Varen op het Leidse water

Zodra de zon schijnt, komen ze allemaal tegelijk in beweging. De bootjes in Leiden. Sommigen varen de stad uit naar de Kaag of de Braassemermeer. Anderen maken uitstapjes over de Vliet of de Oude Rijn.

Vermoedelijk varen de meesten gewoon rondjes over en binnen de singels. Want het is zien en gezien worden hier. En je kan makkelijk aanleggen bij menig café. Terrasboten genoeg, overigens. Ook zonder eigen boot is het goed toeven op de Leidse grachten. Dan ontloop je gelijk de nautische files. Die zijn op zondagen een waar fenomeen.

Zouden er nog echte peurders zijn?

Degene die achter de leider staat

Als je een kritische volger van de leider bent, zoals ik, dan moet je soms schipperen. Wat zeg je wel, wat zeg je niet? En als je wat zegt: wanneer doe je dat en op welke manier? Na het logje van gisteren volgt een wandeling met een groep. De kaartlezer of leider is een sympathieke man. Hij is relaxed in de omgang.

Ik ben tweemaal eerder met hem op stap geweest. Soms dwaalde hij toen een beetje af. Maar steeds bracht zijn richtingsgevoel ons terug op het juiste pad. Wel scheen de zon op die dagen, terwijl het nu regent. En de vorige keren was zijn vriendin er ook bij. Misschien hielp zij hem. We wandelen deze keer van Oosterbeek via kasteel Doorwerth over de stuwwal naar Renkum. Althans, dat is de bedoeling.

Onderweg naar het oude kerkje vertelt hij dat hij een oude beschrijving heeft meegebracht. Hm. Er kan in een paar jaar veel veranderen. Maar hij heeft ook een plattegrond waarop ik vluchtig veel kronkels zie. Ik ken deze ongemarkeerde route niet, maar het gebied wel globaal. Al snel loopt hij anders dan verwacht. Want hij heeft hardop gelezen dat we links van water moeten komen, terwijl hij zelfverzekerd naar een pad rechts van een vijver stapt. ‘Geen punt,’ denk ik,’ als het fout gaat, komen we verderop bij bruggetjes, en hou mijn mond.

Voor een kaartlezer is het vervelend als anderen zich ongevraagd met de route bemoeien. Al snel merkt hij zelf dat we verkeerd lopen. Bij het eerstvolgende bruggetje gidst hij ons naar de overkant. Niets aan de hand, hij pikt het spoor weer op. Toch lopen we een uur later nog steeds bij Oosterbeek rond. Mijn richtingsgevoel is in een bos zeer onbetrouwbaar. Maar als ik voor de tweede keer dezelfde auto zie staan, weet ik zeker dat we fout gaan. Dat valt hem ook op.

Achter zijn rug beginnen enkele mensen te morren. Zij zijn vanuit de Randstad anderhalf uur onderweg geweest om hier te wandelen. Kaartlezen doe je vrijwillig, maar er worden wel eisen gesteld. Ik vertel aan de achterhoede dat ik hem ken en dat het steeds goed kwam. Hij past de richting aan en nu lijken we wel naar het zuidwesten te gaan. Tot we bij de Utrechtseweg uitkomen, in het noorden.

Ik heb om minder wandelgroepen zien muiten. Het is ook geen enkele kunst om een groep in zo’n situatie op te ruien. Soms ligt de ware macht niet bij de leider, maar bij degene die achter hem staat.

Human Resources in de prestatiemaatschappij

Wanneer een medewerker van een klantenservice mij helpt, zegt hij aan het eind: ‘Hierna volgt een bandje voor een klanttevredenheidsonderzoek. Daar hangt mijn beoordeling van af. Het systeem werkt zo dat een ‘8’ onvoldoende is, want een ‘8’ is minder dan een ‘10’. Zou u mij, als u mijn dienstverlening goed vond, meer dan een ‘8’ willen geven? Veel dank alvast.’ Ik voel mij sinds de aanloop naar de reorganisatie van 12 jaar geleden nogal vervreemd van onze prestatiemaatschappij.

Prima om onze dienstverlening en resultaten op peil te houden. Maar nu is het allemaal een beetje doorgeslagen. De menselijke maat is weg. Vroeger, in die goeie ouwe jaren tachtig, keek een HR-manager gewoon naar wat je in je mars had. Daarvoor maakte hij of zij een leuk babbeltje met je en daarna was je aangenomen. Nu werkt het niet meer zo.

Bij de groep voor werkzoekenden geeft een gasttrainer een workshop. Het is een geboren Rotterdammer. Ik heb meteen een beeld bij die stad en die man. ‘Niet lullen maar poetsen.’, is daar het populaire imago. Je wordt beïnvloed door je omgeving. Als je het maar vaak genoeg roept met zijn allen, wordt het een self fulfilling prophecy. Nou ja, voor de meesten dan. Niet iedereen is zo.

Ik hoef ook geen gedoe en ben voor doorwerken. Het probleem is dat ik daarnaast nog nadenk. Een collega omschreef mij eens als ‘een kritische volger van de leider’. Dat is raak. Ik volg en ben zelfs zeer loyaal, maar ik moet dan wel overtuigd zijn van de goede zaak.

De trainer is jarenlang HR-manager geweest. We gaan een elevator pitch leren formuleren en presenteren. De camera staat al klaar. Hij reageert op ons zoals dat in het echte bedrijfsleven gaat. Wie ben je? Wat heb je te bieden? Waarom moet ik jou nemen? Wat zijn je USP’s? Geef voorbeelden. Wat waren de resultaten? En wat was het voordeel voor de zaak?

Af en toe stelt hij een onverwachte vraag. Degene die gefilmd wordt, moet even nadenken en je ziet haar ogen afdwalen. Tijdens de nabespreking met de groep zegt hij dat zij hem had moeten blijven aankijken. Wegkijken is een teken van onzekerheid, vindt hij. Ik ken dat argument, het is ook tegen mij al vaker gezegd. Maar als ik iemand aan moet blijven staren, kan ik niet nadenken. Daarom adviseert hij om in een gesprek met een potentiële klant duidelijk aan te geven dat als mijn ogen afdwalen, dat is omdat ik nadenk.

Ik weet het niet, hoor. Mijn ervaring van de laatste jaren is dat je geen enkel mankementje meer mag hebben. En nadenken is daar een van.

De Lagewaard in Koudekerk aan den Rijn

Op een half uurtje rijden van Den Haag en Amsterdam liggen oer-Hollandse dorpen waar geen toerist komt. Middenin de Randstad en middenin het Groene Hart. De veeteelt en de kaasmakerij brachten er eeuwenlang welvaart. Dat zie je aan de zomerhuizen naast elke pronte boerderij. Koudekerk aan de Rijn is zo’n agrarisch dorp. En met een landweggetje als de Lagewaard doet het niet onder voor Giethoorn. Zulke mooie plekjes zijn bij het grote publiek onbekend.

Rond 1600 bezat een zoon van mijn voorouders er stukken grond, een steenbakkerij en ander onroerend goed. Het was toen nog deels onontgonnen terrein. In 1613 werd ‘lant noch dagelicx van wegen den voorn. A.J.F. ontgront ende de cleij­aerde foe langer foe meer uijtgedolven ende wech gevoert.’ Het moet er ruig en drassig zijn geweest. De boeren sloten stammen uit die periode.

Voor mij is dit welbekend terrein. Ik ben opgegroeid in een naburig dorp, waar vergelijkbare polderweggetjes zijn. Ze bestaan uit een enkele rijstrook voor tweerichtingsverkeer. Als er een tegenligger komt, moet je uitwijken naar een brug. Want ze hebben meestal smalle, steile bermen en modder-sloten aan weerszijden. Geen buitenlandse toerist durft daar te rijden.

In mijn Leidse tijd fietste ik bij mooi weer regelmatig naar deze polder. Het is een overgang van rumoer en hoge stenen muren naar relatieve stilte en weids grasland. Dit gebied grenst aan de noordzijde van de Oude Rijn. Voorbij Leiderdorp fiets je over een smal pad zo de Achthovenerpolder in. Na een half rondje bereik je de Lagewaard, nabij de rivier. De bebouwing rukt aan alle kanten op, maar hier ligt het land nog open.

Sinds de verhuizing naar Gelderland bekijk ik mijn voormalige woongebied met de ogen van een toerist.

(Bron oude plattegrond: Grote Historische Atlas, 1 West-Nederland, Wolters-Noordhoff Atlasprodukties.)

Experiment: 3 dagen zonder tv en internet

Op vrijdag zet ik om 11 uur ’s ochtends mijn laptop aan om op internet te gaan. Maar de vaste netwerkverbinding doet het niet meer. Al gauw blijkt dat de tv evenmin werkt; ook die ontvangt zenders via internet. Daar zit ik dan, afgesloten van de rest van de wereld. De monteur komt pas maandag tussen 8.00 en 10.00 uur. Maar dit is wel een perfect moment voor een beschouwend experiment.

Drie Hele Dagen Zonder Tv en Internet
Even voor het effectbejag: Drie Hele Dagen Zonder Tv en Internet! Hoe lang is dat geleden? Ik heb internet via werk sinds 2000 en thuis sinds 2006. Mijn oudste Hotmailadres stamt uit 2001. Daarvoor moest ik tijdens vakantie of in het weekend naar internetcafés of de openbare bibliotheek. Een mobiele telefoon gebruik ik niet voor internetbankieren of e-mails. Da’s me te veel gepriegel. En de vaste verbinding op mijn laptop is veiliger.

Experiment
Hoe kom je het leven door tijdens drie hele dagen zonder tv en internet? (Ook mijn mobieltje gaat in de ban.) Dit wordt een sociaalwetenschappelijk experiment. Zoiets als Big Brother, maar dan omgekeerd. Ik waag het erop zonder deskundige begeleiding van een psycholoog. Want dat er afkick-verschijnselen zullen volgen, is zeker.

Verslaafd aan internet
Thuis zit ik vaak urenlang op internet. Sowieso voor talloze praktische zaken. Verder schrijf of lees ik voortdurend e-mails en logjes. Staat er iets boeiends in de krant, dan zoek ik online naar meer informatie. Wordt er veel gekletst op de radio, dan wijk ik uit naar muziek op YouTube. En documentaires zie ik graag op een zelfgekozen moment via internet. Er valt dus nogal wat weg.

Afkickverschijnselen
Drie dagen lang betrap ik mezelf om de haverklap op ‘schijngedachten’. Dan denk ik: ‘Even een e-mailtje sturen/iets opzoeken/logjes lezen’. Direct gevolgd door: ‘Oh nee, kan niet.’ Ook heb ik vaste gewoonten, zoals kijken naar het NOS journaal om 20.00 uur. Daarom ervaar ik rond dat tijdstip een licht gemis. Maar Radio Gelderland zendt ook NOS-nieuws uit om 20.00 uur. Dat is prettig bondig, dus pijnlijk wordt het niet. Dit geldt voor meer zaken. Ik check de schrijfwijze van woorden doorgaans op internet, maar in de kast staat een driedelig woordenboek. Voor dit gemis bestaat nog een analoog alternatief.

Alternatieven voor contact en vertier
Ik hoef mezelf niet in eenzaamheid af te zonderen. Ik kan ter afleiding bij de buren aanbellen of naar de plaatselijke kroeg gaan. Ik kan naar de stad gaan of met vrienden afspreken. Bovendien komt er via Raam Open een leuk aanbod. (Ja, ik heb gespijbeld en later gespiekt via mijn mobiele telefoon.) Maar dergelijke uitwegen voelen als valsspelen. Ik wil het gemis aan tv en internet wezenlijk ondergaan.

Bloggen op mobiele telefoon
Ik kan het toch niet laten om op vrijdag een kort bericht op Raam Open te plaatsen. Als om mijn bestaan te bevestigen. Het is nog net geen SOS. Bloggen op een mobiele telefoon gaat trouwens tergend traag en moeizaam. Daarop kan ik slechts met één vinger typen, tegen met tien tegelijk op mijn laptop.

Alternatieven voor internet
Deze drie dagen zonder tv en internet mis ik mijn blog het meest. Plus You Tube en de logjes van andere bloggers die ik volg. Kortom, precies het creatief-interactieve deel van mijn internetbestaan. Veel andere ‘behoeften’ zijn te omzeilen met analoge alternatieven of alternatieve bezigheden. Zoals de krant lezen, vrienden bellen, via de radio luisteren naar muziek of het weerbericht. En het scheelt dat dit geen drie werkdagen zijn.

Bankieren zonder internet
Hopelijk staat er intussen nog voldoende saldo op mijn ING-rekening. Want de automatische afschrijvingen en pinpasbetalingen gaan door. En stel dat ik nu snel een factuur moet betalen. Ergens achterin de kast ligt nog een mapje overschrijvingskaarten van de ‘Postbank’. Zou men het daarop vermelde 7-cijferige rekeningnummer kunnen verwerken zonder IBAN?

App 9292
Op zaterdag smokkel ik nogmaals. Ik zoek via een app welke trein ik moet halen voor een afspraak. Dat had ook analoog gekund met een telefoontje naar 9292. Maar welk nummer toets je in voorafgaand aan ‘9292’? In een papieren telefoongids kan ik het niet opzoeken. Die is lang geleden weggedaan. Want alles staat op internet, nietwaar? En zonder tv-signaal werkt zelfs teletekst niet meer (als dat nog bestaat).

Conclusies

  • Internet heeft ons onafhankelijker gemaakt. We hoeven bij niemand aan te kloppen als we een vraag hebben of iets willen regelen.
  • Internet vergroot de afstand tussen ons en organisaties. Zelfs als je een helpdesk belt omdat je geen internet hebt, krijg je via een ingesproken bandje eerst de vraag of je een chatsessie wenst.
  • Paradoxaal zorgt internet tegelijk voor extra persoonlijke contactlijnen.
  • We zitten in een overgangssituatie. Er bestaan nog analoge alternatieven, maar we beseffen amper wat er al verdwenen is. Jongeren hebben daarvan geen idee.
  • Voor 95% van de tijd is het goed toeven zonder internet. Just get a life.

Op maandag om 08.00 uur staat de monteur voor de deur. ‘Er zat een draadje los in de lokale centrale.’, luidt zijn conclusie na een uur. Internet doet het weer. Het voelt alsof de vakantie voorbij is.

Witte asperges met salade snel klaar

Het is weer aspergetijd, dus lonken de asperges al bij de ingang van de supermarkt. Ik neem een bundel mee. Nu hou ik erg van lekker eten, vooral als het kant en klaar wordt geserveerd. Maar volgens internet is witte asperges koken best ingewikkeld. En het is vast heiligschennis om ‘het witte goud’ in de magnetron te stoppen. Daarom probeer ik te voldoen aan zo’n recept.

Tjonge jonge, wat een heisa geven die asperges. Je moet minstens de halve supermarkt en keukenzaak leeg kopen, wil je aan alle eisen voldoen. Een aspergepan, een vergiet, een touw, een keukenrol, een schuimspaan, een kooktoestel. Oh, dit laatste heb ik wel, maar mag het inductie zijn?

En dan alles waar je op moet letten. Staat het label ‘Klasse 1 AAA’ wel op de verpakking? Daar komen ze nu mee, als ik al thuis ben. Je moet met je nagel het vochtgehalte controleren. Pardon? Het plastic is dicht geseald, hoor. Nuttiger is dat je asperges twintig minuten moet koken. Maar hoe zit het dan met inductie? Verder heb ik geen Hollandaise saus in huis en evenmin de voorgeschreven roomboter. Afijn, koop ik eens asperges, wordt het natuurlijk weer een zooitje.

Toch, ben jij zo’n druk bezet medemens en heb je helemaal geen tijd voor dat gepruts in de keuken? Lees dan vooral even door. Dan geef ik je het eenvoudigste recept voor asperges met een heerlijke salade.

Witte asperges met salade en verse aardappeltjes à la Karine

  • 500 gram witte asperges. (Niet te dun, dan blijf je schillen en niet te dik, die zijn te stug. Neem maar asperges zo dik als je pink.)
  • Een gewone kookpan voor inductie. (Scheelt tien minuten koken.)
  • Zo’n dunschiller als je voor de aardappels gebruikt.
  • 150 gram AH witlofham. (Zo heet dat).
  • 100 gram AH basic scharrelei salade. (Dan hoef je geen ei te koken en daar is de mayo al bij inbegrepen.)
  • Zoveel verse aardappeltjes als je maar wenst.

Asperges koken

  • Kook water in de pan. (In een waterkoker gaat nog sneller.)
  • Schil de asperges, laat de kop erop zitten, snij het kontje eraf en stop ze in de pan. Zorg dat ze onder water liggen.
  • Tien minuten koken.
  • Daarna laten uitlekken.

Salade maken

  • Doe de boter of margarine in een schaal.
  • Snij de ham in hapklare blokjes of strookjes en doe die erbij.
  • Voeg de scharrelei salade toe.
  • Hussel alles door elkaar.

Met zo veel kant en klare ingrediënten heb je gelijk geen zout meer nodig.

Oh ja, wat je met de aardappels doet, verzin je zelf maar.

Eet smakelijk.