Schoonheid in stikstoffixatie

Op een akker in de buurt groeit een plant met rozerode bloemen. Ik vermoed dat het een soort lathyrus is. Lathyrus is een geslacht uit de vlinderbloemfamilie. Van een afstand is niet direct zichtbaar waarom die plantenfamilie zo is genoemd. De bloemetjes zijn tamelijk klein. Maar bekijk je ze van dichtbij, dan zie je de gelijkenis. De bloemblaadjes hebben dezelfde adertjes als de vleugels van een vlinder.

‘De meeste soorten vlinderbloemigen leven in een mutualistische symbiose met stikstofbindende bacteriën van het geslacht Rhizobium.’ Dit staat op Wikipedia, gevolgd door een scheikundig proces. Aangezien de akker middenin een natuurgebied ligt, is dit gewas daar vast gezaaid vanwege zijn functie. Hier zie je dat er schoonheid schuilt in stikstoffixatie.

In de schaduw van de bomen

Voorheen was er meer sfeer en grandeur. Dit is zo’n dorp waar paarden langs de hekjes aan de brink stonden en een kapelaan met zwarte flapperende jas op de fiets voorbijkwam. Nou ja, dat verzin ik. Maar er komen pittoreske dorpstaferelen tevoorschijn zodra je de moderniteiten wegdenkt. Zoals de detonerende zonnepanelen op oranje daken of het blik van geparkeerde auto’s in knusse straatjes. Oorspronkelijk was dit een dorp van kleine luiden en keuterboertjes, met hier en daar een buitenverblijf op een groot landgoed. Omdat die landgoederen zelfs tot in de kern van de bebouwde kom lagen, was het dorp vroeger zeer groen.

Op mijn zomerse wandelrondjes in de omgeving heb ik een voorliefde voor routes met veel schaduw van bomen. Toen ik hier kwam wonen, was het mogelijk om hele trajecten op schaduwrijke stoepen en paden aan elkaar te knopen. Nu, zes jaar verder, vertonen die schaduwrijke routes gapende gaten. In slechts zes jaar tijd heb ik tal van bomen zien verdwijnen. Daar waren heel wat honderd jarigen en oudere bomen bij. Het was soms flink schrikken.

Eerst kapten ze een van de laatste stukjes bos op een voormalig landgoed. Dat lag centraal in het dorp en grensde aan onze buurt. Op warme dagen was het er onderweg naar de supermarkt heerlijk koel. Nu staat er een saaie flat. Verder zijn er parkeerplaatsen op het voorterrein aangelegd. De loofrijke beukenbomen zijn verdwenen. Wanneer ik nu met de boodschappen langs die massa steen en beton kom, loop ik te smoren in de zon.

Zo kan ik meer locaties aanwijzen. Een ruim opgezet vegetarisch woonpark voor senioren bijvoorbeeld, dat zichzelf op de eigen website aanprijst als gelegen ‘In een prachtige omgeving van monumentale bossen, groene heuvels en het rivierenlandschap van de Rijn.’ Juist ja. Geen woord over de dubbele rij monumentale oude beuken die werd gekapt op hun terrein. Daar kon ik altijd zo fijn onderlangs lopen, op de route naar het bos. Die bomen zijn nota bene in de vuurlinie beland tijdens de oorlog en daar toen fier blijven stáán.

Meer mensen maken zich zorgen over de (toenemende?) houtkap. In onze buurtapp verschijnen regelmatig paniekberichten over percelen waar bomen het veld moeten ruimen. Zoals op landgoed Groot Warnsborn en vorig jaar nog op landgoed Mariëndaal. Dit betreft meestal productiebos en daar worden de bomen door nieuwe aanplant vervangen. Maar soms betreft het monumentale bomenlanen. Als naburige bewoners zullen wij nooit meer kunnen aanschouwen hoe mooi eeuwenoude bomen daar staan.

Niet alleen door bomenkap verdwijnen schaduwrijke plekken. Ook het gebladerte van enkele boomsoorten is nu aanmerkelijk dunner dan normaal. Deze week liep ik op een lommerrijk pad waar de zon opvallend fel door het gebladerte heen kwam. Sommige bomen hebben alleen nog wat plukjes blad in hun kruin. Eiken en naaldbomen staan te verdrogen op de hoge zandgronden van de Veluwezoom. De naaldbomen zien er dof uit en het blad van de eiken zit vol gaten. Vermoedelijk zijn recente hagelbuien en vraat van rupsen hiervan de oorzaak. Maar alles valt nu samen: periodes van droogte en hitte en onregelmatiger weer, waardoor bomen verzwakken en vatbaarder worden voor plaagdieren, die in grotere getale verschijnen, enzovoort.

Zes jaar geleden vond ik de omgeving idyllisch en nog altijd is het hier prachtig. Alleen weet ik nu meer.

Het kappen van eeuwenoude bomen, enkel omdat die de bouw van een garage of woning in de weg staan, vind ik crimineel. Mensen die blijk geven van zo’n wansmaak en gebrek aan respect voor de natuur, horen op een industrieterrein thuis; niet hier.

Laat het maar regenen

Het is wonderbaarlijk hoe snel je een soort trauma kan oplopen. Neem nu die droge zomers van de laatste jaren. Sinds ik twee tuinen vol planten heb op een zandrijke bosgrond, kijk ik reikhalzend uit naar elke druppel regen. Worden er buien voorspeld? Mooi zo. Stuur ze maar hierheen. Het kan mij en de tuinen nooit genoeg zijn, want alles zakt weg in de bodem. Na zes jaar op een stuwwal heb ik mijn lesje geleerd. Aan de zonzijde staan nu vooral planten uit het middellandse zeegebied, zoals druiven, lavendel en oleander. Die hebben het prima naar hun zin hier.

Misschien moet je ook eerst in een woestijn hebben gewoond, voordat je het paradijselijke in een groen, sappig weitje vol bloemen ziet.

Wandeldroppings voor het onderzoek

Dit jaar ga ik een aantal wandeldroppings doen. Dat is een prima manier om het nuttige met het aangename te combineren. Bij een wandeldropping reis ik met openbaar vervoer naar een bepaald punt en vervolgens wandel ik weer terug naar huis. Of ik reis naar een halte bij een bezienswaardigheid en loop dan verder naar een andere plaats. Het droppingsgebied ligt ruwweg tussen de Duitse grens en Ede/Wageningen in.

In deze regio heb ik al veel wandeltochten gemaakt. Het gebied is mij wel vertrouwd, maar ken ik de meeste routes slechts fragmentarisch. Ter voorbereiding neem ik detailfoto’s van een VVV-recreatiekaart, maar ik ga proberen om voornamelijk op richtingsgevoel te lopen. De kaart en Google-maps dienen hooguit als back-up. Zo leer je een gebied namelijk veel bewuster kennen dan wanneer je steeds routeaanwijzingen volgt.

Afgelopen zaterdag heb ik zo’n wandeldropping gedaan. Eerst heb ik mijn oude laptop naar het afvalstation gebracht. Daarna ben ik via de Heelsumse Beek en de Wolfhezerbeek terug naar huis gegaan. Deze beken lopen deels parallel aan elkaar door een prachtig natuurgebied heen en de Heelsumse figureert in mijn onderzoeksverhaal. Vandaar.

Je kan het slechter treffen.

De laatste winterfoto

Het startscherm van mijn laptop laat steeds weer deze foto zien. Alsof het fotoprogramma zelfstandig denkt en hem bewust onder mijn aandacht brengt. Zo van: ‘Deze is ook mooi; doe er nou wat mee. Straks is de winter voorbij.’ Ik vind dit beeld wel aardig, hoor, maar wat er nu zo bijzonder aan is …

Nou ja, vooruit, ik plaats hem maar. Raam Open is toch een soort eregalerij.

In het zonnetje achter de schutting

Als ‘ik-pruts-maar-wat-aan’– fotograaf hou ik mij verre van fotoclubs en websites met de beste fototechnieken. Dit uit angst dat die mijn creativiteit en gevoel van originaliteit zullen vernietigen. Maar er is wel een uitzondering, en dat is het blog van Elvira Smit, getiteld Kronkeling.

Nu zal je denken: ‘Oh, dus daar haal jij al die ideeën vandaan.’ Nou, dat is de vraag. Er passeren massa’s beelden in een mensenleven en die laten hun sporen na in ons onderbewustzijn. Hoe meer foto’s je zelf neemt én van anderen ziet, hoe vaker je ontdekt dat je alsmaar nieuwe wielen uitvindt. Elvira schrijft over deze (on)bewuste herhalingen.

Zo vind ik het leuk om blaadjes tegen de zon in te fotograferen, waardoor je alle nerfjes ziet. Vandaag heb ik dat trucje herhaald met de kamperfoelie. Die groeit in de schaduw van de schutting en komt nu met zijn uitlopers precies in het zonlicht. Kamperfoelies zijn nogal rommelige planten en ook deze bestaat uit een wirwar aan takken. Om dat te verhullen heb ik de foto expres donkerder gemaakt.