Als de euro valt

Op Funda staat het pand dat mijn oudtante vroeger met haar man bezat. De vraagprijs bedraagt € 750.000. Voor 147 m2 woonoppervlak in de Leidse binnenstad. Een blogger schrijft over zijn dienstreis naar Amerika. Hij kan daar een geliefde ontmoeten, maar de ticketprijs is hoog. € 400 voor een bliksembezoek van twee dagen. Ooit telde ik zo’n bedrag neer vanwege een dagdeel tijdwinst. Voor een ontmoeting of een speciale situatie. Nu herinner ik me de exacte situatie niet eens meer. Euro’s. We smijten ze over de balk of we klampen ons eraan vast. Maar wat beginnen we als onze munteenheid onderuit gaat?

VPRO Tegenlicht aflevering Laatste kans voor de euro maakt die vraag prangend. We willen er niet aan denken dat ons banksaldo plotseling verdampt. Wat kunnen we ook anders? We hebben geen grip op een potentiële ramp die de hele wereld omvat. Bovendien zitten we in een systeem waar we moeilijk uit stappen. En de euro is daar onderdeel van. Het is nu maar net wat een gek voor die munteenheid geeft. Vergelijk het met de woningmarkt. Daar is de vraagprijs evengoed losgezongen van de reële waarde.

Misschien zijn de hoge huizenprijzen al een voorbode en een teken van vrees. Goud als beleggingsmiddel staat tenslotte ook bekend als ‘gestolde angst’. In menig land zonder betrouwbaar banksysteem steken inwoners hun geld in onroerend goed en edelmetaal. Dat behoudt tenminste een zekere waarde. En wil je risico spreiden, dan moet je op meerdere paarden tegelijk wedden.

Af en toe denk ik wel na over wat ik zou kunnen doen. Mijn afbetaalde en redelijk onderhouden woning is een stevige basis. Er is ruimte voor een moestuin en het fruit groeit al overvloedig. Ik kan een voorraad kleding, schoeisel, levensmiddelen en toiletartikelen aanleggen. Plus kaarsen, lucifers en wat brandstof. Of alvast een rekening in buitenlandse valuta openen en goud kopen. Maar verder?

Stel dat de euro volgende maand onderuit gaat, ben je dan voorbereid? Wat ga je doen?

AH let op de kleintjes, en ik nu ook

Vanwege mijn financiële situatie heb ik flink gesnoeid in mijn bestedingen. Alleen uitgaven aan levensmiddelen blijven buiten schot. Ik koop gewoon wat ik lekker vind. Goed eten is belangrijk en sommige principes zijn dat ook. Dus kiloknallers komen er niet in. Wel ik let beter op aanbiedingen. Appie moedigt dat aan met voordeeltjes op vertoon van een bonuskaart. Je moet echter wel uitkijken wanneer je artikelen in de aanbieding koopt.

Een poosje geleden deed ik boodschappen op zondag. Ik zag dat waspoeder, een relatief duur product, in de aanbieding was. Er stond een bordje bij met ‘Bonusaanbieding’. Dus nam ik gelijk een groot pak mee. Bij de kassa gaf ik mijn bonuskaart af. Maar het totaalbedrag viel tegen. Bleek dat toch de volle prijs was berekend. AH doet namelijk ook aan kleine lettertjes. De aanbieding was pas geldig vanaf de volgende dag. Ze doen bij ons niet moeilijk. Daarom kreeg ik bij de servicebalie het verschil direct terug.

Maar onlangs was het weer raak. Op een aparte display lagen verschillende soorten koekjes en biscuits van Verkade. In de aanbieding als je er twee nam. Combineren mocht ook. Dus pakte ik er van twee soorten elk een. Wel controleerde ik nog even de bon voordat ik de winkel verliet. Dat deed ik vroeger nooit.

En ja hoor, weer was de volle prijs berekend. Naast de koekjes in de aanbieding lagen er kennelijk ook iets grotere pakjes van Verkade. En die deden in de aanbieding niet mee. Nou ja zeg, leg ze dan niet pal naast elkaar op dezelfde tafel! Weer kreeg ik bij de servicebalie het verschil gelijk uitbetaald. Maar toch, hè, maar toch.

Ik zou je niet kunnen zeggen wat een halfje volkoren kost. En de prijs van een pak melk weet ik evenmin. Maar hou hem in de gaten hoor, die Albert Heijn.

Een spaarrente van 0,0%

In Het Hollandse spaarmysterie (De Volkskrant, 23 maart 2017) zoeken economen naar een verklaring voor de aanhoudende Nederlandse spaarzucht. We ontvangen bijna geen rente meer en toch blijven we tegen de klippen op sparen. Een gemiddeld huishouden heeft nu € 44.000 op de bank staan. Dat is bijna de helft meer dan een decennium eerder. Economen wijzen naar de vergrijzende bevolking en de onzekerheid over de toekomst.

Het wordt tijd dat economen hun archaïsche modellen eens gaan bijstellen. Zo ben ik geen fan van Draghi’s monetaire beleid. Hij preekt uitsluitend voor zijn Zuid-Europese parochie. Een man zoals hij kijkt slechts naar harde factoren (productiemiddelen en geld). Voor zachte factoren (sociale verhoudingen en milieu-invloeden) is hij blind. Maar ontwikkeling is een holistische, alomvattende aangelegenheid.

Economen, met hun fixatie op groei, kunnen zich evenmin voorstellen dat er mensen zijn die genoeg spullen hebben. Mensen die elke vakantiebestemming op hun verlanglijst al hebben bezocht. Meerdere malen zelfs. Ze hechten niet meer aan boekenbezit of een auto. En ze laten modegrillen aan zich voorbij gaan.

Omdat ze hun eigen stijl hebben ontwikkeld. Omdat ze tevreden zijn met wat ze hebben. Omdat ze, zoals ruim een miljoen Nederlanders, kiezen voor een duurzame bank met bijbehorende leefstijl. En omdat ze toch wel alles kunnen krijgen in de nieuwe deeleconomie. Economische groeimodellen zijn gewoon zo passé (geeuw).

De vrouw, de immigrant en het patriarchaat

Gisteren zag ik twee prima documentaires van de VPRO. Eerst verscheen De trek van Bram Vermeulen over de huidige migratiestroom uit Afrika. Daarna volgde Tegenlicht met Erdogan’s aanhang in Nederland. Deze programma’s tonen iets van het menselijke verhaal achter actuele maatschappelijke dilemma’s. En ze werpen een licht op de oorsprong daarvan: het patriarchaat.

Veel immigranten en hun nakomelingen voelen zich onbegrepen en aangevallen. Zoals een Turkse ondernemer in Wateringen. Hij verlangt terug naar de Haagse Schilderswijk waar hij is opgegroeid en zijn moeder nog woont. Zij vindt het jammer dat er nu maar weinig Nederlanders in haar wijk wonen. Vroeger waren de Nederlanders aardiger tegen haar, zegt ze. Ze spreekt Turks tegen de documentairemaker en weigert op het Nederlands over te gaan.

Andere Turken zeggen steeds vaker het gevoel te hebben dat zij er niet echt bij horen. Zelfs al kennen ze Nederlanders al jaren; ze voelen toch dat ze op afstand worden gehouden. Eigenlijk worden ze niet als Nederlander beschouwd. Ik denk dat hier een kern van waarheid in schuilt. In elk geval bij een deel van de bevolking.

Dan is mijn vraag wel: hoe komt dat? In die Tegenlicht-aflevering zegt een Turkse man over de recente uitspraak van Rutte in Zomergasten iets als: ‘Hij wil dat we allemaal oppleuren.’ Ik betwijfel of die man zelf de drie uur durende uitzending heeft gezien. Laat staan dat hij een helder beeld heeft van de context waarin die uitspraak werd gedaan. Want de meeste Nederlandse Turken kijken naar tv-zenders uit Turkije. Dat komt door het gebrek aan voor Turken aantrekkelijke programma’s op NPO1, 2 en 3, zo stelt er een.

Een dergelijke gevolgtrekking van Rutte’s uitspraak is overduidelijk ongenuanceerd. Dan moet ik veel moeite doen om de spreker nog langer serieus te nemen. Zelf kan ik een afkeer van iemand krijgen door zijn opvattingen of gedrag. Echter nooit puur vanwege zijn afkomst. Want elk volk telt mensen die ongenuanceerd reageren en zelf nauwelijks nadenken. Helaas. Maar waar komt het beeld vandaan dat alle Turken zouden moeten oppleuren? Waarheidsvinding en objectieve oordeelsvorming zijn extra lastig voor leden van een patriarchale samenleving. Daarbinnen moet vaak ook iets worden verzwegen.

De recente couppoging in Turkije komt eveneens aan bod. Turken zijn gekwetst door het gebrek aan begrip vanuit de Nederlandse samenleving voor Erdogan. Het steekt dat politici lauw op de vermeende betrokkenheid van de Gülen-beweging reageren. (Mijn woordkeuze van de term ‘vermeende’ ligt ook gevoelig.) Maar we leven hier in een samenleving waarin we hebben besloten dat er eerst betrouwbare bewijslast moet komen, voordat een organisatie of persoon wordt veroordeeld.

Daarmee is niet gezegd dat ik de Turkse overheid op dit punt niet geloof. Belangrijk is wel dat ik vanuit mijn positie er geen zinnig woord over kan zeggen. Dan wacht ik liever met het trekken van conclusies. Deze behoedzame benadering, die in onze wetgeving is verankerd, is gebaseerd op talrijke lessen uit het verleden. Ofwel, op wijsheid en voortschrijdend inzicht. Dus waarom vindt een Turk het vreemd dat politici in dit land voorzichtig reageren? Hij wil toch ook niet dat zijn eigen hoofd bij het minste gerucht direct op het hakblok ligt?

Diverse Turken geven in het programma aan dat ze Mark Rutte maar niets vinden. Ze willen een sterke leider, zoals Erdogan. En ze gaan stemmen op DENK. In mijn ogen is dit kenmerkend voor het conservatieve, patriarchale systeem waaruit zij voortkomen. Een systeem dat nogal botst met moderne, westerse waarden. De bron van talloze Afrikaanse problemen ligt in precies datzelfde systeem.

Want het patriarchaat vereist dat je een mannelijke leider blind en kritiekloos volgt. Het werkt bepaald niet bevorderlijk voor zelfreflectie, vrije meningsvorming en persoonlijke ontplooiing. Kwalijker nog: een patriarchaal systeem is ronduit vrouwonvriendelijk. Ongeacht op welk continent je het aantreft: vrouwen worden consequent op schadelijke wijze achtergesteld. Dat heeft zonder enige twijfel ook economische repercussies. Maak je de halve bevolking monddood en vleugellam, dan blijft een land arm. Je ziet deze wetmatigheid overal ter wereld terug. Tot in de meest conservatieve landen van Europa.

Binnen de islam zijn sommige vrouwenrechten trouwens beter gewaarborgd dan in rechtsvormen van bepaalde niet-islamitische culturen. Maar religie staat feitelijk buiten dit verhaal. Het gaat om hoe mannen het leven van vrouwen menen vorm te kunnen geven. Terwijl ik als vrouw vind dat zij daarover niets hebben te vertellen.

Voorlopig ben ik opgelucht dat bonskanselier Angela Merkel zich weer verkiesbaar heeft gesteld. Zij is evenwichtig en hecht aan verbinding. In menig Europees land kraakt het democratische systeem. Er komen radicale partijen bij en die ondermijnen precies die democratie. Want ze zinnen op autocratisch leiderschap, zo gangbaar in een patriarchaat. Volgens mij wordt het juist de hoogste tijd voor een matriarchaat.

Archaïsch beleid

Als politicus of beleidsmaker wil je natuurlijk iets moois bereiken. Economische voorspoed en welvaart voor iedereen. Mensen de ruimte geven en een duurzame toekomst bieden. Bij grote meningsverschillen wordt weleens vergeten dat elke partij denkt goed bezig te zijn. Idealisten zijn prijzenswaardig. Ik heb alleen moeite met de mastodonten van deze tijd. Er schort iets aan de timing van hun beleid.

Denk aan zo’n bank, waarvan het bestuur maar blijft roepen: ‘Die hoge salarissen zijn echt nodig, hoor. Anders vertrekken onze beste mensen allemaal naar het buitenland.’ Triodos bewijst hun ongelijk.

Of neem het dichter bij huis: het Leidse Aalmarktproject. Jàren is erover gesteggeld door politici, het bedrijfsleven en bewoners. Nu het eindelijk wordt uitgevoerd, heeft ons veranderde koopgedrag het achterhaald. Hallo jongens, moeten we de zaak niet een beetje bijsturen? Of blijven we halsstarrig verder bouwen voor winkelleegstand?

Maar de klapper maakte Christine Lagarde van het IMF deze week. De groei van de wereldeconomie zal naar verwachting dit jaar op 3,5 procent uitkomen. ‘Dat is niet genoeg’, waarschuwt zij.

Meid, je meent het. Laten we nog snel wat oerbos omhakken en er lucifers van maken. Eens zien hoe lang het duurt voordat de volgende vluchtelingenstroom dan op gang komt.

Kloof bij Bukittinggi

Tweede kans voor leeg winkelpand

In de Randstad lijkt het nog mee te vallen. Maar daarbuiten zie je soms hele winkelstraten kampen met leegstand. Tegelijk is er een snel groeiend tekort aan sociale huurwoningen. Veel huizen zijn in de afgelopen jaren verkocht door corporaties, terwijl er weinig sociale huurwoningen worden bijgebouwd. Het wordt tijd voor betere afstemming tussen vraag en aanbod.

Veel mensen met een urgentieverklaring wachten al op een sociale huurwoning. Daar zitten gehandicapten en ouderen bij die vanuit instellingen verhuizen. Voor deze groep zie ik opties in een winkelgebied. Want velen van hen hebben weinig contacten. Dan is wonen in een straat met een mix van huizen en winkels wellicht aantrekkelijk. Daar komen altijd mensen langs. Menig overdekt winkelcentrum is al favoriet bij scootmobilisten en bejaarden. Vooral wanneer er bankjes staan waarop ze rustig kunnen zitten.

Bouw leegstaande winkels op de begane grond om tot woningen voor senioren en gehandicapten. Er bestaan al inpasbare modelbouwwoningen voor lege kantoren. Wellicht is iets dergelijks ook haalbaar voor winkelcentra. In oude binnensteden staan bovendien veel etages boven winkels leeg. Met een gesplitste ingang beneden kan boven een appartement voor jongere bewoners worden gemaakt. Richt een naburig winkelpand in als wijkgezondheidspost. Dat trekt weer extra bezoekers naar de overgebleven winkels toe.

Herbestemming van bestaande panden voorkomt dat er op bepaalde plaatsen te veel wordt bijgebouwd. Dat is voorheen door onderling wedijverende gemeenten al te vaak gedaan. Bovendien veranderen onze woonbehoeften geleidelijk. Dan kan je maar beter gebouwen hebben die met de tijd mee kunnen gaan.

Levensduur van computerapparatuur

De printer vraagt om een nieuwe kleurencartridge en de stofzuigerzakken zijn op. Niets bijzonders natuurlijk, maar mij bezorgt het een gevoel van ongemak. Apparaten zijn zo gemaakt dat ze niet al te lang meegaan, zelfs als je een goed merk koopt. Met als gevolg dat de bijpassende benodigdheden ook steeds korter in roulatie blijven.

Bijna nergens gaan ontwikkelingen zo snel als in de computerwereld. Kijk eens bij Media Markt. Daar liggen de voorverpakte laptops gewoon in de graaibak met aanbiedingen. Laptops! Ooit behandelden we onze computer met eerbied en ontzag. Nu is het een wegwerp- artikel geworden.

Mijn printer is acht jaar oud en stamt uit de tijd van mijn vorige laptop. Daar zat een oudere Windows-versie op. In verbinding met mijn huidige laptop wil het ding nog wel goed printen en kopietjes maken. Maar met scannen is hij gestopt. Dat kan ik nog ondervangen. Met een camera kan je tenslotte ook digitale foto’s van documenten maken.

Ik sta in de winkel voor een wand met een stuk of zeventig verschillende cartridges. De vertrouwde zwarte hebben ze wel, maar de kleurencartridge ontbreekt deze keer. Dus koop ik een cartridge met een ander nummer die volgens de verpakking evengoed in een HP PSC 1510 AiO past. Dat ‘AiO’ stond er eerst nooit bij, dus vraag ik de winkelbediende voor de zekerheid naar de betekenis. Hij raadpleegt een collega en het blijkt ‘All-in-One’ te zijn.

Maar de printer vertikt het, zegt ‘inktpatroon controleren’ en gaat ook nog eens ostentatief staan knipperen. Wat ik precies moet doen, vertelt ‘ie niet. Cartridge eruit halen en er opnieuw in stoppen helpt niet. De opdracht voor uitlijning verschijnt evenmin. Het boekje erbij gepakt. (Toen ik deze printer kocht, kreeg je nog een boekje met gebruiksaanwijzing.) Daarin staat een verwijzing naar de helpfunctie op de website. Alleen is na acht jaar is alles veranderd en de zoekfunctie leidt tot niets.

Nu moet ik dus met een aangebroken verpakking terug naar de winkel. Die winkel is eerder van naam gewisseld. Voorheen zat daar Dynabite. Ik ben er eens door een mannelijke winkelbediende zo hufterig bejegend dat ik bijna jankend de winkel verliet. Ik zwoer er nooit meer een voet binnen te zetten en stapte over naar MyCom.

De jongens bij MyCom waren ofwel van zichzelf al sympathiek of hadden gewoon geleerd om normaal met vrouwelijke klanten om te gaan. Jarenlang kwam ik daar trouw, want zij namen vragen serieus. Mijn huidige laptop, printer en cartridges heb ik daar gekocht. Vorig jaar zijn Dynabite en MyCom echter samen gegaan. In het pand van Dynabite zit nu MyCom met onervaren personeel van Dynabite. De bekende gezichten van MyCom ik zie er niet meer. Door dit soort veranderingen in het dagelijks leven, bekruipt mij soms een gevoel van vervreemding.

PS: Uiteindelijk heb ik via internet nieuwe software gedownload en mooi dat mijn printer nu weer scant. Alleen die cartridge moet ‘ie echt niet.