Een administratie vol herinneringen

Een regenachtige dag is ideaal om de inkomstenbelastingaangifte in te vullen. Dankzij die aangifte houden we vaste rituelen in stand. Namelijk: de balans opmaken van het voorgaande jaar en nog één keer oude jaargangen van de administratie doorbladeren. Voor de privé-administratie is de bewaartermijn vijf jaar en voor bedrijfsadministraties zeven. Daardoor raakte ik diep verzonken in retrospectieve gedachten over 2018, 2013 en 2011.

Administraties opschonen vind ik het leukste onderdeel van financieel-administratief werk. Al bladerend gaat er op papier een hele geschiedenis door je handen. Je vindt data terug van evenementen, foto’s van producten, en namen van mensen met wie je hebt samengewerkt. Je ziet welke successen je hebt behaald (en welke acties je liever snel vergeet). Wat mij bij het herlezen van oude stukken opvalt, is hoe druk we ons kunnen maken om details. Ze dienden ooit een doel, maar waren achteraf gezien nauwelijks van betekenis. Opschonen relativeert.

Ook hou ik van zaken afronden. Dat gebeurt vanzelf wanneer je de belastingaangifte invult. Het is weinig meer dan een overzicht van inkomsten en uitgaven, van bezittingen en schulden. Qua handeling vergelijkbaar met het opmaken van de balans. Vandaag was ik binnen een half uur klaar. Geen inkomen hebben, heeft zo zijn voordelen, dat blijkt maar weer.

Over bladeren gesproken: die hierboven is van een Amerikaanse eik.

Geld aannemen of niet?

Na een wandeling rolt er een knoop van mijn oude winterjas af. Ik naai hem weer vast. Die jas kocht ik in 2009, zes maanden na het einde van mijn laatste vaste baan. Het was toen een welbewuste aanschaf. Want ik voorvoelde dat ik mogelijk geen vast werk meer zou vinden. Laat staan werk dat inhoudelijk evenveel voldoening gaf.

Uit voorzorg verving ik overtollige spullen door goederen die jarenlang hun waarde behouden. Zoals degelijke huishoudelijke apparaten. Een paar stevige laarzen. Die warme winterjas waarmee ik overal goed voor de dag kom. Klassieke kledingstukken van kwaliteitsmateriaal. En later, op mijn nieuwe adres, liet ik gelijk al het onderhoud plegen dat nodig was. Zodat ik nog jaren vooruit kon.

Met vriendin F wandel ik van Amersfoort naar Hoevelaken. Ook zij is na een reorganisatie weg gegaan. Het verschil is dat zij als hooggeplaatste provincieambtenaar een riante regeling kreeg. Financieel gezien gaat het haar uitstekend. Feitelijk weet ze niet wat ze met al haar geld aan moet.

Meer vrienden en vriendinnen staan er zo voor. We hebben allemaal een huis in eigendom. Of twee. Of zelfs drie. Dat krijg je met vijftigers en zestigers die het tij jarenlang mee hebben gehad. Een aantal van hen kon tijdig de dans ontspringen op de arbeidsmarkt.

Buiten de stadsmuren van Amersfoort vertelt vriendin F over actuele tentoonstellingen. Ze noemt die over Nubië en vraagt of ik er naartoe ga. Maar Nubië ligt in het huidige Soedan. En Soedan raakt nog altijd een enigszins gevoelige snaar. Want Soedan staat gelijk aan een niet doorgegane dienstreis die het begin van het einde van mijn carrière heeft ingeluid.

Pas jaren later heb ik beseft dat het een hoe dan ook aflopende zaak was. Alleen ben ik degene bij wie alles anders is gegaan.

Vriendin F kan hard zijn. ‘Het was je eigen keus’, zegt zij weleens. Daarmee bedoelt ze dat ik mij uiteindelijk bij een noodgedwongen vertrek heb neergelegd. Dat is waar, maar hier kleeft wel een geschiedenis aan. En mijn gezondheid ging eraan. Dat is een nuancering waar niemand omheen kan.

Vriendin F weet hoe ver ik mijn uitgavenpatroon heb teruggeschroefd. Ze werd er vanzelf mee geconfronteerd, omdat ik niet langer dezelfde leefstijl aanhield. Enkele anderen kregen daar moeite mee en hebben me mijn ‘keuze’ verweten. Hen hoef ik niet meer te zien. Vriendin F doet stevige uitspraken, maar zij is wel voor rede vatbaar en gaat beter met de situatie om.

Vlakbij Hoevelaken biedt ze het voor de tweede keer aan. Als ik dat wil, kan ik zo geld van haar krijgen. Maar ik wil dat niet. Ik heb nog genoeg en mede daardoor kan ik zonder afgunst naar de welvaart van anderen kijken.

Of naar het geluk dat ze toevallig hebben. Want neem nu de kinderen van mijn buurvrouw. Zij krijgen als startkapitaal alles mee aan intellect, contacten, mensenkennis en opleiding. Het is meer dan zo veel anderen ontvangen op de drempel naar volwassenheid.

Ik zou pas geld willen aannemen als het echt niet anders kon. En dan nog op uitdrukkelijke voorwaarde dat er geen enkele voorwaarde aan wordt verbonden.

Hoe denk jij over geld aannemen van vrienden?

Geld besparen door niet te werken

Weinig mensen beseffen het, maar je kan flink geld besparen door niet te werken. Neem de verzuchting van een vriendin. Zij kon na lang solliciteren aan de slag bij een internationale organisatie. Alleen moest ze nog wel een representatieve outfit kopen. Voordat ze een cent had verdiend, gaf ze daar al een maandsalaris aan uit. Zo zijn er meer uitgaven die je vooral doet als je werkt. Ik zal wat kostenposten opsommen.

  1. Met stip op nummer 1. De vakanties, doorgaans in het buitenland. Wanneer je in een vast stramien leeft, wil je er graag jaarlijks tussenuit.
  2. Een aparte werkgarderobe met tassen en schoenen. Zie voorbeeld boven.
  3. Alle onderweg gekochte hapjes en drankjes plus de snelle maaltijden voor wanneer het laat wordt. Voor de prijs van een kopje cappuccino koop je een heel pak filterkoffie.
  4. Eten uit de tuin versus eten uit de supermarkt. Als je tijd hebt om te tuinieren, eet je de hele zomer lang verse groenten, kruiden en fruit. Scheelt een hoop en is nog gezond ook.
  5. Zakdoekjes en medicijnen. Kantoren en volle treinen zijn beruchte ruimten voor verspreiding van ziektes. Bovendien krijg je stress van werk.
  6. Heb je last van stress of een zittend beroep? Dan zoek je wellicht ontspanning en beweging in de sportschool. Kost ook geld.
  7. Reiskosten, kinderopvang, de stomerij, hulp in de huishouding en ingehuurde vaklieden voor onderhoudsklussen. Want thuis doe je minder zelf als je de hele week elders werkt.

Welbeschouwd bespaar je al gauw minimaal € 5.000 per jaar tijdens periodes waarin je niet werkt. Soms vraag ik me af waarom mensen nog langer voor geld werken.

Geen geld voor vakantie, of geen zin

Volgens onderzoek van het Nibud gaat een kwart van de Nederlanders tussen 18 – 65 jaar niet op vakantie. De reden: vakantie is te duur en het vakantiegeld is nodig voor grote aankopen of voor aflossing van schulden. Vooral mensen met wisselende inkomsten blijven vaker thuis. Als persoon zonder inkomen bewaar ik spaargeld ook liever voor noodzakelijke uitgaven. En met een keuze voor thuisblijven valt goed te leven.

Decennialang vierde ik royaal vakantie. Drie of vier vakanties per jaar waren normaal. Wellicht willen ‘echte reizigers’ eindeloos op ontdekking blijven gaan. Maar voor mij kwam het keerpunt in 2010. Ik was al mijn hele leven vrijwel elk jaar weggeweest. Soms maandenlang. Inmiddels had ik op alle continenten een verlanglijst met bestemmingen afgewerkt.

In 2010 was ik voor de tweede keer in Indonesië en bespeurde ik verzadiging. Verveling zelfs. Onmiskenbaar. Weer Azië, weer dezelfde tropische vegetatie, weer die hitte en weer die lange vluchten. En dan dat hectische gekrioel op Schiphol. Die luchthaven, daar had ik helemaal genoeg van. De glans was er af. Ik was klaar met die verre reizen. Eigenlijk bleef ik veel liever in Europa en wilde ik gewoon wandelen. Meer niet.

Toen ik in 1992 mijn vorige woning kocht, heb ik uitgerekend hoeveel geld ik op dat moment had kunnen inleggen als ik het niet in de voorgaande 12 jaar aan reizen had besteed. Om precies te zijn: de helft van het aankoopbedrag. Toch, op een enkele mislukte vakantie na, zou ik het zo weer hebben gedaan.

Nu woon ik in een ideaal wandelgebied en hoef ik niet ver te gaan. Hierdoor bespaar ik jaarlijks duizenden euro’s door wekelijks een dagje op wandelvakantie te gaan. Daarnaast kijk ik met tevredenheid terug op wat ik al heb gezien en beleefd. Hopelijk wordt het internationale treinverkeer binnen Europa snel verbeterd. Dit als goed en comfortabel alternatief voor vliegverkeer. Dan wandel ik ook graag weer over de grens.

Een rijk gevoel

Het energiebedrijf stuurt een e-mailtje: de jaarrekening staat klaar. Ik open het bericht en zie het bedrag staan. Ruim twee keer zo veel als normaal. Wááát?! Oh, en het geld wordt binnen twee weken automatisch van mijn bankrekening gehaald. Wel ja. Van het verschil zou ik rustig een week op vakantie kunnen gaan. ‘Zie deze link voor details.’ Achterdochtig kijk ik of dit soms een fishing mail is. Maar mijn klantnummer staat er echt.

Er is het afgelopen jaar van alles gebeurd. Aardbevingen in Groningen. Rekent het energiebedrijf de extra kosten van Wiebes’ wilde plannen nu al door? Ik heb een slimme gasmeter gekregen. Je hoort verhalen dat na vervanging de verbruikskosten soms enorm stijgen. Bovendien werkte die meter slecht. Kan hij op hol zijn geslagen? En daarna is er weer een nieuwe meter geïnstalleerd. Is de tussenmeterstand wellicht verkeerd genoteerd?

Een vergelijking met de factuur van het voorgaande jaar biedt duidelijkheid. Door de koude winter is het gasverbruik toegenomen. Ook steeg het tarief in de tussentijd. Maar wat vooral opvalt: de vermindering energiebelasting ad € 310 is ineens verdwenen.

De volgende ochtend bel ik naar het energiebedrijf. Het duurt even, maar dan krijg ik een mevrouw aan de lijn die e.e.a. natrekt. Wat er fout is gegaan, vertelt ze niet, maar de rekening wordt aangepast. Het scheelt honderden euro’s. En dat na een telefoontje van slechts 14 minuten. Verdiende ik altijd maar zo snel geld.

Ineens voel ik me rijk. Alsof er wat te vieren valt. Ik wil al gebak gaan halen. Dat doe ik namelijk meestal in zo’n situatie. Vreemd eigenlijk, want ik moet nog steeds een bedrag bijbetalen.

Hou grip op je geld

Volgens het Nibud worstelt 40% van alle Nederlanders met de financiële administratie. Dat is zorgwekkend, maar het verbaast mij niet. Want papieren rekeningen komen zelden nog per post. Tegelijk gebruiken we onze bankpas bijna achteloos. En via apps zitten we zo vast aan een abonnement. Met de overgang van tastbaar geld naar bankpas naar smartphone verdwijnen de financiële consequenties van ons handelen steeds verder uit beeld. Jong en oud ontbeert overzicht en gaat de mist in. Daarom maak ik dat overzicht zelf.

Geniepig zijn vooral de nieuwe ‘onzichtbare’ rekeningen die je kan verwachten van abonnementen en bijna vergeten aankopen. (Ticket Master – € 250.00. ‘Oh, da’s waar ook, we hebben vorige week ff snel op internet vier kaartjes gekocht voor dat concert in oktober.’) Creditcards zijn van oudsher de grootste instinkers. Na gebruik kan je het bedrag binnen een maand kosteloos terugbetalen. Alleen ontvang je geen herinnering. Dus voordat je het beseft, tikken de rente en kosten al aan.

Daarom maak ik aantekeningen van aankopen. Al sinds 1981 hou ik in schriftjes een privéboekhouding bij. Wekelijks check ik bankafschrijvingen en reken ik het bedrag aan contante uitgaven uit. Hierdoor heb ik steeds overzicht, maar vooral ook inzicht in mijn bestedingen. Dat helpt bij een planning.

Wil je grip op je geld houden, dan kan je het beste van je inkomsten en uitgaven een financieel overzicht maken. Dat is heel simpel. Kijk naar wat je per maand aan inkomsten kan verwachten. Zet al je vaste lasten op een rij en bereken wat je maandelijks voor eten, kleding, uitstapjes, etc. nodig hebt. Trek het een van het ander af en zie wat je overhoudt. (Het Nibud heeft hier programma’s voor.)

Waar het om gaat, is dat je aan het begin van de maand geen overschot op een betaalrekening laat staan. Want dat geef je gelijk uit. Is er genoeg, hevel dan een deel over naar een spaarrekening of een beleggingsfonds. Het fijne is dat je dan altijd reserves hebt voor grotere aankopen. Voor geld op een spaarrekening wil je een goede bestemming bedenken. Zoals een nieuwe auto, koelkast of een vakantie.

Hou je daarentegen zelden wat over? Tja, dat wordt dan schrappen of schrapen. Een nieuwe inkomstenbron aanboren kan wellicht ook. Alles beter dan die creditcard, in elk geval.

Nou, dat begint al goed

Het is het weer zover. Ik kan bijna niet in slaap komen. Dat gebeurt vaker wanneer mijn arme hersentjes meer moeten verwerken dan ze in de tijdspanne van een dag aankunnen. En ik dacht gisteren nog wel: ‘Laat ik eens goed beginnen. Eerst de administratie van mijn eenmanszaak bijwerken en dan gelijk de aangifte omzetbelasting invullen. Als kleine ondernemer kom ik vast wel in aanmerking voor de korting.’

Want ik had een bescheiden omzet. De eerste drie kwartalen stelden weinig voor. En die opdracht afgelopen najaar vergde ook slechts twintig uur per week. Dus zou ik echt niet tot de groten der aarde op belastinggebied horen. Die kleineondernemersregeling zag ik al helemaal voor me. Grapje van mijn onbetrouwbare hersenen.

Want de omzet in het vierde kwartaal was wel de moeite waard. Het begint een rode draad in mijn leven te worden: net te jong, net te oud, net te weinig, net te veel. Dit jaar zal ik beter opletten, anders zit ik straks weer een week lang uitsluitend voor de belastingdienst te werken. Ik ben er een beetje onpasselijk van.

Verder lekt het zolderraam sinds de laatste sneeuwval en er spelen nog wat zaken. Toch loopt het volgens dit oudje allemaal wel los: Wijsheid komt echt met de jaren.

Ach, als ik Raam Open toch niet had …