Leeuwarden – It wurd moaier as it is

Gisteren bezocht ik voor de tweede keer in mijn leven Leeuwarden. Van de eerste keer herinner ik me slechts flarden. Dat doet iets met hoe je naar zo’n stad kijkt. Daardoor bezie je een plaats met een frisse blik.

Vroeger zag je vooral blonde mensen in de treinen ten noorden van Zwolle. Dan voelde ik me bijna een buitenlandse. Die tijd is voorbij. Tot Steenwijk zit de trein vol overzeese toeristen die naar Giethoorn gaan. Daarna zitten er vier druk pratende Eritrese of Somalische mannen vlakbij. Dat belemmert me wel om in Friese sferen te geraken. Maar langs de oneindige, lege weides (waar zijn de koeien en paarden van weleer gebleven?) liggen nog brede vaarten. Dat klopt tenminste met mijn herinnering.

Leeuwarden is zo’n stad waarvan ik achteraf blijf denken: ‘Maar wat vónd je er nou van?’ Ik weet het niet. Het lijkt me dat deze stad slachtoffer is geworden van overijverige mensen met te veel budget voor de verkeerde dingen. Wethouders, beleidsmakers, kunstenaars en projectontwikkelaars. Lieden die méér willen dan wat het eigenlijk is. Of ooit is geweest. Of ooit zou kunnen zijn, maar nu nog even niet. Zoals het ook met Leiden grandioos mis had kunnen gaan. Ware het niet dat daar het geld op was in de jaren zeventig. Godzijdank.

Ontegenzeggelijk heeft Leeuwarden zijn mooie plekjes. Het park langs de singels, bijvoorbeeld. De historische straatjes en pandjes in de binnenstad. Wat zeg ik? Ze hebben er knoeperds van monumentale bouwwerken en fraaie tierelantijnen. Het stadsbeeld is compleet met museale schepen langs de kades. Precies zoals het hoort volgens mijn ideaalplaatje. Want o wee als je dit soort zaken met Kunst en nieuwbouw gaat verfraaien.

Leeuwarden heeft nogal wat kunst in de openbare ruimte, in alle stijlen en maten. Daar zitten heel leuke dingen bij, geen twijfel aan. Zoals de beelden die nu op het plein voor het station staan. Die vind ik echt mooi. Ze horen bij het project van de elf fonteinen in elf Friese steden. Gisteren waren die toevallig op tv: 20.15 uur 11 Friese fonteinen, van de NTR op NPO2. Je kan het nog terugkijken. Dan zie je wat een strijd eraan vooraf is gegaan. Tussen omwonenden, plannenmakers en, tegen wil en dank: de kunstenaars.

Als het om kunst en nieuwbouw gaat, weet je dat het tongen los zal maken. Ik vond het pijnlijk om te zien, dat programma. Het wekte de indruk dat die fonteinen voor het gevoel van de omwonenden erdoor werden gedrukt. De veelal buitenlandse kunstenaars moeten de weerstand hebben geproefd. Maar de plannenmakers hielden hun gezichten strak in de plooi. Project geslaagd. Dat hoort zo als je in hun schoenen staat.

Het luistert nauw. Ik ken weinig voorbeelden van historische steden waar moderne kunst goed mee samengaat. Montpellier. Dan hebben we het wel over Frankrijk. In Leeuwarden, intussen, doen ze het beter met woorden dan met beelden. Uitgezonderd die twee bij het station. Die doen er juist het zwijgen toe, maar mogen er zijn.