Was het een geheime rendez-vous?

Het gebeurt op een landgoed in de buurt. Regendruppels glinsteren op de donkere grond van een kale akker. De beuken aan de overkant zijn in nevelen gehuld. Het is stil vandaag. De lucht is grauw en het druilt zacht. Langs een slingerend pad heeft een ploeg sierlijke lijnen in de aarde getrokken. Dat pad wordt aan weerszijden omzoomd door eiken. Ze staan nog vol met kleurend blad.

Ik stap tussen een dubbele rij beuken uit en loop naar de rand van de akker. Daar neem ik foto’s van de diepe voren. Een stuk verderop, tussen de eiken langs diezelfde akker, wandelt een jonge man met een grote hond het frame van mijn camera binnen. Hij draagt een baseball pet en lijkt wat te dollen met zijn hond. Zulke types kom je hier als wandelaar weinig tegen. Direct bekruipt mij de gedachte dat ik geen foto’s met hem in beeld moet nemen. Ik voel mij in zijn plaats betrapt.

Daarom wend ik mij af en poseer nadrukkelijker richting de akker. Even later keert hij om. Apart. Want die plek is halverwege het een en het ander. Het is onlogisch om op dat punt terug te gaan. Tenzij hij vindt dat hij genoeg heeft gewandeld. Er is tenslotte een parkeerplaats verderop. Unheimisch is de situatie niet. En toch. Het is wel heel erg stil vandaag. De mist dempt alle geluiden.

Nu wandel ik zelf op het pad tussen de eiken langs de akker, daar waar de man zojuist liep met zijn hond. Het ligt op mijn route naar huis.

Dan komt een jonge vrouw met een rode jas mij tegemoet. We groeten elkaar vriendelijk in het voorbijgaan. Ze kijkt mij met een brede glimlach aan en ik glimlach terug. Haar kleding is veel vrouwelijker dan wandelaars gewoonlijk dragen. Later zal ik mij afvragen wat voor schoenen ze droeg. Had ze leren laarsjes met hakken aan? Waren ze zwart?

Intussen bereik ik tussen de eiken de laatste bocht voor de parkeerplaats. Er staat daar slechts één zwarte auto geparkeerd, vlak naast het pad. Het is een grote Amerikaan die sterk lijkt op een Dodge RAM. Wanneer ik op het pad langszij kom, start iemand de zwaar ronkende motor. De bestuurder draagt een baseball pet. Ik zie zijn gezicht niet goed, maar het is die man.

Hij kijkt naar het dashboard of stopt iets in een kastje. Ik weet niet of hij heeft gezien dat ik naderbij kom. Het parkeerterrein is verder helemaal verlaten. Wij zijn de enigen hier, samen met de hond en de auto. Vlakbij zijn honderden mensen begraven. De auto maakt een diep ronkend geluid. Ik hou van dat geluid, maar de situatie is onduidelijk.

Ik moet voor de man langs, terwijl hij daar langer met zijn auto stationair blijft staan dan ik verwacht. Heeft hij mij foto’s zien nemen? Is er iets verdachts voorgevallen? Even flitst een sinistere gedachte door mijn hoofd: ‘Heeft hij mij opgewacht?’

Nog slechts anderhalve meter ben ik nu bij zijn motorkap vandaan. Ineens trekt hij op en slaat loom rechtsaf. Langzaam rijdt hij voor mij uit. Mogelijk ziet hij mij zijn auto nastaren, via de spiegel door de achteruit. Op die achterruit hou ik mijn ogen strak gericht, terwijl mijn mond woorden vormt die hij niet kan horen.

Wilde hij juist in zijn auto worden opgemerkt, of zag hij mij niet?
Zag ik te veel? Was ik dan getuige van de sporen van een rendez-vous die verborgen moest blijven?

Het Dunning-Kruger effect

‘Debatteren wordt bemoeilijkt door een verschijnsel dat in de psychologie bekend staat als het Dunning-Kruger effect. Seidell [hoogleraar aan de VU]: “Het is een wetmatigheid: iemand die een beetje van een onderwerp weet, wordt heel stellig in zijn uitspraken. Krijgt hij meer kennis, dan wordt hij onzekerder. De stelligheid groeit pas weer als hij van het onderwerp heel veel weet.”’ Uit: Inderdaad, we weten het niet zeker, Trouw, 2 november 2019.

Misschien moet je het Dunning-Kruger effect eerst zelf ervaren, voordat je beseft hoe het bij anderen werkt. Ik ontdekte dit effect jaren geleden toen ik onderzoek deed naar mijn voorouders. Stel, je weet dat iemand in 1680 schoenmaker is. Dan krijg je een bepaald beeld bij zo’n persoon. In dit geval: hij is een eenvoudige ambachtsman. Maar dan koopt hij een opvallend duur pand. Dat gegeven haalt je indruk van een sobere leefstijl onderuit. En waar komt het geld vandaan? Dus zoek je verder naar verklaringen.

Bij genealogisch onderzoek raadpleeg je alle beschikbare bronnen. Meestal moet je het doen met flintertjes informatie. Persoonlijke ontboezemingen van voorouders zal je zelden vinden. Hopelijk krijg je uiteindelijk een redelijk volledig beeld van hun leven. Toch kan elke nieuwe vondst hun verhaal nog een andere wending geven.

Over voorouders kan je pas met zekerheid vertellen wanneer je een gefundeerd verhaal hebt én tegelijkertijd een slag om de arm houdt. Want geleidelijk aan leer je dat je nooit alles te weten zal komen. Zoals je ook nooit iemands karakter volledig zal kunnen doorgronden.

Met deze ervaring kan je in de verleiding komen om mensen als ‘dom’ te labelen wanneer ze heel vaak stellige uitspraken doen. Maar dat is nu precies een kenmerk van het Dunning-Kruger effect.

Recht is recht en wraak is krom

Wat zou jij doen als … en dan volgt er een gewetensvraag. Toevallig passeert dit terwijl ik worstel met een kwestie. Het betreft een slepend probleem met de buurman. Is het wijs om actie te ondernemen, vraag ik mij af. En zo ja, wat is dan de doorslaggevende reden? Wil ik gerechtigheid of wil ik wraak? Zo van: ‘Dit moet nu eindelijk worden opgelost.’ versus ‘Denk maar niet dat jij hiermee wegkomt.’ Er valt wat te winnen, maar verlies is evengoed een optie.

Het circus begint weer van voor af aan. Inspecties laten uitvoeren en zorgen voor beeldmateriaal. Dit om bruikbare informatie te verzamelen. Conclusies zorgvuldig onderbouwen. Vriendin F vraag ik om raad. Haar antwoord bevestigt mijn plan. Inmiddels heb ik actie ondernomen en is de kans op wraakneming reëel. Door de andere partij wel te verstaan.

Wat zou jij doen als iemand wraakzuchtig wordt, omdat hij het niet kan verdragen dat je hem zijn zin niet geeft? Of, omdat hij niet kan verkroppen dat je zijn bedrog ontmaskerd hebt? En wat zou je doen als hij laster over jou verspreidt, omdat hij weigert in te zien dat er een ongelukkig misverstand is geweest? Dus zelfs nadat je de situatie hebt uitgelegd.

Er bestaan tv-programma’s waarin huftergedrag wordt getoond. Ze voorzien in een behoefte aan sensatie en werken voor getroffenen als balsem op de ziel. Bij openbaar wangedrag kijken veel voorbijgangers weg, of ze doen niets. Enkele mensen reageren wel. Waarom? Verlangen zij naar correct gedrag en gerechtigheid, zoals de meesten zeggen? Of speelt er meer? Ik betwijfel of een wraakzuchtig persoon stilstaat bij dat laatste.

Als je maar geen spijt krijgt

barriere of opening

In het Engels bestaat de uitdrukking better safe than sorry. Ofwel: speel liever op zeker, zodat je nergens spijt van krijgt. Dat kan verstandig zijn, bijvoorbeeld in een potentieel onveilige situatie. Angst is de basis van deze uitspraak.

In mijn leven heb ik al herhaaldelijk (grote) risico’s genomen, juist om spijt te voorkomen. Spijt achteraf, omdat ik een kans had laten schieten. Spijt, omdat ik die reis niet had gemaakt. Bang om op mijn oude dag terug te kijken en dan te denken: ‘Had ik maar …’ Spijt kortom, omdat ik niet durfde te leven.

Controle is een illusie en angst is een slechte raadgever.

Voor de mooiste ervaringen moet je soms in het diepe springen. Op de tast een donkere kamer in gaan. Contact maken, een nieuwe relatie beginnen. Iets uitproberen, fouten maken, flink op je gezicht gaan. En weer opstaan. Daar groei je van.

De grenzen van je invloedssfeer

Met een vriendin bespreek ik de plus- en minpunten van de klusser die in huis bezig is. Zij is ervaringsdeskundige als eigenaresse van twee woningen. Ik vertel hoe vaak hij zich ziek meldt (vaak) en hoe vaak dat bij mij twijfels oproept (regelmatig). Bij twijfel werkt een last-minute afmelding flink op mijn gemoed. Dan is het alsof ik geen grip heb op de situatie.

Deze vriendin kent dit dilemma. Wij kunnen ons allebei in iemand inleven en we tonen begrip. Dat is riskant. Een gevolg kan zijn dat een ander gaat denken: ‘Ach, ik kan het mij permitteren, want zij begrijpt dit wel.’ Voordat je het weet, neemt zo iemand een loopje met je. ‘We zijn te aardig.’, verzucht vriendin. Zij is nota bene manager van een heel team.

Ligt de oplossing binnen je invloedssfeer, dan kan je er wat aan doen. Ligt de oplossing buiten je macht, dan moet je met de situatie leren leven. We weten het allebei. Alleen duurt het soms even voordat duidelijk is waar de grenzen van mijn invloedssfeer liggen. En voordat ik die grenzen accepteer. Tot dan weeg ik belangen af en slik ik een heleboel woorden in. Vooralsnog bereik ik met een milde confrontatie op zijn tijd en een enkel woordje commentaar bij deze klusser meer.

Hoe ga jij om met de grenzen van jouw invloedssfeer?

Zoektocht naar herkenning

Bij aanmelding voor een wandeling vanuit Geldrop, maak ik mezelf wijs dat ik wil wandelen in onbekend gebied. ‘Toevallig’ is Geldrop ook de plaats waar een verre verwant woont. We weten pas sinds kort van elkaars bestaan af. Het contact kwam via mijn familiewebsite tot stand. Ik ben mild nieuwsgierig, maar wil zij mij wel ontmoeten? Terloops vermeld ik mijn geplande bezoek en ja hoor: zij reageert direct enthousiast. We spreken af in een restaurant.

Wat verwachten we eigenlijk? Dat we uiterlijk op elkaar lijken? Dat we iets in elkaars gedrag herkennen? Dat we overeenkomstige normen en waarden hebben? Onze verwantschap gaat acht generaties terug. Acht generaties boven ons trouwden twee mensen in het jaar 1732. Vervolgens kregen zij zestien kinderen. Mijn verre verwant en ik stammen elk van een andere zoon af.

We delen weinig genen. Want gerekend vanaf onszelf hebben we allebei 2 (ouders) + 4 (grootouders) + 8 (overgrootouders) + 16 + 32 + 64 + 128 + 254 = 508 voorouders tot in de achtste generatie. Dus samen 1.016 voorouders minus onze 2 gezamenlijke voorouders = 1.014 andere voorouders. Wat heb je dan nog gemeen? Toch is het aardig om deze vrouw en haar man te ontmoeten. Haar nog levende familie is klein.

Zoekt zij daarom zo hard naar iets herkenbaars in mij? Foto’s komen tevoorschijn. Mijn rechte neus, die ziet zij terug bij haar dochter. Vind ik dat nu ook niet? Ze toont een foto op haar smartphone. Bij haar zitten er veel dansliefhebbers in de familie. Heeft mijn kant ook gevoel voor ritme? Uhm, nou … En zijn wij ondernemend? Een paar verwanten wel, ja. (Maar wat zegt dat?)

De meeste herkenning komt wanneer zij vertellen over hun vroegere leven als expats. Dat ken ik. Zij verkeerden in het welvarende wereldje van de oliewinning. Haar man deed aan ‘gaatjes boren’ in Oman. Sinds kort zijn ze terug in Nederland, met pensioen en aangewezen op elkaar. Vooral dat laatste valt haar zwaar, is mijn indruk. Misschien ervaart zij nu een leegte. Ook dat is mij namelijk bekend uit oliekringen. Keek ze daarom hoopvol uit naar onze ontmoeting?