Verhalen van mijn huid

Op dit soort dagen (het is in de schaduw 32 graden) waan ik mij steevast in de tropen. Ik draag nu dezelfde luchtige jurkjes als daar. Ze maken me bewust van mijn huid, die doorgaans bedekt is. Het is alsof ik terug ben op Tahiti, Moorea, Aitutaki of Samoa. Ik kan de palmbladeren horen ritselen en de golven van de oceaan in de verte op het rif horen slaan. Daar heb ik geleerd om in deze lome hitte een tropentempo aan te houden. En op mijn huid bezie ik de sporen die de reis door tijd en plaats heeft achtergelaten.

Aan het schoonheidsideaal van een perfect roomblanke huid heb ik nooit voldaan. Moedervlekken zitten in de familie, dus verschenen ze al vroeg. Kleine rondjes; ik hou ze sinds mijn tropenjaren goed in de gaten. Verder heb ik littekens, groot en klein. Ze vertellen allemaal hun eigen verhaal.

Zoals het litteken dat achterbleef na een valpartij in een woestijn. Er waren koeien losgebroken en ik struikelde over een steen toen we ze terughaalden. Maar het was evengoed hilarisch om die grote dieren door privé-tuinen te zien banjeren. Met hun voorliefde voor keurige gazons en eetbare bloemenperkjes.

Sommige littekens wil je liever niet zien. Van operaties resteren keurig gehechte incisies. Ze vallen nog nauwelijks op. Verder heb ik onder het mes gelegen van een plastisch chirurg. Want moedervlekken mogen normaal zijn, ik wil ze niet in mijn gezicht hebben. En dan al die allergische reacties op insectenbeten en andere ongein. Gelukkig is er vrijwel geen spoor van achtergebleven.

Toch heb ik ook een litteken dat ik nooit zal laten wegwerken. Of twee, eigenlijk. Een van buiten en een van binnen. Ze horen bij elkaar. De een is van een motorongeluk. En de ander is van de persoon die mij daarna opving.