Winterkunst – Airbrush staarten op mijn raam

Vorige week plaatste ik hier al een staaltje winterkunst van ijs op mijn raam. Dat was nog maar een klein deel van wat er op het zolderraam was te zien. Hierboven staat een ander deel. Deze enigszins bevreemdende foto toont de staarten van ringstaartmaki’s. Ik heb ze in Madagaskar in het wild gezien.

Deze ijsstaarten zijn getekend door de wind. Ofwel: met een natuurlijke airbrush pen. Volgens Wikipedia is de airbrush verfspuit uitgevonden in 1879. Volgens mij is die airbrush-pagina geschreven door een blanke meneer. Alsof de Australische Aboriginals deze techniek niet al 35.000 jaar langer hebben gehanteerd.

Winterkunst – Ice on fire

De weerman van het NOS Journaal toonde vandaag een foto van ijsbloemen op een raam. Vanmorgen maakte ik van het zolderraam een vergelijkbare serie. De eeuwige roem is weer aan mijn neus voorbij gegaan, maar mijn tijd komt nog wel. Hierboven staat alvast een uitsnede. Ice on fire. Dat lijkt mij wel een toepasselijke naam.

(Klik desgewenst op de foto voor een vergroting.)

Een ragfijne winterbloem

Hortensia’s zijn maar saaie uitslovers, vinden sommige mensen. Insecten hebben weinig te zoeken bij de bloemen, want de meeste soorten zijn steriel. Zelf vind ik hortensia’s prachtig. Ik laat de uitgebloeide bloemen tot het voorjaar aan de struiken zitten. Dan bieden deze parasolvormige bollen tijdens de winter beschutting aan insecten en aan nieuwe knoppen. Tussen de uitgebloeide bloemen valt van alles te ontdekken. Zie bovenstaande foto van een oude bloem met ragfijne blaadjes. Alleen de nerfjes zitten er nog aan. De vorst heeft ze vannacht rijkelijk besuikerd. Kijk je met aandacht naar deze struiken, dan verrassen ze je het hele jaar door met de sierlijkste details.

(Klik desgewenst op de foto voor een vergroting.)

Het spoortalud in herfsttooi

Voor deze foto heb ik moeten zoeken naar de juiste bewoording. Want hoe noem je deze situatie? Rijdt de trein hier door een dal, door een geul, of door een kuil? De zogenoemde Spoorkuil in Nijmegen zou ik eerder een vallei noemen, terwijl ik een dal associeer met iets wat gevormd is door de natuur. Dat is hier niet het geval, dus blijft over: een geul. Maar ‘spoorgeul’ komt op het internet nauwelijks voor. Het gaat mij specifiek om de schuin oplopende hellingen; die heten officieel ‘taluds’. Ook deze meervoudsvorm heb ik opgezocht, want hoe vaak gebruik je nu zo’n woord? Ik nooit.

Lang verhaal kort: Wikipedia weet raad. Het talud (van het Franse talus = helling), ook wel: beloop, is het bouwkundig aangelegde schuine vlak langs een weg, spoor, watergang, dijk, naar een brug of tunnel waarmee een hoogteverschil wordt overwonnen tussen bouwwerk en maaiveld. Een talud kan een ophoging zijn of een ingraving.

Een ingraving dus. Klaar.

(Klik desgewenst op de foto voor een vergroting.)

Magenta met goud in de hortensia

Als je oog hebt voor detail, dan valt er bij hortensia’s veel schoonheid te ontdekken in verval. Het is wonderlijk hoe de bloemen steeds in een andere schakering verkleuren. Dit jaar overheersen roze, lila en magenta. In een voorgaand jaar waren de bloemen vooral blauw. En deze keer bevatten ze allerlei verrassingen. Zoals een enkel blaadje filigrain of ragfijn goud.

Klik desgewenst op de foto voor een vergroting.

De zoete geur van nectar op de hei

Het is inmiddels een jaarlijkse traditie geworden om in augustus naar de Posbank te gaan. Bij voorkeur op een doordeweekse dag, met iemand die de mooiste achteraf paadjes kent in de directe omgeving. De drukte valt niet meer te vermijden (denk: molens in Kinderdijk), maar zolang de groepen motorrijders afwezig zijn, kun je er volop genieten van een heuse natuurbeleving. Want als je even stil bent, hoor je de bijenvolken zoemen, terwijl de schapen van de Rhedense kudde het gras maaien, en de lome wind je zongewarmde zoete vleugjes nectar toewaait.