Bevroren dennen, of …

Bevreemdend. Dat is de sfeer die ik het liefste oproep met een foto. Zoals wanneer je naar een beeld kijkt en niet direct herkent wat je ziet. In eerste instantie wordt je erdoor op het verkeerde been gezet. Zo’n foto veroorzaakt heel even kortsluiting in je hersenen – het moment waarin nog alles mogelijk is – totdat je doorhebt waar je naar kijkt.

Ik vermoed dat het bevreemdende van oorlogssituaties voor sommigen de aantrekkingskracht ervan is.

Voor en achter de dijk bij Westervoort

Op een zonnige dag maak ik een rondje langs de IJssel bij Westervoort. Van het station leidt de route naar de IJsseldijk toe. Daar wordt het een kwestie van overeind blijven, standhouden, sjaal strak omdoen en met de kop in de wind doorduwen. Ik wandel via de Veerweg en het oorlogsmonument voor de Canadezen langs de Kleine Pley naar de IJsselkop toe. Dit is waar de Rijn en de IJsselstroom elk huns weegs gaan. De zuidwester trekt tranen in mijn ogen en blaast ze alle kanten op. Als ware het een zeestorm. Even verder draai ik een kwartslag om.

Van geweld naar luwte: de overgang is enorm. Na de dijk volgt een laaggelegen polder. Hier koestert het kalme land zich in de milde warmte van de zon.

Hier waart het onbenoembare rond

‘Hier waart het onbenoembare rond, dat primordiale van de Oude Wereld.’ En ‘Alomtegenwoordig zijn ze, de grote spirituele en existentiële vragen.’ Zinnen van Oliver Kerkdijk in de VPRO-gids over Vargtimmen van Ingmar Bergman.

Met deze regels opende ik op 16 februari 2014 het logje Spiritualiteit – Vargtimmen.

Na lezing van tientallen verhalen uit de Tweede Wereldoorlog, blijven drie mannen mij het meeste bij. Het is niet moeilijk om te zeggen waarom. Namelijk, omdat ik iets van mezelf herken in de één en omdat de tweede zo fascinerend vertelt. Tot besluit heb ik te doen met de jongste van het stel. Van alle drie wil ik achterhalen wie zij waren als mens. Ze leven niet meer, maar hopelijk vind ik nog informatie over hun verdere levensloop.

De eerste man ‘raakt’ mij onder meer vanwege een specifiek fragment. Het staat in zijn dagboek en ik denk dat het een voorspellende waarde heeft. Een indicatie voor wat tientallen jaren later is uitgevoerd als zijn laatste wens. Het fragment gaat over hoe mooi hij de omgeving hier vindt. Zelf kwam hij uit Rotterdam. Hij schreef dit in januari 1945 op een terrein dat slechts een paar kilometer van mijn huis ligt.

Sinds kort weet ik waar hij is begraven. Dichtbij. Heel dichtbij. Ik wandel daar al jaren regelmatig voorbij.

Kluizenares 2.0

Gisteren kwam er een eind aan een maand kluizenaarschap. Mijn eerste afspraak in 2022 was voor de boosterprik. Vanaf de jaarwisseling was ik nog niet buiten de landgoedgrenzen van het dorp geweest. Gevoelsmatig belandde ik dan ook gelijk in een wereldstad. (Elst.)

Ik overhoorde de gesprekken van andere mensen, links en rechts. Alles was nog herkenbaar. De kleding die zij droegen en de treinrit zelf. Na afloop at ik een overheerlijk patatje speciaal in een lunchroom. Van zoiets eenvoudigs geniet ik intens. Vooral wanneer de zaak lijkt op een American diner of een roadhouse.

In een lunchroom flarden van andermans levens aanhoren, is voldoende om mij volwaardig lid van de maatschappij te voelen. Daaraan ben ik gewend als reiziger en beschouwer. Ik hoef niet altijd mee te doen. Van nature ben ik een moderne kluizenares.

Volgens Wikipedia wordt de term kluizenaar ‘in het wereldlijk leven ook wel gebruikt voor een persoon die doelbewust afstand neemt van zijn omgeving en de maatschappij, of overdrachtelijk voor iemand die zich van de wereld vervreemd heeft en nooit contact met anderen heeft.’ Dat vervreemden heeft een wat negatieve connotatie.

Vroeger leidden kluizenaressen een eenvoudig en teruggetrokken leven, maar zij hielden wel contact met de maatschappij. Sterker: ze werden actief benaderd voor raadgeving over wereldse en spirituele zaken. Het waren intellectuele vrouwen. Ze stonden in hoog aanzien.

In onze samenleving hebben de extraverten helaas de overhand gekregen. De maatschappij zou opnieuw ruimte moeten bieden aan mensen die een positie als kluizenaar nastreven.

Winterkunst – Airbrush staarten op mijn raam

Vorige week plaatste ik hier al een staaltje winterkunst van ijs op mijn raam. Dat was nog maar een klein deel van wat er op het zolderraam was te zien. Hierboven staat een ander deel. Deze enigszins bevreemdende foto toont de staarten van ringstaartmaki’s. Ik heb ze in Madagaskar in het wild gezien.

Deze ijsstaarten zijn getekend door de wind. Ofwel: met een natuurlijke airbrush pen. Volgens Wikipedia is de airbrush verfspuit uitgevonden in 1879. Volgens mij is die airbrush-pagina geschreven door een blanke meneer. Alsof de Australische Aboriginals deze techniek niet al 35.000 jaar langer hebben gehanteerd.

Winterkunst – Ice on fire

De weerman van het NOS Journaal toonde vandaag een foto van ijsbloemen op een raam. Vanmorgen maakte ik van het zolderraam een vergelijkbare serie. De eeuwige roem is weer aan mijn neus voorbij gegaan, maar mijn tijd komt nog wel. Hierboven staat alvast een uitsnede. Ice on fire. Dat lijkt mij wel een toepasselijke naam.

(Klik desgewenst op de foto voor een vergroting.)