Update van een luie blogster

Het heeft wel wat, hoor, zo’n blogopruiming. Je komt nog eens wat tegen waarvan je denkt: Goh, dat is handig. Die tekst kan ik mooi aanvullen en dan op mijn andere website plaatsen. En wanneer je voor een nieuw logje een passende foto zoekt, duik je gewoon in het archief met gewiste foto’s. (Deze tip is minder raadzaam voor wie veel langdurige volgers heeft.) Maar bovenal geldt: less is more! Vooral wat kwaliteit betreft, want alleen de betere logjes en foto’s blijven. Dat maakt ze gelijk sneller vindbaar.

Nu de halve inhoud van Raam Open is verdwenen, heb ik de Pronkkamer opnieuw ingericht. Wellicht wil je daar eens een kijkje nemen?

Verder heb ik Over mij een update gegeven, al is de aanvulling bescheiden.

Tot besluit nog dit. Een tijd lang heeft een vroegere volgster overvloedig op vrijwel ieder bericht gereageerd. Zo vaak, dat het leek alsof mijn blog compleet werd overgenomen. Afgaande op haar blog, heeft zij inmiddels meer innerlijke rust gevonden. Ik heb haar schrijfsels gewist, want Raam Open is mijn speeltuin. De Reactieregels zijn onveranderd en zullen in de komende jaren ook zo blijven. 😉

De connectie met Leiden blijft

Als soortement immigrant in Gelderland heb ik nog altijd een stevige band met Leiden, mijn geboortestad. Waren emigranten in vroeger tijden aangewezen op de trage en soms onbetrouwbare postbezorging per postkoets, trekschuit of oceaanstomer; anno 2021 hebben expats het een stuk makkelijker. Met Zoom, Facebook of Instagram kunnen ze rechtstreeks contact houden met de achterblijvers. Zelf blijf ik onder meer op de hoogte via nieuwsbrieven van Leidse organisaties.

Het Leidse geluid
Als ik even dat zangerige onvervalste rasechte Leidse taaltje wil horen, hoef ik maar te luisteren naar de vertellingen door oudere Leidenaren in de verhalencollectie van Erfgoed Leiden. Ach, ach, wat klinkt dat toch vertrouwd. Er staan maar liefst 120 interviews van Leidenaren op deze prachtige website. Voor eenieder die zijn hart wil ophalen met uit het leven gegrepen verhalen uit de vorige eeuw is deze goudmijn een ware aanrader.

Kennis en wetenschap
Verder ontvang ik verschillende nieuwsbrieven van Universiteit Leiden, waaronder van de Leidse Hortus en de Digital Collections in de universiteitsbibliotheek. De bieb beheert onder meer een rijke verzameling middeleeuwse manuscripten die je pagina voor pagina op internet kan doorbladeren. In de algemene nieuwsbrief van de universiteit lees je al over onderzoeksresultaten van de studierichtingen voordat ze in het NOS-journaal komen.

Wat mij bijvoorbeeld interesseert, is het bericht Geschiedenis van Afrika dekoloniseren was moeizaam proces. Hier in het Westen dacht men dat Afrika voor de koloniale tijd nauwelijks geschiedenis had. Alsof er geen eeuwenoude bibliotheken waren in Timboektoe en alsof er geen oral history bestond. Promovenda Larissa Schulte Nordholt constateert: ‘Mensen krijgen constant de beschuldiging dat ze politiek bedrijven omdat ze als waarheid ervaren kennis uitdagen.’ Klinkt bekend, toch?

Kunst en geschiedenis
Op dit moment is er een bijzondere tentoonstelling in de Oude Sterrewacht met kunstwerken van Aboriginal Australische en Zuid-Afrikaanse artiesten. Met hun kunst gaven zij vanuit hun culturen betekenis aan de verschijning en positie van sterren en planeten. Als je de millennia oude stippelpatronen van Australische Aboriginals ziet, kan je je afvragen of Vincent van Gogh toevallig door hun werk werd geïnspireerd. …
Overigens hou ik ook een lijntje met Galerie het Oude Raadhuis in Warmond en (uiteraard) met Museum Het Leids Wevershuis. Want waar museum De Lakenhal een deel van mijn familiegeschiedenis verbeeldt, beschouw ik het knusse wevershuisje in mijn oude buurt zo ongeveer als mijn thuis.

Onderstaande foto komt uit het onlangs verwijderde logje Leidse Breestraat in kerstsfeer.

Een blog als dynamisch dagboek

‘Dat klinkt alsof je de geschiedenis wilt uitwissen…’, schrijft Ronald onder het log over de grote schoonmaak van Raam Open. Ik kan mij indenken dat het verwijderen van logjes deze indruk wekt. Meerdere bloggers tonen in de rechterkolom van hun site lijsten met jaartallen waarachter duizenden oude logjes schuilgaan. Hieraan kan je zien hoeveel jaar zij al op internet actief zijn. Waarschijnlijk gebruiken zij hun blog als persoonlijk archief voor alle zaken die zij belangrijk vinden.

Veel titels van mijn oude logjes ken ik uit mijn hoofd, zo zeer werden zij mij in de afgelopen jaren vertrouwd. Logjes uit de jaren 2013 – 2019, die nog steeds op Raam Open staan, zijn ware overleveraars. Zij hebben herhaaldelijk grondige opschoonsessies doorstaan. De nu overgebleven logjes zijn mij dierbaar. En meer dan dat. Ze zijn verworden tot een soort persoonlijkheden. Ik ken ze zelfs bij naam. Zodra ik hun titels lees, weet ik vrijwel woordelijk waarover ze gaan.

De wereld vergaat heus niet, Geboortebeperking als redding, Thinking out of the box, Hakken in het zand/de bijstand, Iedereen is een *s*t*e*r*, De zwerver, Authentiek Rotterdam. Zomaar wat titels uit de vroegste maanden van mijn bloggersbestaan. Er staan fundamentele gedachten, ervaringen en gevoelens in, die door de jaren heen onveranderd zijn gebleven. Deze logjes weghalen, zou aan zelfverloochening gelijk staan.

Maar in de loop der jaren heb ik eveneens teksten geschreven waarover ik ben gaan twijfelen. Vaak heb ik dergelijke logjes tussentijds geschrapt. Ik ervaar logjes waar ik niet langer achter sta als onwaar.

Een voorbeeld. Soms heb ik geprobeerd om positief te kijken naar (en te schrijven over) situaties waar ik in werkelijkheid moeite mee heb. Of heb gehad. Als ik dan zo’n logtitel weer tegenkom, dan knaagt dat. Er staan in feite onwaarheden in, want het gevoel dat nu nog overheerst, is dat ik moeite met de situatie heb. Of heb gehad.

Een positieve wending geven aan een verhaal, is overigens geen vorm van schrijven voor de bühne. Het is eerder een soort bezwering waarmee ik mezelf probeer te dwingen niet het negatieve te laten overheersen. Soms lukt dat. Soms niet. En wanneer dat niet lukt, is zo’n log met een positieve omdenking vals. Dus moet het van Raam Open af.

Van elk log op Raam Open heb ik vooraf in Word een concept geschreven. Al die concepten bewaar ik, ook nadat de logjes verdwijnen van Raam Open. Bij de concepten in Word-documenten voeg ik regelmatig voor mezelf aantekeningen toe. Want hoe persoonlijker het wordt, hoe liever ik zaken vaag hou op internet. Met als gevolg dat ik soms zelf niet meer weet waarover een verhaal precies gaat.

Zodra ik logjes definitief schrap, verdwijnen ook de reacties voor altijd. WordPress biedt voor de reacties onder gewiste logjes geen aparte prullenbak. Daarom plak ik soms een reactie onder het concept in het Word-document. Zoals een reactie van Ingrid B op Het leven is maakbaar, toch? Daarin verwijst zij naar het begrip dramadriehoek. Het log vond ik te matig en is geschrapt, maar die verwijzing naar de dramadriehoek blijft voor mij relevant.

De opmerking van Ronald heeft mij doen beseffen dat ik Raam Open gebruik als dynamisch dagboek. Dit in tegenstelling tot een dagboek op papier, dat minder flexibel is dan een website. Natuurlijk, je kan pagina’s uit een dagboek scheuren, teksten doorkrassen, of hele stukken dichtplakken (wat ik vroeger wel heb gedaan). Maar over het algemeen laten mensen alles in hun dagboek staan.

Raam Open fungeert als dynamisch dagboek en als dynamisch fotoalbum. Dynamisch in de zin dat hier mijn actuele opvattingen en inzichten staan. Van mij hoeft een blog geen geschiedenis weer te geven. Daar heb ik Word-documenten voor. Voor wat ze waard zijn, want ook daarin staat evenmin het hele verhaal. …

(Bovenstaande foto uit een verwijderd log verbeeldt de natuurlijke schoonheid van vergankelijkheid.)

Inzichten uit het gewiste verleden van Raam Open (2)

Sterke wortels, stevige houvast.

Bij het opschonen van logjes op Raam Open kom ik ze weer tegen: rake observaties en citaten die het vermelden waard blijven. Als de rest van een tekst kan verdwijnen, bewaar ik de relevante delen. Meestal zijn dat inzichten en conclusies om even te laten bezinken. Hieronder staat een bescheiden bloemlezing uit overpeinzingen van filosofische aard.

Uit Gebruik van fietspaden en de stiltecoupé: ‘We schromen om iemand terecht te wijzen. Je krijgt al gauw een kwade reactie, in plaats van een welgemeend excuus. Bovendien voel je je ongemakkelijk wanneer je iets zegt van andermans gedrag. Dan lijkt het alsof je zelf degene bent die moeilijk doet. Terwijl de rest zich zwijgend verbijt, komen rauwdouwers al snel overal mee weg. Steeds wanneer zo iemand zijn zin krijgt, sterft er een stukje bindweefsel af.

Uit Een mooie spreuk uit de bijbel: ‘Antwoord een zot niet naar zijn dwaasheid.’ (Spreuken 26-4)

Uit Focus in, focus uit voor zingeving: ‘Verlangen naar veiligheid en gewild willen zijn, kan gekke dingen met ons doen. … We gaan heel ver voor onze wezenlijke en denkbeeldige behoeften. Daarbij verliezen we de zin van het leven uit het oog, wat dat ook moge zijn. Vriendschap misschien? Verbinding met alles om ons heen? Focus in, focus uit.’

Uit Onze behoefte aan houvast: ‘Houvast zit vooral in jezelf.’

Uit Relatiedeskundige: ‘La beauté commence au moment où vous décidez d’être vous-même.’ (Coco Chanel)

Dan de spreuk die een vaste plaats heeft in de rechterbalk van dit blog. Het is een in 2018 geciteerd citaat, dat oorspronkelijk stond in Op de barricade? (2015): ‘Welbehagen gaat ogenschijnlijk niet samen met anarchisme, maar is het resultaat daarvan.’

Uit Dromen van de Achterhoek: ‘Soms is de situatie er gewoon niet naar. Ach, wat geeft dat. Een droom is mijn beste vriend. Hij steunt mij altijd, biedt perspectief en zal mij nooit verlaten. Wat wil je nog meer?’

Uit Aanvaarding in Brabant: ‘Aanvaarding is het mooist wanneer je er helemaal zelf voor kiest. Dan is het een soort voorstadium van tevredenheid. En tevredenheid is één van de hoogst haalbare mentale staten die ik ken.’

De grote schoonmaak van een blog

In november hou ik meestal de jaarlijkse grote schoonmaak van Raam Open en deze keer pak ik dat extra uitgebreid en grondig aan. Want waarom oude logjes laten rondzwerven op internet als je er op uitgekeken bent of niet langer achter de inhoud staat? Ik hanteer ruwweg de volgende criteria:

Interesseert het onderwerp van een logje mij nog? Is het relevant? Er mag best iets grappigs tussen staan. Maar denk ook aan de enorme energieverspilling, veroorzaakt door de ontstellende hoeveelheid onzin online. En dan de foto’s: zijn die wel echt de moeite waard?

Word je blij, trots of nieuwsgierig als je een oude logtitel terugziet in de statistieken van je site? Dan is het goed. Zo niet, dan kan het logje weg.

Stel dat je vanaf morgen niets meer kan wijzigen op je blog; wat wil je dan achtergelaten hebben op het internet?

Teksten over persoonlijke en actuele zaken worden snel door nieuwe gebeurtenissen ingehaald. En geleidelijk aan kan je van mening veranderen. Dergelijke logjes schrap ik direct. Soms is een deel of de gehele tekst verouderd, maar staan er wel opmerkelijke observaties in. Die breng ik in een verzamellogje met gewiste citaten alsnog onder de aandacht. En er ontstaat vanzelf een voorraad foto’s uit gewiste logjes. Die je kan recyclen en opnieuw presenteren. Zie boven.

Deze keer ga ik het totale aantal sinds 2013 gepubliceerde logjes drastisch terugbrengen. Dat dwingt mij om kritisch te kijken naar elk afzonderlijk logje. Ik loop ze allemaal door en maak een eerste ruwe schifting. Daarna zal ik een maximaal aantal logjes per jaar bepalen. En dan begint het ware sloopwerk.

Soms moet je rigoureus te werk gaan voor een mooi resultaat.

PS: Bij deze opruiming zijn 635 logjes geschrapt en 643 logjes overgebleven. De statistieken waren namelijk nogal ontnuchterend. Om niet te zeggen: ontluisterend. Het overgrote deel van de berichten wordt kort na publicatie gelezen en daarna vrijwel nooit meer. Wat overgebleven is, zijn de logjes waar ik tevreden over ben. En bij twijfelgevallen gaven de statistieken de doorslag. De les: op internet heerst de waan van de dag. Bloggen doe je omdat je het leuk vindt; voor eeuwige roem is dit medium te vluchtig. (Tenzij je écht iets te melden hebt, want mijn familiewebsite trekt de aandacht zelf wel.)

Niet meer naar de kapper

Het vorige bezoek aan de kapster is drie maanden geleden en het wordt hoog tijd dat ik weer ga. Je zou zeggen: ‘Dan maak je toch gewoon een afspraak?’ Dat kan inderdaad, ja, ondanks corona. Mondkapje op en knippen maar. Maar ik ga met hoe langer hoe minder zin naar haar toe. Welbeschouwd is die tegenzin er al zes jaar. Want voor de verhuizing had ik een zeer vakkundige kapster. Iemand met wie ik bovendien gesprekken kon voeren die werkelijk ergens over gingen. Dat is een waardevolle combinatie: vakwerk met inhoud. Zeker als het om een kapper gaat.

Mijn haar is overigens reuze makkelijk te knippen. En zit het model er eenmaal goed in, dan heb ik er geen omkijken meer naar. Even wassen en kammen en dan ben ik klaar. Veel mannen ’s staan morgens langer voor de spiegel aan hun haar te frunniken dan ik als vrouw.

Een goede kapper is goud waard. Ik spreek uit ervaring, met schaamte, schade en schande opgedaan. Eerder somde ik hier al eens op wat er allemaal mis kan gaan: 1. Scheef geknipt haar. (De lange kant heb ik later zelf bijgeknipt.) 2 Mislukte highlights. 3. Driemaal de mislukte highlights overdoen met peroxide en daarna in zee gaan zwemmen. (Oeps.) 4. Brandwonden op mijn hoofdhuid krijgen van de permanentvloeistof. (‘Oh sorry, tijd vergeten., riep de kapper uit. Is het al zó laat?’) 5. Een heel ander model krijgen dan ik had gevraagd. (In dit geval liet ik vooraf een foto zien van hoe mijn haar eerder was geknipt. Zo wilde ik het weer hebben. Maar de kapster vond blijkbaar dat het deze keer anders moest.) Het is een groot geluk dat mijn haar steeds weer aangroeit.

Voorbeeld nummer 5 komt uit de praktijk van mijn huidige kapster. Dit geeft een goede indruk van hoe zij met klanten omgaat. Toen ik de foto liet zien, zei ze dat het ‘prachtig’ zat. (Ze had het nota bene zelf geknipt, zou ze dat niet door hebben gehad?) Vervolgens gaf ik met duim en wijsvinger aan hoeveel centimeter korter de bedoeling was. ‘Vier centimeter’, zei ik er ten overvloede bij. Ik bedoel, hoeveel duidelijker kan het nog? Vier centimeter is toch gewoon vier centimeter, of niet soms?

Wanneer ze begint, moet ik met mijn hoofd vooroverbuigen, zodat ze eerst (bij wijze van maatvoering) mijn nekharen kan knippen. Tegen de tijd dat ik dan weer rechtop mag zitten, is zij al halverwege. Tussendoor houdt ze altijd een hele redevoering (eenrichtingsverkeer). Of ze stelt mij een vraag, terwijl ik daar met dichtgeknepen keel zit, want voorovergebogen hoofd, in een benarde positie. Tussendoor moet ik ook nog hete cappuccino naar binnen gieten. Anders wordt het koud, of drijven er haren in. Ze werkt namelijk slordig. Ik heb veel meer oog voor detail dan zij, dat blijkt wel. Ik zou die losse haren namelijk meteen zien. Zij niet. Ze laat ook altijd van die kriebelige afgeknipte plukjes haren steken in mijn nek, precies op de rand van de cape.

Die cape is zwart. Dat is een probleem, want haar kapperstenue is eveneens zwart. Tegen een dergelijke donkere achtergrond kan zij nooit goed zien of mijn donkerbruine haar aan de linkerkant even lang is als aan de rechterkant. Maar zelf bedenkt zij dat niet. Daardoor zit het regelmatig scheef. Dat zie ik doorgaans pas thuis, omdat zij na het knippen steevast mijn haar een beetje ‘los en speels’ föhnt. Dat vindt zij kennelijk leuk. Dus dan moet ik thuis alsnog met een keukenschaar aan de slag.

Ik ga hooguit een keer per twee maanden naar de kapper, want ik vind het minder leuk. Tussendoor knip ik zelf mijn pony, zodat het er weer een maand mee door kan.

Dus dacht ik afgelopen zondag: ‘Weet je wat? Als ik mijn pony met een botte keukenschaar bij kan knippen, dan lukt de rest vast ook wel.’

Het spoortalud in herfsttooi

Voor deze foto heb ik moeten zoeken naar de juiste bewoording. Want hoe noem je deze situatie? Rijdt de trein hier door een dal, door een geul, of door een kuil? De zogenoemde Spoorkuil in Nijmegen zou ik eerder een vallei noemen, terwijl ik een dal associeer met iets wat gevormd is door de natuur. Dat is hier niet het geval, dus blijft over: een geul. Maar ‘spoorgeul’ komt op het internet nauwelijks voor. Het gaat mij specifiek om de schuin oplopende hellingen; die heten officieel ‘taluds’. Ook deze meervoudsvorm heb ik opgezocht, want hoe vaak gebruik je nu zo’n woord? Ik nooit.

Lang verhaal kort: Wikipedia weet raad. Het talud (van het Franse talus = helling), ook wel: beloop, is het bouwkundig aangelegde schuine vlak langs een weg, spoor, watergang, dijk, naar een brug of tunnel waarmee een hoogteverschil wordt overwonnen tussen bouwwerk en maaiveld. Een talud kan een ophoging zijn of een ingraving.

Een ingraving dus. Klaar.

(Klik desgewenst op de foto voor een vergroting.)