Over beïnvloeding en zwavelkoppen

Soms denk je dat je origineel bent en iets zelf bedenkt. Om vervolgens te ontdekken dat je daarmee niet de enige bent. Zo’n ervaring had ik na het logje De man van de rioolservice. Dit gaat onder meer over communicatie met een familiebedrijf. Aan de telefoon komt de zus, moeder, tante, echtgenote of vriendin van de rioolmeneer. Als uitsmijter herhaal ik dit riedeltje in de slotzin nog een keer. Prompt lees ik kort daarna een column van Eva Hoeke waarin zij exact datzelfde trucje uithaalt. Hoe kan dit?

We zijn vast beïnvloed door auteurs die iets vergelijkbaars hebben gedaan. Zo kunnen we ons ongemerkt ideeën van anderen toe-eigenen. Onlangs kwam een vriendin met een slim idee. Ik vond dit wel grappig, want zij laat zich zelden beïnvloeden. Terwijl ik ‘haar’ idee al twee weken geleden in een e-mail had voorgesteld. Aan haar.

Als vaste volger denk je hierboven wellicht iets nieuws te zien. Dit zijn volgroeide zwavelkoppen op een beukenstronk. Toch zijn precies deze paddenstoelen al eerder voorbij gekomen, in een andere vorm. Kijk maar eens naar de tweede foto in het Plog – Over zwammen gesproken.

Het bijzondere van een fotoblog

Het lijkt zo gewoon. Je pakt je smartphone en loopt ermee naar de tuin. Je maakt een paar foto’s van mooie blaadjes en zet die op je blog. Even wat woorden toevoegen en hup, publiceren maar. Vergeleken hiermee is een blad volschrijven met een weldoordachte tekst soms een heel gezwoeg.

Zowel in woord als beeld proberen we iets vast te leggen wat vluchtig is. Een zeldzame vogel, een moment in tijd, een ervaring, een dierbare zoals hij of zij nu is. We willen het vangen, vasthouden en meedragen of veilig bewaren. We willen het bezitten.

Een lens legt soms taferelen vast die er  ogenschijnlijk niet zijn. Zoals de speling van het licht, wat een menselijk oog slechts beperkt ziet. Ook het niet tastbare verandert door fotografie in een bestaande entiteit, digitaal of op papier. Waarna het ‘is’.

Plog – Een griezelig maïsveld

Manshoge maïsvelden vind ik een beetje eng. Dat ligt niet aan mijn fantasie. Dit komt door Hollywood. In films gaat er vaak een grote dreiging uit van een onzichtbaar, malicieus wezen dat in een maïsveld verstopt zit en – hier zwelt het sinistere griezeldeuntje omineus aan – dat langzaam maar zeker naderbij komt. Ik ben zonder maïsvelden in de buurt opgegroeid. Dus ik weet niet beter. Horror films uit Hollywood hebben mijn kijk op maïsvelden voorgoed beïnvloed.

Rond mijn huidige dorp liggen van die enge maïsvelden. Gisteren kwam ik er langs. Stel dat ik nu een meisje van acht zou zijn. Hoe ver zou het gewas dan boven mij uit torenen? Vanaf die hoogte kan je er onmogelijk overheen kijken. Zou er iets dreigen, dan zou ik mij hebben verborgen. Achter een struik, in een geul plat op de grond, of achter een hekje. Zo zou het zicht op dat maïsveld er dan uit hebben gezien.

Creepy.

Gelukkig ben ik nu groot en is dit een normaal maïsveld. In werkelijkheid komt het hek tot mijn middel, is de begroeiing dun en kijk je zo over het gewas heen.

Creatief zijn is hard werk

Als kind en puber kon ik urenlang fantaseren. Bijvoorbeeld over dingen waarin ik uitzonderlijk goed wilde zijn. In mijn dagdromen creëerde ik hele fantasiewerelden. Je kan dat tijdverspilling noemen. Maar we hebben fantasie nodig voor ons welzijn en onze ontwikkeling. In de jaren die volgden, moest ik vele decepties verwerken. Het zat er allemaal niet in. Ik blink slechts uit in fantaseren. Toch speelt verbeeldingskracht een grote rol bij creativiteit.

‘Creativiteit is het combineren van stukjes informatie die op het eerste gezicht niet bij elkaar passen, zodat je een nieuwe aanpak krijgt om een probleem op te lossen. Creativiteit is breed: van het ontdekken dat de wereld rond is tot en met het loskrijgen van een vastzittende kraan.’ Zo luidt de definitie volgens Margreet Vermeulens’ artikel ‘Hé Einstein, kom eens uit je zitzak’. (Volkskrant magazine, 14 april 2018.)

Creativiteit beschouw ik als de poort naar de heilige graal. Creativiteit komt vrij bij een heldere ingeving. Bijvoorbeeld als je ergens over loopt te piekeren en ineens weet: zo en zo moet het. Meestal komt zo’n inzicht wanneer je ontspannen bent. Dan lijkt het wel alsof het vanzelf gaat. Niets is minder waar.

Voor creativiteit moet je lang en hard werken. Het artikel staat vol voorbeelden waaruit dat blijkt. Er is vaak diepgaande kennis nodig, en een ijzeren discipline. Daarbij helpt kruisbestuiving. Denk aan wetenschappers uit verschillende vakgebieden die na uitvoerig onderzoek samen iets nieuws bedenken. Ook is het goed om bestaande patronen te doorbreken. Mensen die langere tijd in het buitenland werken, denken flexibeler en komen relatief vaak met creatieve inzichten en ideeën. Tips uit het artikel: neem ruim de tijd voor creativiteit en bouw voort op het werk van anderen.

Open, nieuwsgierige en extraverte mensen zijn gemiddeld iets creatiever. Introverte mensen kunnen ook goed scoren, op voorwaarde dat ze in een rustige ruimte met voldoende tijd iets systematisch kunnen onderzoeken. (Zo herkenbaar.) Tot besluit: een hoger IQ voorspelt creativiteit.

Volgens die definitie ben ik soms best creatief bezig met bloggen.
En jij, heb jij al eens een creatieve oplossing bedacht of een creatief inzicht gehad? Vertel, ik ben benieuwd.

Alles en iedereen terug naar huis

In 1983 ontmoette ik op vakantie in Griekenland een Amerikaanse vrouw van Nederlandse origine. Zij werkte in haar land bij een oudheidkundig museum. We waren in Athene. ‘Stel je voor’, mijmerde zij ‘hoe mooi het zou zijn als alle kunstvoorwerpen en artefacten wereldwijd terugkeren naar hun land van herkomst.’ Anno 2018 zou menig arm land dan gelijk veel rijker worden aan toeristische trekpleisters. Zelf fantaseer ik soms hoe het zou zijn als alle mensen terugkeren naar het land waar hun wortels liggen.

Wat de kunstvoorwerpen en museumstukken betreft, ben ik meteen voor. Mijn reis naar de Stille Zuidzee sloot ik af met een tussenstop in Londen. In een achteraf kamer van een museum hingen twee Maori houtsnijwerk gezichten. De aanblik stemde mij intens triest, want deze voorwerpen zijn bezield. Daar hingen ze dan, in dat kille land. Zo ontzettend ver en weggerukt van huis. Geen gezang meer of het gelach van bekenden om hen heen. Weg haka, weg poidans. Gelukkig waren ze nog wel samen en konden ze elkaar aankijken. Dat was tenminste iets.

Wat mensen betreft, lijkt het mij een beetje ingewikkeld. Alleen al in praktische zin. Toen Jozef en Maria voor een volkstelling naar Bethlehem gingen, was het aantal mensen nog te overzien. Moet je nu kijken wat er gebeurt als het in China bijna nieuwjaar is. En in december reizen expats van over de hele wereld massaal naar huis voor kerst. Dat zijn enorme logistieke operaties.

Voor Nederland voorzie ik trouwens wel voordelen. Wij blinken tenslotte uit in transport, planning en logistiek. Dus hebben wij de wereld wat te bieden. En denk eens aan de schilderijen van Rembrandt. Ach, als het werk uit zijn Leidse periode toch weer binnen de singels zou hangen …

Alleen: hoe definieer je ‘thuis’ en waar leg je de grens qua generaties? Ik ken iemand die geboren is uit Nederlandse ouders in Rhodesië. Dat land bestaat niet meer. Een vriend is als Armeniër (volk, religie) opgegroeid in Libanon. Zijn Armeense grootouders waren op de vlucht voor de Turken in Syrië gestrand. Daardoor hadden zijn ouders een Syrisch paspoort en ook hij kreeg die nationaliteit. Maar hij was nog nooit in Armenië of Syrië geweest. Als dit gezin niet naar Australië was geëmigreerd, hadden de zonen voor Syrië in het leger gemoeten. Met de kans dat ze tegen Libanon hadden moeten vechten in de jaren tachtig. Ik heb Nederlandse ouders en ben hier geboren. Maar mijn voorouders komen uit zes landen. Huidige landen, de grenzen zijn sinds hun leven veranderd. Met het ene land heb ik gevoelsmatig en cultureel meer dan met het andere. Waar ga ik dan naartoe?

Toch, stel je voor dat we allemaal twee generaties terugkijken en dan naar eigen voorkeur een land van onze grootouders kiezen. Om naar te verhuizen. Neem bijvoorbeeld als peiljaar 1940. Welke volksstromen zouden we dan wereldwijd zien? Welke mentaliteit en gewoonten zouden de terugkerende mensen meebrengen, na decennialang verblijf in een ander land? Zouden ze goed samengaan met de oude bewoners? Wat zou het voor de achterblijvers in grote immigratielanden betekenen? Zouden de Verenigde Staten overeind blijven? Zou het in Afrika beter of slechter gaan? Zouden Italië en Ierland zinken onder de massale toestroom? En hoe zou Nederland er dan uitzien? Qua cultuur, economie, politiek, geografische inrichting, etc.?

Plog – Muziek bij het beeld

Als omnivoor qua muziekvoorkeur link ik graag liedjes aan logjes. Alleen ligt mijn geheugen meestal dwars. Dat zit vol fragmentarisch onthouden ervaringen, melodieën, beelden, videoclips en songteksten. Soms duikt er spontaan een fraaie combinatie op. Vaker ontstaat een verband dankzij een associatieve gedachtegang.

Toch, als je nergens naar op zoek bent, besef je evenmin waarmee je kan eindigen. Zoals deze drie-eenheid. Patronen in een marmeren vloer & psychedelische beelden van het heelal & hypnotiserende klanken van Massive Attack’s Teardrop. Van 1929 naar 1967 naar 1998 naar 2018 naar eeuwigheid.

(Bron video: You Tube.)