Een vermanend toespraakje

Is het weer zover? Laat ik over mij heen lopen? Of ben ik juist tactvol door de ander ruimte te gunnen? Je zou denken dat je als vijftiger voorbij dergelijke twijfels bent. Maar wat als je de ander niet zo goed kent? Meneer de klusser dus. Die zo voortvarend begon en zich vervolgens steeds vaker ziek meldde vanwege migraine. Zoals vorige week: op drie van de vijf afgesproken dagen bleef hij weg. Je gaat je dan afvragen hoe vaak migraine bij mannen voor komt. Want bij vrouwen is dat hooguit een paar dagen per maand.

Hoe moet je zo iemand inschatten? Als hij er is, werkt hij hard. Hij doet wat hij zegt en hij communiceert goed. Ook is hij oprecht. Maar zo’n handige en betaalbare man ligt goed in de markt. Dus wie zegt mij dat hij niet elders bezig is? Wellicht omdat hij wil pleasen en een minder goede planner is. Of omdat hij nog aan zijn middelbare leeftijd moet wennen. Inclusief alle toenemende beperkingen.

Bij de eerste ziekmelding denk je: ‘Wat vervelend voor hem.’ en je zegt: ‘Beterschap.’ Bij de tweede ziekmelding denk je: ‘Kan gebeuren, hij is tenslotte afgekeurd.’ Maar bij de derde ziekmelding binnen in week verzucht je: ‘Goh alweer, nu ligt het werk opnieuw stil.’ En dan herinner je je dat hij is gevraagd voor andere klussen. Zodat ongewild de gedachte opwelt: ‘Hij zal toch niet …’

Ondertussen ligt je hele huis overhoop. Overal staat bouwmateriaal en slingert zijn gereedschap. Zoals zeven grote gipsplaten in je woonkamer, een geleende ladder op een klein plaatsje, en een verzameling apparatuur in de schuur. Naar de wasmachine moet je je een weg banen. En slapen doe je in een kamer met droogrek, want op zolder is het werk in uitvoering. Nou ja, wanneer hij er is, tenminste.

Hij is er trouwens open over. Een dag na een ziekmelding vraagt hij doodleuk of hij gereedschap kan komen ophalen, omdat hij als vrijwilliger elders aan de slag moet. Gelukkig doet hij dat via een sms-bericht, zodat je even kan nadenken voordat je reageert.

Ik neem mannen serieus. Daarom voelt een vermanend praatje tegen een 44-jarig exemplaar raar aan. Want zo zou een moeder haar 14-jarige zoon toespreken. Maar ik heb het dus gedaan. Laten blijken waarom precies ik baalde van de situatie. En ik heb gezegd dat hij vermoedelijk een beetje te veel hooi op zijn vork neemt. Waarop hij suggereerde dat hij voortaan misschien beter wat eerder naar zijn bed kan gaan, zodat hij de volgende dag wel op kan staan.

Grote jongen. Strak plan. Ben benieuwd hoe het komende week zal gaan.

Bewijs hun ongelijk

‘Prove them wrong’, staat er op de kaft van het schrift waarin hij zijn werkaantekeningen maakt. Het ligt bij mij in de schuur op de grond, tussen de krat met zijn gereedschap en de tas met zijn andere werkspullen in. Vanmorgen is hij weer als een wervelstorm bezig geweest. Ik zei dat hij een hoog tempo heeft. Zoals hij het verwoordt, houdt hij ervan ‘om te beuken’ tot hij voelt dat hij bijna kapot gaat en dan stopt hij ermee.

Inmiddels weet ik een piepklein beetje meer over hem. Hoe hij in deze situatie is beland, op welk punt hij in zijn leven staat, en hoe het misschien verder gaat. Een losse opmerking hier, een feitje daar.

Ik heb er natuurlijk geen verstand van, maar ik vermoed dat hij soms tegen zichzelf in bescherming moet worden genomen. Hij lijkt mij zo iemand waar iets te makkelijk misbruik van kan worden gemaakt. Niet dat hij dom is, verre van dat. Maar toch: te snel vertrouwen hebben in mensen. Welwillend zijn. Een goede mentaliteit hebben. Niet doortrapt genoeg om te beseffen wat er mogelijk gaat komen. Zelf heeft hij zijn pluspunten, voor zover ik ze kan zien. Wellicht dat een enkeling ze mist.

Iets en/of iemand heeft hem psychisch onderuit gehaald. Sowieso de klachten waar hij mee te dealen heeft. Hij moest al tweemaal afzeggen. Misschien dat hij zijn momenten van ‘uitval’ overcompenseert. Dat hij op de goede momenten in een soort high-toestand verkeert. En doorslaat. Van het een komt het ander. Kettingreacties zijn er in varianten.

Het was, geloof ik, aan het begin van de derde ochtend, toen hij half vragend, half constaterend zei: ‘Dus je hebt wel vertrouwen in mij.’ Ik moest mijn ogen gericht houden op mijn bezigheid en bevestigde vrij nonchalant dat dat inderdaad zo was. En vertelde waarom. Gewoon wat concrete zaken.

Eigenlijk had ik hem moeten vragen of er een reden was waarom ik geen vertrouwen in hem zou moeten hebben. Maar ja, dat gaat meteen weer zo ver. Dus dat deed ik maar niet.

Komt misschien nog wel. Ik ben de eerste klant in zijn schrift.

Zou het toch karma zijn?

distelbloem aka feest vuurwerk

Met deze titelvraag opende ik het vorige logje. Ik geloof in het idee van oorzaak en gevolg. Van actie en reactie. Dat veel van wat je doet, als een boemerang bij je terugkomt. Een lang verhaal kort.

Mijn opluchting is groot, nu ik iemand heb gevonden die de ene na de andere bouwkundige klus in huis uitvoert. Gewoon, binnen een paar uurtjes. Zonder praatjes of gedoe. Terwijl andere ‘vaklieden’ in hun offertes van hele dagen uitgingen. Waarom hij is afgekeurd, weet ik nog niet. Er schuilt vast een heel verhaal achter. Een paar tipjes van de sluier werden vandaag opgelicht. Hij werkt halve dagen, maar laat geen half werk achter. Ik vind het prima.

Vandaag kreeg ik ook een paar fijne reacties van Anuscka en Bentenge. De gedachte van de één, voedt de gedachte van de ander, over en weer. Mooie wisselwerking. Zo dreef een oud ‘pareltje’ per toeval naar boven. Time management in Samoa. Voor wie stress ervaart en voor wie zich ook afvraagt waarom iedereen het toch de hele tijd zo druk heeft. Die afgekeurde bouwvakker weet in elk geval wat hij doet.

Hierboven een foto die ik bij Ewijk nam op de struinroute in de uiterwaard. De middelste distelbloem doet mij denken aan feestelijk vuurwerk. Het plaatje stond al even klaar voor een goed moment. En ik had een link bewaard naar ‘Love spreads’ van The Stone Roses. Love spreads in de zin van ‘wie goed doet, goed ontmoet’. Het is één van mijn favoriete nummers en de video plaats ik hieronder. Karma, dus. Toch.

Misschien heb ik hem gevonden

Zou het karma zijn? Mijn zoektocht naar een goede, betaalbare bouwvakker die tijd heeft en multi-inzetbaar is, verloopt moeizaam. Eigenlijk word ik er een beetje wanhopig van. Mijn ervaringen van de laatste jaren waren vaak ontmoedigend. Terwijl er toch diverse klusjes wachten en een boeideel dringend moet worden vervangen. Dat boeideel heb ik al zeven maanden uitgesteld. Dit omdat het rioolgedoe eerder ook nog speelde.

Op goed geluk kies ik een timmerman en vraag een offerte aan. Die pakt hoger uit dan verwacht. Daarna plaats ik een oproep in de buurtapp en een aanbevolen man komt langs. Hij maakt er een zeer ingewikkeld verhaal van. In gedachten zie ik de totaalprijs verdubbelen. Gelukkig heeft er nog iemand gereageerd. Volgens LinkedIn is het een verkoper en hij prijst zijn broer aan.

De broer komt langs. Er is iets met hem aan de hand. Hij heeft alle tijd en dat is tegenwoordig verdacht. Via Google word ik niets wijzer, maar ik zie iets in hem. Hij is van goede wil en iemand die graag aanpakt. Een beetje onzeker komt hij over. Beschadigd, misschien, op de een of andere manier. ‘Afgekeurd’, zegt hij zelf. Waarom, hoef ik nog niet te weten. Want hij geeft concreet genoeg aan wat hij wel en niet kan. En heldere communicatie, daar hou ik van.

Vandaag kwam hij even langs. In een half uur tijd heeft hij al drie problemen opgelost. Vond hij leuk om te doen. Nu is het wachten op een droge dag. Dan kan hij met de buitenklussen aan de slag.

Zo zonde van de tijd

Uiterwaard Ewijk wandeltocht

We ontmoeten elkaar in 2015 voor het eerst tijdens een wandeling. Ik woon hier dan zes maanden. Haar huis staat op dat moment al jaren te koop. De woningmarkt zit op slot en de verkoop schiet niet op. Deze situatie beheerst haar. Want de verkoop hangt samen met haar scheiding. Ze wil weg daar. Weg van die plek met al die herinneringen.

Daarna zien we elkaar regelmatig en praten we steevast over onze woonsituaties. Ik ben blij dat ik hier terecht ben gekomen. Zij wacht nog steeds. Jaren later volgt de doorbraak en verhuist ook zij eindelijk.

Onlangs sprak ik haar weer. Het was tijdens die wandeling in de uiterwaard bij Ewijk. Daar woonde zij tot voor kort vlakbij. Nu blikt ze terug. 7 ½ jaar. Zéven-en-een-half-jaar. Zo lang heeft haar leven gevoelsmatig stilgestaan. Zo lang heeft het geduurd voordat zij weer verder kon gaan, dankzij de verkoop van haar woning.

Ik ken dergelijke fases. Wachttoestanden of voortslepende situaties waarin maar geen verbetering komt. Intussen verstrijkt de tijd. Leef-tijd. Wat kan je er aan doen? Soms is er geen ontkomen aan.

De feiten onder ogen komen

Tja, hoe gaat zoiets? Je bent inmiddels tachtig en lang geleden heb je stamboomonderzoek verricht. In je familie werd er al vroeg naar voorouders gezocht. Je vader heeft ooit een poging gedaan en je bewaart nog aantekeningen in zijn hoekige handschrift. Je zegt het niet hardop, maar eigenlijk ben je best trots op je familiegeschiedenis. Of beter: op wat daarvan is overgeleverd. Je weet dat je overgrootvader uit Duitsland kwam en zich rond 1815 vestigde in Arnhem. Het was een vakman. Datzelfde vakmanschap zie je tot op de dag van vandaag terug in de huidige generatie.

Jaren later kijk je wat er nog meer over het voorouderlijke geslacht te vinden is. Inmiddels staat er van alles op internet. Daar stuit je op een zekere Karin, die ook onderzoek heeft verricht en naar jouw familienaam op zoek is. Binnen haar familie was lang onbekend wie haar betovergroot-ouders waren. Sinds zij hun namen kent, wil ze graag meer te weten komen. Je neemt contact met haar op en zo begint een e-mailuitwisseling.

Je schrijft dat jij de gezamenlijke voorouders hebt getraceerd tot 1660. Zij is niet verder gekomen dan Arnhem. En je hebt een boek over de familie gepubliceerd. Als zij belooft dat ze jouw vondsten niet op haar familie-website plaatst, wil jij Karin de gegevens wel toesturen. Zij belooft het. Zelf heeft zij onder meer dertig pagina’s ongepubliceerde aantekeningen over de familie. Die gegevens en andere recente vondsten wil ze na ontvangst van de boektekst wel met je delen.

Maar, schrijft zij er waarschuwend bij, haar documentatie bevat controversiële informatie. Voor Karin betreft dit een verre verwant in een zijtak. Meer specifiek: een achterkleinzoon van haar betovergrootvader. Weliswaar heeft zij die informatie openlijk op internet aangetroffen. Maar het verband met jullie gezamenlijke voorvader wordt pas duidelijk als je de onderlinge relatie kent. Ze wil niet dat hierover wordt gepubliceerd zo lang de generatie van haar moeder leeft. Haar moeder is nu 86 en heeft als kind de oorlog meegemaakt.

Je wordt nieuwsgierig; misschien ben je ook een tikkeltje ongerust. Jou is niets bekend over een controversiële kwestie. Het betreft een man die ook voor jou in een zijtak zit. Hij en jij dragen wel dezelfde Duitse achternaam. Een naam die in Nederland weinig voorkomt. Heel even flitsen de gezichten van alle levende naamdragers door je hoofd. Je kinderen, je kleinkinderen, je neven en nichtjes. Sommigen zijn nog zo klein. En er zitten zo veel mensen bij met een succesvolle carrière. Want het vakmanschap en precisiewerk is in de genen doorgegeven.

Je was trouwens zelf een klein kind in de oorlog. En je hebt de verhalen zo vaak gehoord. Ze werden steeds weer verteld. Van dat goedlopende bedrijf in de Rotterdamse binnenstad. Het was zo wrang. Je vond nog een advertentie waarin reclame werd gemaakt voor sleutels van goede kwaliteit. Een sleutel, dat is het enige wat er restte na het bombardement.

Ze stuurt je het aantekeningendocument. Je ziet er iets in staan over een oorlogsverleden. Maar nee, jou is niets bekend over een zekere J. Die komt niet voor in jouw stamboom. En van zijn beroep had je ook nog nooit gehoord binnen de familie. Je schrijft die Karin gelijk terug dat dit niet kan kloppen. Al heb je haar documenten op dat moment slechts globaal gelezen. Dat schrijf je haar even snel tussen de boodschappen en het bezoek van de kleinkinderen door.

En Karin, die merkt dat het stil wordt in de e-mailcorrespondentie. Wetend dat je nu ook de rest hebt gelezen.

Niets te verbergen

Het cliché luidt dat de werkelijkheid vaak vreemder is dan je zelf kan bedenken. Dat is waar. Een ander cliché is dat als iets geheim moet blijven, je moet zwijgen. Ik beleefde onlangs een bizarre samenkomst van mensen. Dat leverde een soort ‘I know what you did last summer’– situatie op. Een nogal nadrukkelijk ‘Oeps’– moment. Dit toch zonder dat ze van elkaar wisten wat ze van elkaar weten. (Of wel? Hm.)

Afijn, de eerste persoon weet van de tweede persoon niet wat de tweede persoon kan weten over de derde persoon. Terwijl persoon drie inmiddels wel weet wat persoon één en persoon twee onafhankelijk van elkaar weten. Die derde persoon weet ook dat die andere twee elkaar oppervlakkig kennen. Zij kennen elkaar pas vrij kort (voor zover bekend). De eerste persoon is een collega van iemand met wie de derde persoon te maken heeft gehad. Die link was voor persoon drie nogal een verrassing, toen dat bekend werd.

De derde persoon heeft maanden geleden iets verteld waarbij persoon twee aanwezig was. Dat verhaal is interessant voor die collega. Maar of de tweede persoon toen naar details heeft geluisterd, is de vraag. Die persoon is doorgaans uitsluitend geïnteresseerd in zichzelf. Nu echter, weet persoon drie dat persoon één en twee een liefdesrelatie hebben. Dat werd ineens gemeld.

Het wachten is op het moment dat het verhaal van persoon drie tussen die twee aan de orde komt. Of misschien is dat al gebeurd, want er was nog iemand bij. En die vierde persoon roept van alles, zelfs als dat ongewenst is. Maar de realiteit ís bizar. En bepaalde onwaarschijnlijke combinaties verzin je niet zelf.

Gisteren werden op Raam Open 220 keer berichten weergegeven. De meeste berichten één keer. Dit duidt er op dat iemand heel veel berichten heeft doorgespit. Ik heb even gecheckt of ik iets moet verbergen. Maar nee hoor. Ik ben hier zorgvuldig en discreet geweest. Met voorbedachten rade, dat wel. Verder mogen ze ook alles weten. Dus ik zou zeggen: veel leesplezier.