Verlangen naar de jaren tachtig

Al de hele week zit New Gold Dream van Simple Minds in mijn hoofd. Eén van de meest iconische nummers uit de jaren tachtig, als je het mij vraagt. Een plaat die staat voor een gevoel van een komende omwenteling. Een jeugdige onbevangen positieve verwachting. Een verlangen naar nog te ontdekken horizonten, en meer van dergelijk lyrisch gedoe.

Steeds wanneer ik New Gold Dream hoor, bezorgt het me hartkloppingen. Letterlijk. Alsof je op zaterdagavond klaar staat om uit te gaan en uitkijkt naar wat komen gaat. Alleen al de woorden New Gold Dream en de upbeat melodie zijn  genoeg.

Er staan perfect geremixte studio-opnamen van dit nummer op YouTube. Voor mij moet het echter een versie uit 1984 zijn. Compleet met lelijke jaren tachtig kleding, technodeuntjes, rommelige opnamen en gebrekkige geluidskwaliteit. Dat hoorde er ook bij in die tijd. De eerste vier minuten zijn het beste.

Maar wat is dan ‘stoer’? (2)

Het blijft maar in mijn hoofd rondzingen, dus is het nog niet klaar. Die definitie van ‘stoer’ in mijn oude Dikke Van Dale is deels achterhaald. Stoerheid kan zitten in uitstraling, karakter en daden. Bij zowel mannen als vrouwen. Hoe meer kenmerken iemand vertoont, hoe stoerder hij is. Uiterlijke verschijnselen alleen, daar prik je zo doorheen. Als ik een top-5 maak van wat ik bijzonder stoer vind, wordt snel duidelijk hoe het zit. Daar gaan we.

  1. Kinderen baren en ze vervolgens twintig jaar lang een goede start in hun leven geven.
  2. Een onderneming beginnen met minimaal tien man personeel. En die langdurig rendabel maken, zelfs als de economie tegenzit.
  3. Je eigen pad kiezen en volgen, wat er ook gebeurt. Niet zeuren, zelf doen. Maar als je iets echt niet zelf kan, een ander gewoon om hulp vragen.
  4. Fouten onder ogen komen en erkennen ten overstaan van degene die er last van heeft. Het weer goedmaken, voor zover dat kan.
  5. Ook iemand waar je de pest aan hebt als volwaardig mens blijven zien en benaderen.

Tja, daar sta je dan met je leren jasje en je stoere laarzen. Al kunnen ware stoerheid en uiterlijkheden best samengaan. Denk maar aan Mad Max, zoals hij werd vertolkt door Mel Gibson in The Road Warrior. Stoerder dan zo kom je ze zelden tegen, zelfs in Australië. Waarom anders denk je dat ik vijf keer naar dat land toe ben gegaan?

En nog is het laatste woord niet gezegd over stoerheid.

Turn a different corner … George Michael

‘Zou de wereld niet beter af zijn als we studenten adviseren te leren genieten van hun directe omgeving, om juist daar met het vreemde of andere in contact te komen, en alleen dan te reizen als dat tot intensief contact met een andere cultuur of andere taal leidt.’, vraagt Marli Huijer, filosoof en Denker des Vaderland, zich af.

Misschien. Je kan naar de mooiste gebieden reizen en de langste vliegroutes afleggen; uiteindelijk zijn het de ontmoetingen die het ‘m doen.

Ik hoorde zojuist op het nieuws dat George Michael is overleden. We waren even oud. Een icoon uit de jaren tachtig. Een periode die zo vormend was in mijn leven. George maakte vrolijke, luchtige discoliedjes met Wham! en daarna werd hij succesvol alleen, met een heel ander genre. Er verschenen schandalen in tabloids, maar daar zat ik nooit mee. Want als geen ander verwoordde George een moment dat cruciaal bleek.

Turn a different corner and we never would have met.

In Glyfada, Griekenland, september 1983. Als een prelude. Voor een once in a lifetime ontmoeting op de luchthaven van Athene in februari 1988. Dankzij een stoelendans, die voortgezet was in een vliegtuig. In Griekenland.

Bron citaat: Human, winter 2016/2017.

Even iets gemist

Voor veel dingen in het leven bestaan logische momenten. Ze hebben met leeftijd te maken of vallen met bepaalde fases samen. Ik doe weleens wat in omgekeerde volgorde of pas wanneer iedereen al drie stappen verder is. Zo heb ik vijfentwintig jaar lang een fenomeen uit de jaren negentig gemist.

Ze waren er wel degelijk. De broertjes Gallagher van Oasis. Ze kwamen op radio en tv. Ik wist van hun bestaan af. Maar naar hun concerten gaan of een cd kopen kwam er niet van. Dan ontdek ik ze alsnog via internet, als ik zoek naar een liedje waarvan ik de titel mis (Acquiesce). En stuit daarbij op een hele serie akoestische versies van hun hits, gezongen door Noel Gallagher. Hij is een artiest die wellicht te lang in de schaduw van zijn obstinate broer heeft gestaan. Luister maar naar de demo van Everybody’s on the run (vanaf 0.30).

Ben jij een laatbloeier of gaat er aan jou ook weleens een moment suprême voorbij?

Een gat in de vloer van het altaar

In Exitus betreden Bob Thissen en Jeroen Swyngedouw verlaten gebouwen. Hooded romantics met een nostalgische ziel. Zij doen aan ‘urban exploring; het opsporen en fotograferen van in verval geraakte menselijke constructies, van bunkers tot kerken en van fabrieken tot pretparken. Deze plekken zijn vaak moeilijk toegankelijk, soms overwoekerd door natuur, maar altijd doordrenkt met een diepe melancholie en een gevoel van vergane glorie: een paradijs voor vergankelijkheidsfetisjisten.’ Zo omschrijft Daan Sneider hun expedities in de VPRO Gids, nr 35, 2016. Ik vind dat mooi.

Jonge gasten bezoeken oude gebouwen met de nieuwste digitale apparatuur. Filmbeelden van een parmantig lichtgrijs kasteel nabij de Loire. Meubilair, schilderijen, potten, pannen en een vergeten kinderfiets komen tot leven in hun stop-motion tafereel. Aan het werk zijn twee exponenten van de millennium generatie. Minutieus draperen en herschikken ze decenniaoude spinnenwebben en stoflaagjes. Stoflaagjes. Om een stilleven met rafel-randen in sepia te fotograferen. Kunst met een grote K.

Uit de diepe krochten van mijn geheugen doemen ineens flarden op. Kind van een jaar of acht. Herinneringen aan een kerk die ooit was afgebrand. Tussen de huidige kerk en de begraafplaats in de Zuidbuurt. Een ruïne achter een slecht gesloten hek, overwoekerd door groen. Herfst, donkere wolken en gevallen bladeren ritselend door de wind. In de stenen vloer van het altaar een gat bij de gebroken wand. Een toegang naar de mysterieuze kruipruimte onder een gewijd plateau. Stiekem betraden we kruipend onder lage stenen gewelven de oneffen zwarte grond. Het diepe duister spaarzaam verlicht door het schijnsel van onze zaklamp. Oudere kinderen waren ons voor geweest. Ze hadden er gerookt. Er lagen nog peuken en ik vond een volle luciferdoos. Geen eeuwenoude grafkisten, zoals we hadden gevreesd. Of gehoopt.

Exitus, aflevering Adelijke huizen.

De wonderlijke wereld van muziek

Na het overlijden van Prince ontstond een discussie over de definitie van goede muziek. Kennelijk is het en vogue om van Bowie te houden en niet salonfähig om om Prince te rouwen. Echter, kan je muziek objectief waarderen? Muziek is meer dan een wiskundig bepaald ritme met herhaling van toonladders.

Voor de toehoorder draait het vooral om gevoel en emotie. Muziek werkt op ons gemoed en daarom wil je soms een specifiek lied bij je stemming horen. Muziek zit vol betekenis, al is die voor ieder verschillend. Verder is de kans groot dat muzieksmaak iets zegt over persoonlijkheid. En maak je zelf muziek, dan heeft dat effect op je welzijn en sociale intellect.

Muziek is zonder meer heel belangrijk in mijn leven. Daarom wil ik eens uitgebreid ingaan op dit fenomeen.

Objectief gezien goede muziek
Het verschil tussen vals en zuiver zingen is voor de meesten van ons wel duidelijk. En je merkt het gauw wanneer een artiest zijn instrument niet beheerst of geen ritme kan houden. Let je op de melodie, dan wordt het lastiger. Een nummer kan goed in het gehoor liggen of net niet lekker lopen naar je smaak. Bepaalde artiesten kiezen doelbewust voor een afwijkend ritme als kunstvorm. In andere culturen kan dat volkomen normaal zijn. Het is maar waar je van houdt en wat je gewend bent.

Soorten muziek
Gelukkig vind je altijd wel iets van je gading, uit welk milieu je ook komt. Denk aan: pop, rock, heavy metal, ska, dance, trance, techno, country, jazz, blues, soul, latin, reggae, hiphop, klassiek, oude muziek, ambient, lounge, folk- en wereldmuziek. Vocaal of instrumentaal. Binnen elk genre valt er nog zoveel meer te horen.

Invloed op gemoedstoestand en welzijn
Volgens onderzoeker Dick Swaab stimuleert muziek meerdere hersengebieden. Het raakt de delen die te maken hebben met leren, beloning, emoties, motoriek, de hormoonspiegel en de bloeddruk. Luisteren naar je favoriete muziek vermindert pijn en verlaagt het aantal stresshormonen. Muziek werkt vooral ontspannend wanneer er veel herhaling in zit, en cycli die tien seconden duren. Dergelijke cycli hoor je bijvoorbeeld in de Negende Symfonie van Beethoven.

Op Koningsdag kwam ik eerst bij een podium met dance en daarna bij een podium met techno. Dance doet precies wat de naam aangeeft. Door tempo, toonhoogtes en melodie krijg je vanzelf zin om te dansen. Ben je er ontvankelijk voor, dan kan je gewoon niet stil blijven staan. Vrolijk, huppelend, zwierig, zwevend beweeg je synchroon mee op de muziek.

Techo/rave heeft juist een negatieve uitwerking. De keiharde beat dringt door mijn ingewanden. Het ritme loopt zo ongelijk met mijn hartslag, dat mijn hart van slag raakt. En het geluid klinkt zo afgrijselijk dat ik er fysiek onpasselijk van word. I feel my flesh crawl. Mijn hersenen blokkeren en geven slechts aan: wegwezen! Gruwelend loop ik er vandaan.

Kortom, muziek doet wat met je. Hoe dat precies in onze hersenen werkt, legt neuropsycholoog Erik Scherder uit.

Muziek voor elke stemming
Ben je in een vrolijke bui, dan heb je vast geen zin in The end van de Doors. (Hoewel dat één van hun beste nummers is.) Heb je net de crematieplechtigheid van een dierbare bijgewoond, dan verdraag je Walking on sunshine van Katrina & The Waves minder goed. Meestal wil je iets passends horen.

Maar muziek kan dus ook andersom werken. Toen ik jaren geleden niet kon slapen voor  mijn motorrijexamen, zette ik Susan Vega op. Want haar liedjes hebben een kalmerende invloed op mijn stemming. Muziek kan troost bieden, je blijdschap weergeven, je woede kanaliseren en je dag opvrolijken. In moeilijke omstandigheden biedt muziek ontspanning en houvast.

Ontwikkeling van mijn muzieksmaak
In de loop der jaren is mijn muziekvoorkeur geleidelijk veranderd. Sommige genres vielen na verloop van tijd af, anderen kwamen er later bij. Bepaalde genres en artiesten blijken voor altijd te zijn. De muziek die we ruwweg tussen ons 15de en 25ste levensjaar horen, blijft ons het meest bij. In die periode worden we volwassen en komt onze smaak tot wasdom.

Muziek in de pre-vormingsfase
Ze zeggen dat je smaak mede wordt bepaald door wat je familie en vrienden goed vinden. Mijn vroegste herinnering is een bandrecorderband die bij ons thuis werd gedraaid. Daarop stonden hits uit de jaren veertig – zestig. Zoals liedjes van Petula Clark, Glen Miller, de Beatles, Simon & Garfunkel, de Beach Boys en Frank Sinatra. Mijn vader hield van Edith Piaf en mijn moeder vond Mexico van de Les Humphries Singers leuk. Een schoolvriendin was fan van Donny Osmond en mijn zus van de Rolling Stones.

Kortom, een allegaartje. Ik weet niet meer precies wat ik toen het beste vond. Een deel van de muziek uit mijn kinderjaren waardeerde ik eigenlijk pas later. In ieder geval lagen de Beatles en soulmuziek goed in het gehoor. Terugkijkend zie ik in oude top-100-lijsten veel platen staan die ik nog steeds graag hoor.

Disco in de puberteit
Mijn pubertijd viel samen met de hoogtijdagen van disco. Daar zat veel bagger tussen, maar ook prima geluid. Saturday Night Fever en Grease moest ik zien. Net als mensen in die films, leefde ik toe naar dansen in het weekend. Ik bezocht rond 1980 vaak een discotheek in Scheveningen. Daar draaiden ze onder meer Pick up the pieces van de Average White Band en Funky town van Lipps Inc.

Nog altijd vind ik I feel love (extended version) van Donna Summer een heerlijke plaat. Toch was er in die jaren zoveel meer: Status Quo, KC & the Sunshine Band, ABBA, Santana, Queen, Madness, Blondie en Ian Dury. Plus iemand van een heel andere orde: Kate Bush met haar betoverende liedjes. Als puber wil je vooral muziek horen die past bij (heftige) emoties.

Punk als filosofie
Wellicht als tegenbeweging, kwam toen ook punk op. Disco was burgerlijk. Punk was anarchistisch, anti bijna alles en zo rauw mogelijk. Ik kwam jong van school en kreeg een baan bij een braaf accountantsbureau. Maar stiekem kon ik die punkbeweging wel waarderen en vond ik de uitdossingen mooi. Alleen was ik toen zo gewoon dat ik daar onmogelijk aansluiting bij had kunnen vinden. Jammer. Een paar van mijn leukste voormalige collega’s, zijn ex-punkers. Zij woonden in een kraakpand en toerden ooit door Amerika in een afgeragde auto waarvan de bestuurdersdeur met touw vastzat. Want muziek, daar horen een filosofie, leefwijze en kledingstijl bij.

De omwenteling
In mijn leven was 1983 een jaar van omwenteling. Feitelijk ging toen het Raam Open. De top 100 weerspiegelt de diversiteit aan stromingen in die periode: Food for thought (live) van UB40, 99 Luftbalons van Nena, Stiekem gedanst van Toontje Lager, Blue Monday van New Order, Dolce Vita van Ryan Paris, Every breath you take van The Police en Owner of a lonely heart van Genesis. Het gaat van reggae, Nederpop, new wave en zorgeloze zomer hits naar de diepere lagen van rock en pop. 1983 is ook het jaar waarin Sweet Dreams van de Eurythmics uitkwam. Een iconisch nummer dat voor eeuwig verbonden blijft met een motortocht door Australië. Maar dat was later.

Stevige rock en popmuziek
Vervolgens kwam U2 megagroot in beeld. Zeg je jaren tachtig, dan zeg je massale stadionconcerten. Eindelijk schudde ik disco van mij af en begon het tijdperk van de (stevige) rock en popmuziek. Dat bracht heel wat klassiek geworden platen voort. Terwijl ik dit schrijf, is Say you will van Foreigner op de radio.

Alsof ik wat in te halen had, bezocht ik optredens van veel groten der aarde. Zoals: U2, Simple Minds, Rolling Stones, David Bowie, Dire Straits, Prince, INXS, Bruce Springsteen, R.E.M., UB40, The Waterboys, Tina Turner, Queen, Big Country, Clannad en Marillion. Bij zo’n concert zag je niet alleen je favoriete band. Het was tegelijk een ontmoetingsplaats voor gelijkgestemde fans. Ik bewaar vooral goede herinneringen aan de Kuip. Wie zat er nog meer in de U2-Express van de NS?

Wereldmuziek als ontdekkingsreis
De afgelopen decennia bezocht ik vertolkers van wereldmuziek uit alle windstreken. Dat is logisch, want ik reisde vaak naar exotische oorden waar je lokale muziek hoorde. Zo bezocht ik het vierjaarlijkse Pacific Arts festival. Daar komen bevolkingsgroepen uit de hele Stille-Zuidzeeregio samen. Elke bevolkingsgroep ontwikkelde zijn eigen muzieksoort.

Waarschijnlijk bepaalt cultuur deels wat je mooi vind of niet. Oosterse en Afrikaanse muziek hebben andere toonladders en ritmes dan we in het westen gewend zijn. En sommige mensen beschouwen het gekweel van een Chinese diva als kattengejank.

Bij wereldmuziek hoor je vooral akoestische instrumenten. Het kan ontroerend puur klinken en in alle eenvoud wonderbaarlijk mooi zijn. Als aanvulling op alle westerse geluiden, vind ik dat verrijkend. Bovendien brengt wereldmuziek ons dichter bij onze wortels.

Zo heb je Franse chansons die herinneren aan het idyllische platteland uit de jaren zeventig. Of Ierse muziek die je in een knusse pub hoort terwijl het buiten regent. Bepaalde klanken leiden naar andere werelddelen, zoals van Te Vaka, een Polynesische band. Desgewenst haal je het geluid van een warme feestavond op het Afrikaanse continent in huis. Verder kom je gemixte invloeden tegen. Denk aan cajun. Dat is muziek uit vroeger tijden van Franse immigranten in de Amerikaanse staat Louisiana.

Dan is er nog de categorie wereldmuziek die recht door hart en ziel gaat. Een vertolker daarvan is de Tunesische oedspeler Anouar Brahem. Hij maakt een culturele mix die wonderlijk sprookjesachtig klinkt. Ik kan er allerlei taferelen bij fantaseren. Havens bijvoorbeeld, een warme zondagochtend in een klein Frans dorp. Of de boulevard van Beiroet, toen die stad nog het Parijs van het Midden-Oosten was. Dit is het soort muziek dat een compleet verhaal uitbeeldt. Hiervoor kan een ballet of film worden geschreven.

Bij wereldmuziek sluimeren altijd culturele en omgevingselementen door. Vaak hoort deze muziek bij religieuze rituelen, seizoenen of specifieke situaties. De rust van het levensritme, de weidsheid van het landschap, de nabijheid van de zee, een geïdealiseerde traditionele tegenstelling tussen man en vrouw (krachtig – liefelijk), het tempo van peddels in een roeiboot, de hoefstap van een paard. Overigens beschouw ik de vertrouwde riedels van een merel in mijn tuin ook als muziek.

Muziek als tijdperk
Een muziekstuk wordt mede gevormd door de tijd waarin het wordt gemaakt. Waar zouden wij naar hebben geluisterd als we in het jaar 1870 waren geboren, of in 1450? In 1450 werden teksten en toonladders eerder door kerk en koningshuis bepaald, dan door de gewone man op straat. Althans, wanneer je kijkt naar de muziekstukken die onze eeuw hebben gehaald.

In 1870 zongen mensen vast ritmische liedjes passend bij hun eentonige werk op het land of in de fabriek. Ik zou willen horen welke deuntjes toen favoriet waren. Luisterden arbeiders toen ook naar klassieke muziek? Of waren volksmuziek en liedjes uit toneel- voorstellingen beter bekend? In tijden van oorlog had je marsliederen. Bij de eerste bewegende beelden op het witte doek verscheen filmmuziek. En met de opkomst van computers ontstond de elektronische pop van Kraftwerk en Jean-Michel Jarre.

Klassieke muziek
Ter kennismaking bezocht ik enkele jaren geleden een serie korte lunchconcerten met klassieke muziek. Ik kende wel de Bolero, maar verder was mijn kennis beperkt. Veel liefhebbers van klassieke muziek maken daarmee via hun opvoeding kennis. Ik ging pas rond mijn vijftigste op ontdekking.

Nu weet ik ongeveer welke componisten muziek naar mijn smaak maken. Het zijn er vrij weinig. Meestal vind ik klassieke muziek gekunsteld klinken. Alsof alles in een strak keurslijf moet passen. Die stukken werden geschreven voor een elite met een leefwijze die ver van mij af staat. Relatief recenter werk van Rachmaninoff, Debussy en vooral Erik Satie waardeer ik wel.

Het belang van de songtekst
De betekenis van een lied ontgaat mij nogal eens. Ik scheid klank en woord als ik naar muziek luister. Enkele losse zinnen of woorden komen wel binnen, maar ik doe er weinig mee. Want de melodie vind ik belangrijker. Toch snap ik dat veel mensen liedjes mooi vinden vanwege de manier waarop een artiest een onderwerp bezingt. Vaak valt zo’n tekst extra op als een onderwerp je bovengemiddeld boeit. Maar blokkeer je de inhoud, dan kan je daar zelf invulling aan geven. Voor mij ondersteunt en versterkt muziek het vermogen om te kunnen fantaseren.

Fantasy
Erik Satie, Anouar Brahem, Susan Vega, Clannad en een legende als Kate Bush passen allemaal in dezelfde stroming. Namelijk die van de romantiek. Daarmee kom ik tot de kern van wat muziek voor mij is. Een zeer effectief middel om bij weg te dromen. Dat kan bij Marillion, Coldplay, Prince, en een nummer als Sweet Dreams. Afhankelijk van mijn gemoedstoestand spreekt zelfs punk tot de verbeelding.

Persoonlijke ontwikkeling en muziek
Iemand die van verschillende soorten muziek houdt, is vast breed geïnteresseerd en avontuurlijk ingesteld. Iemand die slechts een enkele subcategorie van een muziekgenre wil horen, is mogelijk beperkter in zijn kijk op de wereld. Dit veronderstel ik, maar wellicht zit er een kern van waarheid in.

Zelf muziek maken, schijnt helemaal goed te zijn. Volgens onderzoek ontstaat er dan een sterkere verbinding tussen je linker- en rechterhersenhelft. Dankzij musiceren word je een socialer mens. Dat komt omdat je spraak en intellect beter verbonden raken met je gevoel. Misschien moet ik mij toch eens aanmelden bij een shantykoor.

Lingerie voor Prince

Prince is de enige man voor wie ik ooit in pikante kleding de straat op ben gegaan. Want dat deed je als je naar zijn concert ging. Zwarte netkousen, rood vestje, grijs kort rokje en een witte blouse met ruches. Met make-up op naar Ahoy. De ene vrouw nog mooier uitgedost dan de andere. Zo werden we allemaal onderdeel en deelgenoot van zijn show.

’s Avonds op de terugweg liep ik over het Rapenburg. Voor de deur van een voornaam pand stonden wat studentes te praten. Vrijwel zeker leden van LSV Minerva. Eén daarvan kon het kennelijk niet laten en siste net luid genoeg: ‘Wat een hoer, zeg!’ Geweldig.

Ik schreef die anekdote smeuïg op en stuurde het stukje als lezersbrief naar de Viva. Daar werd het prompt geplaatst. Ook kreeg ik een cadeaubon van ƒ 25 toegestuurd.  Daarvan kocht ik Work your way around the world van Susan Griffith. Wat er toen volgde, is weer een heel ander verhaal.

Maar goed, er is een grootheid heengegaan. Een ingetogen player die flink kon uithalen met stem en gitaar. Prince was onlosmakelijk verbonden met de muzikale topjaren tachtig. Ik vond zijn shows op het podium prachtig. Hij personifieerde de overgang van funk naar rock naar soul en weer terug. Een lichtere noot toen U2 in mijn belevingswereld zwaar de overhand had.

Het nummer Purple Rain is absoluut geweldig. Toch wil ik Prince toepasselijker gedenken. Dus doe mij het vuigere Darling Nikki maar. Prince RIP.