Het andere pad, over de rivier

Na een afspraak in het Belmonte Arboretum wil ik het centrum van Wageningen bezoeken. Maar in plaats van naar rechts te gaan, besluit ik eens een onbekend pad in te slaan. De weg leidt naar de aanlegplaats van het Lexkesveer.

Zo beland ik ineens aan de overkant. Voor mij een lange brug over een ruimte voor de rivier. Achter mij het pont, dat rechtsomkeert.

Iedereen is weg. De plek is verlaten. Even voelt het alsof ik op een vakantiebestemming ben beland, zonder precies te weten wat ik ervan kan verwachten.

In de buurt ligt Randwijk, een klein plaatsje in de Betuwe. Op de dijk wordt de nieuwe oogst aangekondigd: ‘Kersen te koop. Na 150 meter rechts.’ Je kan het niet missen. Ik neem een pondje.

Daarna volgt een wandeling over de dijk richting Heteren met een pauze bij de weg naar het Renkumse Veer. Het is goed kersen eten hier.

Afgeleid door de kerk

Soms loop je naar een andere kamer toe en ben je daar vergeten wat je er ook alweer kwam doen. Deze week overkwam mij iets dergelijks in een overtreffende vorm.

Ik wil een bezoek brengen aan Groessen om daar een bepaald gebouw te zien. Dus neem ik met de trein naar Duiven en wandel via een fietspad verder. Bij de afslag naar het dorp tref ik een ANWB-informatiebordje aan. Laat daar nu juist een nostalgische afbeelding van het betreffende gebouw op staan. Links van het bordje loopt de spoorlijn Arnhem – Winterswijk. Rechts liggen velden en akkers te dommelen in de zon. Verderop tekent het silhouet van het dorp zich af tegen de felblauwe lucht. Het is een klassieker: zo’n verzameling huizen en bomen met prominent in het midden een kerkgebouw met spitse toren.

In Groessen zelf trekt de kerk van de Heilige Andreas direct mijn aandacht. Het gebouw is eeuwenoud en voorzien van prachtige deuren. Het staat centraal aan het dorpsplein in een ruime tuin.

Daarna wandel ik langs kwekerijen naar de Loowaard toe en verder over de dijk bij de uiterwaard tot voorbij het plaatsje Loo. Met het pontje over de Rijn eindigt de tocht in Huissen en dan wordt het tijd om naar huis te gaan.

Pas thuis dringt tot mij door wat ik heb gedaan. Ik ben helemaal aan het te bezichtigen pand voorbij gegaan!

Glooiingen en rechte spoorlijnen

Denkend aan het Nederlandse landschap zie ik al snel strakke lijnen voor me. In de groene polders van mijn jeugd werden de kaarsrechte sloten tussen de weilanden al in de zestiende eeuw gegraven. Daar hoefde bij de ruilverkaveling weinig meer aan te worden gedaan. Zelfs het nabijgelegen kustgebied is nogal rechttoe rechtaan. Alleen tussen de duinen met hun zachte glooiingen waan je je in een natuurgebied. Al zijn ook die duinen gedeeltelijk het resultaat van menselijk ingrijpen.

De Veluwe kende ik als een bosgebied waar kaarsrechte spoorwegen doorheen liepen. Pas toen ik vijftien jaar geleden vaker ging wandelen, ontdekte ik dat ons land meer variatie biedt. Limburg, Twente en de Achterhoek staan om hun afwisselende landschap bekend.

Waar je minder gauw aan denkt, zijn de overloopgebieden langs de grote rivieren. Op verschillende plaatsen heeft het water sinds 1995 weer ruimte teruggekregen. Daar zie je een redelijk geslaagde nabootsing van het oorspronkelijke rivierlandschap.

Bij de Oosterbeekse spoorbrug over de Nederrijn lijkt het een strakke boel. Toch hadden de spoorbouwers hier iets extra’s aan hun hoofd. Vlak voor de brug daalt de spoorlijn vanuit Arnhem naar Nijmegen met een bocht af op een stuwwal. Hiervoor is een diepe geul in de helling uitgegraven. En om te voorkomen dat de treinen vervolgens door een ondergelopen uiterwaard moeten waden, zijn er honderden meters aan de brug vastgeknoopt. Wel 336, om precies te zijn, verdeeld over zes zogeheten aanbruggen. En dat terwijl de boogbrug over de rivier ‘slechts’ 132 meter lang is.

Zo, dan weet u dit ook weer. Ik heb het even opgezocht naar aanleiding van bovenstaande foto. Een winters plaatje van dezelfde brug staat hier.

Het Tolhuys in het land van Cleef

Circa 25 jaar geleden stuitte ik in Leiden op een voorouder die afkomstig was van ‘het Tolhuys in het land van Cleef’. Dat klonk best mysterieus. Zijn herkomst sprak dan ook meteen tot mijn verbeelding. De jongeman in kwestie was een bakkersknecht, geboren rond 1700. Van lieverlee werd duidelijk waar hij precies vandaan kwam. Want zijn zus vond eveneens een partner in Leiden en zij kwam uit ‘Lobith aan ’t Tolhuijs onder Pruijsen’. Lobith dus, waar vroeger een tolhuis stond.

Sinds die eerste vondst heeft een bezoek aan Lobith altijd op mijn verlanglijst gestaan. Maar ja, hoe gaat zoiets? Je maakt eens een reis rond de wereld. Daarna overwinter je een keer in Zuid-Frankrijk. Vervolgens ga je een halfjaar voor werk naar Kenia. En tussendoor bezoek je landen in Azië en Europa. Voordat je het weet, is er een kwart eeuw voorbij gegaan. Maar Lobith? Ach nou ja, dat is vlakbij en dat blijft daar nog wel even staan.

Na mijn verhuizing in 2015 naar een dorp bij Arnhem kwam ik al dichter in de buurt. Zo waren er een boottocht naar Fort Pannerden en een wandeling in de Millingerwaard. Dat zijn twee locaties in de buurt van Lobith aan de overzijde van de rivier. Ook kwam ik net over de grens in Elten en bij Aerdt  onder Oud-Zevenaar. Maar Lobith bleef een plaats die vooral in mijn gedachten bestond en dan verandert zo’n plaats uit de geschiedenis al snel in een mythologisch oord.

Afijn, Lobith dus, op 2 maart 2021. Ik trof er welgeteld twee bouwwerken aan die daar al in de tijd van mijn voorouders stonden: het gereformeerde kerkje en de schipperspoort. Dat poortje is het allerlaatste overgebleven restje Tolhuis. Gelukkig hebben we het schilderij uit 1672 nog.

Oud-Hollands winterlandschap

Sommige mensen fotograferen zichzelf terwijl ze figureren als een persoon in een beroemd schilderij. Bijvoorbeeld als de Mona Lisa of als het melkmeisje van Vermeer. Er zijn ook mensen die hedendaagse landschappen fotograferen die sprekend lijken op een landschapje in een zeventiende-eeuws schilderij. Zoals bekend, pruts ik maar wat aan met de camera van mijn oude Samsung. Daarom zal ik niet beweren dat ik iets dergelijks bewust heb gedaan. Maar zeg nu zelf: dit is toch precies een Oud-Hollands schilderij!?

Op deze foto zie je de ondergelopen uiterwaard bij Oosterbeek met links op de achtergrond het oude kerkje en rechts de spoorbrug over de Nederrijn.

(Klik desgewenst op de foto voor een vergroting.)

Waar heb ik nu dat oude kerkje neergezet?

Als dit oude kerkje je bekend voor komt, dan kan dat kloppen. Er verschenen in de afgelopen jaren al diverse foto’s van op Raam Open. Via de mediabibliotheek in WP-admin heb ik de titels van de bijbehorende logjes opgezocht. Voor de insiders: dat werkt vooralsnog beter dan via de mediabibliotheek in de block-editor. Want daarin ontbreken bij geüploade foto’s de logtitels.

De WordPress mediabibliotheek heeft een handige zoekfunctie. Maar aanvankelijk heb ik foto’s nogal slordig geüpload. Bij de oudste foto’s staat als bestandsnaam (en foto-url) een nietszeggend nummer dat mijn camera eraan heeft toegekend. Bij latere foto’s vermeldde ik de logtitel, terwijl die vaak weinig over de afbeelding zelf zegt. En bij de nieuwste foto’s heb ik soms zeer raadselachtige omschrijvingen gezet. Wat te denken van ‘cropped-het-pad-naar-trouw-zijn-aan-jezelf.jpg’? Zie je het voor je?

Afijn, het oude kerkje. Hier staan de andere foto’s:

Klik desgewenst op de foto’s voor een vergroting.

Nazomer op landgoed Ampsen

Regen en onweer zouden we krijgen bij Lochem op landgoed Ampsen. Maar het werd fijn wandelweer met wind en zonneschijn. Dit landgoed ligt er in ieder jaargetijde goed bij, dus ook in de nazomer. Daarbij heb ik een grote voorliefde voor landgoederen met statige beukenlanen, stille wateren, mooie paddenstoelen, onverwachte ontmoetingen en veel afwisseling in velden en bosschages. Dat is hier allemaal.

Het kasteel of landhuis.

Het stille water en de beukenlaan.

De bloedrode biefstukzwam.

En de onverwachte ontmoeting met een hazelworm (beetje onscherp weliswaar).