David Bowie forever

Space Oddity – Major Tom. 1969. Planet earth is blue and there’s nothing I can do.

The Jean Genie. 1973. Mijn vroegste herinnering. Stekeltjes rechtop met een matje in zijn nek. Een andere David droeg het ook zo. Bliksemschicht op zijn gezicht.

Rebel Rebel. 1974. Pas nog de originele tekst in het museum gezien. Met stukjes afgeknipt papier.

Fame. 1975. De laatste uit een tijdperk.

Station to Station. 1976. Weergaloos intro. Als The Edge eens het gitaarwerk zou doen …

Heroes. 1977. Monumentaal. I will be king, and you, you will be queen. … We can be heroes, just for one day.

Sound and vision. 1977.

Ashes to Ashes. 1980. My mama said to get things done, you better not mess with major Tom.

Berlijn – Christiane F – So dark. Film Noir. 1981.

Let’s Dance. Pure avant garde. 1983. Het jaar van Mad Max en de ontdekking van Australië. Bowie zet er nog voor alle anderen voet aan wal.

Modern Love en China Girl. Die laatste exponent van het discotijdperk, Bowie bijna mainstream.

This is not America. 1985. Wat kalmer nu.

Labyrinth, 1986. De fantasy rijzweep uit deze film is nu een museumstuk.

1987. Glass Spider Tour. Bowie in de Kuip gezien.

Ik sla veel over.

Tot het Groninger museum. 2016. Bowie in al zijn genialiteit. Dansende fans voor de vitrines. En daar alsnog deze ontdekt: Little wonder. So far away. Little wonder.

Bowie was vaak de eerste. Hij was er steeds en hij zal nog lang blijven.

Mad Max: Fury Road, een recensie

De nieuwste Mad Max is als vanouds mind blowing. Ga deze film zien als je van auto’s, roadmovies en fenomenale over the top races houdt. Ook in deel vier denderen de overweldigende scenes in razend tempo voort. Verwacht geen uitgebreid verhaal. Aan de post-apocalyptische wereld van Mad Max maakt regisseur George Miller weinig woorden vuil. En waarom zou hij? Alles draait om actie in deze driedimensionale uitvoering.

En toch. ‘Ook een actiefilm kan kunst zijn. Mad Max is een doorlopende achtervolging, een ballet van vuur en staal.’, volgens NRC-recensent Coen van Zwol. Vertel mij wat.

Gelaagdheid
Mad Max is slechts ogenschijnlijk oppervlakkig vertier. Elk deel heeft diepere lagen en zit vol uitgewerkte details. Die details komen in moordend tempo voorbij, maar kenmerken de hoge kwaliteit. Je ziet dat pas als je de film meerdere malen bekijkt of stilzet. Gelaagdheid zit verscholen in wat deze film representeert: de Australische outback, facetten van menselijke relaties en een afspiegeling van onze maatschappij. Woody Allen filmt een dialoog van twintig minuten waar George Miller dezelfde lading geeft aan een terloops gebaar. Hij biedt kijkers ruimte voor eigen inlevingsvermogen en fantasie. Dat is juist bijzonder subtiel.

Vooruitziende blik
Mad Max films hebben voorspellende waarde. Dat heeft George Miller al bewezen met deel twee: The Road Warrior uit 1982. Daarin zie je wat er kan gebeuren als de strijd om cruciale grondstoffen echt losbarst. Je hoeft slechts te denken aan hoe wij mensen ons bij schaarste gedragen. In dat deel gaat het om olie. De Golfoorlog brak in 1990 uit. Ik zie nog de beelden van zwartgeblakerde, verwrongen en uitgebrande wrakken langs een stoffige woestijnweg in Irak.

Creativiteit
Sommige scenes vind ik ronduit geniaal. Zoals die in Fury Road, waarin de motor van de truck met brandstof wordt ‘beademd’. Maar hoe inventief ook, vaak borduurt George voort op wat al bestaat. In dit deel loopt de truck op een gegeven moment vast in een moeras. Het lijkt de enige plek waar nog een teken van leven is. Vreemde wezens op steltachtige benen en krassende kraaien. Een ongenaakbare dode boom met uitgestrekte takken in een desolaat landschap. Duh. Erfenisje van Salvador Dali.

Rode draden in het verhaal
Geraffineerde details kenmerken de sequentie in Mad Max films. Denk aan zijn jas. Of aan het kleine zilveren muziekdoosje met draaihengsel in deel twee en vier. Ook het fragment one man one bullet is er weer. En kijk eens goed naar die motorrijder met indringende blik en woeste haren uit deel één. Hij, acteur Hugh Keays-Byrne, keert onherkenbaar terug als cultleider Immortan Joe in deel vier.

Een hoop onzin?
In de vroege jaren tachtig hadden Mad Max films nog geen cultstatus. Dat blijkt wel uit het relaas van Australische actrice Joy Smithers. Zij maakt na ruim 35 jaar eindelijk haar entree als een verwante van Imperator Furiosa. In 1979 hadden Joy’s ouders haar als minderjarige verboden om de rol van Max’ vrouw te vertolken. ‘They just thought I might get run over. From a normal working class family who doesn’t have a lot to do with the entertainment industry, they just thought it was a lot of rubbish.’ (http://www.dailytelegraph.com.au)

De beste roadmovie ooit
Voor mij zal The Road Warrior de beste roadmovie ooit blijven. De briljante, zenuwslopende achtervolgingsscènes maken nog altijd een verpletterende indruk. De adrenaline spat eraf en wordt versterkt door opzwepende theatrale muziek. Mad Max’ wereld werd bevolkt door zonderlinge types in bizarre voertuigen. Het was zuurstokroze eighties schoudervullingen meets kinky SM meets outrageously punk. Bovendien was Mel Gibson toen nog woest aantrekkelijk. En dan was er de heerlijk gestoorde rauwe Australische humor. Mad Max was iets nieuws en vreemd origineel.

Een typisch Australische film
Mad Max is onlosmakelijk verbonden met Australië. Alles zit erin. Het magnifieke uitgestrekte landschap als decor. De afgelegen eilandmentaliteit die leidt tot opmerkelijke creativiteit. De moeizame start van een strafkolonie en hoe dat nakomelingen van gevangenen en vroege kolonisten heeft gevormd. Het ruwe bestaan in de desolate Outback vereist onverbiddelijk zelfredzaamheid. Dat zie je in elke film terug. Net als de hilarische situaties bij lokale drag car races. Want het moet wel leuk blijven natuurlijk. (What a lovely day!)

Aanmerkingen
Is er dan niets wat ik minder vind? Ja, toch wel. Mad Max moet het vooral van de spectaculaire achtervolgingen hebben. Deel drie, Mad Max Beyond Thunderdome vond ik te glad Amerikaans. En in Fury Road komt Tom Hardy als de nieuwe Max onvoldoende uit de verf. Zijn metalen masker had veel eerder in het verhaal af gemogen. Ik had meer van de mimiek in zijn gezicht willen zien. Waar Mel onderhuidse humor meekreeg, moet Tom het doen met een zuinig mondje. Jammer, want volgens andere beelden heeft hij de juiste uitstraling wel.

Zoveel jaar later
De eerste Mad Max films verschenen in een ander tijdperk. Begin jaren tachtig heerste nog de zondagsrust in het dorp waar ik woonde. Ik vermoed dat die spectaculaire films uit het onbekende droomland menigeen overrompelde. En vergis je niet, vanwege de Koude Oorlog was een apocalyptische dreiging reëel.

De manier waarop ik nu naar Mad Max kijk, is onvergelijkbaar met 35 jaar geleden. Intussen heb ik zelf 35 jaar roadmovie doorleefd. Ik word al wat grijs. Maar de aantrekkingskracht van deze lone rider blijft.

Jan Vayne en Petra Berger

Met mijn zus ga ik naar een zondagochtend concert van Jan Vayne en Petra Berger. Het is nog een cadeau voor mijn verjaardag. Eigenlijk ken ik hun muziek niet en ik laat mij verrassen. Mijn zus en ik hebben een lange geschiedenis van gezamenlijk concertbezoek. Het zal dus wel goed zijn. Maar wachtend bij de deur, bekruipt mij toch een verontrustend gevoel. Wat ik binnen zie komen, is bepaald geen U2-publiek.

Ze zingt best mooi hoor, die Petra. Zoals liedjes van Barbara Streisand en een nummer over Rooie Sien. Plus iets uit Jesus Christ Super Star en ‘Imagine’ van John Lennon. Haar stem komt werkelijk tot zijn recht bij liedjes uit de Italiaanse opera. Alleen is het grootste deel van het repertoire mij te gezapig.

Jan speelt aardig op de piano. Hij lijkt een bijrol te hebben in het geheel. Net wanneer ik mij afvraag of hij liever op de voorgrond wil treden, komt zijn moment. Petra neemt pauze en Jan grijpt zijn kans. Hij vraagt ons, het publiek, of we verzoeknummers willen horen. Ja hoor, de Bolero, Bohemian rapsody en Bach.

Hij loopt naar een soort kerkorgel en breit alles ingenieus aan elkaar. Mijn zus herkent zelfs een fragment uit Pirates of the Caraïben, namelijk die scene met die enorme draaikolk. Mijn fantasie echter, laat het afweten. Ik denk slechts: ‘wat een takke geluid’. En hij blijft maar doorgaan, hè, op dat orgel. Die pokke Bolero ook, duurt gewoon veel te lang. Is het nou nog niet afgelopen? Mijn zus en ik kijken elkaar aan en proesten het uit.

Overigens, niets ten nadele van Jan en Petra, hoor. Maar als het op instrumentale muziek aankomt, kies ik liever een intermezzo van Abba. Wat een monumentaal mystiek geluid.

De beste film ooit

Tijdens een etentje vraagt iemand welke film ik de beste vind die ooit is gemaakt. Hm …, tja …, goh. Mijn geheugen laat mij hopeloos in de steek. Sommige films lieten zeker een verpletterende indruk achter. Toch ben ik in de loop der jaren veel details kwijtgeraakt. Mijn tafelgenoten kunnen zo een analyse geven van hun favoriete films. Ze kennen de naam van elk personage. Daar zit ik dan als echte filmliefhebber, met mijn mond vol tanden.

Er schiet mij overigens wel direct een film te binnen, maar of dat nu de beste is? Wat als je toevallig van roadmovies houdt of ‘iets’ met de filmlocatie hebt? Dan draait het eigenlijk meer om persoonlijke smaak dan om kwaliteit. Natuurlijk ben ik gevoelig voor knappe acteurs, technische hoogstandjes, meeslepende verhalen en fraaie plaatjes. Alleen kijkt de jury voor de Oscars vast met andere ogen naar films dan ik.

Die vraag over de beste film blijft hardnekkig hangen. Dagenlang zoek ik in de krochten van mijn fragmentarische geheugen naar een antwoord. Veel films trek ik uit de vergetelheid dankzij internet. Het voorlopige resultaat is een lijst van zo’n 65 prachtexemplaren. En nog is die niet compleet. Onder meer omdat vrijwel alle titels  van arthouse films uit ‘obscure’ landen ontbreken.

Vervolgens ontstaat er een dilemma wanneer ik de beste film bovenaan wil zetten. Want aan de top is het dringen geblazen. Bovendien zijn bepaalde films zo ontzettend fout, dat ze binnen hun genre absoluut geniaal zijn. (En wie denkt er dat ik niet van trash hou?) Ik kies zeven categorieën en kom tot de volgende indeling: roadmovies, avontuur/historie, intermenselijke relaties, aangrijpend, fijn/humor, uber trash actie, en jeugdfilms.

Maar om één ding kan ik niet heen. Films verbeelden vaak veel meer dan wat ze ons laten zien. Ze stimuleren fantasie en scheppen zo een nieuw verhaal dat voor iedereen anders is. Kan je daar een waardeoordeel aan koppelen?

Ik besluit dat het weinig uitmaakt welke film ‘de beste’ is. Interessanter vind ik wat een film met ons doet. Mijn lijst laat ik vooralsnog aan jullie verbeelding over. Wil je vertellen welke film voor jou een bijzondere betekenis heeft en waarom? Dan hoor ik het graag.

A desert road from Vegas to nowhere
Some place better than where you’ve been
A coffee machine that needs some fixing
In a little cafe …
Calling You, Jevetta Steele, Bagdad Cafe.

Concertkaartjes nu en toen

Misschien komt het door de jongens tegenover ons in het bedrijvenpand waar ik werk. Ineens moet ik denken aan hoe je in de jaren tachtig aan concertkaartjes kwam. ’s Morgens vroeg in regen en wind voor het VVV-kantoor in de rij gaan staan. Uren wachten achter de mensen in slaapzakken, die daar een hele nacht met bier en chips hebben doorstaan. En dan het gedrang als de deur om negen uur eindelijk open gaat. De bewakers staan klaar en laten hooguit vijf mensen tegelijk naar binnen gaan.

Soms ging het er chaotisch aan toe. Ik heb meegemaakt dat de hele voorste rij zo door de etalageruit werd geduwd. De eerstvolgende wachtenden klauterden gewoon over gevallenen en glasscherven heen, om doodgemoedereerd bij de kassa kaartjes te kopen.

Ook werkte ze eens met een systeem van genummerde bonnetjes voor een U2-concert. De bonnetjes werden aan de eerste wachtende om middernacht gegeven. Hij deelde ze in volgorde van aankomst aan volgende wachtenden uit. Ik was om 06.00 uur al te laat. De nummertjes waren op. Hopend op een wonder ben ik nog uren gebleven, tot de verkoop begon. Toen bleek dat ze maximaal zes kaartjes per persoon verkochten. Meer dan het meisje voor mij had verwacht. Haar vriend had al voldoende kaartjes bemachtigd, dus gaf zij haar bonnetje aan mij. Ik heb het tot op de dag van vandaag bewaard.

Wat was ik steeds blij als ik eindelijk die felbegeerde kaartjes had. Dan haalde ik onderweg naar huis gebak om de goede afloop te vieren. Hoe anders gaat het nu. Je doet alles makkelijk via internet en hoeft geen ontberingen meer te doorstaan. Maar een druk op de knop levert nooit dezelfde intense tevredenheid op als zo’n strijd voor kaartjes. Zegt deze semi-ouwe taart.

Die gasten bij ons op de gang maken video’s en zien soms grote artiesten. Zelf zijn ze daar nog van onder de indruk. Dan hoor ik iemand een beetje verbouwereerd zeggen dat hij Afrojack aan de telefoon had.

Ze lopen er allemaal cool bij. De Aziaat van het stel draagt steeds teenslippers. Het Afro-type verschijnt met afgezakte broek en baseballpetje op. De Latino met armen vol tattoos loopt immer in zwart T-shirt en spijkerbroek. En regelmatig komen er meiden met ellenlange benen voor een fotoshoot.

Vergaderen doen ze met de benen op tafel. Ontspannen doen ze met een voetbal op de gang. En tussendoor vliegen ze voor opdrachten naar het buitenland. Maar deze week staat er een beursdeelname op het programma. Overal liggen stapels posters, promotietasjes en andere spullen klaar. ’s Avonds zie ik het nieuws en begint het mij te dagen. Amsterdam Dance Event is aan de gang. Aha, dat zal het zijn. Zij hebben nu de tijd van hun leven in dit hippe, professionele bestaan.

Lijstje van bezochte concerten

Net voordat Pinkpop losbarst, zie ik een lijstje van bezochte concerten op een blog. Lijstjes. Die maak ik doorlopend. Boodschappenlijstje, lijstje van dingen die ik nog moet doen, lijstje van verstuurde sollicitaties, dat soort werk. Het leukst is het lijstje van bezochte landen met beknopte opsomming van plaatsnamen. Wil ik nu ook nog een lijstje van bezochte concerten hebben? Ach, vooruit dan maar.

Ik ben er de hele dag zoet mee. Wat ik allemaal wel niet heb doorgespit. Een plakboek met concertkaartjes en recensies uit de jaren tachtig, stapels agenda’s, een blikje met losse tickets en zelfs een stukje administratie. En passant kwam meer dan de helft van mijn leven voorbij. En steeds doemde die vraag op: wat wil je er eigenlijk mee?

Ach, het is totaal niet belangrijk, zo’n lijstje. In grote lijnen weet ik toch wel waar ik ben geweest. In de eerste jaren waren het een paar matige discobandjes. Met als exotisch uitstapje een groep uit Senegal tijdens het carnaval op Tenerife. Vanaf 1985 begon het echte werk. In dat jaar zag ik Live Aid op tv en ik moest en zou naar U2. Dat lukte op het eerste grote festival dat ik bezocht, in Torhout, België. Daarna volgt een indruk-wekkende opsomming van zo’n beetje alle groten der aarde in die jaren. En iets afwijkends: musical Cats in 1987.

Tijdens het Bicentennial year ben ik in Australië. Daar vindt het summum van exotische optredens plaats tijdens het vijfde Festival of Pacific Arts. Hier komen inheemse volken uit Azië, Melanesië, Micronesië en Polynesië bijeen. Er treden dagenlang artiesten op uit maar liefst 24 landen. Bijna twintig jaar later volgt er nog zo’n spektakel, middenin de Sahara tijdens het jaarlijkse Touareg festival in Ghat. Ook hier komen mensen uit alle omringende landen op af. Niet per vliegtuig, maar per kameel. De optredens en ontmoetingen gaan dag en nacht door.

De lijst met concerten gaat verder met westerse pop/rock bands, maar gaandeweg sluipt er meer wereldmuziek in. Een opvallend optreden is van een Japanse slagwerkgroep. Ik ben hun naam vergeten, maar ze maken een werkelijk oorverdovend kabaal. Het kan mijn zwager niet boeien, die valt gewoon in slaap.

In 2000 komt er een keerpunt. Voor het eerst verschijnt Gregoriaans gezang op de lijst, en de hoeveelheid wereldmuziek neemt razendsnel toe. Dunya, de Ha-Shi-Ba en tal van Arabische, Afrikaanse en Klein-Aziatische groepen prijken erop. In recente jaren experimenteer ik vaker met klassieke muziek en middeleeuwse zang. Als je naar de afgelopen vijf jaar kijkt, zie je een bont allegaartje, tot fushion toe.

Tot besluit een lijstje van de vijf vaakst bezochte bands.

  • U2 1985 (België), 1987, 1989, 1993, 1997, 2001, 2005, 2009, plus ‘bedevaart’ naar Ierland in 1985.
  • INXS 1986 (4x, o.a. in Australië), 1991, 2007.
  • Simple Minds 1985, 1986, 1989, 2008.
  • Marillion 1989, 1990.
  • Rolling Stones 1990, 1998.

Geloof het of niet, de Stones was ik totáál vergeten. Pas toen ik het plaatje van de hellehonden zag, herinnerde ik mij dat concert uit 1990 weer.

De volledige lijst beslaat drie A4-pagina’s met voornamelijk rockmuziek.  Toch was het allermooiste concert van een andere orde. Dat gaf het Anouar Brahem Trio in 2005 in het KIT Tropentheater. Luister maar eens naar Le pas du chat noir.

Old man look at my life

Tijdens een wandelrondje nader ik een glasbak bij een studentenflat. Een man heeft zijn auto daar op de stoep geparkeerd, de laadbak wijd open. Die staat vol wijndozen met lege flessen. Een liefhebber kennelijk.

Een slanke man met een gestreept, gebreid mutsje. Niet in reggaekleuren, maar in mattere tinten. Iets doet mij daar gelijk aan denken. Komt het door zijn relaxte houding en rustige manier van doen? Hij heeft een wat verouderd, slobberend vest aan. En een beige outdoor broek vol zakken langs de broekspijpen. Ik passeer hem. Hij is blank en een jaar of 65 oud.

Zijn auto is zilverkleurig en klein. Het bestuurdersportier staat ook open. In het voorbijlopen zie ik stoelen vol kruimels en stof op de bekleding. Uit de opening vang ik een flard op van muziek. Het lied stamt uit de nadagen van de hippietijd. Old man look at my life

Ik zie het voor me. Hoe hij misschien heeft geleefd. Waar en wanneer het begon. Hoe hij in een omgebouwd VW-busje door heel Europa heeft gereisd. In regenboogkleuren en enigszins bedwelmde staat. Door Turkije, Syrië, Irak, Iran, en Afghanistan, tot aan India toe. Toen kon dat nog heel goed. In de hele regio liepen volken in lokale klederdracht. Het was een boeiende tijd voor iemand die weinig hecht aan westerse goederen en gebruiken.

Het is zo lang geleden. Maar al die jaren is hij trouw gebleven aan zichzelf. Hoe had hij anders door het leven kunnen gaan? Een relikwie uit een recente, oneindig verleden tijd. Een anachronisme. Wellicht is het geen toeval dat hij uitgerekend bij deze glasbak staat. Die studentenflat is waarschijnlijk het laatste bolwerk waar een zweem van flowerpower jaren rondwaart.

Old man look at my life. Ik ken het goed, maar weet niet wie het zingt. Dat lied ademt een hard eenvoudig leven op het dunbevolkte, weidse platteland van de VS. De rest van de route houdt het mij gezelschap.