Een relatie, maar niet uit liefde

Twee mensen gaan uit praktische overwegingen een ogenschijnlijke liefdesrelatie aan. Hoe vaak komt dit nog voor in Nederland? (Afgezien van huwelijken voor een verblijfsvergunning.) Ik doel op mensen die wel genegenheid voor elkaar voelen, misschien wel verliefdheid. Of die een andere vorm van aantrekkingskracht ervaren, over en weer. Toch zijn dit soort relaties veelal bedoeld als tussenoplossing. Een praktische relatie duurt zolang die beide partijen goed uitkomt.

Waarom begin je aan zo’n relatie? Nou, bijvoorbeeld omdat je een mooi huis bewoont, dat voor jou alleen te duur is. Terwijl die ander net gescheiden is en onderdak zoekt. Of omdat de ander jou goed kan helpen bij een belangrijke stap in je carrière. Of omdat je niet graag alleen wil zijn. Of wellicht omdat je partner veel kritische vragen stelt. En zich afvraagt wanneer je je plannen in een verdienmodel om zet. Een verdienmodel dat werkt.

Vroeger waren verstandshuwelijken normaal. Jonge weduwen en weduwnaars hertrouwden vaak snel. Een alleenstaande kon moeilijk een huishouden met kinderen draaiende houden. En voor vrouwenwerk waren de lonen zo laag, dat jonge moeders via een huwelijk armoede wilden vermijden. Mannen hertrouwden soms al binnen enkele maanden. Vrouwen moesten negen maanden wachten. Zo voorkwamen ze twijfel over de vader bij een zwangerschap.

De invoering van de Algemene bijstandswet in 1965 heeft vast tot minder verstandshuwelijken geleid, maar verstandsrelaties bestaan nog altijd. Verwacht van mij geen oordeel over deze relatievorm.

Taal als interessegebied

Als je lang genoeg leeft, merk je vanzelf dat je liefhebberijen kunnen verschuiven. Hoeveel hobby’s had je vroeger, waar je nu al jaren geen tijd meer aan besteedt? Menige postzegelverzameling vergaart stof op zolder. Andere interesses zijn er voor altijd. Je kan ze even uit het oog verliezen. Bijvoorbeeld, omdat je druk bezig bent met het leven. Maar je hoeft slechts een foto te zien, een geur te ruiken of een zinnetje te lezen, en je denkt: ‘Hé, dat is leuk. Hoe kon ik dat vergeten?’

Onlangs kwam het Sociaal Cultureel Planbureau met het rapport Denkend aan Nederland, over het onderzoek naar wat Nederland voor de Nederlanders betekent. Wij, stelletje eigengereide Hollanders, mogen graag denken dat we dat zelf wel bepalen. We zijn tenslotte op en top individualisten, nietwaar? Nee dus, niet waar.

Onze Nederlandse identiteit bestaat uit gedeelde gevoelens voor onze taal, symbolen en tradities. Denk aan onze vlag, de Elfstedentocht, oliebollen, Koningsdag, dijken en weilanden, de kleur oranje, Sinterklaas, vrijheid van meningsuiting, et cetera. Dat zijn verbindende factoren. Ik kan ook zeer warme gevoelens krijgen bij de aanblik van het Feyenoord stadion.

Taal is een belangrijk onderdeel van onze identiteit, maar onze taal is minder Nederlands dan je zou denken. Onze woordenschat wordt al eeuwen aangevuld door nieuwkomers uit het buitenland. Zo komen taal, sociale geschiedenis en mijn voorouders samen. Gecombineerd vormen ze voor mij een bijzonder interessegebied. Heb ik hier al eens verteld over Leidens Ontzet op 3 oktober? 😉

Daarom deel ik graag het bericht Een mooie mengelmoes op het blog van Neerlandistiek. Dit gaat over het ontstaan van het Nederlands, zoals wij het nu kennen. Dit dankzij de vele dialecten en vreemde talen die hier in de Gouden Eeuw werden gesproken. En waar ‘Amsterdam’ staat, kan je gerust ook ‘Leiden’ lezen.

Focus in, focus uit voor zingeving

Het is niet moeilijk om af te dwalen in het leven; om te vergeten waar je mee bezig bent. Je kan jezelf verliezen in dagelijkse beslommeringen, in werk en gedoe met mensen om je heen. Sta je hier even bij stil, dan kan je workshops volgen over zingeving en artikelen lezen. Om de zin te vinden van het leven. We zoeken allemaal.

In een oude Libelle vertelt Thomas Acda wat hij waardeert in een vrouw: ‘Veilig en gewild zijn, vind ik belangrijk. Bij een man zou ik vriendschap zeggen, denk ik.’

Verlangen naar veiligheid en gewild willen zijn. Dat kan gekke dingen doen met een man. Met een vrouw ook, trouwens. Kijk naar Trump en andere machthebbers. Veiligheid is onze meest basale behoefte, volgens mijn versie van de piramide van Maslov. Veiligheid gaat namelijk voor lichamelijke behoeften in noodsituaties. En gewild zijn, dat is toch zoiets als geruststelling van het eigen ego?

We gaan heel ver voor onze wezenlijke en denkbeeldige behoeften. Wij allemaal, overal ter wereld. Daarbij verliezen we de zin van het leven uit het oog, wat dat ook moge zijn. Vriendschap misschien? Verbinding met alles om ons heen? Focus in, focus uit.

Redemption Day van Sheryl Crow en Johnny Cash vertelt het hele verhaal.

Een vorm van dagbesteding

Het is een manier om je brood te verdienen: in weer en wind geulen graven, grond verzetten, oude rioolbuizen wegbreken en schone buizen ervoor in de plaats leggen. Of nou ja, schoon … Alles is vuil wat deze mannen beetpakken. Hun werkkleding komt ’s morgens gewassen uit de kast en zelf ogen ze fris bij aankomst. Maar ik weet dat zelfs dat een illusie is. Elk stuk gereedschap dat zij hanteren, elk stuur dat zij vasthouden, is goor. Je moet er tegen kunnen. Ik zou meteen onder de huiduitslag zitten. Waarschijnlijk ontdekken nieuwelingen al binnen een dag of ze dit vak volhouden.

Je zou verwachten dat het personeelsverloop groot is bij riolerings-bedrijven. Toch valt dat mee in het familiebedrijf dat hier nu aan de slag is. Natuurlijk, die familieband blijft. Maar diverse mannen zag ik afgelopen november al en nu weer. Er is een onnadrukkelijke hiërarchie. Mijn contactpersoon, ‘De man van de rioolservice’, is een zoon in de firma. Hij stuurt het team aan en werkt mee. De rest lijkt een allegaartje van vaste krachten, los volk, en vrienden die op afroep hand-en-spandiensten verlenen. Zoals: ff snel in een Mercedes wat onderdelen langs brengen.

Wat ik niet had bedacht, is dat dit werk ook een vorm van dagbesteding kan zijn. Bij dagbesteding denk ik aan demente ouderen die een dagje gezellig knutselen in een kringetje. Of ik denk aan een zorgboerderij, waar jongeren met psychische klachten werk, rust en regelmaat vinden.

Toch ving ik vanmorgen de volgende flard op van een telefoongesprek: ‘Ik kan dat brommertje nu niet ophalen, want ik zit met dagbesteding. Ben afgelopen vrijdag uit detentie gekomen.’ Tja, nu snap ik waarom hij maandagochtend eerst met zijn baas moest overleggen of hij al koffie mocht drinken toen ik hem dat aanbood. Hij is overigens beleefd en gedraagt zich netjes. Zolang hij datgene doet waarvoor hij is ingehuurd, vind ik het prima.

Grenzen aan een mensenleven

Hoe oud zou je willen worden? Gisteren was Last Days op tv; de nieuwe reportageserie van Lieve Blancquaert. Zij onderzoekt hoe mensen wereldwijd omgaan met de eindigheid van het leven. In de eerste aflevering zien we topfitte tachtigplussers in een Disney-achtige Amerikaanse enclave. Zij lijken gezonder dan menige veertiger met een jachtig 9-tot-5-bestaan. Ik vraag mij af of ik als vijftiger even gezond oud zal worden. En hoe ziet de wereld er dan uit?

Het is bekend hoe we zo lang mogelijk kunnen leven. Dagelijks minimaal een uur bewegen en je spieren blijven trainen. Verder veel vers voedsel eten: vis, groenten, fruit en volkorenproducten. En vooral ook aan het sociale leven deelnemen. Volgens hersenwetenschapper Erik Scherder vergroot je juist de kans op ouderdomskwalen wanneer je elke dag een dutje doet. Hij is vast een calvinist. Toch is de boodschap duidelijk: we kunnen het beste actief blijven.

Statistisch gezien worden we echt steeds ouder, wereldwijd. Volgens de Wereldbank is de gemiddelde levensverwachting al gestegen van 52,6 jaar in 1960 naar 72 jaar in 2016. Die dansende Amerikanen in hun suikerspin-roze enclave doen mij echter denken aan welgestelde feestvierders op de Titanic.

Want eens komt toch het keerpunt door vervuiling en klimaatverandering. Zo is het opmerkelijk dat Nederlanders relatief weinig roken, maar wel in de Europese top 3 zitten qua longkankerdoden. (Bronnen: RIVM en Trimbos.) Vermoedelijk is er een verband met de aanzienlijke luchtverontreiniging boven ons land. Tegelijk neemt wereldwijd de kans toe op oorlogen om grondstoffen en leefbare gebieden. Syrië is daar een voorbeeld van. In Afrika is al veel langer het nodige aan de hand.

We worden dus voorlopig gemiddeld nog ouder, maar in wat voor wereld? Hoe oud we willen worden, hangt af van onze gezondheid, de beschikbare middelen én leefomstandigheden. Over de Inuït wordt verteld dat ouderen zich in tijden van grote voedselschaarste vroeger van het leven beroofden om de jongere generaties te sparen. Wie weet welke maatregelen onze generatie over een jaar of dertig treft. Of gaan anderen die maatregelen dan voor ons bepalen?

Applaus voor militairen

Defile bevrijdingsdag 2019 Wageningen 09

Voor het eerst ga ik op Bevrijdingsdag naar Wageningen toe. Ik sta langs de route van het defilé; Hotel De Wereld is vlakbij. Zodra de eerste militairen naderen, begint het publiek te applaudisseren. Van de weeromstuit klap ik mee. Terwijl het toch niet mijn gewoonte is om te klappen wanneer ik militairen zie.

Militairen in het straatbeeld ken ik alleen van mijn verblijf in post-conflictgebieden. Van die oorden in het Midden-Oosten, waar ze met machtsvertoon over de gewapende vrede heersen. En in Afrikaanse landen, waar je militairen liever omzeilt. Want je weet nooit.

Ik weet hoe echte explosies klinken, in de verte. En ik weet dat je binnen moet blijven als de bevolking of de ambassade dat zegt. Verder reikt mijn ervaring niet met levensbedreigende conflicten. Ik was geen lid van de belangrijkste risicogroep. Of ik hoorde bij de ‘goeden’. Maar je weet het nooit, in dat soort oorden. De situatie kan zomaar veranderen. En misschien hebben ze geld nodig.

Je weet evenmin wat ze hebben meegemaakt en wat ze hebben gedaan. De mensen in het defilé zijn de ‘goeden’. Terwijl op bordjes namen staan van landen die vragen bij mij oproepen. Nu, met de huidige kennis van onze koloniale geschiedenis. In hun tijd werd daar anders tegenaan gekeken. Zij deden hun plicht en wat goed was.

Het moet wat met je doen, als je een wapen in handen hebt. Militairen hebben hun eigen codes en hun trots. Ik zou voorlopig niet zonder militairen willen.

Militairen hebben hun trauma’s. Ze zijn zelf pionnen op een schaakbord. Ze doen het vuile werk voor ons. Hoe lang nog?

Liefde, angst en onverschilligheid

Misschien is het waar dat al onze handelingen voortkomen uit liefde en angst. Zit je goed in je vel, dan lacht de wereld je toe. Maar wil het niet, dan kan je overal spoken zien. Het gevolg is dat je dit uitstraalt en ernaar handelt. Daarna reageert de omgeving weer op jouw warmte of terughoudendheid. Voordat je het weet, creëer je een self fulfilling prophecy.

Volgens mij is er nog een derde emotie leidend, namelijk onverschilligheid. De verzorgingsstaat werkt onverschilligheid in de hand. Mijn eigenwijze buurman kan gerust onverschillig doen tegen zijn buren en zijn kinderen. Omdat hij behoeftig is, helpt de WMO-medewerker hem toch wel.

Of bestaat onverschilligheid niet? Niet echt, bedoel ik.