Human Resources in de prestatiemaatschappij

Wanneer een medewerker van een klantenservice mij helpt, zegt hij aan het eind: ‘Hierna volgt een bandje voor een klanttevredenheidsonderzoek. Daar hangt mijn beoordeling van af. Het systeem werkt zo dat een ‘8’ onvoldoende is, want een ‘8’ is minder dan een ‘10’. Zou u mij, als u mijn dienstverlening goed vond, meer dan een ‘8’ willen geven? Veel dank alvast.’ Ik voel mij sinds de aanloop naar de reorganisatie van 12 jaar geleden nogal vervreemd van onze prestatiemaatschappij.

Prima om onze dienstverlening en resultaten op peil te houden. Maar nu is het allemaal een beetje doorgeslagen. De menselijke maat is weg. Vroeger, in die goeie ouwe jaren tachtig, keek een HR-manager gewoon naar wat je in je mars had. Daarvoor maakte hij of zij een leuk babbeltje met je en daarna was je aangenomen. Nu werkt het niet meer zo.

Bij de groep voor werkzoekenden geeft een gasttrainer een workshop. Het is een geboren Rotterdammer. Ik heb meteen een beeld bij die stad en die man. ‘Niet lullen maar poetsen.’, is daar het populaire imago. Je wordt beïnvloed door je omgeving. Als je het maar vaak genoeg roept met zijn allen, wordt het een self fulfilling prophecy. Nou ja, voor de meesten dan. Niet iedereen is zo.

Ik hoef ook geen gedoe en ben voor doorwerken. Het probleem is dat ik daarnaast nog nadenk. Een collega omschreef mij eens als ‘een kritische volger van de leider’. Dat is raak. Ik volg en ben zelfs zeer loyaal, maar ik moet dan wel overtuigd zijn van de goede zaak.

De trainer is jarenlang HR-manager geweest. We gaan een elevator pitch leren formuleren en presenteren. De camera staat al klaar. Hij reageert op ons zoals dat in het echte bedrijfsleven gaat. Wie ben je? Wat heb je te bieden? Waarom moet ik jou nemen? Wat zijn je USP’s? Geef voorbeelden. Wat waren de resultaten? En wat was het voordeel voor de zaak?

Af en toe stelt hij een onverwachte vraag. Degene die gefilmd wordt, moet even nadenken en je ziet haar ogen afdwalen. Tijdens de nabespreking met de groep zegt hij dat zij hem had moeten blijven aankijken. Wegkijken is een teken van onzekerheid, vindt hij. Ik ken dat argument, het is ook tegen mij al vaker gezegd. Maar als ik iemand aan moet blijven staren, kan ik niet nadenken. Daarom adviseert hij om in een gesprek met een potentiële klant duidelijk aan te geven dat als mijn ogen afdwalen, dat is omdat ik nadenk.

Ik weet het niet, hoor. Mijn ervaring van de laatste jaren is dat je geen enkel mankementje meer mag hebben. En nadenken is daar een van.

5 gedachtes over “Human Resources in de prestatiemaatschappij

  1. Komt op mij over als heel Amerikaans. Iemand de hele tijd in de ogen kijken kan voor beide partijen ongemakkelijk worden, het lijkt mij heel natuurlijk dat je even wegkijkt als je nadenkt. Sowieso als je wat introverter bent of met een bedachtzaam antwoord wilt komen. Ik zou denk ik behoorlijk nerveus worden van zo’n man. Straks komt er weer iemand anders die zegt dat je vooral authentiek en jezelf moet blijven. Kortom, neem het maar met een korrel zout.

    1. Mee eens. Op zich kan het geen kwaad om in zo’n gesprekssituatie te zeggen dat je even moet nadenken. Wel vroeg ik mij af hoe vaak hij zelf al capabele mensen heeft afgewezen omdat hij wegkijken als onzekerheid uitlegt.

  2. Goed stuk. Het is jammer dat de maatschappij verandert en je wel een beetje mee moet, maar zelf blijven nadenken is erg belangrijk. En ook ervoor durven uitkomen dat je je zwakheden hebt. Of eigenlijk hoef je daar niet voor uit te komen, een intelligent mens weet dat van zichzelf en van anderen. Degenen die geen zwakheden hebben, liegen.

Reacties zijn gesloten.