De kleuren van de herfst: bruin

herfst beuk takken met bruin blad

Misschien is bruin wel de meest voorkomende kleur in de herfst. Welke tint bladeren oorspronkelijk ook hebben, eenmaal neergedwarreld zijn ze veelal bruin. Daarnaast groeien er paddenstoelen in een heel scala aan tinten. Sinds ik regelmatig foto’s neem, zoek ik naar de bijbehorende namen. Soms lukt dat, maar vaker is het giswerk. Er groeien namelijk wel 6.000 soorten zwammen in ons land.

Op mijn boswandelingen speur ik voor deze serie naar fotogenieke plaatjes. Een overhangende tak, het zonlicht op een blad, een vergezicht of een paddenstoel in het gras. Zo ontdek je nog eens wat. Bijvoorbeeld dat beuken per soort anders verkleuren. En dat maar weinig paddenstoelen alleen in de herfst groeien. Daarom plaats ik hier weer een foto van verkleurde blaadjes. Die geven de herfst toch het beste weer.

Of nou ja, vooruit dan, nog één paddenstoel, in ruitvorm.

bruine paddenstoel verm boleet ruitvorm

Groen leven is ook: groen beleggen

Sommige mensen gaan ver in hun streven om zo milieubewust mogelijk te leven. Ze zijn veganistisch, weigeren plastic en kopen alleen artikelen die herbruikbaar zijn. Zelf ben ik een middenmoter. Want je kan als individu ervoor kiezen om veel kleine dingen goed te doen. Of je kan een ‘grote stappen snel thuis’-methode hanteren. In dat opzicht is groen beleggen de invloedrijkste en effectiefste optie.

Beleggen kan direct en indirect. Direct door zelf fondsen uit te kiezen. En indirect via verzekeringen en je pensioen. Kijk eens wat je verzekerings- maatschappij doet op het terrein van milieu en maatschappij. Is dit een maatschappij waar je achter staat? Pensioenfondsen beheren enorme sommen. Meestal ben je aan een bepaalde sector gebonden en is je keuzevrijheid beperkt. Maar kritische vragen stellen over de belegging van jouw premie kan altijd.

Graag zou ik meer willen beleggen in groene fondsen. Mijn hele financiële reserve is ondergebracht bij de ASN Bank. Van deze bank ben ik tamelijk zeker dat die er goede investeringen mee doet. Goed voor mens, milieu en een duurzame opbrengst. Het meeste staat op een spaarrekening (Ideaalsparen), wat nog nauwelijks rente oplevert. De verleiding is dan ook groot om extra geld naar een beleggingsfonds over te hevelen. Circa vijf procent van mijn financiële reserve zit nu in het ASN Milieu & Waterfonds.

Ben je geen deskundige, dan is beleggen een blinde gok. Je hoopt dat je slimme keuzes maakt en kan slechts volgen hoe het verder gaat. Daalt de waarde, dan moet je rustig blijven. Stijgt de waarde, dan is dat meer geluk dan wijsheid. Ik beleg al jaren in dergelijke fondsen en heb de waarde flink zien schommelen. Globaal volgt de waarde de wereldwijde ontwikkelingen op de beurzen. Het gaat mij vooral om het dividend. Dat is nu een stuk hoger dan de rente op spaargeld.

Als ik geld genoeg had, zou ik er direct een veel groter bedrag in steken. Maar zonder inkomen is die reserve (samen met mijn huis) mijn enige financiële zekerheid. En beleggingen worden niet door de staat veilig gesteld, zoals spaargeld tot € 100.000. Het lijkt mij overigens heerlijk om als fondsbeheerder voor BlackRock te werken. Deze mega-investeerder wil groener investeren. Tot die tijd moet ik zelf keuzes maken over mijn eigen bescheiden middelen.

Maar bij welk percentage van een portefeuille ligt de verstandige grens tussen risico en veiligheid? Hmm, dilemma, dilemma.

De kleuren van de herfst: geel

Hartenstein geel in de herfst

Tijdens een boswandeling in de herfst stap je over een geelbruin bladentapijt. Daar gaat een heel proces aan vooraf, waarin ze verkleuren van groen naar rood of oranje, geel en bruin. Roodbladige bomen doen het weer net even anders. Vooral het geel springt eruit wanneer de zon erop schijnt. Die kleur is aan de beurt in deze miniserie over alle voorkomende herfstkleuren.

Vorige week nam ik foto’s van zowel rode als groene beuken. Van die rode bomen heb ik eerder dit jaar deze foto’s genomen. Nu staan ze hierboven en zijn ze verkleurd naar geel/oranje.

Op de foto hieronder spat het geel van de bomen er echt af. Wel twijfel ik of dit plaatje goed is gelukt qua compositie.

Lage Oorsprong herfst gele beuken

Vergelijk het met deze oudere foto van beuken in gele herfsttooi. Naar mijn idee is en blijft dat toch de mooiste.

De kleuren van de herfst: oranje

oranje of rossig buiskussen zwam

In de serie over herfstkleuren is oranje een makkie. Overal zie je oranje bladeren, paddenstoelen en zwammen. Verder kan je het piepkleine buiskussentje tegenkomen, zie foto hierboven. In werkelijkheid is dit een hele verzameling eencellige organismen. Deze organismen behoren tot de slijmzwammen, ofwel de amoebozoa.

Hoe de paddenstoel hieronder heet, weet ik niet, maar hij pronkt fraai met zijn lamellen. En hij is oranje.

oranje paddenstoel lamellen en omgekrulde hoed

De kleuren van de herfst: zwart, grijs en wit

herfstkleuren beukenlaan met braakliggende akker

Zwart is samen met grijs en wit een achromatische kleur. Hoewel je bij tekenles leert dat dit geen kleuren zijn, dragen ze bij aan de herfstsfeer. Denk aan witte porselein- en parelstuifzwammen. Denk aan de zwarte klei van braakliggende akkers. Of denk aan grijze luchten, slierten mist en laaghangende nevel.

In het geweizwammetje lopen de drie tinten in elkaar over van zwart, naar grijs en wit. Het is zo’n piepklein dingetje dat op boomstronken groeit. Hier staat een mooie foto. Je kan ze echter het hele jaar door aantreffen en de andere zwammen groeien eveneens buiten de herfst.

Daarom kies ik bovenstaande foto van een braakliggende akker. Die akker met groeven, waar ik onlangs al foto’s van wilde nemen. Diepzwart is ook deze grond niet. Dat is geen enkel natuurverschijnsel op aarde. Er begint zelfs al een ingezaaid wintergewas op te komen. Maar kijk dan eens naar de bomen op de achtergrond; die bontgekleurde beuken. Samen met de grauwe akker scheppen ze een echt herfstbeeld.

Ongeschikt voor de politiek

Gisteren heb ik twee fouten gemaakt bij het schrijven van Gemeenten gooien alles overboord. Namelijk: 1. Ik heb een belangrijk percentage uit een artikel verkeerd geciteerd. 2. Ik heb mijn eigen interne alarmbel genegeerd. Die alarmbel geeft aan dat ik alles moet verifiëren wat ik als feit presenteer. Altijd, zonder uitzondering. Want mijn geheugen is een ramp. Maar ik had het betreffende krantenartikel niet meer en ik heb mijn betoog toch gepubliceerd.

Als je in een debat ergens voor pleit, moet je je feiten op orde hebben. Anders kan een tegenstander je zo onderuit halen. En dan weet een toehoorder niet meer of hij je nog kan geloven. Even aangenomen dat de feiten voor de toehoorder nieuw zijn. Als de tegenstander vervolgens met een goed geformuleerd argument komt, maak je met de rest van je feiten geen kans meer bij de toehoorder. En die toehoorder is bij een debat het belangrijkst.

Wat veel mensen zich niet realiseren, is dat het in een (politiek) debat minder om de feiten gaat, dan om de retorica. Dus om wie het best en mooist zijn standpunten verwoordt. In een debat gaat het dus niet om wie er gelijk heeft. Het gaat evenmin per sé om het beste voor het algemeen belang. Een politiek debat draait vooral om wie de meeste toehoorders weet te overtuigen. Dat zijn mede-politici of dat ben jij als kiezer. Voor mij zijn de feiten en de ‘beste’ oplossing echter het belangrijkst.

Mensen vragen mij weleens of ik in de politiek wil, want ik denk graag na over maatschappelijke onderwerpen. Dat doe ik uit betrokkenheid en daar praat ik dan over. Meestal ben ik goed geïnformeerd voordat ik een genuanceerde mening vorm. Zo kan ik vaak ook wel uitleggen hoe het zit. Mensen houden daarvan: helderheid en een menselijke kijk. Want ‘die lui daar in Den Haag’ vinden ze maar niks.

Ik begrijp wel waarom ze teleurgesteld raken in de politiek. Want de debatten op tv laten ons zien hoe politici elkaar met argumenten onderuit proberen te halen. Er wachten zoveel urgente onderwerpen op concreet beleid en zij staan daar maar te praten. Allemaal zitten ze vast in hun eigen gelijk.

Wat de tv minder vaak toont, is dat de grootste tegenstanders soms best goed met elkaar overweg kunnen. Gisteren nog had Wilders zo te zien een gemoedelijk onderonsje met Jesse Klaver. (NOS Journaal.) Dat verwacht je toch niet. Maar dit is politiek. Want achter de schermen en binnenskamers worden er ook deals gesloten. Doe jij dit voor ons, dan doen wij dat voor jullie. Partijpolitiek. Voordat je het weet als kiezer, zijn ze ineens van standpunt veranderd. Want de feiten zijn in de politiek niet altijd het belangrijkst. Dus voelen we ons genaaid.

Intussen blijven de grote onderwerpen maar etteren. Hoe lang trekken docenten, zorgmedewerkers, natuurorganisaties, boeren, burgers en buitenlui al aan de bel? Eerst binnen de eigen organisatie of bij de betreffende instantie. Daarna regionaal of landelijk, bij belangenorganisaties en politici. We zien dagelijks waar het knelt en we voelen ons al jaren niet gehoord. Zelfs al luisteren politici naar ons, dan zijn ze in gedachten toch vaak bezig met het belang van hun eigen partij. Of met de haalbaarheid van een idee.

Mijn persoonlijke ervaringen met politici zijn beperkt. Ik ga weleens naar informatiebijeenkomsten; ik spreek weleens iemand. Je denkt misschien dat ik tegen politici opgewassen ben. Tenslotte weet ik meestal goed waarover ik praat en ik kan mijn mening verwoorden. Dat vinden politici wel prettig, want zo kunnen ze hun eigen standpunt toetsen en aanscherpen. In bepaalde situaties hebben anderen mijn kennelijk originele gedachten zelfs overgenomen.

Maar politici moeten zich richten op uiteenlopende belangen, terwijl ik vooral focus op logische oplossingen. En politici zijn gewend aan debatteren; ik niet. Daarom voel ik mij steevast door politici verbaal overweldigd. Het gevolg is dat ik mij niet werkelijk gehoord voel. Erger nog: ik voel mij soms gebruikt en weggezet.

In de politiek gaat het niet om mijn zorgen en om wat ik denk. Het gaat evenmin om mijn feitenkennis of om mijn argumenten. Politiek bedrijven is niet hetzelfde als aan een vergadertafel zitten, iedere deskundige en beleidsmaker inspraak geven en samen werken aan de beste optie in het algemeen belang op de lange termijn.

Zo’n constructieve samenwerkingsvorm is mogelijk. Ik heb dit meegemaakt bij een bedrijf en een ontwikkelingsorganisatie. Het was ideaal. In ons land echter, wordt politiek voor het oog van de bevolking vooral bedreven via strijd, en via handjeklap in plaats van samenwerking.

Was er maar een Raad van Wijzen, die onafhankelijk en objectief het hoofdpad uitstippelt en het laatste woord heeft. Dan zou ik graag op de achtergrond een inhoudelijke bijdrage leveren. Maar zo’n raad is er niet, dus is de politiek niets voor mij.

Gemeenten gooien alles overboord

Sinds 2015 doen gemeenten de gekste dingen om te bezuinigen. Eeuwenoude panden worden verpatst en hele bomenrijen omgehakt. Handelaren in vastgoed slaan hun slag. Oorzaak is de jeugdzorg, waar gemeenten sinds 2015 voor opdraaien, terwijl de overheid het bijbehorende budget heeft gekort. Ook onze gemeente heeft nu een begrotingsgat. Het gaat om vijf miljoen euro. Daarom wordt aan bewoners gevraagd om mee te denken. Hoe kan de gemeente extra inkomsten genereren en waarop kan worden gekort?

Ik heb mij eens voor een burgerpanel aangemeld. Daarom kreeg ik onlangs een vragenlijst voorgelegd. De keuzes zijn best moeilijk, wanneer je over concrete mogelijkheden nadenkt. Een gemeente is geen bedrijf en de opties zijn wettelijk beperkt. Daarbij heb ik moeite met gesloten vragen. Je moet dan kiezen tussen a of b of c, terwijl er weinig ruimte is voor de bijbehorende nuancering. Maar bovenal mis ik optie d.

Optie d, dat is terug naar het begin. Terug naar het totaalplaatje. Optie d gaat over de oorzaak. Daar wordt, volgens mij, te weinig naar gekeken. En dat is nodig voordat men aan oplossingen denkt. Alles hangt met alles samen. Je kan de oorzaak niet ontwijken, ook al is de realiteit pijnlijk. Maar daar gaat men dus liever aan voorbij.

Mag ik even? Goed. Ik vind het te zot voor woorden dat er van alles rucksichtslos wordt opgeofferd voor de jeugdzorg. Zo, het is er uit. Er bestaan Nederlandse gemeenten waar 40% van de jeugd een beroep doet op hulp en ondersteuning vanuit de Jeugdzorg. VEERTIG PROCENT!!! Kom op zeg! Uit pure ergernis heb ik het krantenartikel weggegooid waarin dat stond. Wat is er aan de hand in dit land? Waar zijn we mee bezig? Wie is hier nu gek? [Correctie achteraf: Heerlen is koploper met 18% van de jeugd. Gemiddeld is het 10%. Maar we gaan verder, want de begrotingsproblemen bij de gemeenten zijn reëel. Circa 1 op de 5 gemeenten heeft een tekort van 40% op de jeugdzorg (april 2019).]

Om te beginnen: moet heel Nederland opdraaien voor elke kwaal in het DSM-handboek? Dat handboek voor de classificatie van psychische stoornissen is opgesteld door een specifieke beroepsgroep. Er hebben ongetwijfeld goedbedoelende deskundigen aan gewerkt. Maar ze creëren hiermee wel hun eigen markt.

Je hoeft mij niet te vertellen hoe de hulpverleningswereld in elkaar steekt, want daarin heb ik zelf gewerkt. U vraagt, wij draaien, terwijl het prijskaartje elders wordt neergelegd. Tot er van buitenaf grenzen worden gesteld. Over die grenzen zouden we het nog eens moeten hebben.

Bij de uitvoering van de jeugdzorg heb ik ook enkele bedenkingen. Zoals: waarom worden kinderen van ouders, met twee auto’s voor de deur, door een speciaal taxibusje vijf dagen per week naar school gebracht? Terwijl die ouders allebei parttime werken.

En waarom zitten er zo veel instellingen voor psychiatrische patiënten op lommerrijke locaties in luxueuze panden? Waarom is de zorg geprivatiseerd en mogen zorgaanbieders tot wel 40% winst maken? (Ander krantenartikel, ook uit grote ergernis weggegooid.)

Als we toch bezig zijn: waarom gaat er nu weer een half miljard euro extra naar het onderwijs, terwijl het zichzelf verrijkende deel van de manage- mentlaag ongemoeid blijft? Praat met de leraren die al die kinderen met ‘rugzakjes’ in overvolle klassen les geven. Ze benoemen allemaal de problemen met bureaucratie en de deels overbodige bestuurslaag.

Overigens mogen ouders ook wel even naar hun eigen houding kijken. Zijn de verwachtingen misschien een beetje doorgeschoten? Wie is er nu eigenlijk verantwoordelijk voor welk deel van de opvoeding?

Terug naar die hoge percentages jongeren in de jeugdzorg. We leven in een doorgedraaide prestatiemaatschappij waarin iedereen van jongs af aan perfect moet zijn en dat is niet normaal. Het gevolg is dat kinderen onder meer als ‘hulpbehoevend’ worden aangemerkt, omdat ze niet aan hooggespannen verwachtingen voldoen.

Vervolgens betreden ze een arbeidsmarkt waar te weinig zinvolle banen zijn voor mensen die niet in een hokje passen of qua opleiding onderaan de maatschappelijke ladder staan. Daar zouden werkgevers eens wat aan moeten doen.

Onze prestatiemaatschappij doet mensen naar pijnstillers en verslavende middelen grijpen, met alle gevolgen van dien. Kinderen van verslaafde ouders zijn evengoed slachtoffer. Ook zij belanden bij jeugdzorg. Daarom moet naar de maatschappelijke oorzaak worden gekeken. En er moet bij de bron worden ingegrepen. Oh, toevallig zijn we Europa’s Narcostaat nummer één. Je kunt hier als farmaceut trouwens fijn patenten regelen voor je stervensdure medicijnen.

Verder: het wordt hier nogal vol. De VVD verwelkomt bedrijven en hoogopgeleiden, terwijl juist zij een onevenredig lage belastingaanslag en diverse voordeeltjes krijgen. Tegelijkertijd laat politiek links de deur liefdevol wagenwijd open voor ‘vluchtelingen’ van divers allooi. (Vreemd genoeg wordt daarover niks aan mij gevraagd.)

Het gevolg is dat we sinds 2014 met een paar honderdduizend volwassenen en kinderen opnieuw zijn begonnen vanuit een grote achterstand. Benodigd: scholing, psychosociale begeleiding, sociale huisvesting, traumaverwerking, zorgkosten en jarenlange bijstand. Uiteraard voor een deel bekostigd vanuit de jeugdzorg. Bepaalde groepen leven al dertig jaar van uitkeringen. Circa 70% van de volwassen Somaliërs zit langdurig in de bijstand. Dat percentage is echt schrikbarend.

Maar ja, daar mag ik natuurlijk niets over zeggen. Dus gaan we geld voor parkeervergunningen vragen. Alles is goed, zolang we de werkelijke oorzaken van de tekorten bij gemeenten en de snel stijgende (sociale) zorgkosten niet onder ogen hoeven komen.

Kortom: van mij mogen gemeenten op het Malieveld protesteren met deze boodschap: Beste regering, ga zelf eens passend beleid maken.