In psychische nood

Zeven jaar geleden ontmoette ik een leeftijdgenoot tijdens een korte vakantie. Na een toevallig weerzien hebben we nu voor het eerst een wandelafspraak. De zon schijnt en ik verheug me erop. We gaan gezellig een middagje bijkletsen. Althans, dat is mijn verwachting. Maar vrijwel direct komt het hoge woord er uit. Ze heeft twee maanden geleden haar relatie verbroken. In feite is ze minder van slag door liefdesverdriet dan door de existentiële pijn van het plotseling weer alleen zijn.

Het zit zeer dicht onder het oppervlak. Ze vertelt over haar angst- en paniekaanvallen. Die zijn in alle hevigheid teruggekeerd. Want daar had ze ook al last van voor die relatie, begrijp ik nu. En ze vertelt over haar bezoek aan de huisarts, over medicijnen en over psychotherapie. Ze heeft een ruim netwerk van vrienden en familie, dat kennelijk toch onvoldoende in haar behoeften kan voorzien. Intussen zijn haar gedachten elders. De zonovergoten omgeving ontgaat haar volledig.

Ging dit maar over liefdesverdriet. Dat is voor velen bekend terrein. Maar iemand die het leven zelf niet alleen aankan, da’s een ander verhaal. Zo iemand laat je met een machteloos gevoel achter.

Degene die achter de leider staat

Als je een kritische volger van de leider bent, zoals ik, dan moet je soms schipperen. Wat zeg je wel, wat zeg je niet? En als je wat zegt: wanneer doe je dat en op welke manier? Na het logje van gisteren volgt een wandeling met een groep. De kaartlezer of leider is een sympathieke man. Hij is relaxed in de omgang.

Ik ben tweemaal eerder met hem op stap geweest. Soms dwaalde hij toen een beetje af. Maar steeds bracht zijn richtingsgevoel ons terug op het juiste pad. Wel scheen de zon op die dagen, terwijl het nu regent. En de vorige keren was zijn vriendin er ook bij. Misschien hielp zij hem. We wandelen deze keer van Oosterbeek via kasteel Doorwerth over de stuwwal naar Renkum. Althans, dat is de bedoeling.

Onderweg naar het oude kerkje vertelt hij dat hij een oude beschrijving heeft meegebracht. Hm. Er kan in een paar jaar veel veranderen. Maar hij heeft ook een plattegrond waarop ik vluchtig veel kronkels zie. Ik ken deze ongemarkeerde route niet, maar het gebied wel globaal. Al snel loopt hij anders dan verwacht. Want hij heeft hardop gelezen dat we links van water moeten komen, terwijl hij zelfverzekerd naar een pad rechts van een vijver stapt. ‘Geen punt,’ denk ik,’ als het fout gaat, komen we verderop bij bruggetjes, en hou mijn mond.

Voor een kaartlezer is het vervelend als anderen zich ongevraagd met de route bemoeien. Al snel merkt hij zelf dat we verkeerd lopen. Bij het eerstvolgende bruggetje gidst hij ons naar de overkant. Niets aan de hand, hij pikt het spoor weer op. Toch lopen we een uur later nog steeds bij Oosterbeek rond. Mijn richtingsgevoel is in een bos zeer onbetrouwbaar. Maar als ik voor de tweede keer dezelfde auto zie staan, weet ik zeker dat we fout gaan. Dat valt hem ook op.

Achter zijn rug beginnen enkele mensen te morren. Zij zijn vanuit de Randstad anderhalf uur onderweg geweest om hier te wandelen. Kaartlezen doe je vrijwillig, maar er worden wel eisen gesteld. Ik vertel aan de achterhoede dat ik hem ken en dat het steeds goed kwam. Hij past de richting aan en nu lijken we wel naar het zuidwesten te gaan. Tot we bij de Utrechtseweg uitkomen, in het noorden.

Ik heb om minder wandelgroepen zien muiten. Het is ook geen enkele kunst om een groep in zo’n situatie op te ruien. Soms ligt de ware macht niet bij de leider, maar bij degene die achter hem staat.

Transformatie van patiënt naar mens

In drie jaar tijd ben ik twee keer van tandarts veranderd. Tussen specialist en patiënt luistert het namelijk nogal nauw. Bovendien delen mijn gebit en ik een hele geschiedenis. We hebben al het nodige moeten ondergaan. Deze tandarts was mij aanbevolen door een goede bekende. Ik geloof direct dat ze kundig is, maar haar manier van doen is minder. Dus toen vooraf werd gemeld dat iemand haar vandaag verving, vond ik dat prima.

Het is een heel jonge man. Terwijl de assistente achter mij staat, komt hij binnen en vraagt hoe het met mij gaat. Het klinkt bijna alsof hij bedoelt hoe het met mij persoonlijk gaat. Ik antwoord ‘goed’ en maak daarna toch maar gewoon een opmerking over mijn tanden. Zijn manier van doen is relaxed. Tijdens de controle informeert hij ook belangstellend naar het welzijn van de assistente. Zij is ziek geweest, moest overgeven, en nu gaat het beter. Gelukkig maar.

Bij mij is alles in orde. Na afloop van de controle stel ik een vraag over mijn verstandskies. De jonge tandarts vertelt dat ik hem beter kan laten zitten. Je weet nooit of die kies later nodig is voor een brug of zo. Dit klinkt heel anders dan de dreigende taal van mijn vaste tandarts. Die begon meteen over de boel open laten snijden door een kaakchirurg.

Ik mag deze tandarts wel. Daarom zeg ik dat hij wat mij betreft voortaan wel mijn vaste tandarts mag worden. Hij vraagt waarom. De assistente, die met haar rug naar mij toe staat, draait zich om. Nu moet ik het vertellen. Dat mevrouw M altijd zo gejaagd is. Dat ik haar aanrakingen ruw vind. Het is prettig dat hij rustiger werkt.

Een moment lang is het stil. Aan hun gezichten valt geen emotie af te lezen. Maar onmiskenbaar voel ik een zucht van verlichting door die kamer gaan. Loyaal zeggen ze dat mevrouw M kundig is en ze erkennen dat zij ‘soms’ wat ruw kan werken. Waarna de hele sfeer omslaat en we zomaar in gesprek raken. Over het werk van de tandarts. Over het vierjarige dochtertje van de assistente. En over hoe het wonen mij hier bevalt.

Gedrieën zijn we getransformeerd. Van tandarts, assistente en patiënt naar mens.

Levenslessen van andere mensen

Soms denk ik: ‘Stel dat die reorganisatie er niet was geweest. Dan had ik ook niet …’ Gevolgd door allerlei zaken die ik niet had willen missen. Zoals het leven in mijn huidige woonplaats. En de gesprekken met deelnemers in de groep voor werkzoekenden. Regelmatig leer ik nog van deze mensen. Omdat zij een ander leven leiden dan ik. Omdat zij ook van alles meemaken, maar daar anders mee omgaan. Of omdat ze andere beroepen en interesses hebben. Zonder die reorganisatie hadden we elkaar waarschijnlijk nooit ontmoet.

Werkloos raken schudt de meest stabiele personen door elkaar. Vooral na een lange carrière. Je hele toekomst wordt onzeker. En vaak moet je voor het eerst in jaren je zelfbeeld herzien. Als daarbij het pantser eenmaal wegvalt, kom je tot de kern. Ik als lotgenoot tenminste wel. Dan kunnen we praten over zaken die er werkelijk toe doen. Ik kan slechts raden hoe zij zich in een werksituatie gedragen. Maar vermoedelijk weet ik na een gesprek al beter wat hen beweegt, dan hun vroegere collega’s na een jaar.

Gesprekken met mensen die anders in het leven staan, vind ik eveneens boeiend. Ze trekken me uit mijn eigen beperkte denkwereld en bieden alternatieve zienswijzen. Daarbij moet ik wel moeite doen om ze goed te begrijpen. Want ik denk toch vanuit mijn eigen referentiekader. Te snel of verkeerde conclusies trekken, is zo gebeurd. Als ik me daarvan bewust ben, blijf ik doorvragen. Hoe, wat, waarom, … en toen? Tot alles helder is. Zij zetten mij vaak aan het denken. En ik hen.

Voordelen van de zeven hoofdzonden – 7 Wellust

De laatste in de serie van zeven hoofdzonden is wellust (Luxuria). Na alle voorgaande zonden is nu wel duidelijk waar het probleem zit. Steeds gaat het om een teveel van iets. Wordt je leven beheerst door luiheid, hebzucht, jaloezie of woede, dan gaat het mis. Zo kan wellust ook ontwrichtend werken. Beschouw het als een verslaving. Stel dat je de hele dag door seks najaagt, of ander zinnelijk genot. Dan kom je gewoon niet meer aan werken toe. Of je relatie gaat door overspel kapot.

Wat is dan het voordeel van deze hoofdzonde? Nou, gezien de recente trend kan wellust ooit onze redding worden. Want wereldwijd krijgen vruchtbare vrouwen steeds minder kinderen. Niet alleen door bewuste geboortebeperking. Maar ook door de huidige hectische leefstijl. Seks moet zo ongeveer worden gepland, of we zijn er te moe voor. Japan heeft al een probleem. Dat land verandert binnenkort in een bejaardenoord.

In Europa slaat de vergrijzing eveneens toe. Want we willen eerst studeren en reizen en ook carrière maken. Tegelijkertijd duren dienstverbanden en relaties steeds korter. En dan die gekte op de woningmarkt. Zonder stabiele basis of een passend huis beginnen jonge stellen later aan kinderen. Soms is het dan te laat of krijgen ze er minder dan gewenst. Ik bedoel maar: aanstonds komt ons voortbestaan nog op wellust aan.

Voordelen van de zeven hoofdzonden – 6 Gulzigheid

Met de volgende hoofdzonde in de serie belanden we bij gulzigheid (Gula). Ook wel vraatzucht of onmatigheid genoemd. Ik vraag me af of dit zo’n grote zonde is, zeker als het om eten gaat. Wellicht zegt de keuze voor deze hoofdzonde meer over het instituut dat ze heeft opgesomd: de katholieke kerk. Eeuwenlang moesten we hard werken voor voedsel en andere levensbehoeften. Nu is er een enorme overvloed. Voor iedereen is er genoeg. Alleen is de verdeling ongelijk en draaien veel productiemethoden op roofbouw.

Toch, zeg je vraatzucht, dan denk ik direct terug aan een Brabantse reisgenoot. Ik ontmoette hem tijdens een groepsreis in Indonesië. Hij was minstens een kop groter dan ik en tonnetje rond. Doorgaans was hij de gemoedelijkheid zelve. Tenzij er wat te halen viel.

Eten, vooral. Maar ook de voorste plek in de bus en de prominentste plaats bij elk uitkijkpunt. Dan zag de rest weinig meer vanachter zijn grote lijf. Op het vliegveld moest hij persé als eerste door de slurf. Zelfs als er werd omgeroepen dat gezinnen met kleine kinderen voor mochten. Wat, opzij gaan? No way. Hij bleef dringen bij de gate en blokkeerde met al zijn vet de volle breedte van de doorgang.

We gingen op Bali ‘s avonds naar een show met muziek en elegante danseressen. Vooraf kregen we een diner met overheerlijk eten, in de vorm van een buffet. Kortom, daar viel wat te halen. Nou, vermenigvuldig de porties die Russen in all inclusive resorts bijeen graaien gerust met een factor drie. Dan heb je een idee van de hoeveelheid die hij verstouwde. Hij versloeg zelfs mij.

Een kleine Indonesiër stond bij het buffet saté-stokjes klaar te maken. De eerste keer dan onze Brabander die avond saté ging halen, bracht hij een bord met twaalf stokjes mee. Ik dacht nog even dat hij die voor onze hele groep had meegenomen. Maar nee. En we waren niet de enige groep daar. Voor die arme saté-maker was het gewoon niet bij te benen.

Al met al zie ik weinig nadelen in gulzigheid. Zolang onmatigheid niet ten koste gaat van iets of iemand anders. Vooralsnog verspillen we enorme hoeveelheden voedsel en grondstoffen. Door gebrekkige opslag- en transportmethoden gaat in Afrikaanse landen tot wel 40% van de oogsten verloren. Tot dat verbetert, kunnen de mensen daar zich wellicht beter volvreten (en het voedsel met hun buren delen), dan dat de ratten het doen.

Voordelen van de zeven hoofdzonden – 5 Hoogmoed

Men zegt dat hoogmoed of ijdelheid (Superbia) de ergste is van alle hoofdzonden. Ben je hoogmoedig, dan vind je jezelf belangrijker en beter dan de rest. Narcisten hebben hier flink last van; die zijn verliefd op zichzelf. En narcisten zijn hele nare mensen. Ik heb ooit voor zo iemand gewerkt. Wat kan dan een voordeel zijn van deze hoofdzonde? Want daar zoek ik naar in deze serie.

Vermoedelijk krijgen hoogmoedige mensen te weinig tegenslag. Alles gaat goed. Ze komen uit een welvarende familie of ze zien er aantrekkelijk uit (vinden ze zelf). Ze kunnen makkelijk studeren en zijn nooit erg ziek. Verder zijn ze gewend om te winnen. Wellicht werken ze hard om te slagen, maar dat lukt hen ook altijd. En zo niet, dan ligt dat aan een ander. Want zij begaan nooit een fout.

Hoogmoedige mensen kunnen zich niet voorstellen hoe het is om te leven met vette pech. Bijvoorbeeld omdat je echt niet kan leren. Of omdat je voortdurend last hebt van een slechte gezondheid. Volgens hoogmoedige mensen doe je dan niet genoeg je best. En verder zal je je wel aanstellen.

Soms gaan hoogmoedige mensen pas op de knieën wanneer ze zelf worden geconfronteerd met pech. Krijgen zij een handicap, dan leren ze eindelijk hoe belemmerend dat is. Met wat geluk krijgen ze dan meer begrip voor ‘zwakkeren’. Ik heb herhaaldelijk zulke mensen ontmoet nadat ze hun baan hadden verloren, en als 50-plusser ontdekten dat geen hond hen nog nodig had.

Volgens onderzoek heeft hoogmoed trouwens een vergelijkbaar effect als de fake it till you make it-aanpak. ‘Door onszelf te overbluffen, bluffen we anderen af.’, staat in het artikel ‘Hou jezelf voor de gek’ in de Groene Amsterdammer. Zo kan hoogmoed dus leiden tot succes. Maar of dat nu werkelijk zo’n voordeel is?