Oranje papaver of klaproos

In mijn tuin zal je weinig planten aantreffen met oranje bloemen. Het is gewoon niet zo mijn kleur. Planten die komen aanwaaien en heel eigenwijs toch oranje kleuren, lopen een risico bij mij. Als ze te veel met de andere bloemen vloeken, ruk ik ze met wortel en al uit. Dat zal ze leren.

Om papavers of klaprozen heb ik nooit gevraagd, en toch duiken ze overal op. De bloemen van deze soort zijn in het zonlicht echt knaloranje. Nou vooruit, deze mag blijven.

En dan nu een originele meidoornfoto

Stel je voor dat er een toelatingscommissie komt voor internet. En dat die commissie gaat bepalen wat wij op onze blogs mogen zetten. Stel dat zij daarbij één harde eis stelt. Namelijk, dat we uitsluitend iets mogen publiceren als het werkelijk nieuw en origineel werk betreft. Hoeveel zou er dan overblijven van al onze bijdragen?

Dit overpeins ik nu overal de prachtigste foto’s van meidoornbloesems verschijnen. Zelf heb ik ook best aardige foto’s genomen. Maar ja, wie niet? Toch meen ik bijzonder origineel te zijn met bovenstaande foto. Google maar eens op ‘meidoorn rode bes bloemknop’. Je zal zien dat er geen enkele foto op internet staat van deze combinatie.

Zo. Nu dus wel.

Kijk eens wat vaker omhoog

De lockdown heeft mijn actieradius ingeperkt tot een straal van vijf kilometer. Nu valt hier weinig te klagen, want er is rond het dorp genoeg variatie qua natuurschoon. Toch bekruipt mij een gevoel van sleur wanneer ik wéér datzelfde pad op loop en weer diezelfde bomen zie. Ook al sla ik soms een ander weggetje in. Maar er is een alternatief. Af en toe kijk ik recht omhoog voor een verfrissend perspectief.

Vooral bij harde wind bieden traag wiegende boomtoppen een hypnotiserende aanblik. De kruinen van hoge beuken zijn nu aan het ontluiken. Sommigen zitten al vol jong blad, terwijl andere bomen nog gesloten knoppen dragen. Op die kale kruinen heeft de wind minder vat dan op bomen vol blad. Het gevolg is dat ze tegelijkertijd en onafhankelijk van elkaar in slow motion verschillende kanten op wuiven. Soms raken ze elkaar even of ze draaien een halve slag om elkaar heen. Het is alsof je naar een kolkende watermassa kijkt op een rotskust aan zee.

Elke druppel telt

Het blijft verbazingwekkend hoe blij je tegenwoordig bent met een beetje regen. Wekenlang was het hier kurkdroog en gisteren viel er eindelijk wat neerslag. Voor de natuur is het nog te weinig, maar het is toch verfrissend. Heerlijk vind ik het hoe de grond dan ruikt. En geloof het of niet; deze geur heeft een naam: geosmine.

Volgens Wikipedia bestaat de grondstof petrichor uit ‘moleculen van plant- of dierenresten die via de lucht terechtkomen op oppervlakten waar zich mineralen bevinden, zoals aarde of steen. Zolang het droog is, zitten de petrichor-moleculen gewoon in de grond. Wanneer het regent, zullen deze moleculen zich losmaken uit de grond en zal de typische geur vrijkomen.
De organische verbinding die wordt geroken is geosmine. Dit betekent letterlijk aard-geur.
Sommige wetenschappers menen dat mensen van deze geur houden, omdat hun verre voorouders voor hun voortbestaan van regen afhankelijk waren.’

Dan weten we nu gelijk waarom deze aardgeur bij veel mensen geliefd is.