Slim bezig

Rondom de koffietafel zit Hollands welvaren. De meeste tafelgenoten hebben hard gewerkt en hun schaapjes op het droge. Hun kinderen kregen een goede opleiding en bezitten eveneens een koopwoning. Daar zit nog wel een hypotheek op. Het gaat allemaal prima. Al dringt het wereldwijde spel van vraag en aanbod sluipenderwijs hun leven binnen. Want als je slim bent, koop je je spullen op Alibaba voor een tiende van de normale prijs.

Gisteren kwam VPRO Tegenlicht met de klik- en kluseconomie op tv. Daarin laat Roland Duong zien hoe een online platform werkt. Stel, je bent tekstschrijver of websiteprogrammeur en Engels is jouw werktaal. Dan concurreer je met de hele wereld op zo’n platform. Ik heb dat ook even overwogen. Maar hoe wil je rondkomen van het bedrag waarvoor een Indiër zo’n klus uitvoert?

Ik hou mijn mond over de gevolgen van bestellen bij Alibaba. Over dergelijke onderwerpen hebben we het al vaker gehad. Veel mensen voelen zich bekocht als ze een ‘eerlijke’ prijs betalen. En de buurman doet het toch ook? Zelf sta ik bij een aankoop evengoed weleens in dubio.

Ik betwijfel daarom of de huidige vorm van democratie nog het antwoord biedt op vraagstukken over een gezamenlijke toekomst. Misschien hebben we een Commissie van Wijzen nodig en een mengvorm met een Sterke Man. Maar dan wel een m/v die zich wereldwijd inzet voor het algemeen belang.

De ontwikkeling van de Achterhoek

We moeten samen met de Duitse grensregio’s Oost-Nederland ontwikkelen, onder meer door het aanleggen van meer wegen en het verplaatsen van werkgelegenheid. Dat schrijft Jan Goossensen uit Den Haag in zijn brief aan de Volkskrant van 19 oktober. Want de Randstad kampt met dichtslibbende wegen, onbetaalbare woningen en een stijgende zeespiegel. Dit terwijl het platteland in het noorden en het oosten leegloopt.

Ik begin te hyperventileren wanneer mensen uit de Randstad iets roepen over ‘regionale ontwikkeling’ van de Achterhoek. Er staat namelijk een idyllisch plaatje van die regio bij. De heer Goossensen wil dit bestemmen als Randstedelijk overloopgebied. Nu ben ik zelf zo’n ex-Randstedeling en ik heb wereldwijd al genoeg kapot-ontwikkelde gebieden gezien.

Daarom schreeuw ik, zoals de gatekeeper in een iconische scène uit Mad Max II, met schorre stem en bonkend hart: ‘Close The Gate!!!’ Waarna een aftandse, gepantserde bus voor de opening van het post-apocalyptische fort wordt gezet. Oh, had de Achterhoek maar zo’n poort en beschermende muur.

De Achterhoek moet je aan de Achterhoekers laten, vind ik. Ze kunnen daar zelf wel bedenken wat goed voor hen is. Alterra Wageningen UR schreef in 2013 al een rapport over de ruimtelijke, economische en sociale kansen van hun platteland. Daarin lees je profetische woorden, zoals ‘Het belangrijkste klimaatrisico voor de landbouw is een lange droge periode tussen maart en oktober, waardoor de grasgroei stil valt.’

Een oplossing staat even verderop: ‘Maar ook op het gebied van gewassen en productiemethoden liggen er kansen, bijvoorbeeld als het gaat om biobased economy. Zo zouden nieuwe teelten kunnen bijdragen aan biobased grondstoffen zoals afbreekbare plastics. Hier kunnen nieuwe producten en bedrijven uit ontstaan. Qua productiemethoden liggen er wellicht ook kansen met droogtetolerante gewassen die passen in het landschap.’  

Ik zou zeggen: ‘Beste boeren en bestuurders, maak eens een tripje naar Eindhoven in plaats van naar Amsterdam, en ga daar praten met die lui van Dutch Design.’ Want zij weten wel raad met nieuwe toepassingen van biologische materialen.

En als de Achterhoek meer bedrijvigheid wenst, geef dan vooral ruim baan aan mensen die vanwege een tekort aan passende werkgelegenheid eerder noodgedwongen uit die streek naar het westen zijn gegaan. Geef ook de jongeren, die het liefst in de Achterhoek willen blijven, voorrang op de sociale woningmarkt.

Tot besluit: bezint eer ge met bouwen begint. Want: ‘Recreatie en toerisme zijn qua inkomsten en werkgelegenheid van groter belang voor de Achterhoek dan de landbouw.’ Dat toerisme is vooral te danken aan de huidige recreatieve waarde van het Achterhoekse kleinschalige landschap.

PS: Stuur die Randstedelingen maar lekker door naar Duitsland. Daar is nog ruimte zat.

NL is vol … bedrijven

Ineens is het bon ton om te roepen dat Nederland vol is. Dat doe ik al jaren, maar nu mag het kennelijk. Voor de toekomst van Nederland speelt meer dan alleen het bevolkingsvraagstuk. We moeten in samenhang daarmee ook kijken naar het bedrijfsleven. Welke ruimte nemen ondernemingen in en welke bijdrage leveren ze aan de samenleving? Denk bij ruimte aan ecologische voetafdruk, beslag op onroerend goed en infrastructuur. En wat hebben ze als ‘landgenoot’ en sociale partner de Nederlandse bevolking te bieden?

Eind mei schreef ik over de kolonisatie van Nederland. In dat log hekel ik grote internationale bedrijven die hier zogezegd als sprinkhanen landen, de boel kaal vreten en ons voor de kosten laten opdraaien. Daar zit geen mens op de wachten. Willen we echt een volledig open markt? Dan worden kleine, lokale ondernemers steeds meer verdrongen door grotere spelers. Zie de benadering van het almaar uitdijende Amazon.

Een ander vraagstuk. Hoe wenselijk zijn bedrijfstakken die continu personeel uit het buitenland moeten halen? Neem de fruittelers in de Betuwe en de glastuinbouw in het Westland. Daar werken tienduizenden arbeidsmigranten uit Oost-Europa. De producten worden naar de veiling gebracht en gedistribueerd. Dat vergt transport. Hoeveel chauffeurs zijn nog Nederlands?

Deze bedrijven leggen voor hun personeel een flink beslag op de zeer krappe woningmarkt en laten de files toenemen. Is het een idee om verplaatsing van arbeidsintensieve bedrijfstakken te stimuleren? In Polen zijn ze er vast blij mee. Ik vraag mij af of de winst en belastingafdracht van deze ondernemers opweegt tegen de druk op de publieke ruimte en middelen in Nederland. Wat is hun impact op de leefbaarheid van het land?

Ik zou graag een algehele herziening willen van de samenstelling van het bedrijfsleven. Plan voor de toekomst en niet voor de korte termijn. Stel als eis voor vestiging dat bedrijven investeren in opleiding van personeel en milieuvriendelijk werken. Rem de komst van nog meer distributiecentra en werk waarvoor geen lokaal personeel te krijgen is. Behoud voldoende ruimte voor natuur en recreatie. Focus meer op groei van een kenniseconomie dan op een fysieke industrie. En ban bedrijven die roofbouw op het land en de samenleving plegen.

Alibaba en de Chinezen

Het moet in 2003 zijn geweest, op dienstreis in Oeganda, nu vijftien jaar geleden. Toen ik voor het eerst hoorde over investeringen door China in Afrikaanse landen. Mooie snelwegen werden aangelegd en havens uitgegraven. Die wegen waren een hele verbetering voor de plaatselijke bevolking. (Althans, de wegen die het Afrikaanse vrachtverkeer langdurig konden dragen.) En handig om alle denkbare grondstoffen vlot naar Chinese fabrieken af te voeren.

In die tijd las ik ook over Oost-Afrikaanse marktkoopvrouwen. Big mama’s die hun mannetje staan. Ze importeren zelf rechtstreeks hun koopwaar, zonder tussenhandelaar in Afrika. Ieder kwartaal vliegen ze naar Dubai of Shanghai om flink in te slaan. Zou je niet verwachten, van zo’n op het oog eenvoudige marktkoopvrouw.

In 2006, dichter bij huis in Europa, was ik op vakantie op Kreta. We kwamen door een prachtige, weidse vallei aan de rand van de zee. Een onderontwikkeld landschap en daarom extra mooi en pittoresk. ‘Als de plannen doorgaan, zal dit allemaal verdwijnen.’, vertelde de gids. ‘Want China ziet in deze locatie een ideale plek voor een haven als tussenstation. Voor distributie naar de rest van Europa en Noord-Afrika.’ Inmiddels is Piraeus, die andere, veel oudere Atheense haven, in handen van de Chinezen. Wel zo makkelijk, hoeven ze op Kreta niets meer te bouwen. Piraeus wordt hun grootste containerhaven in de Middellandse Zee.

Nog een jaar later, op een mega-grote handelsbeurs in Frankfurt, stond een stand van het Chinese Alibaba. Ik heb er nog pennen van liggen. Want Alibaba was gul met uitdelen en nieuwe zakenvrienden maken. Alibaba is de digitale schakel die de tussenhandel in de hele wereld kan wegvagen. Toen kon ik er weinig mee. Het productaanbod van de Chinese producenten was op hun interne markt afgestemd. Ik zag te zoete kleurtjes, afwijkende maten en niet het gewenste materiaal. En er zat geen enkele producent tussen die zelfs maar in de buurt van fairtrade kwam.

Maar Alibaba heeft niet stilgestaan. Deze week zocht ik op internet naar plantenrekken, tuinstoelen en gegalvaniseerde vuilnisbakken. Het is overal Alibaba wat de klok slaat. Er staan zeker aantrekkelijke artikelen tussen. Weet alleen wel dat je bij een bestelling voorgoed je privacy kwijt bent.

In Weert staan zestig winkels leeg. Maar deze gemeente huisvest eveneens gigantische distributiecentra. Goederen komen van de Rotterdamse containerhaven naar het Limburgse Weert, die uiteindelijk als pakketjes bij huishoudens in Europa worden uitgeserveerd. Het is hier net Kreta.

Programmamaker Ronald Duong in de VPRO Gids: ‘In 2015 deelde Ma [de oprichter en eigenaar van Alibaba], alweer in Davos, [op een bijeenkomst met regeringsleiders] zijn jongste inzicht. Wat hij eerst in China deed  wil hij nu mondiaal gaan doen: kleine ondernemingen wereldwijd in contact brengen met klanten wereldwijd.’ Dit levert mooie kansen op, maar ook risico’s. Ondernemer Marc van der Chijs: ‘Buiten China is men toch redelijk naïef, vind ik nu. De ambities zijn bij Chinezen veel groter dan elders. (…) Er zullen twee grote spelers overblijven, Amazon en Alibaba.’ 

Dat wil ik best aannemen. In elk land waar ik ze heb gezien, zijn Chinezen zakelijk vrijwel altijd succesvol. En je kan van de Chinese overheid veel zeggen, maar er zijn zaken die ik beslist waardeer. Ze heeft een lange-termijnvisie, ze ziet het grotere verband en ze denkt voorbij de eigen grens. Dat mag Europa van mij ook wat explicieter doen, zolang ze de win-winprincipes van people, planet, profit daarin meeneemt.

Vanavond komt vanaf 21.05 uur VPRO Tegenlicht: Shoppen volgens China op NPO2.

Van wie is ons luchtruim?

Als er iemand moet zwijgen over de toename van het vliegverkeer, dan ben ik dat. Vliegen is (of was) mijn grote milieuzonde. Het enige wat ik daar tegenover kan stellen, is dat ik geen kinderen met westerse leefstijl op de aardbol heb gezet. Dat is de milieuvriendelijkste daad die ik kon verrichten. Al was het ongepland. Nu we dit hebben gehad, wil ik het over ons wereldwijde luchtruim hebben.

Een paar citaten uit de Volkskrant van 28 september 2017. ‘11.000 woningen ondervinden zeer veel geluidsoverlast van Schiphol, blijkt uit onderzoek in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Milieu. Omdat dit beneden de toegestane norm van 13.600 is, ziet Schiphol in de nieuwe cijfers reden om verder uit te breiden.’ Bert Wagendorp fulmineert hiertegen in zijn column: ‘Volgens de luchthaven maakt de milieueffectrapportage ‘verdere ontwikkeling van Schiphol mogelijk op een duurzame en veilige manier’. Het zijn daar hondsbrutale leugenaars en ze hebben schijt aan alles en iedereen.’ Dat kan ik beamen.

Vaste volgers weten dat ik een geluidsoverlastvluchteling ben. Ruim twee jaar geleden verkaste ik van Leiden naar het oosten van het land. Ik dacht even dat ik eindelijk van Schiphol met zijn Kaagbaan was verlost. Echter.

Schiphol moet en zal een belangrijke ‘hub’ in de wereldwijde luchtvaart blijven. De luchthaven zit helaas al bijna aan zijn taks. Daarom moeten vakantievluchten naar Lelystad gaan uitwijken. De kaartjes van de zwaar ter discussie staande routes tonen net niet mijn woonplaats. Maar één vliegroute komt angstvallig dichtbij.

Een Volkskrantlezer bagatelliseert alle ontstane commotie in Gelderland en Overijssel. Als je de aantallen omrekent naar vliegbewegingen per dag, zo beweert hij, dan worden het er slechts een tiental per dag. Of zo. Ik weet niet onder welke steen de beste man heeft geleefd. Alsof het bij zulke lage aantallen gaat blijven. En alsof niet elke denkbare norm gaat worden overschreden. Gewoon legaal, daar hebben ze hun contacten en maniertjes wel voor.

Want Schiphol maakt deel uit van de Heilige Graal. De ‘economische groei’. De ‘werkgelegenheid’. De ’kennisindustrie’. De ‘het-is-onontkoombare-vooruitgang’-theorie.

Boven alles is Schiphol een perfect vehikel voor ‘winstmaximalisatie’. Ofwel de door ons land graag gefaciliteerde belastingontwijking voor de allerrijksten. Luchthavens en vliegmaatschappijen hoeven nauwelijks belasting te betalen. Op kerosine bijvoorbeeld. Oh, hoezo de vervuiler betaalt? Alleen domme burgertjes doen dat en die moeten niet zeuren. Ze willen toch zelf vliegen.

Dat laatste is waar. Alleen hoeven ze niet half Amerika en elke vlucht van de KLM uit Afrika langs Schiphol om te leiden. Er zit weinig logica in veel overstapschema’s. Daarnaast hoef ik geen prijsvechters. Door hun komst is het vliegverkeer al flink toegenomen. Een groeiende groep mensen vindt het inmiddels normaal om meerdere malen per week te vliegen. Zodat ze ’s woensdags op tijd thuis zijn voor de eetclub of de voetbaltraining. Weg is de stimulans die leidt tot bezinning. Ons woongenot en onze zuurstof gaan eraan.

Ik vraag me af hoe ver we dit met zijn allen laten gaan. De echte strijd laat ik over aan de jeugd. Die zal straks het langst naar lucht happen als we niet ingrijpen.

Als de euro valt

Op Funda staat het pand dat mijn oudtante vroeger met haar man bezat. De vraagprijs bedraagt € 750.000. Voor 147 m2 woonoppervlak in de Leidse binnenstad. Een blogger schrijft over zijn dienstreis naar Amerika. Hij kan daar een geliefde ontmoeten, maar de ticketprijs is hoog. € 400 voor een bliksembezoek van twee dagen. Ooit telde ik zo’n bedrag neer vanwege een dagdeel tijdwinst. Voor een ontmoeting of een speciale situatie. Nu herinner ik me de exacte situatie niet eens meer. Euro’s. We smijten ze over de balk of we klampen ons eraan vast. Maar wat beginnen we als onze munteenheid onderuit gaat?

VPRO Tegenlicht aflevering Laatste kans voor de euro maakt die vraag prangend. We willen er niet aan denken dat ons banksaldo plotseling verdampt. Wat kunnen we ook anders? We hebben geen grip op een potentiële ramp die de hele wereld omvat. Bovendien zitten we in een systeem waar we moeilijk uit stappen. En de euro is daar onderdeel van. Het is nu maar net wat een gek voor die munteenheid geeft. Vergelijk het met de woningmarkt. Daar is de vraagprijs evengoed losgezongen van de reële waarde.

Misschien zijn de hoge huizenprijzen al een voorbode en een teken van vrees. Goud als beleggingsmiddel staat tenslotte ook bekend als ‘gestolde angst’. In menig land zonder betrouwbaar banksysteem steken inwoners hun geld in onroerend goed en edelmetaal. Dat behoudt tenminste een zekere waarde. En wil je risico spreiden, dan moet je op meerdere paarden tegelijk wedden.

Af en toe denk ik wel na over wat ik zou kunnen doen. Mijn afbetaalde en redelijk onderhouden woning is een stevige basis. Er is ruimte voor een moestuin en het fruit groeit al overvloedig. Ik kan een voorraad kleding, schoeisel, levensmiddelen en toiletartikelen aanleggen. Plus kaarsen, lucifers en wat brandstof. Of alvast een rekening in buitenlandse valuta openen en goud kopen. Maar verder?

Stel dat de euro volgende maand onderuit gaat, ben je dan voorbereid? Wat ga je doen?

AH let op de kleintjes, en ik nu ook

Vanwege mijn financiële situatie heb ik flink gesnoeid in mijn bestedingen. Alleen uitgaven aan levensmiddelen blijven buiten schot. Ik koop gewoon wat ik lekker vind. Goed eten is belangrijk en sommige principes zijn dat ook. Dus kiloknallers komen er niet in. Wel ik let beter op aanbiedingen. Appie moedigt dat aan met voordeeltjes op vertoon van een bonuskaart. Je moet echter wel uitkijken wanneer je artikelen in de aanbieding koopt.

Een poosje geleden deed ik boodschappen op zondag. Ik zag dat waspoeder, een relatief duur product, in de aanbieding was. Er stond een bordje bij met ‘Bonusaanbieding’. Dus nam ik gelijk een groot pak mee. Bij de kassa gaf ik mijn bonuskaart af. Maar het totaalbedrag viel tegen. Bleek dat toch de volle prijs was berekend. AH doet namelijk ook aan kleine lettertjes. De aanbieding was pas geldig vanaf de volgende dag. Ze doen bij ons niet moeilijk. Daarom kreeg ik bij de servicebalie het verschil direct terug.

Maar onlangs was het weer raak. Op een aparte display lagen verschillende soorten koekjes en biscuits van Verkade. In de aanbieding als je er twee nam. Combineren mocht ook. Dus pakte ik er van twee soorten elk een. Wel controleerde ik nog even de bon voordat ik de winkel verliet. Dat deed ik vroeger nooit.

En ja hoor, weer was de volle prijs berekend. Naast de koekjes in de aanbieding lagen er kennelijk ook iets grotere pakjes van Verkade. En die deden in de aanbieding niet mee. Nou ja zeg, leg ze dan niet pal naast elkaar op dezelfde tafel! Weer kreeg ik bij de servicebalie het verschil gelijk uitbetaald. Maar toch, hè, maar toch.

Ik zou je niet kunnen zeggen wat een halfje volkoren kost. En de prijs van een pak melk weet ik evenmin. Maar hou hem in de gaten hoor, die Albert Heijn.