Een boek opmaken is als de slingers ophangen

Lettertypes, papiersoorten en indeling … genoeg om over na te denken.

Eindelijk kan ik beginnen met de vormgeving van mijn boek. Het is een feestelijk moment waar ik lang naar uitgekeken heb. Dit wordt het eerste deel van de driedelige serie publicaties over mijn onderzoek. Al twee jaar werk ik aan ‘de loopgraven’, een eufemistische term voor een in werkelijkheid zeer rijkgeschakeerd onderwerp. Na het onderzoek en het schrijfwerk volgt nu de opmaak. Oude tijden herleven, mag ik wel zeggen, want dit heb ik eerder gedaan. Jarenlang heb ik gewerkt als redacteur en vormgever van studiemateriaal.

Een boek opmaken is als het inrichten en versieren van een kamer. Zo mag ik nadenken over verschillende lettertypes voor titels, subkopjes en (kader)teksten. In de afgelopen 30 jaar is er wel wat veranderd. Anno 2023 is een combinatie van schreefletters en schreefloze letters heel normaal. Daarom heb ik eerst een document gemaakt met proefjes en combinaties, vergelijkbaar met een stalenkaart voor houtsoorten of behang.

Verder moet een lettertype goed leesbaar zijn, ook voor een wat ouder publiek. Elk detail speelt een rol: de verzadiging, de hoekigheid of juist de rondingen, evenals de minuscule witruimtes tussen de individuele letters in. En cursief moet een langere tekst nog steeds leesbaar blijven. Voor de broodtekst heb ik Century Schoolbook gekozen. Dat is een toepasselijk lettertype, omdat het tijdens de Tweede Wereldoorlog al bestond.

Bij de vormgeving is het sowieso leuk om subtiel te spelen met symboliek. Ik laat de kleurencombinatie van een uniform onopvallend terugkomen in het boek. Goud, bruin en rood.

Een deel van mijn opmaakkennis is diep weggezakt, maar dat is geen enkel probleem. Alles staat op internet. Zojuist bekeek ik een YouTube-tutorial waarin wordt uitgelegd hoe je de paginanummering in een Word-document pas toont vanaf bladzijde 5. Ging er gelijk weer een luikje open in mijn geheugen.

Nog even, dan verschijnt er een prachtresultaat in boekvorm.

Als een bejaarde op het bankje bij het oude kerkje

Op het bankje bij het oude kerkje

Sinds 8:30 uur op 1 januari 2023 leef ik met een (voorlopig?) nieuwe realiteit. Links een oog met een ribbel in het monoculair blikveld. (Zo heet dat.) Rechts een oog met troebel glasvocht als inhoud. Concreet betekent dit links een stukje scherp zicht met lachspiegeleffect en een gedeeltelijke vervaging. En rechts een aquarium waarin een zwarte stofwolk rondzweeft, waarachter nog vagelijk iets scherp te zien is.

Sinds 1 januari moet ik zo veel mogelijk rechtop slapen. Nu heb ik best wat ervaring met nachtbraken in vliegtuigstoelen, dus weet ik dat anderen overal en onder alle omstandigheden als een roosje kunnen slapen. Maar al ben ik compleet gesloopt, mij is het nog nooit gelukt om zittend te slapen. Daarom boots ik de zithouding na met drie kussens en een hoek van 45 graden. Na vijf nachten is het zicht nog altijd even troebel als met nieuwjaar.

Plotselinge slechtziendheid doet wat met je hersenen. Zo moet mijn linkeroog ineens weer het voortouw nemen, terwijl dat sinds de laatste operatie altijd maar een beetje achter het rechteroog aan hobbelde. Hoe de aansturing en beeldverwerking precies samenhangen met mijn linker- en mijn rechter hersenhelften, weet ik niet. Misschien lopen de verbindingen wel kruislings of diagonaal. Feit is dat ik het nu bijna voelen kraken in mijn hoofd. Nou ja, spreekwoordelijk dan. Het is voor mijn hersenen kennelijk nogal inspannend allemaal.

Slechtziendheid in combinatie met slapeloosheid doet wat met je hoofd en je lichaam. Lichamelijk voelt het alsof ik ziek ben, terwijl ik dat niet ben. Wel ben ik er een beetje moe van.

Slechtziendheid doet ook veel met je dagelijkse dagindeling, zeker als je normaal gesproken 14 van de 16 wakkere uren leest. Lezen kan alleen nog met extra grote letters op het scherm. Voor tijdschriften en mijn mobiele telefoon gebruik ik een vergrootglas dat van oma zaliger is geweest. Per dagdeel heb ik de verdraagbare leestijd weer tot 1,5 uur opgerekt. Langer gaat nog niet, want dan word ik draaierig en misselijk. Deze maand had ik een boekpublicatie gepland.

Als je niet kunt lezen of schrijven, wat doe je dan met je leven? Hier loop ik nu dus tegenaan. Zo zie je maar dat slechtziendheid tot existentiële vragen kan leiden.

Ik loop trouwens als een bejaarde. Vandaag ben ik maar op het bankje bij het oude kerkje gaan zitten. Dat leek mij wel toepasselijk en geheel in stijl. Om de paar minuten kwamen er wandelaars en dagjesmensen voorbij. Normaal gesproken hoor ik daar ook bij.

De stand van zaken bij de jaarwisseling

Ach, wil iemand dit nu echt weten? Ik vraag het mij hoe langer hoe vaker af. Ik doel op mijn persoonlijke gedachten en nu deze terugblik op het jaar.

Dit hele jaar heeft in het teken van schrijfwerk voor mijn eerste boek gestaan. Nu het bijna volbracht is, heb ik geen idee hoe het verder zal gaan. Ik zal beginnen met een kleine oplage, want ik ben degene die alle risico’s draagt.

Het is geen jaar geworden om over naar huis te schrijven en ook niet op een blog.

Persoonlijk denk ik wel dat ik met een standaardwerk in wording bezig ben. Zo’n boek dat niet direct als zodanig wordt herkend, maar dat gaandeweg toch aan betekenis wint. Een soort slow burner, zeg maar, vergelijkbaar met de Nachtwacht. Zo’n werk waarvoor een enkel woord genoeg is, omdat iedereen wereldwijd weet om welk werk het gaat.

Dit klinkt wellicht hoogmoedig, maar mijn project is nu eenmaal megalomaan. Bovendien zijn Rembrandt en ik in dezelfde stad geboren, vandaar. Hopelijk maak ik het nog wel mee, want bij Rembrandt kwam de roem te laat.

Voorlopig vind ik het vooral nogal spannend allemaal, want ik heb werkelijk geen idee hoe dit verder gaat.

Nederland is vol! … bedrijven

Ineens is het bon ton om te roepen dat Nederland vol is. Voor de toekomst van Nederland speelt naar mijn idee meer dan alleen het bevolkingsvraagstuk. We moeten in samenhang daarmee ook kijken naar het bedrijfsleven. Welke ruimte nemen ondernemingen in en welke bijdrage leveren ze aan de samenleving? Denk bij ruimte aan ecologische voetafdruk, beslag op onroerend goed en infrastructuur. En wat hebben ze als ‘landgenoot’ en sociale partner de Nederlandse bevolking te bieden?

Ik zou graag een algehele herziening willen van de samenstelling van het bedrijfsleven. Plan voor de toekomst en niet voor de korte termijn. Stel als eis voor vestiging dat bedrijven investeren in opleiding van personeel en milieuvriendelijk werken. Willen we echt een volledig open markt? Dan worden kleine, lokale ondernemers steeds meer verdrongen door grotere spelers. Zie de benadering van het almaar uitdijende Amazon.

Een ander slecht voorbeeld zijn de multinationals die Nederland gebruiken als distributiecentrum, maar hier nauwelijks belasting afdragen. Ze slokken grond op voor hun enorme loodsen en vergroten de druk op het wegennetwerk. Maar ze brengen nauwelijks hoogwaardige werkgelegenheid en de winst gaat naar aandeelhouders in het buitenland.

En hoe wenselijk zijn bedrijfstakken die continu personeel uit het buitenland moeten halen? Neem de fruittelers in de Betuwe en de glastuinbouw in het Westland. Daar werken tienduizenden arbeidsmigranten uit Oost-Europa. De producten worden naar de veiling gebracht en gedistribueerd. Ook dat vergt transport. Hoeveel chauffeurs zijn nog Nederlands?

Deze bedrijven leggen voor hun personeel een flink beslag op de zeer krappe woningmarkt en laten de files toenemen. Is het een idee om verplaatsing van arbeidsintensieve bedrijfstakken te stimuleren? In Polen zijn ze er vast blij mee. Ik vraag mij af of de winst en belastingafdracht van deze ondernemers opweegt tegen de druk op de publieke ruimte en middelen in Nederland. Wat is hun impact op de leefbaarheid van het land?

Rem de komst van nog meer distributiecentra en banen waarvoor geen lokaal personeel is te krijgen. Behoud voldoende ruimte voor natuur en recreatie. Focus meer op groei van een kenniseconomie dan op een fysieke industrie. En ban bedrijven die roofbouw plegen op het land, het milieu, de energievoorziening en de samenleving.

(Dit oude logje van 10 oktober 2018 gaat in de herhaling, zoals discussies in dit land ook steeds weer in de herhaling gaan. Ik zou het nog wat kunnen actualiseren, but why bother met de VVD aan het roer?)

Dag ouwe reus

Hij moet hier al een paar eeuwen staan: een grote beuk op een wildwal. Vrijwel al zijn jaargenoten zijn al verdwenen. Slechts eentje daarvan is twintig meter verderop gebleven. Wat die twee al hebben meegemaakt? Wat ze daar op hun landgoed al hebben zien passeren? Paraderende bevallige freules met witte, kanten parapluutjes misschien?

Slechts één roemruchte episode uit het lange leven van deze beuk is mij bekend. Die speelde zich af tijdens de Slag om Arnhem. Toen het Britse 156 Parachute Battalion het theekoepeltje probeerde te bereiken, maar eerst langs de vuurspuwende tanks van de Duitsers moesten zien te geraken. Plus de Duitse achterhoede die de Britten bovenaan een helling opwachtte. Een paar maanden later kwamen er andere mannen langs. Rotterdammers met schoppen in hun handen. Waarschijnlijk prikken er hier en daar nog wat gemene granaatscherven in zijn bast.

Zelf ‘ken’ ik deze oude beuk pas zeven jaar. En eigenlijk vind ik het maar een raar geval. Vreemde uitstulpsels en vervormingen duiden op oude wonden. Meerdere takken zijn hem ontvallen, op een paar grote na. Juist die zware zijtakken trekken hem uit balans. Iemand heeft een vogelhuisje aan zijn knoestige bast gehangen en die zit vol zwammen.

Dat zijn dagen geteld waren, was wel duidelijk dus. Gisteren zag ik hem weer, of wat er van hem over is. Hij was al ernstig uitgehold, maar de droogte van deze zomer gaf hem vast de genadeslag.

Dat was het dan. Dag ouwe reus.

28-10-2022