Creatief zijn is hard werk

Als kind en puber kon ik urenlang fantaseren. Bijvoorbeeld over dingen waarin ik uitzonderlijk goed wilde zijn. In mijn dagdromen creëerde ik hele fantasiewerelden. Je kan dat tijdverspilling noemen. Maar we hebben fantasie nodig voor ons welzijn en onze ontwikkeling. In de jaren die volgden, moest ik vele decepties verwerken. Het zat er allemaal niet in. Ik blink slechts uit in fantaseren. Toch speelt verbeeldingskracht een grote rol bij creativiteit.

‘Creativiteit is het combineren van stukjes informatie die op het eerste gezicht niet bij elkaar passen, zodat je een nieuwe aanpak krijgt om een probleem op te lossen. Creativiteit is breed: van het ontdekken dat de wereld rond is tot en met het loskrijgen van een vastzittende kraan.’ Zo luidt de definitie volgens Margreet Vermeulens’ artikel ‘Hé Einstein, kom eens uit je zitzak’. (Volkskrant magazine, 14 april 2018.)

Creativiteit beschouw ik als de poort naar de heilige graal. Creativiteit komt vrij bij een heldere ingeving. Bijvoorbeeld als je ergens over loopt te piekeren en ineens weet: zo en zo moet het. Meestal komt zo’n inzicht wanneer je ontspannen bent. Dan lijkt het wel alsof het vanzelf gaat. Niets is minder waar.

Voor creativiteit moet je lang en hard werken. Het artikel staat vol voorbeelden waaruit dat blijkt. Er is vaak diepgaande kennis nodig, en een ijzeren discipline. Daarbij helpt kruisbestuiving. Denk aan wetenschappers uit verschillende vakgebieden die na uitvoerig onderzoek samen iets nieuws bedenken. Ook is het goed om bestaande patronen te doorbreken. Mensen die langere tijd in het buitenland werken, denken flexibeler en komen relatief vaak met creatieve inzichten en ideeën. Tips uit het artikel: neem ruim de tijd voor creativiteit en bouw voort op het werk van anderen.

Open, nieuwsgierige en extraverte mensen zijn gemiddeld iets creatiever. Introverte mensen kunnen ook goed scoren, op voorwaarde dat ze in een rustige ruimte met voldoende tijd iets systematisch kunnen onderzoeken. (Zo herkenbaar.) Tot besluit: een hoger IQ voorspelt creativiteit.

Volgens die definitie ben ik soms best creatief bezig met bloggen.
En jij, heb jij al eens een creatieve oplossing bedacht of een creatief inzicht gehad? Vertel, ik ben benieuwd.

Alles en iedereen terug naar huis

In 1983 ontmoette ik op vakantie in Griekenland een Amerikaanse vrouw van Nederlandse origine. Zij werkte in haar land bij een oudheidkundig museum. We waren in Athene. ‘Stel je voor’, mijmerde zij ‘hoe mooi het zou zijn als alle kunstvoorwerpen en artefacten wereldwijd terugkeren naar hun land van herkomst.’ Anno 2018 zou menig arm land dan gelijk veel rijker worden aan toeristische trekpleisters. Zelf fantaseer ik soms hoe het zou zijn als alle mensen terugkeren naar het land waar hun wortels liggen.

Wat de kunstvoorwerpen en museumstukken betreft, ben ik meteen voor. Mijn reis naar de Stille Zuidzee sloot ik af met een tussenstop in Londen. In een achteraf kamer van een museum hingen twee Maori houtsnijwerk gezichten. De aanblik stemde mij intens triest, want deze voorwerpen zijn bezield. Daar hingen ze dan, in dat kille land. Zo ontzettend ver en weggerukt van huis. Geen gezang meer of het gelach van bekenden om hen heen. Weg haka, weg poidans. Gelukkig waren ze nog wel samen en konden ze elkaar aankijken. Dat was tenminste iets.

Wat mensen betreft, lijkt het mij een beetje ingewikkeld. Alleen al in praktische zin. Toen Jozef en Maria voor een volkstelling naar Bethlehem gingen, was het aantal mensen nog te overzien. Moet je nu kijken wat er gebeurt als het in China bijna nieuwjaar is. En in december reizen expats van over de hele wereld massaal naar huis voor kerst. Dat zijn enorme logistieke operaties.

Voor Nederland voorzie ik trouwens wel voordelen. Wij blinken tenslotte uit in transport, planning en logistiek. Dus hebben wij de wereld wat te bieden. En denk eens aan de schilderijen van Rembrandt. Ach, als het werk uit zijn Leidse periode toch weer binnen de singels zou hangen …

Alleen: hoe definieer je ‘thuis’ en waar leg je de grens qua generaties? Ik ken iemand die geboren is uit Nederlandse ouders in Rhodesië. Dat land bestaat niet meer. Een vriend is als Armeniër (volk, religie) opgegroeid in Libanon. Zijn Armeense grootouders waren op de vlucht voor de Turken in Syrië gestrand. Daardoor hadden zijn ouders een Syrisch paspoort en ook hij kreeg die nationaliteit. Maar hij was nog nooit in Armenië of Syrië geweest. Als dit gezin niet naar Australië was geëmigreerd, hadden de zonen voor Syrië in het leger gemoeten. Met de kans dat ze tegen Libanon hadden moeten vechten in de jaren tachtig. Ik heb Nederlandse ouders en ben hier geboren. Maar mijn voorouders komen uit zes landen. Huidige landen, de grenzen zijn sinds hun leven veranderd. Met het ene land heb ik gevoelsmatig en cultureel meer dan met het andere. Waar ga ik dan naartoe?

Toch, stel je voor dat we allemaal twee generaties terugkijken en dan naar eigen voorkeur een land van onze grootouders kiezen. Om naar te verhuizen. Neem bijvoorbeeld als peiljaar 1940. Welke volksstromen zouden we dan wereldwijd zien? Welke mentaliteit en gewoonten zouden de terugkerende mensen meebrengen, na decennialang verblijf in een ander land? Zouden ze goed samengaan met de oude bewoners? Wat zou het voor de achterblijvers in grote immigratielanden betekenen? Zouden de Verenigde Staten overeind blijven? Zou het in Afrika beter of slechter gaan? Zouden Italië en Ierland zinken onder de massale toestroom? En hoe zou Nederland er dan uitzien? Qua cultuur, economie, politiek, geografische inrichting, etc.?

Plog – Muziek bij het beeld

Als omnivoor qua muziekvoorkeur link ik graag liedjes aan logjes. Alleen ligt mijn geheugen meestal dwars. Dat zit vol fragmentarisch onthouden ervaringen, melodieën, beelden, videoclips en songteksten. Soms duikt er spontaan een fraaie combinatie op. Vaker ontstaat een verband dankzij een associatieve gedachtegang.

Toch, als je nergens naar op zoek bent, besef je evenmin waarmee je kan eindigen. Zoals deze drie-eenheid. Patronen in een marmeren vloer & psychedelische beelden van het heelal & hypnotiserende klanken van Massive Attack’s Teardrop. Van 1929 naar 1967 naar 1998 naar 2018 naar eeuwigheid.

(Bron video: You Tube.)

Plog – Een pointillistische volle maan

Bij onderstaande foto van de volle maan vandaag bedacht ik hoe het pointillisme kan zijn ontstaan. Men neme een getormenteerde kunstschilder. Vincent van Gogh bijvoorbeeld. Beeld je in dat je hem bent. Altijd geldgebrek. Vaak te weinig stookhout. Slechte wijn en dunne kledij. Daar zit je dan in dat Zuid-Franse kamertje, waar het ‘s winters ook erg koud kan zijn. In een ziekenhuis van Saint-Remy de Provence. Je voelt je beroerd en kan je gevoelens niet kwijt.

Schilderen, dat is altijd de beste remedie. Maar je kan je handen niet stilhouden. Ze blijven trillen. Dat heb je met die ellendige kou. Die gebouwen hier zijn er gewoon niet op gebouwd. Of komt het door de medicijnen? Toch pak je een kwast met je verkleumde knuist vast, doopt hem in de verf en stippelt er op los. Stip, stip, stip. Zo precies als lukken wil.

Verhip, het begint nog wat te worden ook. Je wordt enthousiast. Je krijgt er plezier in en het er warm van. De ene na de andere kleur zet je op het doek. En dan, als het laatste witte stukje helemaal is gevuld, neem je een stap terug. Daar staat zowaar een heel nieuw meesterwerk!

Zo ongeveer dus. Alleen is het schilderij waar ik aan dacht met streepjes gemaakt. Zie de sterrennacht. Wel heb ik in mijn handen een lichte tremor. Daarom zijn mijn ingezoemde beelden zelden scherp. Korrelig, zeg maar. Met een beetje fantasie is deze foto net een kunstwerk. Pointillisme par Karin. Voilá.

Weg met die herinnering

We maken allemaal soms iets mee wat we liever vergeten. In de film Total Recall weten ze daar wel raad me. Je kan daar ter vervanging van nare gedachten prettige herinneringen laten inplanten en vrolijk verder leven. Eigenlijk hoef je niet zo ver te gaan. Want onze hersenen hebben al een natuurlijk overschrijvingsmechanisme.

Ben je in een land geweest waar het goed toeven was, dan is het riskant om daar nogmaals vakantie te vieren. Die vakantie kan heel anders verlopen. Heb je de tweede keer een minder leuke tijd, dan raak je bovendien de eerste fijne herinnering kwijt. Want de tweede overschrijft de eerste.

Omgekeerd kan je plezier beleven aan dit mechanisme. In 2014 bezocht ik voor het eerst de botanische tuin in Utrecht. Het was avond en het bedrijf waar ik net was aangenomen gaf daar een feest. Ik ontmoette er mijn nieuwe werkgevers en collega’s. De sfeer was formeel en toch uitstekend. Maar zodra ik aan de slag ging, viel de praktijk tegen. Dacht ik daarna terug aan dat feest, dan riep dat een wrang gevoel op. Zo kwam er eveneens een smet op die tuin in Utrecht.

Afgelopen weekend was ik er weer. Dit keer in gezelschap van vrienden en natuurliefhebbers. Bij daglicht zag ik eindelijk hoe fraai de tuin is. We konden ongedwongen rondstruinen en de zon scheen. Nu verdringt deze nieuwe ervaring mooi de oude herinnering.

De wereld in de war

‘De wereld in de war’ heet het boek met miniaturen van Karel Sirag. Werp via Google een blik op zijn werk, en je begrijpt direct waarom. Koen Nieuwendijk schrijft hierover: ‘Vele afspraken in het intermenselijke verkeer zijn uit nood geboren. Het is een kwestie van overleven dat een aantal zaken goed wordt afgesproken. […] Wat is er leuker, met dit gegeven in het hoofd, dan jezelf een wereld te kunnen scheppen waarin dat allemaal niet hoeft, waarin een vrucht de dimensies van een natuurramp krijgt, waarin je de hebzucht van de mens, zijn behoefte aan vastigheid, en meer van dat soort artikelen, buiten hun normale verhoudingen kunt tillen.’ Karel Sirag doet dat als geen ander.

Ik moest vanmorgen aan zijn verfijnde tekeningen denken, toen ik deze knoeperds zag. Karel zou er wel raad mee weten, getuige zijn ‘Aardbeivervoer in de Winter’ en ‘Het Uitkomen van het Dorp’.

En dan die afspraken in het intermenselijke verkeer. Via een nieuwsbrief stuit ik op de term rechtsdifferentiatie. Er gaat een wereld achter schuil. Wetten zijn rekbaar en Indonesië loopt op ons voor.

Heerlijk, zo’n drieluik over de milde kant van ons gestuntel.

Ze bestaan wél

Als je groter wordt, maken ze je wijs dat elfjes en kabouters niet bestaan. Maar gisteren was ik niet thuis. En toen ik vanmorgen de gordijnen open deed, zag ik dat er een het dak van mijn schuur heeft schoongeveegd. Dus. Ze bestaan wel.

Of is hij soms weer bezig geweest?

De kat van de buren