Voor inspiratie naar de 50PlusBeurs

Onverwacht detail, bij nader inzien

Een nieuwsbrief in de mailbox biedt kaartjes aan voor de 50PlusBeurs. De 50PlusBeurs in Utrecht. Daar heb ik eens een dag als deelnemer in een informatiestand gestaan. Toen was ik nog te jong.

Beurzen vormen een uitputtingsslag, maar afhankelijk van het thema bezoek ik ze graag. Idealiter kom je er in contact met mensen en bedrijven die je op nieuwe ideeën brengen. Ze bieden producten en diensten aan, die je in je eigen omgeving minder gauw vindt.

Inmiddels ben ik oud genoeg en deze keer wil ik inspiratie opdoen. Gewoon, om uit te vinden wat ik met de kennis en mogelijkheden van nu, met het vervolg van mijn leven zal doen.

Het spookbeeld van de tuin

Luchtdansend spook in de tuin

Zeven jaar ben ik nu bezig om een groene oase te maken van een voormalige stenen massa. Dit jaar is alles mooi volgroeid en staan de planten er beter bij dan ooit. Toch is tuinieren hier een continu gevecht tegen de bierkaai. In de zanderige ondergrond zakt het water veel te snel weg. De meeste planten en struiken komen uit Mediterrane en subtropische oorden, maar hebben wel voldoende water nodig om tot bloei te komen en er gezond uit te blijven zien.

In mijn tuin kan ik een microklimaat creëren. Schaduwdoek beschermt het jonge loof en de bloemen tegen de felste zonnestralen en de regenton vangt elke druppel op van het dak. Pas een keer heb ik in 2022 met kraanwater moeten sproeien. Tot vorige week viel er steeds een plensbui wanneer die hoognodig was. Alleen gisteren niet. En nu staat de volgende warme droogteperiode voor de deur. Daarom heb ik tijdig foto’s genomen, als toekomstige herinnering.

‘Het spook in de speeltuin.’ Die titel zit in mijn geheugen gegrift. Het bijbehorende logje stamt uit 2014 en heb ik later gewist. ‘Een spook in de tuin’, dacht ik, bij het langzaam opwaaiende en sierlijk bewegende schaduwdoek. Een balletdanseres in slow motion.

Suspirium, opnieuw.

Gevolgd door ‘Het spookbeeld van de tuin’. In dorre bruintinten, vanwege de versnelde klimaatverandering.

Tweede start na zeven jaar

Nu de laatste klus op de lijst van de bouwkundige keuring uit 2015 gedaan is (plus drie klussenlijsten daarna), voelt het alsof er een nieuwe fase begint. Een soort herstart die samenvalt met de afloop van de eerste zeven jaar. Mijn huis en ik hebben nogal wat meegemaakt en doorstaan met elkaar. En met bouwvakkers. Een hele reeks bouwvakkers. Zeker veertig in totaal.

Wat die bouwvakkers betreft: er zijn uitzonderingen. Maar elke denkbare truc om meer te vangen dan het geleverde werk waard is, ken ik nu. Wat ik inmiddels ook weet, is hoeveel uur voor een goed uitgevoerde klus realistisch is. Het is bijna jammer dat alle grote klussen zijn gedaan, anders zou ik deze kennis meteen in praktijk brengen.

Of zal ik naar de plaatselijke bouwvakschool gaan en een zelf ontwikkelde lesmodule ‘Zo werk je klantgericht en professioneel’ te koop aanbieden? Daar is veel behoefte aan, terwijl het gewoon een kwestie is van mijn ervaringen omdraaien. Op basis hiervan praat ik met gemak een uur vol.

Op dit moment ben ik met een heuse grote schoonmaak bezig. Dat is typerend voor een tweede start. Naast de gebruikelijke ‘extra klussen’, zoals ramen zemen, vloeren dweilen en de douchebak ontkalken; doe ik nu dingen als: oude kitranden vervangen, alle nog goede kitranden poetsen met chloor en een tandenborstel, vloerkleedjes wassen, muren stofzuigen, op mijn knietjes plinten poetsen, afzuigkap ontvetten, enzovoort. Kortom, alles wat ik normaliter hooguit eens in de zeven jaar doe. Of nooit.

Wat echter niet lukt, is het ontdooien van de inbouwkoelkast. Daar zit geen aan/uit-knop op en de stekker is achter de koelkast verstopt. (Iets zegt mij dat die koelkast niet door een vrouw ontworpen is.) Dus hoe krijg ik dat nu weer opgelost?

Wat je met het afwerken van vier ellenlange klussenlijsten makkelijk vergeet, is dat het gedane in zeven jaar tijd geleidelijk aftakelt. Of veroudert. Of uit de mode raakt. Vandaar dat de volgende ronde van het verfwerk alweer voor de deur staat. Dit zal ik maar beschouwen als een tweede kans.

Echt een kind van mijn vader

Vandaag moest ik sterk aan mijn vader denken, die vijf en een half jaar geleden overleed. Ik heb namelijk iets gemaakt waaraan je goed kan zien dat ik een kind van hem ben. Mijn vader was van de generatie die met weinig tevreden moest zijn. Spullen waren duur in zijn jeugd. Dus als er iets kapot ging, dan repareerde je dat, en het liefst met materiaal dat je ergens van bewaard had. Je gooide nooit zomaar iets weg. Mijn vader heeft een paar jaar technische scholing gehad. Hij was veertien toen hij aan zijn eerste fulltime baan begon. Vijf en een halve dag in de week.

Ik denk dat ik iets van zijn praktische creativiteit en inventiviteit meegekregen heb. Plus de wil om zelfredzaam te zijn. Daarnaast ga ik ook zorgvuldig met mijn (weinige) spullen om. Wat nog goed is, gaat nooit zomaar weg. Desnoods breng ik het naar de kringloopwinkel of zet ik het te koop op Marktplaats.

Mijn vader is een paar maal in het huis geweest waarin ik nu woon. Bij een van zijn bezoeken bracht hij enkele zelf opgekweekte tomatenplanten mee. Hij had ze opgebonden aan een paar oude bamboe stokken. Stokken die ongetwijfeld al talloze malen in de tuin waren gebruikt. De tomaten hielden het in mijn zanderige tuin niet zo lang uit. Wat overbleef, waren die twee bamboe stokken.

Fast forward naar nu, zeven jaar later. Gisteren is de allerlaatste klus op de ellenlange klussenlijst (vanaf juni 2015) geklaard. De dakkapel achter is geverfd. Het houtwerk ziet er weer helemaal fris en glanzend uit. Er zitten enkel nog wat vettige vlekken buiten op een ruit. Dus moeten de ramen op de eerste verdieping worden gezeemd. Ik weet niet hoe andere mensen dat doen, maar zelf kan ik er nooit zo makkelijk bij.

Ik kan op een wiebelig tafeltje gaan staan, ver voorover hangen en dan met een spons in de hand de ramen zemen. Of ik kan op de vloer van mijn slaapkamer blijven staan en dan met een spons aan een veel te lange stok met hoekige en houterige bewegingen, al stotend tegen het plafond / de middenbalk / het andere raam proberen het raam aan de buitenkant schoon te maken. Gevolgd door dezelfde capriolen met een handwisser op een te kort stokje of een wisser op een veel te lange steel waarmee ik ook weer overal tegenaan stoot.

Daarom zoek ik al jaren naar een tussenmaatje voor die steel. Een spons op een lichtgewicht steel van ongeveer een meter lang, plus een wisser met even lange steel.

Je zou toch denken dat ik niet bepaald de enige ben met dit probleem. Er zijn toch wel meer huizen waar ramen zemen op de eerste/tweede/etc verdieping een ingewikkelde bedoening is. Maar iets handzaams op een steeltje van een meter lang is er niet. Zelfs niet op internet.

Ooit vond ik iets wat erop leek in een bouwmarkt in een koopjesgrabbelbak. Dat was een soort sponsdoekje op een plastic plaatje aan een stokje met een scharnier. Waarschijnlijk was het voor het wassen van autoruiten bedoeld. Maar toen ik later vanuit het zolderraam met een bergklimmerstouw op het dak van mijn dakkapel geklommen was, en bengelend over de rand de wang (= dakdekkersvaktaal) van mijn dakkapel aan het schoonmaken was, brak het sponsgedeelte van het handzame steeltje af.

Ik ben nog terug gegaan naar diezelfde bouwmarkt met precies diezelfde koopjesgrabbelbak, maar wat er ook allemaal in lag, geen autoruitenwassersponsjeopsteel. Sindsdien is ramen wassen op de eerste verdieping weer een probleem.

Totdat ik vandaag dus een ingeving kreeg, die mij dochter van mijn vader waardig maakt. (Overigens had ik al eerder een gerelateerde uitvinding gedaan die behoorlijk gelijkwaardig was.)

Want wat ik nog niet heb verteld, is dat ik die tweede keer iets anders vond in die koopjesgrabbelbak. Namelijk: een verfroller met korte steel, maar dan wel een met een telescopisch deel. Kijk. Daar kan ik wat mee.

Men neme een verfroller en men neme een rol ducttape. Met een stuk tape zet je de roller vast, zodat die niet meer draait. Et voilà! Een sponsachtige ding met korte telescopische stang dat in gefixeerde stand niet rolt maar keurig over het glas veegt.

Alleen die ruitenwisser ontbrak nog. Gelukkig kwam vandaag het eureka-moment. Want wie wat bewaart, heeft wat. Een oud wissertje met korte steel, bijvoorbeeld. Plus een oude bamboe tomatenstok. Laat die stok nu precies passen in het holle steeltje van dat ding. Stukje bamboe eraf gezaagd om de steel op maat te maken en stukje ducttape erop om de boel te fixeren. Tadà!

Ruitenwisser met medium bamboesteel; verfroller als spons op medium telescoopsteel

Nu alleen nog even een patent aanvragen voor mijn prototypes.

Zelf zorgen voor koelte in huis en tuin

Verkoeling Libanese methode: dikke gordijnen buiten voor het balkon.

Komend weekend wordt het weer warm. Dan is een beetje koelte en schaduw in huis en tuin wel zo prettig. Na het eerdere gepruts met doeken, stokken, knijpers en touwtjes, kreeg ik vanmorgen een paar ingevingen. Van een lange doek en een oud gordijn heb ik twee perfect passende schaduwdoeken gemaakt. Dat is heel eenvoudig.

(Voor geïnteresseerden hier een korte werkbeschrijving. Meet goed uit hoe lang de doek moet zijn. Check waar de haakjes, lusjes of oogjes ter bevestiging moeten komen. Bijvoorbeeld alleen op de hoeken, of op specifieke onderlinge afstanden. Knip (voor lusjes) twee veters door midden. Vouw (voor hoekbevestiging) een klein stukje van elke hoek van een doek of gordijn dubbel. Naai de vier veterkoordjes als een lus op de omgevouwen hoeken vast. Steek voor extra versterking een grote veiligheidsspeld door het doek en de vastgenaaide veters heen. En klaar is je schaduwdoek.)

Zo heb ik een lang schaduwdoek gemaakt voor de hortensia’s en een luifel voor aan de schuur. Nu nog twee extra palen in de achtertuin. Dan kan ik voor de schuur heerlijk in de schaduw zitten. Een strategisch geplante boom zou trouwens nog beter werken, maar mijn papaja is nog in de groei.

Voor het woonkamerraam ga ik een buitengordijn maken. Het meest effectief is namelijk om warmte van buitenaf te weren. (Witte muren, luiken voor de ramen, sedum op het dak, bomen rondom het huis.) Bij tropische temperaturen scheelt dat veel.

Tijdens de extreme hitte was het hier 39 graden in de schaduw. Toen heb ik een witte flanellen hoeslaken aan de buitenkant om mijn dakraam gespannen, evenals katoenen doeken buiten voor de slaapkamer- en woonkamerramen gehangen. Verder heb ik ’s morgens al vroeg het hele huis gelucht en de boel vanaf 08.00 uur potdicht gehouden. Dat leverde een verschil op van 14,5 graden tussen de binnen- en buitentemperatuur! Op de begane grond, weliswaar. Op zolder werd het warmer.

Van oorsprong had mijn 109-jaar oude huis houten luiken voor de ramen. In het kader van energiebesparing zouden die wederom handig zijn. Ze houden het huis ’s zomers lekker koel en tijdens winteravonden extra warm.

Bij elkaar kosten een schaduwdoek, een luifel en een buitengordijn mij niets. De oude doeken/gordijnen en schoenveters had ik nog liggen. Dergelijke artikelen komen altijd een keer van pas. Naaigaren en veiligheidsspelden ook. Mijn probleem is opgelost en de bewaarde spullen krijgen een tweede leven. Dat stemt tevreden.

Gepruts met touwtjes en lapmiddelen

Gevoelsmatig heb ik vijf dagen lang zinloze rondjes gedraaid tussen de voor- en de achtertuin en tevergeefs eindeloos geprutst met lapmiddelen en touwtjes. Dat zit zo. Het zou weer warm worden. Heel warm. Daar word ik steeds een beetje onrustig van. Zelf kan ik best goed tegen de hitte. Met mijn tropenervaring weet ik heel goed wat tegen zinderende luchtstromen te doen. Maar die verzameling hortensia’s in de voortuin … En bepaalde planten in de achtertuin … Die zijn er allesbehalve tegen bestand. Wat ik ook probeer of fabriceer, ik kan nauwelijks iets doeltreffends voor die planten doen. En uiteraard stond alles juist zo vol en mooi in bloei.

Toevallig had de buurvrouw nog een paar palen over en van die metalen puntige dingen die je in de grond kan doen. Aangezien ze toch aan het opruimen was en goed met een boormachine overweg kan, wilde ze ook nog wel wat haakjes en oogjes bevestigen. Ik hoefde alleen maar te zeggen waar en dan zou zij dat gelijk doen. Zo’n aanbod moet je natuurlijk onmiddellijk aanpakken, met beide handen, want zelf ben ik totaal niet bedreven met een boormachine. Ik heb er één, in het kader van zelfstandig zijn, maar ik ben ook al jaren van plan om er eerst wat mee te oefenen. Nog liever wil ik dat iemand mij alles eerst rustig voordoet. Daarna kan ik het verder zelf wel doen.

Dus kwamen er oogjes op de hoeken van raamkozijnen, en haakjes op een schuttingpaal en ook nog oogjes bovenaan de nieuwe tuinpalen, zodat ik daar allemaal touwtjes aan vast kon maken, om daar doeken overheen te hangen of tussen te spannen, zodat de zonnestralen buiten bleven en er schaduw op de planten kwam.

Toen begon het gepuzzel, want eigenlijk heb ik geen goede spullen voor dit doel. Terwijl ik bij de vorige aankondiging van tropische temperaturen toch speciaal en bijtijds een camouflagedoek had gekocht. Alleen twijfelde ik in de winkel enigszins of die doek hiervoor een goede keuze was. Want: donker en synthetisch, dus van zichzelf bloedheet, en beetje zwaar. Maar alle andere doeken in de bouwmarkt waren veel duurder en zeker niet van het juiste formaat. Bovendien moet ik met twee lijnbussen naar die bouwmarkt toe. Dus wanneer ik iets terugbreng en ruil, kost het mij sowieso extra geld.

Dus wat heb ik dan wel? Een oud hoeslaken dat ik voor schilderwerk gebruik. Een oud douchegordijn voor hetzelfde doel. Drie losse lappen die ik als restanten heb gekocht op de stoffenmarkt in Doetinchem. Een Ethiopische katoenen sjaal. Een bontgekleurde omslagdoek (lavalava) uit West-Samoa. Drie tien meter lange spierwitte, synthetische isolatielappen om vorstgevoelige planten in de winter warm te houden. Waarvan één in drie stukken is geknipt. Verder nog: een touw dat ik vroeger op kunstmarkten heb gebruikt. Nog een touw idem dito, bestaande uit drie delen aan elkaar geknoopt. Een zak met allerlei lange losse veters uit inmiddels weggegooide wandelschoenen. Een heleboel satijnen koordjes die ik uit nieuwe kledingstukken heb geknipt. Nog wat losse veters en een soort allegaartje aan touwtjes en draadjes. Drie eenpersoonslakens die ik wegens twijfelaar (bed) niet meer gebruik, maar nog te goed vind voor gehang in de tuin.

Dan de palen. Twee nieuwe houten palen in nieuwe paalhouders. Twee plastic planten stokken van circa 1,8 m hoog. Twee metalen vitragestangen die ik nu maar voor het omhooghouden van het witte landbouwdoek gebruik.

O ja, en verder heb ik nog drie perfect passende ecru-kleurige gordijnen uit mijn twee-na-laatste huis. Alleen zijn die een beetje zwaar. Plus mijn marktkleed, waar ook al een stuk van af is geknipt om te dienen als achtergrond in een zwarte Ikea lijst.

Voor mijn hortensia’s heb ik van alles geprobeerd. Maar de camouflagedoek zakt veel te diep door. Het landbouwdoek is te heet en de sjaal uit Ethiopië is te kort. De drie lappen uit Doetinchem wapperen alle kanten op. En zo verder en zo voort.

Zucht. Had ik maar een echt goed schaduwdoek. Maar de professionele schaduwdoeken zijn natuurlijk allemaal al weken uitverkocht. Nee wacht. Was ik maar rijk en niet zo knap. Dan zou ik alles door een leuke tuinman laten doen.

Hoe komt de gele slak aan zijn kleur?

Gele tuinslak eet bloemblaadje van de gele puntwederik

Slakken met een geel huisje kunnen beter tegen hitte en droogte dan slakken met een donkerder onderkomen. Dit blijkt uit onderzoek van Naturalis naar stadsslakken en plattelandsslakken en de kleurschakeringen van hun huisjes. Binnensteden zijn doorgaans enkele graden Celsius warmer dan het platteland. Om te voorkomen dat ze op warme dagen worden gestoofd, hebben stadsslakken zich aangepast.

Dat is aardig om te weten, maar blijkbaar heeft nog geen enkele wetenschapper zich aan de ‘Hoe dan?’-vraag gewaagd. Althans, ik zie nergens een verklaring staan. Wat wel wordt vermeldt, is dat de kleur van het huisje genetisch is bepaald. Dus even snel van huiskleur wisselen, is er niet bij.

Tenzij. Tenzij je als slak ervoor zorgt dat je voldoende gele kleurstoffen binnen krijgt. Uit de bloemblaadjes van de gele puntwederik, bijvoorbeeld. Ik heb geen idee of mijn veronderstelling klopt. Maar voor geïnteresseerde wetenschappers lijkt mij dit een mooi onderwerp voor vervolgonderzoek.