Coronacrisis – lessen uit zes jaar bloggeschiedenis

Thuiswerkplek met apparatuur van een vroegere werkgever.

Het lijkt een raadsel waarom mensen te weinig afstand houden, ondanks het coronavirus. Toch zijn daar verklaringen voor. Per toeval stuit ik op het zes jaar oude log Een beetje afstand houden. Daarin beschrijf ik dat het kan samenhangen met cultuur. Of komt het door een posttraumatische stressstoornis, zoals ik bij vergelijkbaar gedrag in Het is oppassen geblazen concludeer?

Enig spitwerk door de geschiedenis van Raam Open levert meer toepasselijke logjes op. Ze gaan over actuele en praktische zaken. Zoals sociaal ongemak bij verkoudheid, prangende computerperikelen en onze behoefte aan telefonisch contact. Verder zijn er beschouwende teksten over gemoedsrust en over begrenzing van vrijheid. En voordat je situatie onverhoopt kritiek wordt: denk tijdig aan een testament.

Uw verslaggeefster op expeditie in oorlogsgebied

Het is nodig, ik moet de deur uit. Bij mijn nieuwe twijfelaar is slechts één laken geleverd en dat moet donderdag in de was. Nu zou je zeggen: ‘Bestel gewoon een paar extra lakens op internet.’ Terecht. Alleen wil ik de stof van mijn lakentjes wel eerst even kunnen voelen. Misschien vind ik het weefsel een beetje te ruw, te koel of wat dan ook. Bovendien vraagt mijn matras om een afwijkende maat. Nee echt, ik moet er nu wel uit.

Dit wordt mijn eerste grote expeditie sinds de bijna complete lockdown. Derhalve bereid ik de tocht grondig voor. Openbaar vervoer mijd ik zo veel mogelijk, want je weet maar nooit in zo’n publieke bus. Als voormalige forens op het traject Leiden – Den Haag huiver ik van ieder vervoermiddel waar airconditioning in zit. Ik ben doorlopend verkouden geweest in die tijd.

Daarom stippel ik vooraf de allerveiligste route uit. Eerst de straat uitlopen, dan naar rechts. Vervolgens een kilometer langs het hondenuitlaatveld. (Fietsers, wandelaars en hondenbaasjes mijden. Desnoods van het pad af wijken.) Snel de weg oversteken, heuvel af, onder het spoor door en dan de wandelpaadjes kiezen waar je het minst vaak medemensen ziet. Nu is het een voordeel dat ik dit gebied eerder heb verkend.

Toch gaat het herhaaldelijk bijna mis. Vlak bij een T-splitsing komt er ineens een compleet gezin van links. Er zijn nog kleine kinderen bij ook. Die vrees ik het meest, want die ukken zijn vaak ongeleide projectielen. En weet jij wat zij onder de leden hebben?

Gelukkig is dit voor hen een educatieve trip. Precies wanneer het complete gezin rondom een boomstronk staat gegroepeerd (de moeder: ‘Dit zijn nu jaarringen.’), speurt ik met een wijde boog om hen heen. Zo het zijpaadje in. Fjiew. Gelukt. Zonder adem te halen en met afgewend gezicht.

Even verderop moet ik over een fietspad stijl omhoog een helling op klimmen. Oei, hier wordt het echt kritiek. Nergens uitwijkmogelijkheden en de straffe wind waait mij tegemoet. Plots komt er een man op een driewieler aan gescheurd. Hij is niet bij zijn volle verstand en heeft evenmin iets meegekregen over die anderhalve meter afstand.

Weer probeer ik zo lang mogelijk mijn adem in te houden. Maar ik loop door de inspanning al te hijgen, dus op die helling gaat het mis. Ik word rakelings gepasseerd. Slik. Als ik nu maar niets binnen heb gekregen.

Dan bereik ik de rand van Arnhem. Mijn God, wat is híer gebeurd? De straten zijn compleet uitgestorven. Heb ik soms een bericht gemist? Is er tussentijds een totale lockdown afgekondigd? Even twijfel ik. Doe ik hier wel goed aan? Maar ik ben op een missie, dus hup, in de benen en voorwaarts.

Weer komt er zo’n potentiële coronavirusdrager op mij af. Hij loopt druk pratend mobiel te vergaderen. En weer waait de wind iemands adem in mijn richting. Ik probeer zijn waaierende slipstream te ontlopen, maar geparkeerde auto’s blokkeren die optie.

Onachtzame mensen vormen steevast een gevaar, zo blijkt in de stad. Daar zijn bijna alle winkels gesloten. De sfeer in de verlaten straten herinnert aan de zondagsrust uit mijn jeugd. Er hangen voornamelijk verlopen types rond in joggingbroek. En ik kan de maat niet krijgen die ik zoek.

Op de terugtocht verkies ik alsnog de bus. Binnen neem ik een strategische positie in, namelijk het achterste bankje in het voorste gedeelte. Dan kan er niemand achter mij in mijn richting ademen. Bij het station doen drie jongens een ellebogenboks. Die lopen een paar berichten achter. Het is er trouwens een komen en gaan van lege bussen. Alleen is het uitgerekend in mijn bus topdrukte: vijf passagiers. Gelukkig is het zo’n lange harmonicabus en is iedereen zich van groot gevaar bewust.

Behalve één oude man. Ook hij is zo’n verlopen type, met morsige kleren, ongeschoren wangen en een slappe boodschappentas. Wat denk je? Gaat ‘ie precies in het bankje voor mij zitten. Wel ja, joh, doe maar gewoon alsof dit normaal is. Met onverholen misprijzen kijk ik de situatie aan. Maar zodra hij zijn gezicht opzij wendt, is voor mij de maat vol.

Demonstratief sta ik op en stommel over het gangpad in de rijdende bus naar achteren. Net op dat moment loopt een jonge man naar de deur, remt de chauffeur, en zwenkt de bus naar de halte. Totaal onverwacht en op luttele centimeters afstand, buigt de jonge man nu naar mijn voeten toe, en raapt een pakje sigaretten op. ‘Die zijn van mij.’, zegt hij lachend, zodra hij weer overeind komt, met zijn gezicht vlak bij mij.

De lichtpuntjes van deze tijd

Er duiken bij deze coronacrisis opvallend veel ‘lichtpuntjes’ op. In kranten, logjes en gesprekken … en nu weer hier bij Raam Open.

Claudia de Breij zegt het in Trouw vandaag zo: ‘Het blijft een opdracht om zo licht mogelijk in het leven te staan. […] Maar dat gaat niet door te doen alsof het donker er niet is, of doen alsof de wereld heel lief en licht is. Het gaat alleen maar zo: door zelf zo veel mogelijk licht te geven.’

Dat laatste is nogal een opdracht. Toch ontwaar ik, naast schoonheid, een heel duidelijk lichtpunt in deze tijd. Namelijk schonere lucht dan we in jaren hebben gehad.

Zuivere lucht zorgt voor helder licht, wat prettig is bij het fotograferen. Maar vooral mensen met luchtwegproblemen hebben er baat bij. Toevallig betreft dit ook degenen die door het coronavirus getroffen zijn.

De schoonheid van deze tijd

We willen iets positiefs bijdragen in deze onwerkelijke tijd. We willen anderen helpen, de natuur in gaan en de schoonheid van het leven blijven zien. Bloggers schrijven hun vermakelijkste anekdotes op en delen hun mooiste foto’s. In die zin koos het coronavirus een perfect moment uit, want overal ontluikt het jonge blad en bloeien de struiken.

Op mijn wandelingetje zag ik deze als handen gevouwen blaadjes. Alsof ook zij mee willen doen aan de dankbetuiging voor het medische personeel. Namasté.

Kiezen uit vier mannen

Verspreid over de dag ontvang ik reacties van vier mannen. Zij reageren op mijn oproepje in de buurtapp: ‘Gezocht: een sterke en handige persoon die vandaag kan helpen.’ Mijn nieuwe bed met toebehoren is vanwege de coronacrisis namelijk slechts tot de voordeur gebracht. Oorspronkelijk zou de leverancier alles monteren. Nu moeten de losse onderdelen nog naar boven worden gesjouwd en in elkaar worden gezet. Het is natuurlijk fijn dat vier heren dit willen doen. Alleen plaatsen ze mij wel voor een nieuw dilemma, want wie van hen zal ik kiezen?

Er zijn verschillende opties. Bijvoorbeeld gewoon de eerste kiezen die reageert. De eerste man schrijft echter: ‘Ik wil je graag helpen maar dat lukt niet vandaag. Is het morgen ook mogelijk?’ Hm, nou liever alleen als er geen andere gegadigde opdoemt.

Tegen de middag heeft er nog steeds verder niemand gereageerd. Daarom spreek ik een voicemailbericht in. Mocht er vandaag niemand anders kunnen, dan neem ik alsnog contact op met hem. Ik ga lunchen en daarna met mijn smartphone aan de wandel. Het blijft urenlang stil …

Pas tegen de avond reageren kort na elkaar drie nieuwe gegadigden. Eerlijk gezegd vind ik het onprettig om af te spreken wanneer het al donker is. Ik ken geen van deze mannen, dus wat voor persoon haal ik eigenlijk binnen? Toch zou het mooi zijn als het monteren die dag nog lukt. Dus neem ik deze drie mannen ook in overweging.

Kandidaat nummer 2 heet Ashraf en schrijft gebrekkig Nederlands. Zijn foto staat er bij. Het lijkt mij een sympathieke gast. Uit een snelle check op internet blijkt dat hij installatietechniek studeert aan een regionale ROC. Vermoedelijk heeft hij pas sinds kort een verblijfsvergunning. Verdient hij een kans?

Kandidaat nummer 3 heet Dirkjan en lijkt mij een zeer ongedwongen type. Leuke gast om te zien trouwens, volgens zijn profielfoto. Hij woont in de buurt en blijkt iets te doen met ayurveda plus verdovende middelen. Nu niet meteen oordelen, hè. Relax.

Kandidaat nummer 4 komt echt op de valreep binnen. Hij heet Thijs en dit is zo’n sportieve jonge hond die in de kracht van zijn leven is. Althans, dat is mijn indruk. Op de buurtapp staat dat hij als lid is uitgenodigd door een jonge vrouw die in Leiden studeert. Dit voelt voor mij gelijk vertrouwd.

Zoals iedereen, zoek ik iemand waarmee ik op de een of andere manier een band heb. Maar ja, soms ga ik daar wel flink de mist mee in. En een eerste indruk zegt niet alles. Trouwens, het wordt onderhand al bijna donker. Zal ik het hele gebeuren dan toch uitstellen en voor de eerste kandidaat gaan?

Kandidaat 1 heet Wilfred en hij is met cabaret en muziek actief in culturele sector. Lijkt mij een aardige man; ongeveer van mijn leeftijd. Ook hij woont in de buurt en in zijn reactie klinkt hij behulpzaam. Of hij daarbij sterk en handig is? Geen idee.

Voor wie zou jij gaan, en waarom?

Levenslessen: (5) Blijf open en nieuwsgierig

Aan sommige levenslessen moet je een leven lang blijven werken. Ik tenminste wel. Zoals deze, in mijn persoonlijke serie belangrijkste levenslessen:

Levensles 5. Blijf open en nieuwsgierig

Ga een gesprek in met open vizier. Luister zonder (voor)oordeel. Luister met aandacht en oprechte belangstelling. Vanuit nieuwsgierigheid. Wees stil en hoor de ander. Vraag door. Vraag waarom. Vraag door op dat waarom; zo vaak als nodig is. Net zo lang tot je bij de kern komt. Om te leren en te begrijpen.

Wanneer je je open opstelt en nieuwsgierig bent, maak je jezelf kwetsbaar. Daardoor ontstaat er ruimte voor verbinding en inzicht.

Niet dat mij dat altijd lukt, hoor. Maar ik blijf het proberen, omdat ik niet wil vastroesten qua denkbeelden. Een flexibele en nieuwsgierige geest ervaart meer diepgang en plezier in het leven.

Levenslessen: (4) Met kennis sta je sterk

De vierde les in mijn persoonlijke serie belangrijke levenslessen begint met een definitie. Want wat maakt een les eigenlijk tot levensles? Veel algemeen bekende levenslessen zijn gevat in oude spreekwoorden. Zoals: ‘kennis is macht’. Blijkbaar hebben die zichzelf bewezen. Daarbij gaat een levensles dieper dan iets wat je toevallig door ervaring hebt geleerd.

Volgens mij is de definitie van een levensles: een geïnternaliseerde wetenschap die tot overtuiging is getransformeerd. Zo. En een overtuiging vergeet je niet. Daar lééf je naar. Afijn, hier komt de volgende:

Levensles 4. Met kennis sta je sterk

Kennis is ook macht, natuurlijk. Maar dat spreekwoord associeer ik met de uitoefening van macht. Dit terwijl voor mij de nadruk ligt bij persoonlijke sterkte en kracht. Je staat sterk wanneer je ergens veel van af weet. Dankzij kennis kan je de wereld om je heen doorgronden en begrijpen. Hierdoor kan je met zelfvertrouwen (een mentale vorm van kracht) een degelijk onderbouwd verhaal vertellen.

Met de juiste kennis kan je eveneens een aantrekkelijke baan verwerven. Daarnaast zullen anderen jou moeilijk onzin kunnen verkopen, want jij kent de feiten. Feiten die je van alle kanten hebt onderzocht en bewezen. Daardoor sta je met kennis sterk. Bijvoorbeeld in een rechtszaak.

Niet dat je daarmee automatisch gelijk krijgt. Dat is weer een ander verhaal. Of eigenlijk: een volgende levensles. Er bestaat evengoed verschil tussen kennis en wijsheid. Bij wijsheid gaat het vooral om wat je doet met de opgedane kennis.

Dus: kennis is handig ter verdediging of bescherming. Kennis kan je ver brengen. En sowieso is kennis vergaren leuk.