Contactadvertentie tussen de gevonden voorwerpen

In de dagelijkse feed van onze buurtapp verschijnt een enigszins ongebruikelijk bericht. Meestal staan hier gevonden voorwerpen en spullen te koop of gratis af te halen. Plus oproepjes voor klussers of gezamenlijke maaltijden en aankondigingen van culturele evenementen. Deze keer gaat het om een contactadvertentie. Een man met foto, (‘Ik ben een mooie jongen’), zoekt 50+ vrouwen voor een seksuele relatie. ‘Reacties graag via privé-bericht.’

Dat laatste is jammer, want ik ben nieuwsgierig. Naar hoe hierop wordt gereageerd, bedoel ik. Zal zijn contactadvertentie wel goed vallen? Zijn adres duidt op iemand met een ernstige lichamelijke of meervoudige handicap. De contactadvertentie is zichtbaar in zeventien buurten, maar vooralsnog blijft het ogenschijnlijk stil. Is dan niemand geïnteresseerd? Of houden mijn buren de adem in? Een dag later staan er achttien reacties onder zijn bericht.

Een kleine analyse. De eersten die reageren zijn zonder uitzondering boze mannen. ‘Het lijkt me duidelijk dat … niet voor sex advertentie,s is. Haal je oproep aub weg. Op de site van novamora kan je terecht voor je sexoproep.’ Goh, Novamora. Zo lees je nog eens wat, meneer De Moraalridder.

De man van de contactadvertentie reageert beheerst en de boze meneer gaat aan de organisatie van de buurtapp vragen of de oproep kan worden gewist. ‘Ik heb hier geen behoefde aan. Ook kinderen kijken hier naar de oproepen of advertentie ,s.’ Dat de boze meneer hier geen behoefde aan heeft, is duidelijk. Hij heeft trouwens wel een serieus probleem met spelling en interpunctie. Dit in tegenstelling tot de adverteerder. Die is zelfs bereid om zijn advertentie te controleren op aanstootgevende bewoordingen.

Na deze schriftelijke schermutseling tussen heren onderling, stromen de reacties van dames binnen. Aanvankelijk zijn die wisselend van aard. Totdat een vrouw (50-) onder andere dit schrijft: ‘waarom mag een mens wel vragen om iemand die hem/haar helpt met klussen of tuinwerkzaamheden en niet voor lichamelijk contact…? Is ook een legitieme en wezenlijke menselijke behoefte hoor, kom op mensen het is bijna 2020… ;).’ Zij krijgt wel twintig digitale bossen bloemen, hartjes en andere bedankjes.

Een paar uur geleden schreef een vrouw (die te jong is voor de doelgroep) nog dit: ‘Hi N. Dapper van je dat je zo eerlijk bent. Ik hoop dat je zoekt wat je wilt. Het is in nette woorden beschreven. Jammer dat mensen er stom, grappig of negatief op reageren.’ Hier ben ik het helemaal mee eens. Opvallend is dat zij ‘Ik hoop dat je zoekt wat je wilt.’ heeft geschreven. Dat vraag ik mij namelijk eveneens af.

Een telefoontje maakt het verschil

Is het echt zo’n groot probleem? In het ergste geval ben ik duizend euro kwijt en wordt dit een heel gedoe. Op een mooie decemberdag bestel ik bij Expert een nieuwe wasmachine. Via de website van deze witgoedketen plan ik gelijk de levering en plaatsing. Kort daarna belt de winkelier. Of het twee dagen later mag. Dat mag. Meneer benadrukt dat ik langer garantie krijg, als ik de machine bij de producent registreer.

Deze wasmachine is bij uitstek geschikt voor op een houten vloer. Daar heb ik dit merk speciaal voor uitgezocht. In de week voor kerst zal het apparaat worden gebracht en een timmerman maakt dan een klus af. Bij elkaar stemt dit tevreden.

Op woensdagochtend komen de bezorgers. Oude machine naar beneden; nieuwe machine naar zolder. Ik loop gelijk met hen mee naar boven, om te volgen wat ze doen. Mijn splinternieuwe wasmachine komt op een houten vloer te staan, met daaroverheen harde, vaste vloerbedekking.

Wat opvalt, is dat de monteur geen waterpas gebruikt en niets met de pootjes doet. Dus vraag ik of de wasmachine zo stabiel staat. Hij pakt hem aan de bovenkant beet, maakt een schuddende beweging zonder dat het apparaat zich verroert, en zegt dat hij vast staat. Oké. De monteur start een reinigingsprogramma en vertrekt met zijn maat.

Zodra ze weg zijn, leg ik een knikker op het apparaat. De knikker blijft rustig liggen. Ook neem ik de gebruikshandleiding door. Ergens staat iets over pootjes instellen en dan een schroef tegen de onderkant van de machine vastdraaien. Dit ter voorkoming van trillingen. Maar terwijl de machine zijn programma afdraait, is het aangenaam stil. Hij werkt en ik vul op de website het registratieformulier in.

Bij de eerste wasbeurt gaat alles goed, tot hij begint te centrifugeren. Dan maakt hij kabaal en schudt flink heen en weer. Het schudden is aanzienlijk erger dan bij mijn oude wasmachine. Niet normaal meer. Gelukkig staat het apparaat op stroeve vloerbedekking en verschuift hij niet. Maar alles trilt. Ik kan zelfs voelen hoe de plafondplaten van de ondergelegen badkamer vibreren. Het is tamelijk beangstigend.

En het benauwt mij steeds meer. Niet alleen vanwege de vloer, maar ook vanwege potentieel gedoe met de fabrikant en de winkelier. Zij gaan vast naar elkaar wijzen, of zeggen dat het wel aan mijn vloer zal liggen.

Wie moet ik trouwens bellen? De e-mail komt uit ’s-Heerenberg. Op de meegestuurde factuur staat Rheden als filiaal, waar ik de machine ook besteld. De man die mij belde, deed dat vanuit Doetinchem. En de monteur komt van de winkel in Dieren. Of moet ik contact opnemen met het hoofdkantoor van de importeur?

Op vrijdagochtend bel ik het nummer in Doetinchem. Het is op dat moment topdrukte in de winkel. Ik vertel over mijn bevindingen en vraag wat daaraan gaat worden gedaan. De medewerker luistert met een half oor.

En jawel: ‘Als u stoeptegels onder de machine legt, vermindert dat de trilling.’ Plus, nadat ik vertel dat ik vrees voor schade aan mijn vloer: ‘U kunt de machine intussen best gebruiken; een beetje trilling is normaal.’ Extra complicerend is dat ik nergens anders in huis een wasmachine kwijt kan. Hij moet dus wel op die houten vloer staan.

Maar meneer zal overleg plegen en mij spoedig terugbellen, wat hij inderdaad doet. Hij meldt dat hij een mailtje naar de importeur heeft gestuurd. (Dus nu is het gepingpong begonnen. Want het is toch de monteur van de winkelier die de wasmachine heeft geïnstalleerd?) ‘Het komt goed’, zegt hij.

Voor de zekerheid bel ik een kwartier later of hij een cc-tje kan sturen. Helaas, het betrof het webformulier van de importeur. ‘Dat komt wel goed.’ Zou het? Ik ben alles behalve gerust dat mijn klacht correct is verwoord, en vul ook zelf dat formulier in. Intussen is de importeur die vrijdagmiddag telefonisch onbereikbaar. Zo ga ik gespannen het weekend in.

De onrust verergert helemaal, als blijkt dat ruilen of retourneren bij de winkelier niet langer mogelijk is. Want, instinker: zodra je een apparaat voor garantie bij de producent hebt geregistreerd, neemt de winkelier hem niet meer terug. Is dat gangbaar? Dit had ik totaal niet verwacht.

Afijn, vandaag sprak ik eindelijk een medewerkster van de importeur. Echt, wat kan één zo’n gesprek een verschil maken. Deze medewerkster toonde begrip en luisterde beter naar mijn verhaal. Ze bevestigde meteen dat de pootjes van een nieuwe wasmachine moeten worden afgesteld. En zij snapte hoe vervelend het is als je van de één naar de ander wordt gestuurd. Over een week komt de monteur. Als de machine inderdaad onzorgvuldig is geplaatst, stuurt de importeur de rekening naar de winkelier.

Nu maar hopen dat het goedkomt.

De klokkenluider staat in de kou

Vanavond komt om 23:05 uur 2Doc: Never Whistle Alone over klokkenluiders op NPO2. Begin dit jaar trok ik zelf aan de bel over een onrechtmatige situatie. ‘De meeste klokkenluiders die hij sprak onderschatten de emotionele impact die hun aangifte zou hebben, zegt Ferrari’, (de regisseur), in een interview voor de VPRO Gids. ‘Het is heel vreemd,’ zei een klokkenluider, ‘alsof je wordt aangevallen, en op een gegeven moment heb je zoiets van: wow, was het dan mijn fout? Je krijgt iets van spijt, gaat aan jezelf twijfelen, je voelt je schuldig.’

Ferrari sprak twintig klokkenluiders en ziet een aantal overeenkomsten. Ten eerste: ‘Wat meespeelt is dat de rechter ze in hun gelijk bevestigt. Dat is ontzettend belangrijk voor ze, dat iemand officieel zegt: je had gelijk, je was geen idioot. Ten tweede: ‘Het zijn echte professionals […] Ze zoeken eerst grondig uit hoe het in elkaar zit voor ze aangifte doen. […] Ze willen zeker zijn dat ze het bij het juiste eind hebben.’ Ten derde: ‘Bij al die klokkenluiders die ik sprak bleek het ontzettend belangrijk om anderen erbij te betrekken, voor emotionele steun, voor advies op strategisch gebied als het gaat om wetskennis.’ Dat laatste is zeker belangrijk, want de kans is groot dat klokkenluiders binnen hun eigen kring als verraders worden gezien. Ferrari benoemt ook waarom ze desondanks aan de bel trekken: ‘Ze zijn consciëntieus, geven echt om hun werk. In hun eigen ogen hebben ze geen keuze.’

Ik herken vrijwel alles in deze uitspraken. Dit gaat over de strijd met mijn liegende en bedriegende buurman. Degene die eerst een officieel bouwvoorschrift heeft genegeerd en vervolgens zijn buren voor duizenden euro’s wilde laten opdraaien toen daardoor de gezamenlijke riolering kapot ging. Er ligt nu een nieuwe riolering. Toch is van een goede afloop concreet en gevoelsmatig geen sprake. Details laat ik achterwege, maar één punt uit bovenstaande citaten wil ik wel belichten.

Don’t shoot the messenger. Ofwel, verwijt de boodschapper niet datgene, wat door toedoen van jouwzelf of van derden misgaat.

Toch was dit de houding van de buurman. In plaats van zijn eigen daden en houding onder ogen te komen, ging buurman vol in de slachtofferrol. Slim van hem. Als je hoogbejaard en fysiek zwak bent, heb je de goedgelovigen al snel op je hand. Zo snel, dat ze geen moeite meer doen om te verifiëren of het wel klopt wat je beweert. Ook mensen die uit hoofde van hun functie echt beter zouden moeten weten, trappen daar in. Ik ben hier driemaal mee geconfronteerd. In één geval heb ik een ambtenaar binnen een uur tijd als een blad aan de boom van houding zien veranderen. Het bleek dat buurman valse lasterpraat niet schuwde. (En ja, daarvan kan ik schriftelijk bewijs overleggen.)

Ook was er duidelijk sprake van framing. Denk aan beeldvorming in de trant van ‘dat mens dat niet zo moeilijk moet doen’, of ‘dat vijandige kreng van hiernaast’ tegen ‘die arme hulpbehoevende oudere man’, of ‘die man die toch zo vriendelijk is’. Toen ik tegen de zwaar getatoeëerde meneer van de rioolservice vertelde in welke bewoordingen de buurman ongetwijfeld tegen hem over mij had staan uitvaren, moest zelfs hij blozen. Dat had ik dus goed geraden.

Nogmaals: don’t shoot the messenger. Maar mannen als de buurman kunnen geen fouten erkennen. En ‘verliezen’ van een vrouw is voor hen al helemaal ondenkbaar. Dus gaan ze wild om zich heen slaan als je hen nood-gedwongen confronteert. Want dan voelen ze zich bedreigd. Met als gevolg dat ze zelf gaan dreigen.

Heb ik mij, zoals in het citaat, aangevallen gevoeld? Jazeker, nota bene door de vrijwillig werkende juriste van de buurman. Mijn achting voor de plaatselijke rechtswinkel is dan ook tot het absolute nulpunt gedaald. Want waarom zo vijandig doen tegen iemand die aantoonbaar ernstig door haar buurman wordt benadeeld? (Ik moet toch eens uitzoeken of de rechtswinkel gemeentesubsidie krijgt.) Maar goed, ik heb wel vaker bedenkingen bij mensen die zich als ‘hulpverlener’ voordoen.

Spiritualiteit op de klimaattop

Het lijkt vergezocht, maar ik zie een duidelijk verband tussen spiritualiteit en de klimaattop. Spiritueel zijn beschouw ik als de erkenning dat er een mysterieuze entiteit is, die wij niet kunnen verklaren. Wij mensen kunnen bijvoorbeeld niet bewijzen of, en zo ja dat wij over oer-kennis beschikken. We weten evenmin exact hoe het heelal is ontstaan. De klimaattop in Spanje is mislukt, omdat er geen ruimte was voor spiritualiteit.

Op zoek naar spiritualiteit kwam ik vandaag bij Plato uit. Volgens Plato was de werkelijkheid slechts een afschaduwing is van een volmaaktere en dus realistischer Vormenwereld. Wiskunde kent een absoluutheid en perfectie, die in werkelijkheid niet voorkomt. Geen mens tekent uit de losse pols een perfect vierkant, terwijl we de tekening ervan wel als een vierkant beschouwen. Ken je de Allegorie van de grot, dan begrijp je waarom het op zo’n klimaattop misgaat.

In bovenstaande foto zie ik zowel boomschors als een luchtfoto van een oeroud en mysterieus berglandschap.

Plato leefde circa 2.400 jaar geleden in Griekenland. Met zijn kennis beschreef hij al de hedendaagse politieke situatie. Het zou mij niet verbazen als er 24.000 en 240.000 jaar geleden mensen of mensachtigen rondliepen, die dezelfde realiteit ook kenden. Daarom neem ik, bezorgde wereldburger en natuurliefhebber, vandaag een 24 eeuwen oud citaat over van Wikipedia:

‘Zolang ofwel wijsgeren geen koningen zijn in hun land, ofwel zij, die nu de titel van koningen of machthebbers dragen, geen echte en volwaardige wijsgeren zijn; zolang de politieke macht niet in éénzelfde persoon samenvalt met de filosofie; en zolang aan de menigvuldige naturen die nu één van beide zonder de andere nastreven, niet met geweld de weg wordt versperd – zolang ook, mijn waarde Glauco, komt er geen eind aan de kwalen die de staten, ja, naar ik meen, de gehele mensheid, teisteren.’

Terug naar dat spirituele. Misschien, heel misschien heb ik daar iets van gezien.

IS-vrouwen en bevolkingspolitiek

Op een zonovergoten dag wandelen vriendin F en ik door landelijk gebied over het Marskramerpad van Lettele naar Holten. Onderweg bespreken we de toestand in de wereld. Wat moeten ‘we’ toch aan met die vrouwen van IS-strijders, die nu met hun kroost naar Nederland terug komen? Vriendin F is sociaal ingesteld. ‘Wat kunnen wij hen bieden?’, vraagt zij. Deze vraag lijkt mij als uitgangspunt precies de omgekeerde wereld. ‘Je kan beter aan hen vragen wat zij willen gaan doen voor onze maatschappij.’ Zo komen we uit bij bevolkingspolitiek.

Als vrouwen van IS-gangers terugkomen, worden ze berecht volgens ons rechtssysteem, ver weg van de slachtoffers. Maar wat heeft een Jezidi-vrouw daaraan? Of een Syrisch gezin, waarvan de vader en drie kinderen zijn gedood toen het huis werd beschoten? Veroordeel dergelijke misdaden liever in de nabijheid van de getroffenen. Stel getroffenen in staat om hun zegje te doen. Om, als zij dit wensen, de dader recht in de ogen te kijken en met hun leed te confronteren. Ik geloof meer in het effect van een soort Waarheid & Verzoening tribunaal.

En hoe anders zou het werken als daders en medeplichtigen voortaan voor genoegdoening moeten zorgen? Bijvoorbeeld in de vorm van een financiële vergoeding voor de herbouw van het huis. Die bijdrage kan worden voldaan door een zelf gekozen vorm van dienstverlening aan de samenleving. Dan kan de overheid met de ‘opbrengst’ een subsidiepot vullen, als bijdrage aan de wederopbouw. Dit is eenvoudig gesteld, maar het gaat om het idee. Daders en medeplichtigen die nu naar Nederland terugkomen, gaan rustig chillen in detentie. Sommigen van hen kijken daar zelfs naar uit, volgens interviews.

De vraag over terugkerende IS-ers raakt ook grotere kwesties rond bevolkingspolitiek. Bevolkingspolitiek heeft een negatief imago, maar neutraal beschouwd is dat onterecht. Het hangt gewoon af van de doelstelling, en van welke normen en waarden je hanteert.

Nederland is hard toe aan beleid op dit gebied. Welke richting willen we op met ons land? Welke grote internationale veranderingen staan ons te wachten? Hoe houden we het hier voor iedereen leefbaar? Wat is daarvoor nodig? Kunnen we dan ook eens uitgaan van het idee achter: ‘Ask not what your country can do for you—ask what you can do for your country.’ (J.F. Kennedy)?

Ondertussen wandelen we verder. Links en rechts zien we uitgestrekte groene biljartlakens en winterse maisstoppels op zwarte akkers. Her en der groeit een plukje bos of staat een knusse boerderij. Wat een ruimte. Het land ligt er stil en schijnbaar verlaten bij. We hebben deze ruimte nodig om bij te komen van alle hectiek in de huidige maatschappij.

Gemeenten gooien alles overboord

Sinds 2015 doen gemeenten de gekste dingen om te bezuinigen. Eeuwenoude panden worden verpatst en hele bomenrijen omgehakt. Handelaren in vastgoed slaan hun slag. Oorzaak is de jeugdzorg, waar gemeenten sinds 2015 voor opdraaien, terwijl de overheid het bijbehorende budget heeft gekort. Ook onze gemeente heeft nu een begrotingsgat. Het gaat om vijf miljoen euro. Daarom wordt aan bewoners gevraagd om mee te denken. Hoe kan de gemeente extra inkomsten genereren en waarop kan worden gekort?

Ik heb mij eens voor een burgerpanel aangemeld. Daarom kreeg ik onlangs een vragenlijst voorgelegd. De keuzes zijn best moeilijk, wanneer je over concrete mogelijkheden nadenkt. Een gemeente is geen bedrijf en de opties zijn wettelijk beperkt. Daarbij heb ik moeite met gesloten vragen. Je moet dan kiezen tussen a of b of c, terwijl er weinig ruimte is voor de bijbehorende nuancering. Maar bovenal mis ik optie d.

Optie d, dat is terug naar het begin. Terug naar het totaalplaatje. Optie d gaat over de oorzaak. Daar wordt, volgens mij, te weinig naar gekeken. En dat is nodig voordat men aan oplossingen denkt. Alles hangt met alles samen. Je kan de oorzaak niet ontwijken, ook al is de realiteit pijnlijk. Maar daar gaat men dus liever aan voorbij.

Mag ik even? Goed. Ik vind het te zot voor woorden dat er van alles rucksichtslos wordt opgeofferd voor de jeugdzorg. Zo, het is er uit. Er bestaan Nederlandse gemeenten waar 40% van de jeugd een beroep doet op hulp en ondersteuning vanuit de Jeugdzorg. VEERTIG PROCENT!!! Kom op zeg! Uit pure ergernis heb ik het krantenartikel weggegooid waarin dat stond. [Correctie achteraf: Heerlen is koploper met 18% van de jeugd. Gemiddeld is het 10%. Maar we gaan verder, want de begrotingsproblemen bij de gemeenten zijn reëel. Circa 1 op de 5 gemeenten heeft een tekort van 40% op de jeugdzorg (april 2019).]

Om te beginnen: moet heel Nederland opdraaien voor elke kwaal in het DSM-handboek? Dat handboek voor de classificatie van psychische stoornissen is opgesteld door een specifieke beroepsgroep. Er hebben ongetwijfeld goedbedoelende deskundigen aan gewerkt. Maar ze creëren hiermee wel hun eigen markt.

Je hoeft mij niet te vertellen hoe de hulpverleningswereld in elkaar steekt, want daarin heb ik zelf gewerkt. U vraagt, wij draaien, terwijl het prijskaartje elders wordt neergelegd. Tot er van buitenaf grenzen worden gesteld. Over die grenzen zouden we het nog eens moeten hebben.

Bij de uitvoering van de jeugdzorg heb ik ook enkele bedenkingen. Zoals: waarom worden kinderen van ouders, met twee auto’s voor de deur, door een speciaal taxibusje vijf dagen per week naar school gebracht? Terwijl die ouders allebei parttime werken.

En waarom zitten er zo veel instellingen voor psychiatrische patiënten op lommerrijke locaties in luxueuze panden? Waarom is de zorg geprivatiseerd en mogen zorgaanbieders tot wel 40% winst maken? (Ander krantenartikel, ook uit grote ergernis weggegooid.)

Als we toch bezig zijn: waarom gaat er nu weer een half miljard euro extra naar het onderwijs, terwijl het zichzelf verrijkende deel van de manage- mentlaag ongemoeid blijft? Praat met de leraren die al die kinderen met ‘rugzakjes’ in overvolle klassen les geven. Ze benoemen allemaal de problemen met bureaucratie en de deels overbodige bestuurslaag.

Overigens mogen ouders ook wel even naar hun eigen houding kijken. Zijn de verwachtingen misschien een beetje doorgeschoten? Wie is er nu eigenlijk verantwoordelijk voor welk deel van de opvoeding?

Terug naar die hoge percentages jongeren in de jeugdzorg. We leven in een doorgedraaide prestatiemaatschappij waarin iedereen van jongs af aan perfect moet zijn en dat is niet normaal. Het gevolg is dat kinderen onder meer als ‘hulpbehoevend’ worden aangemerkt, omdat ze niet aan hooggespannen verwachtingen voldoen.

Vervolgens betreden ze een arbeidsmarkt waar te weinig zinvolle banen zijn voor mensen die niet in een hokje passen of qua opleiding onderaan de maatschappelijke ladder staan. Daar zouden werkgevers eens wat aan moeten doen.

Onze prestatiemaatschappij doet mensen naar pijnstillers en verslavende middelen grijpen, met alle gevolgen van dien. Kinderen van verslaafde ouders zijn evengoed slachtoffer. Ook zij belanden bij jeugdzorg. Daarom moet naar de maatschappelijke oorzaak worden gekeken. En er moet bij de bron worden ingegrepen. Oh, toevallig zijn we Europa’s Narcostaat nummer één.

Verder: het wordt hier nogal vol. De VVD verwelkomt bedrijven en hoogopgeleiden, terwijl juist zij een onevenredig lage belastingaanslag en diverse voordeeltjes krijgen. Tegelijkertijd laat politiek links de deur liefdevol wagenwijd open voor ‘vluchtelingen’ van divers allooi. (Vreemd genoeg wordt mij daarover niets gevraagd.)

Het gevolg is dat we sinds 2014 met een paar honderdduizend volwassenen en kinderen opnieuw zijn begonnen vanuit een grote achterstand. Benodigd: scholing, psychosociale begeleiding, sociale huisvesting, traumaverwerking, zorgkosten en jarenlange bijstand. Uiteraard voor een deel bekostigd vanuit de jeugdzorg. Bepaalde groepen leven al dertig jaar van uitkeringen. Circa 70% van de volwassen Somaliërs zit langdurig in de bijstand. Dat percentage is echt schrikbarend.

Maar ja, daar mag ik natuurlijk niets over zeggen. Dus gaan we geld voor parkeervergunningen vragen. Alles is goed, zolang we de werkelijke oorzaken van de tekorten bij gemeenten en de snel stijgende (sociale) zorgkosten niet onder ogen hoeven komen.

Kortom: van mij mogen gemeenten op het Malieveld protesteren met deze boodschap: Beste regering, ga zelf eens passend beleid maken.

Ingesnoerd door paternalisme

door stikstof woekerende braam ingesnoerde paddenstoel

Op twee wandelingen vertellen vier mensen mij onafhankelijk van elkaar precies hetzelfde over hun werk. Regels hebben hun eigen inbreng, en daarmee hun bevlogenheid, steeds verder ingeperkt. Twee van hen werken al jaren in de zorg en in het onderwijs. Een ander, een gepensioneerde man, was theoretisch fysicus. Hij had nog de tijd meegemaakt waarin ‘er van alles mogelijk was’. En iemands dochter liep stage bij mijn vroegere werkgever in de internationale ontwikkelingssector. Zij was onaangenaam verrast door het ‘paternalisme’.

Paternalisme. Dat hadden we toch achter ons gelaten in mijn tijd, toen ik daar werkte? Er was gezamenlijk een benadering ontwikkeld, gebaseerd op decennia van lessons learned. Hierdoor werd zo veel mogelijk ruimte voor eigen inbreng gelaten aan de mensen dáár: in Afrika, Azië en Latijns-Amerika. Maar er kwam een reorganisatie, en nog een daarna. Toen moest er meer EU-financiering worden binnengehaald. Dat was het nieuwe streven. En daarmee kwam kennelijk ook het paard van Troje.

Is het paternalisme? Ik ben geen insider meer, maar kan wel raden hoezeer de formaliteiten zijn toegenomen. Formaliteiten om te standaardiseren en om alles meetbaar te maken. En vooral: om risico’s uit te sluiten. Daarbij: hoe vooruitstrevend is de Europese Unie werkelijk?

En toch. Wellicht is het paternalisme ook bij ons terug van nooit weggeweest. Voor ons aller bestwil, volgens degenen die de regels bepalen. Dan is dat waar al die systemen voor dienen. Dan moeten we daarom de hoogste diploma’s halen, aan ISO-normen voldoen, en tot wel 30% van onze werktijd besteden aan het invullen van formulieren. Terwijl wij denken dat het gaat om verbetering van dienstverlening en meer klanttevredenheid.

PS: De afgebeelde paddenstoel groeit vlakbij akkers in de vrije natuur, maar wordt in zijn groei beperkt door een braam. Dat komt er nu van al die stikstof hier.