nou, nog eentje dan’, ‘we hebben het verdiend vandaag’, ‘zo dik zijn we toch niet’, ‘het is tenslotte vakantie’ en ‘hm, dat smaakt wel erg lekker’.)

De eerste dagen waren het moeilijkst, omdat mijn lichaam afkick-verschijnselen had. Herhaaldelijk gaf het aan dat we meestal koek nemen bij de koffie. En ’s avonds eten we toch altijd chips bij de film? Inmiddels voel ik die gewoonte-behoefte een stuk minder en wordt volhouden makkelijker. Het bijkomende voordeel is dat gebakjes eten weer speciaal wordt. Vroeger at je die toch ook alleen bij feestelijke gelegenheden?

Het helpt om een doel te hebben, of een schrikbeeld. Voor mij draait het minder om streefgewicht dan om heupomvang. Een favoriete spijkerboek was de aanleiding. Die broek ligt al drie jaar ongedragen in de kast, omdat hij niet meer past. Bij een opruimbeurt kon ik hem niet weg doen. Dat vond ik te erg. Maar aantrekken gaat evenmin, als ik wil blijven ademhalen. Vandaar.

Nu nog een paar weken doorzetten. (En daarna.)

Een poging tot afvallen

Eenmaal boven de veertig moet je op je lijn letten, zeggen ze. Vanaf dat moment gaan de hormonen opspelen en verandert je spijsvertering. Dat kan kloppen. Sinds een enkele jaren weeg ik een paar kilo’s te veel. Ik bleef altijd onder de 60 kilo en paste in maatje 38. Maat 38 was trouwens een keiharde grens. Ik zou nooit maat 40 accepteren, beweerde ik stellig. Nou ja, toch wel dus. Oh nee, toch niet.

Dit wordt mijn derde poging om er een paar kilo af te krijgen. De eerste was na een all inclusive safari. De meereizende kok zorgde drie maal daags voor een riant buffet. Tja, zie daar maar eens van af te blijven. Gelukkig is een tijdelijk eetpatroon nog geen gewoonte. Dus was ik het extra gewicht snel kwijt.

De tweede poging volgde nadat de kilo’s weer door het goede leven waren toegenomen. Vijftien jaar geleden was dat. Mijn dieetmethode bestond uit halvering van alles wat ik at, inclusief koek, chips en gebak. Dit wel afgezien van de gebruikelijke zes volkoren boterhammen per dag. Die verving ik door vier plakken zwaar roggebrood. Want een stevige basis blijft nodig, anders hou je het niet vol. Voor mij werkte dat.

Ik leef gezond, maar eet vooral ’s avonds te veel chips. En wat ik ’s avonds aan energie binnen krijg, verbruik ik nauwelijks. Daarom schrap ik deze keer alleen de chips, wat koek en een paar glaasjes port. Gezien mijn volcontinue eetpatroon zou je zeggen dat ik dan nog steeds genoeg brandstof binnen krijg. Maar mijn lichaam denkt daar duidelijk héél anders over.