Behoefte aan wijsheid

Het is nog vers en het voelt onwennig. Maar ik merk dat diverse mensen mij de rol van ‘wijze’ vrouw toekennen.

Wellicht komt dit door de woelige tijd waarin we leven. Er is behoefte aan duiding door iemand die stabiliteit uitstraalt. En tegenwoordig is het al een verdienste wanneer je niet met de waan van de dag meewaait.

Bij anderen kom ik in beeld door de foto-expositie die ik heb georganiseerd. Hierdoor zien buren en bibliotheekmedewerkers wat ik kan bedenken en heb gepresteerd. Vaak bouw je pas krediet op wanneer je iets doet wat voor anderen betekenis heeft.

En sommige mensen willen gewoon weer even kind zijn. Zodat een ervaren persoon de leiding neemt en de richting aangeeft.

‘Wijsheid’ is vaak gebaseerd op werk- en levenservaring. Dat bouw je op door vallen en opstaan. Zoek je een handzame leidraad? Leef je in, stel vragen en denk zelf na.

Een puntgaaf chilipepertje

Hij ligt buiten op het lage muurtje, naast de winkelwagens van de super-markt. Een rode chilipeper met een groene stengel. Hij is puntgaaf en vast door iemand vergeten. Of misschien gevallen bij het boodschappen overhevelen. Tegen het ruwe grijs van de betonnen muur steekt hij prachtig rood glanzend af. Er hangt geen naamlabel aan, dus stop ik hem in mijn tas.

Ik doe een mondkapje op, pak een wagentje, ontsmet mijn handen en ga naar binnen. Het is een filiaal van Albert Heijn. Melk, vlees, groenten, iets voor bij de koffie, brood, etc. Bij de zelfscankassa reken ik af. Vervolgens open ik het poortje met de barcode op de uitgeprinte kassabon. Even stop ik bij het prikbord en kijk daar rustig rond. De aankondiging van de foto-expositie hangt er nog. Daarna wandel ik naar buiten.

Pas thuis, wanneer ik alles opruim en het pepertje weer opduikt, besef ik waaraan ik ben ontkomen.

De minder zichtbare scheidslijn

Bij de voorbereiding van de expositie stel je je voor hoe het zal lopen na de opening. Je denkt na over de inhoud en de vorm van de presentatie. En je schrijft teksten die van de collages een samenhangend geheel maken. Maandenlang bekijk je foto’s door de ogen van denkbeeldige bezoekers. Je ziet hen voor je. Hoe ze halt houden bij elke collage. Hoe ze daar naar wijzen en zeggen: ‘Goh, kijk, daar staat Marietje.’ Of: ‘Weet je nog …?’

Je verwacht trouwens dat er verschillende belangstellenden zullen verschijnen. Huidige en vroegere buurtbewoners. Evenals mensen van wie hier familie heeft gewoond. Zij zijn benieuwd naar hoe hun straat zal worden getoond. Daarnaast verwacht je andere dorpsbewoners en bezoekers die in geschiedenis geïnteresseerd zijn. En je hebt mensen uitgenodigd van wie je foto’s hebt gekregen, zoals makelaars en archiefmedewerkers.

Je weet dat bepaalde zaken onzichtbaar zullen blijven. De dieper liggende onderlinge relaties en de onbenoemde situaties. Dus kleur je zorgvuldig binnen de lijntjes om overal buiten te blijven.

Je creëert voldoende publiciteit en het resultaat mag er zijn.

Toch blijft het op de eerste dagen rustig. Heel rustig. Geleidelijk aan begin je het onzichtbare te zien. Ouderen durven niet langs te komen uit angst voor corona. En de ‘arbeiders’ uit de oorspronkelijke bevolking moeten de kost verdienen. Zij hebben meer te doen. Diverse buren zijn schuchter of verlegen. Zij komen zelden buiten hun vertrouwde kring. Sommigen van hen moet je persoonlijk uitnodigen, anders komen ze niet.

Maar er speelt nog iets. Vandaag sprak ik iemand van de sportclub, die hier geboren en getogen is. Zij woont aan de overzijde van de weg die het dorp door midden snijdt. Zij woont in het welvarende deel.

De weg is een N-zoveel, met zebrapaden en stoplichten. Je kan er makkelijk oversteken. Alleen niet als je bent opgegroeid in het welvarende deel. Want dan blijft de overzijde een gebied waar je niets te zoeken hebt. Te rauw. Althans, dat is nog steeds het heersende idee.

‘Wat is er eigenlijk zo bijzonder aan jullie straat?’, vroeg zij aan mij. Nou, precies dit: ‘Dat er van oudsher arbeiders wonen en die komen hier nooit in beeld.’

Spagaat tussen foto-expositie en 3 oktober

Maandag, drie dagen voor de opening van de foto-expositie, is er een persconferentie. Aanscherping coronamaatregelen. En Leiden was al code-roodgebied. Het één staat los van het ander. Ware het niet dat ons straatfeest hier was gepland op 4 oktober, vanwege dat andere feest op 3 oktober.

Dinsdag, we mogen na 18.00 uur niet meer samenkomen voor de vergadering. Maar het straatfeest is plotseling einde verhaal, dus we moeten wel. En zo worden ineens alle ogen op mij gericht. Want wat bijzaak was, de foto-expositie, vormt nu ineens het hoofdprogramma.

Woensdag, inrichting expositie. Na een half slapeloze nacht bel ik zo vroeg als dat kan een buurvrouw. Of ze stante pede een grote, sterke man mee wil brengen. Dat was ik gisteren nog vergeten te vragen. Ze krijgt het voor elkaar. De collages worden in de auto geladen en ik ga ze te voet achterna.

Donderdag, de opening van de expositie, zonder officiële ceremonie. Het is heel raar. Bijna geen mens kijkt er naar, alle aankondigingen ten spijt. Toch: het bezoek komt later wel. Veel bewoners zijn afwachtend, maar mond-tot-mondreclame doet straks zijn werk.

En er valt mij iets op. Ik merk het aan de reacties van de bibliotheek-medewerkers. Ze zijn opgelucht. Het ziet er allemaal zeer professioneel uit, terwijl onze straat als een arbeidersbuurt bekend staat. (Dat was mij bij aankoop van dit huis niet bekend. Vergeleken bij Leidse arbeidersbuurten vroeger, ziet het er hier nogal idyllisch uit.)

Ineens zie ik onze foto-expositie door sociaal-culturele ogen. Sommige collages zouden zo in een documentaire kunnen over een ‘prachtwijk’ en zijn bewoners. Vooral die van de grootschalige verbouwing doet het vast goed bij een elitair publiek. Daarop zie je hoe de buitenste muren waren weggebroken, terwijl de mensen nog in hun huizen woonden. Buiten was het een ravage; binnen zag je de ruchesvitrage en geraniums voor de ramen.

Het is waar, dit is van oorsprong een arbeidersstraat. Maar de gentrificatie heeft al lang toegeslagen. Ik woon in een gemengde buurt met mensen uit alle bevolkingslagen. Een deel van de bewoners spreekt de taal van de straat en ik spreek de taal van wie er tegenover mij staat. Waaronder die van de ‘culturele elite’. Misschien dat men daarom in allereerste instantie wat anders had verwacht. Toch is het zoals de bibliothecaresse opmerkte: ‘Mijn dochter in Utrecht zou nu een moord doen voor jullie woningen.’

Toegegeven, deze foto-expositie is voor mij nogal een prestigekwestie. Ze mogen in dit villadorp best eens zien wat wij kunnen neerzetten dankzij goede samenwerking. En dan is er nog mijn beroepseer. Maar vooral voel ik de trots van de bewoners en hoe ik in hun midden wordt opgenomen.

Vrijdag. De complimenten stromen binnen. Het oogsten is begonnen.
(Normaal gesproken zou om deze tijd de Taptoe door de stad heen komen.)

Morgen ga ik naar de foto-expositie. Morgen is het in code-roodgebied 3 oktober.

Voorbereiding herdenking Operatie Market Garden

Het is 18 september 2020 en de tijd begint te dringen. De expositie is vrijwel klaar, maar ik heb nog één collage te gaan. Deze collage is extra en zal geheel over de stellingen of loopgraven gaan. Er is genoeg fotomateriaal uit de Tweede Wereldoorlog. Maar ik heb nu snel aanvullende informatie nodig, want de oudere bewoners bewaren hier geen herinneringen aan.

Ik probeer mij voor te stellen wat er vroeger in onze straat is gebeurd en wie daarover meer kan vertellen. Hier vlakbij zijn ook voorbereidingen aan de gang. Bij de Airborne begraafplaats is het vanwege de komende herdenking van Operatie Market Garden een drukte van belang.

Gemeentewerkers zetten alvast hekken neer bij toegangswegen. Takken worden gesnoeid en perkjes nog gauw even aangeharkt. En er rijden allerlei functionarissen rond in auto’s met buitenlandse nummerborden.

Voor de collage over de stellingen of loopgraven maak ik een fotoreportage. Als leidraad staat de scherpste luchtfoto op mijn mobiele telefoon. Daarmee volg ik wandelend vanaf onze straat de oude zigzaglijnen naar het noorden toe. Het wordt een beeldverslag van exact dezelfde locaties in 1944/’45 en in 2020. Vanzelf kom ik langs de begraafplaats, want die is bovenop de zigzaglijnen aangelegd.

Het is lastig foto’s nemen zo, met al die mensen en dat gekrioel. En er staat ook nog een legertent op een veldje dat ik moet fotograferen. Tien meter daarvandaan zitten mensen om een tafel heen. Sommigen van hen zijn in burger en anderen dragen legerkleding.

Zouden zij weten …? Zal ik …? Dit is wellicht een kans die ik niet mag laten gaan.

Vanaf het naastgelegen bomenlaantje betreed ik het veld waarop de tafel en de legertent staan. Direct voelt het ongemakkelijk aan. Alsof ik privéterrein betreedt en over een onzichtbare lijn ben gestapt. Een lijn waaraan een bordje hangt met het opschrift ‘Private property. Trespassing forbidden’. En het duurt lang voordat ik bij het groepje ben.

Scenario 1.

Wanneer ik dichtbij kom, kijken twee mensen kort op. Zonder verder mijn aanwezigheid te erkennen, praten ze door. Vergadering. Ik vang iets op over ‘tv’. Twijfelend sta ik een paar seconden stil en keer daarna weer om.

Scenario 2.

Wanneer ik dichtbij kom, kijken twee mensen kort op. Eén van hen vraagt: ‘Can I help you?’ Het is een Engelsman in uniform en ik toon hem de foto op mijn mobiele telefoon.

Daarop ziet hij in zwart/wit exact de locatie waar hij nu zit. Maar dan zoals het ruim 75 jaar geleden was, met stellingen of loopgraven. Ze houden net pauze en hij nodigt mij uit om bij hen aan te schuiven. Nieuwsgierig vragen ze hoe ik aan die foto kom. Maar helaas kunnen zij mij weinig over vroeger vertellen.

Scenario 3.

Wanneer ik dichtbij kom, kijken twee mensen kort op. Eén van hen vraagt: ‘Can I help you?’ Het is een Engelsman in uniform en ik toon hem de foto op mijn mobiele telefoon.

Daarop ziet hij in zwart/wit exact de locatie waar hij nu zit. Maar dan zoals het ruim 75 jaar geleden was, met de stellingen of loopgraven. Ze houden net pauze en hij nodigt mij uit om even aan te schuiven. Nieuwsgierig vragen ze hoe ik aan die foto kom.

Ik vertel dat ik binnenkort een historische foto-expositie organiseer, en deze foto heb gevonden in het archief. Kennen zij het verhaal achter die zigzaglijnen? Nou, zijzelf niet precies. Maar sinds kort onderhouden ze contact met een jonge Duitse archivaris, die gespecialiseerd is in militaire geschiedenis. En hij zou hier wel eens meer over kunnen vertellen.

De symboliek van de oude steenfabriek

De grijze kalmte en de dramatiek. De eenvoud en de symmetrie. Een beeld vol symboliek. Je mag zelf weten wat je hier in ziet.

Ter plekke trof mij de dreigende lucht en het stille spiegelbeeld.

Eenmaal thuis zag ik een aanstormende stoomtrein in de oude steenfabriek.

Gisteren keek ik naar Zomergasten met Inez Weski. Ik herkende iets in haar; iets in mezelf.

Vandaag bezie ik deze foto met weer een andere blik.

‘Niemand luistert’, zegt zij

We wandelen in de Millingerwaard en zij is wat jonger dan de rest. Aanvankelijk loopt ze op met andere mensen in de groep. Vervolgens blijft ze als een zwaan-kleef-aan bij mij. Ze houdt halt terwijl ik een aantal foto’s maak. En ze wacht als ik een stukje achterop raak. Overal waar we tijdens de pauzes stoppen, duikt zij aan dezelfde tafel op. Oh, ze is best vriendelijk, maar wel graag aan het woord. Wanneer ik zelf ergens over begin, praat zij al gauw door mij heen.

Zou het liggen aan mijn zachte stem? Sommige mensen horen nu eenmaal slecht. Dat kan komen door het vele rumoer waaraan stadsbewoners worden blootgesteld.

‘Veel mensen in deze groep luisteren niet.’, zegt ze op een gegeven moment. Opmerkelijk, maar terecht.

Wat hier gebeurt, is inderdaad extreem. Deze keer heeft zeker de helft van de wandelaars een ‘gehoorprobleem’. Alsof niemand de ander nog hoort, waardoor iedereen in het luchtledige praat. In het buitenland ervaar ik dit zelden zo, hoe rumoerig het daar ook kan zijn.

Hallo hallo …