Krapte op de arbeidsmarkt

Onlangs was er een nieuwsitem op het NOS-journaal over de huidige krapte op de arbeidsmarkt. Er werd een mevrouw geïnterviewd die werkte bij Randstad, de uitzendmultinational. Op de vraag hoe het toch kwam dat er zo’n krapte is, antwoordde zij: ‘Er is meer vraag dan aanbod.’ Veel meer dan dat kwam er niet uit. Wat een orakel.

Met een vriendin was ik vorige week in Deventer op stap. Het was lunchtijd en we kregen honger. Bij het restaurant van onze keuze konden we echter niet terecht, hoewel er binnen nog plaats genoeg was. Maar ze hadden te weinig personeel. Dat was ook bij andere horecagelegenheden een probleem. ‘Zal ik dan toch maar weer eens een poging doen?’, opperde ik tegen die vriendin. Tenslotte beschik ik over horeca-ervaring. ‘Het is de vraag of ze je aannemen.’, somberde zij. Ik keek eens om mij heen en dacht: ‘Nee.’ Want 20 jaar was overal de gemiddelde leeftijd van het bedienende personeel.

Ik zie het probleem niet. Klanten kunnen zelf hun hapje en drankje afhalen, net zoals in een food court. Het enige wat je daar als ondernemer voor hoeft te doen, is er ‘een beleving’ van maken. Toch?

Waar onze overheid mee bezig is, is mij onderhand een raadsel. Iets met brandjes blussen in Afghanistan of zo. Maar hoe zit het nu met de afstemming van de vraag en het aanbod op onze nationale arbeidsmarkt?

Ik zou denken: onderzoek om te beginnen waar echt vraag naar is, en stel quota op voor opleidingen in richtingen waar amper toekomst in zit. Dat scheelt een hoop tijd, geld en energie en dan verkoop je gelijk geen illusies meer.

En kijk naar degenen die tijdens vorige crises op basis van dubieuze keuringen voor de rest van hun potentieel arbeidzame leven met een WAO-uitkering of andere regeling van de arbeidsmarkt zijn weggesluisd. Daar lopen er tienduizenden van rond. Ik hoor het die ene secretaresse nog zeggen tijdens een wandeling: ‘Ik had een burn-out, maar verder geen idee waarom ik meteen volledig werd afgekeurd. ‘ Ze vond dat wel best, overigens.

Of kijk eens naar welke bedrijven we hier echt willen hebben. We halen buitenlandse bedrijven binnen met enorme distributieloodsen, terwijl die bedrijven werk bieden waarvoor nauwelijks mensen te vinden zijn, omdat kennelijk niemand hier dat werk wil doen. Hevel dat werk dan over naar landen waar de arbeidsmigranten vandaan komen die de lacunes nu vullen.

Kijk vooral ook naar werk dat er echt toe doet. In Groningen gaat het overgrote deel van het geld voor de afhandeling van de schade naar consultants en adviseurs. Wat dragen zij bij aan de maatschappij? Deze mensen slokken fondsen op waarmee bouwtechnische innovatie en oplossingen hadden kunnen worden betaald, waarmee het werken in de bouwsector meteen aantrekkelijker, duurzamer en efficiënter had kunnen worden gemaakt.

Of kijk naar al degenen, die na tal van sollicitaties ontgoocheld zijn. Die geen pogingen meer wagen, terwijl zij nog best wat willen en kunnen doen. Zie ze eindelijk eens staan. Werk aan een arbeidsmarkt die echt inclusief is, functioneel, en ruimte voor alternatieve afspraken biedt, omdat iedereen recht heeft op zelf verdiende middelen van bestaan.

Zo moeilijk kan het toch niet zijn?

Geborgenheid in een ongewisse tijd

Volgens Maslov is een goed dak boven je hoofd een eerste levensbehoefte. Daarom genieten we ook zo van een goed onderhouden huis dat comfort biedt. Sinds de coronacrisis loopt het storm bij de bouwmarkt en knapt menigeen zijn woning op. Dat komt omdat veel mensen nu tijd hebben en vaker thuis zijn. Maar ik zie vooral een sterk verlangen naar geborgenheid in een periode vol onzekerheid.

In Krabbé zoekt Chagall citeert Jeroen de Russisch-joodse schilder. Marc Chagall doorstaat de roerige jaren van Eerste Wereldoorlog en de Russisch Revolutie. Hij krijgt te maken met restricties en discriminatie. En zakelijk wordt hij diverse malen belazerd. Mede hierdoor balanceert hij steeds op de rand van de financiële afgrond. Wanneer hij in 1923 naar Parijs trekt, keren zijn kansen. Samen met vrouw en dochter kan hij eindelijk leven in relatieve weelde. En dat doen ze. Maar gevraagd of hij zich nu veilig voelt, antwoordt hij: ‘Dat nooit’.

Gevoelsmatig vinden we zekerheid in een goed onderhouden woning. Binnen kunnen we de boze wereld buiten houden. Dat proberen Trump en al die andere bange graaiers en machtswellustelingen ook. Daarom besef ik: geniet van het moment. Geniet van wat je nog hebt in dit land, want deze veiligheid is een illusie.

Toch is veiligheid tot op zekere hoogte wel maakbaar. Het vergt alleen een ommezwaai in onze prioriteiten. Een economie moet ten dienste staan aan een samenleving, en niet andersom. Dit zou altijd de leidraad moeten zijn voor regeringsleiders en nu voor het EU-steunfondsenbeleid. Daarom herhaal ik een stukje uit mijn log van 13 december 2013, toen ik schreef over Maslow voor EU-leiders:

‘Weerstaan Merkel en Dijsselbloem de machtige lobby van het mondiale bedrijfsleven? Nu al hebben veel mensen in Duitsland twee baantjes om rond te komen. Mede daarom is het tijd voor een overkoepelende EU-visie. Hier volgt mijn tip van de dag. Toets of plannen aan twee basisvoorwaarden voldoen, voordat ze nader worden besproken:

  1. Het plan dient de drie belangrijkste levensbehoeften van onze bevolking.
  2. Het plan schaadt geen belangrijke levensbehoeften van anderen.

De levensbehoeften volgens Maslow zijn (van zeer belangrijk tot minder belangrijk):

  1. Lichamelijke behoeften: schone lucht, veilig voedsel, schoon water, seks, warmte.
  2. Behoefte aan veiligheid en zekerheid: rust, orde, geen gevaar, onderdak, inkomen.
  3. Behoefte aan saamhorigheid: vriendschap, er bij horen, liefde.
  4. Behoefte aan waardering: erkenning en zelfrespect, status in sociaal verband.
  5. Behoefte aan zelfontplooiing: volledige ontwikkeling van eigen kwaliteiten.

Als een wet of plan deze basistoets niet doorstaat, mag de indiener terug naar de tekentafel. Volg bij subsidies gewoon de heldere regels van de ASN-bank voor beleggingen.’

Wij zijn allemaal medeverantwoordelijk voor de keuzes die regeringsleiders maken. Dus ook voor onze veiligheid. We creëren zelf de grootste graaiers en de wereldwijde ontwrichtingen. In Trouw (23 april 2020) verwoordt Naema Tahir dit mooi:

‘Ik heb jaren geleden al de keuze gemaakt om minder uit te geven, om minder slaaf te zijn van de productie-consumptiecyclus. Wie veel wil consumeren, moet ook veel verdienen. En hoe meer je wilt verdienen, hoe meer je moet werken. Hoe meer je moet werken, hoe minder tijd je hebt voor de wezenlijke dingen, die doorgaans niet voor geld te koop zijn.
Ik weet het: als iedereen zo zou denken, zou het bruto nationaal product een stuk lager zijn. Maar zijn we dan ook slechter af? Geluk is niet of nauwelijks te koop.’

Geluk niet nee. Maar relatieve veiligheid in de geborgenheid van een socialere samenleving wel.

Zet gewoon die geldpers aan

Zo, nou, ik ben er uit hoor. Het is mij duidelijk hoe we de economische gevolgen van de coronacrisis gaan betalen. Al mijn financiële onzekerheden zijn gelijk verdwenen. Afgelopen zaterdag kocht ik de Volkskrant met de bijlage ‘Wie gaat dat betalen?’ Nou, het wordt business as usual. Gelukkig maar, want we willen graag weten waar we aan toe zijn.

Het zit zo. In Amerika staat de geldkraan weer maximaal open. Daar profiteren wat arme inwoners van. Als het hen tenminste lukt om een werkloosheidsuitkering aan te vragen. De systemen zijn namelijk niet op de toeloop voorbereid. Dat is een staaltje welbewust ontmoedigingsbeleid. Het midden- en kleinbedrijf mag op vergelijkbare wijze een poging wagen.

Maar de echte grote jongens, de zogenaamde onmisbaren, die krijgen de grootste kluif uit de steunmaatregelen. Wel 500 miljard dollar. Uiteraard heeft de president net de enige betrouwbare toezichthouders de laan uit gestuurd. En voor wat hoort wat, dat spreekt vanzelf.

Die zogenaamd onmisbare bedrijven worden hier in Europa eveneens met staatssteun overeind gehouden. Toevallig zijn dat doorgaans ook bedrijven die hun winsten goed weten door te sluizen. Dus betalen ze geen belasting.

Over doorsluizen gesproken. De kledingindustrie raakt haar waren niet kwijt. Dus wat doet ze? Lopende contracten openbreken en verzendklaar staande opdrachten intrekken. Sorry, jongens, daar in Bangladesh en India. Het geld is op. Fluit er maar naar. Het mag nu duidelijk zijn: ben je hier of daar een kleine krabbelaar, dan mag jij de rekening betalen.

Over rekenen gesproken. Dat kunnen ze als de beste bij de grote farmaceuten. En zij behoren tot de onmisbaren. Dus krijgen ze nu bakken overheidsgeld om vaccins te ontwikkelen, die ze straks voor een exorbitante prijs op de markt mogen brengen.

Wie wilde er ook alweer marktwerking in essentiële sectoren? Ik niet, hoor. Ik ben sowieso tegen privatisering van gezondheidszorg, onderwijs, veiligheidsdiensten, infrastructuur, communicatiekanalen en energieleveranciers.

Maar dan nu onze euro. Over de Italiaanse politiek zwijg ik, want die is op wereldniveau toch onbelangrijk. Dat weten ze in Italië. Daarom richt dat land zich tot Duitsland als het om financiële steun gaat. En Duitsland weet dat het sterk moet staan tegenover de VS en China. Vooral als het gaat om de positie van de eigen industrie.

Dus wat doet Duitsland, net als Frankrijk en Italië? Voor gigantische bedragen uitstel van belastingbetaling verlenen aan ondernemers. Wat vermoedelijk op afstel van betaling gaat uitdraaien. Verkapte staatssteun dus. Maar wel om geopolitiek tegenwicht te bieden aan China en de Verenigde Staten. Nederland doet dat niet en ik begin mij af te vragen of dit slim is. Waarschijnlijk zijn we eerder penny wise pound foolish.

Kortom, misschien moet ook de Europese Unie de geldkraan wagenwijd open zetten. Als tegenwicht voor de Amerikanen. (En China.) En nee, gebruik het geld niet exclusief voor verhoging van de staatsschuld. Verdeel het geld over de eigen bevolking als onvoorwaardelijk basisinkomen. Daarmee stimuleren we gelijk de economie.

Verduurzaam gelijk ook het belastingstelsel en de economie over de hele linie. People, planet, profit, je weet wel. Draai de privatisering terug bij alles wat van strategisch belang is. Hef extra belasting op de hoogste vermogens. (Boven een half miljoen euro, of zo, maar spreek dat wel ff wereldwijd af.) En zorg dat verkopende partijen in arme landen krijgen wat hen werkelijk toekomt.

Dit pakket aan maatregelen lijkt mij een aardig begin om uit de crisis te komen. Volgens mij behoudt de euro dan ook zijn betrouwbare waarde, vooral ten opzichte van die drijfzanddollar van de Amerikanen. (En van die Chinese munt weet je toch nooit wat hij echt waard is.)

NL is vol … bedrijven

Ineens is het bon ton om te roepen dat Nederland vol is. Dat doe ik al jaren, maar nu mag het kennelijk. Voor de toekomst van Nederland speelt meer dan alleen het bevolkingsvraagstuk. We moeten in samenhang daarmee ook kijken naar het bedrijfsleven. Welke ruimte nemen ondernemingen in en welke bijdrage leveren ze aan de samenleving? Denk bij ruimte aan ecologische voetafdruk, beslag op onroerend goed en infrastructuur. En wat hebben ze als ‘landgenoot’ en sociale partner de Nederlandse bevolking te bieden?

Eind mei schreef ik over de kolonisatie van Nederland. In dat log hekel ik grote internationale bedrijven die hier zogezegd als sprinkhanen landen, de boel kaal vreten en ons voor de kosten laten opdraaien. Daar zit geen mens op de wachten. Willen we echt een volledig open markt? Dan worden kleine, lokale ondernemers steeds meer verdrongen door grotere spelers. Zie de benadering van het almaar uitdijende Amazon.

Een ander vraagstuk. Hoe wenselijk zijn bedrijfstakken die continu personeel uit het buitenland moeten halen? Neem de fruittelers in de Betuwe en de glastuinbouw in het Westland. Daar werken tienduizenden arbeidsmigranten uit Oost-Europa. De producten worden naar de veiling gebracht en gedistribueerd. Dat vergt transport. Hoeveel chauffeurs zijn nog Nederlands?

Deze bedrijven leggen voor hun personeel een flink beslag op de zeer krappe woningmarkt en laten de files toenemen. Is het een idee om verplaatsing van arbeidsintensieve bedrijfstakken te stimuleren? In Polen zijn ze er vast blij mee. Ik vraag mij af of de winst en belastingafdracht van deze ondernemers opweegt tegen de druk op de publieke ruimte en middelen in Nederland. Wat is hun impact op de leefbaarheid van het land?

Ik zou graag een algehele herziening willen van de samenstelling van het bedrijfsleven. Plan voor de toekomst en niet voor de korte termijn. Stel als eis voor vestiging dat bedrijven investeren in opleiding van personeel en milieuvriendelijk werken. Rem de komst van nog meer distributiecentra en werk waarvoor geen lokaal personeel te krijgen is. Behoud voldoende ruimte voor natuur en recreatie. Focus meer op groei van een kenniseconomie dan op een fysieke industrie. En ban bedrijven die roofbouw op het land en de samenleving plegen.

Alibaba en de Chinezen

Het moet in 2003 zijn geweest, op dienstreis in Oeganda, nu vijftien jaar geleden. Toen ik voor het eerst hoorde over investeringen door China in Afrikaanse landen. Mooie snelwegen werden aangelegd en havens uitgegraven. Die wegen waren een hele verbetering voor de plaatselijke bevolking. (Althans, de wegen die het Afrikaanse vrachtverkeer langdurig konden dragen.) En handig om alle denkbare grondstoffen vlot naar Chinese fabrieken af te voeren.

In die tijd las ik ook over Oost-Afrikaanse marktkoopvrouwen. Big mama’s die hun mannetje staan. Ze importeren zelf rechtstreeks hun koopwaar, zonder tussenhandelaar in Afrika. Ieder kwartaal vliegen ze naar Dubai of Shanghai om flink in te slaan. Zou je niet verwachten, van zo’n op het oog eenvoudige marktkoopvrouw.

In 2006, dichter bij huis in Europa, was ik op vakantie op Kreta. We kwamen door een prachtige, weidse vallei aan de rand van de zee. Een onderontwikkeld landschap en daarom extra mooi en pittoresk. ‘Als de plannen doorgaan, zal dit allemaal verdwijnen.’, vertelde de gids. ‘Want China ziet in deze locatie een ideale plek voor een haven als tussenstation. Voor distributie naar de rest van Europa en Noord-Afrika.’ Inmiddels is Piraeus, die andere, veel oudere Atheense haven, in handen van de Chinezen. Wel zo makkelijk, hoeven ze op Kreta niets meer te bouwen. Piraeus wordt hun grootste containerhaven in de Middellandse Zee.

Nog een jaar later, op een mega-grote handelsbeurs in Frankfurt, stond een stand van het Chinese Alibaba. Ik heb er nog pennen van liggen. Want Alibaba was gul met uitdelen en nieuwe zakenvrienden maken. Alibaba is de digitale schakel die de tussenhandel in de hele wereld kan wegvagen. Toen kon ik er weinig mee. Het productaanbod van de Chinese producenten was op hun interne markt afgestemd. Ik zag te zoete kleurtjes, afwijkende maten en niet het gewenste materiaal. En er zat geen enkele producent tussen die zelfs maar in de buurt van fairtrade kwam.

Maar Alibaba heeft niet stilgestaan. Deze week zocht ik op internet naar plantenrekken, tuinstoelen en gegalvaniseerde vuilnisbakken. Het is overal Alibaba wat de klok slaat. Er staan zeker aantrekkelijke artikelen tussen. Weet alleen wel dat je bij een bestelling voorgoed je privacy kwijt bent.

In Weert staan zestig winkels leeg. Maar deze gemeente huisvest eveneens gigantische distributiecentra. Goederen komen van de Rotterdamse containerhaven naar het Limburgse Weert, die uiteindelijk als pakketjes bij huishoudens in Europa worden uitgeserveerd. Het is hier net Kreta.

Programmamaker Ronald Duong in de VPRO Gids: ‘In 2015 deelde Ma [de oprichter en eigenaar van Alibaba], alweer in Davos, [op een bijeenkomst met regeringsleiders] zijn jongste inzicht. Wat hij eerst in China deed  wil hij nu mondiaal gaan doen: kleine ondernemingen wereldwijd in contact brengen met klanten wereldwijd.’ Dit levert mooie kansen op, maar ook risico’s. Ondernemer Marc van der Chijs: ‘Buiten China is men toch redelijk naïef, vind ik nu. De ambities zijn bij Chinezen veel groter dan elders. (…) Er zullen twee grote spelers overblijven, Amazon en Alibaba.’ 

Dat wil ik best aannemen. In elk land waar ik ze heb gezien, zijn Chinezen zakelijk vrijwel altijd succesvol. En je kan van de Chinese overheid veel zeggen, maar er zijn zaken die ik beslist waardeer. Ze heeft een lange-termijnvisie, ze ziet het grotere verband en ze denkt voorbij de eigen grens. Dat mag Europa van mij ook wat explicieter doen, zolang ze de win-winprincipes van people, planet, profit daarin meeneemt.

Vanavond komt vanaf 21.05 uur VPRO Tegenlicht: Shoppen volgens China op NPO2.

Van wie is ons luchtruim?

Als er iemand moet zwijgen over de toename van het vliegverkeer, dan ben ik dat. Vliegen is (of was) mijn grote milieuzonde. Het enige wat ik daar tegenover kan stellen, is dat ik geen kinderen met westerse leefstijl op de aardbol heb gezet. Dat is de milieuvriendelijkste daad die ik kon verrichten. Al was het ongepland. Nu we dit hebben gehad, wil ik het over ons wereldwijde luchtruim hebben.

Een paar citaten uit de Volkskrant van 28 september 2017. ‘11.000 woningen ondervinden zeer veel geluidsoverlast van Schiphol, blijkt uit onderzoek in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Milieu. Omdat dit beneden de toegestane norm van 13.600 is, ziet Schiphol in de nieuwe cijfers reden om verder uit te breiden.’ Bert Wagendorp fulmineert hiertegen in zijn column: ‘Volgens de luchthaven maakt de milieueffectrapportage ‘verdere ontwikkeling van Schiphol mogelijk op een duurzame en veilige manier’. Het zijn daar hondsbrutale leugenaars en ze hebben schijt aan alles en iedereen.’ Dat kan ik beamen.

Vaste volgers weten dat ik een geluidsoverlastvluchteling ben. Ruim twee jaar geleden verkaste ik van Leiden naar het oosten van het land. Ik dacht even dat ik eindelijk van Schiphol met zijn Kaagbaan was verlost. Echter.

Schiphol moet en zal een belangrijke ‘hub’ in de wereldwijde luchtvaart blijven. De luchthaven zit helaas al bijna aan zijn taks. Daarom moeten vakantievluchten naar Lelystad gaan uitwijken. De kaartjes van de zwaar ter discussie staande routes tonen net niet mijn woonplaats. Maar één vliegroute komt angstvallig dichtbij.

Een Volkskrantlezer bagatelliseert alle ontstane commotie in Gelderland en Overijssel. Als je de aantallen omrekent naar vliegbewegingen per dag, zo beweert hij, dan worden het er slechts een tiental per dag. Of zo. Ik weet niet onder welke steen de beste man heeft geleefd. Alsof het bij zulke lage aantallen gaat blijven. En alsof niet elke denkbare norm gaat worden overschreden. Gewoon legaal, daar hebben ze hun contacten en maniertjes wel voor.

Want Schiphol maakt deel uit van de Heilige Graal. De ‘economische groei’. De ‘werkgelegenheid’. De ’kennisindustrie’. De ‘het-is-onontkoombare-vooruitgang’-theorie.

Boven alles is Schiphol een perfect vehikel voor ‘winstmaximalisatie’. Ofwel de door ons land graag gefaciliteerde belastingontwijking voor de allerrijksten. Luchthavens en vliegmaatschappijen hoeven nauwelijks belasting te betalen. Op kerosine bijvoorbeeld. Oh, hoezo de vervuiler betaalt? Alleen domme burgertjes doen dat en die moeten niet zeuren. Ze willen toch zelf vliegen.

Dat laatste is waar. Alleen hoeven ze niet half Amerika en elke vlucht van de KLM uit Afrika langs Schiphol om te leiden. Er zit weinig logica in veel overstapschema’s. Daarnaast hoef ik geen prijsvechters. Door hun komst is het vliegverkeer al flink toegenomen. Een groeiende groep mensen vindt het inmiddels normaal om meerdere malen per week te vliegen. Zodat ze ’s woensdags op tijd thuis zijn voor de eetclub of de voetbaltraining. Weg is de stimulans die leidt tot bezinning. Ons woongenot en onze zuurstof gaan eraan.

Ik vraag me af hoe ver we dit met zijn allen laten gaan. De echte strijd laat ik over aan de jeugd. Die zal straks het langst naar lucht happen als we niet ingrijpen.

De vrouw, de immigrant en het patriarchaat

Gisteren zag ik twee prima documentaires van de VPRO. Eerst verscheen De trek van Bram Vermeulen over de huidige migratiestroom uit Afrika. Daarna volgde Tegenlicht met Erdogan’s aanhang in Nederland. Deze programma’s tonen iets van het menselijke verhaal achter actuele maatschappelijke dilemma’s. En ze werpen een licht op de oorsprong daarvan: het patriarchaat.

Veel immigranten en hun nakomelingen voelen zich onbegrepen en aangevallen. Zoals een Turkse ondernemer in Wateringen. Hij verlangt terug naar de Haagse Schilderswijk waar hij is opgegroeid en zijn moeder nog woont. Zij vindt het jammer dat er nu maar weinig Nederlanders in haar wijk wonen. Vroeger waren de Nederlanders aardiger tegen haar, zegt ze. Ze spreekt Turks tegen de documentairemaker en weigert op het Nederlands over te gaan.

Andere Turken zeggen steeds vaker het gevoel te hebben dat zij er niet echt bij horen. Zelfs al kennen ze Nederlanders al jaren; ze voelen toch dat ze op afstand worden gehouden. Eigenlijk worden ze niet als Nederlander beschouwd. Ik denk dat hier een kern van waarheid in schuilt. In elk geval bij een deel van de bevolking.

Dan is mijn vraag wel: hoe komt dat? In die Tegenlicht-aflevering zegt een Turkse man over de recente uitspraak van Rutte in Zomergasten iets als: ‘Hij wil dat we allemaal oppleuren.’ Ik betwijfel of die man zelf de drie uur durende uitzending heeft gezien. Laat staan dat hij een helder beeld heeft van de context waarin die uitspraak werd gedaan. Want de meeste Nederlandse Turken kijken naar tv-zenders uit Turkije. Dat komt door het gebrek aan voor Turken aantrekkelijke programma’s op NPO1, 2 en 3, zo stelt er een.

Een dergelijke gevolgtrekking van Rutte’s uitspraak is overduidelijk ongenuanceerd. Dan moet ik veel moeite doen om de spreker nog langer serieus te nemen. Zelf kan ik een afkeer van iemand krijgen door zijn opvattingen of gedrag. Echter nooit puur vanwege zijn afkomst. Want elk volk telt mensen die ongenuanceerd reageren en zelf nauwelijks nadenken. Helaas. Maar waar komt het beeld vandaan dat alle Turken zouden moeten oppleuren? Waarheidsvinding en objectieve oordeelsvorming zijn extra lastig voor leden van een patriarchale samenleving. Daarbinnen moet vaak ook iets worden verzwegen.

De recente couppoging in Turkije komt eveneens aan bod. Turken zijn gekwetst door het gebrek aan begrip vanuit de Nederlandse samenleving voor Erdogan. Het steekt dat politici lauw op de vermeende betrokkenheid van de Gülen-beweging reageren. (Mijn woordkeuze van de term ‘vermeende’ ligt ook gevoelig.) Maar we leven hier in een samenleving waarin we hebben besloten dat er eerst betrouwbare bewijslast moet komen, voordat een organisatie of persoon wordt veroordeeld.

Daarmee is niet gezegd dat ik de Turkse overheid op dit punt niet geloof. Belangrijk is wel dat ik vanuit mijn positie er geen zinnig woord over kan zeggen. Dan wacht ik liever met het trekken van conclusies. Deze behoedzame benadering, die in onze wetgeving is verankerd, is gebaseerd op talrijke lessen uit het verleden. Ofwel, op wijsheid en voortschrijdend inzicht. Dus waarom vindt een Turk het vreemd dat politici in dit land voorzichtig reageren? Hij wil toch ook niet dat zijn eigen hoofd bij het minste gerucht direct op het hakblok ligt?

Diverse Turken geven in het programma aan dat ze Mark Rutte maar niets vinden. Ze willen een sterke leider, zoals Erdogan. En ze gaan stemmen op DENK. In mijn ogen is dit kenmerkend voor het conservatieve, patriarchale systeem waaruit zij voortkomen. Een systeem dat nogal botst met moderne, westerse waarden. De bron van talloze Afrikaanse problemen ligt in precies datzelfde systeem.

Want het patriarchaat vereist dat je een mannelijke leider blind en kritiekloos volgt. Het werkt bepaald niet bevorderlijk voor zelfreflectie, vrije meningsvorming en persoonlijke ontplooiing. Kwalijker nog: een patriarchaal systeem is ronduit vrouwonvriendelijk. Ongeacht op welk continent je het aantreft: vrouwen worden consequent op schadelijke wijze achtergesteld. Dat heeft zonder enige twijfel ook economische repercussies. Maak je de halve bevolking monddood en vleugellam, dan blijft een land arm. Je ziet deze wetmatigheid overal ter wereld terug. Tot in de meest conservatieve landen van Europa.

Binnen de islam zijn sommige vrouwenrechten trouwens beter gewaarborgd dan in rechtsvormen van bepaalde niet-islamitische culturen. Maar religie staat feitelijk buiten dit verhaal. Het gaat om hoe mannen het leven van vrouwen menen vorm te kunnen geven. Terwijl ik als vrouw vind dat zij daarover niets hebben te vertellen.

Voorlopig ben ik opgelucht dat bonskanselier Angela Merkel zich weer verkiesbaar heeft gesteld. Zij is evenwichtig en hecht aan verbinding. In menig Europees land kraakt het democratische systeem. Er komen radicale partijen bij en die ondermijnen precies die democratie. Want ze zinnen op autocratisch leiderschap, zo gangbaar in een patriarchaat. Volgens mij wordt het juist de hoogste tijd voor een matriarchaat.