In psychische nood

Zeven jaar geleden ontmoette ik een leeftijdgenoot tijdens een korte vakantie. Na een toevallig weerzien hebben we nu voor het eerst een wandelafspraak. De zon schijnt en ik verheug me erop. We gaan gezellig een middagje bijkletsen. Althans, dat is mijn verwachting. Maar vrijwel direct komt het hoge woord er uit. Ze heeft twee maanden geleden haar relatie verbroken. In feite is ze minder van slag door liefdesverdriet dan door de existentiële pijn van het plotseling weer alleen zijn.

Het zit zeer dicht onder het oppervlak. Ze vertelt over haar angst- en paniekaanvallen. Die zijn in alle hevigheid teruggekeerd. Want daar had ze ook al last van voor die relatie, begrijp ik nu. En ze vertelt over haar bezoek aan de huisarts, over medicijnen en over psychotherapie. Ze heeft een ruim netwerk van vrienden en familie. Dat kan kennelijk toch onvoldoende in haar behoeften voorzien. Intussen zijn haar gedachten elders. De zonovergoten omgeving ontgaat haar volledig.

Ging dit maar over liefdesverdriet. Dat is voor velen bekend terrein. Maar iemand die het leven zelf niet alleen aankan, da’s een ander verhaal. Zo iemand laat je achter met een machteloos gevoel.

4 gedachtes over “In psychische nood

  1. Ingrid van Bouwdijk Bastiaanse

    Wat betekent eigenlijk het leven niet aankunnen? Als je leest hoeveel mensen depressief en burn-out zijn, dan zijn er wel heel veel mensen die het leven in de context van waar ze in zitten (ratrace, hoge verwachtingen, keuzestress, het leven is maakbaar en als het je niet lukt dan ben je een lozer), niet aankunnen. Maar er zijn natuurlijk ook mensen die nergens en in geen enkel tijdperk het leven aankunnen.

    1. Ja, het is relatief allemaal. Ik begrijp dat veel mensen door de context waarin ze nu leven druk ervaren. Toch moeten mensen (mannen) vroeger ook onder zware druk hebben gestaan om zonder sociaal vangnet steeds voor de kost te zorgen terwijl ze een groot gezin hadden. Zelfs als ze gehandicapt of ziek waren. Mijn opa had al jaren hartklachten, moest toch door en is tijdens het werk gestorven. Want in ons ‘milieu’ was het voor een man een schande als zijn vrouw buitenshuis moest werken.
      En de een heeft meer ruggengraat dan de ander. Ik vermoed dat de beschreven vrouw het leven psychisch überhaupt niet aankan.

  2. “De existentiële pijn van het plotseling weer alleen zijn.” Ik zit er even over na te denken. Op zich kan ik me er wel iets bij voorstellen. Een mens is immers ook een kuddedier. Ik heb het er wel moeilijk mee hoor, met mensen die dit zo durven brengen.

    1. Ja, die pijn is ook best begrijpelijk, zeker kort na het einde van een relatie. Tegelijk vond ik het tamelijk confronterend hoe dit de hele middag overheerste. Vooral van iemand die ik eigenlijk amper ken.

Reacties zijn gesloten.