Te gênant voor woorden

Tot vandaag kon ik met een wijde bocht om zijn ideologie heen draaien. Ik hoefde niet eens zijn naam te noemen. Toch dacht ik bij elke zoekopdracht op internet: Wat zal Google hiervan vinden? Hoe lang kan ik hiermee doorgaan voordat een algoritme mij op een zwarte lijst zet? Want Google weet vast wel wie ik ben. En wie zullen die lijst dan onder ogen krijgen?

Dit gaat een totaal verkeerde indruk wekken. Dit zal mij in een dubieus licht plaatsen. Terwijl ik niets met die andere foute figuren te maken wil hebben.

Ik heb overwogen om via DuckDuckGo ondergronds te gaan, omdat ik voor het onderzoek een boek moet raadplegen waarvan de titel zeer gênant is. Kijk je naar de gravatars en schuilnamen van de mensen die het aanbevelen, dan denk je: Getver! In dit gezelschap wil ik nog niet dood worden gevonden. Maar het is te belangrijk.

Via een omweg heb ik gekeken of het ergens onopvallend te koop is. Want bij bestelling via internet zal ik toch een naam en adres moeten vermelden. En via de betaling achterhaalt men zo wie het heeft aangeschaft. Ik zou nog kunnen vragen of iemand anders het voor mij wil bestellen. Maar wie? Die ander weet dan ook meteen wiens naam er in koeienletters op de kaft prijkt.

Nu heb ik het besteld en straks moet ik de gifbeker leegdrinken, zodra het boek in de bieb klaar ligt. Betrof het maar een geslachtsziekte of zo. Dan zou ik mij misschien minder generen. Echt, hierna mag ik nooit meer een expositie in de plaatselijke bibliotheek organiseren.

Zucht. Maar ik móet weten of iemand anders over hetzelfde traject heeft geschreven.
De titel? Hitler’s Fortresses.

Mijn lens in vier delen

Gisteren is mijn ooglens vervangen door een intra-oculair exemplaar. Kortom, ik ben geopereerd aan staar. Nu draag ik voor de rest van mijn leven een lichaamsvreemd stukje plastic mee. Er hoort zelfs een paspoortje bij: een ‘Patient Lens Implant Identification Card’. Dus als ze weer vragen of ik een prothese heb, dan zeg ik voortaan ‘ja’. Zouden kronen op kiezen ook tot de gebitsprotheses worden gerekend?

De lijst met dingen die ik moet noemen wordt langer met het jaar. Heeft u allergieën? Jazeker. Voor een bepaald soort penicilline, maar welke weet ik niet. Het werd veertig jaar geleden toegediend en nu valt niet meer te achterhalen om welk middel het ging. Daarom is het telkens spannend of een antibioticum bijwerkingen geeft. Vreemd eigenlijk. Bij elke behandeling worden allerlei gegevens genoteerd, behalve feedback over welke antibiotica iemand verdraagt of niet. Dat zou ik wel in een paspoortje willen zien.

Bij een operatie zonder narcose kan je precies volgen wat er gebeurt en de oogarts vertelde steeds met welke handeling hij bezig was. Mijn lens is voor verwijdering in vier delen geknipt en daarna werd de nieuwe lens ingebracht. Ik vind het wonderbaarlijk wat er mogelijk is op medisch gebied. Een staaroperatie is overigens wel minder spectaculair dan een operatie van een makulagat. Dat vond ik pas echt razend interessant.

Waarschijnlijk kom ik nooit meer helemaal van een lichte vervorming in mijn blikveld af. Maar de nieuwe lens heeft mijn bijziendheid verminderd, dus dat is een voordeel. Nu nog drie weken oogdruppels toedienen en dan moet het goed zijn. Hoop ik. Want in de lijst met bijwerkingen staat onder meer dit: ‘kans op verkalking van het hoornvlies’, ‘risico op toegenomen oogdruk’, ‘verhoogd risico op opportunistische ooginfecties’, ‘kans op ontwikkeling van cataract’.

Cataract? Da’s toch een ander woord voor ‘staar’?

Een uitvaart via livestream

Scene 1. De ceremonie moet nog beginnen. De camera draait al, maar er is nog geen geluid. Het beeld wordt gevuld door een sobere ruimte met pastelkleurige stoelen op een stenen vloer. De hele achterwand is voorzien van glas. Voor de open tuindeuren ligt de overledene in het midden op een baar. Bloemen omringen haar. Buiten zie ik de zonovergoten akker van een natuurbegraafplaats. Af en toe passeren er wandelaars.

Geen van de aanwezigen beseft dat hun bewegingen worden gadegeslagen door ogen die zij zelf niet zien. Wat er in de volgende scenes gebeurt, is tegelijk gewoon en uiterst intiem.

De ruimte met de overledene, alleen.
De ruimte met de overledene en de uitvaartleidster wachtend in een hoek. Jasje over stoel.
De ruimte met de overledene en een dochter die slenterend met iemand belt.
De ruimte met de overledene en dezelfde dochter, die nu een familielid omhelst.
De ruimte met de overledene, alleen.

De ruimte met de overledene en een man die door de tuindeuren naar binnen stapt.
De ruimte met de overledene, verder niemand in beeld.
De ruimte met de overledene, haar kleinkinderen ravotten op de achtergrond.
De ruimte met de overledene, de andere dochter en de uitvaartleidster, ieder apart.
De ruimte met de overledene, weer even alleen.

De ruimte met de overledene. Een man loopt naar binnen, zakt op zijn knieën en voeten bij haar hoofd neer en blijft in stilte verzonken zitten. Een tweede man verschijnt ten tonele. Hij loopt naar haar andere zijde en blijft ook in gedachten staan bij de overledene.

Dan is het moment voorbij. Meer mensen druppelen binnen. De uitvaartceremonie zal zo zoetjesaan wel beginnen.

Een tube crème aangesmeerd

Je verwacht dat iemand met levenservaring wel weet hoe zich te gedragen, maar er blijven van die twijfelmomenten bestaan. Neem nu de volgende situatie.

Enkele jaren geleden deelde mijn kapster tubetjes crème uit aan vaste klanten. Deze handcrème beviel mij bijzonder goed. Daarom wilde ik bij het volgende bezoek een tube kopen. Helaas, de tube kwam uit een eenmalige partij en nabestellen ging niet. Toch zou de kapster mijn wens onthouden. Bij een volgend bezoek had ze een andere crème in de aanbieding. Die zou mij vast bevallen. Ze smeerde er wat van op mijn hand, maar deze crème kon mij minder bekoren.

Enkele jaren passeerden, tot de kapster afgelopen november weer een tube tevoorschijn haalde. Ze had toch nog één tube uit die eerste partij gevonden! Ik blij. Ze draaide al gelijk de dop van de tube af en wilde de crème op mijn hand smeren. Vanwege de hygiëne in coronatijd zei ik gauw: ‘Het is wel goed zo, ik neem hem.’, waarna zij er vijf euro voor rekende.

Eenmaal thuis dacht ik dat deze tube er anders uitzag: zwart met een soort accolade als versiering. De tube uit die eerste partij had toch een kleurtje? Hoe dan ook; er stond nog een open pot crème en de tube ging voorlopig de kast in.

Een lockdown volgde en het werd februari. De pot raakte leeg en ik haalde de tube tevoorschijn. Ik schroefde de dop er af en deed wat crème op mijn hand. De substantie voelde veel gladder aan dan ik mij kon herinneren. Vervolgens rook ik er eens aan. Prompt drong er een loodzware muskusgeur in mijn neusgaten. Gètver! Wat bleek? Die accolade was een snor! Ik had mij een mannencrème laten aansmeren door de kapster.

Nu kan je denken: ‘Ach, wat maakt het uit. Dan geef je die tube toch gewoon aan een man.’ Maar de mannen in mijn wereld zijn geen types voor crèmes. Die willen zo’n tube hooguit hebben als je er een machine mee kan invetten. Ook kan je denken: ‘Wat is vijf euro nou helemaal?’ Niet veel, inderdaad. Maar vanwege een langdurig gebrek aan inkomen, vind ik het toch weggegooid geld.

Vandaag had ik weer een afspraak bij de kapster en ik wilde die tube terugbrengen. Nu moet je weten dat deze kapster zich bij confrontaties doorgaans als eerste reactie ergens onderuit probeert te praten. Bovendien kon ik vooraf wel raden wat er zou gebeuren, want kappers hebben het financieel zwaar gehad en dat zou zij mij zeker gaan vertellen. En ja, als andere klanten om die reden extra fooitjes uitdelen, ontstaat er toch een ongemakkelijke situatie.

Vol goede moed

‘Fijne kerstdagen en vol goede moed, vertrouwen en positiviteit het nieuwe jaar in! Groetjes, J.’ staat er op het kaartje dat een straatbewoonster eind 2020 bij mij in de bus stopt. We kennen elkaar van de feestcommissie. Toen ik bij het samenstellen van de foto-expositie op een bijzonder detail uit het verleden stuitte, was zij degene die de meeste interesse toonde in het vervolg van mijn zoektocht en het uiteindelijke verhaal.

De foto-expositie is voor mij een project van uitersten gebleken. Het was naar buiten toe een regelrecht succes. Tegelijkertijd ik heb ook meerdere hoofdpijndossiers voor mijn kiezen gekregen. En met één van die dossiers ben ik nog steeds bezig.

We worden allemaal weleens geconfronteerd met kwesties waaraan veel haken en ogen zitten. Soms loop je tegen complicerende regels aan. Daar kan je misschien creatief mee omgaan. Soms tref je iemand die dwarsligt uit volle overtuiging. Dan kan behoedzaam gemanoeuvreer en diplomatie helpen. Vooral bewust bot en onachtzaam gedrag vind ik echt storend en onverdraaglijk.

Of je behendig met hindernissen om kan gaan, hangt sterk af van je eigen vitaliteit. Voor wat dat inhoudt, grijp ik terug op een stukje tekst uit een oud log:

‘Er staat thuis al weken een mailtje in mijn inbox. Het is van een coaching bureau waarbij ik ooit een persoonlijk balanstraject heb gevolgd. Ik bewaar er goede herinneringen aan. Cees van den Eijnden is de auteur en hij schrijft over vitaliteit. Kort samengevat:

Vitaliteit omvat drie dimensies:

  • Energie: de mate waarin je je energiek, sterk en daadkrachtig voelt.
  • Motivatie: de mate waarin je doelen stelt in het leven en er naar streeft die te bereiken.
  • Veerkracht: de mate waarin je in staat bent om met de (dagelijkse) problemen en uitdagingen om te gaan.

 Vitaliteit wordt gevoed door drie bronnen:

  • Mentaal: je staat sterk in je schoenen.
  • Fysiek: je voelt je sterk en gezond.
  • Sociaal: je voelt je verbonden met je omgeving en de maatschappij.

Daarnaast word je beïnvloed door sociaal-demografische kenmerken, je omgeving en leefstijlfactoren (bewegen, voeding, ontspannen, en de balans daarin).’

Mijn vitaliteit is tegenwoordig minder dan ik zou willen. Daarom verwacht je dat de woorden van de buurtbewoonster hierboven voor mij bestemd zijn. Maar ik twijfel. Soms wensen we een ander datgene toe wat we onszelf toewensen. Goede moed, vertrouwen en positiviteit in het nieuwe jaar. Het zijn de woorden van iemand die toen wachtte op de uitslag van een test. Dit jaar zal waarschijnlijk haar laatste worden.

Denk kathedraal voor ons nageslacht

Oké, de titel vergt enige uitleg. Ons tijdsperspectief moet radicaal op de schop om klimaatverwoesting het hoofd te bieden. Dat meent filosoof Roman Krznaric, die vanavond is te zien in VPRO Tegenlicht. De uitzending komt precies in een week van extreme tegenstellingen. Vorige week hadden we maar liefst 15 graden vorst, getuige het bevroren water op een weiland. En nog ligt het ijs op schaduwrijke plekken. Maar vandaag konden we bij 20 graden in zomerkleding naar buiten en ons koesteren in de warme zon, zoals krokusjes doen. En dat in februari.

Hoewel we van deze extreme weersomstandigheden kunnen genieten, komen we nauwelijks verder dan kortetermijndenken. Hoe kunnen we empathie voelen voor toekomstige generaties, mensen van wiens leven we ons nauwelijks een voorstelling kunnen maken?, vroeg Krznaric zich daarom af. Hij beveelt ‘kathedraaldenken’ aan, zoals Antoni Gaudí met zijn Sagrada Família basiliek heeft gedaan. Ofwel: laten we werken aan een samenleving die nog eeuwenlang kan voortbestaan.

Krznaric roept ons in zijn boek De goede voorouder op om toekomstige generaties een stem te geven. Hij biedt meer strategieën om in eeuwen te kunnen denken. Zoals: intergenerationele rechtvaardigheid (denk zeven generaties verder), erflatersmentaliteit (goed herinnerd worden door het nageslacht) en nederigheid tegenover de diepe tijd (besef dat we maar een stipje op de kosmische kalender zijn). Feitelijk kunnen we een voorbeeld nemen aan onze voorouders, want verspreid over de wereld deden volkeren dit vroeger al veel eerder.

Kortom: kijken vanavond! (NPO2, 22.10 uur.)

(Bovenstaande tekst heb ik deels gebaseerd op de aankondiging in de VPRO-gids.)