Eigengereide vervoersmaatschappijen

Aanstaande maandag heb ik een belangrijke afspraak in een buitenwijk van Wageningen. Ik reis met openbaar vervoer en moet op tijd zijn. De twee betrokken busmaatschappijen doen echter niet aan afstemming. Wat overstappen betreft, is het busstation van Wageningen daarom net klein Utrecht Centraal. Komende vanuit een dorp langs de N225 mis je al gauw de aansluiting door een krappe marge. Of je haalt de volgende bus nét wel en dan ben je veel te vroeg.

De vervoerders op het busstation in Wageningen zijn Breng, Arriva en Syntus. Ik vermoed dat Breng alles in en vanuit Arnhem afstemt, terwijl Syntus de wijde omtrek vanuit Utrecht benadert. Zit je aan de rafelranden van hun werkgebieden, dan heb je pech. Op het spoor rijdt in de provincie Gelderland nog zo’n verzameling eigenheimers. Namelijk de NS, Arriva en Syntus. Van mij mogen de provincie en steden wel een betere onderlinge afstemming afdwingen.

Arriva is Brits, Syntus is Frans, en de NS is evenals Breng Nederlands. Aan het hoofd van Breng staat iemand uit een oorspronkelijk Duitse familie. Zouden zij nog wel tot overeenstemming kunnen komen?

Open microfoon

Al snel na vertrek komt de conductrice langs in de trein. Het is een opgewekte vrouw van een jaar of veertig. Ze heeft een Leids accent en kastanjebruin haar. Deze zondagochtend zitten er vooral dagjesmensen in de coupé. Ze gaan naar familie of een museum in de stad. We rijden door het Groene Hart.

Vlak voor Alphen aan de Rijn roept de conductrice om waar we zijn. Er blijft wat geruis en gerommel hoorbaar, gevolgd door een ondefinieerbaar geluid. Zodra we verder rijden, komen er flarden van een telefoongesprek door de intercom. Ik versta het nauwelijks, maar in de coupé duiken overal glimlachjes op.

Grappig is dat. In een trein hoor je van alles van je medepassagiers. Meestal let niemand erop. Maar nu is dat anders. Want de conductrice waant zich in een privéruimte en praat vrijuit.

Dan beginnen sommige mensen ronduit te lachen. Onbekenden wisselen veelbetekenende blikken met elkaar uit. Aan de reacties te merken, moet het gesprek wel echt hilarisch zijn. Dan praat de conductrice harder en versta ik het ook:

‘Ja mam, ik mag toch zeker zelf beslissen wat ik doe!’

‘Ik word hier hartstikke chagrijnig van!’

‘Nou, ik ga nú ophangen, hoor! Ik hang nu op.’

Ach, Leidse moeders, vertel mij wat.

Ontregelde ochtend

Vandaag staan er twee activiteiten op mijn programma. Eerst weer de toevoer van e-mail via Windows Live Mail op gang krijgen. Vervolgens naar het bezoekerscentrum in Rheden gaan voor een groepswandeling in het bos. Mijn e-mail hapert de laatste tijd soms. Daarom is het onduidelijk of ik een berichtje over die wandeling heb gemist. Gisteravond wilde ik dat via mijn account op internet checken, maar daar werkte mijn wachtwoord ineens niet meer.

Rond 8.30 uur bel ik naar de provider, maar ik kom in een wachtrij terecht. Echt rustig zit ik er overigens niet bij, want ik moet zo weg. Omdat ik de bevestiging van de wandelafspraak mis, ontbreekt ook het mobiele nummer van de organisator. Nou ja, denk ik, het is een paar plaatsen verderop. Wat kan mij nu gebeuren? Voor de zekerheid neem ik een trein eerder.

trein-4-jan-2017Zo gezegd, zo gedaan. Totdat de trein wel erg lang bij Presikhaaf blijft staan. Na enige tijd vertelt de conducteur dat er een aanrijding is geweest met een persoon. Het betreft een trein voor ons. De machinist zegt even later dan hij op nieuws wacht: of hij nog een paar stations kan aandoen, of dat hij terug moet naar Arnhem. In Presikhaaf stapten eerder alle scholieren uit en nu ik zit in een lege coupé. Ondertussen heb ik geen idee hoe lang dit gaat duren.

Er loopt een meisje voorbij dat kennelijk uit de trein is gestapt. Da’s waar ook. We zitten deze keer niet opgesloten, we kunnen er gewoon uit. Hoewel ik slechts matig bekend ben in deze wijk, weet ik dat hier de bus naar Rheden stopt. Dus op naar de halte. Daar blijkt dat de bus pas over twintig minuten komt. Tja, wat zal ik doen? Het is nog een stuk met een omweg rijden en daarna zeker twintig minuten lopen naar het startpunt. Grote kans dat ik alsnog te laat kom en de groep misloop.

Wat zich hier wreekt, is mijn krakkemikkige mobiele telefoon. Het is er een uit het jaar nul. Nou ja, ongeveer uit 2010. Daarmee kan ik bellen (prepaid) en als ik snel ben, iets op internet checken. Alleen, zodra ik de dataverbinding start, loopt de batterij leeg als een gek. En op het kleine schermpje is typen moeilijk. Zelfs het bericht ‘Ik kom 10 min. later. Gr. Karin’ is al een Sisyphus-opdracht. Bovendien moet ik dan  eerst een bijna bovenmenselijke prestatie leveren om het e-mailadres van de organisator te achterhalen.

Want. Dan moet ik de dataverbinding inschakelen, vervolgens de websitenaam intypen, daarna naar mijn persoonlijke pagina gaan, dan de wandeling aanklikken, verder naar het linkje ‘e-mail de organisator’ scrollen en dan nog bovengenoemd megabericht intypen. Of ik kan kijken of haar telefoonnummer toch ergens staat. Natuurlijk kan dat. Maar ja, er is nog een klein detail. Thuis open ik die website altijd via mijn favorieten. Dan opent ‘ie automatisch op het punt voorbij de wachtwoordcontrole. Geen idee wat ik ooit heb ingevuld en dat wachtwoord staat ergens op mijn laptop. Thuis dus.

Zeg maar niets. Ik weet zelf ook wel dat ik een semi-ouwe taart ben met een mutsenmobiel.

Met hangende pootjes ben ik in de bus gestapt, terug naar Arnhem. Bij Velperpoort ging ik er uit want ik moest nog breigaren halen in Klarendal, mijn favoriete oude stadswijk daar. Maar de winkel was nog dicht. Uiteraard.

Het spoor bij Vrumona

Eerste kerstdag. Na een dag bij familie ben ik ‘s avonds onderweg naar huis. In Utrecht mis ik net mijn overstap. Dan maar een kwartier wachten, tot een lange dubbeldekker  denderend binnen rijdt. Ik neem plaats in het achterste deel. Dat is handig, straks bij de volgende overstap.

Na het verlaten van de stad remt de machinist ineens hard. Dat doet ‘ie daar normaal nooit. We komen tot stilstand en ik denk het meteen: aanrijding met een persoon. Buiten kijkt het pand van Vrumona zwijgend naar de trein in het donker. Er zitten overal mensjes in, achter verlichte raampjes. Na een tijd loopt er een schim langs over het spoor. Hij speurt met een klein zoeklicht nauwkeurig de baan af.

Later bevestigt een stem via het omroepsysteem wat ik vermoed. Een mevrouw staat op en tuurt door het raam in het niets. Twee Kaapverdiaanse jongens naast mij zitten er onverstoorbaar relaxed bij, onderuitgezakt. Een man pakt een boek uit zijn rugtas, een ander sms’t wat. Iedereen wacht gelaten af. Het is sowieso rustig.

Soms krijgen we bericht via de intercom. Een man met een geel hesje komt langs. Voor als we vragen hebben. Hij praat op ernstige toon. Er zullen bussen komen en er zal nog worden omgeroepen wanneer de trein wordt geëvacueerd. Tot dan moeten we rustig wachten.

Er komen geen bussen, maar de hulpdiensten zijn bezig. Zodra ze klaar zijn, horen we dat. De tijd verstrijkt. Buiten lopen twee schimmen in het donker met een bouvier-achtige hond. Ze vallen mij op door de rode lampjes op zijn halsband. Bewakers van Vrumona? Rechts knippert in de verte een geel waaklicht. Links zie ik even flitsen van een blauw zwaailicht.

De Kaapverdianen chillen in hun cocon, met oortjes in en filmpjes op hun telefoons. We hebben af en toe contact en ik krijg een bonbon. Chocolade. Het paar voor mij moet in Arnhem door naar Zutphen. Hij checkt de tijd van de laatste trein; zij belt alvast naar vrienden. Zelf hoop ik ook dat het straks niet op een taxi aankomt. Op winderige stations van Utrecht tot Arnhem staan overal mensen te balen.

Verderop praten enkele passagiers over de oorzaak van de wachttijd. Voor de trein springen op eerste kerstdag, dat schijnt min of meer gangbaar te zijn.
Maar als we na een lange stilstand eindelijk gaan rijden, vraag ik mij af of het zelfmoord was. Stapvoets passeren we vlakbij een spoorwegovergang.

Naar Breda, of eigenlijk Tilburg

Het is zondag en ik heb nog een NS-kortingkaartje, dat bijna verloopt. Eerst overweeg ik een bezoekje aan Franeker en Harlingen. Dan denk ik aan Groningen. Uiteindelijk wordt het Breda. Nou ja, Breda …

Tussen Arnhem en Nijmegen rijden NS-bussen. Altijd leuk ter afwisseling voor wie de wereld doorgaans vanuit de trein ziet. Vanaf Nijmegen gaat de intercity richting Roosendaal. Ik heb nog weinig langs die route gereisd. Frappant is dat elk traject een unieke verzameling lokale en regionale reizigers heeft. De verschillen zijn subtiel, maar onmiskenbaar. Tussen Den Bosch en Tilburg brengt het landschap oude herinneringen boven. Brabant ken ik vooral van boswandelingen en kinderkamp op boerderijen in Schaijk en Bergeijk. Roosendaal is een naam op de route naar Spanje en Frankrijk. En lang geleden was er een avond stappen in Breda.

Het nieuwe station van Breda is bijna af. Nu is het – nog zonder winkels – een duistere catacombe. Ook het buitenlucht is grauw. Later op die dag begint Serious Request. De route ernaartoe staat vol kermisattracties en kraampjes. Uit de luidsprekers klinkt Jingle bells vermengd met het kabaal van een line dance drumband op straat. Wel doen enkele houten huisjes denken aan kerst. Diverse handelaren presenteren een origineel food concept in hippe wagens. Leuk bedacht, alleen zie je dat nu overal. Ik beschouw het als de westergasfabrikisering van Nederland. Na deze marketingfuik ben ik gauw klaar met Breda.

Terug op het station neem ik de eerste trein naar Tilburg. Daar kom ik nu voor de derde keer in mijn leven. De eerste keer ging ik naar het Textielmuseum voor een onderzoeksproject. En de tweede keer vormde Tilburg het beginpunt van een winterwandeling op een ijskoude dag. We liepen toen vanaf het station naar het centrum en dronken koffie op een kruispunt van winkelstraten. Daar had ik wel langer willen blijven, maar we moesten door.

Kortom, Tilburg in de herkansing. Tilburg wordt verguisd. Niemand doet aardig over Tilburg. Het is een industriestad die in het slop raakte toen het werk naar lagelonenlanden ging. Eerder was Tilburg een concurrent van Leiden, dat op dezelfde industrie draaide. In Brabant werkten toen thuiswevers die slechter verdienden dan Leidse fabrieksarbeiders. Tilburg is gebouwd op lage lonen, maar dat werd bijna haar ondergang. Rücksichloze stadsvernieuwing deed de rest. En kennelijk blijft het, ondanks prestigeprojecten en een fraaie schouwburg, de verschoppeling van Brabant.

Maar niet in mijn ogen. Ik hou juist van dit soort underdogs. Bovendien: Tilburg heeft wel degelijk mooie straten en gebouwen. Neem de Noordstraat vlakbij het station. Daar staan panden met ingetogen Jugendstil-elementen. En er zitten écht authentieke winkels in die wijk. Als je even niet oplet, loop je er zo aan voorbij. Ze doen namelijk niet zo uitsloverig. Tilburg heeft nog van die zeldzame rauwe randjes, zonder dat daar marketingtechnisch over is nagedacht. Oude muurtjes op een binnenplaats, overwoekerd door klimop en onkruid. Ik vind dat prachtig.

Hoezo is Tilburg een misbaksel? Ik zit er heerlijk in die koffiezaak op de hoek van de Oude Markt en de Heuvelstraat, en kijk daar ruim een uur lang naar passanten. De bediening is vriendelijk en niet opdringerig. Gewoon. Ook opvallend: dit is zo’n horecagelegenheid waar je niet de hele tijd hoeft te schrééuwen. In veel andere zaken is het te rumoerig om normaal een gesprek te voeren. Heel aangenaam.

Dan nog wat. Dat textielmuseum is een bezoek waard. Bovendien heeft Tilburg diverse attracties in de omgeving. Zoals de bossen en vennen bij Oisterwijk. Dat plaatsje is trouwens ook aardig. Of bezoek brouwerij Koningshoeven met het proeflokaal van La Trappe in Berkel-Enschot. Daar kan je overheerlijke erwtensoep eten te midden van Brabantse gezelligheid.

Vervolgens ben ik naar Den Bosch gegaan, maar dat kent iedereen al.

Buschauffeur met mobieltje

Wanneer de bus bij de halte stopt, is hij een paar minuten te laat. Ik stap in en neem voorin plaats; naast de rij waar de chauffeur zit. De bestuurder is een man van begin twintig. Vermoedelijk van Marokkaanse afkomst. Bij de eerstvolgende halte stapt iemand uit en blijft de bus even staan. Ik vraag mij af waarom en zie dat de chauffeur op zijn mobieltje kijkt. Nou, prima dat hij dit doet wanneer de bus aan de kant staat.

Na een minuut of zo rijden we verder. Maar dat mobieltje pakt hij steeds weer op. Hij legt het binnen zichtveld op het plateautje waar je een kaartje koopt. Bij een rood stoplicht gaat hij druk swipen. Dan springt het licht op groen en rijden we door. Hij pakt het mobieltje weer op en legt het nu recht voor zich op het dashboard. Ik kan berichtjes op het schermpje zien. Regelmatig geeft hij er met zijn ene hand een veeg over, terwijl hij zijn andere hand aan het stuur houdt. Het mobieltje wordt steeds weer ergens anders neergelegd. Dan weer op het plateautje, vervolgens op de kaartjeshouder en dan weer op zijn dashboard.

Ondertussen rijdt hij wel beheerst. Hij hoeft niet met gierende banden te remmen en schampt ook geen stoepranden. Maar toch word ik er een tikkeltje zenuwachtig van. Want ik heb als passagier vaak genoeg doodsangsten uitgestaan. Vooral in oorden waar je lot in handen van God ligt. (Volgens de lokale cultuur dan.) De gevaarlijkste situaties ontstaan als chauffeurs gefrustreerd raken of als er een leuke vrouw in de buurt is. Verder denken hele volksstammen dat keihard rijden een bewijs van mannelijkheid is. Met name in het Midden-Oosten geloven ze daar heilig in. En dan heb je nog de prinsjes, die zichzelf, hun auto en hun rijstijl geweldig vinden.

Regelmatig hoor je over ongelukken veroorzaakt door mensen die spelen met hun mobieltje. Moet ik er nu wat van zeggen of niet? Stel dat ik niets doe en er gebeurt toch wat. Is het dan mede mijn schuld? Lastig is dat je nooit weet hoe zo’n man reageert. Ik overweeg er een foto van te nemen en het aan de busmaatschappij door te geven. Maar dat voelt vals. Wat dan wel? Ook mijn handelingen zijn niet altijd rationeel. Dan krijg ik een ingeving.

Zodra hij opnieuw zijn mobieltje pakt, ga ik dichterbij hem zitten. En spreek hem zachtjes aan. ‘Meneer, zal ik dat mobieltje even bij mij houden?’ Hij legt het direct neer en kijkt mij met een mooie glimlach aan. ‘Ik zat even naar de navigatie te kijken.’, zegt hij. Maar daar heb ik geen boodschap aan. ‘Ik heb hier heel slechte ervaringen mee’, geef ik aan. Waarop hij ‘sorry’ zegt. Hij rijdt kalm verder en zegt tien seconden later nog: ‘Bedankt’. Weer met die mooie glimlach. Ik knik hem toe.

Vier haltes later moet ik eruit. Hij draait zich nogmaals naar mij om: ‘Bedankt, en tot ziens’. Het is welgemeend. En ik zeg hetzelfde. Want in tegenstelling tot die domme troela’s in de stiltecoupé, hebben hij en ik elkaar wel verstaan. Dat kan gewoon, juist ook met een Marokkaan.

Met Arriva buurtbus 237 naar Dodewaard

Soms doe ik iets wat een beetje onlogisch lijkt. Zoals een hele ochtend besteden aan het ophalen van twee pakjes maandverband. Daar heb ik best goede redenen voor. Want dat type wordt sinds kort niet meer verkocht en ik ben eraan verknocht. Via Marktplaats kom ik twee pakjes op het spoor. Misschien wel de allerlaatsten in heel Nederland, of zelfs Europa. Dus ik naar Dodewaard, waar een drogist ze warempel nog in voorraad heeft.

Ik denk vooraf: leuk, zo’n uitstapje in onbekend gebied. Wat een mooie gelegenheid om de omgeving te verkennen. Dodewaard ligt aan de Waal, dus kan ik gelijk een wandelingetje in de buurt maken. En ik wil Opheusden bezichtigen, aangezien ik daar net een sollicitatie heb lopen. Aan de rand van Opheusden ligt het station.

Het enige minpuntje is dat buurtbus 237 naar Dodewaard niet op de trein aansluit. Als je om 9.53 uur met de Arriva-trein uit Arnhem aankomt, moet je een half uur wachten. Voor een ritje van vijf minuten. Idem dito als je een uur vroeger of later komt. Het alternatief is een wandeling van ruim een half uur naast afritten aan weerszijde van de snelweg die tussen Opheusden en Dodewaard loopt. Ik wil daarom heen wandelen en terug met de buurtbus.

Maar ja, hoe gaat zoiets. Je komt op het station aan en gaat wandelen naast het verkeer. Na een paar boomkwekerijen, passeer je in niemandsland een bouwplaats, de snelweg, de Betuwelijn, hoogspanningslijnen en het bedrijventerrein. Daarna zie je eindelijk iets wat op een dorp lijkt. Met vooral nieuwe en verouderde nieuwbouw. Een gesloten Chinees restaurant bij een kruispunt. En een weg naar enkele winkels, waar een café eveneens dicht is. Ik moet voor de drogist in een zijstraat zijn. Als ik hard doorloop, kan ik nog net het buurtbusje terug halen. Want tot zover is er niets boeiends te zien.

Maar ja, hoe gaat zoiets. De tijd dringt. De haperende huisnummering leidt mij de verkeerde kant op. En ik kom pas bij de winkel aan, wanneer ik al bij de halte moet staan. Direct daarna loop ik naar de dijk en passeert de buurtbus richting station mij. Leeg.

Bij de dijk is het mooiste stukje van Dodewaard. Oude huizen en boerderijen in het groen, twee kerkjes en de uiterwaarden. Het Grote Rivierenpad LAW6 loopt er vlak langs.

Maar ja, hoe gaat zoiets. Na een kwartier heb ik het wel gezien en moet ik nog drie kwartier wachten. Of toch weer gaan lopen. Wat ik uiteindelijk doe. Op het viaduct over de snelweg rijdt het buurtbusje mij tegemoet. Leeg, alweer. En eenmaal bij het station aangekomen, zie ik hem opnieuw terug. Voor de derde keer leeg. De trein naar Arnhem is net vijf minuten eerder vertrokken.

Kotex mini maandverbandTada!