Een alternatieve kijk op homoseksualiteit

Nashville, here we come, voor de brandstapel of voor de rozen.

‘Biologen weten al decennia dat zaadcellen geen actieve, heldhaftige zwemkampioenen zijn, maar eerder halfsneue spartelaars met in hun midden wat mazzelaars. En de eicel ligt niet passief te wachten; ze lokt en leidt de zaadjes met chemische signalen en vloeistofstromen. Er zijn zelfs aanwijzingen dat ze kiest welk zaadje haar mag bevruchten. Een eitje is geen trofee voor de stoerste zaadcel; ze is een zakenpartner, en misschien zelfs wel de baas.’

Deze woorden, vooral die over de baas na de komma, zijn van Asha ten Broeke, wetenschapsjournalist voor de Volkskrant in haar column van 11 januari 2019. Laten we het nu eens hebben over die Nashville-verklaring.

Bij twijfel baseer ik mijn visie graag op de wetenschap. Weg met alle onzin; op zoek naar de kern. De ‘waarheid’ zo je wil. Wel vooropgesteld: ik was ff bezig met andere zaken en had geen tijd om die verklaring te lezen. Maar dat maakt niets uit, toch? Homoseksualiteit is een vrouwelijk woord met als betekenis: ‘seksuele gerichtheid op personen van hetzelfde geslacht’ (dus toch mannen en vrouwen, maar dan per soort).

Mijn stelling is als volgt: we weten nog niet goed waar homoseksualiteit vandaan komt.

Dit kan ik onderbouwen. Als bronnen gebruik ik mijn eigen referentiekader, zoals daar zijn: ouders en andere familieleden, vrienden, buren en collega’s. Verder heb ik weleens wat gelezen en toevallig ook nog iets met gender-studies gedaan. Dat laatste in het kader van man/vrouw-verhoudingen in de Arabische wereld en Afrika. Gewoon wat literatuur door gevlooid en ‘in het veld’ mijn ogen en oren open gehouden. Meer was het eigenlijk niet. O wacht, toch wel. Ik vergeet een onderzoekje naar vormen van polygamie wereldwijd. Interessant onderwerp, trouwens.

Een van mijn vroegere collega’s is een lesbische vrouw. Dat vernam ik pas vijftien jaar na vertrek bij onze werkgever, hoewel we steeds contact hadden gehouden. Ook zijzelf had het pas net ontdekt. Op het moment dat zij het vertelde, vielen ineens alle puzzelstukjes samen.

Want deze vrouw was voor mij een raadsel. Of liever, ik begreep maar niet waarom zij geen vriend had. Ze is sportief, zeer sympathiek, intelligent, leuk om te zien en bovendien heeft ze humor. Daar moeten mannen toch als vliegen op afkomen?

Ze is ook gevoelig en heeft mededogen. Zij ziet mensen voor wie ze zijn, beter dan menigeen. We leerden elkaar kennen toen we allebei in onze reisfase zaten. Met vrienden had ze in een oud barrel maandenlang door de VS gereisd. En voor haar afstudeerscriptie deed ze daar onderzoek naar een bekende regisseur. Op kantoor werkten wij intensief samen en dat ging prima.

Toch er was ook een intens duistere kant aan haar. Iets waar ze zelden, en dan nog slechts vaag, iets over liet doorschemeren. Pas veel later kwam het ogenschijnlijk en passant ter sprake. Zo van ‘Oh dat wist je toch wel, dat ene, met die buurman.’ Dat ene was jarenlang kindermisbruik in haar jeugd, door de buurman.

Ik kan mij voorstellen dat je het dan voorlopig even hebt gehad met mannen. En ja, seks met mannen werd een probleem voor haar, later, toen ze er wel de leeftijd voor had. Op een gegeven moment kreeg zij een vriend die veel van haar hield, en zij ook van hem. Maar meer dan platonisch werd het niet. Het ging gewoon niet, ze schoot finaal in een kramp. Een intieme relatie opbouwen met een man was onmogelijk geworden voor haar. Na een poos samenwonen gingen ze weer uit elkaar.

Nog weer later vertelde ze dus dat ze lesbisch was en een vriendin had. En ik dacht: ‘Daar geloof ik niets van.’ En nog steeds heb ik hevige twijfels bij haar. Dat ze ook op vrouwen kan vallen: ja. Alleen dat ze uitsluitend lesbisch is, kan ik zeer moeilijk aannemen. Het is een verschrikkelijk cliché idee, maar ik geloof oprecht dat dit anders was gelopen als ze in haar jeugd niet zo erg de verkeerde was tegengekomen.

Ik geloof niet dat zij lesbisch is geboren, maar dat zij lesbisch is geworden. Namelijk door een traumatische ervaring waar ze nooit meer overheen is gekomen. En dan toch, neem nu die wetenschap van dat eitje en die zaadcellen. Wat weten we inmiddels werkelijk over de chemische processen van aantrekkingskracht tussen mannen en vrouwen? Of tussen mannen en mannen? Of tussen vrouwen en vrouwen?

Uit het gekrakeel over die Nashville-verklaring maak ik op dat het een nogal conservatief Hill Billy-gedoe is. Heisa van een roedel achtergebleven white angry men and women. De laatste stuiptrekkingen, misschien, gevoed door angst voor de toekomst. Zogenaamd Christelijk tegenwicht voor de oprukkende Islam, wellicht. Of voor het gevaar uit China, want daar zijn ze ook bang voor. Wat mij betreft kunnen ze zich beter richten op hun eigen zonden, want er ligt vast nog wel wat onder het vloerkleed verborgen.

Jammer dat ze daar in country-minnend Nashville zo zelden luisteren naar Radiohead: I Might be Wrong.

Modern + man + vrouw = androgeen

Mijn vader had grote handen en voeten. Voor zijn schoenen moest hij in speciaalzaken zijn. Dus toen ik als pubermeisje een groeispurtje kreeg, vreesde ik dat mijn handen en voeten als die van hem zouden worden. In die levensfase wil je vooral normaal blijven en niet van de vrouwelijke norm afwijken. Wat die norm op enig moment ook moge zijn. Uiteindelijk viel het mee. Ik ben zeer tevreden met mijn schoenmaat 37, al heb ik wel iets grotere handen dan veel gendergenoten.

Want dat doen we natuurlijk: vergelijken. En niet alleen wanneer we pubers zijn. Gisteren schreef ik over hoe mannen denken. Dat logje staat bol van de clichés, inclusief opmerkingen over seks. Ingrid reageerde direct met: ‘Ik herken mezelf wel in zo’n opmerking (maar ik heb ook nogal wat mannelijke trekjes). Hoe meer ad-rem, hoe meer je erbij hoort tegenwoordig.’

Dat brengt mij bij Mack. Niet dat dat hij zo androgeen is, vermoedelijk. Maar hij schreef eerder dat hij moeite heeft om bloggers te volgen die hij niet persoonlijk kent. Dat maakt zeker verschil. Want Ingrid en ik kennen elkaar al jaren via een werkgever. Dus heb ik voorkennis bij haar zin over die opmerking. En ondanks mijn zandlopermodel en haar bescheidenheid hebben wij allebei licht androgene trekjes in uiterlijk en karakter.

Inderdaad hoor ik Ingrid meteen zo’n opmerking droppen. Waarna anderen even denken van: ‘Huh? Komt dat uit de mond van een vrouw?’ Als je daarna vraagt wat zij bedoelt, volgt er steevast een nuchtere afweging. Die zomaar kan indruisen tegen wat je verwacht van een tenger iemand als zij. Van een moeder, van een vrouw met haar achtergrond en baan. Achter haar ad-rem gedrag gaat een weldoordachte levensvisie schuil. Daarbij doorbreekt zij onder andere rolmodellen voor mannen en vrouwen. Ook haar man is anders dan de meeste mannen die ik ken uit zijn land. Geen macho. Maar is hij daarom minder mannelijk? En is zij dan minder vrouwelijk?

Het feminisme kan ik af en toe wel schieten. Want mannen en vrouwen zijn soms echt in verwarring over hoe ze met het andere geslacht ‘moeten’ omgaan. Zelf ben ik nog opgevoed met het idee dat de man de kostwinnaar wordt. Nu zorg ik voor mezelf en twijfel ik eveneens welke houding ik tegenover mannen moet aannemen. Want wat zijn ze: conservatief, modern, of een mix daarvan? Vooral zo’n gemixte man geeft signalen af die alle kanten op gaan. Ik wring mij dan in bochten om goed contact te maken en aansluiting te vinden.

We worden steeds meer androgeen in uiterlijk en gedrag. Die verandering zie je het best bij opeenvolgende generaties. Vaders die openlijker hun zachtere kanten tonen in de opvoeding van hun kinderen. Moeders die stoere dingen doen. Ouders die hun kroost veel vrijer laten in hun beroepskeuze, ongeacht of dat metier ‘hoort’ bij een man of een vrouw.

Veranderende genderrollen dragen bij aan de algehele verwarring in deze toch al woelige tijd. Maar er zullen altijd behoudende en vrijdenkende mensen blijven. Qua man-vrouwverhoudingen zijn deze groepen in Nederland wat dichter naar elkaar toe gegroeid. Van mij mogen er uiterlijk duidelijke verschillen blijven; en clichés eveneens. Maar meer begrip voor, en inzicht in het andere geslacht, juich ik toe. Of deze ontwikkeling doorzet, zal blijken. We zijn er wel zelf bij.

PS: Van alle bloggers die ik volg, is Bentenge voor mij de meest raadselachtige man. Vooral vanwege die foto dan. 😉

Mag die foto hier blijven?

Vind maar eens een fijn wandelmaatje

Je mag denken dat het vinden van een levenspartner een hele uitdaging is; met wandelmaatjes luistert het evengoed nauw. Onlangs ontving ik een afzegging. Hier zit ik mee, want gelijkgestemde wandelmaatjes zijn dun gezaaid.

Om met praktische zaken te beginnen: Waar gaan we wandelen? Hoe lang mag de reistijd naar het startpunt duren? Willen we even grote afstanden en wandelen we in hetzelfde tempo? Wie is de kaartlezer en wie doet de planning? Vinden we het leuk om regelmatig te pauzeren bij horeca? Of hebben we haast en moeten we door?

Nu komen we op een cruciaal punt, namelijk bij wie we zelf zijn. En bij het soort persoon dat we als ideaal wandelmaatje zien. Trouwens, waar gaan we het onderweg over hebben? Delen we vergelijkbare interesses? Zijn er onderwerpen die spanningen opleveren? En willen we eigenlijk wel steeds praten, of graag zwijgend van het landschap genieten? Ook belangrijk: hoe inventief en stressbestendig zijn we als we verdwalen?

Het kan op talloze manieren fout gaan. Ik heb daarom mijn twijfels bij wandeldatingsites. Die bestaan. Bij gebrek aan zelfkennis doen mensen zich vaak anders voor dan ze zijn. Dan merk je tijdens een ontmoeting pas echt met wie je te maken hebt.

Liever ontmoet ik wandelaars spontaan in groepen. Alleen gaat de drukte van die wandelgroepen mij langzaamaan tegenstaan. Het maatje van de afzegging ken ik al jaren van zulke wandelingen. We waren net met zijn tweeën aan een route begonnen. Maar zij vindt het een-op-een wandelen te intensief. Terwijl ik in haar juist iemand had gevonden die af en toe ook stil kan zijn.

Goed alleen kunnen zijn

Onderweg naar kerst-met-familie was het gisteren rustig in de coupé. Hier en daar zaten wat mensen samen of alleen. Maar de meeste tweezitsbankjes in de trein waren leeg. Daarom viel het direct op, toen een man ging zitten bij een jong paar. Ineens werd het krap. Het stelletje hield op met praten toen hij neerplofte. Ze zaten verder gedrieën zwijgend tegenover elkaar.

Zou hij zich generen voor het feit dat hij op Eerste Kerstdag alleen was? Had hij zo’n behoefte aan de nabijheid van mensen, dat hij bij dat stelletje plaatsnam? Want elders was toch plek zat. Het paartje bleef zwijgen en wisselde ook geen woord met hem. Daar zaten ze dan. Soms is gezelschap pijnlijker dan alleen zijn.

Persoonlijk kan ik heel goed alleen zijn. Zo goed zelfs, dat ik mezelf soms de deur uit schop om mensen te ontmoeten. Vooral zonder werk is het makkelijk om in je eigen kringetje te blijven. Is er ook geen huisgenoot, dan moet je voor menselijk contact meestal naar buiten. Het gebeurt regelmatig dat ik een uitstapje plan en toch liever thuis blijf. Want daar heb ik het namelijk prima naar mijn zin.

Sommige mensen vliegen al tegen de muren op als ze één dag per week niemand zien. Bij mij is het andersom. Na een hele dag vol gesprekken en gezelschap heb ik het gehad. Dan wil ik alleen zijn. Mijn hoofd leegmaken. De vele indrukken verwerken en het gewoel laten wegzakken.

Ik vraag me weleens af of het beter is om meer mensen te leren kennen. Want met elke levensfase en verandering van interesses komen er nieuwe contacten bij, maar vallen er geleidelijk ook wat af. Dat is een natuurlijk proces. Hoeveel mensen heb je minimaal nodig om een zinvol leven te leiden? Of gaat het toch vooral om de kwaliteit van de relaties zelf?

Moeten we ons in dit sociale-mediatijdperk schamen wanneer we het goed redden met relatief weinig mensen om ons heen?

Communiceren is ook een vak

Dat het met de buurman tot formele brieven moest komen, zit mij behoorlijk dwars. Vandaag zijn ze aangetekend bezorgd en nam hij ze in ontvangst. Terwijl ik besef dat dit geen ideale manier van communiceren is. Maar als rede afketst en je het jarenlang met praten hebt geprobeerd, rest er soms geen andere weg. Ik zie die brieven als een breekijzer; als een wake-up call. Als een manier om door te dringen en hem te laten beseffen: ‘Nu kan het zo echt niet meer.’ Het is voor hem ongetwijfeld een bittere pil.

Wat meespeelt, is dat we een trio vormen en ik qua communicatiestijlen tussen twee persoonlijkheden in woon. De een is directief; de ander is meer een beschouwend type. Zelf ben ik een mix van beschouwend met coöperatieve trekjes, en met vleugjes van het directieve en expressieve soort. Die laatste twee hangen af van hoe het uit komt. Bijna niemand is alleen maar dit of dat. Daarom is het soms zo moeilijk om mensen goed in te schatten.

Wat assertieve communicatie betreft (helder en respectvol), heb ik een lange weg afgelegd. Goed communiceren is mij niet met de paplepel ingegoten. Dan leer je zoiets met vallen en opstaan. Of nooit, dat kan ook. Bij mijn buurman is dit het geval. Het is geen kwaaie, maar hij is sociaal nogal onhandig. Juist daarom zit de noodzaak van die brieven mij dwars.

Want ik zie het toch gebeuren? Ik weet toch wat er bij hem speelt? Ik begrijp toch waar hij moeite mee heeft? En ik kan toch zelf improviseren? Maar het lukt mij niet om er een betere wending aan te geven. Om hem bij poging nummer vier de ernst van de problemen te doen inzien. En om hem tot medewerking te bewegen. Waarschijnlijk omdat mijn geduld na 3 ½ jaar op is. Dan is de rek er uit.

Maar ik heb nog wat communicatiestrategietjes achter de hand. Nu is de buuf aan zet. Creatief en stimulerend dirigeren noem ik dat.

Recht uit het hart

Mijn hoofd tolt nog na van alle gesprekken gisteren, aangezien ik in een klassieke welles-nietes situatie ben beland. Dat krijg je, als je bij diverse betrokkenen informeert naar wat hier in dertig jaar tijd is gebeurd. Want zo lang staat buurmans’ uitbouw al op ons gedeelde en nu verzakte riool. Illegaal. Die toestand is vervelend, maar de ontwikkelingen zijn wel interessant. Vooral wanneer je het bekijkt vanuit menselijk oogpunt.

Buurvrouw en ik hebben er inmiddels een bondgenoot bij. Eentje die met alle liefde wil getuigen; desnoods ten overstaan van een rechter. Hij kan niet wachten tot hij zijn boekje mag opendoen. Maar waar hij het een zegt, zegt een ander wat anders. Zo slingert mijn sympathie door elk gesprek steeds heen en weer.

Toch komt zijn steunbetuiging recht uit het hart. En met de nieuwe buurvrouw deel ik veel humor. Terwijl de man van de rioolservice ook goud waard is. Zelfs de vorige eigenaresse van mijn huisje zal binnenkort langskomen. Ze willen allemaal helpen, ieder op zijn eigen manier. Frappant genoeg ontstaan er nu juist vriendschappen dankzij het rioolprobleem. En dat versterkt weer mijn band met deze woonplaats.

Onze bondgenoot gaat nooit meer weg, zegt hij. Kennelijk heeft hij reden om aan te nemen dat buurman hem kwijt wil. ‘Het is hem al gelukt om die en die weg te krijgen, maar mij niet.’ ‘Die en die’, dat zijn mijn opeenvolgende voorgangers hier.

Vanwege alle rioolperikelen wil hij graag bodyguard spelen, maar zo ver laten we het niet komen. In dit ogenschijnlijk rustige straatje kan het er fel aan toe gaan, zo ontdekte ik gisteren. Achter alle bravoure zie ik toch vooral mensen met hartstocht en passie voor hun plekje hier.

Verwarrende verwikkelingen in december

Wat is deze december toch een rare maand. De een leeft toe naar de rust en de stilte van de winterperiode, waarin we ons terugtrekken in ons warme holletje. Het werk is gedaan, er is eten in overvloed en binnen is het warm. In de beslotenheid van onze huizen geeft kerstverlichting de knusse sfeer van saamhorigheid aan. Terwijl de ander door overwerk op zijn tandvlees loopt, plotseling terminaal ziek blijkt of een rechtszaak voorbereidt.

Deze december is een verwarrende maand. Want het gaat goed en ik heb het weer gehaald. Na een heel jaar zonder inkomen staat er nog genoeg op de bank. Ik leef soberder dan ooit, maar het ontbreekt mij aan niets. Hier is de rust en de ruimte die ik jarenlang zo heb gemist. Buiten schetst de vorst met wit uitgeslagen daken en struiken een heus wintertafereel. Het geeft een intens gevoel van tevredenheid.

En dat is vreemd, omdat de buurvrouw en ik een mogelijke rechtszaak voorbereiden. Komt de buurman niet snel tot inkeer, dan is er geen andere weg meer.

Wat kan het toch bizar lopen. Verhalen over een scheiding en een terminaal zieke man. Beiden totaal onverwacht. En dan, wat er daarna gebeurt. Hoe mensen die elkaar al decennia kennen vervolgens met elkaar omgaan.

Ondertussen bij mij. Een vriendin biedt voor de rioolperikelen spontaan geld aan. Heel lief, maar dat hoeft niet. Een andere vriendin weet steeds werk te regelen. Misschien opnieuw. Er zijn ook vriendinnen die willen afspreken. We gaan elkaar binnenkort terugzien. En dan de man die ons wil bijstaan met bewijsmateriaal. Ook al kunnen we geen garantie geven dat hij daarna wordt ingehuurd voor het riool. Je leert elkaar pas echt kennen als er problemen zijn. De buurvrouw en ik zitten samen op één lijn. Het doet goed allemaal.