Onderweg naar de tandarts

Het regent en ik moet extra vroeg op vanwege een tandartsafspraak.
Reden genoeg voor een baaldag. Maar dat is buiten de route gerekend. Want hoeveel mensen kunnen naar de tandarts via een Lange Afstand Wandelpad? Er loopt bovendien een Streekpad langs de praktijk. Dus mag ik kiezen. Wordt het deze keer het Veluwe Zwerfpad, of het Maarten van Rossumpad?

Uhm, … nou, … weet je wat? Doe ze allebei maar!

De watermolen.

Het pad in het Sonsbeek park.

Langs een vijver met uitzicht op de stadsrand.

En een stukje van de Burgemeesterswijk.

Het Arnhemse park Sonsbeek is een ideaal beginpunt voor uitstapjes. Vandaar dat hier altijd twijfel ontstaat. Want is dit nu een wandeldag, of ben ik op weg naar de tandarts?

Het heen en weer in Nijmegen

Vandaag heb ik zo’n beetje alle Nijmeegse bruggen gezien, want dit was de route:

  1. Rij eerst met de trein vanuit Arnhem zuidwaarts over de Spoorbrug bij Nijmegen.
  2. Wandel daarna via de Waalbrug noordwaarts naar het stadseiland Veur-Lent. Koffiestop.
  3. Ga verder over de Lentloper, dat is een bijzondere brug. Stukje naar het westen.
  4. Weer zuidwaarts naar het stadseiland over de Snelbinder en loop daarna opnieuw richting het westen.
  5. Terug noordwaarts via de Zaligebrug. Verder naar het westen aan de kant van Lent.
  6. Zo kom je uit bij de Oversteek en via die brug wandel je weer naar Nijmegen in het zuiden terug.
  7. Loop vervolgens naar het oosten. Sla voorbij Loetje en het spoorviaduct rechtsaf. Dan kom je uit bij het station. Neem daar de trein die weer over de Spoorbrug naar het noorden rijdt. Terug naar huis.

(Klik desgewenst op een foto voor een vergroting.)

Vitesse-vlaggen op de Nelson Mandelabrug

Tot mijn vroegste herinneringen aan Arnhem behoort een autorit met mijn zus langs het station, over de Nelson Mandelabrug, naar U2 in het GelreDome. We arriveerden ruimschoots op tijd voor het concert. Daarom liepen we over de brug terug en zaten we een uurtje op een terras bij het water aan de Rijnkade. Dat stukje Arnhem doet mij altijd denken aan Frankrijk. Misschien door de ongedwongen sfeer, de kade en de kasseitjes. De fly-overs dragen ook bij aan dat buitenlandgevoel.

Het heeft wel iets stoers, die fly-overs, zo vlak bij het centrum. Ze bezorgen mij een grote-stadgevoel dat ik niet van andere Nederlandse steden ken. Behalve Rotterdam, natuurlijk. Die stad blijft de uitzondering.

Als automobilist ben je op een fly-over vooral bezig met netjes op de rijbaan blijven tussen de brugleuningen in. Zelf rij ik er alleen als buspassagier overheen. Dan biedt de brug een mooi uitzicht over de stad en de rivier. Maar vaker kijk ik als voetganger vanaf straatniveau tegen het bouwwerk aan. Daar geldt de menselijke maatstaf en die blaast de proporties van al dat beton flink op. Lopend aan de linkerkant over het Nieuwe Plein zie je goed hoe imposant de kronkels van de rijbanen zijn.

Deze locatie heeft iets onwerkelijks. Hier is sprake van meer dan een gewone tegenstelling. Dit betreft een regelrechte clash, een botsing. Want aan de ene kant staan statige oude huizen langs wat ooit een boulevard moet zijn geweest. En aan de andere kant is er het geweld van grove bouwmaterialen en het voortrazende verkeer.

Afgelopen woensdag kwam ik er weer. Donkergrijze regenwolken naderden vanuit het zuidwesten, terwijl de zon de wapperende Vitesse-vlaggen fel bescheen. Ik heb er in de schaduw van een boom recht tegen het licht in foto’s genomen.

Streekgeluiden uit vroeger tijden

Sinds ik in de buurt van Arnhem woon, voel ik mij soms net een allochtoon. Zodra ik mijn mond open doe, horen de mensen hier meteen dat ik van elders kom. Omgekeerd is het voor mij gissen waar zij precies vandaan komen. Het Ernhems herken ik nu wel. Maar in Gelderland en Twente worden tal van dialecten gesproken. Die verschillen van dorp tot dorp. Vooral tijdens wandelingen op het platteland hoor ik van alles en nog wat.

Ook in onze straat spreken meerdere buren dialect. Zoals de schilder, die ik voor een klusje wil benaderen. Daar moet ik mij wel op voorbereiden, want een gesprek met hem is topsport. Hij praat snel en houdt van grootspraak. Omdat ik hem moeilijk versta, duurt het een paar seconden voordat ik besef wat hij bedoelt. Zijn woorden leggen een heel parcours af door mijn hersenen. Ergens onderweg gaat er dan een luikje van herkenning open. Pas daarna kan ik reageren. Tegen die tijd is hij al bij het volgende onderwerp.

Deze week gaf taalwetenschapper Marc van Oostendorp een lezing over streektalen en dialecten. Hij verwacht niet dat ze gauw zullen verdwijnen, maar wel dat ze vervlakken. Taal is continu in beweging, bijvoorbeeld doordat mensen uit verschillende regio’s woorden van elkaar over nemen. Streektalen en dialecten beschouwen we echter steeds bewuster als onderdeel van onze identiteit. Dit zie je terug in de groeiende waardering voor lokale muziek. Zo functioneert dialect eveneens als een soort Geuzentaal.

Herman Finkers is overigens een geval apart. Hij heeft van huis uit ABN geleerd, omdat zijn ouders dachten dat hij daardoor betere kansen zou krijgen. De teksten voor zijn optredens schrijft hij eerst op in het Nederlands. Vervolgens zet hij alles om in het Twents dat zijn oma sprak. Van Herman wordt dit geaccepteerd, maar westerlingen zouden dit niet moeten proberen. Zo gevoelig liggen taalkwesties wel.

De website van het Meertens Instituut bevat een goudmijn aan geluidsopnamen van streektalen en dialecten uit onder meer Nederland, België en Frankrijk. Alleen al van Leiden staan er zeventig gesprekken op uit de jaren zeventig. Vaak komen ouderen aan het woord, die over het leven van vroeger vertellen. Op de achtergrond hoor je vogeltjes zingen en kopjes rinkelen terwijl de mensen om tafel zitten.

Bij mij roepen de opnamen vooral nostalgische herinneringen op. In die tijd kon je nog spontaan bij buren, vrienden en familie langsgaan en een bakkie doen. Aan het Leids merk ik hoe de manier van praten in de afgelopen vijftig jaar is veranderd. Zelfs hoor ik dat de geïnterviewden beschaafder praten dan normaal. Er zitten tenslotte ‘deftige’ onderzoekers van de universiteit in de huiskamer.

De Dialectenbank is ideaal voor wie buiten zijn geboorteregio woont en af en toe iets vertrouwds wil horen.

Een raadselachtig pand in kerstsfeer

Een foto van een oud huis in Deventer met kerstkrans aan de voordeur. Je zou er zo een wenskaart van kunnen maken. Het pand valt op door de smaakvolle rood-grijs-groene kleurencombinatie. Maar het zit ook vol raadsels. Want wat zien we hier allemaal?

De roodbruine stenen muur draagt versterkt grijs metaal als raamluiken en voordeur. Dat doet denken aan een club voor leden of een bewoner met hang naar de middeleeuwen. Boven de deur prijkt een zwarte gevelsteen met Centaurs en dames. En dan die schaatsen in de kerstkrans. Griekse mythologie meets oer-Hollands winterplezier? Hm, dit maakt nieuwsgierig. Welk karaktervol type zou hier nu wonen?

Hoe dan ook, fijne dagen toegewenst.

Twee giraffen voor de kerk

In Deventer staan twee giraffen voor de Lebuïnuskerk: een moeder met een jong. Ze hangen vol lampjes en zijn in het donker goed te zien. Overdag is dat wel anders. Dan verdwijnen ze bijna in de kleurschakering op de achtergrond. Volgens internet doen deze gracieuze dieren niet aan camouflage. Toch werken hun schutkleuren perfect.

Daar waar het water uiteengaat

Boottocht Nederrijn via Arnhem nr Fort Pannerden splitsing IJssel

Er zijn plaatsen waar ik graag over mag fantaseren, vooral omdat ik ze nog nooit heb gezien. Ze vormen de witte plekken op een kaart. Terra incognita. Het grote onbekende. Een wereld om te ontdekken. Een deel van de magie is om te bedenken hoe het er zal zijn. Soms is het goed om het daar bij te laten. Maar als je geluk hebt, overtreft een bezoek je verwachtingen. Zoals gisteren, tijdens een bootexcursie van Heveadorp naar Fort Pannerden.

Safarischip de Blauwe Bever vaart in de zomermaanden naar diverse locaties langs de Nederrijn. Onder andere naar het fort, waar je ook een wandeling kan maken in de uiterwaard.

Gisteren zag ik Arnhem voor het eerst vanaf de rivier. Sowieso is het leuk om bekende plaatsen eens vanuit een ander perspectief te zien. En er prijkten nog twee locaties op mijn verlanglijstje. Namelijk het punt waar de IJssel en de Nederrijn vanaf het Pannerdens Kanaal ontstaan (foto boven). Én het punt waar het water van de Rijn zich splitst in de Waal en het Pannerdens Kanaal (foto onder).

Boottocht Nederrijn Waal splitsing Fort Pannerden

De sfeer was mysterieus. Donkere wolken waaiden ons dreigend tegemoet boven het vlakke water-doorkliefde land. Ze loosden hun vracht precies boven het fort. Hierdoor versluierde een regengordijn het zicht en bleef de einder in nevelen gehuld. Zo hoort het. Om meer te zien, moet ik nu wel terug.