Vrouwendag – Vaders dag

Het was me bijna ontgaan dat het Vrouwendag is. Dat komt omdat 8 maart de verjaardag van mijn overleden vader was. Zijn foto staat op tafel. Vanachter de laptop gezien is hij altijd dichtbij. Mijn vader was niet nadrukkelijk met zijn man-zijn bezig. Ik betwijfel of hij mij wezenlijk anders zou hebben behandeld indien ik een zoon was geweest. Waarschijnlijk vond mijn vader het vooral belangrijk dat ik mezelf kon zijn. Het vrouwen-bewustzijn komt van mijn moederskant. En dan met name het daaraan verbonden onrecht.

Ik doe mijn eigen ding en wat een ander daar van vindt, moet die ander maar weten. Mijn vader accepteerde mij meer zoals ik ben. Dit in tegenstelling tot mijn moeder, die van alles van mij vindt.

Mannen hebben mij zelden in de weg gezeten; vrouwen daarentegen vaker. Neem econome Heleen Mees, die maar blijft drammen dat vrouwen fulltime moeten willen werken. Of neem feministen, die het belachelijk vinden dat een man van mij best kostwinnaar mag zijn. Alsof je rol als vrouw dan per definitie minder voorstelt. Vrouwen die zo doorschieten in hun mening, nemen dezelfde houding aan als ouderwetse, belerende mannen doen.

Volgens mij is slechts één opvatting belangrijk, namelijk dat vrouwen binnen de algemene grenzen van vrijheid ongehinderd zichzelf mogen zijn.

Had ik maar een psycholoog

Ik heb met iemand afgesproken, die ik ken van twee groepswandelingen. Dit wordt onze eerste wandeling samen en we gaan kijken hoe dat ons bevalt. Drie uur later weten we het antwoord. Dit is een mismatch, voor ons allebei. Ik kom thuis met een zeurende hoofdpijn en voel me gesloopt. De vraag is of we beter hadden kunnen weten.

Vermoedelijk kom ik bovengemiddeld vaak in contact met mensen waar ‘iets’ mee is. Bijvoorbeeld in wandelgroepen en op bijeenkomsten voor (langdurig) werkzoekenden. Maar ook in het dagelijkse leven.

Dat ‘iets’ duidt niet per sé op een psychiatrische aandoening. Wel betreft het mensen die zichzelf in de weg zitten. Bijvoorbeeld door een gebrek aan eigenwaarde, een beperkt blikveld en onwrikbare opvattingen, weinig zelfbewustzijn, onverwerkte trauma’s, egocentrisme, en soms autisme. Los daarvan is communicatie een vak en ben ook ik niet volleerd.

Onze afspraak loopt vanaf de start anders dan verwacht. De NS kampt met een stroomstoring, waardoor onze geplande wandelroute afvalt. Ik vraag haar uit te stappen op Arnhem CS. Dan kunnen we een struintocht maken door Sonsbeek, of de Warnsborn-route doen. Vandaag ben ik de kaartlezer en die route ken ik vrijwel uit mijn hoofd. Zij vindt dat goed.

De eerste signalen verschijnen snel. ‘Ik ben een angsthaas.’ (Over haar huiver voor slimme meters en sociale media.) ‘Ze vindt mij een zeur.’ (Over een buurvrouw die weinig merkt van geluidsoverlast). ‘‘Heb je haar weer’, denkt hij zeker.’ (Over de veerman die haar te lang laat wachten aan de overkant.) Aan het eind blijkt dat ze ook over mij het nodige veronderstelt. Maar iets verifiëren is er niet bij. Wanneer ik praat, onderbreekt ze mij herhaaldelijk halverwege een zin. Vervolgens vult ze de rest zelf in. Om gekweld en bestraft te kijken als ik aangeef dat ik wat anders bedoel.

Feitelijk ratelt ze non-stop, terwijl we hadden afgesproken dat dit gedeeltelijk een stiltewandeling zou worden. Ik besef dat het tijd wordt om haar daaraan te herinneren. Alleen is zij mij net voor.

En dan gaat het mis. Want ik merk op dat ik haar gepraat tot nu toe ‘als wat druk heb ervaren’. Meteen krijg ik de wind van voren. ‘Ja, maar jij praatte gelijk al veel vanaf het begin, dus dacht ik dat het wel kon.’ Mijn opmerking dat ik daar een ander beeld bij heb, valt even slecht. Maar ik geef openlijk toe dat ik belangstelling heb getoond voor haar verhaal en dat dat haar kan hebben aangemoedigd. En ook dat ik het stilte-idee wel wat eerder op de route had kunnen benoemen. Nu dit is uitgesproken, kunnen we alsnog een poosje zwijgend lopen. Dat doen we.

Pijnlijk is die stilte wel. Ze loopt nu stevig door, steeds anderhalve pas op mij voor. Op een fietspad loop ik uiterst links, terwijl zij uiterst rechts gaat wandelen, op twee meter afstand. Zo gaan we een tijdje bezwaard voort.

Al wandelend overpeins welk aandeel ik had in ons gesprek. Ofwel: op welke spaarzame momenten zij niet aan het woord was. Dit valt terug te brengen tot drie korte onderwerpen. Daarvan was het bespreken van de alternatieve route aan het begin van de wandeling de belangrijkste.

Maar ineens begrijp ik het. Voor wie aandacht wil, is een noodzakelijke onderbreking van één minuut al storend. Of mijn ‘praat’-aandeel nu 2% is, of 80%, maakt in haar beleving geen verschil. Ik praat hoe dan ook te veel.

Daarna hebben we nog meer besproken, waarbij ik het woord ‘aandacht’ zorgvuldig verzweeg. Maar zij hoefde niet te weten hoe ik zocht naar wederzijds begrip en verklaringen, want in haar eigen woorden had zij toch al ‘gefaald’. Tja.

Het leven valt mij soms best zwaar, zo zonder psycholoog.

Problemen? Daar praten we niet over

De hel, dat zijn de anderen. J.P. Sartre.

We wandelen in een groepje langs mooie landgoederen wanneer ik iemand aanspreek die ik nog niet ken. Het is een oudere vrouw. Ze vertelt dat ze vorig jaar weduwe is geworden en zes maanden daarna haar zus heeft verloren. Het verdriet zit hoog. Daarenboven beëindigde haar vaste wandelvriendin na 25 jaar hun vriendschap.

Die breuk bezorgt haar een ander soort verdriet. Want ze hadden veel plezier samen en ze deelden een lange geschiedenis met elkaar. Ze bewaart plakboeken vol foto’s van plaatsen waar ze zijn geweest. Daarom kan ze de keuze van die vriendin moeilijk begrijpen en accepteren. Ik vraag welke reden zij heeft genoemd. ‘Ze vindt mij niet leuk meer.’

Jaren geleden had ik ook zo’n wandelmaatje. We hadden samen het Floris V-pad voltooid en nu waren we halverwege het Maarten van Rossumpad. Ineens vond zij het niet meer gezellig. Waar dat aan lag, heeft ze nooit uitgesproken. Ik zat toen middenin de nasleep van een reorganisatie.

Zulke mensen kunnen verhalen over problemen moeilijk aan. Zo lang het ‘lang leve de lol’ is, gaat alles prima. Maar oh wee als er een gevoeligheid naar buiten komt. Daar weten ze geen raad mee. Ik kan me wel voorstellen dat ze niet te vaak over problemen willen praten. Je gaat lekker een dagje wandelen en wil vooral ontspannen. Alleen geven ze hun grens niet aan. Of zo indirect, dat het je kan ontgaan.

Onwil of onvermogen om problemen te bespreken, kan een reden zijn om alles en iedereen op afstand te houden. Met zulke mensen gaat het altijd goed. Zij zitten nooit ergens mee. Er mankeert hooguit iets aan hun gezondheid. Dat is dan goed verklaarbaar en daar heeft iedereen begrip voor. Soms vinden zij problemen zo confronterend, dat ze in hun denken blokkeren. Dit speelt vermoedelijk bij deze wandelvriendinnen.

Toch horen problemen bij het leven. Het is logisch als je daarover wil praten. Zeker wanneer je alleen bent en het slepende kwesties betreft waarmee je geen raad weet.

Met anderen over problemen praten wordt pas echt een probleem als je mentaal vastzit. Als je zaken niet objectief kan bekijken. Als je geen alternatief kan bedenken. Als je maar in je boosheid en frustratie blijft hangen. En vooral: als je geen keuzes maakt en stappen zet. Zulke mensen ontmoet ik regelmatig. Zelf heb ik ook zo mijn periodes gehad, als een situatie ogenschijnlijk uitzichtloos was.

Nadat het hoge woord er uit kwam, schroomde die oudere vrouw om verder te vertellen. Ze wilde mij niet met haar verdriet opzadelen. En ik besefte dat dit een heel verhaal ging worden. Voordat je het weet, is er een uur voorbij. Ik ga dan zo in een gesprek op dat ik de omgeving nog nauwelijks opmerk.

Op zo’n moment hangt het sterk af van hoe iemand zich opstelt. Betreft het een drama queen vol onbegrip, of een persoon die redelijk en zelfbewust is? Want als iemand een probleem objectief kan bekijken, wordt zo’n gesprek vanzelf interessant.

Recent vond ik nog een oud berichtje van mijn vroegere wandelmaatje, ergens uit 2012. Ze schreef dat ze het toch jammer vond dat we waren gestopt. (Geen woord over het waarom.) Had ik toevallig zin om samen verder te gaan?

De pijn van het niet worden gezien

Op een zonovergoten zaterdag wandel ik met een vriendin op de Veluwe. We kennen elkaar goed, maar minder lang dan de vriendin die ze onlangs aan een ziekte verloor. Het verdriet van de laatste maand, het afscheid en de emoties hebben er ingehakt. Ook hebben gesprekken met de naaste familie en vrienden het nodige losgemaakt. Tijdens een uitvaart staan we vaak stil bij wat er vroeger is gezegd of voorgevallen.

Opeens, onderweg langs een bosrand, komt het er uit. De ontboezeming die alles verklaart. Alles waar ik al jaren vragen over heb. Situaties uit verhalen en opmerkingen waarvan ik denk: ‘Waarom reageer je zo? Waar komt dit vandaan? Er moet iets zijn gebeurd. Lang geleden of in kleine voorvallen tijdens de loop van je leven.’

Verbaasd dat de herinnering nu zo plotseling opdoemt, overdenkt ze haar houding naar haar jongere zusje toe, vroeger, en wat daarachter schuilging. Ik wacht af of het kwartje valt, want dit is nogal een kwestie. In zo’n situatie komt het volledige besef pas als je kan bedenken welke impact je eigen gedrag op de ander heeft gehad. En als je daarna onder ogen komt wat daarvan de gevolgen zijn voor beide partijen.

We blijken iets te delen. We kennen allebei de pijn van het niet worden gezien. Bij haar begon dat met haar zusje, dat een niet verlegen lachebekje was. Bij mij begon het op een onbekend moment. Maar ik weet hoe het voelt als er steeds iemand anders geliefder is dan jij. (Ongeacht of dit werkelijk zo is of niet.) Denk aan het mooiste meisje van de klas. Zo iemand die als een magneet alle aandacht naar zich toetrekt en de beste kansen krijgt.

Er is ook een verschil. Ik ben vast weleens jaloers geweest, maar ik herinner mij vooral gelatenheid en pijn. En ik herinner mij nog iets. Namelijk dat het leven van het mooiste meisje van de klas evengoed strontvervelend kan zijn.

Mijn schoolvriendinnetje op de kleuterschool had blonde krullen en guitige kuiltjes in haar wangen. Zij kwam uit een groot gezin met veel broers die haar op handen droegen. Op de lagere school blonk datzelfde vriendinnetje uit in sport. Ik kon haar onmogelijk bijbenen. Bij andere schoolvriendinnen waren de verschillen kleiner.

Toen de pubertijd begon, veranderde alles. Te beginnen met een grote school waar ik mij verloren voelde tussen de veel gehaaidere stadskinderen. En ineens werden jongens belangrijk, dus ook mijn uiterlijk. Het is niet zo dat ik onopgemerkt bleef. Andere meisjes waren wel extraverter of sociaal vaardiger. En een aantal van hen zag er al vroeg vrouwelijker uit. Daarnaast kregen zij meer nieuwe kleding en accessoires van hun ouders dan ik. Maar bovenal wist ik mezelf geen houding te geven en leefde ik in een fantasiewereld.

Nog altijd kan ik die periode moeilijk doorgronden. Maar toen is het fundament gelegd voor een overtuiging waar ik lang in heb geloofd. Namelijk dat het niet uitmaakte wat ik deed, omdat er toch altijd iemand anders leuker, intelligenter of aantrekkelijker was dan ik. En het is in werkelijkheid vaak genoeg gebeurd. Dat ik net in gesprek was met een leuke man en dat er dan weer zo’n vrouw tussenbeide kwam. Bepaalde vrouwen gaan over lijken om hun zin te krijgen. En sommige mannen zijn zo godsgruwelijk simpel als ze worden geconfronteerd met vrouwelijke schoon.

Dat werd mij pas goed duidelijk toen ik zelf de school- en uitgaansvriendin werd van het mooiste meisje van de klas. Misschien ben ik daar de ideale persoon voor. Want zo’n meisje heeft weinig echte vriendinnen. Veel jongens zijn verliefd op haar. Maar hoe leuk zijn die jongens als je ze beter leert kennen? En wie kijkt voorbij haar uiterlijk en ziet haar als persoon?

In die periode was ik herhaaldelijk blij dat ik minder aantrekkingskracht had dan zij. Mannen kunnen irritant opdringerig worden en zich bij afwijzing obsessief gedragen. (Feitje: mannen die op vrouwen met grote borsten vallen, zijn relatief vaker seksistisch en agressief naar vrouwen toe.) Daarnaast hoef ik niet in het middelpunt van alle belangstelling te staan. Later was het in het buitenland soms een groot voordeel dat ik minder snel opval. Mijn donkere haar en gewonere uiterlijk hebben diverse onveilige situaties voorkomen.

Toch wil iedereen graag worden gezien en gehoord. ‘Kreeg ik maar eens de kans om uitgebreid met een man kennis te maken zonder dat er andere vrouwen bij zijn’, dacht ik op een gegeven moment. Toen die kans zich eindelijk voordeed, was het gelijk raak ook. We zaten urenlang vastgegespt naast elkaar in het vliegtuig van Athene naar Singapore en konden geen kant uit. 😉

Evengoed krijg ik soms een hele dwarse oprisping. Met name bij succesvolle mannen. Van die goed verzorgde types die al vroeg een imponerende functie krijgen, en dus geld, en het vanzelfsprekend vinden dat hen een mooie vrouw toekomt. Ik was niet in beeld toen ik jonger was. Inmiddels zijn zowel de kinderen als vrouw nummer één de deur uit. Vrouw nummer twee ook.

Nu ben ik degene die nog steeds haar meisjesachtige zandloperfiguur heeft en haar natuurlijke haarkleur. Dus denken ze weleens …

(Het reactieveld is bij dit bericht uitgeschakeld.)

Ons uiterlijk doet ertoe

In de buurt app verschijnt een oproepje van een kunstenares. Zij zoekt vrouwen van wie ze de borsten mag fotograferen voor een project.
Alle soorten en maten zijn welkom, nadrukkelijk ook gehavende exemplaren. Geheimhouding verzekerd.

We wachten aan de rand van de weg wanneer een automobilist stopt die ons hoffelijk voor laat gaan.
‘Goh,’ zegt een man in ons wandelgroepje, ‘pasgeleden gebeurde mij dat ook al toen ik samen met een mooie, blonde vrouwelijke collega wilde oversteken. Als ik alleen ben, stoppen ze nooit.’

Bij de kunstenares stel ik mij voor dat zij met haar werk wil laten zien hoe divers ons menselijke uiterlijk is, en toch ook weer niet. Mogelijk is de boodschap dat we ongeacht de verschillen er allemaal mogen zijn. En dat we erg kwetsbaar zijn. Wellicht wil ze aantonen dat littekens niet hoeven af te schrikken, als je er op een neutrale manier naar kijkt. Oneffenheden horen erbij. Het leven gaat niet over rozen en iedereen loopt krassen op. We zijn van vlees en bloed, daarin zijn we gelijk. Al vinden we de ene persoon wat aantrekkelijker dan de andere. Dat is alles.

Misschien brengt het werk van de kunstenares een discussie op gang. Op haar foto’s wordt slechts een deel van het vrouwelijk bovenlichaam getoond. Je weet dus niet naar wie je kijkt. Wat zal de bijbehorende vraag zijn:

Hoe schat je deze vrouw in? Vind je haar direct aantrekkelijk of juist afstotelijk? Of laat ze je koud? Waarom? Welke invloed zullen haar borsten tot nu toe op haar leven hebben gehad? Zou haar partner voor haar hebben gekozen als haar borsten er anders uit hadden gezien? Bijvoorbeeld kleine borsten in plaats van grote borsten, of gewoon een onopvallend maatje er tussenin? Wat zou dat voor haar algehele uitstraling hebben gedaan? En voor de kansen in haar leven?

Want ons uiterlijk maakt wel degelijk verschil.

Verder kijken dan het eigen ik

The problem with closed minded people, is that their mouth is always open.’ Anonymus.

Vorige week hadden we een gevalletje eenrichtingsverkeer in de wandelgroep. Zo noem ik iemand die helemaal vol in van zichzelf. Ik heb helaas geleerd dat je zulke mensen beter niet kan aankijken, hoe hard ze ook proberen om aandacht te krijgen. Om het even van wie. Dus toen we voor de lunch bij de herberg aankwamen, hadden zij en ik nog nauwelijks een woord gewisseld.

Binnen trek ik met veel moeite mijn natte regenbroek over mijn stroeve schoenen uit. Het is een gedoe en ik krijg het er warm van. Mevrouw heeft daar echter geen oog voor. Ze komt vlak voor me staan met haar smartphone en toont een foto. ‘Kijk eens wat een mooi pakje mijn dochter voor mijn kleinzoon heeft gemaakt!’ Ik ken deze vrouw dus amper. En zij kent mij al helemaal niet. Voor haar ben ik slechts een praatpaal.

Gelukkig is er deze keer een psychiatrisch verpleegkundige bij. ‘Ze kan niet verder kijken dan haar eigen ik.’, zegt zij even later tegen mij.

Autisme of een andere psychische aandoening in de persoonlijkheidssfeer ligt misschien voor de hand. Maar ik zoek al jaren naar alternatieve verklaringen voor dergelijk gedrag. Is het eenzaamheid, behoefte aan erkenning, leegte, stuurloosheid, onzekerheid, angst om zichzelf onder ogen te komen, PTSS, …? Wellicht spelen deze factoren mee in de volgende situaties:

 

De zeven diehards en de zeven watjes

Vandaag werd weer eens duidelijk hoezeer het Nederlandse volk is gedegenereerd. We gingen namelijk wandelen en volgens Buienradar zou het een beetje gaan regenen. Er was inderdaad een beetje motregen, gevolgd door een beetje meer regen en een beetje minder regen, enkele bijna droge minuten en daarna weer langdurige motregen. We zouden met zijn veertienen op pad gaan. Uiteindelijk kwamen er slechts zeven wandelaars opdagen. Belachelijk toch?

Wie zijn nu de zeven diehards? Allereerst de kaartlezer en zijn vriendin. Verder is er een Friezin. Friezen zijn stijfkoppen die zich niet laten weerhouden. Nummer vier is een ouwe taaie. Da’s een vrouw op leeftijd die altijd pruttelt en achteraan loopt, maar wel volhoudt. Ook wandelen twee ex-militairen mee, een man en een vrouw. Zij zeuren nooit en blijven opgewekt in weer en wind. En vanzelfsprekend ben ik er bij.

Ik weet ook wie de zeven anderen zijn, ze staan op een lijst. De watjes. Die spelbrekers. Dat zooitje losers. Die kwezels zonder karakter. Die weekdieren zonder ruggengraat. Bah. Als ze maar niet denken dat ze ooit nog bij mij hoeven komen met verhalen over hun zogenaamde ‘wandelexpedities’. Want ik onthoud alles. Stelletje afvalligen.

Overigens hebben we genoten van koffie met taart bij de open haard van een monumentale herberg in Bronkhorst. Het was er heerlijk warm en na de wandeling smaakte alles extra lekker. Wat jammer toch dat die zeven dat nu hebben moeten missen.