Stay calm & wacht tot je een ons weegt

Een dagje uit het leven van een U2-fan. Vandaag: kaartjes kopen voor het concert op 29 juli 2017 in Amsterdam. Dat staat in het teken van de dertigste verjaardag van The Joshua Tree. The Edge & Co maken zich zorgen over het komende presidentschap van Donald Trump. De band heeft het gevoel dat we terugkeren naar het onrustige politieke tijdperk van Thatcher en Reagan. ‘We denken dat de liedjes van onze plaat weer nieuwe betekenis kunnen krijgen.’

Heel verheven allemaal, zoals gewoonlijk bij U2. Maar ik vraag mij wel af of zij ooit in de afgelopen dertig jaar zelf geprobeerd hebben om een kaartje voor hun concerten te bemachtigen. Kaartjes kopen voor U2 ontaardt namelijk standaard in knokken op een slagveld. Ik weet er alles van. Tot bloedens toe heb ik mij door de samengeperste massa heen gevochten voor het Leidse VVV-kantoor. Nou ja, zo ongeveer dan. Ik heb wel meegemaakt dat de etalageruit eraan ging.

Nu regelen we alles via internet. Heel clean, beschaafd en stijlvol. Alleen werkt het voor geen meter. Ik had al een trauma overgehouden aan de vorige keer, twee jaar geleden. Toen zat ik nog bij mijn werkgever op kantoor en lukte het kaartjes kopen niet bij Ticketmaster. Kwam onder meer omdat we in zo’n hip bedrijfsverzamel- gebouw zaten waar onze buren super chille video’s van artiesten maakten. Die moesten zo nodig net op het moment suprême de internetverbinding van het hele gebouw leeg trekken voor contact met Amerika.

Hier thuis heb ik een uitstekende internetverbinding. Buiten de Randstad werkt het soms beter dan daar binnen. Mijn zus en ik zaten vandaag weer startklaar met computer en telefoon. Nou, zo ging het daarna.

Ticketmaster1 U2Tegelijk met Ticketmaster telefoonnummer 0900-3001250 bellen.
Een meneer: ‘Dit informatienummer kost 60 cent per minuut met een maximum van 30 euro en een starttarief van 4 cent plus uw gebruikelijke belkosten.’
Daarna een mevrouw: ‘Welkom bij Ticketmaster. Momenteel is het te druk om u in de wachtrij te plaatsen.’

Dat gaat zo verder, tig keer achter elkaar, samen met op de website in de wachtrij staan.

Na bijna een uur bereik ik op internet het bestelmenu. Het lijkt in eerste instantie alsof alle kaartjes nog beschikbaar zijn. Probleem is wel dat de plattegrond ontbreekt en ik niet weet waar het podium komt te staan. Op goed geluk klik ik een vak aan. Dan verschijnt er een pop-up scherm tussendoor met een foto van verkeersborden in een straat. Ik moet bewijzen dat ik geen robot ben en een straatnaambordje met tekenlijnen selecteren. Maar er staat helemaal nergens een straatnaambord; er zijn slechts verkeersborden en die accepteert het programma niet. Ondertussen hang ik met mijn zus aan de telefoon. Alleen kan ik geen twee dingen tegelijk. Bovendien sta ik onder hoogspanning want elk moment kunnen de kaartjes op zijn. Snel roepen we dat € 114 per kaartje ook prima is en hangen we op.

Na wat gepruts verschijnt er een nieuw plaatje waarbij de vraag wel klopt. Dan kan ik eindelijk verder. Maar welk vak ik ook aanklik, er is niets meer vrij. Die hele website van Ticketmaster is nog even waardeloos als altijd. Het liefste zou ik nu willen zeggen dat het uiteraard weer zo’n stom bedrijf is uit Amsterdam. Maar ze komen uit Den Haag. Ook dat nog.

Ik haat Ticketmaster. Ik háát Ticketmaster! IK HAAT TICKETMASTER!!!

Alleen komt er nog een concert. Dus voor de volgende kaartverkoop zit ik weer startklaar.

Dromen van een ander leven

Vanmorgen hoorde ik Love for love van Robin S. op de radio. Volgens de dj woont deze zangeres in New York, maar is ze daar als artieste vrijwel onbekend. In de jaren negentig scoorde ze vooral in Europa met die hit. En tegenwoordig werkt ze op een financiële afdeling van een of ander bedrijf. Tussendoor treedt ze nog altijd op. Stel het je eens voor.

Op vrijdagmiddag vragen jij en je collega’s aan elkaar wat jullie het komende weekend gaan doen. ‘Een nieuw bankstel uitzoeken met mijn vrouw’, zegt de een. ‘Naar schoon- moeder’, zegt de ander. En je manager gaat met zijn auto op zaterdag door de wasstraat. Dan vragen ze aan jou wat je van plan bent. ‘Nou,’ zeg jij dan, ‘ik moet even op en neer naar Europa. Want ik heb een optreden voor 18.000 man op een festival in Birmingham. Maar maandag ben ik weer terug, hoor. Om 9.00 uur zit ik hier op kantoor.’

Wie droomt er soms niet van zo’n ander leven naast alle dagelijkse bezigheden? In mijn pubertijd hoopte ik steeds dat ik ooit heel goed zou kunnen zingen. Het wachten was alleen nog op een professional die de mogelijkheden van mijn stem zou ontdekken. In gedachten zag ik mezelf al staan als leadzangeres. Op het podium danste ik natuurlijk fantastisch. Ach, en mijn uiterlijk. Ik kon feitelijk zo aan de slag als fotomodel.

Menige dance video uit de jaren negentig wakkert zulke gedachten aan. Want die tonen steevast sensueel bewegende schoonheden met prachtige stemmen. Zouden zij nu ook allemaal op kantoor werken?

Turn a different corner … George Michael

‘Zou de wereld niet beter af zijn als we studenten adviseren te leren genieten van hun directe omgeving, om juist daar met het vreemde of andere in contact te komen, en alleen dan te reizen als dat tot intensief contact met een andere cultuur of andere taal leidt.’, vraagt Marli Huijer, filosoof en Denker des Vaderland, zich af.

Misschien. Je kan naar de mooiste gebieden reizen en de langste vliegroutes afleggen; uiteindelijk zijn het de ontmoetingen die het ‘m doen.

Ik hoorde zojuist op het nieuws dat George Michael is overleden. We waren even oud. Een icoon uit de jaren tachtig. Een periode die zo vormend was in mijn leven. George maakte vrolijke, luchtige discoliedjes met Wham! en daarna werd hij succesvol alleen, met een heel ander genre. Er verschenen schandalen in tabloids, maar daar zat ik nooit mee. Want als geen ander verwoordde George een moment dat cruciaal bleek.

Turn a different corner and we never would have met.

In Glyfada, Griekenland, september 1983. Als een prelude. Voor een once in a lifetime ontmoeting op de luchthaven van Athene in februari 1988. Dankzij een stoelendans, die voortgezet was in een vliegtuig. In Griekenland.

george-michaelBron citaat: Human, winter 2016/2017.

The Waterboys

Gisteren was de première van Waterboys, de Nederlandse film waarin de gelijknamige jarentachtigband een prominente bijrol speelt. Het verhaal gaat over ‘de onverwachte roadtrip naar Edinburgh van vader en zoon Victor en Zack. De één is een narcistische bon vivant en auteur van overbodige detectiveromans, de ander een broze cellist. De een wil niet volwassen worden, de ander is een tobber die vergeet te leven: twee ongemak- kelijke mannen.’, zo schrijft het NRC.nl. De band ging verder terwijl de vader in 1985 bleef hangen.

In dat jaar zag ik The Waterboys optreden. Ze zijn vooral bekend van hun hits The Whole of the Moon en Don’t Bang the Drum. Al vind ik This is the Sea nu mooier. Die periode viel samen met een uitbarsting van creativiteit. Zelf tekende ik de platenhoezen van U2 na met houtskool. En het logo van The Waterboys vereeuwigde ik in een heus breiwerk. Feitelijk heb ik het zelden gedragen, maar toch al die jaren bewaard.

logo The Waterboys

The Queen And The Soldier

Of het met de verkiezing van Donald Trump heeft te maken of niet: er is gewoon iets met dit jaar. Dat begon al met een voorval op 1 januari, waarover ik schreef in Bijgeloof. Vervolgens stierven Prince, Bowie en Leonard Cohen. Cohen heb ik nooit live gezien. Maar zijn lied Suzanne vind ik betoverend mooi. Het is zo’n zeldzaam nummer in de buitencategorie.

Zoals het repertoire van die andere Suzanne, bekend geworden in de jaren tachtig. Luisteren naar een tape van Suzanne Vega was het enige wat mij kon kalmeren. Jaren geleden, tijdens een slapeloze nacht. De volgende dag ging ik in Australië op voor mijn motorrijexamen.

Na een paar weken met soms heftige reacties verlang ik nu terug naar The Queen And The Soldier. Minder bekend dan haar andere nummers, maar met één van haar beste teksten.

suzanne-vega

Even iets gemist

Voor veel dingen in het leven bestaan logische momenten. Ze hebben met leeftijd te maken of vallen met bepaalde fases samen. Ik doe weleens wat in omgekeerde volgorde of pas wanneer iedereen al drie stappen verder is. Zo heb ik vijfentwintig jaar lang een fenomeen uit de jaren negentig gemist.

Ze waren er wel degelijk. De broertjes Gallagher van Oasis. Ze kwamen op radio en tv. Ik wist van hun bestaan af. Maar naar hun concerten gaan of een cd kopen kwam er niet van. Dan ontdek ik ze alsnog via internet, als ik zoek naar een liedje waarvan ik de titel mis (Acquiesce). En stuit daarbij op een hele serie akoestische versies van hun hits, gezongen door Noel Gallagher. Hij is een artiest die wellicht te lang in de schaduw van zijn obstinate broer heeft gestaan. Luister maar naar de demo van Everybody’s on the run (vanaf 0.30).

Ben jij een laatbloeier of gaat er aan jou ook weleens een moment suprême voorbij?

Een gat in de vloer van het altaar

In Exitus betreden Bob Thissen en Jeroen Swyngedouw verlaten gebouwen. Hooded romantics met een nostalgische ziel. Zij doen aan ‘urban exploring; het opsporen en fotograferen van in verval geraakte menselijke constructies, van bunkers tot kerken en van fabrieken tot pretparken. Deze plekken zijn vaak moeilijk toegankelijk, soms overwoekerd door natuur, maar altijd doordrenkt met een diepe melancholie en een gevoel van vergane glorie: een paradijs voor vergankelijkheidsfetisjisten.’ Zo omschrijft Daan Sneider hun expedities in de VPRO Gids, nr 35, 2016. Ik vind dat mooi.

ExitusJonge gasten bezoeken oude gebouwen met de nieuwste digitale apparatuur. Filmbeelden van een parmantig lichtgrijs kasteel nabij de Loire. Meubilair, schilderijen, potten, pannen en een vergeten kinderfiets komen tot leven in hun stop-motion tafereel. Aan het werk zijn twee exponenten van de millennium generatie. Minutieus draperen en herschikken ze decenniaoude spinnenwebben en stoflaagjes. Stoflaagjes. Om een stilleven met rafel-randen in sepia te fotograferen. Kunst met een grote K.

Uit de diepe krochten van mijn geheugen doemen ineens flarden op. Kind van een jaar of acht. Herinneringen aan een kerk die ooit was afgebrand. Tussen de huidige kerk en de begraafplaats in de Zuidbuurt. Een ruïne achter een slecht gesloten hek, overwoekerd door groen. Herfst, donkere wolken en gevallen bladeren ritselend door de wind. In de stenen vloer van het altaar een gat bij de gebroken wand. Een toegang naar de mysterieuze kruipruimte onder een gewijd plateau. Stiekem betraden we kruipend onder lage stenen gewelven de oneffen zwarte grond. Het diepe duister spaarzaam verlicht door het schijnsel van onze zaklamp. Oudere kinderen waren ons voor geweest. Ze hadden er gerookt. Er lagen nog peuken en ik vond een volle luciferdoos. Geen eeuwenoude grafkisten, zoals we hadden gevreesd. Of gehoopt.

Exitus, aflevering Adelijke huizen.