De heide staat toch in bloei

Bloeiende heide Bilderberg bos

Na de hitte en de droogte staan de heidevelden nu toch overal in bloei, Dit dankzij een paar verfrissende buien. Deze heide groeit op een onooglijk veldje. Dat is nauwelijks het fotograferen waard. Trouwens, andere bloggers hebben al foto’s van mooiere heidevelden geplaatst. Maar hier wandel ik vanaf mijn huis in drie kwartier naartoe. Dan is een detailfoto zo gemaakt.

Een route vol stekels

paars bloeiende distels in veld

Wanneer je het ergens naar je zin hebt, dan zie je het vooral positief in. Ik heb mooie herinneringen aan die wandeling in de uiterwaard bij Ewijk van afgelopen zondag. Wat een beetje buiten beeld blijft, zijn stekels. Die waren overal. Scherpe stekels aan allerlei bloeiende distelsoorten. Stekels aan grote kaardenbollen. Hele venijnige stekels aan overhangende bramentakken. Daar blijf je met je broekspijpen in hangen. En verderop zag ik de enorme stekels van een zilveren onopordum acanthium (wegdistel).

zaadpluizen van distel in de wind

Wat een contrast met de zachte pluizenbollen waaraan de distelzaden uitvliegen. Die hebben een hoge aaibaarheidsfactor. Kennelijk zijn stekelplanten van het type ruwe bolster blanke pit. De vrucht van een braam is toch ook heerlijk zoet. En de kaardenbol? Die laat kransen van piepkleine lieflijke roze bloemetjes tussen zijn prikkers groeien.

kaardenbol met roze bloemkransen

Een rijkdom aan wilde plantensoorten

Zicht op de Waal bij Ewijk

Die Trage Tocht bij Ewijk van afgelopen zondag is er een om van na te genieten. De cirkelwandeling start bij Slot Doddendael, dat al figureerde in de Tachtigjarige Oorlog. Eerst kom je door een bosje en over een dijk. Daarna volgt een afwisselende struintocht langs de Waal in de uiterwaard. Dit gebied werd in 1989 teruggegeven aan de natuur. En dat is goed te merken. Je wandelt er tussen soms manshoge planten in een rijke variatie aan soorten. De smalle paden zijn uitgestippeld door runderen die hier vrij rondbanjeren.

Een bioloog kan er zijn hart ophalen. Zelf weet ik weinig af van wilde planten. Ik heb geprobeerd een aantal soorten via internet te benoemen, maar laat dit liever aan kenners over. Een kleine greep uit wat er in elk geval groeit: kamille, chicorei, moeraskruiskruid, kruisdistel en kaardenbol, vergeet-mij-nietjes, wollige munt, boerenwormkruid, fluitekruid, weidekervel, akkerhoornbloem, heksenmelk, absintalsem, wilde marjolein, ijzerhard en zuring, plus watergentiaan in een strang.

Wie alles wil weten over de planten, vogels, insecten en vissen in de uiterwaard, kan deze gebiedsrapportage downloaden. Het rapport bevat ook een beschrijving van de recente ontstaansgeschiedenis.

Struinen bij Ewijk over smalle paden

Trage tocht in ruige uiterwaard

Uiterwaard Waal Ewijk trage tocht

Na een paar duizend wandelkilometers in Nederland ben ik aardig verwend geraakt. De landelijkste routes, geheimzinnige bossen met heuvels en dalen, statige beukenlanen, meanderende uiterwaarden, en het meest weidse zeegezicht: ik heb het allemaal gezien. Daarom verrast een gebied mij nog zelden. Maar gisteren was het raak, op de trage tocht bij Ewijk in de ruige uiterwaard langs de Waal.

De Waal, dat is toch die druk bevaren rivier; een soort vrachtsnelweg van en naar Rotterdam? Eh ja, de containerschepen varen af en aan. Maar ik kan intens genieten van het kalme getuf van mammoetschepen op het water. Het geluid is rustgevend en hoort er voor mij bij.

Bij Ewijk is een stukje land ‘teruggegeven aan de natuur’. Hier geen strak gemaaid gras, waar andere gewassen geen kans maken. Een brede strook langs het water is tot heuse wildernis omgetoverd. Er loopt trouwens ook echt groot wild rond. Wat een plantensoortenrijkdom tref je daar aan. Er groeien zo veel geurende kruiden, dat je je bij een warme windvlaag op een weide aan de Middellandse Zee waant.

Ik heb weinig scherpe foto’s kunnen maken, want het waaide en de groep liep door. Misschien een volgende keer. Deze wandeltocht is namelijk een aanrader, maar dan in het juiste tempo: traag.

Afhaken bij onweer: verstandige keuze of aanstellerij?

De schijnbare exactheid van Buienradar is misleidend. Het kaartje toont heel precies de regenvoorspelling van uur tot uur. Daarbij moet je wel voor ogen houden dat dit een verwachting is. Dat de situatie later kan wijzigen. In werkelijkheid vallen buien soms op een andere locatie. Of ze komen vroeger. Of ze zijn milder. Of ze zijn heviger dan verwacht. Gisteren liep het met dat onweer en die stortbuien ook een beetje anders dan gedacht.

Rond half elf gaat ons groepje vanaf Otterlo op pad. De wandelroute loopt westwaarts door het bos naar Lunteren en halverwege doorkruisen we het Wekeromse Zand. Onze kaartlezer is zo’n stoere meid die op een boerderij is opgegroeid. Dan weet je het wel. Zij gaat zich niet door een buitje laten tegenhouden. Ik ook niet, trouwens, meestal. Maar deze keer komt er onweer bij en dan zit ik liever binnen.

’s Ochtends verwacht Buienradar dat de bui rond vier uur losbarst. ‘Mooi,’ denk ik, ‘bij een afstand van 18 kilometer, een tempo van 4,5 km per uur en een lunchpauze van een half uur, bereiken we ruim voor 16:00 uur het Lunterse station.’
De zon schijnt. Toch het is al klam en drukkend. Tegen de tijd dat we het Wekeromse Zand naderen, dreigt de lucht en begint het te rommelen.

De anderen om mij heen lopen onbezorgd te babbelen. Geen van hen is bezig met het onweer. Hebben ze dan geen weersvoorspelling gezien? Weten ze niet wat er aan komt? Ik kijk nog eens op Buienradar. Die geeft nu een heel andere voorspelling aan. Over een half uur krijgen we de volle laag en daarna wordt het ook niet meer droog tot het station.

Wat is wijsheid? Doorlopen? Dan treffen we straks midden op een open zandvlakte onweer. Schuilen? Dan moeten we onder bomen wachten tot het ergste voorbij is. Er zijn geen huizen of boerderijen in de buurt. En overal kruipt de eikenprocessierups. Afhaken dan maar? Ik raadpleeg 9292ov. Er komt een schoolbus in de buurt, alleen zie ik zo gauw niet of die deze week nog rijdt. De halte is een flink eind verderop. Onze kaartlezer zal wel willen doorlopen. Moet ik dan als enige afhaken? Dilemma, dilemma.

Wanneer ik de kaartlezer aanspreek over de situatie, vindt ze mij duidelijk een aanstelster. De rest reageert ook laconiek en wandelt verder. ‘Zal wel meevallen’, denken de anderen. Ze adviseren wat bij onweer de beste tactiek is. Voeten bij elkaar, je zo klein mogelijk maken, niet bij een metalen hek gaan staan, et cetera. (Heb ik dat gevraagd?) Vervolgens ontstaat er discussie over die tactiek, want sommige mensen weten het beter. En iemand wil nu eerst lunchen, want zij heeft alleen koffie gedronken bij de vorige horecastop.

Intussen naderen we de rand van het Wekeromse Zand. Het regent flink en de wolken gaan tekeer. Sommigen tellen de seconden tussen elke flits en klap van het onweer. Hoe zat dit nu precies? Staat een seconde voor een afstand van 100 meter, of is het 300? En daar begint de discussie weer.

Afijn, ik ben dus verder meegelopen. Blijkbaar was de groepsdrang groter dan mijn eigen wil. We kwamen als een stel verzopen katten aan op het station, ondanks alle regenkleding. Uiteraard kan een Hollandse meid daar best tegen. Al denk ik dat ik voortaan toch maar wat eerder afhaak.