Gewenst: total recall ervaring

Soms verlang ik toch zo naar een fotografisch geheugen. Of beter: doe mij maar een total recall ervaring. Neem die rondreis in Madagaskar, waar ik gisteren over schreef. Het woord zegt het al: bij een rondreis ben je bijna dagelijks van A naar B onderweg. Je doet een korte indruk op en hup, daar gaan we weer naar de volgende locatie. Busje in, busje uit; snel even wat eten voordat het avondprogramma begint. Van zo’n reis blijven slechts flarden hangen in je herinnering. Terwijl informatie beter beklijft als we handelingen met aandacht verrichten en herhalen.

Het was prachtige rondreis in 2004, maar in mijn geheugen ontbreken nu hele stukken. Er resten verder alleen nog een onvolledig fotoalbum en een fragmentarisch reisverslag.

Stel dat het mogelijk wordt om je eigen ervaringen te herinneren alsof je de hoofdpersoon bent in een film. En dat je zelf mag bepalen welke scenes je daarin opneemt. Dan kan je de prettige ervaringen tot in detail bewaren en weer herbeleven. En van de mindere is een korte samenvatting van de belangrijkste lessen genoeg.

Dus beste AI-ontwikkelaars, waar wachten jullie op?

Aftakeling hoort bij het leven

Morgen komt een vriendin op bezoek die ouder en energieker is dan ik. Het is de omgekeerde wereld. Het klopt niet, en toch ook weer wel. Want zij is anders gebouwd en ik heb mijn grenzen al lang geaccepteerd. Je kan spieren trainen en conditie opbouwen, maar altijd tot een zeker punt. Wat haalbaar is, verschilt voor iedereen. Lastiger vind ik de onomkeerbaarheid van beschadigingen. Tinnitus veroorzaakt door gehoorschade herstelt nooit meer.

De één wil steeds perfectie zien; de ander ontwaart de schoonheid in de aftakeling. Afhankelijk van mijn stemming, zwalk ik tussen deze uitersten heen en weer.

Je hebt maar één leven

Franca Treur schrijft over ploeterende mensen in het tv-programma ‘Ik vertrek’: ‘Ook zij weten dat ze maar één leven hebben. Die mensen moeten precies daarmee dealen: de rommel die het werd in plaats van het gedroomde plaatje. Wordt het doorgaan of opgeven?’ De meesten van ons pakken het minder groots aan. Maar vroeg of laat komen we allemaal in het leven voor ingrijpende keuzes te staan.

Misschien schuilt er voor de kijkers een soort troost in het programma. Want ik denk dat we allemaal weleens een kans laten liggen. Daar hebben we op zo’n moment goede redenen voor. Maar ja, maar toch. Soms laat een droombeeld je niet los. Dan blijft het decennialang terugkeren. Blijf je dan wachten totdat het te laat is? Of werk je stapsgewijs toe naar de verwezenlijking ervan? Het kan lastig zijn om te beginnen, wanneer succes mede afhangt van anderen en onzekere factoren.

Mijn droombeeld en ik zijn al samen sinds 1986. Ik was in de twintig toen het ontstond. Nu zijn we 34 jaar verder en is de wereld sterk veranderd. In al die jaren groeide het droombeeld mee met mijn wensen. Het werd een vertrouwd element in mijn leven, waarvan de kern ongemoeid is gebleven. En het is altijd sluimerend aanwezig. Een half woord, een geur, een beeld of een gedachtenflits brengt mijn droom gelijk weer helemaal terug.

Dus zat ik laatst te denken: Als je nu 57 bent, hoeveel ‘goede jaren’ krijg je dan gemiddeld nog?

(Citaat: Franca Treur in Trouw, Zomertijd, zomercolumn Perfectie, 25 juli 2020.)

Hou dat ongevraagde advies maar

Een van de vrijwilligers voor werkzoekenden twijfelt al jaren welke kant zij op wil met haar carrière. Het lijkt voortdurend alsof zij om advies verlegen zit door de weifelende manier waarop zij praat. Dus is er altijd wel iemand die haar voorziet van goedbedoelde raad. Alleen dat is niet de bedoeling. ‘Advies is als een klap in mijn gezicht’. Zo ervaart zij dat. Ze beseft nauwelijks hoezeer haar houding bij anderen de behoefte oproept om advies te geven.

Ongevraagd advies geven is een riskante bezigheid. Toegegeven; ik maak mij er soms ook schuldig aan. Het wordt je vaak niet in dank afgenomen. Op de ontvanger komt het namelijk al gauw dominant, betuttelend en bemoeizuchtig over.

Zelf zit ik evenmin te wachten op ongevraagd advies. Toch denken anderen kennelijk dat ik daar behoefte aan heb. Een goede verstaander zou aan mijn toon of vertelstijl best kunnen afleiden dat advies onwenselijk is. Dan wil ik slechts mijn verhaal kwijt, meer niet. Maar veel raadgevers beginnen eerder met praten dan met luisteren, vandaar.

Ben jij ook zo iemand die ongevraagd advies wil geven? Vraag jezelf dan eerst af waarom je dat wil. Want wat zijn je achterliggende beweeg-redenen? Wil je de ander werkelijk helpen? Of wil je jezelf bewijzen? Wil je de ander afhankelijk maken? Voel je je soms superieur? Zie je de ander wel staan? Misschien wil je die ander vooral corrigeren op basis van je eigen normen en waarden. Deze zouden weleens kunnen afwijken van wat de adviesontvanger belangrijk vindt.

En als je beslist advies wil geven, vraag jezelf dan ook eerst af of je goed hebt geluisterd naar de ander. Klopt het wat je denkt dat je begrepen hebt? Verifieer dit gewoon. Want voordat je het weet, ontstaat er een misverstand.

En als je dan toch per sé advies moet geven, weet dan dat de ander volledig vrij is om het advies naast zich neer te leggen. Want die ander heeft helemaal niet om jouw advies gevraagd. En het gaat tenslotte om zijn of haar eigen leven.

Voor de goede orde: ik heb niemand gedwongen om tot hier te lezen. Daarom volgt hier mijn welgemeende raad over advies geven. 😉

Wees oprecht belangstellend. Luister. Leef je in. Begin niet gelijk over jezelf. (Nee, ook niet met voorbeelden uit je eigen leven.) Toon begrip en vel geen oordeel. En tot besluit: check of de ander advies wenst. Dan help je iemand echt.

Veel blijft in het verborgene

‘Ben nu rond middernacht aan de wandel geslagen in de bossen van Duno. Het is dan lekker rustig, en dat is beter dan overdag te wandelen, want dan is het drukker. … Je komt nog wel eens voor verrassende ontmoetingen te staan. Boswachter, stropers, mensen die in het bos slapen, of personen die op een bankje zitten te roken, ik weet niet wat, en zich rot schrikken als ze mij te laat zien in mijn zwarte kleding met capuchon. Ook bij het kasteel kom ik nog wel eens mensen tegen. Die lopen met een hele grote boog om mij heen, of maken rechtsomkeert. Vraag mij wel eens af wat die mensen nog zo laat daar doen. Sommige hebben de hond bij zich, andere lopen alleen te wandelen.’ Proza van een van de mannen van de sportclub. We houden via e-mail contact nu ons sportuurtje is weggevallen.

Zo komt er een tot dusver onbekend fenomeen uit mijn omgeving tevoorschijn. Want inderdaad: wie zijn die mensen, die rondspoken bij kasteel Doorwerth en in het bos bij Duno? Waarom zijn ze daar? Kunnen ze niet slapen? Zijn ze getroffen door de coronamaatregelen? Is er iemand ziek in hun familie? Of sluiten criminelen hier soms hun schimmige deals af? Scharrelen zij ook rond in ons dorp? Zijn er dan nog meer locaties voor geheime rendez-vous?

We weten nauwelijks wat er zich afspeelt in de wereld, ondanks al het nieuws. Vaak hebben we ook de historische band verloren met de grond waarop we lopen. Onze kennis gaat hooguit twee generaties terug. Achter gesloten deuren blijft veel verborgen, zelfs waar transparantie de norm is. En we kennen lang niet alle gedachten van onze naasten, ook al denken we van wel.

Op een landgoed prijken twee naamplaatjes op een antiek smeedijzeren hek. Het ene luidt: ‘A.E.v.d.Voet Smederij Morschweg Leiden’. Het andere vermeldt: ‘Siersmederij J.v.Deelen Oosterbeek’. Nieuwsgierig geworden ga ik op onderzoek uit. De Leidse smederij was operationeel in de eerste helft van de twintigste eeuw. De Oosterbeekse smederij werd in 1966 opgericht en later met een ander bedrijf samengevoegd. Mede vanwege de art deco stijl, is het hek vrijwel zeker tussen 1920 en 1937 in Leiden gesmeed. Heeft siersmederij van J. v. Deelen er later restauratiewerk aan verricht?

Het antwoord op deze vraag valt misschien nog wel te achterhalen. Maar deze twee smederijen zal ik nooit meer in bedrijf zien. En over honderd jaar zal geen mens beseffen dat er ooit iemand bij het smeedijzeren hek stond, voor wie de vondst en aanblik van deze twee labels samen betekenis had. Veruit het meeste blijft voor ons verborgen.

Twintig jaar leven met internet

Weet jij nog precies wanneer je met het internet kennis maakte? Voor mij was dat in het jaar 2000, nu twintig jaar geleden. Ik kreeg toen van mijn nieuwe werkgever een eigen e-mailadres en een computer met internetverbinding. De meeste websites waren in die tijd van ‘nerds’, bedrijven en instanties. Die websites zagen er nog vrij technisch uit, met strakke vakken en hoekige computerletters. Foto’s waren meestal klein. Maar je kon in direct contact komen met de hele wereld en dat was een soort ontdekkingsreis.

Een bevriend stel hoorde bij de voorhoede en via hen belandde ik op Ilse, Schoolbank en Hyves. Ik ontmoette hen tijdens een vakantie. Nog zie ik de krakkemikkige, maar oh zo gezellige internetcafeetjes voor me, waar zij op tergend trage computers met veel moeite hun mailtjes naar het thuisfront stuurden. Een jaar later opende ik zelf een hotmail-account, want ik ging weer op reis. Dat account werd de doodsteek voor de romantiek van de poste restante, maar wat was het handig.

Uit die begintijd stamt ook het wachtwoord dat ik nog steeds gebruik, zij het in talrijke varianten. Het bestaat uit een samenstelling van afgekorte woorden die stuk voor stuk aangename herinneringen oproepen. Er zit een koosnaampje in van een land en de naam van een favoriete band. We moeten continu wachtwoorden invullen, dus dan denk ik graag aan iets plezierigs. Dat basiswachtwoord is een vast element geworden in mijn leven.

In 2000 had ik nog veel ontzag voor mensen met een eigen website. Je moest er toch minstens voor kunnen programmeren en dat vergde kennis van wiskunde, dacht ik. Moet je nu eens kijken.

In 2007 opende ik zelf een eenvoudige webshop. Die kon ik zonder noemenswaardig programmeerwerk bouwen met speciale software. Rijk werd ik er niet van, maar de daarmee opgedane kennis vergrootte wel mijn kans op een baan. Sindsdien beheer ik voortdurend websites. Zoals voorheen diverse websites bij werkgevers, en tegenwoordig een website voor vrijwilligers, een familiewebsite en dit blog.

In twintig jaar tijd is er op internet enorm veel veranderd. In technologisch opzicht, commercieel en sociaal. Eerst wilde iedereen vrijwel alles delen. Nu zie je voorzichtig het begin van een terugtrekkende beweging. Tenslotte is de speelse onschuld van sociale media wel verdwenen.

Toch beschouw ik internet als een schier onuitputtelijke bron van gemak, vermaak en informatie. Je kan er elk denkbaar product op vinden. Een bijzonder koffiemerk uit Vietnam? Geen probleem. Wordt thuis afgeleverd. Digitale archieven en talloze videoclips zijn nu voor iedereen toegankelijk gemaakt. Verder is de transparantie van wat er in de wereld gebeurt, enorm vergroot. Dit mede dankzij sociale media, want nepnieuws vertelt ons ook iets. Als je zelf kan nadenken, blijft internet een groot goed.