De leugens om bestwil in ons verhaal

Het staat op bladzijde 126 van Raynor Winn’s boek Het zoutpad. Bijna halverwege het verhaal over de wandeltocht die zij en haar man (hij is ziek) met zware rugzakken en in vieze kleren maken over het South West Coast Path. Dit nadat ze hun huis zijn kwijtgeraakt, dakloos zijn geworden en wegens geldgebrek als een stelletje schooiers illegaal wild kamperen. Op een bloedhete dag vraagt een man of ze al een slaapplaats hebben geregeld. Hij heeft een boerderij in de buurt gehuurd en ze mogen hun tent wel opzetten in de boomgaard. Het is een luxueuze boerderij en hij heeft het zichtbaar goed voor elkaar.

Wanneer ze eten, vraagt Raynor hem: ‘Tell me something about yourself, Grant.’ En Grant vertelt. Over een moeilijke jeugd, hoe hij van huis wegloopt, met een rugzak door Europa toert en in Italië per toeval in een wijngaard belandt, waar hij alles over wijnsoorten leert, en uiteindelijk thuis wijnen gaat importeren en heel succesvol wordt. Not. Want hij heeft gewoon avondcursussen gevolgd en is dankzij pappie in een baantje bij een bevriende wijnhandelaar gerold.

Tegen die tijd hebben Raynor en haar man geleerd hoe mensen reageren wanneer ze naar waarheid vertellen dat ze dakloos zijn (en berooid). Bij het woord ‘dakloos’ transformeren ze acuut van stoere vakantie vierende vijftigers, in drank- en drugsverslaafde losers met (naar alle waarschijn-lijkheid) een of meer onderliggende psychiatrische aandoeningen. Kortom: in sociale paria’s. Daarom vertellen ze liever dat ze hun huis hebben verkocht en zo halverwege hun leven nog eens op avontuur willen. Ze zien wel waar de wind hen brengt.

We vertellen onze verhalen uit zelfbescherming, meent Raynor, zowel Grant als zijzelf.

Ook ik heb mijn verhaal klaar, al jaren. Want mij wordt eveneens te pas en te onpas gevraagd ‘wat ik doe’. Bijvoorbeeld tijdens een groepswandeling. Of wanneer ik in een archief ben voor onderzoek. En ja, zelfs in het ziekenhuis, terwijl de plastisch chirurg een moedervlek bij mijn mond wegsnijdt.

Eerst was ik werkloos. Toen werd ik werkzoekend. Daarna werd ik iemand die zei: ‘Ik werk niet.’ [Punt.] In combinatie met mijn woonplaats en mijn leeftijd kon ik best een vroege pensionado zijn. Maar soms, als ik iemand eens flink wakker wilde schudden, zei ik lekker provocerend: ‘Ik heb geen inkomen. Al vijf jaar niet.’ Waarna ik welbewust afwachtte hoe die ander daarop ging reageren. Veel mensen kunnen zich namelijk geen enkele levensvorm meer buiten Het Systeem voorstellen. Ons financieel-economische systeem, met zijn Terms of Reference voor onze samenleving, die anderen voor ons hebben opgesteld.

Tegenwoordig heb ik het makkelijk. Ik zeg gewoon dat ik aan een boek werk. Dat is nog waar ook.

5 gedachtes over “De leugens om bestwil in ons verhaal

  1. Ik heb ook geen idee hoe je dat doet, zonder inkomen. Ximaar kan het ook. Een vereiste is wel dat je geen kinderen hoeft te verzorgen lijkt me. Maar afgezien hiervan is het knap dat je buiten dat systeem bent gaan staan. Jij leeft dus echt.

    1. Opgroeiende kinderen maken veel verschil, ja. Ik sta gedeeltelijk buiten Het Systeem en zou niet volledig zonder willen, maar vind wel dat het voor alles en iedereen zou moeten werken en dat is nu niet het geval. De economie is en blijft vooralsnog gebaseerd op roofbouw.

Reageren mag

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.