Het jongste lid van de sportclub

Wanneer ik de hoek omsla en een beschut plekje nader, staan er al twee mannen uit de wind en in de zon van de warmte te genieten. De jongste knoopt een praatje met mij aan. Het is een knappe, vriendelijke man. De oudere kijkt mij onderwijl zwijgend en vorsend aan. Ik voel zijn blik extra priemen wanneer de jongste zegt dat de oudste zijn partner is.

Die had ik al half zien aankomen. Nonchalant betrek ik de oudere man bij ons gesprek terwijl de radartjes in mijn hoofd draaien. Want waardoor voelt de jongere man zich aangetrokken tot deze oudere man? Het leeftijdsverschil is zo’n twintig jaar. Geld is in dit oord een voor de hand liggende factor. Maar alle denkbare antwoorden zijn mogelijk.

Later doe ik als proef een uurtje mee met de sportclub voor 50-plussers. Ik wil eerst kijken of het bevalt. Wat voor mensen komen hier en zijn de oefeningen te doen? Al snel blijkt dat ik veruit de jongste ben. En in eerste instantie verschijnen er alleen mannen. Ze zijn heel aardig hoor. Maar toch. Dit is zo’n gelegenheid waarbij mijn afgeslankte lichaam ineens prominent aanwezig zal zijn. Ik weet de blikken, hoe verhuld ook, op mij gericht. Uiteindelijk komt er nog een andere vrouw.

Misschien heeft geld er weinig mee te maken, bij die jongere en die oudere man. Want voor een 56-jarige voelt het toch heerlijk om degene met het strakste lijf te zijn.

Plog – Hollandse wolken boven de uiterwaard

Heerlijk, dit frisse uitwaaiweer met een blauwe hemel vol grote witte wolken. Zeker nu, na dagen van grauwheid. De lucht is schoon en de wolken zijn typisch Hollands*. Zo schilderden de oude meesters ze eeuwen geleden al boven zeeslagen en landschap taferelen. Nog altijd is een dramatische wolkenpartij een foto waard.

*Nou vooruit, net over de Belgische en Duitse grens zien ze er hetzelfde uit. En in Aotearoa, uiteraard.

Privé-onderwerpen op internet

‘Ik heb me ook weleens afgevraagd waar het goed voor is dat ik al die persoonlijke dingen deel. Stond ik nou mijn verleden uit te venten? Uiteindelijk vond ik van niet. Je kunt alleen maar iets op een podium vertellen als het al is verwerkt. Het blijken vaak je mooiste stukken te zijn. Daarnaast vind ik het een sport om met een botte bijl op mijn zwaktes in te hakken, waarbij ik zo eerlijk mogelijk probeer te zijn. Dat voelt al veel minder privé. Hoe meer privé iets is, hoe meer het voor iedereen geldt. Tijdens het schrijven aan een voorstelling verkeerde ik vaak in de veronderstelling dat mijn gevoel uniek was en dan kwamen er na de voorstelling allemaal mensen naar me toe die zeiden dat ze het zo herkenden.’

Ingekort citaat van cabaretier Emilio Guzman in een interview met Susan Smit in Happinez, nummer 8, 2017.

Als blogger herken ik vrijwel alles van wat Emilio zegt. Jij ook?
En zo ja: lukt het je om privé-kwesties voor jezelf te verhelderen en te verwerken doordat je erover blogt?

Plog – Binnen zitten

Door alle nattigheid van de laatste tijd hebben we de neiging om binnen te blijven. Ik tenminste wel. Met als gevolg dat de stapel leesvoer flink is geslonken. Het huis is schoon en de was hangt te drogen. Vrijdagochtend 09.38 uur. Ik heb alles gedaan wat er op mijn lijstje stond. Nu is het wachten op inspiratie voor het volgende blogonderwerp.

Geduld …

Geduld …

I’m watching the grass grow.

Weten jullie nog wat?

Zijn we al emotioneel volwassen?

Het valt mij op hoe sommige volwassenen zich als kinderen kunnen gedragen. Typerende kenmerken zijn: geen verantwoordelijkheid willen nemen, egocentrisme en weinig relativeringsvermogen. Al tijden zoek ik naar verklaringen en nu wijst Henk50 op een prachtig begrip: ego-transcendentie.

Volwassenheid houdt in dat je jezelf en je eigen belang kan overstijgen. Als je dat stadium bereikt, bereik je wijsheid. Henk wijst op Judith Viorst, een psychoanalytica die meent dat veel ouderen daarin niet slagen. ‘Ze kunnen vervelend, praatziek, egocentrisch en klaagziek zijn. De wereld draait om hen.’ Maar: ‘Tegelijkertijd kunnen mensen ook veranderen.’, schrijft hij. En dat is waar het mij hier om gaat.

Praat je over ouderen, dan denk ik aan de generatie van mijn vader en moeder. Geboren in de jaren dertig of veertig hebben ze wel of niet bewust de oorlog meegemaakt. Daarna volgden de wederopbouw en de bekrompen jaren vijftig, de revolutionaire jaren zestig en de alternatieve jaren zeventig. In de jaren tachtig werd het bestaan geleidelijk aan zakelijker. De rest is bekend.

Je kan je afvragen hoe de huidige ouderen zijn opgevoed. Want de gezinnen waren groot, sociale zekerheid ontbrak en het leven was hard. Dat doet iets met mensen. En in hun jeugd was er nog weinig wetenschappelijke kennis van pedagogie. Hoe anders is dat nu. Zelfs al maakt een kind geen goede start, dan is er psychosociale begeleiding voorhanden.

Er komen er nu relatief veel boeken op de markt van veertigers en vijftigers die ‘afrekenen’ met hun ouders. Mijn generatie heeft kennelijk iets te verwerken. Niet alles is goed gegaan en daarvan zijn we ons zeer bewust. Want we zien wat opvoeding tegenwoordig inhoudt. Een aantal van ons heeft wel anders meegemaakt. Menige ondermijnende gedachte en blokkade valt rechtstreeks te herleiden naar onze jeugdjaren.

Bij de oudere generatie zullen vast ook de nodige ondermijnende gedachten leven en blokkades bestaan. Alleen was het rond hun vijftigste minder gebruikelijk om naar een coach of psycholoog te gaan. Hoger opgeleiden deden dat misschien. Maar de rest? Die vond waarschijnlijk dat je je niet moest aanstellen. Ze zijn wel flink geweest, maar hebben minder aandacht besteed aan hun persoonlijke ontwikkeling. Hierdoor kan het gebeuren dat ouderen zogezegd vervelend worden en verzuren.

Volgens mijn buurman (die van de rioolperikelen) is mijn roodbladige boom ‘maar lelijk, want er komen geen bloemen in.’ Zijn vrouw had een voorkeur voor bloemen en hij baalt dat ik een andere boom heb gekapt. Ligt het aan zijn beperkte mentale blikveld, of ligt het aan zijn gezichtsvermogen? Ik zou toch zweren dat dit hierboven bloemetjes zijn.

Voor hem komt ‘De kracht van kwetsbaarheid’ van Brené Brown wellicht te laat. Maar andere volwassenen fleuren misschien nog op als ze een spelletje Omdenken doen.

Iedereen wil coach zijn

Als je in kringen van oudere werkzoekenden verkeert, kom je ze nogal eens tegen. Mensen die coach willen worden of dat al zijn. Het viel mij in 2008 al op hoeveel mensen dit beroep ambiëren. In dat jaar volgde ik een coaching traject bij een gerenommeerd bureau. Het doel was herbezinning op mijn loopbaan, om daarna elders verder te gaan.

Dat traject heb ik als een warm bad ervaren. De locatie was een prachtige oude Haagse villa waar deelnemers in een prettige sfeer ervaringen konden uitwisselen. Er waren workshops, groepssessies, individuele persoonlijke gesprekken en volop kansen om te netwerken. Veel veertigers en vijftigers in mijn ‘lichting’ hadden een interessant verhaal. Een vaste vraag was of je al wist op welk beroep je je wilde oriënteren. Opvallend veel deelnemers ambieerden de zelfstandige functie van coach. Onze eigen coaches dienden als goed voorbeeld.

Vreemd is die keuze niet. Boven de veertig heb je al heel wat lief en leed meegemaakt. Je beschikt over de nodige levenservaring. Zo weet je waarover je praat als iemand met een vergelijkbaar probleem om hulp vraagt. Dat coachen lijkt aangenaam. Je gaat samen rustig en in vertrouwen het gesprek aan. En het is fascinerend om te zien welke beweegredenen andere mensen hebben en hoe ze met elkaar omgaan. Coaching is betekenisvol werk wanneer je iemand daadwerkelijk kan helpen. Misschien geeft dat wel veel meer voldoening dan het werk wat je eerder hebt gedaan.

Als bijkomend voordeel kan je zo beginnen en tegelijk werken aan je professionele ontwikkeling. Even inschrijven bij de Kamer van Koophandel en klaar. Terwijl je nog een vakinhoudelijke cursus volgt, start je gewoon alvast een bureau. Inmiddels telt het Handelsregister 63.000 coaches. Dat is een stijging van 66% sinds 2014. (Bron cijfers: ‘Het begrip coach is uitgehold’, de Volkskrant, 12 maart 2019.) Ik durf te wedden dat de stijging tussen 2008 en 2014 zeker even hoog was.

Sinds dat traject ontmoet ik nog regelmatig coaches. Bijvoorbeeld bij de werkgroep voor en door werkzoekenden. Al vijf jaar lang wordt daar om de week een workshop gegeven door vrijwilligers. Menige trainer is zelf coach of wil coach worden. Degenen die in nog opleiding zijn, ontmoeten er mensen om hun coaching talent mee te oefenen. En de coaches die al een praktijk hebben, zoeken er naar klandizie. Ik ben heel benieuwd hoeveel van die 63.000 coaches in realiteit parttime of volledig werkloos zijn.