Bloemen voor de bijen

Sinds ik voor en achter een tuin heb, maak ik het bijen naar de zin. Deze diertjes zijn belangrijk voor onze voedselproductie. Daarom verwen ik ze extra met bloeiende planten vol nectar. Inmiddels is de blauw-lila-paarse periode aangebroken. De vlinderstruik, lavendel en kogeldistel staan in bloei. Ze zijn zeer geliefd bij insecten.

Bijen, vlinders, hommels, libellen en een eerder beschreven penseelkever zorgen voor leven in de brouwerij. Sommige insecten hebben duidelijke voorkeuren. Deze week zag ik een heuse koninginnenpage bij de roze flox. Van die kleur houdt deze vlindersoort. (Helaas heb ik nog geen foto kunnen nemen.) De penseelkever komt af op witte schermbloemen. En de rest vindt blauw, lila of paars prima.

Soms lijkt het of geen beest is geïnteresseerd in een bepaalde plant. Maar schijn bedriegt. De gele teunisbloem bijvoorbeeld, krijgt pas tegen de avond bezoek van bruine vlinders. Alleen de puntwederik staat er verweesd bij. Nee, dan de kogeldistel en de vlinderstruik. Daarop wordt om de beste plekjes gevochten.

Bij bloemen is het net als bij mensen. Degene met de grootste aantrekkingskracht sluist alle aandacht weg. Maar de wederik weet zich toch wel te verspreiden.

Een bonte verzameling vlinders in de tuin

Vandaag en morgen is Raam Open nog even een vlinderblog. Want op deze warme dagen is het topdrukte rond mijn vlinderstruik. Soms zitten er wel dertig tegelijk op de bloemen. Ik vind het leuk om zelf scherpe foto’s van vlinders te maken. Hiervoor gebruik ik de camera van mijn telefoon. Of foto’s slagen, hangt deels af van toevalligheden. Zoals: zit de vlinder stil, staat de zon goed en waar valt de schaduw? Hoe ziet de achtergrond er uit en kan ik het beestje naderen? De vlinders in dit log zijn een bruin zandoogje, een atalanta, een citroenvlinder, een grote vos en een koolwitje.

(Klik desgewenst op een afbeelding voor een vergroting.)

De dagpauwoog; een vlinder in vele gedaanten

Gisteren kon ik goed foto’s maken van de vlinders in mijn tuin. De dagpauwogen gingen er eens helemaal voor zitten. Daarnaast kwamen een bruin zandoogje, een atalanta en een citroenvlinder op bezoek. Koolwitjes had ik al. Die worden flink achterna gezeten door de dagpauwogen. Want dat zijn de ware heersers op de vlinderstruik. Ze vliegen als vleermuizen en scheren rakelings voorbij. Ook binnen de vlinderwereld domineren de groten de kleintjes. Een gamma uil op het woonkamerraam is voor later. Nu de best gelukte foto’s van de dagpauwoog; een vlinder met vele gedaanten.

(Klik desgewenst op een afbeelding voor een vergroting.)

Wheee, I can fly!

Bijna perfecte symmetrie.

Nou vooruit, nog een keertje poseren dan.

Gevleugelde diva’s op vlinderstruik

De vlinderstruik is razend populair dit jaar en werkt als een magneet op vlinders en bijen. Daarom ga ik proberen om van elke vlindersoort er een goed te fotograferen. Na de dagpauwoog en gehakkelde aurelia, volgen nu het koolwitje met nog een gehakkelde aurelia, en een distelvlinder.

Tegelijk vallen mij dingen op over het leven van deze dieren. Vlinders lijken kwetsbaar, maar laten zich tijdens het eten niet storen door andere insecten. Zodra een bij of hommel te dichtbij komt, meppen ze flink met hun vleugels. Wie had dat nu verdacht?

En zolang ze eten, blijven ze bewegen. Hebben ze eenmaal hun buikje vol, dan rusten ze op bloemen van naburige struiken. Juist dan vouwen ze hun vleugels tientallen seconden lang open. Dat is dus het moment om met een camera toe te slaan. Je moet ze wel heel rustig besluipen, want ze zijn mensenschuw. Ik zou er bijna een wildhut voor in de tuin zetten.

(Klik desgewenst op een foto voor een vergroting.)

Vlinders zijn diva’s

Met een vlinderstruik in mijn tuin dacht ik slim te zijn. De deal is als volgt.
Ik koop een struik en voorzie hem van een zonnige plek in de volle grond. Naar wens kan hij water en mestkorrels krijgen. Als teken hoeft hij zijn blaadjes maar te laten hangen. Dan weet ik genoeg. In ruil lokt hij vlinders naar mijn tuin. Tot zover gaat alles goed. Maar dan.

Dan komen die vlinders dus lekker van de nectar snoepen. Bloemen in overvloed. Alleen, in ruil voor nectar van mijn struik verwacht ik dat ze af en toe poseren. Op een fotogenieke bloem hoeven ze slechts een bevallige pose aan te nemen. Daarbij is het handig als ze een paar seconden stil zitten. Meer vraag ik niet. Denk je nu echt dat die beesten dat doen?

Nee dus. De diva’s blíjven bewegen. Draaien, fladderen, de andere kant op kijken. Of ze kruipen naar de achterzijde van een bloem. Monsters zijn het. Het is maar weer goed dat de tijd van fotorolletjes voorbij is. Ik heb onderhand al vijftig wazige beelden gewist. Na een half uur gedoe en getwist in de brandende zon moeten we het hier mee doen.

Plog – De Groene Bedstee

Bij warm weer wandel ik het liefst op schaduwrijke terreinen van landgoederen. Daar horen monumentale bomen bij. Eeuwenoude beuken staan symbool voor oud geld. Ze zorgen voor meer allure dan een oprijlaan. Het summum zijn de dubbele beukenlanen en de zeldzame berceaus.

De Groene Bedstee op landgoed Mariëndaal bij Arnhem is zo’n berceau. Hier konden aristocratische dames genoeglijk onder een beukenhaag wandelen, zonder dat hun roomblanke huid een tintje kreeg.

Ik ben er aan het experimenteren geweest. Foto’s van binnen en van buiten, naar boven en opzij.
Die met blaadjes en takken lijkt wel een abstract schilderij.

(Klik desgewenst op de foto voor een vergroting en betere weergave.)