De Einzelgänger

Voor het eerst in 2,5 jaar tijd zijn we als groep weer bijeen. Eén van ons is sinds de vorige bijeenkomst weggevallen. De op-één-na-oudste. De oudste ging haar al voor. We zijn allemaal nauwelijks veranderd. Maar van één weten we allemaal dat dit weleens de laatste keer kan zijn.

De avond ervoor bedacht ik dat ik het nu moest vragen, als ik het nog weten wou. Want hij is een enigma. Al zestien jaar lang. Altijd heel rustig, altijd heel stil. Soms ineens een grapje makend, evenals prachtige fotografie. Aardige vent, leuke vent ook. Maar ik ken hem niet.

Dus vroeg ik het, toen er een pauze in de gesprekken rondom de tafel viel. ‘Jullie zullen het wel een rare vraag vinden, maar ik wil hem toch stellen.’ Ik keek hem aan, hem alleen, en vroeg: ‘Wie is T. nou?’

Zijn vrouw zat naast hem en draaide zich een kwartslag naar hem toe. Rustig achteroverleunend en wachtend op wat volgen zou. De rest van de groep keek al even nieuwsgierig toe.

Nadat hij de tijd had genomen om zijn woorden goed te ordenen, kwamen ze er één voor één uit. Alle kenmerken die inderdaad zo kenmerkend voor hem zijn. Vooral nu hij het zelf zei.

Ik vond het eerste kenmerk dat hij noemde het mooist. Gewoon, omdat hij het over zichzelf durfde te zeggen, zonder dat er een negatieve connotatie bij kwam. ‘Einzelgänger.’

Zou ik dat voortaan ook over mijzelf mogen zeggen, of is dit nog altijd sociaal-maatschappelijk onacceptabel voor een vrouw?